D07-bijlage-concept-kadernota-Avri-2024.pdf
Tekst van het document
1.1.1.1.1
CONCEPT-KADERNOTA 2024 INCLUSIEF DE MEERJARENRAMING 2025-2027 Dagelijks Bestuur 9 november 2022
CONCEPT-KADERNOTA 2024 INCLUSIEF DE MEERJARENRAMING 2025-2027 Dagelijks Bestuur 9 november 2022
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 1.1 1.2
2
Visie en hoofddoelen ..................................................................................................................................... 4 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
Visie Avri ................................................................................................................................................... 4 Landelijke ontwikkelingen ......................................................................................................................... 4 Rol van Avri ............................................................................................................................................... 4 Onze opgaven voor de komende vijf jaren ................................................................................................ 5 Wijziging wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) .................................................................................... 6
Ontwikkelingen en strategie .......................................................................................................................... 7 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
4
Leeswijzer ................................................................................................................................................. 3 Procedure .................................................................................................................................................. 3
Ontwikkeling op hoofdlijnen ...................................................................................................................... 7 Grondstoffentransitie ................................................................................................................................. 7 Inwoners en grondstoffenscheiding .......................................................................................................... 8 Klimaatbeleid ............................................................................................................................................. 9 Energiebeleid ............................................................................................................................................ 9 Handhaving, schoon heel en veilig ........................................................................................................... 9
Bedrijfsvoering ............................................................................................................................................. 11 4.1 4.2 4.3 4.4
Verduurzamen bedrijfsvoering ................................................................................................................ 11 Efficiënte bedrijfsvoering ......................................................................................................................... 11 Duurzaam inzetbare medewerkers ......................................................................................................... 11 Weerstandsvermogen ............................................................................................................................. 12
Bijlagen ................................................................................................................................................................. 13 Bijlage 1.1: Wet- en beleidskaders – Landelijk ................................................................................................. 14 Bijlage 1.2: Wet- en beleidskaders - Regionaal ................................................................................................ 15 Bijlage 2: Financiële kaders en uitgangspunten .............................................................................................. 16
Avri - Kadernota 2024 - pagina 2 van 19
1
Inleiding
In de huidige complexe maatschappij liggen grote opgaven voor op het gebied van circulariteit en klimaatadaptatie. Het aanpakken van deze opgaven is urgent , zoals te lezen is in de coalitieakkoorden van de gemeenten in Rivierenland. Alleen samen en regionaal kunnen wij bijdragen aan een oplossing voor deze vraagstukken. In deze kadernota staat hoe Avri hieraan wil en kan bijdragen. 1.1
Leeswijzer
Deze kadernota begint in hoofdstuk 2 met een korte beschrijving van de visie en hoofddoelen van Avri. In hoofdstuk 3 gaan wij in op nieuwe beleids- en marktontwikkelingen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de bedrijfsvoering en met name op de financiële stabiliteit en de continuïteit in de bedrijfsvoering. De algemene beleids- en financiële kaders en uitgangspunten voor de begroting 2024, zoals de inrichting van de tarieven afvalstoffenheffing, het weerstandsvermogen en prijsindexeringen zijn uitgewerkt in de bijlagen. Deze bijlagen zijn integraal onderdeel van deze kadernota. 1.2
Procedure
Via deze kadernota worden de uitgangspunten voor de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 – 2027 voorgelegd aan de deelnemende gemeenten van de Gemeenschappelijke Regeling Avri (Avri). Gemeenten krijgen de mogelijkheid om zienswijzen op de kadernota in te dienen. Deze zienswijzen kunnen dan betrokken worden bij het opstellen van de concept begroting 2024. De zienswijzen kunnen uiterlijk op 1 maart 2023 ingediend worden bij de GR. Schematisch is de planning: Vaststelling DB
9 november 2022
Toezending aan de raden
1 december 2022
Aanlevering AB en RBA/financieel adviseurs gemeenten
1 december 2022
Bespreking met RBA/financieel adviseurs gemeenten
p.m.
Platformbijeenkomst
25 januari 2023
Behandeling in AB
16 februari 2023
Einde reactietermijn (zienswijze) voor gemeenten
1 maart 2023
Vaststelling AB kadernota incl. zienswijzenota
6 april 2023
Avri - Kadernota 2024 - pagina 3 van 19
2 2.1
Visie en hoofddoelen Visie Avri
Samen met onze inwoners (ruim 102 duizend huishoudens) en de 8 gemeenten werken wij voor en met de regio aan een schoon, veilig, duurzaam en circulair Rivierenland. Avri stelt zich voor 2025 tot doel: “Trots op Rivierenland door samen te werken aan een schone leefomgeving”. Avri wil zich steeds meer inzetten als een brede maatschappelijke dienstverlener; passend bij een veranderende maatschappij. 2.2
Landelijke ontwikkelingen
De wetgeving en de maatschappelijke ontwikkelingen worden onder andere ingegeven door: Aangescherpte beleidsambities van Rijk en gemeenten (o.a. Bestuursakkoorden); Strengere normen en financiële prikkels (heffingen, wet- en regelgeving); Meer samenhangende of samenvallende normen (o.a. CO2-heffing, energieverbruik gebouwen en transport); Hogere kosten door groeiende spanningen in de wereld en cao ontwikkelingen; Grilligere grondstofopbrengsten door marktontwikkeling, zowel op de Europese als op de wereldmarkt; Inwoners willen over het algemeen goed afval scheiden maar vinden het ingewikkeld.1 Er is behoefte aan meer inzicht in de afvalketen, het proces, het waarom, de werkwijze, de kosten en opbrengsten. Een totaal overzicht van de wettelijke en beleidskaders staat in bijlage 1. 2.3
Rol van Avri
Door alle ontwikkelingen is er behoefte aan een trendbreuk met het verleden: een koerswijziging van lineaire afvalinzamelaar naar circulaire ketenpartner.
1
Resultaten inwonersonderzoek 2022 Avri - Kadernota 2024 - pagina 4 van 19
Hierdoor verandert de rol en positie van Avri: de focus komt te liggen op draagvlak bij inwoners, partnerschap in de keten, efficiëntie en een data gestuurde bedrijfsvoering. In het AB van 14 oktober 2021 is een concept strategisch koersplan 2021-2025 besproken. Hierin zijn de uitdagingen en ontwikkelingen vertaald naar opgaven voor de komende jaren en manieren om die te kunnen realiseren. Samen met de uitkomsten uit de houtskoolschets moet dit leiden tot een breed gedragen strategisch koersplan voor Avri.
De uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit zijn veelomvattend, zie de afbeelding hierboven. De grondstoffentransitie en het klimaat – en energiebeleid zijn thema’s die de taken van Avri direct raken. Tegelijkertijd is een wendbare, robuuste en voorspelbare bedrijfsvoering nodig om te blijven voldoen aan de behoeftes van gemeenten en inwoners. Daarbij is een solide personeelsbestand een vereiste. Wij willen een aantrekkelijke werkgever zijn, ons huidige personeel aan ons binden en nieuw personeel aantrekken. In hoofdstuk 4 vertellen wij hoe wij dit willen bereiken.
2.4
Onze opgaven voor de komende vijf jaren
Doen wat wij altijd deden, is geen optie meer. Toch klinkt vanuit de gemeenteraden weleens het geluid dat Avri alleen afval zou moeten ophalen en afvoeren. Logisch, als je bedenkt dat Avri in 1989 is opgericht om afval te verwijderen. Het verwijderen van afval was decennialang voldoende en precies wat wij wilden. Anno 2024 kennen wij veel natuur- en milieuproblemen, die zijn terug te voeren op onze verspillende omgang met grondstoffen. Daarom werken wij toe naar een circulaire economie; van verwijderen naar repareren, hergebruiken en recyclen, van afval naar grondstof. Maar, welke verantwoordelijkheid hebben gemeenten daar nu in? Welke beleidsruimte is er? Hoe geven zij Avri samen vorm? Daarom is in 2022 samen met de gemeenten nagedacht over de toekomst van Avri, naar aanleiding van de motie Houtskoolschets. Onder deze noemer brengen de gemeenten van regio Rivierenland samen de toekomstige richting van Avri in kaart. Het jaar 2023 is gebruikt om de uitkomsten van de Houtskoolschets te vertalen naar een advies. Dit advies staat klaar voor integratie in het strategisch koersplan, zodat dit plan kan worden vastgesteld. Daarmee legitimeren gemeenten samen de koers die Avri in 2024 vaart.
Avri - Kadernota 2024 - pagina 5 van 19
2.5
Wijziging wet gemeenschappelijke regeling (Wgr)
De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen is op 1 juli 2022 in werking getreden. Doel van de wijziging is om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden te versterken. Alle gemeenschappelijke regelingen moeten door deze wetswijziging gewijzigd worden en zo ook die van Avri. De GR moet uiterlijk op 1 juli 2024 de wijzigingen die voortvloeien uit de Wgr hebben geïmplementeerd.
Avri - Kadernota 2024 - pagina 6 van 19
3 3.1
Ontwikkelingen en strategie Ontwikkeling op hoofdlijnen
De grote maatschappelijke opgaven waar de gemeenten en Avri voor staan, zijn niet los van elkaar te zien, met name de grondstoffentransitie en het klimaat- en energiebeleid. De grondstoffentransitie raakt het beleid van Avri in de kern van haar activiteiten, zoals in de vorige hoofdstuk te lezen is. In dit hoofdstuk gaan wij in op wat Avri in 2024 wil bijdragen aan deze maatschappelijke opgaven. Naast de uitdagingen die Avri heeft om bij te dragen aan de grondstoffentransitie, raken andere grote vraagstukken ook direct en indirect Avri en haar gemeenten. Het klimaatbeleid is met name belangrijk bij de taken die Avri uitvoert in de openbare ruimte. De energietransitie heeft voornamelijk gevolgen voor de bedrijfsvoering van Avri, zoals het verduurzamen van het wagenpark en de (kantoor)panden (zie hoofdstuk 4). Tot slot verandert de rol van onze handhavers en deze rol schuift steeds meer op naar de politietaken. De vraagstukken zijn groot en alleen samen met elkaar kunnen gemeenten en Avri zoeken naar een oplossingsrichting. 3.2
Grondstoffentransitie
Het basispakket dat Avri uitvoert voor alle 8 gemeenten heeft een directe relatie tot de grondstoffentransitie. Door een gezamenlijke aanpak is Avri in staat om namens en voor alle regiogemeenten deze uitdaging aan te gaan. Landelijk Afvalstoffenplan (LAP3) Het beleid voor veilige en hoogwaardige verwerking van afvalstoffen in Nederland is opgenomen in het Landelijk Afvalstoffenplan 3 (LAP3). In LAP3 wordt ruimte geboden voor het circulair maken van afval- en grondstofstromen. Maar ook de vraag: wanneer is iets afval of een secundaire grondstof, wordt beantwoord. Ook is bronscheiden opgenomen als voorkeursroute in LAP3. De wettelijke gronden op basis waarvan een gemeente af kan wijken van het verplicht gescheiden inzamelen van metaal, glas, kunststof en bioafval van huishoudens (gft) zijn nader uitgewerkt in LAP3. Dit betekent dat bronscheiden de norm is voor álle huishoudens en iedere afwijking aan de wettelijke gronden moet voldoen. Ook het beleid van de gemeenten richt zich steeds meer en concreter op circulariteit. Het LAP3 loopt tot eind 2024. Circulair materialenplan 1 (CPM1) Nieuwe beleidsontwikkelingen op het gebied van afval en grondstoffen van het Rijk zullen vanaf 1 januari 2025 vastgelegd worden in Circulair materialenplan (CMP1). Want een circulaire economie vraagt niet alleen om goed afvalbeheer maar circulariteit tot aan het eind van de keten.
De staatssecretaris wil met het CMP de reikwijdte van het huidige LAP uitbreiden, met meer sturing op de hogere treden van de afvalhiërarchie die van belang zijn voor een circulaire economie, zoals hergebruik en preventie. Daarnaast moet het CMP een steviger juridische basis krijgen, zonder flexibiliteit te verliezen, zodat het vaker direct juridisch bindend is. Het CMP heeft als doel innovatie voor een circulaire economie te stimuleren door ambitieuze normen vast te leggen, maar bedrijven ook uit te dagen of te belonen om beter te presteren dan deze minimumstandaarden voor verwerking van afval. Nieuwe regionale visie Binnen de landelijke beleidskaders is het eigen beleid (de Regionale visie Van Afval Naar Grondstof tot 2024 2) vastgesteld inclusief het bijbehorende Regionale Beleidsplan Van Afval Naar Grondstof ,versie 17 juli 2017. In onze regio zien wij een sterke verlaging van de hoeveelheid restafval (in 2021: fijn en grof 79 kg per inwoner) en zamelen wij meer grondstoffen in. Landelijk was in 2020 de hoeveelheid restafval per inwoner 170 kg per
2
AB 7 juli 2022 Avri - Kadernota 2024 - pagina 7 van 19
jaar3. De regio is op de goede weg en daarom zal een nieuw grondstoffenplan voor na 2024 voorbereid worden, mede in relatie tot het nieuwe CMP. Het doel van het plan blijft de preventie van afval, een verdere reductie van het restafval, inzameling van zo schoon mogelijke grondstoffen. De regionale doelstelling zal in dit plan overeenkomen met de landelijke doelstelling om maximaal 30 kg restafval per inwoner te produceren. De verwachting dat dit doel pas na 2025 gehaald zal worden. Verwerking grondstoffen Naast de landelijke en regionale beleidsontwikkelingen hebben de marktontwikkelingen een steeds grotere invloed op de begroting van Avri. De huidige makro-economische ontwikkelingen versterken dit effect steeds meer. Daarnaast zal naar verwachting het Rijk meer sturen via de hoogte van de verbrandingsbelasting en de CO2 – heffing, wat leidt tot meer kosten. Als tegenhanger tegen deze hoge kosten, wordt de producentenverantwoordelijkheid verder uitgebreid, zoals voor textiel en incontinentiemateriaal. En de wetgeving die verplicht om in nieuwe producten meer gerecyclede grondstoffen te gebruiken, zal mogelijk een hogere opbrengst van grondstoffen stimuleren. Voor de verwerking van grondstoffen heeft in 2023 een strategische verkenning plaatsgevonden met als doel om ons minder afhankelijk te maken van de (wereld)markt.
Met name voor de verwerking van gft en pdb is verregaand onderzocht welke kansen er liggen. Het onderzoek is breed ingestoken en richt zicht op de verwerkingswijze, de samenwerkingsvorm, regionale samenwerking en de rol van Avri in de keten. De uitkomsten van dit onderzoek, zullen richting geven over mogelijke nieuwe of andere verwerkingsmethoden of verwerkers. Milieustraten In 2023 is gestart met het opknappen van de milieustraten. Een probleem hierbij blijft het ruimtegebrek (en daarmee het risico op onveiligheid en klachten) op de huidige locaties. De situatie is urgent, actie is dringend gewenst en staat daarom op de prioriteitenlijst van het AB. Avri heeft daarom een verkennend onderzoek laten uitvoeren naar het huidige functioneren van de milieustraten, de ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het functioneren van de milieustraten en de spreiding van de milieustraten in Rivierenland. Het rapport geeft inzicht in de stand van zaken van de verschillende milieustraten en beschrijft mogelijkheden om de milieustraten toekomstbestendig te maken. In het rapport wordt een aantal niveaus genoemd waar een milieustraat zich naartoe kan ontwikkelen. Dat begint met een basisniveau milieustraat tot aan het aanpassen van een milieustraat tot een circulair ambachtscentrum met afvalpreventie en circulariteit.
Om per milieustraat goed in beeld te brengen wat haalbaar en wenselijk wordt geacht, is verdiepend onderzoek nodig om een concreet voorstel aan het bestuur te kunnen doen. 3.3
Inwoners en grondstoffenscheiding
Inwoners zijn heel belangrijk om de maatschappelijke vraagstukken op te lossen en zij hebben een grote rol in het succes van de grondstoffenscheiding. Uit het inwonersonderzoek kwam duidelijk dat inwoners dat ook graag willen, maar nog wel vragen hebben over hoe ze kunnen bijdragen. Daarom wil Avri de inwoners graag ondersteunen met de vragen die ze hebben over grondstoffenscheiding. Dit willen wij doen door de inwoners achtereenvolgens te informeren, motiveren, controleren, waarschuwen en verbaliseren. Avri zal met iedere beleidswijziging eerst starten met het informeren, motiveren en soms controleren van de inwoners. Dit doen wij door het aanbieden van communicatiemiddelen en de inzet van de afvalcoaches. Mocht dat onvoldoende resultaat geven, dan kan handhaving worden ingezet. De Boa’s zullen dan waarschuwen en waar nodig verbaliseren op basis van de Afvalstoffenverordening.
3
Bron milieu centraal Avri - Kadernota 2024 - pagina 8 van 19
3.4
Klimaatbeleid
De opwarming van het klimaat heeft invloed op de buitenruimte. Daarom krijgen in de nieuwe Omgevingswet biodiversiteit en klimaatadaptatiebeleid een belangrijke plek. Grote klimatologische veranderingen, zoals extreme droogte of juist zware piekbuien, moeten zo veel als mogelijk middels een klimaatadaptief beheer worden opgevangen. Voor gemeenten betekent dit dat zij hiervoor een vertaling moeten maken naar de openbare ruimte en het beheer en onderhoud daarvan. Het anders inrichten en beheren van hemelwatervoorzieningen, bermen en sloten, het anders beheren van grasvelden, perken en plantsoenen en zelfs bomen zijn daarin actuele thema’s. Voorspellingen geven namelijk aan dat diverse boomsoorten op termijn (+/- 20 jaar) gaan verdwijnen uit het Nederlandse straatbeeld. Dit zal ook zijn weerslag krijgen op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Naast de veranderingen in het beheer is de inschatting van Avri dat de openbare ruimte zelf ook zal veranderen. Deze klimaatontwikkeling vraagt van Avri steeds vaker inzet om de openbare ruimte veilig te houden. Denk aan de inzet buiten werktijd bij een storm of hevige regen of sneeuw. Naast het planmatig onderhouden van de openbare ruimte, moet Avri steeds vaker inspelen bij calamiteiten door onvoorziene invloeden. Deze aanstaande verschuivingen zullen ook inwoners opmerken.
Avri kan gemeenten hierin ondersteunen door mee te denken en te helpen in de voorlichting op dit thema met betrekking tot het dagelijks beheer van de openbare ruimte. 3.5
Energiebeleid
Nederland werkt aan een energiesysteem waarbij nauwelijks nog CO2 vrij komt. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam en CO2-neutraal zijn. Een overgang naar een duurzame energievoorziening is belangrijk om klimaatverandering tegen te gaan. Ook zijn er in Nederland steeds minder fossiele brandstoffen, vooral aardgas, beschikbaar. En wil Nederland niet volledig afhankelijk zijn van energie uit andere landen. In het Klimaatakkoord is afgesproken om ernaar te streven dat in 2030 het aandeel hernieuwbare elektriciteit in de totale elektriciteitsproductie 70% is. Avri wil graag haar materieel, het wagenpark en haar (kantoor)panden verduurzamen, zie hoofdstuk 4. Daarnaast draagt Avri bij aan deze energietransitie door samen te werken met Betuwe Wind en Avri Solar. 3.6
Handhaving, schoon heel en veilig
Landelijke ontwikkelingen In 2021 is structureel € 25,5 miljoen voor alle gemeenten vrij gemaakt specifiek voor toezicht en handhaving door boa's4. Met deze structurele middelen kunnen ook handhavingsorganisaties in gemeenten met goed werkgeverschap verder geprofessionaliseerd worden. Hiertoe worden in de 'Gezamenlijke actieagenda gemeentelijke handhaving 2022-2024' van de VNG concrete acties opgenomen. Daarnaast is er ook geld beschikbaar voor regionale en gemeentelijke aanpakken met daarin aandacht voor preventie en domeinoverstijgende samenwerking tussen overheids- en private partners. Regionale samenwerking Avri kan voor iedere gemeente maatwerk leveren waarbij het handhavingsbeleid van de gemeente wordt uitgevoerd. Continue is Avri bezig om de inzet van de handhaving bij de gemeenten te kunnen waarborgen. De landelijke ontwikkelingen vragen een ander inzet en meer samenwerking met de politie. En wij spelen zoveel mogelijk in op de gemeentelijke wens om handhaving in te zetten voor (mogelijk) meer taken. De inzet van onze handhavers tijdens de pandemie is daar een voorbeeld van.
4
Meer inzet mogelijk op ondersteuning boa’s | VNG Avri - Kadernota 2024 - pagina 9 van 19
In het licht van deze ontwikkelingen zijn wij in 2022 gestart met het inventariseren van de (nieuwe) wensen van de gemeenten en de mogelijke financiële consequenties. Dit overleg heeft op bestuurlijk en ambtelijk niveau plaatsgevonden en zal meegenomen worden in de begroting voor 2024. Wij willen ook in overleg met de gemeenten die de handhaving van de APV niet bij Avri in het pluspakket opgenomen hebben. Regionaal samenwerken met onze gemeenten in handhaving in de openbare ruimte5 geeft de volgende voordelen: Schaalgrote is financieel aantrekkelijk. Minder kwetsbaar Opleidingen centraal geregeld Wetgeving (WPG audit) Uitwisselen handhavers bij evenementen of calamiteiten Backoffice- taken centraal organiseren (kennisbank) Robuuste taak regionaal Door regionaal samen te werken is het mogelijk om sterker in te zetten op personeelsbeleid (zie hoofdstuk 4), projectmatig werken en het inrichten van juridische ondersteuning en advisering. Hiermee waarborgen wij dat er voldoende kennis is en blijft van de (veranderende) complexe wetgeving (zoals de Wet politiegegevens en de Algemene Verordening Gegevensbescherming) in relatie met de kwaliteit van de dienstverlening.
5
BOA domein 1, daar horen o.a. de volgende functie bij: Parkeercontroleur, APV-controleur, Gemeentelijk opsporingsambtenaar, Controleur openbare ruimte. Avri - Kadernota 2024 - pagina 10 van 19
4
Bedrijfsvoering
De ontwikkelingen die in deze kadernota zijn beschreven, hebben invloed op de begroting van Avri. Wij willen de financiële stabiliteit en de continuïteit in de bedrijfsvoering waarborgen. In dit hoofdstuk gaan wij in op de meest relevante thema’s; het weerstandsvermogen, efficiënte bedrijfsvoering en de duurzame inzet van medewerkers. De overige financiële kaders en financieel-technische uitgangspunten zijn verwerkt in bijlage 2 en zijn een onlosmakelijk onderdeel van deze kadernota 2024. 4.1
Verduurzamen bedrijfsvoering
Een duurzame bedrijfsvoering draagt bij aan de doelen die Avri zichzelf stelt. De energietransitie (zie hoofdstuk 3) heeft de belangrijkste relatie met de verduurzaming van de bedrijfsvoering. Met data gestuurd werken liggen er kansen om efficiënter te gaan rijden en het aantal inzamelkilometers te verkleinen. En hiermee de CO2-uitstoot te beperken. Wij zoeken een optimum tussen de best beschikbare milieuvriendelijke techniek en de garantie van bedrijfszekerheid. Wij denken hierbij aan het verduurzamen ons wagenpark door over te schakelen op elektrische en hybride aandrijvingen. Wij willen elektrisch rijden waar het kan (personenwagens, bestelbussen en/of veegmachines) en hybride waar het noodzakelijk is (inzamelvoertuig op groengas en een elektrische opbouw). Hierbij kijken wij wat de mogelijkheden binnen onze bedrijfsvoering en daarbuiten. De mogelijke komst van een acculaadplein op het terrein van Avri kan bijv. de ontwikkeling van een elektrisch wagenpark versnellen. Uiteraard volgen wij de ontwikkelingen die te maken hebben met waterstof-aandrijvingen. 4.2
Efficiënte bedrijfsvoering
Maatschappelijke behoeftes, maar ook wettelijke ontwikkelingen, zijn bepalend voor de wijze waarop wij de bedrijfsvoering bij Avri kunnen vormgeven en ambities kunnen realiseren. Het vraagt erom dat wij flexibel meebewegen om in de toekomst op efficiënte wijze te kunnen blijven werken aan circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit, gebaseerd op een voldoende robuuste bedrijfsvoering. Ook datagestuurd werken zal in 2024 bijdragen aan een efficiëntere uitvoering. Evenals voorgaande jaren richten wij ons binnen de bedrijfsvoering op het verhogen van onze bedrijfsefficiency en het verkleinen van onze bedrijfsvoeringsrisico's. Dat willen wij bereiken door o.a. een effectieve en flexibele organisatie-inrichting en informatiehuishouding te creëren (o.a. optimalisatie van processen en systemen), waarbij de behoefte van de inwoner voorop staat. Daarnaast ervaren wij steeds meer en steeds complexere wettelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op onze bedrijfsvoering. Voorbeelden hiervan zijn veranderende of toegenomen wetgeving zoals de Wet open overheid (WOO) en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV)), informatiebeheer en -beveiliging en vennootschapsbelasting. Om hieraan te kunnen blijven voldoen, risico’s te beheersen en continuïteit te kunnen waarborgen moeten wij investeren in onze bedrijfsvoering om deze robuuster in te richten.
Dit doen wij door het harmoniseren, beschrijven, automatiseren en digitaliseren van onze bedrijfsprocessen en -systemen. Dankzij mobiele apparatuur als boordcomputers, tablets en het gebruik van apps streven wij ernaar om de bedrijfszekerheid en robuustheid vergroten. En ons kantoorpersoneel kan tijd- en plaats onafhankelijk werken. Tegelijkertijd werken wij aan de transparantie en openheid van Avri en verbinding met onze inwoners. 4.3
Duurzaam inzetbare medewerkers
In de huidige arbeidsmarkt is de vraag naar personeel groter dan het aanbod. Avri kan haar taken alleen uitvoeren als wij bestaande medewerkers (blijvend) aan ons binden en voor nieuwe medewerkers aantrekkelijker worden. Met de boodschap dat Avri-medewerkers meewerken om de wereld mooier maken en te houden, willen wij meer medewerkers voor de organisatie behouden en nieuwe medewerkers aantrekken. Avri - Kadernota 2024 - pagina 11 van 19
Duurzaam inzetbare medewerkers zijn hierbij belangrijk; gezonde en vitale medewerkers die veilig en met bezieling aan het werk zijn. Wij hebben immers elke collega nodig. Wij stellen een strategische personeelsplanning op met thema’s als vitaliteit, een lerende organisatie, afwisselend werk en veiligheid. Een voorbeeld is de inzet van de handhavers voor de Afvalstoffenverordening én de Algemene Plaatselijke Verordening. Juist door de combinatie van deze twee taken, kan Avri een interessante werkgever zijn voor de Boa’s. Daarnaast zoeken wij de balans tussen vaste medewerkers en een flexibele schil van personeel. Door de flexibele schil aan ons te binden, zonder de flexibiliteit lost te laten, blijven wij efficiënt werken. 4.4
Weerstandsvermogen
Om weerstand te kunnen blijven bieden tegen de toenemende grilligheid en het tarief afvalstoffenheffing te stabiliseren is financiële stabiliteit een vereiste. Hoewel de deelnemende gemeenten garant staan voor Avri willen wij de continuïteit van onze bedrijfsvoering in de begroting van Avri waarborgen en beschikken over voldoende financiële middelen om deze robuuster en wendbaarder te maken. Wij constateren echter dat de risico’s voor Avri toenemen doordat de begroting steeds meer afhankelijk is van marktmechanismes. Prijsontwikkelingen op de grondstoffenmarkt en effecten van scheidingsgedrag (o.a. vervuiling) zijn actuele risico’s die impact hebben op de afvalstoffenheffing en financiële resultaten. Tegelijkertijd hebben de gemeenten de behoefte geuit om het tarief afvalstoffenheffing zo stabiel mogelijk te laten zijn. Het beschikken over voldoende weerstandscapaciteit creëert een buffer voor het opvangen van mee- en tegenvallers en vermindert hiermee de invloed van de financiële risico’s op het tarief afvalstoffenheffing, doordat tegenvallers door de GR kunnen worden opgevangen.
In de zienswijzen op de kadernota 2023 hebben de gemeenten aangegeven zich te kunnen vinden in de opbouw van het weerstandsvermogen tot het niveau waarop enerzijds de gekwantificeerde risico’s kunnen worden afgedekt en anderzijds de overdracht van de stortplaats op basis van de huidige uitgangspunten (per 2034) mogelijk wordt gemaakt. Op dit moment is het weerstandsvermogen hiertoe nog niet toereikend. De provincie heeft dit in haar jaarlijkse brief over het toezichtsregime (n.a.v. de begroting 2023 en de jaarstukken 2021) ook opgemerkt en merkt hierbij op dat de deelnemende gemeenten hier rekening mee moeten houden in hun eigen risicoparagraaf.
Avri - Kadernota 2024 - pagina 12 van 19
BIJLAGEN
Avri - Kadernota 2024 - pagina 13 van 19
Bijlage 1.1 : Wet- en beleidskaders – Landelijk
Avri - Kadernota 2024 - pagina 14 van 19
Bijlage 1.2: Wet- en beleidskaders - Regionaal Naast wet- en regelgeving (zoals de Gemeentewet, Wet Milieubeheer en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen) zijn de volgende beleidskaders op Avri van toepassing in 2024: • • • •
Landelijk Afvalbeheer Plan 2017 - 2023 (LAP), verlengd tot eind 2024; Uitvoeringsprogramma VANG (Van Afval Naar Grondstof) 2013 - 2025; Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020 – 2029 Kwijtscheldingsregeling (2012)
Landelijk beleidskader: Afvalbeheer Plan (LAP3) In het Landelijk Afvalbeheer Plan (hierna: LAP) zijn de landelijke uitgangspunten neergelegd op het gebied van afvalpreventie, recycling en afvalverwerking in Nederland. Het nationale programma is in 2014 door het kabinet ontwikkeld om de transitie naar een circulaire economie verder te stimuleren, en gemeenten aan te zetten tot minder restafvalproductie door middel van betere afvalscheiding. Gemeenten mogen in 2025 nog maar 30 kilo restafval per inwoner per jaar produceren. Regionaal beleidskader: Regionale Visie Afval en Grondstoffen In het kader van de landelijke doelstellingen om in 2025 30 kilo restafval per persoon per jaar te produceren, is er een Regionale Visie Afval en Grondstoffen opgesteld. Deze visie is als leidend kader door het AB van Avri op 7 juli 2022 vastgesteld. In deze visie zijn de ambities en doelstellingen van de gemeenten van regio Rivierenland op het gebied van afval- en grondstoffenbeheer voor 2017-2024 geformuleerd. Belangrijkste ambities die in deze visie worden opgenomen zijn het inzetten op afvalpreventie, een stevige reductie van het restafval en een fors meer gescheiden inzameling van grondstoffen bij huishoudens.
Uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG) In 2019 is het nieuwe beleid ingevoerd waarbij de doelstelling van de gemeenten is om per 2020 maximaal 75 kg restafval per inwoner te produceren. Om dit te bereiken is gedurende 2019 een comfortprikkel ingevoerd, naast de bestaande prijsprikkel (betalen per aanbieding restafval). De inwoners van de acht regiogemeenten brengen hun restafval zelf naar een ondergrondse container in de buurt. Inwoners in de buitengebieden behouden hun minicontainer aan huis voor restafval maar die wordt minder vaak geleegd. De uitvoering en effecten van het beleid worden continue gemonitord en waar mogelijk en in overleg met inwoners en gemeenten bijgesteld. Hiervoor wordt zo nodig flankerend beleid opgesteld. Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020-2029 In de Raamovereenkomst verpakkingen zijn door de VNG, het verpakkende bedrijfsleven en het ministerie van Infrastructuur en Milieu nieuwe afspraken gemaakt over de inzameling en recycling van verpakkingen. De ROV loopt af op 31 december 2022. Aanvullend is de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020 – 2029 getekend. In de Ketenovereenkomst staan afspraken ter aanvulling en opvolging van de Raamovereenkomst. De Ketenovereenkomst is gesloten tussen het Afvalfonds Verpakkingen (AFV) en de VNG.
In de Ketenovereenkomst zijn modellen voor de inzameling en/of recycling van kunststof verpakkingsafval, metalen verpakkingsafval en drankenkartons opgenomen waar een gemeente uit kan kiezen. Afspraken uit de Raamovereenkomst over de vergoedingen en regie van de materiaalsoorten glas, papier en karton en hout worden gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst gecontinueerd totdat VNG en AFV andere afspraken maken. Uiterlijk voor het einde van de Raamovereenkomst leggen VNG en AFV nieuwe afspraken vast over de regie en vergoedingen van deze verpakkingsmaterialen voor de periode 2023-2029.
Avri - Kadernota 2024 - pagina 15 van 19
Bijlage 2: Financiële kaders en uitgangspunten Financiële kaders en uitgangspunten Bij de samenstelling van de begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 wordt binnen de bestaande wet- en regelgeving rekening gehouden met onderstaande eigen financiële beleidskaders van Avri: • Financiële verordening Gemeenschappelijke Regeling Avri 2016; • Bijdrageverordening Avri 2016; • Verordening afvalstoffenheffing Avri; • Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen Avri 2017; • Nota Reserves en Voorzieningen Avri 2017; • Treasurystatuut Avri 2016; • Nota activabeleid Avri 2018; Naast de genoemde financiële kaders vormt de vastgestelde (gewijzigde) begroting 2023 van Avri de basis voor de nog op te stellen begroting 2024, waar de ontwikkelingen uit de voorliggende kadernota 2024 in worden verwerkt. 1. Afvalstoffenheffing Zoals opgenomen in de Bijdrageverordening Avri 2016 vindt de verrekening van zowel de kosten als de opbrengsten (Afvalstoffenheffing) plaats op basis van het aantal inwoners van de regiogemeenten. De inwoneraantallen voor 2024 worden gebaseerd op de inwoneraantallen per 1 januari 2023 (bron: Centraal Bureau voor de Statistiek). In de begroting van het basispakket worden de kosten gedekt door de afvalstoffenheffing. Deze bestaat uit een basistarief en variabele tarieven (o.b.v. aanbiedvolume en aantal aanbiedingen restafval).
De huidige verhouding tussen het basisdeel en variabel deel is 91%-9%. 2. Aantal aanbiedingen restafval In juli 2019 is overgegaan naar nieuw beleid. In 2020 zijn wij opgeschrikt door corona krijgen wij een vertekend beeld van de daadwerkelijke effecten ten opzichte van wat wij voorafgaand aan de beleidswijziging hadden voorspeld. Gelukkig zien wij een voorzichtige daling van de hoeveelheid restafval. Uitgangspunt voor het aantal aanbiedingen restafval is een gemiddeld aanbod van 60 kg. restafval per inwoner, conform begroting 2022 en 2023. Bij de begrotingswijziging 2024 wordt dit bijgesteld naar een actuele inschatting (op basis van een combinatie van gegevens van BSR en de gemiddelde groei in de regio). 3. Kwijtschelding Om de afvalscheiding ook onder deze groep bewoners te bevorderen, zal het maximum bedrag van kwijtschelding op het variabele tarief worden herzien. In de begroting 2024 zal een betere verhouding tussen de hoogte van de kwijtscheldingen en de werkelijke gemiddelde inworpen/aanbiedingen restafval voorgesteld worden. 4. Pluspakket Avri heeft inmiddels meer taken ondergebracht in het pluspakket. Deze worden, wanneer het gaat over afval, in het bestuur voor besluitvorming voorgelegd. Taken vanuit Handhaving en IBOR zijn voorbehouden aan de opdrachtverstrekkende gemeenten en verwerkt in de dienstverleningsovereenkomst (DVO) tussen Avri en de gemeenten.
Voor de begroting hanteert Avri, naast de in deze kadernota genoemde kaders, de geldende DVO’s als uitgangspunt. 5. Indexering De onderstaande indexering is een inschatting die gemaakt is ten tijde van het opstellen van deze kadernota 2024. Van het moment van opstellen (oktober 2022) tot definitieve besluitvorming (juli 2023) kan het zijn dat uitgangspunten die nu legitiem lijken, dan anders zijn. Avri - Kadernota 2024 - pagina 16 van 19
5.1. Uitgangspunten De controllers van de Rivierenlandse gemeenschappelijke regelingen (GR-en) hebben in oktober afspraken gemaakt over de systematiek van het in de begroting verwerken van de verwachte prijs- en salariskostenstijgingen en de hierbij gewenste onderlinge harmonisering. Als uitgangspunt is hierbij gekozen om voor de indexatie van de lonen en prijzen uit te gaan van de in de septembercirculaire van BZK opgenomen CPB indexcijfers. Voor de verwachte salariskosten betreft dat de ‘loonvoet sector overheid’ aangevuld met de verwachte stijging van de sociale premies (CPN MEV). Voor de verwachte prijsstijgingen betreft dat de ‘prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)’. Om dit CPB prijsniveau te verwerken in onze begrotingen worden ook de oude jaren, indien nodig, gecorrigeerd en daarmee op het juiste prijsniveau gebracht. Bovenstaande uitgangspunten worden voor de Avri als volgt uitgewerkt: 5.2. Indexering salarissen Voor de lonen wordt als basis de laatst bekende CAO gehanteerd. De huidige CAO heeft een looptijd tot 31 december 2022. Vanaf 2023 wordt daarom aansluiting gezocht bij de door het CPB geraamde stijging van de lonen (loonvoet sector overheid. Hierin wordt ook de correctie op het jaar 2023 meegenomen.
Daarnaast wordt voor de stijging sociale lasten, conform de middellange termijn verkenning van het CPB (maart 2022) een stijging sociale premies opgenomen van 0,2%. De loonkostenindexering wordt dan: Correctie 2023: Loonindex begroting 2023 (conform kadernota 2023): Loonvoet sector overheid (sept circ 2022) : Correctie loonindex 2023:
2,75% 3,30% 0,55%
Index 2024: Loonvoet sector overheid (sept circ 2022): Prognose stijging sociale premies:
4,20% 0,20%
Totale loonkostenindex 2024:
4,95%6
De recente inflatoire ontwikkelingen gekoppeld aan de afgesloten CAO’s van het Rijk (april 2022-juni 2024) en de provincie (jan-22-dec23) maken dat wij verwachten niet met de totale indexering op de loonkosten 2023 (3,3%) uit te komen. Wij zullen daarom de loonindexering voor 2023 (en 2024) conform de CAO corrigeren. Wij verwachten dat dit in de begroting 2024 kan worden verwerkt. Mocht de CAO langer op zich laten wachten dan zal deze correctie worden verwerkt bij de bestuursrapportage 2024. 5.3. Prijsindexering kostenbudgetten De prijsindexering wordt tevens toegepast conform de door het CPB opgestelde cijfers zoals opgenomen in de septembercirculaire 2022. Om de budgetten op het niveau van 2024 conform het CPB te brengen moeten wij daarvoor ook het jaar 2023 corrigeren.
6
= 0,55 + 4,20 + 0,20 Avri - Kadernota 2024 - pagina 17 van 19
Correctie 2023: Prijsindex begroting 2023 (conform kadernota 2023): Prijs overheidsconsumptie (imoc) (sept circ 2022): Correctie prijsindex 2023:
1,50% 5,90% 4,40%
Index 2024: Prijs overheidsconsumptie (imoc) (sept circ 2022):
2,40%
Totale prijsindex 2024:
6,80%7
Voor het uit te besteden werk voor de IBOR-taken is sprake van branche-specifieke marktwerking. De GWW sector verwacht aankomende jaren bij de aanbestedingen een kostenstijging van ca. 7% per jaar. Op het moment dat er nieuwe contracten moeten worden afgesloten betekent dit dat rekening gehouden moet worden met hogere kosten in de komende jaren die verwerkt zullen worden in de begroting, zoals ze zich voordoen.
7
= 4,40 + 2,40 Avri - Kadernota 2024 - pagina 18 van 19
Avri - Kadernota 2024 - pagina 19 van 19