CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

D03 Bijlage 1 agendapunt 7.2a AB voorstel inzameling incontinentiemateriaal v2.pdf

Lijst ingekomen stukken 2 maart 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: D: D Voor kennisgeving aannemen3.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan Vergadering Agendapunt Van

: : : :

Onderwerp

:

Algemeen Bestuur 11 februari 2021 7.2, ter besluitvorming Dagelijks Bestuur Gescheiden inzameling incontinentiemateriaal en babyluiers

Voorstel 1. Per gemeente uiterlijk 31 maart 2021 een besluit te nemen om vanaf 1 januari 2022 te starten met de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal (en babyluiers), het materiaal duurzaam te laten verwerken door ARN en Avri een contract aan te gaan met ARN voor 5 jaar. 2. Per gemeente een keus te maken uit twee verschillende inzamelsystemen of een combinatie hiervan: a. Brengvoorzieningen in de openbare ruimte: semi-ondergrondse containers met toegangscontrole voor zowel incontinentiemateriaal als babyluiers, waarbij speciale zakken worden verstrekt waarin inwoners het materiaal moeten aanleveren. b. Huis-aan-huisinzameling: 2-wekelijkse inzameling met een minicontainer van 240 liter voor inwoners met incontinentiemateriaal die zich hiervoor aanmelden, waarbij speciale zakken worden verstrekt waarin inwoners het materiaal moeten aanbieden in hun container. c. Combinatie tussen brengvoorzieningen in de openbare ruimte en huis-aan-huis inzameling. 3. De kosten voor deze gescheiden inzameling op te nemen in een pluspakket. 4. In te stemmen met het beschikbaar stellen van een investeringskrediet van maximaal €850.000 voor de benodigde inzamelmiddelen, onder voorbehoud van goedkeuring door de gemeenteraad van de individuele gemeenten.

Inleiding Tijdens het AB van 4 juli 2019 is de businesscase voor de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal besproken. Het AB heeft besloten dat de inzameling van incontinentiemateriaal (en babyluiers) een taak is voor in het pluspakket. Elke individuele gemeenteraad kan zelf een besluit nemen of ze hier gebruik van willen maken of niet. Zij kunnen ervoor kiezen om deze kosten met hun inwoners te verrekenen als opslag van de afvalstoffenheffing. Op 4 juli 2019 had de ARN nog geen besluit genomen om hun verwerkingscapaciteit van incontinentiemateriaal en babyluiers uit te breiden. Een aantal gemeenten hebben daarom tijdelijk gekozen voor andere regelingen of inzamelmethodieken. Zo hebben Maasdriel, Tiel, West-Betuwe en Zaltbommel een financiële regeling in het leven geroepen. Gemeente Neder-Betuwe is per 1 maart 2020 gestart met een pilot waarbij incontinentiemateriaal aan huis wordt ingezameld. Gemeente West Maas en Waal is op 1 juli 2019 begonnen met de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal en babyluiers via verzamelcontainers in de openbare ruimte. Dit materiaal wordt daar afgevoerd als restafval. In bijlage 1 vindt u de evaluatie van de verschillende pilots.

Hierbij kijken we naar de invulling van de regeling/de inzamelmethodiek, het aantal aanmeldingen (bereik) en/of de ingezamelde hoeveelheid, de kosten, de mogelijke milieuwinst en het maatschappelijke effect van de verschillende regelingen/systemen. Sinds het besluit van 4 juli 2019 hebben we door middel van deze pilots nieuwe inzichten verworven, waardoor we de businesscase opnieuw tegen het licht moesten houden. De lessen die we hebben geleerd uit deze pilots nemen we dan ook mee, om bij deze opnieuw een voorstel te doen voor de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal (en babyluiers). Beoogd effect 1) Het verminderen van de hoeveelheid restafval door incontinentiemateriaal (en babyluiers) apart te gaan inzamelen en circulaire te verwerken bij ARN. 2) Het bieden van een praktisch en financieel aanvaardbare oplossing voor inwoners met incontinentiemateriaal (en babyluiers).

1

Argumenten 1.1. Circulair verwerken van incontinentiemateriaal en babyluiers bij ARN vanaf derde kwartaal 2021 mogelijk In het AB van 4 juli 2019 is vastgesteld dat een duurzame verwerking van incontinentiemateriaal en babyluiers een vereiste is voor de gescheiden inzameling. De ARN heeft eind juli 2020 besloten om hun verwerkingscapaciteit te gaan uitbreiden. Naar verwachting hebben ze vanaf het derde kwartaal 2021 capaciteit beschikbaar om het incontinentiemateriaal en de babyluiers van de Avri-gemeenten te verwerken. Ze kunnen echter geen garantie geven dat ze al vanaf begin derde kwartaal 2021 (1 juli 2021) operationeel zijn. De ARN vraagt Avri om een contract aan te gaan voor een periode van (tenminste) 5 jaar voor de verwerking van het incontinentiemateriaal en de babyluiers. 1.2. Voor de aanschaf van inzamelmiddelen en het aanwijzen van locaties is tijd nodig Bij de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal en babyluiers doormiddel van semi-ondergrondse containers is tijd nodig om de locaties aan te wijzen door de gemeente en de inzamelmiddelen in te kopen (door Avri) en te plaatsen. De verwachting is dat het haalbaar is om dit voor 1 januari 2022 gereed te hebben, mits de gemeenteraden voor 31 maart 2021 een besluit nemen.

Op een eerder moment starten zal lastig zijn, gezien de doorlooptijd van de benodigde inkoopprocedure (Europese aanbesteding) en de zienswijze procedure voor het aanwijzen van de locaties. 1.3. Door duurzame verwerking verhogen we het percentage hergebruik Bij de duurzame verwerking haalt ARN het plastic uit het luierafval, zodat dit kan worden hergebruikt. Van een deel van het organische materiaal wordt compost en kunstmest gemaakt. De rest van het materiaal wordt vergist, waarbij biogas vrijkomt. Hier kunnen bussen bijvoorbeeld duurzaam op rijden. De totale CO2emissiereductie is 964 kg CO2 /ton luierafval ten opzichte van verbranding als restafval. Meer informatie over de milieuwinst leest u in bijlage 2. 1.4. De verwachting is dat duurzame verwerking van incontinentiemateriaal en babyluiers op termijn verplicht wordt In het derde Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) wordt opgenomen dat de minimumstandaard voor luiers en incontinentiemateriaal wordt gewijzigd in recycling, zodra voldoende recyclingcapaciteit beschikbaar is. 1.5. Het verminderen van de hoeveelheid restafval om zo de doelstellingen te kunnen behalen Het restafval bestaat nog voor 19,9% uit luiermateriaal (cijfers 2019). In 2019 kwam er gemiddeld 90 kg restafval vrij per inwoner per jaar. Hiervan is dus ca. 18 kg luiermateriaal.

De verwachting is dat niet al het incontinentiemateriaal en babyluiers (alle 18 kg) direct uit het restafval verdwijnt. Dat is bij de andere afvalstromen ook niet het geval. Op basis van de verwachtte tonnages incontinentiemateriaal en babyluiers, zorgt de gescheiden inzameling van dit materiaal voor een daling van deze hoeveelheid met bijna 6 kg per inwoner per jaar (7% van het restafval). Door dit materiaal gescheiden in te zamelen en circulair te verwerken, dragen we bij aan een vermindering van het restafval en meer recycling. 2a.1 Inzameling door middel van semi-ondergrondse containers is efficiënter dan minicontainers Op basis van het aantal semi-ondergrondse containers per gemeente en de locaties hiervan kan een efficiënte route worden gemaakt met een vaste inzamelfrequentie. De inzameling van minicontainers die verspreid door de hele gemeente staan is een stuk minder efficiënt (zie ook kanttekening 2b.1). 2a.2 Semi-ondergrondse containers zijn makkelijker te hanteren dan bovengrondse containers en zorgen voor een netter straatbeeld Bij het gebruik van semi-ondergrondse containers is de inwerpopening lager en makkelijker te hanteren dan bij een bovengrondse container. Bovendien ogen semi-ondergrondse containers netter in het straatbeeld dan bovengrondse containers. De container kan boven kabels en leidingen worden geplaatst, wat de plaatsing vergemakkelijkt.

Ondergrondse containers worden snel te zwaar om te legen, gezien het gewicht van het luiermateriaal. 2a.3 De containers voorzien van toegangscontrole om vervulling en afvaltoerisme tegen te gaan Wanneer de containers openlijk toegankelijk zijn kan vervuiling optreden, doordat inwoners restafval dumpen in de luiercontainers. Ook kan het zijn dat inwoners uit andere (aangrenzende) gemeenten tevens gebruik maken van de luiercontainers in de betreffende gemeente (afvaltoerisme). Dit is in sterkere mate aan de orde wanneer niet elke gemeente besluit om mee te doen aan de gescheiden inzameling. Door te kiezen voor toegangscontrole zorgen we ervoor dat alleen inwoners van de betreffende gemeente de containers voor incontinentiemateriaal en babyluiers kunnen openen. Hiervoor kunnen we de huidige afvalpassen gebruiken. Inwoners hoeven zich hiervoor niet aan te melden, alle inwoners krijgen dan toegang. De gemeente kan er ook voor kiezen om slechts een bepaalde doelgroep toegang te geven tot de containers voor incontinentiemateriaal en babyluiers. Bijvoorbeeld alleen inwoners met incontinentiemateriaal. Zij moeten zich hiervoor wel aanmelden bij de gemeente.

2

2b.1 Een minicontainer aan huis is hoge service voor inwoners met incontinentiemateriaal De inwoners die te maken hebben met incontinentiemateriaal zijn mogelijk ouder en slecht ter been. Het wegbrengen van het afval kan voor hen voor problemen zorgen. Een minicontainer aan huis biedt voor deze doelgroep een hoge mate van service en gemak. 2.1 Het gebruik van speciale zakken is een vereiste van ARN De ARN stelt eisen aan de zakken die inwoners moeten gebruiken om hun incontinentiemateriaal (en babyluiers) aan te beiden. Zo moeten de zakken doorzichtig zijn en gemaakt van PE of PP. Ook hebben ze een speciale opdruk ontwikkeld voorop de zak waarop staat wat er wel en niet in de containers mag. Wanneer inwoners zelf zakken moeten kopen, gebruiken ze vaak de verkeerde zakken. Indien er ondoorzichtige of zwarte zakken tussen het materiaal belanden, weet ARN niet wat hier in zit en kan dit afval (onterecht) als restafval worden aangezien. Avri loopt dan tegen de kans dat een vracht wordt afgekeurd. Daarom stellen we voor om speciale zakken in te kopen en deze te verstrekken aan inwoners via diverse distributiepunten (vergelijkbaar aan het systeem met de PMD-zakken voorheen). Deze distributiepunten moet de gemeente zoeken. Gezien de doelgroep is het aan te raden om hiervoor met name drogisterijen, apotheken en huisartsenpraktijken te benaderen.

3.1 Door de kosten in het pluspakket op te nemen betaalt (elk huishouden van) iedere gemeente haar eigen bedrag De kosten worden per gemeente toegerekend en zijn afhankelijk van de keuzes die iedere gemeente afzonderlijk maakt. Hierdoor ontstaat geen financiële vermenging. Door de kosten voor de inzameling van incontinentiemateriaal en babyluiers op te nemen in het pluspakket, bieden we veel flexibiliteit aan de individuele gemeenten. Zo kunnen ze zelf kiezen welk systeem ze hanteren voor de gescheiden inzameling. Een beschrijving en vergelijking van de drie scenario’s, leest u in bijlage 3. 4.1 De investeringen zijn nodig om aanschaf en plaatsing van de benodigde containers te realiseren. De hieruit volgende kapitaallasten worden gedekt door de inwoner of gemeente. Het krediet betreft een totaalbedrag voor alle gemeenten. Indien er voor een gemeente geen investeringen nodig zijn wordt het (deel)krediet niet gebruikt. Kanttekeningen 1.1 De hoeveelheid incontinentiemateriaal en babyluiers kan hoger liggen dan geschat In deze businesscase gaan we uit van geschatte hoeveelheden incontinentiemateriaal en babyluiers die we denken in te gaan zamelen. Hierbij hebben we diverse aannames gedaan op basis van ervaringen in andere gemeenten.

Het percentage het incontinentiemateriaal en de babyluiers dat in de Avri-gemeenten nog in het restafval zit (19,9%), ligt echter hoger dan de het landelijk gemiddelde (7,5%). Hierdoor is er een kans dat de daadwerkelijke hoeveelheid die we gaan inzamelen hoger ligt. Indien de Avri-gemeenten meer incontinentiemateriaal en babyluiers aanleveren dan Avri met ARN overeenkomt, kan het zijn dat ARN het materiaal als restafval moet verwerken. Dit zal altijd in overleg met ARN gebeuren, maar kan wel invloed hebben op de verwerkingstarieven. 2a.1 Het wegbrengen van incontinentiemateriaal en babyluiers naar een verzamelcontainer biedt een lage service naar onze inwoners De verzamelcontainers staan op centrale locaties in een dorp of wijk. Hierbij wordt geen maximale loopafstand gehanteerd. Het kan dus zijn dat inwoners verder moeten lopen met hun incontinentiemateriaal en/of babyluiers dan ze nu doen wanneer ze dit materiaal als restafval afvoeren. Door de containers voor incontinentiemateriaal en babyluiers nabij andere brengvoorzieningen (bijvoorbeeld voor glas, textiel, papier of PMD) te plaatsen, kunnen inwoners gemakkelijk in één keer van hun afval kwijt. Inwoners die slecht ter been zijn, moeten, zoals nu ook voor restafval het geval is, terugvallen op hun sociale netwerk voor het wegbrengen van het afval of kunnen gebruiken maken van een zorgcontainer voor hun afval.

2b.1 Het inzamelen van minicontainers aan huis gebeurt niet efficiënt De minicontainers staan verspreid door de hele gemeente. Soms zal Avri voor één container naar een dorp of wijk moeten rijden. Het aantal containers dat op één inzameldag kan worden geleegd, ligt dan ook beduidend lager dan bij andere afvalstromen. Uit de ervaringen in Neder-Betuwe blijkt dat vrijwel alle containers iedere twee weken worden aangeboden. De meeste containers zijn echter nog niet eens voor de helft gevuld. Hiermee heeft Avri geen efficiënte inzameling. Vermoedelijk is de reden hiervoor dat inwoners de container toch aan weg zetten i.v.m. stankoverlast en dat er niet voor betaald hoeft te worden bij iedere aanbieding. 2b.2 Met huis-aan-huis inzameling bereikt Avri maar een hele kleine doelgroep Het aantal inwoners met incontinentiemateriaal dat zich aanmeldt voor een container aan huis is zeer gering. De inzameling biedt dan ook maar voor een hele kleine groep een oplossing. Inwoners met

3

babyluiers hebben nog steeds extra kosten door hun luierafval. De kosten die de gemeente maakt voor de gescheiden inzameling zijn relatief erg hoog, terwijl alle inwoners hieraan meebetalen. Gemeenten zouden er daarom voor kunnen kiezen dat inwoners met babyluiers ook gebruik kunnen maken van de huis-aanhuis inzameling. Dit neemt wel meer administratie met zich mee. 2b.3 Met huis-aan-huis inzameling bereikt Avri maar een kleine daling in de hoeveelheid restafval De huis-aan-huisinzameling is met name geschikt voor inwoners met incontinentiemateriaal. De babyluiers belanden dan alsnog in het restafval. Er wordt dus maar een beperkte milieuwinst geboekt en de daling in het restafval die kan worden bereikt is erg klein. Indien gemeenten ook inwoners met babyluiers meenemen in de huis-aan-huis inzameling kunnen ze meer luiermateriaal inzamelen en is de milieuwinst ook groter. Communicatie Na het besluit van de gemeenten om wel of niet te kiezen voor de inzameling van incontinentiemateriaal en babyluiers gaan we communiceren naar de inwoners. Hiervoor wordt een communicatieplan opgesteld door Avri in samenwerking met gemeenten. We proberen de communicatie hierbij zoveel mogelijk te richten op de specifieke doelgroepen. Het communicatietraject zal door de desbetreffende gemeenten worden uitgevoerd met ondersteuning door Avri.

Buiten de algemene communicatie over de inzameling van incontinentiemateriaal en babyluiers, moeten gemeenten ook belanghebbenden informeren over het plaatsen van de luiercontainers. Dit brengt een extra kostenpost met zich mee voor de gemeente. Hier is in de berekeningen geen rekening mee gehouden. Financiën De baten en lasten worden per gemeente verwerkt in het programma Pluspakket. Brengvoorzieningen De kosten bestaan uit investeringen en structurele kosten (inzameling, transport, overslag en verwerking luiermateriaal, beheer en onderhoud luiercontainer en aanschaf en distributie van luierzakken). Deze kosten zijn omgerekend naar jaarlijkse kosten, in totaal en per huishouden. We gaan hierbij uit van semiondergrondse containers met toegangscontrole, een wekelijkse lediging en het inzamelen van zowel incontinentiemateriaal als babyluiers. Tabel 1: Jaarlijkse kosten brengvoorzieningen in totaal en per huishouden

Kapitaallasten Structurele kosten Totaal Per huishouden

Buren

Culemborg Maasdriel

NederBetuwe

Tiel

€ 9.567 € 61.128 € 70.695 € 6,48

€ 6.958 € 44.532 € 51.490 € 4,18

€ 8.697 € 57.353 € 66.050 € 7,39

€ 7.827 € 57.406 € 65.234 € 3,52

€ 10.437 € 59.172 € 69.609 € 6,78

West Maas en Waal € 24.352 € 9.567 € 110.265 € 51.092 € 134.617 € 60.659 € 6,63 € 7,40 West Betuwe

Zaltbom mel

Totaal

€ 10.437 € 63.105 € 73.541 € 6,33

€ 87.841 € 504.054 € 591.896 € 5,85

De tarieven zijn gebaseerd op prijspeil 2021 en gelden voor een heel jaar. Deze kosten zijn exclusief de procedurele kosten die gemaakt moeten worden om tot toewijzing van locaties te komen. Hiervoor moet een PM post worden opgenomen. De verschillen in kosten tussen de gemeenten zit hem met name in het aantal containers en de inzamelkosten. De gemeenten met relatief veel dorpskernen in een uitgestrekt gebied, moeten meer containers plaatsen. Bovendien heeft Avri meer tijd nodig om deze containers te legen. De kosten zijn daarom relatief lager in de meer stedelijke gemeenten. Een specificatie van de kosten is te vinden in bijlage 4. In dit Excel bestand is tevens te zien wat de kosten consequenties zijn wanneer een gemeente besluit om meer containers te plaatsen, door in het tabblad ‘Containers’ het aantal aan te passen. Huis-aan-huis inzameling De kosten bestaan uit investeringen en structurele kosten (inzameling, transport, overslag en verwerking luiermateriaal en aanschaf en distributie van luierzakken). Deze kosten zijn omgerekend naar jaarlijkse kosten, in totaal en per huishouden. We gaan hierbij uit van een 2-wekelijkse inzameling van uitsluitend incontinentiemateriaal door middel van minicontainers.

4

Tabel 2: Jaarlijkse kosten huis-aan-huisinzameling in totaal en per huishouden

Kapitaallasten Structurele kosten Totaal Per huishouden

Buren

Culemborg

Maasdriel

NederBetuwe

Tiel

West Betuwe

€ 236

€ 255

€ 221

€ 214

€ 375

€ 451

West Maas en Waal € 170

€ 40.514

€ 21.499

€ 40.315

€ 40.248

€ 41.762

€ 61.596

€ 40.751 € 3,74

€ 21.754 € 1,77

€ 40.536 € 3,95

€ 40.462 € 4,53

€ 42.137 € 2,27

€ 62.047 € 3,06

Zaltbomm el

Totaal

€ 255

€ 2.177

€ 39.900

€ 40.671

€ 326.507

€ 40.071 € 4,89

€ 40.927 € 3,52

€ 328.685 € 3,25

Het eerste jaar zijn er ook nog eenmalige kosten voor het uitzetten van de minicontainers. Deze bedragen ca. €0,24 per huishouden. De verschillen tussen de gemeenten zitten met name in de inzamelkosten. In de gemeenten met relatief veel dorpskernen in een uitgestrekt gebied, heeft Avri relatief meer tijd nodig om de minicontainers te legen. Een specificatie van de kosten is te vinden in bijlage 4. Combinatie brengvoorziening en huis-aan-huis inzameling Indien een gemeente kiest voor een combinatie van beide systemen, bestaan de twee inzamelsystemen naast elkaar. Dit betekent dat voor beide systemen inzamelmiddelen moeten worden aangeschaft en inzamelroutes moeten worden opgezet. De kosten dienen dan ook bij elkaar te worden opgeteld. De jaarlijkse kosten komen dan uit op: Tabel 3: Jaarlijkse kosten bij een combinatie van brengvoorzieningen en huis-aan-huis inzameling in totaal en per huishouden

€ 9.803

€ 7.213

€ 10.657

NederBetuwe € 8.911

€ 101.643

€ 66.031

€ 99.488

€ 97.601

€ 171.861

€ 111.446 € 10,22

€ 73.244 € 5,94

€ 110.145 € 106.513 € 107.371 € 196.664 € 10,72 € 11,92 € 5,79 € 9,69

Buren Kapitaallasten Structurele kosten Totaal Per huishouden

Culemborg Maasdriel

€ 8.202

West Betuwe € 24.803

West Maas en Waal € 9.737

€ 99.168

Tiel

Zaltbommel

Totaal

€ 10.692

€ 90.019

€ 90.993

€ 103.776

€ 830.561

€ 100.730 € 12,29

€ 114.468 € 9,86

€ 920.580 € 9,10

Investeringen In 2021 moeten er investeringen worden gedaan die nodig zijn voor de invoering van het nieuwe inzamelsysteem. Het totaal aan investeringen bedraagt maximaal € 850.000, gebaseerd op het aantal benodigde semi-ondergrondse containers. Bij de huis-aan-huis inzameling liggen de totale investeringskosten lager, namelijk op € 18.000. Deze investering is niet in de begroting 2021 voorzien. De kosten hiervan zijn als kapitaalslasten gedekt via het tarief voor incontinentie inzameling in het pluspakket. De kredietaanvraag is onder voorbehoud van instemming door de raden. Inkomstenderving Het incontinentiemateriaal en de babyluiers worden gedurende de pilots in Neder-Betuwe en West Maas en Waal als restafval verwerkt. Deze kosten vallen onder het basispakket. Dit betekent dat Avri wel de kosten heeft voor de verwerking van het afval, maar niet de inkomsten die het anders had gehad vanuit de inworpen in de ondergrondse containers voor restafval. In het AB van 10 september 2020 is daarom afgesproken dat de gemeenten die incontinentiemateriaal (en babyluiers) gescheiden inzamelen de inkomstenderving opnemen in hun begroting. In ieder geval zolang het materiaal niet duurzaam verwerkt kan worden. Vanaf het moment dat het materiaal wel duurzaam verwerkt kan worden door de ARN, brengen we de inkomstenderving niet meer afzonderlijk in rekening.

Alleen de daadwerkelijke kosten die worden gemaakt om deze afvalstroom gescheiden in te zamelen en duurzaam te verwerken door ARN worden meegenomen in het pluspakket. Afvalstoffenheffing De inkomsten via het variabele tarief worden lager. Daar tegenover staan besparingen op de inzameling en besparing van het restafval. In de primaire begroting 2022 (opgesteld in februari/maart 2021) kunnen de effecten van de invoering van de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal en babyluiers op de begroting (en het basispakket) nog niet worden meegenomen. Ook is het dan nog niet mogelijk om rekening te houden met gemeenten die besluiten om mee te doen met de gescheiden inzameling. In de

5

begrotingswijziging van 2022 nemen we deze effecten mee. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat gemeenten voor 31 maart 2021 een besluit nemen. De inwoners zonder incontinentiemateriaal en/of babyluiers zijn duurder uit met een systeem voor de gescheiden inzameling van dit materiaal. Zij betalen uit solidariteit hieraan mee. De inwoners die dit materiaal wel hebben, houden minder restafval over en zullen dus minder betalen via de variabele heffing. Zij gaan er op vooruit. Over alle inwoners heen, gaan inwoners gemiddeld 1,5 inworpen per jaar besparen. Uitvoering Bij besluitvorming door de gemeenten, starten we met de voorbereidingsfase. Avri start een inkoopprocedure voor de aanschaf van de benodigde inzamelmiddelen. De gemeenten gaan (in overleg met Avri) de locaties van de containers vaststellen, waarbij de gemeenten een zienswijze procedure hanteren. Ook gaan de gemeenten op zoek naar distributiepunten voor de speciale luierzakken. Tevens maken we contractuele afspraken tussen de gemeenten en Avri en tussen Avri en de ARN. Ten slotte starten we met een communicatietraject om de inwoners te informeren. De planning is om op 1 januari 2022 te starten met de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal (en babyuiers).

Bijlagen 1. Bijlage 1: Evaluatie pilots 2. Bijlage 2: Milieuwinst ARN 3. Bijlage 3: Mogelijke scenario’s 4. Bijlage 4: Update businesscase

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/354/documents/6173