Bijlage III Memo stikstofdepositie Geldersestraat 63 Geldermalsen 8 oktober 2023 (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
Langelaar milieuadvies
Betreft:
Memo onderzoek stikstofdepositie Geldersestraat 63 Geldermalsen
Datum:
8 oktober 2023
Nummer: bijlage(n)
22038/03 AERIUS_projectberekening_20231008120537_aanlegfaseRap7bBBWUeRn.pdf AERIUS_projectberekening_20231008120609_gebruiksfaseRRCHuskkbXxF.pdf
11. _ Aanleiding In opdracht van Legalexion heeft Langelaar Milieuadvies onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden ten gevolge van het voornemen om aan de Geldersestraat 63 in Geldermalsen 1 vrijstaande woning te realiseren. Een bestemmingsplanherziening is in voorbereiding. Op de onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven.
Figuur 1 situering plangebied (rood omlijnd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Het plangebied ligt op circa 5,7 kilometer afstand van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebied “Rijntakken”. In figuur 2 zijn het plangebied en het Natura 2000-gebied zwart omlijnd weergegeven. De stikstofgevoelige habitats en leefgebieden zijn roze gekleurd. De overige niet stikstofgevoelige delen van het Natura 2000-gebied zijn geel-groen gekleurd. In dit rapport wordt ingegaan op de stikstofeffecten.
Bn
Figuur 2 ligging plangebied t.0.v. Natura 2000 (bron: AERIUS Calculator)
In dit rapport wordt ingegaan op de stikstofeffecten. 12.
_
Doel van het onderzoek
In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die reeds overbelast zijn.
Het voorliggende onderzoek stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NHs (ammoniak) emissies naar de lucht door het plan inzichtelijkte maken en de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. Dit onderzoek gaat over de depositie tijdens de aanleg- en bouwfase alsook de gebruiksfase. Het onderzoek wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader (ecologisch) onderzoek nodig is.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
13. Wet en regelgeving Natura 2000 & stikstof In Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een
Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot 'significante effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Voor plannen geldtop grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-
gebied(en). Is dat het geval, dan geldt dat het bestuursorgaan bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.8 Wnb een passende beoordeling dient te maken. Voor projecten geldt op grond van artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming dat het
verboden is zonder vergunning een project te realiseren dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.
In geval van mogelijk significante gevolgen kan vergunningverlening slechts plaatsvinden nadat uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten (artikel 2.7 lid 3 en artikel 2.8 lid 3 Wnb). Het onderstaande overzicht van de Rijksoverheid geeft meer inzicht in de procedure in het
geval uit de AERIUS berekening blijkt dat de stikstofdepositie op relevante habitats en leefgebieden groter is dan 0,00 mol/ha/ir. Een project wordt volgens de Handreiking intern
en extern salderen, d.d. 22 september 2020 en de provinciale beleidsregels van juni 2020? vergunningplichtig als gebruik wordt gemaakt van de stappen 2 (intern salderen), 3 (extern salderen), 4 (passende beoordeling en 5 (ADC-toets).
Op 20 januari 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald dat
er bij intern salderen per 1 januari 2020 geen natuurvergunningplicht meer bestaat?. 3
Vergunningen aanvragen:
hoe zit het nu
EN 7 e E Ie e
e EE e E N
e (C n O e
e EE G e
e …
i
n
a
e
e B e EN
t
e e
e
n
S
e e
D e
e
E e
ieenaanwaagianookeencombiatievande ovenaande mogesAnedenwerden e
aa w aaenpdetet
e
E
e
* https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2021/02/Handreiking-intern-extern-salderen-enverleasen-februari-2021.pdf 2 www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/06/Provincial
eleidsregels-intern-
tern-salderen:
uni-2020.pdf
? ABRS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Voor het onderhavige plan is onderzocht of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante delen van Natura 2000-gebieden. Op basis van de berekende NOx en ammoniak emissies die het gevolg zijn van de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen wordt met een verspreidingsmodel de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebieden berekend. Depositieberekeningen worden uitgevoerd met de meest recente versie van AERIUS Calculator 2023.
Elke depositiebijdrage op een door stikstof overbelaste locatie in een Natura 2000-gebied — eventueel na saldering- is in potentie een significant effect. Een kwalitatieve ecologische beoordeling kan uitwijzen of de depositiebijdrage leidt tot significant negatieve effecten. AERIUS Calculator 2023 geeft informatie over de actuele stikstofdepositie en kritische depositiewaarde (kdw) van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in de Natura 2000-gebieden. Ook geeft het inzicht of een depositiebijdrage optreedt op reeds (bijna) overbelaste delen van een stikstofgevoelig habitattypen of leefgebieden.
1.4. _ Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is als volgt: - onderzoek naar de NO; en NH: emissies gedurende de aanlegfase - onderzoek naar de NO; en NH emissies gedurende de gebruiksfase - een berekening van de depositie met AERIUS Calculator
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
2. _ Emissies aanlegfase Tijdens de aanleg- en bouwperiode ontstaan NOx en NH:-emissies door de inzet van mobiele werktuigen, auto's en vrachtwagens. Het onderzoek richt zich op de emissies tijdens het slopen van de bestaande opstallen en het bouwen van de woning. De NO, en NH; emissies zijn berekend op basis van de AUB-methode uit TNO rapport R12305
* conform de meest recente Instructie gegevensinvoer Aerius Calculator 2023 (oktober 2023) van het Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van Bij12 (verder genoemd: de instructie) en het Handboek “Werken met AERIUS Calculator Versie 2023" dat grotendeels de eerder verschenen AERIUS factsheets, leeswijzers en handleidingen waar naar wordt verwezen in deze instructie vervangt. De verkeersgeneratie en de inzet van mobiele werktuigen zijn bepaald met behulp van ervaringscijfers over soortgelijke sloop- en bouwprojecten en onderverdeeld in de sloop en het bouwen. Het dieselverbruik is conform het TNO rapport R12305 bepaald. TNO houdt rekening met de aandrijfconfiguratie (vaste as, transmissie, hydrauliek) ‚ de standbye tijd bij de soort inzet (wisselend en constant) en de verliezen (zie onderstaande tabel). TNO gaat voor werktuigen met een wisselende inzet uit van een gemiddelde ‘typische motorlast’ van 35% Tabel mcije
oo
vasens
|
bepeit
vastes
|
Mgst
tydrauies
|
consan
Tansmse heiasie | ans Tansmse vasteas
: De verschillende motorbelastingen die in EMMA e
EE
E
A
o
IK
IK
K
E I
UIX 9K 1006 7M EK2A [wiselend) x 1074 68 2 E [conte|
E
MS DK DK 9I DK EK e K aasx
818
SI
28
onderscheiden worden.
L
EKEK
e
B SK SK
I T
7o
S
T
OSSN IM OI O TK e N a m
e
SA
DMM 3S SE
u
E
K
2
k
3SO e k e
| S
IK | 9 EI |2E E
o |7 T |K IK
| 6
AdBlue wordt enkel gebruikt in dieselmotoren voorzien van een SCR. Voor het inschatten van het verwachte aantal liter kan uitgegaan worden van het normale AdBlue-gebruik dat
door TNO gegeven wordt’. Voor Stage IV en V werktuigen is dit 6% van het dieselverbruik. Voor Stage IIl s dit 3% van het dieselverbruik. 2.1. _ Rekenwijze m.b.t. motorvoertuigen 2.1.1. Verkeer op de openbare weg Conform de instructie wordt met de verkeersgeneratie het aantal vervoersbewegingen met motorvoertuigen uitgedrukt. Dit betekent zowel het heen- en teruggaand verkeer. Het aantal vervoersbewegingen is het aantal ritten heen èn terug opgeteld. Op de openbare weg wordt uitgegaan van de reguliere AERIUS wegtypen voor wegverkeer (snelweg, buitenweg, binnen de bebouwde kom (doorstromend). 2.1.2. stationaire emissies wegverkeer op de bouwplaats In de Instructie is de “Rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer” opgenomen.
Bij sommige projecten/initiatieven kan het nodig zijn om het stationair draaien van wegverkeer te berekenen. Dit is van belang als er situaties zijn waarin deze voertuigen regelmatig stationair draaien die geen onderdeel zijn van gewone verkeersbewegingen. Stilstaan voor stoplichten en in files vallen hier dus nadrukkelijk niet onder. Wat hier wel onder valt is stilstaan met draaiende motor op eigen terrein. Bijvoorbeeld als tijdens het
laden/lossen de motor draait, of tijdens het wachten op het vrijkomen van een losplaats. + TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
De rekeninstructie hanteert een tabel met emissiecijfers die is samengesteld op advies van experts van TNO. De hoogte van de stationaire emissie is gekoppeld aan een emissiefactor afhankelijk van de verkeersklasse (bussen, licht-, middelzwaar- en zwaar verkeer) en jaartal op basis van het snelheidstype ‘stad stagnerend’ en de tijdsduur. Tijdens het laden en lossen draaien de motoren van de vrachtwagens gedurende een lange
tijd. De gemiddelde laad/lostijd per vracht
is ingeschat op circa 10 minuten.
2.1.3. Rijdend verkeer tussen de openbare weg en de parkeerplaats. Tussen de doorgaande weg en de parkeerplaats (c.q. de bouwplaats) kent het verkeer een lagere gemiddelde snelheid en meer stops per kilometer dan doorstromend verkeer. Om hiermee rekening te houden wordt uitgegaan van 100% stagnatie, waarmee de emissie (gram/km) overeenkomt met de emissiekentallen in gram/km voor ‘stagnerend
stadsverkeer’ met een gemiddelde snelheid van 12 km/h. 22. _ Rekenwijze m.b.t. mobiele werktuigen Conform jurisprudentie wordt uitgegaan van werktuigen die voldoen aan de emissie-eisen die sinds 2014 gelden (STAGE IV). de inzet van stage IV-materieel i voldoende reëel en
aannemellijk en hoeft derhalve niet geborgd te worden in planregelss. 2.3. Inzet & emissie slopen De verwachte inzet en dieselverbruik van mobiele werktuigen tijdens het slopen is weergegeven in de onderstaande tabel.
type apparaat/ draai-[bouw- | r [ STAGE- Ï brandstotverbruik) | 9t e emissie (mobiel) werktuigbijstopen | Brandsto] wren | jaar |orent Kasse p/u | totaal |adblu |_ NOx “E NH3 [kW] STE
e
asjzora|
zoofstaaev
|
193|
sso|
s7|
52|
02
Sloopkraan
diesel
|
32|22014 |_
133/STAGEIV
|
13,4
429
26
24
0,1
shovel/laadschop op band.
diesel
16|22014
40
44
70
0
15
00
96
0,3
|STAGEIV
|totaal Figuur 3 inzet moblele werktuigen op de bouwplaats - slopen
In totaal vinden er circa 20 vrachten plaats. Dit leidt tot 40 ritten door vrachtwagens. Er wordt (worstcase) uitgegaan van 100% zware motorvoertuigbewegingen. Daarnaast vinden er circa 120 ritten plaats met busjes en auto's (lichte motorvoertuigbewegingen). De emissie door stationair draaien van motorvoertuigen in het plangebied is weergegeven in de onderstaande tabel. stationair draaien / motorvoertuigen
[Zwaar wegverkeer
emisie
|
totlee
\draaïuren |_ [gram/uur] nox [ 4;
3[79,04|
0,91j
g} [ nox
|
n
0,24
0,00)
Figuur 4 stationaire emissies motorvoertuigen bouwplaats - slopen
3 rechtsoverweging 17.1 van de uitspraak ABRS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1960 (Zandzoom)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
24.
Bouwen
De verwachte inzet en het dieselverbruik van mobiele werktuigen tijdens het bouwen is weergegeven in de onderstaande tabel.
type apparaat /
(mobiel) werktuig bij bouwen
oranestot| aa bouwe | verm | STAGE T brandstotverbruig [ ‘9i erissie uren | jaar
Graafmachine
esel
Getonpomp
diesel
Betonmixer
[:';‚‘
E
E
A
T
|
19,8[
55
33[
32|
07
s[201a |
a02/sracew
|
213
se|
4|
o9
00
diesel
s[z201a
|
330/sracew
|
323|
199
712|
diesel | 66|201a | 263[sracew | 25:9| 1709| 103|
o9
Heimachine funderingsmachine | diesel
s[z2014
|
202|sracenv
|
200|
160|
z0|
93|
00
o7|
00
shovel/laadschopopband
[diesel
102014
|
slstacew
|
zel
7el
s
o5l
00
__
ze|zz0n]
P
zoofsracew
kraan (Mobiel)
|
totaal Figuur & inzet moblele werktuigen op de bouwplaats - bouwen
590
04
In totaal vinden er circa 70 vrachten plaats. Dit leidt tot 140 ritten door vrachtwagens. Er wordt (worstcase) uitgegaan van 100% zware motorvoertuigbewegingen. Daarnaast vinden er circa 700 ritten plaats met busjes en auto's (lichte motorvoertuigbewegingen). De emissie door stationair draaien van motorvoertuigen in het plangebied is weergegeven in de onderstaande tabel. emisie
stationair draaien / motorvoertuigen
|zwaar wegverkeer
|
totale emissle
draaiuren | Lgrem/uur] nox
[
Ni,
kg] [ n
|N
15[70,04| o9 119 _ 001
Figuur 6 stationaire emissies motorvoertuigen bouwplaats - bouwer
25. _ Periode aanlegfase Volgens de instructie dient bij tijdelijke emissies de totale emissie per jaar ingevoerd te worden: uitgaande van de aaneengesloten 12 maanden met de hoogste emissie. Bij plannen korter dan een jaar wordt de gehele planemissie aan 1 jaar toegerekend. Het slopen maken duurt maximaal enkele weken. Het bouwen van de woning duurt circa 9-12 maanden. Ale emissies worden toegewezen aan 1 bouwjaar (worstcase).
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
3.
_
Emissies gebruiksfase
31. _ Wegverkeer De verkeersgeneratie is bepaald met behulp van de publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren — Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” van het CROW, december 2018, Ede” en Statline - Gebieden in Nederland 2022” van het CBS. De verkeersaantrekkelijke werking is afhankelijk van de stedelijkheid van de gemeente, de ligging t.o.v. het centrum en het woningtype.
De voorgenomen ontwikkeling ligt in de gemeente West Betuwe. Het CBS typeert deze gemeente als een ‘niet stedelijke gemeente’ . Grootte en stedelijkheid van gemeenten
Regio's T WestBetuwe
code
Gemeentegrootte Code
omschrijving 5
Omschrijving
500000 tot 100 000 inwoners
Stedelijkheid Code _ Omschrijving code omschrijving 5 _
Nietstedelijk
Bron: CBS
Volgens de CROW onderverdeling qua locatie, is de ligging van de ontwikkelingslocatie worstcase getypeerd als rest bebouwde kom’. Deze ligging geweft een hogere verkeersgeneratie dan een ligging in (de schil van) het centrum. e De verkeersaantrekkende werking voor een vrijstaande woning op een dergelijke locatie is gemiddeld 8,2 voertuigbewegingen per etmaal. 1 vrijstaande woning genereert 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. e _ In de CROW publicatie is het volgende over vrachtverkeer opgenomen: “het vrachtverkeer naar en van woongebieden is doorgaans verwaarloosbaar, maar is wel in de cijfers verwerkt. Als gemiddelde kan worden gehanteerd: 0,02 vrachtautobewegingen per woning per werkdagetmaal”. Een werkdag kan naar een weekdag worden omgerekend door te delen met 1,11. Per weekdagetmaal zijn er dus 0,018 vrachtverkeerbewegingen per woning. voornamelijk middelzwaar vrachtverkeer. De totale verkeersgeneratie door het plan is 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal, waaronder 8,1 door lichte motorvoertuigen en 0,1 door middelzware motorvoertuigen.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
3.2.
_
Huishoudens
NOx: In de instructie staat dat “Cijfers voor NOx van verschillende typen woningen zijn afgeleid uit het gasgebruik voor verwarming, warm water en koken”. De beschikbare emissiefactoren voor woningbouw in de factsheet “ruimtelijke-plannen-emissiefactoren”. Daarbij vermeldt de instructie dat: nieuwbouwwoningen worden standaard niet meer op het gasnet aangesloten. Deze woningen hebben dus in beginsel geen NOx-emissie meer. Ook in het geval van woningen met stadverwarming zal er geen sprake zijn van NOx-emissie uit de woningen”. Bij gasloze woningen kan meestal een emissiefactor van O gehanteerd worden. Uitzondering hierop zijn de woningen waar een aparte energiebron wordt gerealiseerd” De bovengenoemde uitzondering is niet aan de orde. Het bestemmingsplan staat niet toe dat woningen worden gebouwd met een
aardgasaansluiting.
Er is gerekend met een NOx-emissie door huishoudens van 0,0 kg/jaar.
NH:: Conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023" (hierna: ‘de instructie” hoeft voor woningen binnen de sector wonen en werken geen NH: emissie berekend te worden. Er is daarom gerekend met een NH;-emissie van 0,0 kg/jaar.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
4.
_
Aerius berekeningen
4.1. _ Uitgangspunten Met Aerius Calculator zijn de eerder genoemde emissiebronnen gemodelleerd. e Het plangebied is gemodelleerd als oppervlaktebron. e Het stationair draaien van wegverkeer op de bouwplaats is gemodelleerd als vlak. Conform de rekeninstructie ‘Stationaire emissies wegverkeer’ is het stationair draaien van wegverkeer gemodelleerd onder de sector ‘Anders’. waarbij de emissie NOx en NH met de hand zijn ingevuld en de overige kenmerken op de default waarden blijven staan. e Het wegverkeer op de openbare weg is gemodelleerd als lijnbron. Bij de gehele verkeersstroom tot de doorgaande weg is uitgegaan van stagnerend stadsverkeer (zie 2.1.3). e De doorrekening van het verkeer en de verkeersstromen zijn bepaald conform de
“Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023”, (versie 1, oktober 2023} Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
Hierbij worden 2 situaties onderscheiden, projecten met of zonder netwerkeffect. Infrastructurele projecten of projecten van zeer grote omvang, zoals woonwijken, grote industriecomplexen of nieuwe (lucht)havens leiden veelal tot netwerkeffecten. e Voor (kleinere) projecten zonder netwerkeffecten, zoals het onderhavige, geldt dat het aan- en afvoerende verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld als wordt voldaan aan de onderstaande twee criteria genoemd 1. Het verkeer door het voornemen onderscheidt zich hier door zijn snelheid en rij‚en stopgedrag niet meer van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.
2. De verhouding tussen de hoeveelheid verkeer (per etmaal) dat door het voornemen wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State accepteert deze afbakening van ‘heersende verkeersbeeld” bij stikstofonderzoek voor dergelijke projecten s. o _ Het plangebied wordt ontsloten op de Geldersestraat en verkeer zal voornamelijk naar de Herman Kuiijkstraat rijden, om hier vervolgens westwaarts naar de Rijksstraatweg of oostwaarts naar de Randweg te gaan. Als het aan- en afvoerende verkeer op de Herman Kuijkstraat rijdt, onderscheidt het zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hier wordt voldaan
o
aan het 1° criterium.
Op de Herman Kuijkstraat rijden ter hoogte van de aansluiting met de
Geldersestraat gemiddeld 1510 motorvoertuigbewegingen per etmaal’. De verkeersgeneratie in de aanlegfase en de gebruiksfase op de Herman Kuiijkstraat is verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Op de Herman Kuijkstraat wordt voldaan aan het 2° criterium.
6 https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@125393/201804031-4-r1/
7 Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit, https://www.cimlk.nl/
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
4.2. _ Rekenjaar Uitgangspunt is dat de depositiebijdrage inzichtelijk wordt gemaakt voor het jaar waarvoor de depositie het hoogst is. Door de technologische ontwikkelingen en milieuregelgeving nemen de emissies van 0.a. wegverkeer met de jaren af. . De verspreidingsberekeningen voor de realisatiefase zijn uitgevoerd voor 2023. Dit is het eerste jaar waarin de bouwactiviteiten kunnen plaats vinden. . De verspreidingsberekeningen voor de gebruiksfase zijn uitgevoerd voor 2024. Dit is het eerste jaar waarin bewoning kan plaats vinden.
43. _ Rekenresultaten aanlegfase Uit de rekenresultaten met AERIUS Calculator versie 2023 blijkt dat ten gevolge van het onderhavige plan de depositietoename op stikstofgevoelige habitats of leefgebieden in
Natura 2000-gebieden nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. }
…
AERIUS
D3 a
(geano im se rd)
&
a
? +
(geano im se rd) Retensok v] Samenvatting _ Persituatie
m
m
anee- B
< [Potcbertenne
s
J
gerkend(hagekaeerd)
Hoogsetaledepostie(melNDaIN)
WetatameDageiateerd)
Grooseafname (motNhal}
w
em Mettoname(hagekateerd)
v] om
x
Groosetoename (molNMa)
Figuur 7 rekenresultaten Aerius Calculator aanlegfase
Voor gedetailleerde informatie over invoer en rekenresultaten wordt verwezen naar de met AERIUS gegenereerde rapportage (PDF) die als separate bijlage bij dit memo is gevoegd.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
44. _ Rekenresultaten gebruiksfase Uit de rekenresultaten met AERIUS Calculator versie 2023 blijkt dat ten gevolge van het onderhavige plan de depositietoename op stikstofgevoelige habitats of leefgebieden in
Natura 2000-gebieden nergens hoger i dan 0,00 mol/ha/ir. (] AERIUS
(geanonimise rd)
® Betenpeeten
Reentsien
meiensstì
saene e
|
Samenvatting
Beegt gerekend(hagelarteerg)
e afname(ha gekarteerd]
_ Persituatie
enitsat
< [Pecterienng _
t
v [ezm
Hoogstetotledepostie(molMhal)
Wettoename(Magekarterd)
w
v] oom Grootste toename(MoUMa}
Grootste afname (mol a}
Figuur 8 rekenresultaten Aerius (gebruiksfase)
Voor gedetailleerde informatie over invoer en rekenresultaten wordt verwezen naar de met AERIUS gegenereerde rapportage (PDF) die als separate bijlage bij dit memo is gevoegd.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
E
5.
Conclusies
In opdracht van Legalexion heeft Langelaar Milieuadvies onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden ten gevolge van het voornemen om aan de Geldersestraat 63 in Geldermalsen 1 vrijstaande woning te realiseren. Een bestemmingsplanherziening is in voorbereiding. Uit het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie blijkt dat zowel de inzet van machines en transportbewegingen in de aanlegfase als verkeer in de gebruiksfase niet leidt tot een
stikstofdepositietoename die groter is dan 0,00 mol/ha/ir op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden door stikstof kunnen op voorhand worden uitgesloten. Voor het plan hoeft ingevolge artikel 2.8 Wnb geen passende beoordeling gemaakt te worden vanwege stikstofdepositie.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)