Bijlage 5 toelichting Quickscan flora en fauna__385285__.pdf
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk Gemeente Lingewaal
Quickscan flora en fauna Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk Gemeente Lingewaal
Datum: 17 mei 2010 Projectgegevens: NAT04-DNV00001-01a
Postbus 435 – 5240 AK Rosmalen T (073) 523 39 00 – F (073) 523 39 99 E info@croonen.nl – I www.croonenadviseurs.nl
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
Inhoud 1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Opbouw rapport
1 1 1 2
2
Natuurwetgeving en -beleid 2.1 Algemeen 2.2 Flora- en faunawet 2.3 Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000
3 3 3 3
3
Gebiedsbeschrijving 3.1 Huidige situatie 3.2 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden 3.3 Toekomstige situatie
5 5 6 6
4
Methode 4.1 Literatuurstudie 4.2 Veldbezoek
9 9 9
5
Onderzoeksresultaten 5.1 Literatuurstudie 5.2 Veldbezoek
11 11 12
6
Toetsing aan de Flora- en faunawet 6.1 Licht beschermde soorten (tabel 1- soorten) 6.2 Vogels 6.3 Zoogdieren 6.4 Reptielen en amfibieën 6.5 Vlinders 6.6 Libellen 6.7 Vissen 6.8 Flora
15 15 15 15 16 17 17 17 18
7
Conclusies en aanbevelingen 7.1 Conclusies 7.2 Aanbevelingen
19 19 20
8
Bronnen 8.1 Boeken en rapporten 8.2 Websites
23 23 23
Bijlagen: Bijlage 1: Flora en faunawet Bijlage 2: Natuurbeschermingswet 1998 Bijlage 3: Ecologische Hoofdstructuur
Croonen Adviseurs
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Aanleiding voor dit verkennend onderzoek (quickscan) vormt de realisatie van een woning op de locatie Spijkse Kweldijk 41 te Spijk, in de gemeente Lingewaal. Deze ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Ten behoeve van deze ruimtelijke ontwikkeling is een partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving, met name de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving. Dit wordt gedaan op basis van een quickscan. In deze rapportage zijn de resultaten van de quickscan beschreven. Op onderstaande figuur is planlocatie in de blauwe cirkel weergegeven.
Figuur 1: Locatie plangebied (Het Natuurloket/kadaster)
1.2
Doel In ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden. Er dient te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is.
Croonen Adviseurs
1
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
Het doel van voorliggende quickscan is het opsporen van strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de Flora- en faunawet en/of de Natuurbeschermingswet 1998 en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing noodzakelijk is.
1.3
Opbouw rapport In de inleiding wordt beschreven waarom deze quickscan is uitgevoerd en met welk doel. Vervolgens wordt in hoofdstuk twee algemene informatie verwoord over de natuurwetgeving, waaronder de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. In hoofdstuk drie wordt de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven en de ligging ten opzichte van de Ecologische hoofdstructuur (EHS) en Natuurbeschermingswetgebieden (Natura 2000, Beschermde Natuurmonumenten en wetlands). In hoofdstuk vier wordt de gebruikte methode voor de uitvoering van deze quickscan omschreven. In hoofdstuk vijf staan de resultaten van deze quickscan flora en fauna. Deze zijn onderverdeeld in de resultaten van de literatuurstudie en het veldbezoek. In hoofdstuk zes worden de resultaten uit hoofdstuk vijf getoetst aan de Floraen faunawet. Hieruit komen conclusies en aanbevelingen voort, die worden omschreven in hoofdstuk zeven. Het laatste hoofdstuk geeft de gebruikte bronnen voor dit onderzoek weer. Achter dit hoofdstuk bevinden zich drie bijlagen, die algemene informatie verschaffen met betrekking tot de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Ecologische Hoofdstructuur.
Croonen Adviseurs
2
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
2 Natuurwetgeving en -beleid 2.1
Algemeen De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen, namelijk een soortgericht spoor (Floraen faunawet) en een gebiedsgericht spoor (Natuurbeschermingswet 1998). De Floraen faunawet richt zich op de bescherming van soorten en de Natuurbeschermingswet 1998 op de bescherming van gebieden. Met de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 is de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving geïmplementeerd.
2.2
Flora- en faunawet Het doel van de Flora- en faunawet is het in stand houden van de inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. De Flora- en faunawet gaat uit van het 'Nee, tenzij'-principe. Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Voor een uitgebreide algemene beschrijving van de Flora- en faunawet wordt verwezen naar bijlage 1.
2.3
Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000 De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is de kern van het natuurbeleid. De EHS is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. Ruimtelijke plannen van gemeenten moeten hieraan worden getoetst. Natura 2000-gebieden, Beschermde Natuurmonumenten en wetlands zijn allen beschermd via de Natuurbeschermingswet 1998 en hebben derhalve een wettelijke status. In of in de nabijheid van de EHS en Natuurbeschermingswetgebieden geldt het ‘Nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als deze ontwikkelingen de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Voor een uitgebreide algemene beschrijving van de Natuurbeschermingswet en de Ecologische Hoofdstructuur wordt verwezen naar respectievelijk bijlage 2 en 3.
Croonen Adviseurs
3
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
Croonen Adviseurs
4
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
3 Gebiedsbeschrijving 3.1
Huidige situatie In onderstaande figuur 2 is door middel van rode lijnen de afbakening van het onderzoeksgebied weergegeven.
3
2 1
Figuur 2: Begrenzing plangebied (www.bingmaps.nl, 2010)
Het plangebied ligt aan de rand van Spijk, een dorp gelegen op de zuidelijke oever van de Linge. Het betreft het perceel aan de Spijkse Kweldijk 41. Aan de zuid- en oostkant van het plangebied bevindt zich een golfpark. De foto van figuur 2 is niet recent, het golfpark wordt momenteel in noordelijke richting uitgebreid. De westkant is begrensd door het landelijke agrarische gebied. De noordelijke plangrens wordt begrensd door de Spijkse Kweldijk. Aan de noordkant van de dijk staan vrijstaande woningen met sporadisch een bedrijf. Op de planlocatie zijn een grote schuur/loods (1), een woning (2), een tuinhuisje (3) en een kleine loods (3) aanwezig. Een betonnen weg loopt van de oostelijke ingang naar de schuur. Ten zuiden van de schuur en de woning bestaat het terrein uit grasland. Het perceel wordt gescheiden van de golfbaan door een recent opgeworpen lage aarden wal waar struiken op aangeplant zijn. Zie figuur 3 voor een impressie van het plangebied.
Croonen Adviseurs
5
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
1 53
4 2 6
Figuur 3: Impressie plangebied. 1: Schuur/loods en woning; 2: vooraanzicht schuur/loods; 3: binnenkant schuur/loods; 4: uitzicht in zuidelijke richting; 5: kleine loods en tuinhuisje; 6: ruigte (Croonen Adviseurs, 2010)
3.2
Ligging ten opzichte van beschermde gebieden In de nabijheid van de planlocatie (ongeveer 200m ten noorden ervan) ligt het Natura 2000-gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid. Dit gebied is tevens aangewezen als Beschermd Natuurmonument en Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het plangebied zelf maakt geen deel uit van de EHS.
3.3
Toekomstige situatie Het bestaande perceel zal, ter ontwikkeling van de bouw van de woning, opgesplitst worden. Na splitsing van de bestaande percelen zal de ontwikkeling op een ander perceel ontwikkeld worden dan de woning van de Spijkse Kweldijk 41. Op het nieuwe perceel zal de voorgestelde ontwikkeling (realisatie landhuis) plaatsvinden (zie figuur 4).
Croonen Adviseurs
6
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
Figuur 4: Situatietekening (bron: IDeA Architecten, 30 september 2009)
De grote schuur/loods die op de locatie aanwezig is zal worden gesloopt om ruimte te maken voor het nieuw te bouwen landhuis. De al aanwezige woning zal in de huidige staat behouden blijven. Of de twee gebouwtjes (kleine loods en tuinhuisje) in het plangebied behouden zullen blijven is nog onbekend.
Croonen Adviseurs
7
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
Croonen Adviseurs
8
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
4 Methode 4.1
Literatuurstudie Allereerst heeft er een literatuurstudie plaatsgevonden om na te gaan welke biotopen en daaraan verbonden (strikt beschermde) soorten in het plangebied worden verwacht. Via de website natuurloket.nl heeft een eerste verkenning plaatsgevonden van aanwezige soorten in het kilometerhok waarin het plangebied ligt. Uit de landelijke verspreidingsatlassen blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse strikt beschermde soorten zijn aangetroffen. Exacte locaties of datering van de waarnemingen zijn daarbij niet bekend. Deze gegevens hebben veelal betrekking op atlasblokken (5 x 5 km). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het onderzoeksgebied. De website waarneming.nl is daarnaast eveneens geraadpleegd. Een groot aantal amateurs kan op deze website natuurwaarnemingen kwijt. De site wordt redelijk goed gecontroleerd door middel van collegiale toetsing. Soortwaarnemingen via deze bron zijn derhalve redelijk betrouwbaar, maar kunnen moeilijk geverifieerd worden. Wel kunnen deze waarnemingen een beeld geven van mogelijke soorten in de regio. Waarnemingen zijn, in tegenstelling tot atlassen, tot op de exacte locatie te herleiden.
4.2
Veldbezoek Op basis van een eenmalig veldbezoek is de geschiktheid van het onderzoeksgebied voor de verwachte soorten/soortgroepen beoordeeld. Het veldbezoek is afgelegd door een ecoloog van Croonen Adviseurs op 12 mei 2010. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend.
Croonen Adviseurs
9
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
Croonen Adviseurs
10
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
5 Onderzoeksresultaten 5.1
Literatuurstudie Uit een eerste verkenning door middel van het natuurloket is geconstateerd dat in de kilometerhokken waarin de locatie ligt (X:129; Y:429) (strikt) beschermde soorten zijn aangetroffen, namelijk zoogdieren, amfibieën en vissen. Het overgrote deel van de soortgroepen is echter slecht of zelfs geheel niet onderzocht, waardoor het natuurloket beperkt inzicht biedt in mogelijk aanwezige beschermde soorten. Op de site waarneming.nl (2009-2010) worden de volgende waarnemingen vermeld voor het plangebied of de directe omgeving (Flora- en faunawet soorten): roek, buizerd, ooievaar, koolmees, grote bonte specht, ekster, pimpelmees en vleermuizen. Uit de landelijke en provinciale verspreidingsinformatie uit atlassen (5 x 5 km-hok) blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn aangetroffen. Dit betreft onderstaande algemene (tabel 1 Flora- en faunawet) en/of zwaarder beschermde (tabel 2 en 3 Flora- en faunawet) soorten. Vogels zijn onderverdeeld in jaarrond beschermde soorten (categorie 1-4) en niet jaarrond beschermde soorten (categorie 5). — Vogels: Categorie 1-4 (jaarrond beschermd): ooievaar, wespendief, sperwer, buizerd, boomvalk, steenuil, ransuil, gierzwaluw, roek en huismus.
Categorie 5: blauwe reiger, torenvalk, bosuil, groene specht, grote bonte specht, kleine bonte specht, boerenzwaluw, huiszwaluw, gekraagde roodstaart, grauwe vliegenvanger, pimpelmees, koolmees, boomkruiper, ekster, zwarte kraai en spreeuw. — Zoogdieren: Algemeen: dwergmuis, egel, woelrat, rosse woelrat, ree, bunzing, wezel, hermelijn mol, konijn en haas. Zwaarder beschermd: Bechstein vleermuis, laatvlieger, franjestaart, gewone baardvleermuis, Brandts vleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, grote hoefijzerneus, ingekorven vleermuis, meervleermuis, mopsvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, vale vleermuis en watervleermuis. — Reptielen/amfibieën: Algemeen: kleine watersalamander, gewone pad, bruine kikker, bastaardkikker en meerkikker. Zwaarder beschermd: kamsalamander, rugstreeppad en heikikker. — Vlinders: Zwaarder beschermd: rouwmantel.
Croonen Adviseurs
11
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
— Libellen: Zwaarder beschermd: rivierrombout. — Vissen: Zwaarder beschermd: bermpje, bittervoorn, kleine modderkruiper, rivierprik en grote modderkruiper. — Flora: Zwaarder beschermd: Spaanse ruiter, moeraswespenorchis. Uit andere soortgroepen zijn geen beschermde soorten zoals genoemd in tabellen 1, 2 en 3 van de Flora- en faunawet aangetroffen of er was geen informatie over de soortgroep aanwezig. Op basis van de beschikbare literatuurgegevens kan dus worden vastgesteld dat het terrein een potentiële habitat biedt voor enkele licht beschermde soorten (tabel 1soorten) en voor strikter beschermde vogels, vleermuizen, vlinders, libellen, vissen en planten.
5.2
Veldbezoek Op 15 mei 2010 bij 8 ºC en bewolkt weer is een eenmalig veldbezoek afgelegd door een ecoloog van Croonen Adviseurs aan het plangebied. Naast directe waarnemingen kan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna op dit moment nog niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van de aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten in het ontwikkelingsgebied. De belangrijkste ruimtelijke ingreep betreft de sloop van de schuur/loods. Aan de buiten- en binnenkant zijn geen bijzonderheden aangetroffen. Er zijn geen nesten van vogels aanwezig of sporen die wijzen op de aanwezigheid van vleermuizen. De schuur/loods is opgetrokken uit baksteen met een golfplaten dak, dat weinig houvast biedt voor vleermuizen. De aanwezigheid van grote schuifdeuren aan de voor en achterkant zorgen ervoor dat het binnen naar alle waarschijnlijkheid te tochtig is voor vleermuizen. De schuur/loods wordt dan ook niet geschikt geacht voor vleermuizen. Aan de voorkant van de schuur hangen twee nestkastjes (onder andere geschikt voor pimpelmees en koolmees) die ten tijde van het veldbezoek niet bezet waren. Deze kunnen gedurende het broedseizoen echter nog gebruikt gaan worden.
Bij de twee andere gebouwtjes op het terrein (kleine loods en tuinhuisje) zijn geen bijzonderheden aangetroffen.
Croonen Adviseurs
12
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
Het overgrote deel van het plangebied bestaat uit grasland zonder bijzondere ecologische waarden. Ten zuidoosten van de schuur bevindt zich een heel klein (ongeveer 3 m²) stukje ruigte met wat kleine wilgenboompjes. In het gras en de ruigte zijn verder geen bijzondere planten aangetroffen. Tijdens het veldbezoek zijn geen bijzondere soorten aangetroffen, alleen algemene soorten als wilde eend, haas, lijster en merel.
Croonen Adviseurs
13
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
Croonen Adviseurs
14
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
6 Toetsing aan de Flora- en faunawet 6.1
Licht beschermde soorten (tabel 1- soorten) De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van enkele soorten van tabel 1 van de Flora- en faunawet. Dit heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er voldoende leefgebied in de omgeving aanwezig blijft en het algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt een vrijstelling. Een ontheffing Flora- en faunawet is derhalve niet noodzakelijk.
6.2
Vogels Er is een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij verwijdering van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit betreft alle in bomen broedende roofvogelsoorten en de kerkuil, ransuil, steenuil, oehoe, roek, grote gele kwikstaart, ooievaar en de huismus. Dit zijn de zogenoemde categorie 1-4 vogelsoorten. Daarnaast zijn er categorie 5 vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Eventueel aanwezige nesten van categorie 5 vogelsoorten zijn in dit geval echter niet beschermd, aangezien er voldoende nestmogelijkheden aanwezig zijn in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming van categorie 5 vogelsoorten rechtvaardigen. Geen van deze vogelsoorten of hun nesten zijn in het plangebied aangetroffen. Er zijn wat betreft vogels dan ook geen belemmeringen te verwachten ten aanzien van de Flora- en faunawet.
6.3
Zoogdieren
6.3.1
Vleermuizen Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd onder de Flora- en faunawet. Bij het slopen van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. In de te slopen schuur/loods zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op de aanwezigheid van vleermuizen. Er zijn geen spouwmuren waar de vleermuizen kunnen verblijven en het golfplaten dak is ongeschikt om aan te hangen. Het wordt onwaarschijnlijk geacht dat er vleermuizen in de schuur/loods aanwezig zullen zijn. Gebouwbewonende vleermuizen vormen dus geen belemmering ten aanzien van de Flora- en faunawet. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. Op voorliggende planlocatie zijn geen bomen aanwezig met voor vleermuizen geschikte scheuren en gaten.
Croonen Adviseurs
15
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
Het plangebied is ongeschikt bevonden als foerageergebied (jachtgebied) voor vleermuizen vanwege de afwezigheid van beplanting. Derhalve bestaan er wat betreft foerageergebied geen belemmeringen met betrekking tot de Flora- en faunawet. Samenvattend kan geconcludeerd worden dat er wat betreft vleermuizen geen noodzaak bestaat voor nader onderzoek en dat er geen belemmeringen te verwachten zijn voor wat betreft de Flora- en faunawet.
6.4
Reptielen en amfibieën Volgens de literatuur zijn de kamsalamander, rugstreeppad en heikikker in de omgeving van het plangebied waargenomen. De biotoop op de planlocatie is sowieso ongeschikt voor de heikikker, die, zoals de naam al zegt, voorkomt op heideterreinen. Op de planlocatie is geen water in de vorm van plassen of poelen aanwezig. Wat dat betreft ontbreekt het dus aan geschikt voortplantingswater voor de kamsalamander. Wel is het gebied rond de ruigte wat drassig, maar het waterpeil is van onvoldoende diepte om geschikt te kunnen zijn als voortplantingswater. Het landhabitat van de kamsalamander bevindt zich in de directe omgeving van water. Omdat dat laatste afwezig is kan de aanwezigheid van de kamsalamander op de planlocatie dus worden uitgesloten. De rugstreeppad is een typische pioniersoort, die voorkomt in terreinen met een hoge natuurlijke of door mensen ingebrachte dynamiek. De rugstreeppad is niet waargenomen in het plangebied en er zijn ook geen voortplantingswateren aanwezig in het plangebied. Echter, op het moment dat de werkzaamheden van start zouden gaan kan het terrein een potentiële habitat (open, rommelig terrein met mogelijk ondiepe plassen) voor de rugstreeppad worden.
Indien geen maatregelen worden getroffen en de rugstreeppad vestigt zich in het plangebied dan zouden de werkzaamheden een verstorend effect op de soort kunnen hebben en is er sprake van een overtreding van de Flora- en faunawet. Een aanvullend onderzoek is echter niet noodzakelijk. Om te voorkomen dat de rugstreeppad zich in het plangebied vestigt is het wenselijk de aanbevelingen te volgen zoals vermeld in paragraaf 7.2.3. Wanneer men tijdens de werkzaamheden onverhoeds toch een rugstreeppad tegenkomt, dienen de werkzaamheden direct stil gelegd te worden.
Croonen Adviseurs
16
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
Een deskundige1 dient dan betrokken te worden en onder begeleiding van deze deskundige kunnen de aanwezige rugstreeppadden dan naar een andere geschikte locatie in de buurt worden overgeplaatst. Voor het vangen en verplaatsen van de rugstreeppadden is geen ontheffing nodig. Het is namelijk niet de bedoeling de dieren (definitief) aan de natuur te ontrekken. Het is toegestaan om soorten te verplaatsen uit de directe gevarenzone naar een vergelijkbaar habitat in de directe omgeving. Voorwaarde is dat de soorten in één keer verplaatst worden, zonder onnodig oponthoud. Het vangen en verplaatsen moet gebeuren buiten de kwetsbare perioden (bijvoorbeeld voortplantingstijd) van de betreffende soort.
6.5
Vlinders Alhoewel geen vlinders zijn gezien tijdens het veldbezoek is volgens de literatuur de strikt beschermde soort rouwmantel in de omgeving waargenomen. De rouwmantel is een soort die voornamelijk voorkomt in bossen en bosranden. De planlocatie is open en daarom ongeschikt voor deze soort. Wat betreft vlinders zijn er geen belemmeringen te verwachten ten aanzien van de Flora- en faunawet.
6.6
Libellen Tijdens het veldbezoek zijn geen libellen gezien. De literatuur geeft echter aan dat de soort rivierrombout in de omgeving is waargenomen. Deze soort is gebonden aan grotere rivieren en het is daarom onwaarschijnlijk dat deze soort op de planlocatie voorkomt. Het is waarschijnlijker dat deze soort voorkomt aan de andere kant van de dijk, aan de kant van de rivier. Wat betreft libellen zijn er geen belemmeringen te verwachten ten aanzien van de Flora- en faunawet.
6.7
Vissen Er is geen water in de vorm van plassen of poelen aanwezig in het plangebied. De aanwezigheid van beschermde vissen kan dan ook worden uitgesloten. Wat betreft vissen zijn er dan ook geen belemmeringen te verwachten ten aanzien van de Flora- en faunawet.
1 Onder een deskundige wordt verstaan iemand die voor de relevante situatie en soorten aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. Dat kan zijn een ecoloog van een ecologisch adviesbureau, iemand die aantoonbaar actief is op het gebied van soortenmonitoring of iemand die aantoonbaar actief is op het gebied van soortbescherming en aangesloten/werkzaam bij de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (bijvoorbeeld RAVON, VZZ, Vogelbescherming, FLORON, SOVON, etc.).
Croonen Adviseurs
17
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
6.8
Gemeente Lingewaal
Flora De soorten Spaanse ruiter en moeraswespenorchis zouden volgens de literatuur in het gebied voor kunnen komen. Beide soorten zijn niet waargenomen in het veld. De planlocatie is ook ongeschikt als groeiplaats en het is niet waarschijnlijk dat deze soorten op de planlocatie voorkomen. Wat betreft vaatplanten zijn er geen belemmeringen te verwachten ten aanzien van de Flora- en faunawet.
Croonen Adviseurs
18
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
7 Conclusies en aanbevelingen 7.1
Conclusies
7.1.1
Beschermde natuurgebieden Op ongeveer 200 m ten noorden van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied ‘Lingegebied & Diefdijk-Zuid’, wat tevens aangewezen is als Beschermd Natuurmonument. Aangezien de ruimtelijke ingrepen op kleine schaal plaatsvinden en vanwege de ligging van het plangebied achter de dijk, zal er van enige negatieve externe werking op het natuurgebied geen sprake zijn. Bovengenoemd gebied is tevens aangewezen als EHS. Voor wat betreft de EHS is er alleen bij directe aantasting sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Er bevindt zich geen EHS in het plangebied. Er is van directe aantasting van de EHS dan ook geen sprake. Er is daarom geen noodzaak voor een compensatieplan of een voortoets.
7.1.2
Beschermde soorten Op basis van de beschikbare literatuurgegevens en het veldbezoek kan worden vastgesteld dat het terrein een potentiële habitat biedt voor enkele licht beschermde soorten (tabel 1-soorten). De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van enkele soorten van tabel 1 van de Flora- en faunawet. Dit heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling. Een ontheffing Flora- en faunawet is derhalve niet noodzakelijk. In onderstaande tabel zijn de strikter beschermde soorten en/of soortgroepen opgenomen die mogelijkerwijs in het plangebied voorkomen. Daarbij zijn tevens de mogelijke effecten van de voorgenomen ingreep aangegeven en de eventuele noodzaak voor een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet. Tabel 1: Voorkomen van en effecten op beschermde soorten in het plangebied en de noodzaak voor ontheffing.
Soortgroep/soort Vogels Zoogdieren Reptielen/Amfibieën
Ingreep verstorend Nee Nee Nee
Nader onderzoek Nee Nee Nee
Ontheffing noodzakelijk? Nee Nee Nee
Vlinders en Libellen Vissen Flora
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Nee Nee Nee
Croonen Adviseurs
19
Bijzonderheden/opmerkingen
Voor rugstreeppad zie tekst paragraaf 7.1.2
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
Rugstreeppad De rugstreeppad is tijdens het veldbezoek niet is waargenomen en aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Wanneer de werkzaamheden starten kan het terrein echter geschikt worden als potentieel habitat voor de rugstreeppad. Om te voorkomen dat de rugstreeppad zich in het plangebied vestigt worden in paragraaf 7.2.3 aanbevelingen gedaan. Als men tijdens de werkzaamheden onverhoeds toch een rugstreeppad tegenkomt, dienen de werkzaamheden direct stil gelegd te worden. Een deskundige dient dan ingezet te worden en onder begeleiding van deze deskundige kunnen de aanwezige rugstreeppadden dan naar een andere geschikte locatie in de buurt worden overgeplaatst. Voor het verplaatsen van dieren door een deskundige is geen ontheffing noodzakelijk (zie paragraaf 6.4). Wanneer geen rugstreeppadden worden aangetroffen, kunnen de werkzaamheden zonder bezwaren vanuit de Flora- en faunawet doorgang vinden.
7.2
Aanbevelingen
7.2.1
Vogels Wij zijn er bij dit onderzoek vanuit gegaan dat het aanwezig groen in de vorm van bomen en struiken behouden blijft. Er zijn geen nesten aangetroffen. Mocht er toch groen verdwijnen dan kan met broedvogels in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en snoeiwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (halverwege maart tot en met halverwege augustus) indien concreet broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Flora- en faunawet aan de orde. Indien nesten aanwezig zijn in de twee nestkastjes die aan de schuur hangen dan mogen die pas na het broedseizoen verwijderd/verplaatst worden.
7.2.2
Vleermuizen Om het terrein geschikt te houden dan wel te maken voor vleermuizen, is het belangrijk om het aanbrengen van verlichting zoveel mogelijk te beperken. Nagenoeg alle vleermuissoorten zijn gevoelig voor lichtverstoring. Lage armaturen met wit licht die naar beneden uitstralen zijn minder belemmerend voor vleermuizen en zouden gebruikt kunnen worden. Daarnaast willen wij erop attenderen dat er speciaal voor renovatie of nieuwbouw onderhoudsvrije vleermuizenkokers in de handel zijn die ingemetseld kunnen worden en zogenaamde vleermuiskwartieren die eenvoudig te bevestigen zijn aan muren. Deze positieve maatregelen zijn veelal eenvoudig en met geringe meerkosten in nieuwbouw in te passen.
Croonen Adviseurs
20
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
7.2.3
Gemeente Lingewaal
Rugstreeppad Uit literatuurstudie is naar voren gekomen dat de rugstreeppad in de omgeving is waargenomen. Ter voorkoming van het in gebruik nemen van het plangebied door de rugstreeppad tijdens de bouw wordt aanbevolen om: — tijdig zandige omstandigheden weg te nemen of de bouw af te ronden voor eind augustus (vanaf eind augustus gaan rugstreeppadden op zoek naar vergraafbare grond om de winter door te brengen); — als de bouw langere tijd wordt stilgelegd in braakliggende toestand, of tijdens de bouw zelf, paddenschermen te plaatsen; — natte plekken af te dekken of te dempen.
Croonen Adviseurs
21
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
Croonen Adviseurs
22
Quickscan flora en fauna, Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk
Gemeente Lingewaal
8 Bronnen 8.1
Boeken en rapporten Broekhuizen, S. et al. (1992). Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, KNNV. Cools, J. M.A., (1989). Atlas van de Noord-Brabantse Flora, KNNV. EIS-Nederland/De Vlinderstichting/Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie (2006). Waarnemingenverslag Dagvlinders, nachtvlinders en libellen. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. Stichting Uitgeverij KNNV, Utrecht. Nie de, H. W., (1997). Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen, Media Publishing Doetinchem. Provincie Noord-Brabant, (2002). Rekening houden met habitatrichtlijnsoorten in Noord-Brabant. CD-ROM. SOVON, 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels. SOVON Vogelonderzoek Nederland, KNNV Uitgeverij/Naturalis/EIS – Nederland. Stumpel T., Strijbosch H. (2006). Veldgids amfibieën en reptielen, KNNV Uitgeverij.
8.2
Websites — — — — — —
www.vlinderstichting.nl www.natuurloket.nl www.bing.com/maps www.minlnv.nl www.ravon.nl www.waarneming.nl
Croonen Adviseurs
23
Bijlage 1 Flora- en faunawet
Flora- en faunawet Hierna volgt een algemene beschrijving van de Flora- en faunawet. Algemeen Flora- en faunawet De Flora- en faunawet is op 1 april 2002 in werking getreden. Deze wet regelt de bescherming van planten- en diersoorten. In de Flora- en faunawet zijn EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten opgenomen (Habitatrichtijn, Vogelrichtlijn) en het internationale CITES-verdrag voor de handel in bedreigde diersoorten. Beschermde soorten Onder de Flora- en faunawet zijn als beschermde soort aangewezen: — een aantal inheemse plantensoorten; — alle van nature in Nederland voorkomende zoogdierensoorten (behalve de zwarte rat, de bruine rat en de huismuis); — alle van nature op het grondgebied van de Europese Unie voorkomende vogelsoorten; — alle van nature in Nederland voorkomende amfibieën- en reptielensoorten; — alle van nature in Nederland voorkomende vissoorten (met uitzondering van soorten in Visserijwet 1963); — een aantal overige inheemse diersoorten; — een aantal uitheemse dier- en plantensoorten. De wet regelt onder meer beheer, schadebestrijding, jacht, handel, bezit en andere menselijke activiteiten die een schadelijk effect kunnen hebben op beschermde soorten. Doelstelling wet De doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van in het wild levende planten- en diersoorten. Het uitgangspunt van de wet is 'Nee, tenzij'.
Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen ('nee') kan onder voorwaarden ('tenzij') worden afgeweken. Daarnaast stelt de wet dat ook dieren die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn (erkenning van de intrinsieke waarde). Zorgplicht In de Flora- en faunawet is een zorgplicht opgenomen. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen geen nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet. In het geval van beschermde planten of dieren geldt de zorgplicht ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht voor dieren betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, met zo min mogelijk lijden gepaard gaat.
Verbodsbepalingen De Flora- en faunawet bevat een aantal verbodsbepalingen om ervoor te zorgen dat in het wild levende soorten zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Deze verbodsbepalingen houden onder andere in dat (beschermde) planten niet geplukt mogen worden. Dieren (beschermd of niet) mogen niet gedood, verwond of gevangen worden. Ook de plaatsen waar dieren verblijven zijn beschermd. Het uitzetten van dieren of planten in de vrije natuur is niet toegestaan, net zomin als het kopen of verkopen van (beschermde) planten of dieren, of producten die van (beschermde) planten of dieren zijn gemaakt. Beschermde leefomgeving De Flora- en faunawet maakt het voor provincies mogelijk een bepaalde plek in het landschap aan te wijzen als beschermde leefomgeving. Zo kunnen plaatsen die van groot belang zijn voor het voortbestaan van een planten- of diersoort worden beschermd. Een beschermde leefomgeving kan bijvoorbeeld zijn: een fort of bunker waar vleermuizen overwinteren, een dassenburcht, een plek waar orchideeën groeien of een muur waarop beschermde planten groeien. Ontheffingen De Flora- en faunawet beschermt planten- en diersoorten door middel van een groot aantal verbodsbepalingen: — Verboden handelingen bij beschermde planten en dieren. Bijvoorbeeld het verbod op het doden van eekhoorns. — Verboden en bepalingen voor jacht- en vangmiddelen.
Bijvoorbeeld het verbod op het bezit van strikken en vallen. In bepaalde gevallen zijn uitzonderingen mogelijk op deze verboden. Provincies kunnen ontheffing verlenen voor de bestrijding van dieren die schade toebrengen of voor het beheer van de wildstand. In alle overige gevallen kan het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een ontheffing verlenen. De Dienst Regelingen van LNV verleent in de praktijk de meeste ontheffingen. Dit gebeurt op grond van artikel 75 van de Flora- en faunawet. Deze ontheffingen zijn onder te verdelen in drie categorieën: — Ruimtelijke ingrepen: ontheffingen die nodig zijn vanwege de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van een gebied, bijvoorbeeld de aanleg van woonwijken, wegen of (natuur)terreinen. Deze ontheffingen kunnen ook worden gegeven voor (onderhouds)werkzaamheden. — Onderwijs en onderzoek, repopulatie en herintroductie: in het geval van onderwijs en onderzoek kan bijvoorbeeld ontheffing worden verleend voor het vangen van dieren om DNA af te nemen voor wetenschappelijk onderzoek. Een voorbeeld van repopulatie en herintroductie is het uitzetten van otters in natuurgebieden.
2
— Overigen: deze categorie is zeer ruim. Het kan gaan om ontheffingen van het bezitsverbod of ontheffingen van het gebruik van verboden vangmiddelen. Ook ontheffingen voor het gebruik van biologische bestrijders in tuinbouwkassen zijn mogelijk. Als een provincie geen ontheffing kan verlenen voor schade- en overlastbestrijding, verleent de Dienst Regelingen deze soms. Onder bepaalde voorwaarden is een algemene vrijstelling geregeld van de ontheffingsplicht van de Flora- en faunawet. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden: — Soorten van tabel 1 – algemene soorten – lichtste beschermingsregime. — Soorten van tabel 2 – overige soorten – middelste beschermingsregime. — Soorten van tabel 3 – genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en in bijlage 1 van de AMvB – zwaarste beschermingsregime. Vogels zijn niet opgenomen in tabel 1 tot en met 3. Alle vogels zijn in het broedseizoen gelijk beschermd. De bescherming van vogels is hoofdzakelijk gericht op de bescherming van de nesten.
Daarbij wordt wel een onderscheid gemaakt in nesten die jaarrond zijn beschermd (Categorie 1 tot en met 4-vogelsoorten), nesten die niet jaarrond zijn beschermd (overige vogelsoorten) en nesten die alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen (Categorie 5vogelsoorten). Sinds augustus 2009 is door een uitspraak van de Raad van State bepaald dat er volgens de Europese Vogelrichtlijn geen ontheffing meer verleend mag worden voor het vernietigen van vaste verblijfplaatsen van vogels met als reden ruimtelijke ingrepen. Om geplande ontwikkelingen toch uit te kunnen voeren, moeten mitigerende (verzachtende) en/of compenserende maatregelen worden genomen. Deze maatregelen dienen ter goedkeuring aan Dienst Regelingen voorgelegd te worden door middel van een ontheffingsaanvraag, vergezeld van een overzicht van mitigerende en/of compenserende maatregelen. Wanneer de maatregelen voldoende worden geacht, krijg u bericht terug in de vorm van een ‘positieve afwijzing’ van uw ontheffingsaanvraag (aangezien een ontheffing niet verleend kan worden). Dit betekent dat u uw werkzaamheden mag uitvoeren, mits zij precies volgens het mitigatie-/compensatieplan worden uitgevoerd. Op deze manier worden overtredingen van de Flora- en faunawet voorkomen.
Voor tabel 1-soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de ontheffingsplicht en is derhalve geen ontheffing nodig.
3
Bijlage 2 Natuurbeschermingswet 1998
Natuurbeschermingswet 1998 Hierna volgt een algemene beschrijving van de Natuurbeschermingswet. Algemeen Natuurbeschermingswet Nederland kreeg in 1967 voor het eerst een Natuurbeschermingswet. Deze wet maakte het mogelijk om natuurgebieden en soorten te beschermen. Op den duur voldeed de wet niet meer aan de eisen die internationale verdragen en Europese verordeningen stellen aan natuurbescherming. Daarom is in 1998 een nieuwe Natuurbeschermingswet gemaakt die alleen gericht is op gebiedsbescherming. De bescherming van soorten is geregeld in de Flora- en faunawet. De Natuurbeschermingswet 1998 is op 1 oktober 2005 gewijzigd. Sindsdien zijn de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in de Natuurbeschermingswet verwerkt. Beschermde gebieden De volgende gebieden worden aangewezen en beschermd op grond van de Natuurbeschermingswet: — Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden); — beschermde natuurmonumenten; — wetlands. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen. Maar soms doet het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) dit.
Bestaand gebruik Op 1 februari 2009 is de wet opnieuw gewijzigd. De wijziging heeft betrekking op het zogenoemde 'bestaand gebruik'. Hieronder vallen activiteiten in en om beschermde Natura 2000-gebieden die al plaatshadden voordat een gebied als beschermd gebied is aangewezen. De wijziging is met name van belang voor provincies (als bevoegd gezag) en voor burgers en bedrijven met bestaand gebruik. De wijzigingen zijn gericht op: — verbetering van de werking van de wet in de praktijk; — verbetering van de aansluiting van de wet bij de Habitatrichtlijn.
Beschermde natuurmonumenten Met de gewijzigde Natuurbeschermingswet 1998 is in 2005 het verschil tussen beschermde monumenten en staatsnatuurmonumenten vervallen: beide zijn nu beschermde natuurmonumenten. Beschermde natuurmonumenten die overlappen met Natura 2000-gebieden worden opgeheven en niet langer beschermd als beschermd natuurmonument. De natuurwaarden waarvoor het natuurmonument was aangewezen worden wel in de Natura 2000-aanwijzing opgenomen.
2
Bijlage 3 Ecologische Hoofdstructuur
Ecologische Hoofdstructuur Hierna volgt een algemene beschrijving van de Ecologische Hoofdstructuur. Algemeen Ecologische hoofdstructuur De Nederlandse natuur staat steeds meer onder druk, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt de Ecologische Hoofdstructuur ( EHS) van Nederland. In de EHS liggen de twintig Nationale Parken die Nederland kent. Ze hebben gezamenlijk een oppervlakte van 123 duizend hectare. Ongeveer 45% van alle hectares EHS op het land is ook Natura 2000-gebied. De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan ( NBP) van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ( LNV). Netwerk van gebieden De EHS is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen.
De EHS kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. De EHS bestaat uit: — bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; — landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); — grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). De EHS is een plan in uitvoering en moet in 2018 klaar zijn.