Bijlage 2 toelichting Nee, tenzij-toets Groene Ontwikkelingszone__385281__.pdf
Tekst van het document
Bureau Verkuylen T.a.v. mevr. H. van Griensven Veemarktkade 8 5222 AE ‘s-Hertogenbosch
Kenmerk
BE/2020/905/n/1
Onderwerp
‘Nee, tenzij-toets’ Groene Ontwikkelingszone
Datum
23 december 2020
Auteur
ir. ing. D. de Boer
Collegiale toets
ing. C.J. Blom
Revisie
12 januari 2021
‘Nee, tenzij-toets’ Groene Ontwikkelingszone Spijkse Kweldijk 39b en 41 te Spijk Aanleiding Aan de Spijkse Kweldijk 39b en 41 te Spijk (hierna te noemen “planlocatie”) is een voormalig agrarisch perceel gelegen (figuur 1). De initiatiefnemer is voornemens een zorgcomplex te realiseren op het perceel. Het initiatief betreft een bijzondere manier van kleinschalig wonen voor ouderen. Bestaande bebouwing en het aanwezige groen zal behouden blijven (figuur 2). De planlocatie is gedeeltelijk gelegen in gebied dat behoort tot de Groene Ontwikkelingszone (figuur 3). Alvorens de ontwikkeling van het zorgcomplex plaats mag vinden dient, op verzoek van Omgevingsdienst Rivierenland, een beoordeling gemaakt te worden waarbij de invloed van de beoogde ontwikkeling op de kernkwaliteiten behandeld wordt. In deze notitie zullen de effecten van de realisatie van een zorgcomplex op de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone behandeld worden.
Figuur 1
De planlocatie is gelegen aan de Spijkse kweldijk 39b en 41 te Spijk (bron: arcgis.com).
Figuur 2
De beoogde inrichting van de planlocatie (bron: Bureau Verkuylen, 2020).
Figuur 3
De planlocatie maakt onderdeel gelderland.maps.arcgis.com).
uit
van
de
Groene
ontwikkelingszone
(bron:
Beschrijving planlocatie Binnen de planlocatie zijn enkele opstallen gesitueerd ten behoeve van agrarische doeleinden. Dit betreffen enkele kleine schuurtjes. Tevens is er een vrijstaande woning en een zwembad op de planlocatie aanwezig. Aan de zuid- en oostkant van de planlocatie bevindt zich een golfpark. Aan de westkant is agrarisch gebied aanwezig. Ten noorden van de planlocatie is de Spijkse Kweldijk gesitueerd. Beschermingsregime Groene Ontwikkelingszone De Groene Ontwikkelingszone is een zone die bestaat uit gebieden met andere bestemmingen dan natuur maar wel ruimtelijk verweven zijn met het Gelders Natuurnetwerk. In deze gebieden wordt ingezet op versterking van de samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden. In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen de Groene Ontwikkelingszone worden geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, tenzij: a. Er geen reële alternatieven aanwezig zijn; b. Sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. De negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt; en d.
De overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2.7.1.1, derde tot en met zesde lid, en 2.7.1.3 (zie Omgevingsverordening Gelderland). Kleinschalige ontwikkelingen binnen de Groene Ontwikkelingszone zijn mogelijk, mits: a. In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; en b. Deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde dan wel een ander, gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. In deze ‘nee, tenzij-toets’ wordt de invloed van de beoogde ontwikkeling op de kernkwaliteiten van het betreffende deelgebied beoordeeld. De kernkwaliteiten De planlocatie is gelegen in deelgebied Tielerwaard. Onderstaand worden de 13 kernkwaliteiten van dit deelgebied beschreven. Voor elke kernkwaliteit is een beoordeling van de effecten van de realisatie van het zorgcomplex op de desbetreffende kernkwaliteit opgesteld. 1.
Gebied van grootschalige kommen met forse stroomrug langs de Waal en kleinschalige stroomrug langs de Linge Op circa 3,6 km ten zuiden van de planlocatie is de Waal gelegen. De planlocatie is gelegen op circa 260 meter ten zuiden van de Linge en betreft buitendijks gebied van de Linge. De beoogde ontwikkeling betreft enkel de realisatie van een gebouw (c.q. het zorgcomplex). Derhalve leidt de beoogde ontwikkeling niet tot aantasting van kernkwaliteit 1. 2. Deels onderdeel van Nationaal Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie De planlocatie maakt gedeeltelijk deel uit van Nationaal Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie. Een bestemmingsplan voor gronden die deel uitmaken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie maakt geen activiteiten mogelijk die de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aantasten. De kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn: a. het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militair verdedigingssysteem, bestaande uit: i. inundatiegebieden; ii. zones met verdedigingswerken als forten, batterijen, lunetten, betonnen mitrailleurkazematten en groepsschuilplaatsen in hun samenhang met de omgeving;
iii.
b. c.
voormalig schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied) rondom forten; iv. waterwerken als waterlichamen, sluizen inlaten, duikers en dijken functionerend in samenhang met verdedigingswerken en inundatiegebieden; v. overige elementen als beschutte wegen, (resten van) loopgraven en tankgrachten; de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; vi. de historische vestigingsstructuur van de vestigingssteden Muiden, Weesp, Naarden, Nieuwersluis, Gorinchem en Woudrichem; de grote openheid; het groene en overwegend rustige karakter.
De planlocatie bevat geen elementen van hydrologische en militaire verdedigingssystemen. Aangezien de beoogde ontwikkeling slechts een kleine ontwikkeling betreft, leidt de beoogde ontwikkeling tevens niet tot aantasting van de openheid en het groene en rustige karakter. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve niet tot aantasting van kernkwaliteit 2. 3. Ecologische verbinding Linge De planlocatie maakt geen onderdeel uit van de ecologische verbindingszone langs de Linge. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve niet tot aantasting van kernkwaliteit 3. 4.
Parel Komgrondenreservaat Deil: bloemrijke, schrale hooilanden; in de sloten planten die op kwel wijzen: holpijp, waterviolier; ganzen als wintergasten; ook eendenkooien, kooibossen en grienden De planlocatie maakt geen onderdeel uit van het Parel Komgrondenreservaat Deil en de bovengenoemde soorten en biotopen zijn niet aanwezig op de planlocatie. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van kernkwaliteit 4. 5. Weidevogelgebied Leuvense Veld De planlocatie maakt geen deel uit van het weidevogelgebied Leuvense Veld. De afstand van de planlocatie tot het weidevogelgebied Leuvense Veld is circa 2,4 kilometer. De beoogde realisatie is van relatief klein formaat en derhalve is van een externe invloed op het Leuvense Veld geen sprake. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve niet tot aantasting van kernkwaliteit 5. 6. Leefgebied steenuil Ten tijde van de quickscan zijn op de planlocatie geen nesten van jaarrond beschermde vogelsoorten aangetroffen. In het kader van de Wettelijke bescherming van vogels worden geen belemmeringen verwacht ten aanzien van de ontwikkeling (Croonen adviseurs, 2010). Binnen een straal van 2 km van de planlocatie is de steenuil in de afgelopen 10 jaar regelmatig waargenomen (NDFF 2010-2020). De minimale afstand van een waarneming tot de planlocatie betreft circa 300 meter.
De planlocatie heeft een open structuur en derhalve is het mogelijk dat de steenuil incidenteel gebruik maakt van de planlocatie als foerageergebied. De initiatiefnemer wil de planlocatie voor de steenuil aantrekkelijker maken. Ten behoeve van de steenuil zullen de volgende realisaties plaatsvinden:
-
aanplant van knotbomen aanplant hoogstam fruitbomen aanleg takkenrillen
Conform het kennisdocument steenuil (BIJ12, 2017) zijn steenuilen vaak te vinden in knotbomen en oude hoogstamfruitbomen. In (krappe) holten van deze bomen kunnen steenuilen een nestlocatie vinden. Tevens voorzien (knot)boomsingels, takkenhopen en takkenrillen in dekkingsmogelijkheden voor de steenuil. Door het creëren van takkenrillen, houtstapels, aanplant van hoogstamboomgaarden en aanplant van nootdragende bomen wordt meer foerageergebied voor de steenuil gerealiseerd (BIJ12, 2017). De bovengenoemde realisatie dragen derhalve bij aan zowel eventuele nestlocaties, dekkingsmogelijkheden en foerageermogelijkheden. Hiermee zal kernkwaliteit 6 (leefgebied steenuil) versterkt worden.
Tevens dragen de vorengenoemde realisaties bij aan het één van de ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone in deelgebied Tielerwaard, namelijk “ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen”. Het aanbrengen van takkenrillen of houtstapels (c.q. structuurrijke schuilplekken voor reptielen en amfibieën) en de aanplant van bomen (c.q. nestlocaties voor vogels en fruitbomen als waardplant voor vlinders), resulteert in een positieve bijdrage aan de biodiversiteit op de planlocatie. Naar aanleiding van de beoogde realisaties ten behoeve van de steenuil is een nieuw inrichtingsvoorstel opgesteld (zie bijlage 1). 7. Leefgebied kamsalamander In de quickscan Flora en fauna (Croonen adviseurs, 2010) wordt geconcludeerd dat er geen geschikt voorplantingswater op de planlocatie aanwezig is. Aangezien het landhabitat van de kamsalamander zich bevindt in de directe omgeving van het voortplantingswater, kan ook het voorkomen van landhabitat worden uitgesloten. Aanwezigheid van de kamsalamander op de planlocatie kan worden uitgesloten, concludeert Croonen adviseurs (2010). Derhalve leidt de beoogde ontwikkeling niet tot aantasting van kernkwaliteit 7. 8. Hollandse Waterlinie: cultuurhistorisch landschap, afleesbaar door forten en inundatievelden Op de planlocatie zijn geen forten en inundatievelden aanwezig.
In het rapport van Bureau Verkuylen (2020) wordt geconcludeerd dat binnen het plangebied en de directe omgeving geen cultuurhistorische waarden liggen waarvoor het initiatief een aantasting kan vormen. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve niet tot aantasting van kernkwaliteit 8. 9.
Oude polderstructuur met zijtwendes, achterkades en boezems nog op veel plaatsen herkenbaar; eendenkooien en andere bosjes (o.a. uit de ruilverkaveling) Op de planlocatie zijn geen elementen aanwezig die duiden op de aanwezigheid van eendenkooien, zijtwendes, achterkades en andere oude polderstructuren. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve niet tot aantasting van kernkwaliteit 9. 10. Rust, ruimte en donkerte (op afstand van A15 en Betuwelijn) De planlocatie is gelegen op een afstand van circa 1,5 kilometer ten noorden van de A15 en de Betuwelijn. De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van een zorgcomplex voor ouderen. Gezien de doelgroep en functie is het aannemelijk dat de beoogde ontwikkeling geen significante invloed zal hebben op het aspect rust. Tevens betreft het een ontwikkeling van een relatief klein formaat waardoor geen negatieve invloed wordt voorzien op de ruimte en donkerte. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van kernkwaliteit 10. 11. Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, waterreservoir In het rapport van Bureau Verkuylen (2020) wordt geconcludeerd dat het aspect bodemkwaliteit geen planologische belemmering vormt voor het plan. “In het kader van de reeds verleende vergunning is de kwaliteit van de bodem voldoende beoordeeld voor de woonfunctie.
Het initiatief betreft geen bestemmingswijziging naar een gevoeligere functie”, aldus Bureau Verkuylen (2020). In het rapport van Bureau Verkuylen (2020) wordt geconcludeerd dat het aspect water geen planologische belemmering vormt voor het plan. De extra aangelegde parkeerplaatsen zullen met half verharding worden aangelegd zodat er geen verstoring van de waterhuishouding plaatsvindt. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve niet tot aantasting van kernkwaliteit 11. 12. Ecosysteemdiensten: recreatie, waterwinning, waterberging De planlocatie betreft particuliere grond en vervult derhalve geen functie voor recreatie. Tevens vervult de planlocatie geen functie voor waterwinning en waterberging. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van kernkwaliteit 12.
13. Alle door de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet beschermde soorten en hun leefgebieden in dit deelgebied. Croonen adviseurs (2010) heeft een quickscan naar beschermde flora en fauna uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat de beoogde ontwikkeling geen verstorend effect zal hebben op beschermde flora en fauna. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van kernkwaliteit 13. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de realisatie van het zorgcomplex niet leidt tot aantasting van de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone in deelgebied Tielerwaard. Ten behoeve van kernkwaliteit 6 (leefgebied steenuil) zullen realisaties plaatsvinden welke een positieve invloed hebben op het leefgebied van de steenuil. Hiermee zal kernkwaliteit 6 versterkt worden. Deze realisaties dragen tevens bij aan één van de ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone in deelgebied Tielerwaard. Bronnen - BIJ12 (2017). Kennisdocument steenuil Athene Noctua, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. - Bureau Verkuylen (2020). Bestemmingsplan Spijk, zorgcomplex Spijkse Kweldijk 39b en 41. - Croonen adviseurs (2010). Quickscan flora en fauna Spijkse Kweldijk 41 en 41a, Spijk. - NDFF (2010-2020). Data verkregen op 22 december 2020 via www.ndff.nl
We hopen u met dit schrijven voldoende te hebben geïnformeerd. We verblijven in afwachting van uw reactie. Met vriendelijke groet,
Auteur Blom Ecologie B.V., ir. ing. D. de Boer
Collegiale toets Blom Ecologie B.V., ing. C.J. Blom
Bijlage 1 | Inrichtingsvoorstel ten behoeve van de steenuil
BLOM ECOLOGIE B.V. ZANDWEG 46A - 4181 PM WAARDENBURG Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld. Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V.
Bijlage 1: Inrichtingsvoorstel ten behoeve van de steenuil In overleg met de opdrachtgever is besloten om fruitbomen en knotwilgen aan te planten en een takkenril aan te leggen. Ons voorstel betreft het onderstaande:
Figuur 1. Inrichtingsvoorstel ten behoeve van de steenuil. De beoogde realisaties betreffen de aanplant van hoogstam fruitbonen, knotwilgen en het aanleggen van takkenrillen. Hoogstam fruitbomen Een hoogstam fruitbomengaard voorziet in foerageergebied voor steenuilen. Tevens kunnen deze bomen (na verloop van tijd) gebruikt worden als nestlocatie van steenuilen. Een hoogstamfruitbomengaard is een ruim opgezette boomgaard (figuur 2).
Figuur 2. Hoogstamfruitbomengaard. Links betreft een bestaande hoogstamfruitbomengaard (bron hoogstamfruitnh.com). Rechts betreft aanvullende aanplant van een bestaande hoogstamboomgaard (bron: BIJ12 Kennisdocument steenuil, 2017). Knotwilgen Knotwilgen voorzien in dekkingsmogelijkheden voor steenuilen. Ook kunnen knotwilgen (op den duur) voorzien in nestlocaties. De locatie voor de knotwilgen is gekozen op een vrij open plek nabij het water. Hier vormt het een bomenrij. Dit is tevens gunstig voor vogels. Eén van de ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone in deelgebied Tielerwaard is “ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen”. Met de aanplant van knotwilgen wordt bijgedragen aan dit ontwikkelingsdoel.
Idealiter worden de knotwilgen eens in de 2/3 jaar geknot. De vrijgekomen wilgentenen kunnen gebruikt worden voor het aanvullen van de takkenrillen. Van belang is dat het knotten van de wilgen gefaseerd wordt uitgevoerd, dus ieder jaar een gedeelte van de aanwezige knotwilgen. Hiermee wordt gegarandeerd dat er op ieder moment een aantal niet-geknotte wilgen aanwezig zijn die belangrijk zijn voor dekking en voor insecten.
Figuur 3. De ideale beoogde situatie voor de knotwilgen: open landschap en de bomen langs het water (bron links: ivn.nl, rechts: vildaphoto.net). Takkenrillen Er is gekozen voor de aanleg van 2 lijnvormige takkenrillen. Takkenrillen voorzien in foerageergebied en dekkingsmogelijkheden van steenuilen. Muizen en andere grondgebonden fauna kunnen rust- en voortplantingsplaatsen vinden onder de takkenrillen. Daarnaast vindt ook een scala aan insecten schuilplaatsen in takkenrillen. Idealiter worden de takkenrillen niet direct tegen de bestaande bomen aan geplaatst, maar op een afstand hiervan. Hierdoor vormt de takkenril een losstaand element. De vrijgekomen wilgentenen van de knotwilgen kunnen gebruikt worden voor het aanvullen van de takkenrillen.
Figuur 4. Fotografische impressie van takkenrillen (bron boven: pinterest, fotograaf onbekend. Bron onder: heeze-leende24.nl)