CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

B2 11 Zienswijze Omgevingsvisie juridisch advies Kalenberg.pdf

Lijst ingekomen stukken 21 december 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: B2: B2 Brieven aan de raad die ter advisering naar het college gaan3.960 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

19 alinea's met “omgevingsplan”: 23 26 31 34 37 50 53 58 59 61 74 77 78 80 81 82 84 87 88

INGEKOMEN

11011101 / 1 1,1§111111111141

06 DEC. 2021

Juridisch Advies Kalenberg Postbus 65 4190 CB Geldermalsen

Geldermalsen, 1december 2021

Aan: Gemeenteraad van de gemeente West Betuwe Postbus 112 4190 CC Geldermalsen Onderwerp: Zienswijze ontwerp omgevingsvisie West Betuwe

ZIENSWIJZE inzake de ontwerp Omgevingsvisie West Betuwe

I.

ALGEMEEN

In de afgelopen periode heeft het College van B&W een ontwerp omgevingsvisie tot stand gebracht. Deze ontwerp Omgevingsvisie ligt tot 7december 2021 ter inzage, waarbij het indienen van een zienswijze mogelijk is. Allereerst wil ik umijn complimenten maken voor de totstandkoming en het gevolgde participatieproces de prachtige uitvoering van dit document. In deze zienswijze zal ik eerst een aantal algemene opmerkingen maken over de Omgevingswet en vervolgens ingaan op een aantal specifieke aspecten van de leefomgeving die een wezenlijke rol dienen te vervullen bij het realiseren van een aantal doelstellingen uit de omgevingsvisie.

II.

OMGEVINGSWET

Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1juli 2022 in werking, maar hier kan ook zomaar nog een half jaar bijkomen. Met de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 en de nog lopende kabinetsformatie is dat voor iedereen een uitdaging, met name voor de nieuwe leden van uw gemeenteraad en het ( nieuwe) college.

Beginselen Bij het opstellen van de omgevingsvisie dient urekening te houden met een aantal milieubeginselen: •

het voorzorgsbeginsel;

•

het beginsel van preventief handelen;

•

het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden dienen te worden,

•

het beginsel dat de vervuiler betaalt.

en

U dient bij het opstellen van deze omgevingsvisie rekening te houden met de bovenstaande beginselen. Deze zijn letterlijk overgenomen uit het milieubeleid van de Europese Unie. De beginselen zorgen voor inhoudelijke sturing op het beleid voor de fysieke leefomgeving en werken daarmee door naar het omgevingsplan.

1

Deze beginselen blijken op geen enkele wijze uit het onderhavige concept Omgevingsvisie, zoals ter inzage gelegd.

Vertaling Bij het implementeren van de Omgevingswet in de praktijk wordt het bepalen van de omgevingskwaliteiten, daar een integrale visie uit te destilleren en vervolgens de vertaling te maken naar de instrumenten van de Omgevingswet, zowel omgevingsvisie als omgevingsplan, een belangrijke 'stip op de horizon'. De Omgevingswet brengt een ingrijpende stelselwijziging van het omgevingsrecht met zich mee en heeft grote gevolgen voor iedereen die zich bezighoudt met de fysieke leefomgeving in Nederland. In zijn essay: De Omgevingswet als transitieopgave, noemt Jan Rotmans de stelselwijziging een 'transitie'. Een transitie houdt onder andere in: fundamenteel anders denken, handelen en organiseren. Rotmans geeft aan dat de Omgevingswet noopt tot integraal denken, omdat de instrumenten als omgevingsvisie en omgevingsplan per definitie integraal zijn. Het integreren van alle aspecten van de fysieke leefomgeving in één visie en één plan is van een niet te onderschatten complexiteit. Aspecten als ruimte, water, natuur, mobiliteit, hulpbronnen en cultureel erfgoed zijn op zichzelf al complex, laat staan het integreren ervan, en het maken van integrale afwegingen. De vertaling van deze aspecten is nog onvoldoende integraal verwerkt in uw onderhavige concept omgevingsvisie. Nog teveel opsomming zo ontbreekt erfgoed in zijn geheel, terwijl ook in de West Betuwe voldoende te beschermen is.

II OMGEVINGSVISIE De omgevingsvisie is een politiek-bestuurlijk document dat de langetermijnvisie van de gemeenteraad geeft op de noodzakelijke en gewenste ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving in zijn bestuursgebied. De omgevingsvisie dient zich te richten op de fysieke leefomgeving als geheel, zodat deze in samenhang wordt beschouwd in de complexe dynamiek in de moderne maatschappij. De visievorming op verschillende terreinen zoals ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, water, milieu, gebruik van natuurlijke hulpbronnen en cultureel erfgoed wordt niet slechts samengevoegd maar juist met elkaar verbonden, geïntegreerd. De brede reikwijdte van de omgevingsvisie wil niet zeggen dat alle onderwerpen tot in detail worden uitgewerkt.

Eerdere en meerdere visies Ugeeft in de teksten onder de illustraties een groot aantal visies weer die van invloed zijn geweest op deze visie. Deze documenten zijn nu niet voor iedere burger zichtbaar en de status na 1juli 2022 is onduidelijk. Daarnaast zijn er visies die nog uitgewerkt worden, zoals aangegeven in de lange lijst met beleidsdocumenten, aan het eind van uw visie. Voor de goede orde is het relevant de reeds vastgestelde visies in te voegen in de definitieve visie en de bron herleidbaar toe te voegen. Door het verwijzen naar eerdere visies is met de onderhavige ( ontwerp) omgevingsvisie nog geen sprake van een Integrale' visie op de fysieke leefomgeving, zoals de Omgevingswet dat vraagt.

2

Het zou nuttig zijn om in de definitieve visie aan te geven hoe en wanneer udeze visie als een integrale visie gaat vaststellen, zodat de onderlinge samenhang duidelijk wordt voor de inwoners van gemeente West Betuwe. Mogelijk is dit een eerste taak van de nieuwe gemeenteraad na de verkiezingen. Het gaat bij de omgevingsvisie om een samenhangende visie op strategisch niveau, niet om een optelsom van beleidsvisies voor de diverse ( sectorale) domeinen.

Strategische visie In een omgevingsvisie legt de gemeente vast wat zij in de toekomst wil met de diverse gebieden en thema's voor de fysieke leefomgeving. Deze visie is richtinggevend voor het omgevingsplan: de uitvoeringsagenda voor de omgevingsvisie. Onder de Omgevingswet ontstaat voor uw raad en het college dus meer ruimte om eigen afwegingen te maken over activiteiten in de leefomgeving. De kwaliteit die zij aanvaardbaar vinden, vertalen zij door naar soepele of strenge normen. Deze bestuurlijke afwegingsruimte is een winst voor iedere gemeente maar ook een uitdaging bij het opstellen van een omgevingsvisie en een omgevingsplan. Iedere gemeente zal dus voor zichzelf een soort 'integraal afwegingskader' maken zoals dat ook voor de centrale overheid geldt: wat wil ik regelen, is het wel een overheidstaak, enz. Het afwegingskader is een werkwijze en informatiebron en toe te passen op elk moment in het beleidsproces. Met name in een vroeg stadium van het beleidsproces heeft de toepassing van een afwegingskader een meerwaarde. De bestuurlijke afwegingsruimte werkt verschillende kanten uit.

Niet alleen kunt uals gemeenteraad eigen normen stellen, ( bijvoorbeeld gedifferentieerd voor geluid, naar woonomgeving en/of soort bedrijventerrein, met of zonder milieubelasting), teneinde te voldoen aan een aanvaardbaar geluidsniveau, maar ukunt kan ook voldoende afstand tussen functies aanhouden of door gebruiksregels te stellen, zoals het aanpassen van laad- en lostijden of afstanden tot de bebouwde kom. Deze aspecten zijn nog niet uitgewerkt in onderhavige concept Omgevingsvisie.

Initiatief Omgevingswet wil dat het ' initiatief' meer centraal komt te staan. Daar hoort bij dat meer geredeneerd wordt vanuit de doelen die uals gemeenteraad zichzelf stelt in uw Omgevingsvisie dan vanuit de ( bestaande) regels. Met name bij de transformatie van gebieden blijkt dat de Omgevingswet meer mogelijk kan maken. Regels kunnen flexibeler worden gemaakt; de uitvoerbaarheid hoeft minder rigide te worden aangetoond. Deze flexibiliteit komt mijns inziens te weinig naar voren in het onderhavig concept.

Karakter De omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie van een bestuursorgaan over de noodzakelijke en gewenste ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving in zijn gebied. Die integrale omgevingsvisie voor het gehele grondgebied van een gemeente is nodig om te bepalen hoe de keuzes van een bestuursorgaan worden ingevuld en om de verdere ambities voor de fysieke leefomgeving te formuleren in het omgevingsplan. De uitwerking van die ambities vindt plaats binnen de beleidscyclus.

3

De ambities voor een bepaald deel van het grondgebied kunnen een verschillende karakter hebben, zoals: conserverend karakter voor een gebied ( consolideren); herstructurering en/of intensivering; transformatie van een gebied. Uw huidig concept heeft nu nog een overheersend beschrijvend karakter, zonder echt te kiezen voor een bepaalde richting voor uw ambities.

Gezondheid Gezondheid is een belangrijk aspect onder de Omgevingswet In uw concept omgevingsvisie geeft uaan dat uals gemeente uit gaat van het model van positieve gezondheid. Dit gaat naast lichaamsfuncties ook om mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren. Dit houdt ook in dat deze visie een basis moet geven voor het stellen van regels wat betreft aantallen dieren, locatie- en huisvesting van dieren in relatie tot het omgevingsplan, waarbij een evenredige toedeling van functies aan locaties het uitgangspunt is. Gezondheid heeft echter ook een relatie met externe veiligheid, milieubelastende emissies en de aanpak van afval/bodemverontreiniging en/of functiescheiding waarbij functies (wonen, werken, voorzieningen) goed gemengd zijn, en waarbij overlast (of hinder) gevende bedrijven staan op afstand staan van bewoning Verzoeke de volgende aspecten in uw definitieve Omgevingsvisie op te nemen: • overlast gevende industriële bedrijven op afstand van woningen, scholen etc. ( en andersom) • overlast gevende veehouderiien en hobbvnnatig gehouden dieren op afstand van woningen, scholen etc. ( en andersom) • overlast gevende installaties zoals windturbines, zonneparken en biomassacentrales op afstand van woningen, scholen etc. ( en andersom) • overlast gevende dienstverlenende bedriiven op afstand van woningen, scholen etc.

( en andersom) De relatie met GGD en Veiligheidsregio is hierbij essentieel, maar ontbreekt in uw visie.

Gezondheid en dieren U geeft tevens aan dat West Betuwe zich ontwikkelt als een gemeente waarin de leefomgeving op een positieve manier bijdraagt aan de gezondheid van onze inwoners. Uw omgevingsvisie biedt echter geen enkele basis voor toekomstig beleid met betrekking tot hinderlijke en/of schadelijke dieren binnen en/of buiten de bebouwde kom.

Bebouwde kom Binnen de gemeente West Betuwe wordt binnen de gedefinieerde bebouwde kom ook gebruik gemaakt van een verder differentiëren naar het centrum van een bebouwde kom en de 'rand van de woonkern'. Hiermee heeft niet iedereen binnen de bebouwde kom dezelfde mate van bescherming. Het zou zelfs beter zijn rond de bebouwde kom nog een overgangsgebied te creëren ter bescherming van het woon- en leefklimaat.

4

Graag uw visie daarop in het kader van rechtsbescherming.

Milieubelastende activiteiten Omwille van de gezondheid wijken we zo min mogelijk af van streefwaarden voor milieubelasting op woningen, dat kan ertoe leiden dat in bepaalde gebieden het realiseren van woningbouw niet mogelijk is of duurder wordt. Verzoeke te verduidelijken wat hier mee wordt bedoeld, aangezien het geen enkele visie bevat van gebieden waar wel of geen milieubelastende activiteiten mogen plaatsvinden. Hierbij is het belangrijk dat onder de Omgevingswet geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen activiteiten voor bedrijven en particulieren, zoals bijvoorbeeld het houden van dieren binnen de bebouwde kom.

III.

STURING

Een belangrijk onderdeel van een omgevingsvisie is de wijze waarop uals gemeente uw ambities wilt waarmaken. Op welke wijze wilt usturing geven aan initiatieven. U kunt daarbij keuzes maken in de wijze van sturing, kwaliteit en ontwikkelingen, aan welke knoppen wilt uzelf draaien. De knoppen zijn in drie categorieën te onderscheiden: • sturingswens (toestaan, uitnodigen, initiëren); • omgevingskwaliteit ( minimaal, basis, maximaal); • gebiedsproces ( conserveren, herstructureren, transformeren).

U kiest voor een bepaald gebied dan ook uw eigen ambitie en welke houding met betrekking tot sturing die daar bij hoort. In uw visie kunt uuitwerking van die ambities aangeven door te differentiëren naar `gebiedstypen' en of 'kern/wijktype', ambities daarvoor en welke sturingswens udaarin heeft.

5

Wilt uals een gemeente meer aandacht voor eigen ontwikkelingsplanologie of een meer reactieve houding door toelatingsplanologie of meer ruimte voor initiatiefnemers door middel van uitnodigingsplanologie? Graag hierop uw visie uitwerken in de definitieve omgevingsvisie

Van toelatingsplanologie naar uitnodigingsplanologie Ontwikkelingsplanologie ( initiërend, sturing op concreet samenhangend initiatief/ontwikkelingskader) en toelatingsplanologie ( reactief) zijn vaak in Nederland toegepast. In veel gemeenten zal met het omgevingsplan een verschuiving plaatsvinden naar uitnodigingsplanologie, waarbij sturing op toekomstige zelfstandige kleinschalige initiatieven meer plaats krijgt. De Omgevingswet is er in het bijzonder op gericht om die uitnodigingsplanologie verder mogelijk te maken. Wat is uw visie daarop?

IV.

KERNAMBITIES

Een omgevingsvisie is vooral op hoofdlijnen geformuleerd en van strategisch niveau. Voor een degelijk omgevingsplan moet die visie concreet worden uitgewerkt tot goed uitvoerbare regels over de kwaliteit en benutting van de leefomgeving in het gebied. Dat is nu niet het geval. Uit uw ontwerp van de omgevingsvisie volgen drie kernambities voor het behoud, beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving: •

inzetten op toekomstbestendige en leefbare kernen;

• ontwikkelen ons tot dé fruitgemeente van Nederland; •

beleefbaar rivierenlandschap versterken waarin kleinschaligheid en de 'dorpse sfeer' de boventoon voeren.

Deze ambities zijn weinig concreet. Ook zou uhier aan kunnen geven welke ambitie uheeft m.b.t. integrale en/of organische ontwikkelingen.

Advisering gemeenteraad Het uitgangspunt is dat de gemeenteraad zijn visie en beleidsvoornemens over de leefomgeving neerlegt in de omgevingsvisie. Daarmee wordt eveneens primair inzicht gegeven in welke afwijkingen van een omgevingsplan in zijn visie wel of niet toelaatbaar worden geacht. De gemeenteraad kan ervoor kiezen om daarnaast, voor bijvoorbeeld ingrijpende afwijkingen op kwetsbare plekken, categorieën van gevallen aan te wijzen waarin advies gevraagd moet worden. De gemeenteraad kan dat ook nalaten, en dan hoeft dus geen advies te worden gevraagd. Dit is de komende maanden nog extra relevant in de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen. Dit aspect ontbreekt volledig in het onderhavige concept.

Inhoud van de visie De visie die nu ter inzage ligt is vrij algemeen en nog onvoldoende integraal ontwikkeld. Ik vraag me dan ook af of deze visie, samen met de reeds ontwikkelde visies en nog te ontwikkelen visies, voldoende basis bieden voor het opstellen van een omgevingsplan. Temeer nu in deze visie nauwelijks sprake is van visie op het thema 'milieubelastende activiteiten'.

Energie Het Rijk zet in op een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening. Landelijk zijn er doelstellingen vastgesteld. In 2050 moet de energievoorziening nagenoeg CO 2neutraal zijn. De 6

energietransitie stelt alle bestuursniveaus voor een flinke uitdaging. Doelstellingen en ambities met betrekking tot energie worden (vertaald en) vastgesteld in de omgevingsvisie en dit wordt concreet gemaakt in het omgevingsplan. Weinig ambities in visie, waardoor uitwerking in omgevingsplan moeilijk wordt.

V.

PROGRAMMA

Het programma is een flexibel instrument dat het Rijk, een provincie of gemeente kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. De overheid kan het programma inzetten om zowel een onderwerp uit de omgevingsvisie concreet te maken, als doelen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Ook kan het gebruikt worden voor de uitwerking van de omgevingsvisie voor een specifiek gebied. Programma's zijn soms ook visievormend. Bijvoorbeeld als de overheid in het programma het beleid uit de omgevingsvisie voor een onderdeel van de fysieke leefomgeving, een aspect of gebied uitwerkt. De overheid kan in programma's concrete maatregelen opnemen die leiden tot de vastgelegde en gewenste kwaliteit van een onderdeel van de fysieke leefomgeving, een aspect of een gebied. Deze programma's dienen ter uitwerking van het beleid uit de visie. Daarnaast zijn er verplichte programma's voor water, voor geluid en — als niet voldaan wordt aan omgevingswaarden — voor luchtkwaliteit. Ugeeft in uw visie aan dat ambities en keuzes uit uw omgevingsvisie kunnen worden uitgewerkt in gebiedsgerichte en thematische programma's, zonder dat dat is uitgewerkt. Graag een visie op welke programma's udoelt. Dit is erg vrijblijvend.

VI.

PROVINCIALE VISIE en VERORDENING

In de onderhavige visie ontbreekt een heldere relatie met de visie van de provincie en wordt geen rekening gehouden met het lopende proces van de Provinciale Omgevingsvisie van de Provincie Gelderland. Het ingevoegde schema geeft weinig inhoudelijke koppeling met NOVI en POVI. Aan de start van de beleidscyclus, bij het formuleren van de omgevingsvisie, dienen gemeente, provincie en het Rijk het belang van een veilige fysieke leefomgeving mee te wegen. Het is van belang dat daarbij de veiligheidsregio's als deskundigen en adviseurs worden betrokken. De Wet veiligheidsregio's draagt de veiligheidsregio op om de gemeenten te adviseren over risico's van branden, rampen en crises. Door het bestuur van de veiligheidsregio vroeg in het planproces te betrekken, worden de gemeenten in staat gesteld bij de inrichting van de omgeving rekening te houden met het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, rampen en crises.

VII.

BIJDRAGEN MN KWALITEIT

Uw ambities zouden zich kunnen vertalen naar kwaliteitsverbetering, bijvoorbeeld bij gebiedsontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkeling biedt uals gemeente West Betuwe volop ruimte voor duurzame mobiliteit en geeft uvoorkeur aan energieneutrale of zelfs energieleverende nieuwbouw. Daar waar toegestaan wilt ustrengere eisen aan nieuwe ontwikkelingen en/of bedrijven om bij te dragen aan onze doelstellingen op het gebied van energietransitie en klimaatadaptatie.

7

Financiële bijdragen Dit vraagt ook een financiële input van die ontwikkelaars/bedrijven, waarbij ukunt aangeven dat u een bijdrage vraagt voor ontwikkelingen buiten het gebied waar wordt gebouwd. Dit betreft kosten ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in volle breedte en maakt het mogelijk op een initiatiefnemer kosten te verhalen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet bepaalt hiertoe dat: •

het moet gaan om ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving;

• ontwikkelingen waarvoor financiële bijdragen worden verhaald vooraf moeten zijn vastgelegd in een omgevingsplan; • er sprake moet zijn van een functionele samenhang tussen de activiteit en de beoogde ontwikkeling. De motivering hiervan in het omgevingsplan kan teruggrijpen op een onderbouwing in een omgevingsvisie of programma; • de bijdragen alleen mogen worden gebruikt voor de geoormerkte doelstellingen; en • er niet meer kosten mogen verhaald worden dan nodig. U kunt in uw omgevingsvisie dus een onderbouwing van de functionele samenhang tussen ontwikkelingen en bijdragen aan kosten worden vastgelegd. Dit heeft een positief effect op de gemeentelijke begroting. Aan de mogelijkheid om in overeenkomsten op vrijwillige basis afspraken te maken over financiële bijdragen voor ontwikkeling van het gebied is de voorwaarde gesteld dat de ontwikkeling, waarvoor de bijdrage wordt gevraagd, moet zijn vastgelegd in een omgevingsvisie of een programma.

Voorkeursrecht Ook is het mogelijk in een vroeg stadium van planvorming ( bij de omgevingsvisie of zelfs voorafgaand daaraan) een voorkeursrecht te vestigen om te voorkomen dat grondposities worden ingenomen door marktpartijen, die gewenste maatschappelijke ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving belemmeren. Het vroegtijdig, strategisch en gericht inzetten van dit instrument kan een bijdrage leveren aan bijvoorbeeld binnenstedelijke herstructurering door te voorkomen dat versnippering of een ongunstige verkaveling ontstaat door verkoop van gronden aan derden. Daarnaast geeft vestiging van een voorkeursrecht ubeter betere mogelijkheden om regie te voeren, ook bij laagconjunctuur en faciliterend grondbeleid. Verder helpt het instrument om publieke voorzieningen te realiseren, die voor de markt niet rendabel zijn. Hiermee bereikt udrie doelen: versterking van uw regisserende rol; verbetering van uw onderhandelingspositie op de grondmarkt; beheersing van de grondprijzen. Zeker gelet op de financiële voorgeschiedenis van de voormalige gemeente Geldermalsen, kunt u met het gebruik van het voorkeursrecht dus een betere greep houden op uw grondbeleid.

VIII.

OMGEVINGSPLAN

De materie van het omgevingsplan binnen de Omgevingswet is behoorlijk complex. Een omgevingsplan komt niet zomaar uit de lucht vallen en vormt de vertaling van de gemeentelijke omgevingsvisie

8

naar de uitvoeringspraktijk. Het omgevingsplan West Betuwe is straks de uitvoering van de definitieve gemeentelijke omgevingsvisie, reden waarom ik in deze zienswijze reflecteer op uw concept. De basis van het omgevingsplan komt dus in deze omgevingsvisie te liggen. De omgevingsvisie is daarom van groot belang en gemeente West Betuwe kan hier nog beter gebruik van maken door het toevoegen van meer detaillering en daarmee ook de kansen benutten van de verruimde reikwijdte. Het omgevingsplan zou binnen de gemeentelijke beleidscyclus in zekere zin kunnen werken als een soort ondergrens: er is in vastgelegd wat juridisch bindend en juridisch afdwingbaar zou mogen zijn. Nieuw is dat het omgevingsplan gebodsbepalingen kan bevatten en doelvoorschriften. Gebodsbepalingen zouden kunnen worden ingezet op het moment dat ambities uit de omgevingsvisie niet door de samenleving vrijwillig worden opgepakt, maar wel noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld in het kader van tegengaan van klimaatverandering en in het kader van duurzaamheid. Ook kunt uals raad en het college als bevoegd gezag door het (voor)stellen van doelvoorschriften inspelen op thema's zoals (volks)gezondheid, klimaatverandering en duurzaamheid. Er is sprake van een wisselwerking tussen omgevingsplan en omgevingsvisie. Het hangt bijvoorbeeld van de in de visie geformuleerde ambities af of een strenge of soepele norm wordt gekozen.

Het omgevingsplan vertaalt dit in functies en regels voor locaties, en uiteindelijk landt dit in de vorm van een bindende regel in het omgevingsplan. Hoe duidelijker de visie is vertaald in het plan, des te voorspelbaarder de uitkomsten van het beleid. Met name voor de thema's duurzaamheid, gezondheid en veiligheid speelt dit, omdat hierbij vaak sprake zal zijn van doelvoorschriften. Als doelvoorschriften aangevuld worden met vereisten voor het afwegingsproces dan biedt dit ook al weer meer garanties. Hierin liggen kansen voor de gemeenteraad. Door de verbrede reikwijdte van het omgevingsplan ten opzichte van het bestemmingsplan groeit de wenselijkheid verschillende ( leefomgevings-)aspecten juist in samenhang te bezien. Om te komen tot een integrale beoordeling en optimale verdeling van de ( milieu)gebruiksruimte zijn meer geïntegreerde indicatoren geschikter dan sectorale normen. Cumulatie van blootstelling zou hoe dan ook bij de analyse van gezondheidseffecten betrokken kunnen worden in deze ontwerp Omgevingsvisie visie. Het omgevingsplan bevat dus alle regels over de fysieke leefomgeving en wordt de invulling in de praktijk van de visie van een gemeente op de fysieke leefomgeving in de meest brede zin van het woord.

Daarmee vormt het omgevingsplan naast de neerslag van de operationele en juridische dimensie van de gemeentelijke omgevingsvisie ook de basis voor bestuurlijk handelen binnen de gemeentelijke praktijk. Het omgevingsplan brengt daarmee vele nieuwe aspecten voor het bevoegd gezag op gemeentelijk niveau met zich mee. Onder de Omgevingswet wordt er vanuit gegaan dat de regels van het omgevingsplan het resultaat zijn van een integrale afweging. Hiermee wordt bedoeld dat de regels vanuit de diverse sectoren, zoals water, natuur, erfgoed, geluid, enz., niet los van elkaar staan, maar onderling zijn afgestemd en geïntegreerd tot één regeling of regels die onderling niet strijdig zijn. Het nieuwe omgevingsplan wat uw raad in 2022 moet gaan vaststellen is dus niet een opeenstapeling van de oude bestemmingsplannen, beheersverordeningen, algemene plaatselijke verordeningen en andere gemeentelijke verordeningen met een nietje er door. Het moet een helder leesbaar en inzichtelijk document zijn waarin geïntegreerde regels worden gegeven ten aanzien van de fysieke leefomgeving, gebaseerd op de omgevingsvisie.

9

Vaststellen omgevingsplan Wanneer in een volgende fase het omgevingsplan moet worden opgesteld en vastgesteld, wordt gemotiveerd om welke redenen het omgevingsplan wordt vastgesteld of aangepast. Hierin wordt bijvoorbeeld aangegeven op welke onderdelen een ( bestaand) omgevingsplan wordt aangepast en wordt verwezen naar voor die wijzigingen relevant beleid uit de gemeentelijke omgevingsvisie, maar ook naar beleid van de provincie en/of het Rijk en op welke wijze gevolg is gegeven aan de van toepassing zijnde instructieregels en instructies van de provincie en/of het Rijk. Tenslotte wordt toegelicht hoe het omgevingsplan bijdraagt aan een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. De onderhavige concept omgevingsvisie geeft onvoldoende handvatten en aanknopingspunten voor een goed omgevingsplan.

IX.

CONCLUSIES

De ontwerp Omgevingsvisie geeft op dit moment onvoldoende integraliteit weer, nu de overige visies die al leven binnen gemeente West Betuwe, niet zijn aangehecht of op andere wijze integraal onderdeel zijn geworden van dit ontwerp. Daarnaast is er geen zichtbare koppeling met de Provinciale omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Het ingevoegde schema geeft weinig inhoudelijke koppeling met NOVI en POVI. De verplichte milieubeginselen blijken op geen enkele wijze uit het onderhavige concept Omgevingsvisie, zoals ter inzage gelegd. U geeft aan programma's te kunnen/gaan ontwikkelen. Graag een visie op welke programma's u doelt. Dit is erg vrijblijvend geformuleerd. Wilt uals een gemeente meer aandacht voor eigen ontwikkelingsplanologie of een meer reactieve houding door toelatingsplanologie of meer ruimte voor initiatiefnemers door middel van uitnodigingsplanologie? Voor financiële bijdragen aan kwaliteit van ontwikkelaars moet sprake zijn van een functionele samenhang tussen de activiteit en de beoogde ontwikkeling. Het is verstandig om dit al in de omgevingsvisie te onderbouwen. Graag hierop uw visie uitwerken in de definitieve omgevingsvisie Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022, zou de nieuwe gemeenteraad zich als eerste over deze visie moeten buigen om deze uit te laten monden in een nieuwe integraal omgevingsplan voor de gehele fysieke leefomgeving.

Het omgevingsplan West Betuwe is straks de uitvoering van de definitieve gemeentelijke omgevingsvisie, reden waarom ik in deze zienswijze reflecteer op uw concept. Naar mijn mening geeft de onderhavige concept omgevingsvisie nog onvoldoende richting, handvatten en aanknopingspunten voor een goed integraal omgevingsplan. Ik verzoek udeze zienswijze te betrekken bij het opstellen van de definitieve omgevingsvisie West Betuwe. Hoogachtend, mr. H.F. 10

INGEKOMEN

2/"-- /)(5

U7DEC. 2021

(9/76‘EV//y65 os/ &7

6e17ee -N7-MM) pe T cis /12 fócc

a--rtEe--/y7e=- lije-ST g

2 / 4;7

Juridisdh Advies Kalenberg Postbus 65 4190 CB Geldermalsen

e-mail: kalenbergadvie ' s0planstn1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/471/documents/9052