CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

B2 03 Zienswijze ontwerp bestemmingsplan Donkerstraat Heesselt (anoniem).pdf

Lijst ingekomen stukken 30 november 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: B2: Brieven aan de raad die ter advisering naar het college gaan3.310 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bezoekadres De Blomboogerd 1, 4003 BX Tiel Postadres Postbus599, 4000 AN Tiel T (0344) 64 90 90 F {0344) 64 90 99 E info@wsrl.nl I www.waterschaprivierenland.nl Bank IBAN NL93 NWAB0636 7572 69 BIC NWABNL2G

I I I I II I I I I III I I I I I I I I I I I I I I Pl21017113

Waterschap Rivierenland

INGEKOMEN 2 1 OKT. 2021

College van burgemeester en w�tJ,ouders van de gemeente West Betuwe Postbus 112

VERZONDEN 2 0 OKT. 2021

4190 CC GELDERMALSEN

Datum:

Uw kenmerk:

20 oktober2021

Ons kenmerk: 2021131376/2021131489

Onderwerp: Ontwerp bestemmingsplan Donkerstraat Heesselt

Geacht college, Hierbij ontvangt u de zienswijze van ons waterschap op het ontwerp bestemmingsplan Donkerstraat Heesselt. Planomschrijving Het plan Donkerstraat 12 betreft de sloop van een kassencomplex en aanwezige bedrijfsbebouwing. Ter compensatie wordt op het perceel een extra woning toegestaan. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar burgerwoning. De bouwkavel wordt na afronding van de procedure te koop aangeboden. Punt van bezwaar: De rioolwatertransportleiding is niet opgenomen in de regels en op de verbeelding. o De rioolwatertransportleiding valt net binnen de grenzen van het plangebied. Wij verzoeken om deze rioolwatertransportleiding op te nemen in de regels en de verbeelding. U vindt onze modelregel in bijlage 1 van deze brief. Daarnaast wijzen wij op een aandachtspunt bij de uitvoering. Wanneer straks de kavel te koop wordt aangeboden, kan de nieuwe eigenaar mogelijk aanspraak maken op de eenmalige vrijstelling van 1500 m2 voor toename verhard oppervlak mits deze nog niet eerder hiervan gebruik heeft gemaakt. Als de vrijstelling niet meer ingezet kan worden of de verharding met meer dan 1500 m2 toeneemt, dient gecompenseerd te worden.

WaterschapRivierenland Ons kenmerk 2021131376/2021131489 Pagina 2van3

Van de compensatieplicht voor nieuw verhard oppervlak, kan de oppervlakte van recent gesloopte gebouwen worden afgetrokken. De sloop mag niet langer dan 5jaar geleden zijn geweest en er moet gesloopt zijn met het doel om te herbouwen. De eigenaar die gesloopt heeft, moet wel zelf de aanvraag indienen. Deze regel geldt niet voor rechtsopvolgers, omdat deze de gekochte grond zonder de gesloopte gebouwen aantreffen en voor nieuw verhard oppervlak met de gebruikelijke compensatie rekening moeten houden. Wanneer de nieuwe eigenaar de kavel `leeg' koopt, kan deze dus geen aanspraak meer maken op de eerder bestaande bebouwing. In bijlage 2vindt uonze beleidsregel hiervoor. Conclusie Wij maken bezwaar tegen het bovenstaande onderdeel van het ontwerp bestemmingsplan en verzoeken uom het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen conform onze opmerkingen. Wij vertrouwen erop uhiermee voor dit moment voldoende te hebben geïnformeerd en zijn desgewenst uiteraard bereid onze zienswijze in uw hoorzitting nader toe te lichten.

Hoogachtend, namens het college van dijkgraaf en heemraden van Watersc

Rivier

d,

ing. M. Wierda hoofd van

fdeling Omgeving en Communicatie

Bijlage(n): Afschrift:

1.

Modelregel rioolwatertransportleiding

2.

Beleidsregel 5.16

Archief ( inclusief bijlagen)

Wij verzoeken uvriendelijk bij verdere correspondentie ons kenmerk te vermelden, zodat wij uw brief sneller kunnen beantwoorden.

WaterschapRivierenland Ons kenmerk 2021131376/2021131489 Pagina 3 van 3

1.&. Modelregel Leiding • Riool

13

Modek'ege& rloclwat.enrwpar!lelding f�mmlnq)-

Artikel 6 Leiding • Riool &.1 .........,_lldlf'ltvtng De - 'Ledng - Alool' aang8Wl!2!!fl gronden zijn bmaiMJ voor de andere aJóaa, ll00f1r.amerde best.emmlng(en, mede bestemd voor eet1 rioolllla1:erlratlspoc9eiidng met 4!11!11 dMletef van 11111 hoogde PM cm.tmm. 6.2. ._...... � deze gronden mag worden gebouwd en gelder1 de '«llgende regels: a. op de2le g,oniie,l mogen 11en be"-_.. da In Id 6.1 genoemde �lng uhllluilend bouwwerken, geen ,gebouwen zl;,de. worden gebouwd: b. de bouwhoogte 11811 boull'IIIBrkefl, geen geöouwen zllnde, tiecraao sen hoqpl.e PM ;

u.�--�

Het bevoegd gezag kan In afw!Jllng V8l1 Id 8.2 onder a tJm e beslissen - mlddee een �Un""O - met lnachlnemng van het IIOlgende: a. de bil de betraldlen beslemmlng bdlorende bouwn,gels wolden In a:tt genomen: h. er Wl:rdl gee,1 an-.-edge alnilk gedaan aan het wilg 1!11 doenlallg furdonefen VM de lelclng en \IOOOll won:i tdaif1eljlc advies lf9l!IO■IM• de betreffende lelclngbeiwleal,e,.

u. Otnglhll� 6.4.1. Aanlegverbod 20flder omgevlngs-ouMlng Het Is verboden QP al In de gronden meit de bestemming Lelclng - Rloal mlKler of In llfwildng van eet1 omgavlng�nlng wan het belloe',1de gezag de volgende wedren, geen � zijnde, ad � lil Ie 'o10l!l'l!ll: a. het afgrallf!fl, QPhogen 1111 egallseren "'an g,oniie,l; b. het IIIIIU!!ngen van cllepworlelende beplandngen en bomen, het beboss8l van i,onden 1!11 het 111drtjwerl van � In de vrond; c. het �gen 1!11 verharden Vllll wegen, paden en paitieergelegenhelien en het �en van andere appen,talcl�en; cl het ..-eggen van rialerlrgen. -.1X>r1e11, lelclngen af kabels CanieB clan In da beSlammlng�ng Is 1119111even); e. hel cpslasri "8R Z8k8l'I (waaroncle, � afll'alslotfen). 6.4.2. Ui121ondertngen qp dit omgevlngs.-gunnlng Het vett>od van llcl 6..4.1 Is niet Vllf1 1Depassing ac, werken rJ werla.aarmedert cle: d. noodzakeljk z+t voor de ulb,oedng van een bouwplan � omt, ng Is -'eend, zoalsii'llldll.3bedoeil; a. normaal onclerhou:I en beheer 11en densllt van de bestA!mmlng boeffen; b. reeds Ml uit-ing zijn op het tl� van de inweltdngtredng van het plan. 8.U Voorwaarden voor een omgelltngsverounnlng De werken en wefklaamheden, :zoafs In lid 8.4.1 bedoeld, z+t sledlls IOelaa!bear, lndlM het leö,gbelang claan:locr niet __.g won:i gesdlaad e11 voonrl sdwlftelljk IIIIMes Is� 1:14 de betre'1ende lelclngbl!ileerder.

Wij verzoeken u vriendelijk bij verdere correspondentie ons kenmerk te vermelden, zodat wij uw brief sneller kunnen beantwoorden.

5.16 Nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak

-

Wijziging beleidsregel: Zaaknr.

Datum

omschrijving wijziging:

vastgesteld:

Waterschap Rivierenland

Keur Deze beleidsregel gaat over keurartikel 3.4:Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer te laten komen. Verklaring van een aantal begrippen Nieuwe lozingen kunnen zijn: -

Nieuw verhard oppervlak. Dit zijn alle oppervlakken die voor nieuwbouw, wegen, etc., verhard worden. Hierdoor kan het hemelwater ter plaatse niet langer in de (voorheen onverharde) grond infiltreren. Daardoor treedt er een versnelde afvoer van het hemelwater op.

-

Afgekoppeld bestaand verhard oppervlak. Hier betreft het vaak de vervanging van een bestaand gemengd rioolstelsel door een (verbeterd) gescheiden rioolstelsel. De ' extra' afvoer van hemelwater kan worden geneutraliseerd door het vergroten van de bergingscapaciteit van het watersysteem. De compensatiemaatregelen moeten zo dicht mogelijk bij het lozingspunt worden gemaakt en in ieder geval in hetzelfde peilgebied als waar het lozingspunt wordt aangebracht of aanwezig is. Voor welke oppervlaktewaterlichamen geldt deze beleidsregel? Deze beleidsregel heeft betrekking op de gebieden waar nieuwe lozingen van verhard oppervlak, in zowel stedelijk als landelijk gebied, van invloed kan zijn op de waterhuishouding van het watersysteem dat wordt beheerd door Waterschap Rivierenland. Bij het toepassen van vegetatiedaken kan de benodigde bergingscapaciteit worden teruggebracht, indien wordt voldaan aan de toetsingscriteria. Bij een halfverhard oppervlak kan de benodigde bergingscapaciteit worden teruggebracht, afhankelijk van de aard van de verharding. Deze situaties zullen afzonderlijk moeten worden berekend. Bij kunstgrasvelden kan de benodigde bergingscapaciteit worden teruggebracht, indien wordt voldaan aan de toetsingscriteria. Raakvlakken met ander beleid De versnelde afvoer van hemelwater oppervlaktewaterlichamen en/of het

wordt meestal gecompenseerd door het graven van nieuwe verbreden van bestaande oppervlaktewaterlichamen. Deze

oppervlaktewaterlichamen moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden zijn beschreven in beleidsregel 5.14, " Het (ver)graven van ( nieuwe) oppervlaktewaterlichamen" en in beleidsregel 5.1 "werkzaamheden in oppervlaktewaterlichamen". Bij nieuwe lozingen van hemelwater van bestaand verhard oppervlak, zogenaamde afkoppeling, worden aanvragen getoetst aan de Beslisboom Afkoppelen en Compensatie van het waterschap. Per geval wordt getoetst of de afvoer van het hemelwater op oppervlaktewaterlichamen moet worden gecompenseerd. Er is ook raakvlak met beleidsregel 5.2 als de uitbreiding van verhard oppervlak plaatsvindt in het winterbed van de Linge, de Korne, Oude Zederik en het Merwedekanaal. Voor het maken van uitstroomvoorzieningen in een A-water geldt een algemene regel ( zie bijlage 1, WT 14).

I Doel van het beleid_

Ilk

Het doel van deze beleidsregel is om de versnelde afvoer van hemelwater als gevolg van de uitbreiding van het verhard oppervlak in het beheersgebied te beperken tot de maatgevende afvoer van het landelijk gebied. Een uitbreiding van het verhard oppervlak moet dus, vanuit waterhuishoudkundig oogpunt, waterbalans-neutraal plaatsvinden. Toelichting op de beleidsregel Waterberging en afvoer Regenwater dat op een onverharde bodem valt dringt voor een belangrijk deel in de bodem. Het komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in oppervlaktewater. (wegzijging en kwel). Slechts een klein deel stroomt bovengronds af naar het oppervlaktewater. Ter plaatse van verhard oppervlak zal het regenwater nauwelijks of niet in de bodem dringen. Vrijwel al het water stroomt direct af naar het oppervlaktewatersysteem en/of naar het rioleringssysteem. Dit betekent dat bij een flinke regenbui het oppervlaktewatersysteem een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen. De realisatie van nieuw verhard oppervlak moet waterneutraal worden uitgevoerd. Dit betekent dat de aanvrager voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na het gereedkomen van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien.

Dit kan onder andere bereikt worden door het graven van nieuwe oppervlaktewaterlichamen, het vergroten van bestaande oppervlaktewaterlichamen of het aanleggen van wadi's. De aanvrager moet bij de aanvraag zelf aangeven op welke manier en waar hij de compensatie gaat maken. Om te voorkomen dat individuele bewoners voor kleine voorzieningen zoals serres, tuinschuurtjes, enkele woning, etc., moeten compenseren geldt er een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht van 500 m2 voor stedelijk gebied en 1.500 m2 voor landelijk gebied. (Voor kleinere oppervlaktes hoeft dus niet te worden gecompenseerd, bij grotere oppervlaktes mogen de vrijgestelde oppervlaktes daarop in mindering worden gebracht). Voor de glastuinbouw en/of pot- en containercultuur is bij de toetsingscriteria een afwijkende regeling opgenomen. Dit heeft te maken met het feit dat men ( in de meeste gevallen) op grond van andere wettelijke eisen toch al een bassin moet bouwen voor goed gietwater. Zo'n bassin leent zich in een wat groter formaat ook voor het compenseren van uitbreiding van verhard oppervlak. Er geldt hierbij wel een hogere norm voor de glastuinbouw

en/of

pot-

en

containercultuur

dan

voor

andere

sectoren.

Als

uitgangspunt

voor

de

compensatieberekening wordt T=50 als maatgevende bui gehanteerd. Dit betekent dat de te hanteren vuistregel gesteld wordt op 580 m3/ha ( in plaats van 436 m3/ha). Indien hemelwater in deze sectoren geborgen zal worden in waterbassin van minimaal 3500 m3/ha en zonder overloop, is er vrijstelling van compensatieplicht. Toetsingscriteria 1.

Aanvragen worden aan de algemene toetsingscriteria getoetst.

Daarnaast gelden de volgende bi'zondere toetsingscriteria: 2.

Er geldt geen compensatieverplichting in individuele gevallen als het verhard oppervlak op het omringende perceel loost en de afstand tot een oppervlaktewaterlichaam, binnen hetzelfde of een lager gelegen peilgebied, groter is dan 100 meter. In individuele gevallen geldt er ook geen compensatieplicht voor de in de agrarische sector gangbare koe- en kavelpaden ( hieronder vallen niet de verharde inrit en erfverharding).

3.

De maximale afvoer van water uit het plangebied mag niet meer zijn dan 1,51/s/ha ( landelijke afvoernorm). Er moet voldoende berging zijn bij extremere omstandigheden. Er wordt gerekend met twee ontwerpbuien namelijk: - de T=10+10% neerslag; Daarbij mag het peil niet meer dan 20 cm stijgen in de deelgebieden die op bijlage 2zijn aangegeven. In de overige gebieden bedraagt de maximale peilstijging 30 cm. Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha verhard oppervlak; -de T=100+10%-neerslag; Hierbij is een peilstijging toegestaan tot laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak.

4.

In het kader van een watertoetsadvies kan het waterschap om locatiespecifieke, waterhuishoudkundige redenen afwijken van de maximale peilstijging. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitbreiding van nieuw stedelijk gebied. In dat geval wordt de uitbreiding in het kader van de watertoets getoetst op een aantal

maatgevende situaties en bijbehorende waterhuishoudkundige eisen. Deze staan beschreven in de Handreiking Watertoets van Waterschap Rivierenland. Aanvragen om watervergunning voor nieuw stedelijk gebied worden daarom aan een eventueel aanwezig positief watertoetsadvies getoetst. Bij het ontbreken van een dergelijk positief watertoetsadvies wordt voor deze gebieden een maximale peilstijging van 20 c.q. 30 cm gehanteerd (zie toetsingscriterium 3). 5.

Er geldt een vrijstelling van de compensatieplicht voor lozen vanaf nieuw verhard oppervlak van 500 m2 binnen stedelijk gebied ( bebouwde kom) en 1.500 m2 in landelijk gebied. De lozing op zich is op grond van de Keur wel vergunningplichtig. Indien er geen andere vergunningplichtig activiteiten worden ondernomen dan het maken van nieuw verhard oppervlak, is er voor de van compensatieplicht vrijgestelde oppervlaktes een algemene regel (WT 5).

6.

Als het te verharden oppervlak kleiner is dan 500 m2,respectievelijk 1.500 m2 en op zichzelf staat (door de aanvrager kan worden aangetoond dat niet te verwachten valt dat de verharde oppervlakte later veel groter zal worden door aanbouw of uitbreiding met kleinere delen), is geen compensatie nodig. Als het verharde oppervlak in eerste instantie weliswaar kleiner is dan 500 m2,respectievelijk 1.500 m2,maar deel uitmaakt van een groter geheel, bijvoorbeeld een planologisch bepaalde mogelijkheid, zou er van latere aanbouw of uitbreiding een cumulatief effect kunnen uitgaan. In deze gevallen moet bij een volgende uitbreiding, die het totaal verharde oppervlak groter doet zijn dan 500 m2,respectievelijk 1.500 m2,de meerdere oppervlakte alsnog worden gecompenseerd.

7.

Bij hemelwaterlozing van een verhard oppervlak groter dan 500 m2,respectievelijk 1.500 m2,moet de aanvrager voorzieningen treffen om de landelijk afvoer te realiseren door middel van: -

8.

het creëren van extra waterberging op het eigen terrein door middel van het graven of vergroten van een oppervlaktewaterlichaam, en/of

-

het creëren van extra retentie in het oppervlaktewaterlichaam waarop wordt geloosd door

-

vergroten van het profiel van de oppervlaktewaterlichaam, en/of het graven van nieuw oppervlaktewaterlichaam binnen hetzelfde peilgebied en aangesloten op bestaande A- of B-wateren, en/of

-

het creëren van extra berging door het aanleggen van wadi's.

Er kan onderscheid gemaakt worden in wadi's met de volgende functie: a. b.

berging met tevens infiltratie of, alleen berging (droogvallende retentie)

waarbij aan de volgende uitgangspunten moet worden voldaan: Berging met infiltratie

Berging

T=100+10% (tot aan maaivel 48 tot 96 uur

T=100+10% (tot aan maai 48 tot 96 uur

GHG ( Gemiddeld Hoof > 50 cm onder bodem wadi

gelijk aan of lager dan boi

max. toegestane bergir max. ledigingstijd Grondwaterstand) leggerstatus

9.

B, indien direct gekoppeld a;

B, indien direct gekoppek

systeem, anders geen

systeem, anders geen

In het kader van duurzaam bouwen en bestrijding van verdroging, kan ook het infiltreren van schoon dakwater in de grond in principe als mogelijkheid worden geaccepteerd. Bij de aanvraag moet de afmeting en constructie van de infiltratievoorziening goed in beeld worden gebracht. Aanvrager moet aantonen dat de infiltratievoorziening goed kan functioneren en dat geen versnelde afvoer naar het oppervlaktewater zal ontstaan. In het grootste gedeelte van het beheergebied is infiltratie niet mogelijk, omdat de grondslag ( klei, veen) niet geschikt is. Daarentegen kan het ook wenselijk zijn om uit waterkwaliteitsoverwegingen hemelwater van wegen, dat niet via het talud naar oppervlaktewater wordt afgevoerd, juist wel te infiltreren in wadi's of andere infiltratievoorzieningen.

10. Compensatie voor verhard oppervlak kan zowel plaatsvinden in een nieuw oppervlaktewaterlichaam als in een bestaand oppervlaktewaterlichaam. De aanvrager moet bij de aanvraag zelf aangeven op welke manier en waar hij de compensatie gaat maken. Het waterschap toetst vervolgens of dat voldoende is.

Soms heeft het waterschap om locatiespecifieke redenen een voorkeur voor compensatie in een nieuw dan

wel

bestaand

oppervlaktewaterlichaam.

Als

er

compensatie

plaatsvindt

in

een

bestaand

oppervlaktewaterlichaam, dan gaat de voorkeur uit naar compensatie in B-wateren boven compensatie in A-wateren. Dit onder andere op basis van het veroorzakersbeginsel. Daarbij is compensatie in A-wateren minder

gewenst

vanwege

optredende

problemen

in

de

sfeer

van

eigendom

en

onderhoud.

11. Als de aanvrager kan aantonen dat compensatie in een B- of A-water redelijkerwijs niet mogelijk is, kan het waterschap ook compensatie in bestaande of nieuwe C-wateren toelaten. 12. In het stedelijk gebied kan een uitbreiding tussen 500 m2 en 1.500 m2 worden gecompenseerd door participatie in een waterbergingsbank. De aanvrager moet dan door middel van een verklaring van de gemeente welke een watervergunning heeft voor een waterbergingsbank, kunnen aantonen dat op deze manier wordt voldaan aan de compensatieplicht. 13. In eerste instantie moet de berging bij het lozingspunt worden gemaakt. Als de aanvrager aantoont dat dit niet mogelijk is, dan kan de berging elders in het peilgebied worden gerealiseerd. De aanvrager is in dat geval ook verantwoordelijk voor een voldoende aanvoer vanaf de lozing naar de berging. Daardoor kunnen tussen het lozingspunt en de berging geen problemen ontstaan. Als geloosd wordt op een ander oppervlaktewaterlichaam dan waar de compensatie wordt gemaakt, moet het watersysteem tussen het lozingspunt en de locatie van de gemaakte compensatie voldoende capaciteit hebben om te voorkomen dat door de lozing te grote peilstijging, opstuwing of stroomsnelheid kan ontstaan. De aanvrager moet dit door middel van een hydraulische berekening aantonen. 14.

Als de aanvrager aantoont dat compensatie in hetzelfde peilvak niet mogelijk of onwenselijk is, kan het waterschap op grond van waterhuishoudkundige argumenten toelaten dat compensatie in

een

benedenstrooms gelegen peilvak plaatsvindt. 15. In het kader van duurzaam bouwen kan ook compensatie in de vorm van vegetatiedaken in principe worden geaccepteerd. Bij de aanvraag moet de effectiviteit van het vegetatiedak worden aangetoond door middel van een ( berekenings-)rapport en een onderhoudsplan van het vegetatiedak. 16. Vegetatiedaken als nieuw verhard oppervlak moeten voor 70 % in open water worden gecompenseerd. Dit geldt alleen voor een vegetatiedakoppervlak van minimaal 1000 m2. 17. Van de compensatieplicht voor nieuw verhard oppervlak, kan de oppervlakte van recent gesloopte gebouwen worden afgetrokken. De sloop mag niet langer dan 5jaar geleden zijn geweest en er moet gesloopt zijn met het doel om te herbouwen. De eigenaar die gesloopt heeft moet wel zelf de aanvraag indienen. Deze regel geldt niet voor rechtsopvolgers, omdat deze de gekochte grond zonder de gesloopte gebouwen aantreffen en voor nieuw verhard oppervlak met de gebruikelijke compensatie rekening moeten houden.

18. In principe kan voor overcompensatie watervergunning worden verleend, als de watervergunninghouder de overcompensatie binnen maximaal 5jaar na de dag waarop de watervergunning werd verzonden zal inzetten. De watervergunninghouder kan gemaakte overcompensatie niet aan anderen overdragen. Deze regel geldt niet voor een gemeentelijke waterbergingsbank.

19. Voor nieuw verhard oppervlak in de glastuinbouw en/of pot- en containercultuur geldt dat compensatie van hemelwater voor maximaal 75% in een te bouwen bassin mag plaatsvinden. Als uitgangspunt voor de compensatieberekening wordt T=50 als maatgevende bui gehanteerd. Dit betekent dat de te hanteren vuistregel gesteld wordt op 580 m3/ha. 20. Er geldt een vrijstelling van de compensatieplicht voor nieuw verhard oppervlak in de glastuinbouw en/of pot- en containercultuur, indien het hemelwater wordt geborgen in een bassin van minimaal 3500 m3 per ha. en zonder aanwezigheid van een overloop.

21. Bij pot- en containercultuur op lavabakken geldt dat lavabakken enerzijds als nieuw verhard oppervlak gelden, terwijl anderzijds de bakken zelf bergend vermogen bezitten. Voor de toepassing van het compensatiebeleid wordt het bergend vermogen van de lavabakken zelf, gesteld op 50%. 22. Voor de compensatieberekening van lavabakken geldt daarom een vuistregel van 290 m3/ha. Deze compensatie mag ook voor maximaal 75% in een bassin plaatsvinden. 23. Voor de compensatie van minimaal 25% nieuw verhard oppervlak in de glastuinbouw ( buiten het bassin) geldt de voorkeurreeks als vermeld onder punt 7en het criterium als vermeld onder punt 13. 24. Bij nieuw aan te leggen sportvelden moet worden gecompenseerd voor versnelde afvoer van hemelwater naar het watersysteem. Afhankelijk van het type ondergrond moet voor een bepaald percentage worden gecompenseerd ten opzichte van 100% verhard oppervlak. Deze percentages zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Percentage compensatie sportvelden Toekomstige situatie Huidige situatie

Sportveld

Sportveld

Sportveld

Natuurgras

Kunstgras

Verhard

(gedraineerd

(gravel e.d.)

(beton, tegels

20 %

50 %

100 %

30 %

80 %

Onverha rd (gedraineerde/ onged weiland en groi

Sportveld Natuurgras (gedraineerd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/404/documents/8559