CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

B2 02 Bijlage 1 AB voorstel begroting Avri 2022 tbv zienswijze.pdf

Lijst ingekomen stukken 25 mei 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: B2: B2 Brieven aan de raad die ter advisering naar het college gaan3.419 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan Vergadering Agendapunt Van Onderwerp

: : : : :

Algemeen Bestuur 7 juli 2021 Dagelijks Bestuur Begroting 2022-2025 Avri

Voorstel 1. De begroting 2022 (inclusief de meerjarenbegroting tot en met 2025) van Avri vast te stellen, waarin voor de afvalbeheer taken (programma Basispakket) per 2022 een gemiddelde kostenstijging van € 14 per huishouden (5%) is opgenomen. 2. Een zienswijze van de gemeenteraden te vragen op de in de begroting opgenomen pm posten. 3. In te stemmen om de risico afweging met betrekking tot de overdracht van de stortplaats te verwerken in de kadernota 2023. 4. In te stemmen met de in de begroting opgenomen investeringskredieten 2022 (€ 6.145.000). Inleiding Samen met 248.000 inwoners en de acht gemeenten werken wij voor en met de regio aan een schoon, veilig, duurzaam en circulair Rivierenland. Avri wil zich steeds meer inzetten als een brede maatschappelijke uitvoeringspartner die anticipeert op de veranderende behoeftes van de maatschappij. Daarbij horen een doorontwikkeling van de werkwijze en bekostiging van het huidige afvalsysteem, een rol als regionale kennispartner voor het onderhoud van de openbare buitenruimte en lokale arbeids- en bewonersparticipatie. We werken actief aan dienstverlening die aansluit bij de behoeftes van gemeenten en inwoners, waarbij onverwachte ontwikkelingen zo min mogelijk invloed hebben op resultaten en kosten. Hiervoor vergroten we de voorspelbaarheid van de organisatie en streven we naar excellente uitvoering.

We kijken hierbij niet alleen naar onze kosten, maar ook naar de kwaliteit van onze dienstverlening en grondstoffen. Om meer prijsstabiliteit te realiseren zetten we in om onze grondstoffen zo schoon mogelijk te houden en blijven we zoeken naar nieuwe manieren om (grondstof)opbrengsten te genereren. Hierbij zoeken we continu de balans tussen inclusiviteit, onze toegevoegde waarde als werkgever, duurzaamheid, kwaliteit en kostenbewustzijn. Als integrale partner in de openbare ruimte streven wij ook in 2022 naar meerwaarde door perspectief te bieden aan medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt, duurzaam te innoveren en schaalvoordelen te benutten. We realiseren ons dat de manier waarop wij de dingen doen, uitermate belangrijk is bij het verkrijgen van draagvlak onder inwoners. Dat draagvlak hebben we hard nodig, bij het succesvol realiseren van onze doelstellingen voor Rivierenland. Hiervoor moeten we de verbinding en samenwerking met de inwoners van Rivierenland aangaan. We intensiveren onze communicatie en werken aan voorspelbaarheid in dienstverlening en kosten. Zodat inwoners, gemeenten en andere partijen weten wat ze van ons kunnen verwachten. We werken aan financieel herstel, zodat Avri een financieel gezonde basis krijgt om haar bedrijfsvoering te kunnen uitvoeren.

De afgelopen jaren zorgden dalende grondstofvergoedingen, ingevoerde rijksbelastingen en prijsindexeringen voor een stijgende afvalstoffenheffing in Nederland. Ook de afvalstoffenheffing in Rivierenland maakte hierdoor een stijging door. We willen deze trend doorbreken en werken aan meer stabiliteit door de bedrijfsvoering te verstevigen, risico’s te beheersen en financiële weerstand voor de toekomst op te bouwen. Ook in voorliggende begroting blijven we – inclusief de investeringen voor dit financieel herstel – onder het landelijk gemiddelde tarief afvalstoffenheffing. Beoogd effect Vroegtijdig inzicht bieden aan de deelnemende gemeenten in de beleidsontwikkelingen en ontwikkeling van de financiële positie van GR Avri en de tarieven afvalstoffenheffing voor 2022. Argumenten 1.1 Het vaststellen van de begroting en de daarin opgenomen (programma)budgetten is een bevoegdheid van het Algemeen Bestuur. We voldoen door tijdige besluitvorming aan de wettelijke termijn voor het indienen van de begroting bij de provincie. 1.2 De begroting is opgesteld op basis van de kaders uit de kadernota 2022

1

Deze is behandeld op de platformbijeenkomst van Avri (januari 2021) en in diverse gemeenteraden. Het Algemeen Bestuur heeft vervolgens de kadernota behandeld en vastgesteld (februari 2021). De kadernota en begroting zijn geagendeerd voor de raadsinformatie avond van 13 april 2021. 1.3 De begroting is meerjarig structureel in evenwicht en opgesteld conform de wettelijke verslaggeving vereisten. De structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. 2.1 Hierdoor kunnen gemeenten kiezen welke opties verder uitgewerkt kunnen worden om de tarief stijging om te buigen. Hierdoor kan de ambtelijke capaciteit bij Avri en de gemeenten gericht worden ingezet om – naast de reeds in gang gezette onderzoeken - voorstellen uit te werken. Deze opties kunnen via een begrotingswijziging worden bekrachtigd en verwerkt in de tarieven 2022 (AB december 2021). 3.1 Het stelt de gemeenteraden in staat keuzes te maken op basis van meerdere uitgewerkte scenario’s Gemeenten kunnen ervoor kiezen een toekomstig risico op daling van de rekenrente te accepteren. Indien gemeenten dit risico zoveel mogelijk of geheel willen voorkomen zullen er keuzes worden voorgelegd in welke vorm al eerder kan worden ‘gespaard’ voor dit risico. De voorkeuren van de gemeenten kunnen worden betrokken in het jaarlijkse, bestuurlijke overleg met de provincie.

In het bestuursakkoord is afgesproken om jaarlijks de ontwikkelingen en verwachtingen te bespreken. 3.2 Hierdoor kan in de begroting (van Avri of gemeenten) worden geanticipeerd om het risico eventueel af te dekken. De diverse opties worden de komende maanden verder uitgewerkt, zodat financiële scenario’s aan de gemeenteraden kunnen worden voorgelegd. We stellen voor dit te betrekken bij de kadernota 2023, 4.1 Dit betreffen vervangingsinvesteringen die nodig zijn om de dienstverlening te kunnen continueren en ontwikkelen. De kapitaallasten van deze investeringen zijn verwerkt in voorliggende begroting.

Kanttekeningen 1.1 De begroting houdt nog geen rekening met een aantal actuele ontwikkelingen De lopende processen ten aanzien van onder andere de inzet van verenigingen en circulaire verwerking van incontinentiemateriaal kunnen van invloed zijn op de begroting. Hierover heeft momenteel nog geen besluitvorming door het Algemeen Bestuur of gemeenteraden plaatsgevonden. Deze onderwerpen zijn in de toelichting op de tarief ontwikkeling als PM post opgenomen (zie onderdeel Financien) en kunnen middels een begrotingswijziging in het najaar in de tariefstelling van 2022 worden betrokken. 1.2 De tarieven afvalstoffenheffing 2022 worden in voorliggend voorstel nog niet vastgesteld. De tarieven worden definitief vastgesteld bij de verordening afvalstoffenheffing 2022 in december 2021. In de begroting is het voorkeursscenario van het Dagelijks Bestuur Avri voor de hoogte van het basistarief en de variabele tarieven voor 2020 opgenomen. In bijlage 2 van de begroting zijn een aantal alternatieve scenario's uitgewerkt. Deze alternatieve scenario’s worden – evenals voor de vaststelling van de tarieven 2019 en 2020 is gebeurd – op basis van de ontvangen zienswijzen betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming. We vragen actief een zienswijze aan om bij de vaststelling van de begroting tevens de inrichting van de tarieven te bespreken en hiervoor een begrotingswijziging te voorkomen.

Begrotingswijzigingen die geen invloed hebben op de gemeentelijke bijdrage kennen namelijk geen zienswijzeprocedure. In verband met de rechtmatige onderbouwing van de tarieven afvalstoffenheffing (kostendekkendheid) dient bij afwijking op het in deze begroting opgenomen voorkeursscenario voorafgaand een begrotingswijziging door het Algemeen Bestuur te worden vastgesteld (uiterlijk december 2021). Een begrotingswijziging geeft ruimte om ontwikkelingen in 2021 in het tarief afvalstoffenheffing 2022 mee te nemen en kan – gezien de beperkte financiële weerstand – alsnog nodig zijn. 3.1 Hierdoor is er mogelijk een begrotingsjaar korter de tijd om via de tarieven afvalstoffenheffing weerstand voor dit risico op te bouwen. Een eventuele verhoging van de tarieven afvalstoffenheffing voor het renterisico wordt in de begroting 2023 verwerkt. Communicatie De begroting 2022 wordt digitaal beschikbaar gesteld via de website van Avri.

2

Financiën Programma Basispakket Onderstaand is de ontwikkeling van de begroting per 2022 gevisualiseerd. Hieruit blijkt een toename van de uitvoeringskosten die leidt tot stijging van de afvalstoffenheffing.

Voor een specificatie van de in het basispakket opgenomen uitvoeringskosten verwijzen wij u naar de begroting. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het gemiddelde tarief afvalstoffenheffing ten opzichte van 2021 toegelicht.

3

Uit de tabel blijkt per 2022 een stijging van de gemiddelde afvalstoffenheffing met € 14 (5%) naar € 311, met name veroorzaakt door een toename van de uitvoeringskosten. De stijging bestaat voor € 9 uit niet-beïnvloedbare, autonome prijsstijgingen van gemiddeld 3% (o.a. CAO en markttarieven). We willen daarnaast de dienstverlening naar inwoners verder verbeteren. We stellen voor de bedrijfsvoering robuuster te maken door capaciteit voor de milieustraten en inzameling uit te breiden. Dit stelt ons in staat om beter te kunnen anticiperen op wijzigingen in het aanbod van afval- en grondstofstromen en de bezetting op peil te brengen. Het nieuwe afvalbeleid zorgt structureel voor een toegenomen aantal bezoekers en aanbod van gescheiden afvalstromen. Om deze dienstverlening minder kwetsbaar te maken wordt voorgesteld de afvalstoffenheffing met € 3 te verhogen. Om invulling te geven aan de oproep van gemeenten om de communicatie naar inwoners te intensiveren, stellen we voor € 1 toe te voegen aan de begroting. Hiervoor willen we meer beeldende communicatie middelen ontwikkelen zoals filmpjes, infographics etc.. De overige budgetmutaties (per saldo € 1), betreffen diverse bijstellingen van onder andere verwerkingskosten en -opbrengsten door bijstelling van het aanbod door inwoners. In de tabel zijn enkele PM posten vermeld.

Dit betreffen actuele ontwikkelingen die in de toekomst van invloed kunnen zijn op de hoogte van de tarieven afvalstoffenheffing. Eventuele gevolgen zijn op dit moment niet in de begroting (en tariefstelling) voor 2022 opgenomen. Gemeenten wordt zienswijze gevraagd om aan te geven welke pm posten nader zouden kunnen worden uitgewerkt om potentiële besparingen nader te onderzoeken. Uit het onderzoek naar de herinrichting van de milieustraten verwachten we geen besparingsmogelijkheden. Hiertoe wordt een afzonderlijk investeringsvoorstel aan het Algemeen Bestuur aangeboden. In onderstaande tabel zijn diverse potentiële besparingen opgesomd, waarbij een aantal onderwerpen reeds in gang zijn gezet. In de tabel is een indicatie en bandbreedte weergegeven van de potentiële besparing.

1 en 2) De circulaire verwerking van incontinentiemateriaal ligt momenteel in de diverse gemeenteraden voor. Het is op dit moment onzeker welke gemeenten deelnemen (en wat het daadwerkelijke aanbod is) waardoor het financiële effect op de reductie van restafval in het basispakket onzeker is. Ook in het lopende proces over de alternatieve inzet van verenigingen is op dit moment onduidelijk wat het financiële effect is. 3) Gemeenten profiteren van BTW compensatie over de afvalstoffenheffing. Hoe hoger de afvalstoffenheffing, hoe groter het voordeel voor de gemeenten. Gemeenten kunnen indirect bijdragen door deze BTW opbrengst niet te verhogen in de gemeentelijke begroting. Wanneer de huidige opbrengsten voor de gemeenten (o.b.v. begroting 2021 Avri) op constant niveau blijft kan de afvalstoffenheffing met € 2 worden verlaagd. Wanneer de opbrengsten voor de gemeenten naar beneden wordt bijgesteld kan potentieel tot € 34 per huishouden worden bespaard. 4 en 5) Naast deze reeds in gang gezette onderwerpen zijn er mogelijkheden om inkomsten te vergroten door grondstoffen te beprijzen (bijv. PMD of tarieven bij de milieustraten) of door de dienstverlening te verminderen (bijv. inzamelfrequentie verlagen, openingstijden milieustraat inkorten).

Op basis van de zienswijzen van de gemeenten kunnen aanvullende voorstellen worden uitgewerkt die – via een begrotingswijziging – kunnen worden verwerkt in de tarieven voor 2022 of de begroting 2023. In onderstaande grafiek is de tariefontwikkeling van de afgelopen 10 jaar en komende jaren uiteengezet en afgezet tegen het landelijke gemiddelde (t/m 2021, bron: COELO). Ondanks deze stijging komt het tarief van Avri ook in 2022 niet boven de verwachte gemiddelde afvalstoffenheffing van Nederland uit. De tarieven voor 2022 liggen 13% hoger vergeleken met 2010.

4

In meerjarig perspectief voor Nederland gaan we vanaf 2021 uit van een gemiddelde jaarlijkse stijging van de afvalstoffenheffing met gemiddeld 5% per jaar. De afgelopen jaren lag de landelijke stijging van de afvalstoffenheffing gemiddeld op 8% (bron; Coelo). In de meerjarenbegroting van Avri verwachten we dat de tarieven zich meer gaan stabiliseren. Door investeringen in het nog beter scheiden van afval door inwoners, verwachten we meer stabilisatie van het aanbod door inwoners. Daarnaast zijn grondstofvergoedingen de afgelopen jaren verder gedaald, waardoor de afvalstoffenheffing een steeds groter aandeel van de (meer beïnvloedbare en constantere) uitvoeringskosten dekt. Via het programma GRIP werken we ook binnen de bedrijfsvoering aan het realiseren van meer prijsstabiliteit. Voor een goede en transparante vergelijking van de kosten van bedrijfsvoering sluiten we aan bij een landelijke benchmark van de branchevereniging NVRD (zie ook programma Algemene Baten en lasten). Inrichting tarieven afvalstoffenheffing; basisdeel en variabel deel Het gemiddelde tarief afvalstoffenheffing om de kosten te dekken bedraagt € 311 per huishouden. De afvalstoffenheffing bestaat uit een basistarief en variabele tarieven (tarief per aanbieding restafval van de diverse aanbiedvolumes).

In voorliggende begroting gaan we uit van gelijkblijvende variabele tarieven van € 1,00 per 30 liter aanbieding (overige aanbiedvolumes naar rato) ten opzichte van 2021. Dit betekent dat de gemiddelde kostenstijging per 2022 wordt gedekt door een stijging van het basistarief. Deze komt voor 2022 op € 284 per huishouden (basistarief 2021; € 270 per huishouden). De verhouding van het basisdeel en variabele deel komt hiermee op 91%9%. Dit betekent dat gemiddeld 9% van de afvalstoffenheffing beïnvloedbaar is door het scheidingsgedrag van huishoudens. Door de variabele tarieven te handhaven streven we naar verdere prijsstabiliteit voor de inwoners. De hoogte van de variabele tarieven zijn dekkend voor de variabele kosten voor de inzameling en verwerking van het restafval. Dit betekent dat hiermee geen prijsrisico wordt gelopen wanneer het daadwerkelijke aanbiedgedrag afwijkt van de begroting. Door handhaving van de variabele tarieven worden de financiële risico’s niet vergroot. Dit is wenselijk doordat Avri onvoldoende beschikt over financiële weerstand. Het handhaven van de variabele tarieven voor restafval betekent tevens dat de prijsprikkel voor inwoners niet wordt vergroot. Dit zou een toenemend risico geven op vervuiling van grondstoffen.

De komende jaren zetten we in op de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen (en niet primair op verdere reductie van de hoeveelheid restafval), waarmee we de maatschappelijke kosten van vervuiling en afvaltoerisme – vertaald in de afvalstoffenheffing – willen terugdringen. De tarieven worden definitief vastgesteld bij de verordening afvalstoffenheffing 2022 in december 2021. In de bijlage bij de begroting zijn een tweetal alternatieve scenario’s opgenomen voor de inrichting van de variabele tarieven. Weerstandsvermogen; meerjarige opbouw van financiële weerstand Er is voldoende financiële armslag nodig om continuïteit in dienstverlening te waarborgen, risico’s af te dekken en daarmee meer prijsstabiliteit te realiseren. Financiële reserves zijn de afgelopen jaren ingezet om de tarieven afvalstoffenheffing te verlagen en risico’s die zich voordeden op te vangen. In de jaarrekening 2020 was er geen financiële weerstand meer bij Avri en moesten we daarom terugvallen op de deelnemende gemeenten. We willen Avri financieel weer gezond te maken. We stellen zodoende voor om de jaarlijkse opbouw van het weerstandsvermogen met € 12 per huishouden te handhaven. Dit is in lijn met de zienswijze van een meerderheid van de gemeenten bij de begroting 2021.

5

Het risicoprofiel van Avri daalt naar verwachting per 2022 naar € 7 mln., onder andere door de afwikkeling van de vergoeding over het kunststof verpakkingsmateriaal over 2019 en 2020. Daarnaast verwachten we een daling van de risico’s rondom de vervuiling van grondstoffen als gevolg van de uitvoering van het programma GRIP. Maar er dienen zich ook nieuwe onzekerheden aan, zoals de CO2 heffing en de aanbestedingen van nieuwe, grote verwerkingscontracten vanaf 2024. Een significant risico in het totale risicoprofiel van Avri is de overdracht van stortplaats. Het is op dit moment onzeker welk bedrag nodig is bij de toekomstige overdracht van de stortplaats. Risico’s rondom overdracht stortplaats De provincie en Avri hebben in december 2020 een bestuurlijk akkoord gesloten voor uitstel van de overdracht van de stortplaats van Avri. Het is hierdoor gelukt om de korte termijn effecten voor de gemeenten te verminderen die waren ontstaan door het besluit van Provinciale Staten om de rekenrente te verlagen. Kernpunt in het bestuursakkoord is de uitstel van het moment van overdracht voor onbepaalde tijd; in 2031 besluit provincie na overleg met de Avrigemeenten over het overdrachtsmoment. Dat biedt de ruimte om via de afvalstoffenheffing vermogen op te bouwen.

Tot het moment van overdracht zijn alle risico’s (zowel technisch als financieel) voor rekening van Avri (en in het verlengde; de Avri gemeenten). 1) Risico op directe overdracht na besluitvorming We gaan in het risicoprofiel uit van directe overdracht na het beslismoment door de provincie op basis van de provinciale uitgangspunten (waaronder de huidige rekenrente van 3,1%). Op dat moment (2034) dient er € 12,2 mln. extra te zijn ‘gespaard’ om het dan benodigde doelvermogen te hebben opgebouwd. Dit wordt bereikt door de huidige (reeds in de begroting 2021 opgenomen) opslag in de tarieven voor opbouw van de weerstandscapaciteit bij Avri (€ 12 per huishouden) te handhaven tot en met het moment van overdracht. Dit risico kan daarmee worden gedekt (gebaseerd op de huidige inzichten en uitgangspunten van het doelvermogen). In onderstaande grafiek is dit scenario gevisualiseerd.

6

2) Risico op tussentijdse renteverlaging We lopen daarnaast het risico dat voor het beslismoment in 2031 de rekenrente verder wordt verlaagd. Op dit moment is onzeker of de rente stijgt of daalt, hoe de beleggingsmix van de provincie zich gaat ontwikkelen en welk effect deze wijzigingen vervolgens hebben (zowel positief als negatief). In voorliggende begroting zijn de risico’s - op basis van verschillende scenario berekeningen op dit moment gekwantificeerd op € 4,9 mln. (op basis van de toe te passen kans x effect methode). Uitgaande van de huidige provinciale uitgangspunten zou een tussentijdse verlaging van de rekenrente naar 2,5% een effect kunnen hebben tot potentieel € 40 mln. Er zijn de komende jaren ook ontwikkelingen mogelijk die een positief effect kunnen hebben op het op te bouwen doelvermogen bij overdracht, zoals lagere kosten door technologische ontwikkelingen, hogere beleggingsrendementen van de provincie of een hogere rekenrente. In het bestuursakkoord is afgesproken om jaarlijks de ontwikkelingen en verwachtingen te bespreken. Gemeenten kunnen ervoor kiezen dit risico te accepteren. Indien gemeenten dit risico zoveel mogelijk of geheel willen voorkomen zullen er keuzes worden voorgelegd in welke vorm al eerder kan worden ‘gespaard’ voor dit risico.

Dit kan bijvoorbeeld door tijdelijke verhoging van de tarieven afvalstoffenheffing of weerstand in de eigen gemeentelijke begroting te reserveren. Mogelijk behoort ook een eventuele verkoop van het zonnepark tot de te onderzoeken mogelijkheden. Een combinatie van dekkingsmaatregelen is ook mogelijk. De diverse opties worden de komende maanden verder uitgewerkt, zodat financiële scenario’s aan de gemeenteraden kunnen worden voorgelegd. De voorkeuren van de gemeenten kunnen worden betrokken in het jaarlijkse, bestuurlijke overleg met de provincie. We stellen voor dit te betrekken bij de kadernota 2023, zodat hier in de begroting (van Avri of gemeenten) in de komende jaren op kan worden geanticipeerd. De dekking van de risico’s in de overige programma’s is weergegeven in de risicoparagraaf van de begroting. Programma Pluspakket In dit programma zijn diensten opgenomen die individuele gemeenten in aanvulling op het basispakket contractueel van Avri kunnen afnemen. Dankzij dit pluspakket levert Avri een breed dienstenpakket voor haar gemeenten. De grootste activiteit binnen het pluspakket betreft het Integraal Beheer van de Openbare Ruimte (IBOR). Het baten- en lastentotaal bedraagt in voorliggende begroting € 15,4 mln. Hierbij wordt verondersteld dat zich geen wijzigingen in het dienstverleningspakket zullen voordoen per 2022.

De baten en lasten voor de IBOR activiteiten zijn gebaseerd op de afgestemde werkbegrotingen 2021. Gemeenten waarmee een DVO is afgesloten kunnen hieruit de hoogte van de autonome kostenontwikkeling van de Avri dienstverlening voor 2022 afleiden. Het exploitatiesaldo van dit programma is € 0, aangezien de IBOR activiteiten op basis van de raamovereenkomsten met de gemeenten worden verrekend en de overige activiteiten tegen kostprijs worden uitgevoerd. Programma Bedrijfsafval Bedrijven kunnen hun afval en grondstoffen tegen een marktconform tarief laten inzamelen en verwerken door Avri. Uit de meerjarenbegroting blijkt een stabiel financieel resultaat van € 105.000 (na Vpb). Het rendement bedraagt 5% en neemt toe door een lichte stijging van contractuele opbrengsten. Het resultaat wordt toegevoegd aan de reserve bedrijfsafval.

7

Programma Algemene baten en lasten De kosten van de centrale bedrijfsvoering (‘overhead’) nemen met 6% toe ten opzichte van 2021. De stijging veroorzaakt door autonome prijsindexeringen (stijgende CAO indexen en markttarieven), daarnaast investeren we € 125.000 in de interne beheersing van de organisatie, anticiperend op de nieuwe wetgeving ‘rechtmatigheidsverantwoording’ en zetten we – mede op verzoek van de gemeenten - in op ontwikkeling en intensivering van communicatie vanuit Avri naar inwoners en gemeenten. Het aandeel overheadkosten van de totale begroting van Avri ligt op 14%. Middels deelname aan een benchmark-onderzoek van de branchevereniging NVRD willen we achterhalen of en waar besparingsmogelijkheden liggen ten aanzien van de overheadkosten. Investeringen Er wordt voor € 6.145.000 investeringskrediet aangevraagd voor vervangingsinvesteringen, met name voor materieel en inzamelmiddelen. De kapitaallasten die voortvloeien uit de investeringen zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. Uitvoering De gemeenteraden worden in april gevraagd zienswijze te geven op voorliggende ontwerp begroting. De standaard zienswijzetermijn voor behandeling in de gemeenteraden is verlengd t/m 25 juni 2021.

De zienswijzen van de gemeenten worden bijgevoegd en eventueel verwerkt in het definitieve voorstel van het Dagelijks Bestuur bij de begroting 2022, ter besluitvorming in het Algemeen Bestuur van 7 juli 2021. De begroting en meerjarenramingen worden na vaststelling door het Algemeen Bestuur aangeboden aan de provincie uiterlijk 1 augustus 2021. Bijlagen • Begroting 2022 Avri inclusief meerjarenraming t/m 2025

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/372/documents/6856