B2-01-lhbtiqa+-acceptatie-advies-JR-24-09-2024.pdf
Tekst van het document
JR est Betuwe W 2024
Is het wel rechtvaardig een grens te trekken? an lesbienne tot transman, kijk wat in de V gemeente West Betuwe nu al kan!
dvies A LHBTIQA+
Inhoud Inhoud Wie zijn wij? Inleiding Achtergrondinformatie Methode en Resultaten Conclusie Dankwoord De bijlage
2 2 4 6 10 17 19 20
Wie zijn wij? ongerenraad West Betuwe J De jongerenraad West Betuwe bestaat uit een enthousiaste groep jongeren die hun mening wil laten horen. Zij geven de gemeente gevraagd en ongevraagd advies. Door de jongeren is tot nu toe ongevraagd advies gegeven over mentale gezondheid en verkeersveiligheid. Dit keer geven ze advies over LHBTIQA+ acceptatie op scholen. era van Breda V Tijdens het volgen van de Young Leadership training in 2022 sloot ze zich in maart van dat jaar aan bij de jongerenraad (Jr). Ze debuteerde als mede-auteur met het advies over verkeersveiligheid. Ook was ze mede-organisator bij een ParticiHrusha activiteit met andere Jr-leden. Waar ze een dagje uit naar de Efteling voor Oekraïense vluchtelingen organiseerden. In september 2023 trad ze toe tot de ‘organisatie kring’ van de jongerenraad. Daar zet ze zich vol passie in om de Jr te professionaliseren en te bouwen aan een duurzame toekomst. Begin september 2023 startte Vera aan de opleiding Pedagogische Wetenschappen van het Primair Onderwijs (PWPO) aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. erel van Mook M Sinds de start van de jongerenraad zit Merel er al bij. Eerst als lid en in september 2023 als deel van de ‘organisatie kring’.
Het eerste advies waar Merel aan heeft meegewerkt is mentale gezondheid, met daarna nog input bij de 'InnovatieroutePsychische Problematiek Jeugd en Jongeren 0-18 jaar’. Het volgende grote project waarin is deelgenomen betreft het verkeersveiligheidsadvies. Ook is Merel de vertegenwoordiger van Jr West Betuwe in het collectief van jongerenraden. In 2020 begon Merel aan de opleiding Werktuigbouwkunde aan de Technische Universiteit Eindhoven en in 2023 kwam daar de opleiding Sociologie aan de Universiteit Tilburg bij.
1
elang van het advies B Op 29 januari 2019 werd er in de gemeenteraad van West Betuwe gestemd over het wetsvoorstel dat gemeente West Betuwe een 'regenbooggemeente’ zou verklaren. Hierdoor zou de gemeente zich concreet in moeten hebben gezet ‘om de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBTIQA+-inwoners te bevorderen’. Dit voorstel werd echter verworpen, met een stemming 15-16. Als jongerenraad trachten wij de belangen te behartigen van zo veel mogelijk en een diverse groep jongeren. Vandaar dat wij de uitslag van deze stemming betreuren. Gemeente West Betuwe had het voortouw kunnen nemen op het gebied van LHBTIQA+-beleid, om te tonen dat West Betuwe een gemeente is voor al haar inwoners. Een gemeente waar geen plek is voor uitsluiting, in welke vorm dan ook. elaas worden mensen in de LHBTIQA+-gemeenschap in toenemende mate H geconfronteerd met discriminatie, uitsluiting en fysiek geweld. Als Jongerenraad keuren wij dit verwerpelijke gedrag af en streven we ernaar om het beleid op het gebied van de LHBTIQA+-gemeenschap te verbeteren. Wij hopen samen met de gemeenteraad te kunnen werken aan een West Betuwe waar iedereen zich welkom voelt. Vandaar de noodzaak van dit advies. Namens de organisatie kring van de jongerenadviesraad Ian Dekker Remco Visser
2
3
Inleiding In de lente van 2023 zijn wij als Jongerenraad gevraagd om mee te denken aan de regenboog conferentie. De regenboog conferentie wordt jaarlijks georganiseerd in Gelderland-Zuid. Het doel is om verschillende groepen bij elkaar te brengen om initiatieven rondom LHBTIQA+ te bevorderen en het netwerk uit te breiden. Aangezien het meer een organisatorische vraag was, heeft de jongerenraad er toen niet voor gekozen om hier actief aan deel te nemen. Dit onderwerp bleef ons echter wel prikkelen. Met toestemming van de raad namen wij deze sprong in het diepe, niet wetend wat een tijd dit advies ging kosten. Aan de hand van richting die we meekregen uit de raad stelde wij de volgende onderzoeksvraag op: Waar hebben scholen behoeften aan op het gebied van LHBTIQA+-acceptatie? Met als doel dit binnen de gemeente West Betuwe te verbeteren. In eerste instantie was het plan om met een uitgebreider onderzoeksopzet te gaan werken, dit bleek in de maanden die volgden niet haalbaar. We begonnen immers beide aan een (nieuwe) studie en ook andere zaken binnen de raad kostte veel tijd. En toch, ook al heeft het schrijven van dit advies ruim een half jaar langer geduurd, gaf de raad aan dat we ons onderzoek door moesten zetten.
Dit was voor ons de motivatie om door te gaan en hier veel tijd in te investeren. oals net is aangegeven zijn we naar een eenvoudiger onderzoeksdesign overgestapt. In Z eerste instantie wilden wij een veldonderzoek doen in zowel het primair onderwijs (po) als voortgezet onderwijs (vo), sportclubs, kerken en verenigingen die aangesloten zijn bij de culturele sector. Alleen kwam gedurende de onderzoeksperiode het voortbestaan van de jongerenraad onder druk te staan. Aangezien de stappen die toen zijn ondernomen ook van ons tijd vroegen, duurde het schrijven van dit advies aanzienlijk langer. We kwamen er in deze periode (september - december) achter dat we in ons veldonderzoek gerichter te werk moesten gaan. Het moest kwantitatief beknopter, maar dat zou niets aan de kwaliteit af mogen doen. Na veel praten, uittekenen en nadenken hebben we uiteindelijk de knoop doorgehakt. We doen alleen een veldonderzoek in het voortgezet en primair onderwijs en alles daarbuiten is wellicht materiaal voor een vervolgonderzoek. aarom is er dan gekozen voor een veldonderzoek op scholen, in het voortgezet en primair W onderwijs? Als kind en jongere breng je alleen al op de basisschool 7520 uur door. Daar komen de middelbare school en het vervolgonderwijs nog bij.
Dat zijn heel veel uren, die je doorbrengt in een veilige omgeving waarin de zelfontwikkeling niet stil staat. Als je nagaat hoe groot het deel van een jongere zijn leven afspeelt op school, dan zal een verandering in het denken over LHBTIQA+ voor een deel daar ook plaatsvinden. Wij wilden deze aanname controleren met behulp van literatuur. Daarvoor zijn de welzijnsmonitoren van 2019, 2021 en 2023 gebruikt en tot onze verbazing waren de beleidsbehoeften ook gericht op meer en bredere voorlichting op scholen. iteindelijk hebben we met 4 onderwijsinstellingen of organen van een onderwijsinstelling U gesproken. Daarnaast hebben wij ook met twee van de ambassadeurs van Vizier uit de gemeenteraad gesproken. Alle gesprekken hadden het doel om inzichtelijk te krijgen wat jongeren nodig hebben om de acceptatie van de LHBTIQA+-gemeenschap te vergroten.
4
5
Achtergrondinformatie m dit advies op de juiste manier te interpreteren en als prettig leesbaar te ervaren, is enige O achtergrondkennis over de doelgroep en de gebruikte onderzoeksrapporten noodzakelijk. Wij zullen u eerst meenemen in de doelgroep en daarna de belangrijkste informatie uit de onderzoeksrapporten van Heuzels en Hoeve (2019), Vizier en Radboud Social Cultural Research (2021 & 2023) doornemen. Wij hebben dit als literaire bronnen gebruikt, omdat het specifiek over deze provincie gaat en deze verschillende thema’s rondom de LHBTIQA+-gemeenschap toetsen. Daarnaast wordt voor sommige statistische gegevens ook de gemeenten of gebied apart genomen. oelgroep D De doelgroep waar dit advies betrekking op heeft is de LHBTIQA+-gemeenschap.Dat is een lange afkorting, deze zullen we letter voor letter doornemen.
De L staat voor lesbisch, H voor homoseksueel, B voor Bi+ ook wel biseksueel, T voor transgender, I voor intersekse, Q voor queer of questioning, de A voor asexueel en de plus (+) vertegenwoordigd iedereen die een andere vorm van seksuele oriëntatie heeft dan deze 7 letters vertegenwoordigen. esbisch (L) houdt in dat je jezelf als vrouw beschouwd maar daarnaast je seksueel en L romantisch aangetrokken voelt tot een persoon die zich ook als vrouw beschouwd. Homoseksueel (H) betekent hetzelfde alleen beschouwd de persoon zich dan als man. Biseksueel (B) houdt in dat een persoon zich voelt aangetrokken tot meerdere geslachten en of genders. Als iemand transgender (T) is houdt dit in dat een persoon zich niet thuis voelt bij het geslacht dat is vastgelegd in de geboortenakte. Intersekse (I) betekent dat een persoon over zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken beschikt. Queer (Q) houdt in dat iemand zich niet wil en kan identificeren met een vaststaand gender. De Q kan ook voor questioning staan, of ‘vragend’ voor mensen die nog niet zeker zijn van hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Aseksueel (A) geldt wanneer iemand geen aantrekking voelt tot andere personen ongeacht gender of geslacht. Als laatste de plus (+) deze staat voor alle andere vormen van geaardheid, hierbij kan worden gedacht aan panseksueel of non-binair.
Websites als die van het GSA-netwerk of het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) bevatten meer informatie over dit onderwerp. elzijnsmonitor W In 2023 werd door Vizier en het onderzoeksinstituut Radboud Social Cultural Research, in opdracht van de provincie Gelderland en Overijssel, een derde welzijnsmonitor afgenomen. In 2021 werd dit door deze twee partijen ook al eens gedaan en in 2019 is deze welzijnsmonitor (samenlevingsonderzoek) door Heuzels en Hoeve uitgevoerd. In 2019 lag de nadruk op het uitvoeren van dit samenlevingsonderzoek voor de eerste keer. In 2021 is er vooral gekeken naar de huidige acceptatie (2021) en het verschil met twee jaar daarvoor. Hierin (2021) werd ook nadrukkelijk gekeken naar de rol van sportclubs daarin. In 2023 werd er gekeken naar de vraag: ‘Hoe wordt de huidige acceptatie van LHBTIQA+-inwoners in Gelderland en Overijssel door hen zelf ervaren en hoe heeft deze zich in de afgelopen twee jaar ontwikkeld?’. Daarnaast is er ook een vergelijking gemaakt op basis van het uitgevoerde onderzoek in 2021 en 2023, zodat verschillen in de mate van acceptatie in kaart kunnen
6
orden gebracht. Hierin is in tegenstelling tot 2021 ook onderscheid gemaakt tussen w stedelijk, dorps en landelijk gebied. ichting advies R In dit advies richten wij ons tot wat de gemeente voor scholen kan betekenen, zodat daar het begrip over en voor deze doelgroep kan groeien. In de bovenstaande onderzoeken hebben wij vooral gekeken naar wat voor de ‘naar school gaande’ leeftijdsgroep kan worden gedaan. Vandaar dat niet alle variabelen uit de bovenstaande onderzoeken in dit advies worden meegenomen. cceptatie A In de welzijnsmonitor van 2021 en 2023 is gekeken naar de variabele acceptatie binnen verschillende contexten. Hierin is ook de context klasgenoten meegenomen, waarin is gemeten met een likertschaal van 0 tot 10. In deze context vertegenwoordigt een score 0 geen gevoel van acceptatie en een score van 10 geeft een volledig gevoel van acceptatie weer. In 2021 scoorde de categorie ‘klasgenoten’ in de provincie Gelderland een 8,37 en in 2023 scoorde dezelfde categorie een 7,4. Het verschil tussen de score uit 2023 (7,4) en 2021 (8,37) is -0,97 likertschaal punt. Het gevoel van acceptatie door klasgenoten is in de tussenliggende twee jaar met -0,97 likertschaal punt afgenomen. ate van onveiligheid M In 2023 keek de welzijnsmonitor ook naar de mate van het gevoel van onveiligheid.
Hier werd gemeten aan de hand van de ordinale variabelen: nooit tot vaak. De provincie Gelderland kwam uit op een percentage van 38%, waarin de deelnemers zich soms tot vaak onveilig voelden. Daarnaast bleek dat een deel van de ondervraagde in de afgelopen 2 jaar slachtoffer is geworden van feiten zoals: afkeurende blikken (17%) en moeilijkdoenerij (10%). In 2021 bedraagt het percentage afkeurende blikken 16,6% en moeilijkdoenerij 12,4%. Ook ervaren de deelnemers in 2023 onder andere: bekladding/ vernieling van eigendommen (6%) en bedreiging (13%). Voor bekladding/ vernieling van eigendommen bedroeg in 2021 0,6% en voor bedreiging 3,3%. In zowel de welzijnsmonitor van 2021 als van 2023 is ook gekeken naar wat de deelnemers deden als ze slachtoffer zijn geworden van de onder andere hierboven genoemde feiten. Hieruit bleek dat in 2021 59,5% er niks mee heeft gedaan, de procentueel meest voorkomende reactie was het hulp zoeken bij vrienden en familie (20,9%). In de welzijnsmonitor van 2023 is dit ook meegenomen, echter hebben ze toen met absolute getallen gewerkt.
Doordat N (aantal respondenten) in de onderzoeken van elkaar verschilt en er niet aangegeven is of dubbele antwoorden mogelijk zijn, hebben wij ervoor gekozen om deze twee onderzoeken op dit punt niet met elkaar te vergelijken. aciliteiten F De Welzijnsmonitor van 2023 keek ook of respondenten de faciliteiten en evenementen die andere gemeenten bieden, liever binnen hun eigen gemeente zouden willen zien. Voor 31% van de deelnemers gold dit, voor 45% niet en 24% gaf aan niet te weten welke evenementen die zouden kunnen zijn. Uit verdere toelichting blijkt dat de behoefte voor ontmoetingsplaatsen met gelijkgestemden redelijk belangrijk was voor de gehele LHBTIQA+-doelgroep, maar vooral voor de groep van de non-binaire en transgenderpersonen. 7
eleidsbehoeften B Uit het rapport van 2021 en 2023 komen ook behoeften op het gebied van beleid naar voren. Er is onder andere behoefte aan meer voorlichting en ook bredere voorlichting op scholen. Daarnaast een beleidsplan, evenementen en activiteiten. Met bredere voorlichting wordt ook het bieden van gelijke kansen en het daarop attent maken van leerlingen, maar ook werkgevers bedoeld. Voor evenementen en activiteiten kan er gedacht worden aan een regenboog conferentie. Daarnaast kan er ook gedacht worden aan het creëren van zichtbare ontmoetingsplaatsen. Volgens zowel het rapport van 2023 als 2021 heeft daar de LHBTIQA+-gemeenschap meer behoefte aan dan het creëren van genderneutrale toiletten, al zit dat wel in de top-6 van de behoeften. Het lijkt erop dat de behoeften van de gemeenschap erg gericht is op het veranderen van het ‘beeld’ dat over henis ontstaan. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan voorlichting en zichtbaarheid in de vorm van evenementen, maar ook het uitdragen van de regenboogvlag.
8
9
Methode en Resultaten m beter inzicht te krijgen in de situatie in de gemeente zijn wij met de scholen in gesprek O gegaan. Hierbij was het doel om te weten te komen wat scholen ervaren, waar zij behoefte aan hebben en waar de gemeente kan ondersteunen. Om een goede representatie van de scholen in de gemeente te krijgen hebben we scholen van de verschillende stichtingen uitgenodigd voor een gesprek. In dit gesprek hebben we een semi-gestructureerd interview gehouden, waarvan de vragen te vinden zijn in de bijlage. Er is gekozen voor semi-gestructureerd interviews, omdat wij met verschillende scholen met zeer verschillende doelgroepen in gesprek zijn gegaan. Wanneer wij dan een gestructureerd interview hadden voorbereid, was de helft van de vragen onbruikbaar geweest. Een semi-gestructureerd interview waar de onderwerpen vast staan geeft de mogelijkheid om de gesprekken met elkaar te kunnen vergelijken. 13 scholen zijn benaderd wat uiteindelijk geleid heeft tot 5 gesprekken. We hebben uiteindelijk in het po gesprekken gevoerd met een leerkracht en een directeur. In het vo hebben we met een tweetal leerkrachten en een leerlingenraad gesproken. Hierbij zijn we in gesprek gegaan met een leerkracht en directeur van het primair onderwijs, leerkrachten van het voortgezet onderwijs en de leerlingenraad van het voortgezet onderwijs.
Uiteindelijk is er een gesprek geweest tussen de antidiscriminatie ambassadeurs van Vizier en een verkennend gesprek met Vizier regio Oost. ij hebben gekozen voor de scholen, omdat kinderen en jongeren hier een groot deel van W hun dag doorbrengen. Een deel van het sociale leven vindt daar plaats. Dat is dan vanuit ons perspectief ook de plek om iets aan beeldvorming over de LHBTIQA+-gemeenschap te doen. Dit blijkt ook uit Welzijnsmonitoren van 2019, 2021 en 2023 waar dit een van de meest geopperde activiteiten is waaraan een gemeente meer aandacht aan moet besteden. Vanuit dit perspectief zijn wij met de scholen in gesprek gegaan. Op de scholen hebben we voornamelijk met volwassenen gesproken, omdat wij denken dat het overzicht dat zij hebben, meer compleet is dan die van de leerlingen. Zij hebben naar ons inzicht meer kennis over de mogelijkheden op het gebied van ondersteuning dat binnen een school geboden kan worden. Om te voorkomen dat de ervaringen van de leerlingen helemaal niet in dit advies worden meegenomen, hebben wij met een leerlingenraad gesproken.
Door de situatie te creëren dat we deze perspectieven kunnen vergelijken, kon er een trend gezien worden wat door de verschillende partijen werd aangestipt. In de gevoerde gesprekken kwamen meerdere thema’s rondom dit onderwerp naar voren. De punten en thema’s die aangestipt werden zijn in lijn met de welzijnsmonitoren van 2019, 2021 en 2023. In het vervolg van dit hoofdstuk zullen deze aangestipte thema’s en punten worden besproken. Als eerst zullen de thema’s die uit gesprekken met schoolleiders, leerkrachten en de ambassadeurs van Vizier naar voren komen. Vervolgens zullen we het perspectief van jongeren op deze thema's bespreken
10
Scholen uidige situatie H Wat in meerdere gesprekken naar voren komt is dat er geen structurele voorlichting is over LHBTIQA+ op scholen. Vaak is het afhankelijk van de kennis en het gevoel van de leerkracht over dit onderwerp. Zo wordt er benoemd dat er in de lesmethodes en het lesrooster ruimte voor is, maar dat niet vaststaat hoe je dit als leerkracht het beste kan doen. De mensen waar wij mee gesproken hebben laten weten hier geen probleem mee te hebben. Bij hen is het voeren van het gesprek over dit onderwerp belangrijk. ok wordt er aangegeven dat er schoolbreed ook aandacht wordt besteed aan dit O onderwerp, door onder andere het ophangen van de regenboogvlag. In het vo wordt bijvoorbeeld paarse vrijdag samen met de leerlingen voorbereid. Paarse vrijdag is een LHBTIQA+-themadag en een initiatief van de Gender & Seksuality Alliance (GSA). Zij organiseren dit met ondersteuning van het COC, dat zich inzet om seksuele- en genderdiversiteit te normaliseren. Het is goed om te weten dat paarse vrijdag voor zowel po als vo wordt georganiseerd. Enkel uit de interviews afgenomen in het vo wordt benoemd dat ze hier actief aan meedoen.
Het is belangrijk om te benoemen dat scholen echt hun best doen, maar niemand weet zeker wat nu de juiste aanpak is. erschillende contexten V Wij hebben met een diverse groep mensen gesproken om een zo breed mogelijk beeld te vormen. Er zijn een aantal verschillen die ervoor zorgen dat niet overal dezelfde vraag ligt. Zo is er verschil tussen het bijzonder en het openbaar onderwijs. Vanuit het bijzonder onderwijs wordt benoemd dat verschillende wijze van interpreteren van de bijbel voor verschillende opvattingen en handelingswijzen zorgt. Dit speelt echter niet alleen binnen de school, maar leerlingen komen vanuit thuis met verschillende opvattingen vanuit religieus oogpunt binnen. Voor het openbaar onderwijs is dit irrelevant, maar zij hebben weer andere thema’s die spelen. et po en vo verschillen natuurlijk een belangrijk en ook groot verschil in de zichtbaarheid H van de problematiek en de wijze van focus op dit onderwerp. Basisscholen zijn in deze gemeente kleiner dan de middelbare scholen. De leerkracht-leerlingrelatie is veel sterker, omdat in tegenstelling tot het vo, de leerlingen het gehele jaar met dezelfde leerkracht te maken hebben. Leerkrachten kunnen ook makkelijker inspelen op meningsverschillen tussen leerlingen of akkefietjes op het schoolplein.
Er is ook een verschil in focus, waarbij er ervaren wordt dat het voorgezet onderwijs actiever inzet op inclusie, terwijl dit in het primair onderwijs minder uitgesproken is. Dat is ook uit te leggen, omdat zelfontwikkeling in het voortgezet onderwijs in een stroomversnelling komt. Daar zitten de jongeren in een andere levensfase en die vraagt wat anders dan die van de kinderen op de basisschool. et gesprek voeren H Vanuit meerdere perspectieven wordt benadrukt hoe belangrijk ‘het gesprek voeren’ is. Hiermee wordt bedoeld dat als het onderwerp ter sprake komt dit wordt behandeld met een gesprek. Het is belangrijk dat dit gesprek op natuurlijke wijze wordt gevoerd. ‘Verplicht’ behandelen geeft een negatieve lading, aangezien leerlingen op school al veel verplichtingen hebben. Open gesprekken met leerlingen voeren waarin de leerkracht duidelijk laat blijken, dat ‘je oké bent zoals je bent’ wordt gezien als erg waardevol. Dit kan in 11
et primair onderwijs makkelijker gefaciliteerd worden, maar er is in het voortgezet onderwijs h tijdens de mentoruren ook zeker ruimte voor. ok is er een tip gekomen over organisaties die inzetten op ‘het gesprek aangaan’ en dat O faciliteren, zoals het COC. Zij hebben experts die gewend zijn in les-context de klas kennis te laten maken met het thema LHBTIQA+. Los van hoe dit gerealiseerd wordt, is het doel om LHBTIQA+-en acceptatie te vergroten. at kan de gemeente doen? W Veel van de personen waar we mee gesproken hebben vinden het lastig om aan te geven waar de gemeente mee kan helpen. Toch zijn er 4 punten waar de gemeente een bijdrage aan kan leveren. Dit is: gesprek faciliteren tussen scholen, financiële bijdrage, jongerenwerk en luisteren naar de doelgroep. Deze zullen wij nu een voor een toelichten. et eerste punt sluit aan bij een al eerder benoemd thema, de onzekerheid over de aanpak. H Een mogelijkheid om met andere scholen een gesprek te voeren over hun aanpak is door meerdere personen aangestipt. Over wie daar met wie om de tafel zou moeten zitten verschillen de meningen. Dit komt weer terug bij de eerder genoemde contexten. Zo zouden het primair en voortgezet onderwijs met elkaar kunnen gaan zitten om het over de overgang van basisschool naar middelbare te hebben.
Er werd bijvoorbeeld aangegeven dat de ontwikkeling van kind naar adolescent complex is. Hierbij zou het helpen als ze dan de bagage meekrijgen van ‘dat is normaal’ bij deze overgang. Dat helpt in die ontwikkeling en ook in de acceptatie. Dus als dit in samenwerking met het primair en voortgezet onderwijs gefaciliteerd kan worden, zou dit positief kunnen uitwerken. Het gesprek tussen het primair en voortgezet onderwijs kan veel breder worden ingezet dan enkel rondom het onderwerp LHBTIQA+-acceptatie. Die ontwikkeling is immers meer dan alleen LHBTIQA+. Ook zouden de primair onderwijs scholen bij elkaar kunnen zitten, maar ook er is behoefte aan een bijeenkomst met enkel de scholen die vallen onder het bijzonder onderwijs. Hierbij werd aangegeven dat het helpend zou zijn om een dominee, imam of andere theologisch geleerde uit te nodigen. Door deze experts uit te nodigen zou er duidelijkheid kunnen worden geschept over wat het geloof nu precies zegt over dit onderwerp. Concreet zouden de directeuren bij elkaar kunnen zitten en dan de opgedane kennis meenemen naar hun school. erder kan een financiële bijdrage ook helpen. Hierbij worden twee doeleinden voor ogen V gehouden. Aan de ene kant geeft dit scholen de mogelijkheid om een activiteit te organiseren, waarbij zij de kennis in huis hebben en de gemeente de middelen heeft.
Aan de andere kant kan dit ook heel praktisch worden ingezet. Een voorbeeld wat in de gesprekken werd benoemd is het toevoegen van een genderneutrale kleedkamer bij de gymzaal. . ok worden jongerenwerkers als erg waardevol gezien. Zij zitten in de haarvaten van de O samenleving en zijn dus in een goede positie om, zoals hierboven wordt genoemd, het gesprek aan te gaan. Het ondersteunen van welzijnsorganisaties wordt dan ook als waardevol beschouwd. et laatste overkoepelende advies is het luisteren naar de doelgroep. Zo doet de H gemeenteraad aan ‘speeddaten’ met scholen. Dit zou bijvoorbeeld ook ingezet kunnen worden om meer contact te leggen met de doelgroep en op te halen wat zij denken.
12
egenboog Conferentie R De aanleiding voor dit advies was de opkomende regenboog conferentie georganiseerd door deze gemeente. Hoewel wij ervoor gekozen hebben hier niet direct mee te helpen met het organiseren ervan, hebben we het wel in ons achterhoofd gehouden. Hieronder enkele ideeën die tijdens de gesprekken benoemd werden. Houd er rekening mee dat dit vanuit een perspectief komt dat jongeren centraal zet. et eerste voorstel was het inzetten van een positief rolmodel. Voor jongeren, zeker op de H middelbare school, kan het soms best lastig zijn om zich voor te stellen hoe het is om deel uit te maken van de LHBTIQA+-gemeenschap. Het deel uitmaken van deze gemeenschap valt niet voor iedere jongen binnen zijn leefwereld. Een rolmodel kan heel waardevol zijn om hier een beeld van te schetsen. In combinatie met of los van het inzetten van een rolmodel, zou ook gekeken kunnen worden naar het betrekken van de kerk. Er zijn LHBTIQA+-jongeren in deze gemeente die ook gelovig zijn. Voor hen zou het waardevol kunnen zijn om deze twee aspecten van hun identiteit te reconciliëren. Het derde voorstel is het creëren van een ontmoetingsplek. Nu gaan jongeren vaak naar grotere steden om elkaar te ontmoeten, maar het zou steunend kunnen zijn als ze anderen kunnen ontmoeten die bij hen uit de buurt komen.
Dit zou los van de regenboog conferentie ook een goed initiatief kunnen zijn. ls laatste zou de gemeente de regenboog conferentie kunnen gebruiken om in contact met A LHBTIQA+-jongeren te komen. Hierbij is te denken aan het eerder genoemde ‘speeddaten met raadsleden’ of een debat. Bij een debat zou het belangrijk zijn dat het er niet om gaat om te ‘winnen’, maar constructief informatie uitwisselen. os van activiteiten die georganiseerd zouden kunnen worden, wordt er benadrukt dat het L vooral laagdrempelig, open en goed bereikbaar moet zijn als je jongeren wilt aanspreken. Ook werd de suggestie gegeven om sociale media, zoals Instagram en Snapchat te gebruiken voor de promotie. Het primaire idee is dan dat jongeren uit de doelgroep de promotie naar elkaar doorsturen. amenvatting S Wat wij van de scholen meekrijgen is dat ze erg open staan voor ideeën. Elke school doet opdienseigen manier haar best. De gemeente moetvertrouwen hebben in de scholen en de kennis die zij hebben over hun leerlingen. Extra handvatten kunnen hierbij de aanpak alleen maar verbeteren.
13
Leerlingen e jongeren waar we mee gesproken hebben, behoren niet tot de doelgroep. Dit was om D eerst de bredere mening van jongeren uit de gemeente op te halen. Wat voornamelijk naar voren kwam in het gesprek met betrekking tot LHBTIQA+-jongeren was dat deze leerlingen het idee hadden dat het beste wat je kan doen dit is: ‘niet opvallen en gewoon normaal doen, en vooral binnen de vriendenkring houden’. Dit laatste komt ook overeen met het eerdergenoemde onderzoek, waar vrienden als grote steunbron werden ervaren (maar klasgenoten juist minder). uidige situatie H De jongeren waar we mee gesproken hebben vonden het onderwerp LHBTIQA+-acceptatie niet heel belangrijk voor zichzelf. Zij zeiden dat “het even normaal moet worden als normaal zijn” en “je mag zijn wie je bent. Oké klaar”. Ook gaven ze aan dat ze niet weten of de wederzijdse communicatie in orde is. Hiermee wordt bedoeld dat ze bang zijn per ongeluk iets verkeerds te zeggen. De kans bestaat dat ze elkaar niet begrijpen en dat dat tot miscommunicatie leidt. ij de vraag hoe LHBTIQA+-acceptatie op school wordt besproken was er wat verwarring B tussen seksualiteit en seksuele oriëntatie. De voorbeelden die genoemd werden door de leerlingen waren het biologie hoofdstuk over geslacht en voortplanting.
De leerlingen vonden deze biologielessen (seksualiteit) te veel, maar als het een leraar was die iets over zijn eigen leven vertelde (seksuele oriëntatie) dan was het wel prima. Het komt erop neer dat het gesprek dat gevoerd moet worden op organische wijze moet ontstaan. Verder vinden de leerlingen ook dat voorlichting op de basisschool een goed idee is. Wel is er verschil in wanneer wat besproken zou moeten worden. Genderidentiteit zou in groep 3 al besproken moeten worden, maar seksuele oriëntatie pas later in groep 6/7. innen hun eigen vriendengroepen zouden de leerlingen het moedig vinden als iemand uit B de kast komt. Dit is misschien ook wel een indicatie van hoe het is om LHBTIQA+ te zijn op school. Later in het gesprek werd dit ook bevestigd door de leerlingen die aangeven dat het best moeilijk kan zijn. Het beste wat je kan doen is ‘inblenden’ (niet opvallen en binnen de groep passen) op school en thuis doen wat je wilt. Een kanttekening van de auteur is dat dit ook niet altijd een optie is, wat LHBTIQA+ jongen met weinig opties overlaat. Verder geven ze aan dat je alleen maar uit de kast moet komen bij mensen die je 100% vertrouwt, voornamelijk je vrienden. Dit sluit aan bij de welzijnsmonitor waarbij vrienden als grote steunbron ervaren worden.
De leerlingen benadrukken dat als je uit de kast komt, je vooral 'normaal' moet doen. at kan de gemeente doen? W De jongeren hebben ook ideeën voor positieve invloeden. Het eerste wat opkomt in het gesprek zijn (politieke) sociale mediafiguren zoals Thierry Baudet en Andrew Tate. Deze jongeren vertelden ons dat juist deze populaire figuren negatieve retoriek rondom onder andere de LHBTIQA+-doelgroep verspreiden. De leerlingen zeggen dat het nodig is om hier positieve figuren tegenover te zetten, om dit uit te balanceren. en tweede is het belangrijk dat er duidelijke communicatie is vanuit zowel scholen als T gemeenten. De leerlingen benoemen bijvoorbeeld dat zij het moeilijk vinden te weten waar
14
e vertrouwenspersoon te vinden is, of onduidelijkheid over wat de vertrouwenspersoon wel d of niet kan doen. ok benoemen ze hoe belangrijk een veilige plek is om zelfvertrouwen op te bouwen. Hier O zou bijvoorbeeld het eerder genoemde positieve rolmodel ingezet kunnen worden. Bovendien kan een veilige plek ook kunnen dienen als ontmoetingsplek. Op die manier kunnen LHBTIQA+ jongeren elkaar ontmoeten en weten ze dat ze niet alleen zijn. Ze kunnen verhalen uitwisselen en elkaar steunen. Dit kan erg waardevol zijn, zeker als de schoolomgeving misschien niet ervaren wordt als een plek waar je openlijk uit de kast wil komen. ls laatste benadrukken de leerlingen dat de ouders de grootste voorstander moeten zijn A van hun kind. Dit is een perspectief waar wij niet diep op ingaan, maar wat ook zeker belangrijk is.
15
16
Conclusie e hebben voor dit advies met verschillende groepen interessante gesprekken gevoerd. In W dit hoofdstuk zullen wij uit alle informatie een conclusie trekken en de belangrijkste punten nog een keer opsommen. r kan gezegd worden dat zowel het primair onderwijs als het voortgezet onderwijs in de E gemeente West Betuwe niet stilzitten op het gebied van de implementatie van het onderwerp LHBTIQA+-acceptatie. Zo wordt er in het vo meegedaan met paarse vrijdag en wordt dit ook echt door de leerlingen in samenwerking met leerkrachten georganiseerd. In het po zijn er minder tastbare activiteiten, maar zo komt uit de interviews, doen zij veel meer op gespreksniveau. Alleen komt ook uit de welzijnsmonitoren van 2019, 2021 en 2023 dat het nog niet goed genoeg is. De welzijnsmonitoren geven aan dat voorlichting op school in brede en doorlopende zin in de ogen van de gemeenschap het best zou kunnen helpen om de acceptatie te vergroten. it de gesprekken komen een aantal behoeften van de scholen en de jongeren uit de U leerlingenraad naar voren. Deze zullen wij voor u uitlichten, dit zijn zeker geen volledig uitgewerkte designs. U kunt het eerder zien als denkrichtingen, maar ga vooral in gesprek met de scholen en jongeren over hoe deze denkrichtingen om te zetten zijn in praktisch design.
Wij hebben gemerkt dat alle partijen hier voor openstaan. et faciliteren van gesprek tussen verschillende partijen is een van de meest genoemde H acties waarmee de gemeente zou kunnen helpen. Het primair en voortgezet onderwijs zouden met elkaar in gesprek willen en dan niet op stichtingsniveau, maar zet de leerkracht of directie die over dit onderwerp gaat bij elkaar. Laat ze met elkaar bepalen wat nodig is om een eenduidige boodschap over te brengen. En ga dan samen een design maken, waarin de gemeente eerder een ondersteunende rol aanneemt. Bied dus een luisterend oor. ls tweede kan gedacht worden aan het aanbieden van een activiteit of cursus om een A (doorlopend) curriculum op school te creëren. Hierbij kan gedacht worden aan hulp zoeken bij het COC of Schoolsout, twee organisaties die zich inzetten voor dit onderwerp op scholen. Alleen komt uit het gesprek met jongeren uit de leerlingenraad dat het gesprek organisch moet ontstaan en het niet als een gedwongen activiteit moet worden ervaren. Dit zou een mogelijkheid kunnen zijn, alleen moet er wel gewaakt worden voor het dwingende karakter. r is echter nog een wereld te winnen op sociale media, want volgens de jongeren wordt E daar veel negativiteit over dit onderwerp verspreid. Ze hadden zelf al aan een oplossing gedacht, het inzetten van positieve rolmodellen.
Dit is een mooi initiatief, want dezelfde jongeren gaven ook aan dat het verplicht les volgen over dit onderwerp niet als een goed idee werd gezien. Het luisteren naar iemand zijn verhaal hierover, daar voelden ze wel wat voor. Vandaar zou het inzetten van positieve rolmodellen niet alleen een tegenhanger kunnen zijn voor het negatieve geluid, het zou ook een educatieve functie kunnen hebben.
17
aarnaast is het goed om aan te geven dat alle partijen veel waarde zien in de D jongerenwerkers en deze betrekken in eventuele activiteiten in en buiten de school. Wat zou kunnen is dat deze jongerenwerkers met de jongeren in gesprek gaan en samen kijken naar wat zij nu zouden willen. e hebben in de interviews ook gekeken naar ideeën voor de regenboog conferentie, W aangezien dit een van de aanleidingen is geweest voor het schrijven van dit advies. We komen eigenlijk tot een keuze die gemaakt moet worden. Er kunnen twee kanten op gegaan worden met de regenboog conferentie: of volledig gericht op jongeren of helemaal niet. Wanneer er gekozen wordt om zich volledig te richten op jongeren, ga dan met deze in gesprek over wat zij willen. U kunt hierbij denken aan de leerlingenraad van de vo-scholen, een bezoekje brengen bij sportclubs en in gesprek gaan met jongerenwerkers en buurtsportcoaches. Als daar niet voor gekozen wordt, kan er onder andere gericht worden op beleid en implementatie op scholen. Dan zouden wij aanraden om wel een andere activiteit of activiteiten voor jongeren te organiseren. anbevelingen vervolgonderzoek A Dit onderzoek kent ook beperkingen en aanbevelingen waar vervolgonderzoek zich op zou kunnen richten. Allereerst hebben wij met een beperkte groep jongeren gesproken, enkel de leerlingenraad.
Als er vervolgonderzoek gedaan zou worden, zouden wij aanraden meer jongeren te spreken. Dit kan gedaan worden door met onder andere sportclubs in gesprek te gaan. Ook hebben wij de jongeren uit de doelgroep niet weten te bereiken, maar juist hun input is heel waardevol. Vervolgonderzoek zou dan met deze jongeren in gesprek kunnen gaan om ook die mening op te halen. Daarnaast hebben wij nu gekeken naar het onderwijs en ideeën voor de regenboog conferentie. LHBTIQA+-acceptatie gaat verder dan implementatie op scholen en een regenboog conferentie. Ook daar zou vervolgonderzoek verder mee kunnen gaan. ij als jongerenadviesraad willen in de nabije toekomst geen groot vervolgonderzoek doen, W waarin wordt gewerkt met een veldonderzoek. Wel zien wij de meerwaarde van een vervolgadvies met een kleinere onderzoeksopzet. Dit betekent concreet dat de jongerenraad op korte termijn geen groot advies over LHBTIQA+-acceptatie schrijft, maar welwillend is mee te denken over onder andere de inhoud van de regenboog conferentie. Daarnaast is zij ook bereid voor het uitbrengen van kleinere aanvullende adviezen, waarin wordt gesproken professionals. ot slot kan er gezegd worden dat er een mooi eerste advies ligt, iets waar de gemeente wat T ons betreft op korte termijn mee aan de slag kan.
Daarnaast staan er ook denkrichtingen in die bij de voorbereiding van de regenboog conferentie kunnen worden gebruikt. ij willen u dan als laatste nog een aanbeveling meegeven: ga en blijf in gesprek met de W scholen en jongeren, als u dat doet zal dit onderwerp normaliseren. De inwoners zijn hier welwillend genoeg voor, nu rest nog goede communicatie. Die spreekwoordelijke bal ligt bij u, de gemeente.
18
Dankwoord ij willen een aantal personen in het bijzonder bedanken. Allereerst de basisscholen en de W middelbare school waar wij mee hebben mogen spreken. Daarnaast de jongeren uit een leerlingenraad van een middelbare school, de ambassadeurs van Vizier en Vizier regio oost. Dit advies is niet zonder enige uitstel tot stand gekomen, voor het geduld en meedenken willen wij de Jongerenraad bedanken, in het bijzonder Ian Dekker en Remco Visser. Voor de inhoudelijke begeleiding en sturing in het ontwerp van het onderzoeksdesign willen wij Els de Vries (Welzijn West-Betuwe) bedanken. En als laatste ook Raoul Verschoor (Welzijn West-Betuwe) voor het meedenken in de eindfase en het controleren van de concept- en eindversie.
Ondertekend door Geldermalsen, 25 augustus 2024
era van Breda V Jongerenadviesraad
erel van Mook M Jongerenadviesraad
19
De bijlage - Literatuurlijst - Interview vragen - Mail aan scholen
Literatuurlijst begrippenlijst - GSA Netwerk. (2020, 25 augustus).GSA Netwerk. Geraadpleegd op 9 mei 2024, van https://www.gsanetwerk.nl/begrippenlijst/ Hasselt, M., Spierings, N., Van Hilten-Rutten, E., De Koning, O., Vizier, & Radboud Social Cultural Research. (2021). Welzijnsonderzoek LHBTIQA+ Gelderland en Overijssel. Inhttps://vizieroost.nl/. https://vizieroost.nl/wp-content/uploads/2021/10/Onderzoeksrapport-Welzijn-LHBTIQ A-Vizier-en-RU.pdf Hasselt, M., Spierings, N., Van Hilten-Rutten, E., De Koning, O., Vizier, & Radboud Social Cultural Research. (2023). Welzijnsmonitor LHBTIQA+ 2023 Gelderland en Overijssel. Inhttps://vizieroost.nl/. https://vizieroost.nl/wp-content/uploads/2023/10/Welzijnsmonitor-LHBTIQA-2023-Gel derland-en-Overijssel.pdf Heuzels, L., & Van Der Hoeve, R. (2019). Acceptatie van LHBTI+’ers in Gelderland en Overijssel. In I&O Research,I&O Research. I&O Research. https://www.ioresearch.nl/wp-content/uploads/2019/10/SAMENLEVINGSONDERZO EK-OOST-NEDERLAND.pdf Lhbtiq+ | Iedereen is anders. (z.d.). Geraadpleegdop 9 mei 2024, van https://iedereenisanders.nl/info-tips/seksuele-orientatie. Paarse vrijdag. (z.d.). Geraadpleegd op 9 mei 2024,van https://paarsevrijdag.nl/ Van Dijk, M., Gerrits & Nederlands Jeugdinstituut. (2020).Databank effectieve jeugdinterventies: beschrijving ‘SchoolsOUT’.
NederlandsJeugdinstituut. https://www.nji.nl/system/files/2021-04/Uitgebreide-beschrijving-SchoolsOUT.pdf Voorlichting – COC regio Nijmegen. (z.d.). Geraadpleegdop 9 mei 2024, van https://cocregionijmegen.nl/voorlichting/
20
Interview vragen Vragen aan scholen - Wat doen jullie? - Waar lopen jullie tegenaan? - waar hebben jullie ondersteuning voor nodig? - Waar absoluut geen ondersteuning nodig? - Hoe kijken leerlingen hier zelf tegen aan? - Hoeveel tijd om in een lesperiode aan te besteden? (4 weken) - Hoeveel voorbereidingstijd? - Zitten docenten hier op te wachten? / Staan docenten hiervoor open? - Wat moet zeker in het advies? - Wat hoopt u dat het advies kan brengen? Vragen aan leerlingenraad - Vinden jullie dit belangrijk? - Hoe wordt dit op school behandeld, mentorles? - 1-op-1 mentor, Thuis, vrienden, klasgenoten, als raad, als er iets georganiseerd wordt, wat is de reactie, sportclub, hobby, buurtgenoten? - Hoe denk je dat het voor jongeren is die onder deze doelgroep vallen? - - - - -
at gaat er goed? W Wat kan er beter? Wat moet zeker in het advies? Is er iets wat jullie als leerlingenraad (willen) doen? GSA?
21
Mail aan scholen Beste directie van xxxxxxx, ijn naam is XXX en ik schrijf deze mail namens de Jongerenraad (Jr) West Betuwe, M projectgroep LHBTIQA+. Wij zijn bezig met het schrijven van een advies over de integratie van het thema LHBTIQA+ binnen het primair en voortgezet onderwijs binnen de gemeente. Om dit advies goed te kunnen schrijven, willen wij onderzoek doen door middel van een gesprek met directeur of verantwoordelijk personeel over dit onderwerp. We zullen dit steekproefsgewijs doen, vanwege de vele scholen binnen de gemeente. Deze school is uitgekozen voor ons onderzoek. Wij zouden u willen vragen of wij een gesprek met u of een teamlid dat over dit onderwerp gaat kunnen inplannen. In het gesprek zouden wij graag willen weten wat de school al doet met dit onderwerp. Het is niet erg als jullie er nog nauwelijks aandacht aan besteden. Wij willen helder krijgen waar scholen behoefte aan hebben en hoe de gemeente ze daarin zou kunnen ondersteunen. Het gesprek zal dus niet oordelend zijn, maar gebruikt worden om inzicht te krijgen in wat wij aan de gemeente moeten adviseren.
In het uiteindelijke advies zullen ook geen specifieke namen van scholen worden genoemd, maar schetsen we een algemeen beeld. Wij zouden graag met u in gesprek gaan, nu zijn wij allemaal nog leerling of student, maar er is vast wel een moment waarop beide partijen kunnen. Kunt u data doorgeven waarop u kunt, dan kunnen wij kijken of dat voor ons ook mogelijk is. Alvast bedankt! et vriendelijke groet; M Namens de jongerenraad West Betuwe, projectgroep LHBTIQA+ XX
22