CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

B1 01 Bijlage BK Ingenieurs notitie procesverbaal.pdf

Lijst ingekomen stukken 21 december 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: B1: B1 Brieven aan de raad die de bevoegdheid zijn van het college2.033 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

notitie n.a.v. proces-verbaal werkzaamheden WSRL Aan

:

Sent one, de heer T. Witjes

Cc

:

Van

:

BK ingenieurs bv, de heer P.J.J.Q. van Zon en R. de Haan

Betreft

:

notitie nv proces-verbaal werkzaamheden WSRL

Kenmerk

:

PEZO/204459/notitie proces-verbaal

Datum

:

11 november 2021

Naar aanleiding van het opgemaakte proces-verbalen door verbalisant de heer Bram Jonathan van Diggelde, buitengewoon opsporingsambtenaar en werkzaam bij Waterschap Rivierenland met de volgende Procesverbaalnummers:

Door BK ingenieurs B.V. is beoordeeld of het uitgevoerde bodemonderzoek conform het SIKB protocol 2001 en 2002, versie 6.0, 1 februari 2018 is uitgevoerd. Deze protocollen zijn ontwikkeld om een goede uitvoering te bevorderen bij het nemen van grond en grondwatermonsters bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, om te waarborgen dat een representatief monster wordt verkregen. Door de gestelde eisen op te volgen wordt voldaan aan de wettelijke eisen aan deze activiteiten, waarbij onder andere grondwatermonsters op zodanige wijze zijn genomen dat de kans op milieuschade door onbetrouwbare onderzoeksresultaten wordt verkleind. In de betreffende protocollen wordt overigens verwezen naar meerdere NEN normen, zoals de NEN 5740 en de NEN 5744 ook aan deze NEN normen is getoetst of het uitgevoerde grondwater onderzoek voldoet aan de eisen die in deze NEN normen worden gesteld. Tevens zijn de analyseresultaten in relatie tot de uitgevoerde veldwerkzaamheden beoordeeld op betrouwbaarheid. Als laatste is door mij beoordeeld of aan de hand van de analyseresultaten geconcludeerd kan worden of de kwaliteit van het grondwater negatief is beïnvloed door de aanwezige staalslakken ter plaatse van de Haarweg te Spijk ten tijde van het uitgevoerde grondwater onderzoek in 2019 door Waterschap Rivierenland.

Als referentiekader zijn grondwater kwaliteitsgegevens van DINO loket (TNO Geologische Dienst Nederland) gebruikt. Hierbij is het met name van belang om vast te kunnen stellen of geanalyseerde parameters al dan niet verhoogd ten opzichte van de streefwaarde kunnen voorkomen in het poldergebied tussen de rivieren de Waal en de Lek. De reden dat is gekozen voor een groot referentie gebied met een eenduidige bodemopbouw ligt in het feit dat er dan getoetst kan worden over een grote data set waardoor de betrouwbaarheid van de referentiewaarden groter is. Uitsluitend de geanalyseerde parameters die verhoogd zijn aangetroffen ten opzichte van de Streefwaarde zijn vergeleken met grondwater kwaliteitsgegevens van TNO. In de processen verbaal zijn door Waterschap Rivierenland geen conclusies verbonden aan de gehalten metalen welke verhoogd zijn aangetroffen in het grondwater ten opzichte van de streefwaarde. Mogelijk gaat men er van uit dat indien verhogingen ten opzichte van de streefwaarde worden aangetroffen dat het dan een vanzelfsprekendheid is dat de grondwaterkwaliteit negatief beïnvloed is door antropogene activiteiten. Echter een verhoogde concentratie voor een parameter ten opzichte van de streefwaarde kan evenwel van nature aanwezig zijn in het grondwater voor stoffen die uiteraard van nature voorkomen in het grondwater.

Het vinden van een verhoogd gehalte ten opzichte van de streefwaarde in freatisch grondwater is absoluut niet limitatief bij bodemonderzoek. Grondwater kwaliteitsgegevens van uit DINO loket (TNO) bevestigen dat ook. De processen-verbaal beslaan hoofdzakelijk het plaatsen van de peilbuizen en het bemonsteren van de geplaatste peilbuizen met daarop een aanvullend proces verbaal voor het plaatsen en bemonsteren van de peilbuizen.

blad 1 van 5

Bevindingen en opmerkingen plaatsen peilbuizen Peilbuis 1001 de afdichting met eboniet heeft niet correct plaatsgevonden, percolaat water vanuit de staalslakken stroomt het peilbuisfilter in via het toegepaste filtergrind. Er kan geen uitspraak worden gedaan aan de hand van de verkregen analyseresultaten of het grondwater in de bodem verontreinigd is geraakt met parameters welke zijn te herleiden naar de aanwezige staalslakken. Naar verwachting is zowel grondwater als percolaatwater bemonsterd en geanalyseerd. Voor het vaststellen van een eventuele grondwaterverontreiniging als gevolg van toegepaste staalslakken op de bodem is de filterstelling van peilbuis 1002 juist gekozen. Peilbuis 1003 is volledig in de staalslakken geplaatst. De staalslakken zijn aanwezig tot een diepte van 4,80 m-mv. De onderkant van het peilbuisfilter bevindt zich op 3,80 m-mv. Naar aanleiding van de analyseresultaten kan geen uitspraak worden gedaan of het grondwater in de bodem ter plaatse van peilbuis 1003 verontreinigd is geraakt met parameters welke zijn te herleiden naar de aanwezige staalslakken. Voor het vaststellen van een eventuele grondwaterverontreiniging als gevolg van toegepaste staalslakken op de bodem is de filterstelling van peilbuis 1004 juist gekozen.

Voor het vaststellen van een eventuele grondwaterverontreiniging als gevolg van toegepaste staalslakken op de bodem is de filterstelling van peilbuis 1005 juist gekozen. Overige opmerkingen: Conform het SIKB protocol 2001, Handboringen, peilbuizen, beschrijvingen, grondmonsters en waterpassen, versie 6.0, 1 februari 2018 was het beter geweest om de peilbuizen te plaatsen met een verloren casing waarbij eventueel verontreinigd (grond) of percolaat water voor het plaatsen had kunnen worden verwijderd middels afpompen. In hoeverre dat percolaat water met het mechanisch boren het grondwater heeft verontreinigd is niet eenduidig vast te stellen. Bevindingen en opmerkingen watermonstername: De monstername van peilbuis 1001 heeft op vrijdag 6 september 2019 heeft plaatsgevonden door AQUON. Tijdens de monstername of achteraf bleek dat de electrode voor het bepalen van de pH een breuk vertoonde of was gebroken. Hierdoor kon geen eerste lijnscontrole worden uitgevoerd (rapportnummer R 190912296/1). Het resultaat is echter wel onder Q en als geaccrediteerde parameter gerapporteerd. Dit had niet mogen plaatsvinden. De troebelheid van het bemonsterde water was 124 NTU. De pH betrof 10,7 en het elektrisch geleidend vermogen (EGV) 4600 µS/cm. De monstername van peilbuis 1002 heeft op vrijdag 6 september 2019 plaatsgevonden door AQUON.

Tijdens de monstername of achteraf bleek dat de electrode voor het bepalen van de pH een breuk vertoonde of was gebroken. Hierdoor kon geen eerste lijnscontrole worden uitgevoerd (rapportnummer R 190912298/1). Het resultaat is echter wel onder Q en als geaccrediteerde parameter gerapporteerd. Dit had niet mogen plaatsvinden. De troebelheid van het bemonsterde grondwater was 92 NTU. De pH betrof 5,2. en het elektrisch geleidend vermogen (EGV) 1000 µS/cm. De monstername van peilbuis 1003 heeft op vrijdag 6 september 2019 plaatsgevonden door AQUON. Tijdens de monstername of achteraf bleek dat de electrode voor het bepalen van de pH een breuk vertoonde of was gebroken. Hierdoor kon geen eerste lijnscontrole worden uitgevoerd (rapportnummer R 190912300/1). Het resultaat is echter wel onder Q en als geaccrediteerde parameter gerapporteerd. Dit had niet mogen plaatsvinden. De troebelheid van het bemonsterde grondwater was 198 NTU. De pH betrof 9,0. en het elektrisch geleidend vermogen (EGV) 540 µS/cm. De monstername van peilbuis 1004 heeft op vrijdag 6 september 2019 plaatsgevonden door AQUON. Tijdens de monstername of achteraf bleek dat de electrode voor het bepalen van de pH een breuk vertoonde of was gebroken. Hierdoor kon geen eerste lijnscontrole worden uitgevoerd (rapportnummer R 190912302/1). Het resultaat is echter wel onder Q en als geaccrediteerde parameter gerapporteerd.

Dit had niet mogen plaatsvinden. De troebelheid van het bemonsterde grondwater was 50 NTU. De pH betrof 8,1. en het elektrisch geleidend vermogen (EGV) 360 µS/cm.

blad 2 van 5

PEZO/204459/notitie proces-verbaal

BK ingenieurs

De monstername van peilbuis 1005 heeft op vrijdag 6 september 2019 plaatsgevonden door AQUON. Tijdens de monstername of achteraf bleek dat de electrode voor het bepalen van de pH een breuk vertoonde of was gebroken. Hierdoor kon geen eerste lijnscontrole worden uitgevoerd (rapportnummer R 190912304/1). Het resultaat is echter wel onder Q en als geaccrediteerde parameter gerapporteerd. Dit had niet mogen plaatsvinden. De troebelheid van het bemonsterde grondwater was 21 NTU. De pH betrof 9,6. en het elektrisch geleidend vermogen (EGV) 1000 µS/cm. Samenvatting plaatsen peilbuizen en monstername percolaat- en grondwater. Peilbuis

Correct geplaatst

Bodem opbouw ter plaatse van de filterstelling

Bemonsterd grondwater/percolaat water

pH/EC en troebelheid

Parameters aangetoond groter dan de streefwaarde voor grondwater (µg/l)

1001

Nee

Klei/veen

Grondwater en percolaatwater

troebelheid 124 NTU. pH 10,7. EGV 4600 µS/cm.

Toetsen aan streefwaarde is niet mogelijk i.v.m. mogelijk inzijging van percolaatwater

1002

Ja

Veen

Grondwater

troebelheid 92 NTU. pH 5,2 EGV 1000 µS/cm.

Barium

1003

Nee

Staalslakken

Percolaatwater

troebelheid 198 NTU. pH 9,0 EGV 540 µS/cm.

Betreft percolaatwater, toetsen aan de streefwaarde voor grondwater is niet mogelijk.

1004

Ja

Klei/veen

Grondwater

troebelheid 50 NTU. pH 8,1. EGV 360 µS/cm.

Nikkel, Arseen en Molybdeen

1005

Ja

Klei/veen

Grondwater

troebelheid 21 NTU. pH 9,6 EGV 1000 µS/cm.

Nikkel, Koper, Arseen en Molybdeen

Conclusie: Omdat peilbuis 1001 en peilbuis 1003 niet correct zijn geplaatst worden de analyseresultaten van het bemonsterde grondwater uit deze peilbuizen niet representatief geacht. Er kan geen uitspraak worden gedaan of de kwaliteit van het aanwezige grondwater is beïnvloed door de aanwezigheid van staalslakken op het maaiveld. De analyseresultaten voor de veldparameter pH worden als niet betrouwbaar beoordeeld omdat geen eerstelijnscontrole heeft plaatsgevonden ten tijde van de bemonstering. -

Het bemonsterde water in alle peilbuizen heeft een hoger troebelheidsgehalte dan 10 NTU. Nog door het Waterschap Rivierenland als wel het laboratorium Aquon is bij de interpretatie van de analyseresultaten geen rekening gehouden met deze verhoogde troebelheidswaarden. Bij een verhoogde troebelheidsgraad in het grondwater zullen geanalyseerde parameters waarschijnlijk hoger uitvallen. Een herbemonstering met een lager pompdebiet had in dit geval moeten plaatsvinden. De NEN 5744 monsterneming van grondwater, maart 2011 zegt hier het volgende over:

blad 3 van 5

PEZO/204459/notitie proces-verbaal

BK ingenieurs

-

In het SIKB protocol 2001 wordt verwezen naar de NEN 5740 A1, Bodem en landbodem Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek- Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en grond, april 2016. In deze norm is een definitie op genomen van wat kan worden verstaan onder bodem, zie onderstaande:

In de betreffende NEN is geen definitie opgenomen voor grondwater maar het is evident gezien opmerking 3 dat eventueel water dat zich in een verhardingslaag (geen bodem) bevindt niet tot de bodem gerekend mag worden en er sprake is dan van percolerend water dat zijn oorsprong vindt als hemelwater of als inzijgend en voormalig grondwater. Het bemonsterde water uit peilbuis 1001 en 1003 bevond zich ten tijde van de monstername deels of niet in de bodem en kan daarmee in algemene zin niet worden beschouwd als grondwater. -

Voor het interpreteren van de analyseresultaten hebben we de analysegegevens waarbij sprake was van een streefwaarde overschrijding voor de parameters barium, nikkel, koper, arseen en molybdeen in het grondwater van peilbuis 1002, 1004 en 1005 getoetst aan gehalten die in het poldergebied ter hoogte van de onderzoekslocatie Spijk worden gevonden. Als referentiekader zijn grondwater kwaliteitsgegevens van DINO loket (TNO Geologische Dienst Nederland, ) gebruikt. Zeer waarschijnlijk is er sprake voor een verhoogde achtergrondwaarde voor de parameter barium in het grondwater waarbij de frequent de streefwaarde wordt overschreden. Onderzoeksresultaten van grondwatermonitoringspeilbuizen van het Waterschap Rivierenland in de omgeving bevestigen dit beeld. Met betrekking tot de parameter molybdeen zijn geen gegevens bekend bij TNO. De overige parameters zijn niet in een dermate verhoogd gehalte aangetroffen dat er met een hoge mate van zekerheid kan worden gesteld mijns inziens dat er een causaal verband aanwezig tussen de aanwezige staalslakken aan de Haarweg te Spijk en het grondwater, zie gegevens onderstaande tabel.

blad 4 van 5

PEZO/204459/notitie proces-verbaal

BK ingenieurs

parameter

grondwater kwaliteitsgegevens van DINO loket (TNO Geologische Dienst Nederland) (µg/l)

geanalyseerde concentratie (µg/l)

streefwaarde (µg/l)

barium nikkel

geen gegevens bekend <1 - 5

50 15

koper arseen

<1 - 10 <2 - 20

molybdeen

geen gegevens bekend

Pb 1002, 90 (µg/l) Pb 1004, 37 (µg/l) Pb 1005, 35 (µg/l) Pb 1004, 22 (µg/l) Pb 1004, 15 (µg/l) Pb 1005, 13 (µg/l) Pb 1004, 20 (µg/l) Pb 1005, 14 (µg/l)

15 10 5

Referentiegebied kwaliteitsgegevens van DINO loket (TNO Geologische Dienst Nederland)

Resume Kwaliteit uitgevoerd onderzoek: Naar aanleiding van de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de daarop volgende de monstername die in de bovengenoemde processen verbaal zijn beschreven, moeten we concluderen dat door de geconstateerde afwijkingen ten aanzien van het uitgevoerde grondwateronderzoek door de Waterschap Rivierenland in 2019 de betrouwbaarheid van de analyseresultaten in het geding zijn. De analyseresultaten van het bemonsterde grondwater kunnen om reeds hierboven vermelde moverende redenen niet representatief geacht worden voor de grondwaterkwaliteit ter plaatse van de Haarweg te Spijk.

blad 5 van 5

PEZO/204459/notitie proces-verbaal

BK ingenieurs

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/471/documents/8871