Agendapunt 3 inspraakreactie Laurine Schieman 12-1-2021.pdf
Tekst van het document
Betreft: Van:
inspraakreactie vergadering van de raad van de gemeente West Betuwe d.d. 12 januari 2021 mr. L. van Schie-Kooman, namens de heer L.P.J. van Hoeken
Inzake:
vaststelling bestemmingsplan Dijversterking Gorinchem-Waardenburg
Geachte leden van de Raad, Ik spreek vanavond in namens de heer Van Hoeken. De heer Van Hoeken is eigenaar van een aantal agrarische percelen in de Herwijnense Bovenwaard. Het gaat om dijkvak 7d, e, f. In het bestemmingsplan heeft een gedeelte van de gronden de bestemming “natuur” gekregen. Voor de percelen met een agrarische bestemming is een wijzigingsbevoegdheid naar natuur opgenomen. Het gebied is van oudsher een kleiwingebied met hoogwaardige keramische klei. Het Waterschap had aanvankelijk het plan om op de percelen een diepe nevengeul te realiseren. Daarbij zou de klei afkomstig uit de geul worden gebruikt voor de dijkversterking. Een winwinsituatie, omdat de transportkosten van de klei daarmee ook aanzienlijk zouden worden beperkt. De heer Van Hoeken is van mening dat hij met een daartoe bevoegde omgevingsmanager van het Waterschap tot overeenstemming is gekomen over de verkoop van het land. De klei zou worden onderzocht en het Waterschap zou vervolgens een bod doen. Eind 2018 heeft dit onderzoek plaatsvonden en bleek dat de klei geschikt was. De heer Van Hoeken heeft de vraagprijs aangegeven, mede gebaseerd op de klei die vrijkomt. Een bod bleef echter uit. De onderhandelingen zijn daarop afgebroken.
De opvolger van de omgevingsmanager van het Waterschap waar de afspraken mee zijn gemaakt, doet vervolgens voorkomen alsof er geen eerdere gesprekken hebben plaatsgevonden. Het Waterschap stelt opeens dat de klei niet van geschikte kwaliteit zou zijn en de klei niet meer nodig zou zijn voor dijkverzwaring. Er wordt een nieuw plan gepresenteerd en gedreigd met onteigening. Aankoop van de gronden zou alleen nog maar nodig zijn ten behoeve van natuurcompensatie, waarbij de grond als landbouwgrond wordt gewaardeerd met de bijbehorende lagere prijs. De heer Van Hoeken is hier niet mee akkoord gegaan.
1
De heer Van Hoeken is van mening dat het Waterschap zo op een goedkope manier in het bezit tracht te komen van de duurdere kleigrond, die vervolgens toch gebruikt kan worden voor de dijkverzwaring. Dit blijkt ook uit de Nota van beantwoording, waarin is aangegeven dat de klei gebruikt zal worden als bouwmateriaal voor de nieuwe dijk. In de Nota van beantwoording is ook aangegeven dat bij het bepalen van de schadeloosstelling wel rekening zal worden houden met de aanwezige klei. Waarom dan nu niet? In de stukken wordt de indruk gewekt dat partijen met elkaar in gesprek zijn. Onderhandelingen over het tweede plan hebben echter in het geheel niet plaatsgevonden omdat het Waterschap weigert om de gemaakte afspraken met betrekking tot het eerste plan na te komen. De heer Van Hoeken heeft niets meer vernomen en is van mening dat het Waterschap haar afspraken moet nakomen. Hij gaat hiertoe een civiele procedure starten. De heer Van Hoeken is niet van plan om zijn gebied te transformeren in een natuurgebied. Gelet op de houding van het Waterschap zal dit ook niet binnen de planperiode van 10 jaar gaan gebeuren. Het Waterschap wil de twee plassen in het gebied met elkaar en de rivier verbinden en de oude strang herstellen. De heer Van Hoeken ziet niet in waarom dit nodig is. De waterkwaliteit van de plassen is goed.
Natuurcompensatie kan ook op andere wijze buiten zijn eigendom plaatsvinden. De oude strang liep niet over zijn eigendom. De herstelde oude strang kan ook ten westen van het gebied weer op de rivier aangesloten worden. Hier is onvoldoende onderzoek naar gedaan. Er is aangegeven dat maar een klein gedeelte van het perceel getransformeerd wordt in natuur. Het gaat echter wel om een essentieel gedeelte, namelijk waar de ontsluiting op ligt. Het Waterschap heeft onvoldoende oog voor de nadelen van het plan. Door de plassen met duikers aan de rivier te verbinden ontstaat wateroverlast. De zomerkade biedt geen bescherming meer, nu er dwars door de zomerkade een nieuwe watergang wordt aangelegd. Vanwege de zeer wisselende waterstand zal de oever van de plassen afkalven als de aansluiting op de rivier doorgaat. Inmiddels zijn er ook verschillende bouwbedrijven geïnteresseerd in het binnendijkse gebied om daar woningen te bouwen. Aan deze belangen wordt echter voorbijgegaan. De heer Van Hoeken verzoekt u dan ook niet tot vaststelling van de natuurbestemming op zijn gronden over te gaan, nu het de verwachting is dat deze bestemming niet binnen de planperiode wordt uitgevoerd en in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
2