210419 beantwoording raadsvraag splitsing verdeelsystematiek en KP4.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vraag oordeelsvormende raad voorstel bestuurlijke agenda Werkzaak Rivierenland In de oordeelsvormende raad van 13 april heeft de raad het voorstel Bestuurlijke agenda 2020 Werkzaak Rivierenland besproken. Daarbij is de vraag gesteld wat de consequenties zijn als de raad van West Betuwe tegen het voorstel stemt en/of het voorstel in tweeën geknipt kan worden, zodat KP4 (voorlopig) niet overgaat naar Werkzaak en de pilot met evaluatie eerst wordt afgewacht. Het antwoord op deze vraag is als volgt: Wat als de raad tegen het voorstel stemt? Het voorstel voor de wijziging van de GR behoeft unanieme instemming van de raden van de gemeenten in de regio. Gelet op deze benodigde unanimiteit van alle deelnemende gemeenten en het feit dat de besluitvorming voorligt als een totaalpakket (verdeelsystematiek en KP4) ontstaat bij het onthouden van de toestemming door de gemeenteraad van West Betuwe de situatie dat de wijzigingen niet van kracht worden. Ook niet voor die gemeenten die wel toestemming hebben gegeven en ook niet voor die onderdelen waarmee West Betuwe wel zou willen instemmen. Daarmee komen de door het AB van Werkzaak beoogde wijzigingen geen van allen tot stand. Dit betekent geen gewijzigde verdeelsleutel en geen overdracht KP4. Daarmee wordt de planning van regionale unanieme instemming voor 1 mei 2021 niet gerealiseerd.
Het risico is dan dat een aantal gemeenten niet zullen instemmen met de begroting 2022. Hierdoor ontstaat voor alle gemeenten in het samenwerkingsverband een complexe situatie. Kan het voorstel in tweeën geknipt worden, zodat KP4 (voorlopig) niet overgaat naar Werkzaak? De enige manier waarop het huidige voorstel in tweeën geknipt kan worden is het voorstel via een amendement te laten wijzigen op een manier die 1. Het huidige voorstel voor wijziging van de GR intact laat, en 2. Vastlegt dat KP4 voor West Betuwe niet overgeheveld wordt naar Werkzaak. Met deze splitsing wordt gevolg gegeven aan de in meerderheid gegeven mening van de fracties tijdens de oordeelsvormende raad van 13 april 2021: - Oneens met de voorgestelde overheveling van KP4 naar Werkzaak - Eens met de voorgestelde nieuwe verdeelsystematiek Aandachtspunt in deze optie is dat in de nu voorgestelde GR expliciet opgenomen staat dat West Betuwe KP4 overhevelt naar Werkzaak. Dat valt als volgt te ondervangen: De portefeuillehouder van West Betuwe zegt toe dat er niets verandert voor KP4 en maakt hierover afspraken met Werkzaak. Hiertoe zijn Werkzaak en West Betuwe gerechtigd. Dit zal de vorm krijgen van een AB-besluit van Werkzaak (voor 29 april 2021, de datum van de
Pagina 2 van 2
raadsvergadering) waarin bevestigd wordt dat KP4 van West Betuwe niet overgeheveld wordt naar Werkzaak. De wijziging in besluitvorming die daarvoor noodzakelijk is kan er als volgt uitzien. Het huidige voorstel luidt als volgt: De raad wordt voorgesteld om naar aanleiding van het eindrapport bestuurlijke agenda 2020 Werkzaak Rivierenland: a. akkoord te gaan met de voorliggende wijziging in de verdeelsystematiek Werkzaak Rivierenland; b. akkoord te gaan met de volledige overheveling van het BUIG-budget naar Werkzaak Rivierenland; c. akkoord te gaan met de nieuwe verdeelsystematiek van de inleenvergoeding; d. akkoord te gaan met de overheveling van KP4 naar Werkzaak Rivierenland. e. akkoord te gaan met de financiële consequenties voor West Betuwe die het gevolg zijn van de nieuwe verdeelsystematiek en de overheveling van KP4, van 210.000 euro extra in 2021, oplopend naar 403.000 euro structureel vanaf 2025; f. het college toestemming te verlenen om akkoord te gaan met de Gemeenschappelijke Regeling Werkzaak Rivierenland 2021 onder gelijktijdige intrekking van de Gemeenschappelijke Regeling Werkzaak Rivierenland (2015). Amendement: 1. Onderdeel d als volgt aan te passen: akkoord te gaan met de maatwerkafspraak tussen Werkzaak en West Betuwe die inhoudt dat KP4 (voorlopig) niet overgeheveld wordt naar Werkzaak; 2.
Onderdeel e als volgt aan te passen: akkoord te gaan met de financiële consequenties voor West Betuwe die het gevolg zijn van de nieuwe verdeelsystematiek, van 244.000 euro extra in 2021, oplopend naar 437.000 euro structureel vanaf 2025.