20251121-beantwoording-vragen-tijdens-ov-wegenbeheerprogramma-2026-2030.pdf
Tekst van het document
Vragen van de raad Gesteld op Beantwoord op Partij Onderwerp
12 november 2025 21 november 2025 Oordeelsvormende vergadering - raadsbreed Beantwoording vragen n.a.v. oordeelvormende raad van 12 november 2025
Inleiding Op 12 november 2025 heeft de oordeelsvormende raad een aantal vragen gesteld die wij in deze beantwoording zullen behandelen. De beantwoording dient in samenhang met de beantwoording van 23 oktober 2025, van de beeldvormende vergadering, gelezen te worden. De bronverwijzingen in de beantwoording verwijzen naar het wegenbeheerprogramma 20262030. Toelichting op de organisatie en uitvoering van het wegbeheer Het vaststellen van het Wegenbeheerprogramma 2026–2030 betekent niet dat alle wegen direct of gelijktijdig naar het afgesproken onderhoudsniveau worden gebracht. In de praktijk is het, gezien de beschikbare financiële middelen, personele capaciteit en materieel, niet haalbaar om het volledige areaal in korte tijd op niveau te brengen. Het programma biedt een kader waarbinnen de meest urgente wegen en wegvakken met prioriteit worden aangepakt. Op deze locaties worden, afhankelijk van de technische toestand en het gebruik, de benodigde maatregelen getroffen om het gewenste kwaliteitsniveau te behalen. Selectieve aanpak en prioritering Binnen de financiële kaders wordt jaarlijks een afweging gemaakt welke wegen het meest dringend onderhoud behoeven. Hierbij wordt gekeken naar veiligheid, functionaliteit, intensiteit van gebruik en de technische toestand van de weg.
Dit betekent dat niet alle wegen op hetzelfde moment of op hetzelfde niveau worden onderhouden, maar dat maatwerk wordt geleverd op basis van urgentie en beschikbare middelen. Scorecijfer: beeld van het areaal, geen rapportcijfer Het scorecijfer dat wordt genoemd in de rapportages is geen individueel rapportcijfer voor een specifieke weg, maar een gemiddelde score van het gehele wegenareaal. Dit cijfer geeft een indicatie van het algemene kwaliteitsniveau van de wegen in de gemeente. Het is belangrijk te benadrukken dat deze trend – een dalend gemiddeld kwaliteitscijfer – landelijk zichtbaar is en samenhangt met de veroudering van het areaal. Dit onderstreept de noodzaak om de komende jaren meer te investeren in rehabilitaties en vervangingen. Tegelijkertijd biedt dit kansen om werkzaamheden te koppelen aan andere opgaven, zoals de warmtetransitie en woningbouw. Verschil tussen instandhouding en projecten Het beheerprogramma onderscheidt instandhouding (klein en groot onderhoud, rehabilitaties) en van projecten (herinrichting van de omgeving). Instandhouding richt zich op het behouden van de bestaande infrastructuur door regulier onderhoud en noodzakelijke
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 2 van 11
vervangingen, hierbij veranderd de functie, inrichting, effectiviteit en doel van de verharding niet. Projecten, zoals herinrichtingen, gaan verder en omvatten vaak een integrale aanpak van de openbare ruimte, waarbij ook andere disciplines en wensen van bewoners worden meegenomen, hierbij ontstaat de mogelijkheid om de functie, inrichting, doel en gebruik aan te passen. Voorbeelden van onderhoud zijn het vlak leggen van bestrating, het verven van belijning, toplagen van asfaltwegen herstellen/vervangen, delen herstraten etc. Voorbeelden van grote projecten zijn de herinrichting van Korte Woerden te Waardenburg, Asperen Oude Kern, Herinrichting Hellouw maar ook kleine projecten (enkele straat) als het vervangen van riolering in de Oranje Nassaustraat te Geldermalsen.
Onderscheid beeldkwaliteit en technische kwaliteit De voorgestelde kwaliteitsniveaus in het programma hebben betrekking op de beeldkwaliteit: het uiterlijk en de beleving van de weg (hoe ziet het eruit). Beeldkwaliteit is een door CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en Verkeerstechniek) ontwikkelde norm die de visuele uitstraling van wegen voor iedereen inzichtelijk en begrijpelijk maakt; om dit beeld te realiseren zijn technische ingrepen nodig, waarbij de keuze voor maatregelen altijd op een technische beoordeling wordt gebaseerd. De technische inspectie en de uiteindelijke keuze voor een maatregel zijn gebaseerd op objectieve criteria zoals veiligheid, functionaliteit, belasting, intensiteit van gebruik en de technische toestand van de weg. De technische kwaliteit bepaalt of en wanneer ingrepen noodzakelijk zijn, los van de visuele beleving. Dit wordt ook wel rationeel beheer genoemd. In het rapport over kerngerichte beheerplannen wordt toegelicht dat rationeel beheer in de jaren ’90 is ontwikkeld als technische benadering, later aangevuld met beeldgericht beheer. In West Betuwe maken we nu de ontwikkeling door waarbij ook onderzocht wordt hoe aan kerngericht beheer uitvoering gegeven kan worden.
Beheer blijft primair gericht op het efficiënt en effectief uitvoeren van onderhoud binnen vastgestelde kaders van kosten, risico’s en prestaties. Wat is rationeel beheer? Rationeel beheer is een beheersystematiek die zich richt op het uitvoeren van onderhoud op het juiste moment, met de juiste maatregel, tegen de juiste kosten. Het doel is om kapitaalvernietiging te voorkomen en de levensduur van infrastructuur te optimaliseren. Deze aanpak is gebaseerd op objectieve gegevens zoals inspecties, technische toestand, gebruiksintensiteit en risico’s. Het principe is: niet te vroeg ingrijpen (onnodige kosten), maar ook niet te laat (veiligheidsrisico’s en hogere herstelkosten). Kenmerken van rationeel beheer: • Technische benadering: Onderhoud wordt gepland op basis van inspecties en maatregeltoetsen, niet op basis van visuele beleving (uitstraling van de weg is geen indicatie om maatregelen te treffen). • Efficiëntie en risicobeheersing: Er wordt gestuurd op een balans tussen kosten, prestaties en risico’s. • Instandhouding, geen herinrichting: Het gaat om het behouden van de bestaande infrastructuur, niet om het aanpassen van de inrichting van de openbare ruimte.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 3 van 11
• •
Beheersystematiek volgens CROW: Landelijke standaarden worden toegepast om te voldoen aan wettelijke zorgplichten. Beperkte ruimte voor participatie: Omdat maatregelen vooral technisch zijn en bepaald worden, is er weinig flexibiliteit om op basis van wensen af te wijken, tenzij dit goed onderbouwd en financieel haalbaar is.
Samenvattend Het wegenbeheer is een continu proces van prioriteren, plannen en uitvoeren binnen de beschikbare middelen. De gemeente streeft naar een veilige, functionele en toekomstbestendige infrastructuur, waarbij keuzes worden gemaakt op basis van objectieve technische criteria en maatschappelijke opgaven. In vraag en antwoord 5 gaan we in op de relatie met de kwaliteitsniveaus in het programma. De raad wordt periodiek geïnformeerd over de voortgang, de gemaakte keuzes en de resultaten van inspecties en onderhoud. Zie ook antwoord onder vraag 9. Vraag 1 Waarom is niet gekozen voor een hoger kwaliteitsniveau voor alle wegen (scenario 2)? Antwoord Scenario 2 (“alles op basisniveau”) vraagt om een structurele verhoging van het budget van € 250.000 per jaar, 1,25 miljoen euro voor de looptijd van het beheerprogramma. Dit is op dit moment niet financieel haalbaar binnen de opgelegde taakstellingen. De benodigde structurele verhoging van budget is gebaseerd op locaties waar vanuit technische noodzaak ingrepen noodzakelijk zijn en welke binnen de formatie uitvoerbaar zijn. Scenario 1 is gekozen als realistisch compromis: Basis voor asfalt, Laag voor elementenverhardingen (voet- en fietspaden op Basis). Zie ook vraag en beantwoording bij vraag 5, ingrepen worden verricht op locaties waar een technische noodzaak aanwezig is. Bron: Hoofdstuk 5.1.4, scenariovergelijking.
Vraag 2 Waarom is er geen geld vrijgemaakt voor klimaatadaptatie? Antwoord Er is wél structureel aandacht voor klimaatadaptatie binnen het wegenbeheerprogramma. Jaarlijks is € 120.000 gereserveerd voor maatregelen tegen hittestress en klimaatadaptatie. Deze middelen worden ingezet voor onder andere waterbergende voorzieningen, vergroening en innovatieve materialen passend bij de instandhouding van de beheerobjecten. Door financiële taakstellingen is de ruimte voor aanvullende ambities beperkt. Waar mogelijk worden klimaatmaatregelen gekoppeld aan integrale projecten, zoals herinrichtingen, warmtetransitie en woningbouwopgaven. Bron: Hoofdstuk 6.5 en hoofdstuk 8.3.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 4 van 11
Vraag 3 Er zijn geen middelen voor wensen van inwoners. Hoe worden deze kosten gedekt? Antwoord Binnen de exploitatie is geen structurele post voor inwonerswensen. Om hier toch invulling aan te geven, wordt jaarlijks € 50.000 beschikbaar gesteld vanuit de systeemreserve “groot onderhoud”. Dit bedrag is bedoeld voor kleinschalige wensen zoals bandverlagingen of uitstapstroken. Voor grotere wensen (projectmatige aanpak) is aanvullende besluitvorming nodig via begroting of perspectiefnota. Bron: Hoofdstuk 6.5 en hoofdstuk 8.3.
Vraag 4 Kan er worden aangesloten bij kerngericht werken? Antwoord Ja, kerngericht werken is een belangrijk uitgangspunt in het beheerprogramma. De meerjarenplanning wordt afgestemd met kernagenda’s, zodat lokale wensen en initiatieven waar mogelijk worden meegenomen. Bron: Hoofdstuk 1.4 en 8.3.
Vraag 5 Hoe is het wegbeheer georganiseerd en wat betekent kwaliteitsniveau Basis? Antwoord Het vaststellen van het beheerprogramma betekent niet dat alle wegen direct naar basisniveau worden gebracht. Dit is praktisch en financieel niet haalbaar. Binnen de beschikbare middelen worden de meest urgente wegen en wegvakken aangepakt. Op deze locaties worden maatregelen getroffen om de vastgestelde beeldkwaliteit te behalen. Het programma onderscheidt: Instandhouding: klein en groot onderhoud, rehabilitaties. Projecten: herinrichting van de openbare ruimte, vaak integraal met andere disciplines. De voorgestelde kwaliteitsniveaus hebben betrekking op beeldkwaliteit (uiterlijk en beleving). De technische inspectie en ingreep worden bepaald op basis van veiligheid, functionaliteit, belasting en technische toestand en vanuit deze inspecties wordt het ingrijpmoment bepaald. In het wegenbeheerprogramma wordt in het tabel van hoofdstuk 5.1.4 beschreven hoe de beleving en beeldkwaliteit eruit ziet van de verschillende scenario’s/kwaliteitsniveaus. Bron: Hoofdstuk 5 en 6.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 5 van 11
Vraag 6 Wat betekent het scorecijfer van 4,5 en waarom is dit gedaald? Antwoord Het scorecijfer is geen rapportcijfer voor een specifieke weg, maar een gemiddelde van het gehele wegenareaal. Het geeft een beeld van het algemene kwaliteitsniveau. De daling naar 4,5 is een landelijke trend en hangt samen met de veroudering van het areaal en impact van zettingen in de ondergrond. Dit signaal onderstreept dat in de jaren na de beheerprogramma periode meer investeringen nodig zijn voor rehabilitaties en vervangingen. Tegelijkertijd biedt dit koppelkansen met opgaven zoals warmtetransitie en woningbouw. Bron: Hoofdstuk 3 en 9.
Vraag 7 Kan het verschil tussen de scenario’s duidelijk worden uitgelegd? Antwoord Ja. Scenario 1 (gekozen): Basis voor asfalt, Laag voor elementenverhardingen (voet- en fietspaden op Basis). Scenario 2: Alles op Basisniveau (hogere kosten, hogere kwaliteit). Scenario 3: Alles op Laag niveau (lagere kosten, lagere kwaliteit). De keuze voor scenario 1 is een balans tussen kwaliteit, veiligheid en financiële haalbaarheid. In het wegenbeheerprogramma wordt in het tabel van hoofdstuk 5.1.4 beschreven hoe de beleving en beeldkwaliteit eruit ziet van de verschillende scenario’s. Bron: Hoofdstuk 5.1.4.
Vraag 8 Hoe worden lokale aannemers betrokken bij de uitvoering? Antwoord De gemeente hanteert een transparante aanbestedingsprocedure. Lokale aannemers kunnen deelnemen via: Openbare aanbestedingen op TenderNed. Meervoudig onderhandse aanbestedingen bij kleinere opdrachten. Samenwerkingsinitiatieven bij integrale projecten. Bij gunning wordt niet alleen naar prijs gekeken, maar ook naar kwaliteit, duurzaamheid en maatschappelijke meerwaarde. Bron: Hoofdstuk 8.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 6 van 11
Vraag 9 Hoe neemt de gemeente de raad mee in de uitvoering? Antwoord De raad wordt periodiek geïnformeerd via bestuurlijke rapportages in de P&C cyclus. De meerjarenplanning wordt jaarlijks geactualiseerd en gedeeld. Bij majeure projecten vindt vooraf bestuurlijke afstemming plaats. Zie vraag en antwoord 2 n.a.v. beantwoording beeldvormende raad van 7 oktober 2025 en onder het kopje “samenvattend” in deze beantwoording Bron: Hoofdstuk 6.
Vraag 10 Hoe wordt achterstallig onderhoud ingelopen en hoe voorkomen we dat we onder de ondergrens zakken? Antwoord Door rationeel beheer. Urgente maatregelen worden met prioriteit uitgevoerd. Meldingen worden geregistreerd en opgevolgd. Structurele inspecties en monitoring zorgen voor tijdige signalering. Resterende opgaven worden meegenomen in het volgende programma. De benoemde ondergrens is een technische classificatie, hiermee bedoelen we dat het technisch en functioneel niet meer verantwoord is om te blijven beheren. Als de ondergrens bereikt wordt dan krijgen we te maken met een vervangingsopgave. Met klein en groot onderhoud worden activiteiten uitgevoerd om te voorkomen dat we onder de ondergrens zakken, daarmee verlengen we de levensduur en gebruik van de verharding. Dit moment wordt bepaald op basis van inspecties en noodzaak om in te grijpen. Zo zorgen we dat investeringen doelmatig zijn en de veiligheid en functionaliteit gewaarborgd blijven. Zie ook vraag en beantwoording 6 n.a.v. beantwoording beeldvormende raad van 7 oktober 2025. Bron: Hoofdstuk 9.
Vraag 11 Hoe kunnen belangen zoals bomen en wegen worden meegenomen? Antwoord Bij voorbereiding van onderhoud wordt integraal afgestemd met disciplines zoals onderhoud van bomen op basis van het bomen beleids-en beheerplan of bijvoorbeeld groenbeheer. Er wordt gezocht naar een balans tussen behoud van bomen en technische eisen aan wegen. De verschillende belangen worden tegen elkaar afgewogen en oplossingen worden bedacht die passen binnen de beschikbare fysieke ruimte. Bron: Hoofdstuk 6.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 7 van 11
Vraag 12 Is éénrichtingverkeer overwogen bij smalle wegen en bermproblematiek? Antwoord Verkeersmaatregelen worden afgestemd met de afdeling verkeer. Het instellen van éénrichtingsverkeer is een mogelijkheid en kan per locatie worden overwogen op basis van verkeersveiligheid en gebruiksintensiteit. De praktijk en acceptatie van éénrichtingswegen is onder onze inwoners en ondernemers niet vanzelfsprekend. Bron: Hoofdstuk 2.
Vraag 13 Hoe zit het met de huidige capaciteitsbezetting? Antwoord De benodigde formatie is beschreven in het programma. Er wordt actief ingezet op het duurzaam invullen van functies en optimalisatie van werkprocessen. De huidige arbeidsmarkt laat zien dat er krapte is op de werving van specialisten ook bij aannemers en uitvoerders is capaciteit, materieel en materiaal niet vanzelfsprekend voor handen. Bron: Hoofdstuk 8.
Vraag 14 Hoe wordt efficiëntie bevorderd en kosten bespaard? Antwoord Door portfoliomanagement, integrale planning en samenwerking met externe partijen. Ook wordt gekeken naar koppelkansen met andere opgaven en worden werkprocessen geoptimaliseerd. Zie ook vraag en antwoord 9 n.a.v. de beantwoording beeldvormende raad van 7 oktober 2025 Bron: Hoofdstuk 8.
Vraag 15 Kan er rekening worden gehouden met andere werkzaamheden door onderhoud uit te stellen? Antwoord Ja, de planning wordt jaarlijks afgestemd met andere disciplines en externe partijen om werkzaamheden te combineren en overlast te beperken. In de praktijk betekend dit wel dat de huidige situatie langer in stand gehouden wordt (veilig en functioneel). De uitstraling en beleving kan wel achteruit gaan. Bron: Hoofdstuk 6.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 8 van 11
Vraag 16 Welke differentiatie zit er in de scenario’s en kwaliteitsniveaus? Antwoord Scenario’s verschillen in kwaliteitsniveau (Hoog, Basis, Laag) en kosten. Differentiatie is mogelijk per type verharding en functie. Bij de vaststelling wordt een algemeen scenario gekozen. De uitwerking en de differentiatie die in de praktijk gemaakt wordt staat beschreven in hoofdstuk 5.1. De technische toestand bepaalt de ingreep, niet het vastgestelde beeldkwaliteit. Bron: Hoofdstuk 5 en onder kopje “Onderscheid beeldkwaliteit en technische kwaliteit” in deze beantwoording.
Vraag 17 Hoe worden de kosten voor dijkversterkingen verhaald? Antwoord Dijkversterkingen vallen onder de verantwoordelijkheid van het waterschap. De gemeente onderhoudt de wegen op en langs de dijken, kosten worden verhaald als er aantoonbare schade door derden is veroorzaakt. Hierover zijn afspraken met de uitvoerende partijen gemaakt. In de praktijk wordt gezocht naar integrale afstemming met o.a. het waterschap om werkzaamheden te combineren en kosten te beperken. Bron: Hoofdstuk 2.3.4 Dijkverzwaringen.
Vraag 18. Fietspad maken/herstellen langs de Rijksstraatweg richting Meteren Antwoord Vanuit het wegenbeheerprogramma wordt deze fietspad alleen aangepakt als er een technische ingreep noodzakelijk/urgent is. Binnen het gemeentelijk wegenbeheerprogramma is hiervoor niet specifiek budget opgenomen. Mogelijk kan dit wel uitgevoerd worden binnen de opgave en afronding van het nieuwbouwproject de Plantage Meteren. Bron: Hoofdstuk 1.6 Scope.
Vraag 19 Waarom is er niet voor draaiknoppen gekozen? LLB kiest voor scenario 2. Waarom wordt elementverhardingen niet op een hoger niveau gekozen? Antwoord Er is gekozen voor scenario 1: Basis voor asfalt en Laag voor elementenverhardingen (voeten fietspaden op Basis). Dit is een bewuste keuze op basis van financiële haalbaarheid en risicobeheersing. Een hoger kwaliteitsniveau voor alle elementenverhardingen zou leiden tot aanzienlijk hogere kosten en is binnen de huidige taakstellingen niet uitvoerbaar. Scenario 2 vraagt om een structurele budgetverhoging van circa € 250.000 per jaar.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 9 van 11
Bron: Hoofdstuk 5, scenariovergelijking.
Vraag 20. Weinig financiële ruimte voor initiatieven Antwoord Het programma is opgesteld binnen de beschikbare en financiële kaders, er wordt jaarlijks € 50.000 beschikbaar gesteld vanuit de systeemreserve “groot onderhoud” voor initiatieven en wensen. Door stijgende kosten en opgelegde taakstellingen is de ruimte voor nieuwe initiatieven beperkt. Waar mogelijk worden initiatieven gekoppeld aan integrale projecten of via aanvullende besluitvorming gefinancierd. Zie ook vraag en antwoord 3 in deze beantwoording. Bron: Hoofdstuk 7, Risicoparagraaf.
Vraag 21. Alle wegen moeten op kwaliteit Basis. Kan dat? Antwoord In theorie zou dit een hogere kwaliteit opleveren, maar praktisch is dit niet haalbaar binnen de huidige financiële en personele kaders. Het programma werkt volgens rationeel beheer: de meest urgente wegen worden als eerste aangepakt om veiligheid en functionaliteit te waarborgen. Bron: Hoofdstuk 5 en 6.
Vraag 22. Jammer dat het maatwerk uit het programma gehaald. Waarom is er niet meer financiële ruimte gevraagd? Antwoord Het programma richt zich primair op instandhouding en niet op maatwerk per kern. Extra financiële ruimte kan alleen via aanvullende besluitvorming door de raad worden gerealiseerd. Maatwerk blijft mogelijk via integrale projecten en kernagenda’s en zoals eerder is aangegeven in de beantwoording van vragen 2, 3, 4 en 20 is er beperkte ruimte voor wensen vanuit inwoners. Bron: Hoofdstuk 7, Risicoparagraaf.
Vraag 23. Kan er nagegaan worden wat de kosten voor wegbeheer zijn in naastgelegen gemeenten?
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 10 van 11
Antwoord Ja, de kosten voor wegbeheer zijn vergeleken met regionale gemiddelden en sluiten aan bij landelijke normen. De gemeente monitort deze benchmarks om de eigen kostenpositie te beoordelen. Bron: Hoofdstuk 5.2.
Vraag 24. Inwoners ervaren hinder van achterstallig onderhoud. Hoe wordt geborgd dat dit snel wordt uitgevoerd? Antwoord Urgente maatregelen worden met prioriteit uitgevoerd. Meldingen worden geregistreerd en opgevolgd. Structurele inspecties en monitoring zorgen voor tijdige signalering en uitvoering. Bron: Hoofdstuk 6 en 9.
Vraag 25. Kunnen we terug naar een hoger kwaliteitsniveau? Antwoord Ja, dat is mogelijk, maar alleen via aanvullende besluitvorming en extra financiële middelen. Scenario 2 (alles op Basisniveau) vraagt om een structurele verhoging van het budget. Bron: Hoofdstuk 5 en vraag en beantwoording 1 in deze beantwoording.
Vraag 26 Hoe worden werkzaamheden zoals de aanleg van een gasleiding aan de Emmalaan afgestemd? Antwoord De aanleg van gasleidingen is een taak van de netbeheerder. De gemeente stemt deze werkzaamheden af via: 1. 2. 3. 4.
Kabels & Leidingen-overleg. Meerjarenplanning: werkzaamheden worden afgestemd om overlast te beperken. Communicatie met inwoners voorafgaand aan uitvoering. Waar mogelijk worden koppelkansen benut om werkzaamheden te combineren met onderhoud. Vanuit de praktijk weten we dat transparantie van werkplanningen van derden zeer beperkt zijn. Dat bij projecten NUTS-bedrijven pas beginnen met plannen als definitieve ontwerpen gereed zijn. Dit leidt ertoe dat de uitvoering geremd wordt. Dat vergunningsaanvragen en verzoeken van derden voor aansluitingen niet te voorspellen zijn, waardoor na uitvoering van ons werk in korte tijd na realisatie toch werkzaamheden door en voor derden uitgevoerd moeten worden.
Bron: Hoofdstuk 6, Planning en integrale afstemming.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 11 van 11
Hieronder wordt specifiek ingaan op de situatie van de Emmalaan te Geldermalsen Achtergrond Liander voert werkzaamheden uit in de Emmalaan om het elektriciteitsnet toekomstbestendig te maken. Dit is noodzakelijk om te voldoen aan de toenemende vraag naar capaciteit en betrouwbaarheid van het netwerk. Werkzaamheden • Plaatsing van een nieuw trafostation in de Emmalaan. • Aanleg van een middenspanningskabel. • Vernieuwen van het laagspanningsnet, inclusief huisaansluitingen vervangen • Vernieuwen gasleiding inclusief huisaansluitingen vervangen. Vervangen gasleiding Bij werkzaamheden van Liander of Vitens in de ondergrond waar gasleidingen aanwezig zijn, geldt: • Indien een gasleiding poreus blijkt te zijn, moet deze vervangen worden, ongeacht de beleidslijn om op termijn van het gas af te stappen. • Deze maatregel is noodzakelijk om veiligheid en continuïteit te waarborgen.