20251103-bijlage-2-factsheet-grote-verschillen-2e-bestuursrapportage-2025.pdf
Tekst van het document
Toelichting op grote verschillen en belangrijke ontwikkelingen 2e bestuursrapportage 2025
Algemene uitkering uit het Gemeentefonds Slechte nieuws: Ravijnjaar nog steeds niet gecompenseerd Door Kabinet Rutte IV is de groeisystematiek van het gemeentefonds door koppeling van het fonds met de ontwikkeling van de rijksuitgaven (Samen de trap op en samen de trap af) eenzijdig aangepast en groeit het fonds vanaf 2026 niet meer volgens deze systematiek. Gemist (landelijk) accres volgens de minister van Financiën 2,5 à 3 miljard euro (indicatief aandeel West Betuwe: 6 à 7 miljoen euro). Compensatie LPO (loon- en prijsontwikkelingen) Huidige systematiek is voor het volumedeel o.b.v. 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp (bruto binnenlands product). Voor het prijsdeel gaat het rijk uit van de (verwachte) pbbp (prijs bruto binnenlands product). Hierbij gaat het voor de gemeenten op 2 manieren in negatieve zin mis. Op de eerste plaats is deze compensatie gemiddeld 1% per jaar lager dan de door het rijk berekende gecombineerde LPO index (gewogen mandje van loon- en prijsstijgingen). Op de tweede plaats blijkt in de praktijk dat de ramingen van het bbp door het Cpb systematisch door de jaren heen te laag zijn geweest en het rijk compenseert niet achteraf o.b.v. de werkelijke cijfers of de tussentijds bijgestelde cijfers. Over 2024 liepen de gemeenten hierdoor 643 miljoen euro mis en over 2025 226 euro.
Structureel dus een nadeel van 869 miljoen (indicatief aandeel West Betuwe: 2 miljoen euro). Geen structurele compensatie voor tekorten Jeugdzorg Voor de structurele tekorten voor de Jeugdzorg is er nog geen compensatie gevonden. Wel wordt de eerder toegezegde compensatie van 50% van de tekorten over 2023 en 2024 uitgekeerd. Voor het grootste deel hadden we hier al rekening mee gehouden bij de Meicirculaire 2025. Goede nieuws: Septembercirculaire 2025 De septembercirculaire 2025 laat voordelen zien: Opbouw effect (bedragen x 1.000 euro)
2025
2026
2027
2028
2029
1. Hoeveelheidsverschillen (lokaal c.q. landelijk)
941
672
625
259
199
2. WOZ-inkomstenmaatstaf/OZB-opbrengsten
117
61
55
49
44
0
0
-73
-142
-216
3. Volume accres 4. Compensatie tekorten Jeugdzorg 2023/2024
57
0
0
0
0
5. Voorschot BCF-plafond 2025
251
0
0
0
0
6. Afrekening uitkeringsjaren 2023/2024
680
0
0
0
0
3
17
52
-42
26
2.048
750
660
124
53
7. Overige ontwikkelingen Netto mutatie opbrengsten bij Septembercirculaire 2025
Pagina 2 van 2
Hoeveelheidsverschillen: De omvang van het gemeentefonds staat vast. Als de aantallen van een maatstaf binnen de gemeente gelijke tred houden met de landelijke ontwikkelingen, dan is er in beginsel geen voor- of nadeel. Is de plaatselijke stijging hoger, dan is er een voordeel. En is de plaatselijke stijging lager, dan heb je een nadeel. Op de korte termijn hebben we een iets hoger voordeel doordat de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel (= aantal huishoudens met een laag inkomen -/- 10% van het aantal woonruimten) naar verwachting iets hoger zal uitvallen. Het aantal huishoudens wordt door het CBS op een honderdtal afgerond en een verschil van 100 eenheden resulteert in een afwijkingen van rond de € 500.000. Het rijk heeft deze maatstaf onlangs minder gevoelig gemaakt door uit te gaan van meerjarige gemiddelden. BCF-plafond: Gemeenten kunnen een groot gedeelte van de btw die ze betalen declareren bij het btw-compensatiefonds (BCF). Dit fonds kent een plafond. Als gemeenten meer declareren dan in het fonds beschikbaar is, wordt het resterende bedrag betaald uit het gemeentefonds. Declareren ze minder, dan vloeit het overblijvende deel terug naar het gemeentefonds. Bij deze circulaire wordt alvast een voorschot verstrekt. Voor West Betuwe gaat het om een bedrag van € 1.021.000.
Omdat we structureel al rekening hebben gehouden met een bedrag van € 770.000, is er per saldo in 2025 sprake van een incidenteel voordeel van € 251.000. Stelpost LPO Vanuit het gemeentefonds wordt de compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen (LPO) geraamd op een afzonderlijke stelpost. Voor de noodzakelijke indexeringen van budgetten kan hier een beroep op worden gedaan. In beginsel zijn we terughoudend met het aanpassen van budgetten en proberen we met de toegewezen budgetten uit te komen. Het restant in deze stelpost voor 2025 (3 miljoen euro) valt nu vrij ten gunste van het resultaat. Overigens is 2025 een uitzonderlijk jaar qua hoogte van de LPO compensatie via het Gemeentefonds. Dit komt doordat de compensatie 2025 nog via de oude methode gaat en ook de omvang van het gemeentefonds (voor ravijnjaar) nog hoger is. De compensatie voor het jaar 2026 vanuit het Gemeentefonds valt ongeveer € 2,5 miljoen lager uit. Het is van belang om tijdig de budgetten in beeld te brengen waarop (eventueel) een indexering op van toepassing kan zijn, zodat eerder een saldo uit de stelpost kan vrijvallen. Renteresultaat De rente- en afschrijvingslasten zijn voor 2025 geactualiseerd wat resulteert in een (incidenteel) voordeel van 2,9 miljoen euro.
Hiervan wordt 1,8 miljoen euro ingezet voor de taakstelling Scherper begroten en het restant van 1,1 miljoen komt ten gunste van het begrotingssaldo 2025. Het voordeel wordt enerzijds veroorzaakt door een lagere externe financieringsbehoefte door uitgestelde investeringen en anderzijds door een lager rentepercentage voor de nieuw aangetrokken leningen. In de begroting 2026 is op de korte termijn al rekening gehouden met het achterblijven van de geplande investeringen.