20251014-notitie-doorontwikkeling-speelruimtebeleid.pdf
Tekst van het document
Notitie Onderwerp Notitie beeldvorming proces speelruimtebeleid 14 oktober 2025
Inleiding In West Betuwe is met de uitvoering van het Speelruimtebeleid 2022-2026 een flinke slag gemaakt. Subsidies zijn meer uniform en achterstanden in onderhoud zijn voor een groot deel ingelopen. De evaluatie uit 2024 legt ook verbeterpunten bloot. Speeltuinorganisaties hebben in toenemende mate moeite beheer en onderhoud uit te voeren. De kosten stijgen, vrijwilligers voor bestuursfuncties zijn schaars. En dat terwijl wet- en regelgeving steeds hogere eisen stellen aan speeltoestellen en valondergronden, maar ook het beheer en toezicht. De wijze waarop wij onze speelruimte beheren staat onder druk. Speelruimte is onmisbaar voor spelen, bewegen en ontmoeten. Dat willen we borgen voor toekomstige generaties. Met de doorontwikkeling van het Speelruimtebeleid 2026 e.v. werken we naar meer toekomstbestendig speelruimtebeleid.
Samenvatting In West Betuwe is veel bereikt met het Speelruimtebeleid 2022-2026. Tegelijkertijd zijn er zorgen over de houdbaarheid van het beheermodel. Met een doorontwikkeling wil de gemeente het speelruimtebeleid toekomstbestendig maken.
Besluitgeschiedenis • •
Speelruimtebeleid 2022-2026 ( raadsvergadering 15 december 2020 ) Uitvoeringsplan Speelruimtebeleid 2021-2022.
Beoogd effect Een toekomstbestendig Speelruimtebeleid.
Argumenten 1.1.
Het huidige beheermodel is op termijn onhoudbaar
In gemeente West Betuwe hebben we nu 34 speeltuinen in eigen beheer en 78 speeltuinen zijn in beheer bij 42 verschillende speeltuinorganisaties. De verantwoordelijkheid voor onderhoud, veiligheid en ook kostbare kapitaalgoederen ligt voor het grootste deel bij vrijwilligersorganisaties. Het bestaande model voor het beheer, onderhoud en vervanging kent structurele beperkingen die de duurzaamheid en continuïteit van speelruimte onder druk zetten. De afhankelijkheid van vrijwilligers, versnipperde verantwoordelijkheden en beperkte financiële middelen zorgen ervoor dat het huidige systeem niet toekomstbestendig is. Een groot aandachtspunt is de introductie van het vernieuwde Warenwetbesluit Attracties,
14 oktober 2025
Activiteiten- en Speeltoestellen (WAAS) 2027. Zonder doorontwikkeling dreigt het risico dat speeltuinen niet langer adequaat beheerd worden, met negatieve gevolgen voor de kwaliteit en veiligheid van speeltuinen. De doorontwikkeling van Speelruimtebeleid richt zich voornamelijk op het beheermodel. 1.2.
Marktomstandigheden en strengere wet- en regelgeving zijn een uitdaging
Marktomstandigheden veranderen continu. Kosten stijgen, vrijwilligers voor bestuursfuncties zijn schaars en wet- en regelgeving wordt strenger. Met de invoering van het vernieuwde Warenwetbesluit Attracties, Activiteiten- en Speeltoestellen (WAAS) in 2027 worden de veiligheidseisen voor speeltoestellen en eisen aan beheer en toezicht aanzienlijk aangescherpt. Voor gemeenten en speeltuinorganisaties betekent dit een verschuiving naar meer verantwoordelijkheid, meer toezicht en hogere administratieve lasten. Deze ontwikkelingen vragen om een grotere mate van professionalisering en flexibiliteit, waar vrijwilligersorganisaties niet vanzelfsprekend op zijn ingericht. De evaluatie van beleid in 2024 maakte ook duidelijk dat speeltuinorganisaties in toenemende mate moeite hebben het beheer en onderhoud uit te voeren. Het advies was hier als gemeente verantwoordelijkheid over te nemen van de speeltuinorganisaties om zo structureel te voldoen aan wet- en regelgeving. 1.3.
Speeltuinorganisaties behouden mogelijkheid van zelfbeheer
Ondanks de noodzaak voor professionaliseren blijft het uitgangspunt dat speeltuinorganisaties een belangrijke rol blijven vervullen in het beheer, onderhoud en instandhouding van speeltuinen. Zelfbeheer blijft mogelijk, mits dit plaatsvindt binnen de kaders van de doorontwikkeling van het Speelruimtebeleid én wet- en regelgeving. We voldoen hiermee aan de wens van de speeltuinorganisaties en gemeenteraad, dat speeltuinorganisaties zelf verantwoordelijk kunnen zijn voor de speeltuin. 1.4.
We verduidelijken de eigendomspositie en aansprakelijkheid tussen partijen.
De eigendomspositie van speelruimten en speeltoestellen wordt duidelijk gemaakt. Alle speeltoestellen staan op gemeentegrond. De gemeente West Betuwe wordt door natrekking (art. 5:20 BW) als grondeigenaar ook eigenaar van speeltoestellen die duurzaam met de grond zijn verbonden. Dit geldt ook als de toestellen door speeltuinorganisaties zijn geplaatst. Met de doorontwikkeling van het speelruimtebeleid houden we het eigendom zoals deze is: hoewel de gemeente juridisch eigenaar is, kan in de praktijk het economisch eigendom bij een speeltuinorganisatie blijven. Een speeltuinorganisatie houdt feitelijke verantwoordelijkheid voor beheer, onderhoud en vervanging en ontvangt hiervoor subsidie van de gemeente. Dit wordt administratief vastgelegd in de beheerovereenkomst.
14 oktober 2025
We verduidelijken de aansprakelijkheid tussen gemeente en speeltuinorganisatie: - Risicoaansprakelijkheid bij gemeente (art. 6:174 BW): als een speeltoestel niet voldoet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld en daardoor schade ontstaat, is de gemeente als grondeigenaar in beginsel aansprakelijk. - De gemeente kan de door haar geleden schade verhalen op partijen waarmee onderhoudsafspraken zijn gemaakt, indien zij hun verplichtingen niet zijn nagekomen. Wanneer een gebrek aan een speeltoestel het gevolg is van nalatig onderhoud, kan de speeltuinorganisatie die verantwoordelijk is voor beheer en onderhoud door de verzekeraar van de gemeente aansprakelijk worden gesteld. Het voorgaande is in 2024 reeds gecommuniceerd aan speeltuinorganisaties. Speeltuinorganisaties dienen zelf een eigen aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Op deze manier verhaalt de verzekering van de gemeente de aansprakelijkheid bij de verzekering van de speeltuinorganisatie (en niet de speeltuinorganisatie zelf). In de beheerovereenkomst worden deze afspraken vastgelegd. Daarnaast geldt de collectieve vrijwilligersverzekering voor inwoners van de gemeente West Betuwe. Een vrijwilliger die onverplicht en onbetaald werkzaamheden verricht voor maatschappelijk nut, zoals een speeltuin, is automatisch verzekerd bij deze verzekering.
De verzekering kent een secundaire werking: is er een andere verzekering waarop de schade gemeld kan worden, dan gaat die andere verzekering voor. 1.5.
De maatregelen in deze doorontwikkeling dragen bij aan robuust speelruimtebeleid
Om het speelruimtebeleid effectief te kunnen sturen met de 42 verschillende speeltuinorganisaties en wisselende samenstelling, is een versterkte regierol van de gemeente vereist. Niet alleen om te blijven voldoen aan wet- en regelgeving (waaronder de WAAS 2027), ook om grip te houden op het beheermodel. We doen dit door met de doorontwikkeling duidelijke beleidskaders te bieden, een beheerovereenkomst met iedere speeltuinorganisatie aan te gaan en een gemeentelijk toezichthouder Spelen aan te stellen. We werken daarnaast aan een regeling centrale inkoop Speeltoestellen per 2027. Het idee is dat via deze regeling speeltuinorganisaties zelf toestellen kunnen inkopen met een collectiviteitskorting (een gereduceerd tarief). 2.1. De doorontwikkeling van het subsidiebedrag leidt tot extra structurele lasten Speeltuinorganisaties kunnen subsidie ontvangen voor beheer, onderhoud en vervanging van speeltoestellen. Het subsidiebedrag is sinds de vaststelling daarvan in 2022 niet meer geïndexeerd. Met de doorontwikkeling van het speelruimtebeleid brengen we de hoogte van het subsidiebedrag op het prijsniveau van 2026. Speeltuinorganisaties worden zo in staat gesteld beheer, onderhoud en vervanging adequaat uit te kunnen voeren. De structurele meerkosten van deze maatregel (20.000 euro) worden gedekt uit de post nog te verdelen loon- en prijsstijgingen.
14 oktober 2025
3.1. Een aantal benodigde maatregelen leiden tot extra lasten De doorontwikkeling van ons Speelruimtebeleid bevat een set maatregelen die noodzakelijk zijn om het beheermodel zoals West Betuwe dat wenst te behouden, te versterken. Een aantal maatregelen leidt tot extra structurele lasten: -
Een toezichthouder Spelen (60.000 euro) is noodzakelijk om werkzaamheden aan speeltoestellen, het beheer, onderhoud en de vervanging van speelruimte actief te controleren en te adviseren, zodat alle speeltuinen voldoen aan wet- en regelgeving.
Gedurende de transitieperiode voeren we enkele werkzaamheden uit die leiden tot incidentele lasten. In 2026 start het actualiseren van het aantal functies per speeltuin, zodat we per speeltuin het juiste aantal functies in beeld te hebben. We herhalen dit in 2028. Het vaststellen van de Doorontwikkeling Speelruimtebeleid en het beschikbaar stellen van budget hiervoor is aan de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe.
Kanttekeningen 1. Zonder doorontwikkeling is het huidige beheermodel onhoudbaar Mocht de gemeenteraad niet instemmen met doorontwikkeling van het beleid, dan is het huidige beheermodel niet houdbaar. Gelet op de strenger wordende wet- en regelgeving en de verantwoordelijkheid die de gemeente als eigenaar heeft, zal alternatief beleid moeten worden voorgesteld. Het alternatief is ( a ) de gemeente neemt het beheer, onderhoud en vervanging op zich, zoals reeds geadviseerd naar aanleiding van de evaluatie van het bestaande beleid ( GZDGWB1585052/1585060 ). Of ( b ) het juridisch eigendom van de speelruimte moet bij de speeltuinorganisatie worden gelegd middels erfpacht-/opstalrecht. De speeltuinorganisaties zijn dan zelf verantwoordelijk voor naleving van wet- en regelgeving.
Communicatie De afgelopen jaren is intensief contact opgebouwd met de speeltuinorganisaties, en dit blijft een belangrijk aandachtspunt. Zodra de Herijking van het Speeltuinruimtebeleid is vastgesteld, wordt dit gedeeld via de beleidsadviseur Spelen, die de organisaties ook betrekt bij de verdere uitwerking en uitvoering. Zo krijgen speeltuinorganisaties de mogelijkheid om actief mee te denken en vragen te stellen. Ter ondersteuning wordt een heldere factsheet opgesteld waarin het beheermodel overzichtelijk wordt toegelicht. Daarnaast blijft de praktische uitvoering van het beleid een vast onderdeel van de tweejaarlijkse bijeenkomsten met Welzijn West Betuwe en de speeltuinorganisaties.
Participatie Het voorstel is tot stand gekomen middels participatie in de vorm van bijeenkomsten met de speeltuinorganisaties en Welzijn West Betuwe. Vanuit de evaluatie van de kadernota
14 oktober 2025
Speelruimtebeleid 2022-2026 is op 15 april 2025 samen met Welzijn West Betuwe een werkbijeenkomst voor speeltuinorganisaties georganiseerd. De speeltuinorganisaties zijn uitgenodigd en er is telefonisch contact gezocht om zoveel mogelijk organisaties aanwezig te laten zijn. Hier hebben 14 van de 42 speeltuinorganisaties actief bijdrage geleverd. Op 8 mei 2025 is het raamwerk gepresenteerd en actief besproken gedurende de beeldvormende raadsvergadering. Dit participatiemoment waarbij ook speeltuinorganisaties aanwezig waren, bood eveneens input op het raamwerk van doorontwikkeling van het speelruimtebeleid. En op 19 augustus 2025 is een werkbijeenkomst georganiseerd voor speeltuinorganisaties om suggesties en aanbevelingen op het raamwerk te leveren. Hier waren 16 van de 42 speeltuinorganisaties aanwezig. En daarnaast zijn alle organisaties in de gelegenheid gesteld per e-mail of telefonisch op het stuk te reageren.
Uitvoering en Planning Na het raadsbesluit start de werving van een toezichthouder Spelen. Het proces voor ondertekening van de beheerovereenkomst wordt opgestart.
Evaluatie De doorontwikkeling van het Speelruimtebeleid gaat uit van een evaluatie, twee jaar na invoering. In 2028 wordt de doorontwikkeling geëvalueerd. De raad wordt over deze evaluatie geïnformeerd.
Projectleider doorontwikkeling Speelruimtebeleid