20250520-beantwoording-vragen-meerdere-partijen-ruimtelijk-kader-deil-west.pdf
Tekst van het document
Vragen van de raad Gesteld op Beantwoord op Partij Onderwerp
13 mei 2025 20 mei 2025 Meerdere partijen Ruimtelijk Ontwikkelkader Deil-West
Vraag 1 (CU) In het raadsvoorstel staat dat er met dit ontwikkelkader meer zekerheid wordt geboden voor de bouw van betaalbare woningen. Kan de wethouder dit uitleggen, want het principebesluit gaf ook al een percentage betaalbaar aan, dat zelfs 5% hoger ligt? Antwoord Zoals onder 1.7 van het raadsvoorstel staat beschreven, stond er in het principebesluit: 35% sociale huurwoningen en 35% betaalbare huur en koop (betaalbaar tot 390.000 euro en/of tot de NHG-grens van 435.000 euro). De aanduiding “en/of” laat ruimte tot interpretatie. De realisatie van 35% van de woningen op de NHG-grens zou tenslotte ook voldoen in deze formulering. Met het Ruimtelijk ontwikkelkader nemen we alle onduidelijkheid weg en kiezen we voor een verdeling 30% betaalbaar en 5% NHG en koppelen we deze aan de landelijke prijsstellingen. Dit zorgt voor meer zekerheid voor de bouw van betaalbare woningen. Vraag 2 (CU) Is er in dit ontwikkelkader ook aandacht voor levensloopbestendig bouwen? Waarom worden er geen percentages genoemd? Antwoord Ja. Op p.21 van het Ruimtelijk ontwikkelkader staat dat we woningtypes verwachten voor senioren (> 65 jaar) en dat we bij die types verwachten dat het nultredenwoningen betreffen. De definitie hiervan staat op p.22 geformuleerd en komt overeen met wat onder levensloopbestendig wordt verstaan.
Een bijzondere vorm van levensloopbestendige woningen betreft geclusterd wonen. Hiervan wordt verwacht dat we tenminste 5% van de woningen gebouwd willen hebben. Waarom we geen verdere percentages vastleggen in deze fase, is omdat hierover op dit moment onvoldoende marktinformatie beschikbaar is die inzicht geeft in de daadwerkelijke vraag hiernaar. En er bovendien geen gemeentelijk beleid is, die hier iets over zegt. Het bepalen van de aantallen is daarmee onderwerp van verdere uitwerking en bespreking tussen gemeente en ontwikkelaar. Afspraken hierover zullen uiteindelijk worden vastgelegd in de anterieure overeenkomst.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 2 van 4
Vraag 3 (CU) Hoe snel zal er gebouwd gaan worden? Dit is van belang omdat bij te hoge aantallen ineens voorrang aan eigen inwoners moeilijker is. In het voorstel staat namelijk dat de fasering wordt bepaald door de uitvoerbaarheid. Antwoord De intentie van gemeente en ontwikkelaar is de woningbouw te spreiden over meerdere jaren. Momenteel denken we aan 35-45 woningen per jaar en daarmee een looptijd van circa 10 jaar. Een dergelijke spreiding draagt bij aan het kunnen bieden van kansen voor lokale woningzoekenden. Het gaat het college te ver om over de planning nu al bindende afspraken te maken. We weten tenslotte nog niet hoeveel woningen er precies gebouwd gaan worden en welke verdeling vanuit de lokale woonbehoefte het meest wenselijk is. Het zou tenslotte best kunnen zijn dat je eerst iets meer wilt bouwen en daarna het wat afbouwt. Zo haal je een stuk achterstand in de woningmarkt in. Wat betreft sociale woningbouw hebben we te maken met de investeringsmogelijkheden van de corporatie. Hoe deze van invloed is op planning is nog niet bekend. En dan heeft ook nog netcongestie invloed op de uiteindelijk planning. Kortom; er zijn ons inzien nog te veel onzekerheden in uitvoering om ons nu te willen vastpinnen op een fasering en planning. We maken hier in de anterieure overeenkomst afspraken over met de ontwikkelaar. Dit alles doet niets af aan onze intentie om te spreiden.
Vraag 4 (CU) Is er een garantie dat binnen de fasering van de bouw van de ca 350 woningen de verdeling tussen de type woningen grotendeels overeind blijft? Antwoord Met het vaststellen van de percentages zoals opgenomen in het Ruimtelijk ontwikkelkader leg je de totale verdeling vast in prijsklassen van woningen. Of deze verdeling iedere fase gelijk is, is nu niet te zeggen. Dat hangt ook af van de investeringsmogelijkheden van de corporatie. Ook ligt het voor de hand dat sociale woningen in clusters worden opgeleverd. Dus bijv. in blokjes van 25 woningen. Zoiets heeft meteen invloed in de procentuele verdeling van de fase. Kortom; ook op dit onderwerp is het prematuur om hierover nu iets te willen vastleggen. Het ligt voor de hand dat er een goede spreiding plaats vindt en dat niet eerst alle duurdere woningen gerealiseerd gaan worden en daarna pas de sociale huurwoningen. De gemeente zal hierover afspraken maken in de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar. Vraag 5 (CU) Wordt de molenbiotoop gerespecteerd en de hoogbouw vooral in een ander deel van de plannen gerealiseerd? Antwoord De molenbiotoop is vastgelegd in het vigerende Omgevingsplan. Deze regels zullen worden gerespecteerd. Waar deze regels hoogbouw verbieden, zal deze dus ook niet plaatsvinden.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 3 van 4
Vraag 6 (CU) Is de wethouder bereid de verkeersafwikkeling van extra verkeer als gevolg van de woningbouw en de veiligheid voor langzaam verkeer via de Beemdstraat mee te nemen in de stedenbouwkundige visie die zal volgen op dit ontwikkelkader? Antwoord De stedenbouwkundige visie richt zich op het plangebied van Deil-West. Dat is tenslotte ook het gebied waarover je met de ontwikkelaar afspraken kunt maken. Wat betreft infrastructurele ingrepen vindt daarmee uitwerking plaats van alle wegen en paden die binnen het plangebied vallen. Hieronder vallen de ontsluitingswegen van de woongebieden en de aansluitingen op de Beemdstraat, Mr.W.M.Kolffstraat en Bulkstraat. Vraag 7 (VVD en SGP) Het ontwikkelkader legt nu geen concreet woningbouw aantal vast. In hoeverre gebeurt dit wel in de stedenbouwkundige visie? Antwoord Dat gebeurt in de stedenbouwkundige visie en vervolgens in de anterieure overeenkomst die de gemeente sluit met de ontwikkelaar. Vraag 8 (SGP) In het onderzoek van Goudappel staat in de tabel op p.8 ‘referentie 2035’. Deze tabel staat ook op p.15 van het Ruimtelijk ontwikkelkader. Moet dat niet 2025 zijn? Antwoord Nee, 2035 is correct. De tabel geeft het aantal passerende auto’s weer in het jaar 2035. De kolom ‘referentie 2035’ laat zien hoeveel auto’s dat zijn in 2035 zonder de nieuwbouw en nieuwe ontsluitingsstructuur.
Bij de varianten is wel gerekend met het gereed zijn van de woningbouw in het jaar 2035. Omdat het onderzoek helemaal aan het begin van het project is uitgevoerd, is nog gerekend met 230 woningen. Dat worden er dus meer. De getallen gaan dus wel hoger uitpakken, maar de beweging is voldoende zichtbaar om een goede afweging te kunnen maken tussen de varianten. Vraag 9 (GroenLinks) Waarom is het bouwen in Deil-West geschikt als het zoveel verkeerskundige ingrepen vraagt? Antwoord Het organiseren van een goede verkeersontsluiting voor de woningbouw is niet ingewikkeld. De gebieden zijn eenvoudig aan te takken op de Beemdstraat en Bulkstraat van waar het verkeer zich grotendeels naar de provinciale weg beweegt. Ontsluitingsvariant 2 wordt hierbij als beste oplossing beschouwd. De verkeerskundige uitdaging komt vooral voort uit de bestaande situatie. Namelijk de afwikkeling van het vrachtverkeer van de Appelhof langs de speeltuin en door de Bulkstraat.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 4 van 4
En het op termijn vastlopen van de kruising met de provinciale weg, wat ook zonder de woningbouw gaat gebeuren. De woningbouw in Deil-West wordt als kans aangegrepen om deze knelpunten op te lossen.
Vraag 10 (PvdA) Als je in fases bouwt, is dat dan niet een risico dat je de ontsluiting niet tijdig realiseert? Antwoord Dat is niet het geval. Op basis van de uit te werken stedenbouwkundige visie en nader verkeerskundig onderzoek (bijv. naar het jaartal dat het echt gaat vastlopen bij de provinciale weg) ontstaat inzicht in wat wanneer gerealiseerd moet zijn om geen problemen te veroorzaken. Tegelijkertijd wordt dan nagedacht over de manier waarop het bouwverkeer op een goede manier kan worden afgewikkeld. Hierover zullen vervolgens met ontwikkelaar afspraken worden gemaakt in de anterieure overeenkomst.