20250516-beantwoording-vragen-christenunie-landgoed-buurmalsen.pdf
Tekst van het document
Vragen van de raad Gesteld op Beantwoord op Partij Onderwerp
5 mei 2025 16 mei 2025 ChristenUnie Bestemmingsplan 'Landgoed Lingedijk, Buurmalsen'
Op 27 mei 2025 staat het bestemmingsplan 'Landgoed Lingedijk, Buurmalsen’ geagendeerd.
Vraag 1 Hoe wordt dit plan benut om de veiligheid op de Lingedijk als hoofdontsluiting van het dorp Tricht te verbeteren? Is er over nagedacht of het mogelijk is om over de lengte van het plan een vrij liggend fietspad en voetpad te realiseren langs de Lingedijk? Antwoord Op het landgoed zelf komen wandelmogelijkheden (zie ook vraag 3). Het dagrecreatief gebruik van het landgoed richt zich vooral op wandelaars. Het is niet reëel om de uitvoering van bijvoorbeeld een vrijliggend fietspad, ter vervanging van de huidige suggestiestroken op de dijk, aan de realisatie van het landgoed te koppelen. Nu zijn er tussen de rotonde in de Rijksstraatweg en de entree van Buurmalsen/Tricht (aantakking Hooglandscheweg/Groeneweg) over een lengte van bijna 900 meter aan weerszijden suggestiestroken voor fietsers op de rijbaan. Het landgoed loopt over een lengte van ongeveer 525 meter langs de Lingedijk. Daarbij zijn aan de oostzijde van het landgoed de dijktaluds over de eerste 170 meter niet in eigendom bij de initiatiefnemer van het landgoed. Fietsverkeer zou dus theoretisch slechts (met een omweg) over een beperkt deel van de Lingedijk afgeleid kunnen worden.
Daarbij moeten fietsers die vanuit de rotonde richting Buurmalsen/Tricht fietsen de rijbaan oversteken om vanuit de suggestiestrook op het landgoed te komen om even verderop weer vanuit het landgoed via de rijstrook terug op de suggestiestrook te komen. Dit geeft geen veilige situatie en levert voor doorgaande fietsers ook nog een langere fietsweg op. Vraag 2 Hoe wordt het openbaar toegankelijk houden van het landgoed geregeld? Een landgoed heeft immers een openbare functie. Antwoord Op verschillende manieren wordt de realisatie en instandhouding van de publieke voorzieningen (o.a. wandelpaden maar ook de natuur- en landschapsdoelen) gewaarborgd. Via het bestemmingsplan (publiekrechtelijk) wordt dit gedaan door artikel 6.3.4 van de planregels. Het gaat hier om een zogenaamde ‘voorwaardelijke verplichting’. Het mogen gaan bewonen van de schuurwoningen is via dit artikel gekoppeld aan de uitvoering en instandhouding van de in de bijlage 2 opgenomen inrichtingsmaatregelen.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 2 van 3
In de afgesloten anterieure overeenkomst is tussen de gemeente en de initiatiefnemer onder meer vastgelegd dat het terrein openbaar toegankelijk zal zijn. Aanvullend is de aanleg en instandhouding van de gewenste ontmoetingsplek nabij de Linge (met kano-uitstapplek) in de anterieure overeenkomst opgenomen. In de anterieure overeenkomst is tevens vastgelegd dat deze beide onderdelen (openbaarheid en ontmoetingsplek) als een kwalitatieve verplichting met kettingbeding via een notaris in het Kadaster wordt ingeschreven. Aan het niet nakomen van de vastgelegde verplichtingen uit de anterieure overeenkomst is een boetebepaling opgenomen.
Vraag 3 Is het mogelijk op het landgoed een ommetje te maken? (Dit zou namelijk een enorme meerwaarde geven aan het plan: op loopafstand van een aantal woongebieden van Buurmalsen, Tricht en Geldermalsen en met een toegang tot de Linge cq. met een prachtig zicht op de Linge en het Lingepark). Antwoord Op het landgoed komt een stelsel van verschillende wandelpaden (halfverharde paden en gemaaide paden) waardoor er een wandeling over het landgoed kan worden gemaakt. Onderdeel van het rondje is een verblijfplaats met voorzieningen (picknick banken) nabij de Linge. Zie hiervoor ook blz. 18 (inrichtingsplan) en blz. 19 (impressies) van het op de agenda staande document RV2025-044 bijlage 4. Vraag 4 Wat is de reden dat voor 5 woningen een woonbestemming wordt weergegeven en voor de zesde woning, als een werkschuur waarin bewoning op de verdieping is voorzien, in de bestemming natuur wordt geplaatst? Antwoord De zesde woning (beheerderswoning) heeft een andere status dan de overige 5 woningen (schuurwoningen). De beheerderswoning bevat op de begane grond de bergruimte voor materiaal voor het beheer van het landgoed. Hier wordt straks alleen op de verdiepingsvloer gewoond. De regeling van die woning binnen de hoofdbestemming ‘Natuur’ geeft de relatie met het toekomstig beheer van het landgoed weer.
Het landgoed zelf is namelijk ook overwegend binnen de hoofdbestemming ‘Natuur’ geregeld. Afgezien van het gebouw zelf gelden voor de directe omgeving van die woning ook dezelfde gebruiksregels als het omliggende groene gedeelte van het landgoed (de natuur- en landschapscomponenten). Bij de vijf schuurwoningen is daarentegen sprake van een omliggend terrein met een woonbestemming.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 3 van 3
Vraag 5 Voor het plan is de landgoedvisie van de voormalige gemeente Geldermalsen deels gebruikt, hoewel feitelijk geen formele status meer heeft. De indruk zou hiermee kunnen ontstaan dat uit een niet meer vigerende visie die elementen zijn geshopt die goed uitkwamen, terwijl de minder passende voorwaarden niet zijn meegenomen. Wat is de reden dat genoemde landgoedvisie nu geen formele status heeft? Antwoord Zie beantwoording bij vraag 6. Vraag 6 Wat is de reden dat de landgoedvisie van de voormalige gemeente Geldermalsen deels wel is gebruikt, terwijl deze formeel niet meer van kracht is? Antwoord In de nota van zienswijzen (zie document RV2025-044) wordt op blz. 18 onder punt 4. uitgebreid ingegaan op de betekenis die bij de planvoorbereiding is toegekend aan de in 2008 vastgestelde landgoedvisie van de voormalige gemeente Geldermalsen. In aanvulling wordt tevens op blz. 24 onder punt 1. (hoofdreactie) van de nota van zienswijzen nadere uitleg gegeven over de wijze van toepassing van de voormalige landgoedvisie. Zoals gesteld heeft de landgoedvisie door de gemeentelijke herindeling en de Wet Arhi formeel geen enkele status meer. Het is vooral gebruikt als eerste inspiratiebron met toevoegingen van nieuwe inzichten. Dit alles om een passend ruimtelijk plan voor het gebied te krijgen.
Zo is het uitgangspunt van het bouwen van één groot hoofdgebouw van allure met drie wooneenheden losgelaten. Gekozen is om uit te gaan van een ensemble van meerdere grondgebonden woningen. De bouwmassa die volgens de landgoedvisie beschikbaar was voor het hoofdgebouw en bijgebouwen is in het voorliggende plan verdeeld over de vijf schuurwoningen en de beheerderswoning. De verwijzing naar de landgoedvisie lag ook voor de hand omdat in hetzelfde gebied eerder planvorming voor een landgoed heeft plaatsgevonden in de fase dat de landgoedvisie nog wel van kracht was. Ten slot nog opgemerkt dat ten tijde dat de landgoedvisie nog wel van kracht was die visie zodanig is benut dat er ruimte was voor nieuwe inzichten. Zo heeft het bij Rumpt gerealiseerde landgoed een zorgfunctie gekregen (Linge’s Zorglandgoed).