20240109 Gewijzigd Raadsvoorstel zienswijze en reactie GR-en Rivierenland.pdf
Tekst van het document
Aan
: Gemeenteraad van
Vergadering
:
Agendapunt
:
Van
: College
Onderwerp : Zienswijze en reactie GRtekstvoorstellen Voorstel 1. Kennis te nemen het verzoek om zienswijze en reactie betreffende volgende tekstvoorstellen voor wijziging van de gemeenschappelijke regelingen en het bijbehorende bestuursvoorstel en bijlagen: a. AVRI; b. BSR; c. BVEB; d. BWB; e. GGD Gelderland-Zuid; f. ODR; g. RAR; h. Regio Rivierenland; i. UBR; j. VRGZ; k. Werkzaak. 2. Bijgevoegde zienwijzen te geven ten aanzien van de tekstvoorstellen voor wijziging van de gemeenschappelijke regelingen: a. BSR; b. BVEB; c. BWB; d. GGD Gelderland-Zuid; e. ODR; f. RAR; g. Regio Rivierenland; h. UBR; i. VRGZ; j. Werkzaak Rivierenland. 3. Bijgevoegde reactie geven ten aanzien van het tekstvoorstel voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling a. AVRI; 4. Na zienswijzen en reactie deze via het college terug te sturen aan de (dagelijks) besturen ter verdere behandeling), met afschrift naar het programmateam van het regionale traject voor implementatie van de gewijzigde Wgr. Inleiding Eerder heeft uw raad kennisgenomen van het feit dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is gewijzigd. Doel van de wetswijziging is om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van raden te versterken. Gevolg van de wijziging is dat alle GR-en vóór 1 juli 2024 gewijzigd dienen te zijn.
De colleges, raden en besturen van de samenwerkingsverbanden in de regio hebben ermee ingestemd dat er in de regio Rivierenland een gezamenlijk traject wordt doorlopen voor het implementeren van de gewijzigde Wgr met ruimte voor maatwerk voor elk samenwerkingsverband. Tijdens de raadsavonden voor dit traject in april en september 2023 is uitgebreid aandacht voor dit proces geweest. Onderdeel van dit traject is dat de (dagelijks) besturen van de samenwerkingsverbanden alle tekstvoorstellen voor wijziging van de gemeenschappelijke regelingen gebundeld aanbieden, eerst voor zienswijze en reactie en vervolgens in de volgende fase in de besluitvorming. Onderhavig bestuursvoorstel en bijbehorend raadsvoorstel zijn dan ook tot stand gekomen binnen het gezamenlijke traject voor implementatie van de gewijzigde Wgr dat de gemeenten in Rivierenland en
de in totaal 11 samenwerkingsverbanden waarin zij samenwerken samen doorlopen. De recreatieschappen die aangesloten zijn bij Uiterwaarde doorlopen een eigen wijzigingstraject, dat wel inhoudelijk wordt afgestemd met het regionale traject zoals hier beschreven. Een deel van de wetswijziging is direct in werking getreden, hetgeen ook invloed heeft op het proces van besluitvorming inzake wijziging van een gemeenschappelijke regeling. Voor alle gemeenschappelijke regelingen waaraan raden geen deelnemer zijn geldt dat deze voorafgaand aan de uiteindelijke besluitvorming voor zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd. In het regionale proces is ervoor gekozen de gemeenschappelijke regelingen waaraan de raden deelnemen te laten meelopen in deze processtap. In plaats van een zienswijze wordt in die gevallen gevraagd om een reactie. Voor de Regio Rivierenland geldt dat deze op dit moment nog gemengde regeling is, wat wil zeggen dat zowel raad als college deelnemer zijn. Het in dit voorstel voorgestelde tekstvoorstel voor die GR houdt tevens een wijziging in naar een collegeregeling, omdat er geen raadsbevoegdheden meer overof opgedragen zijn aan Regio Rivierenland. Voor de GR-tekst van de Regio Rivierenland wordt daarom ook zienswijze gevraagd. Voor de gemengde regeling AVRI wordt om een reactie gevraagd. Als uiterlijke termijn voor zienswijze en reactie geldt 16 februari.
Door het kerstreces is de termijn iets ruimer genomen dan de wettelijk vereiste acht weken. Dit bestuursvoorstel bestaat uit drie delen. In het eerste algemene deel wordt ingegaan op de achtergrond en proces. In deel twee wordt het afwegingskader en planning van de gehele regionale aanpak besproken. Ook wordt ingegaan op het beoogd effect, argumenten, communicatie, financiën en uitvoering. In het derde, specifieke, deel wordt per GR toegelicht welke keuze is gemaakt voor het implementeren van de gewijzigde Wgr. De gewijzigde tekstvoorstellen van de GR-en zijn bijgevoegd. Dit raadsvoorstel is tot stand gekomen in nauwe samenspraak met de verschillende gremia die voor dit traject zijn opgericht. Deel I: Algemeen 1. Achtergrond De kring van burgemeesters, de kring van griffiers, de bestuurders van de samenwerkingsverbanden en de kring van gemeentesecretarissen hebben ten behoeve van de raden en colleges van de acht gemeenten de handen ineengeslagen ten behoeve van het implementeren van de gewijzigde Wgr voor de samenwerkingsverbanden in de regio Rivierenland. Het betreft de volgende samenwerkingsverbanden AVRI, BSR, BVEB, BWB, GGD-GZ, ODR, RAR, Regio Rivierenland, UBR, VRGZ en Werkzaak Rivierenland.
Doel van het regionale traject is om te zorgen voor een efficiënt implementatieproces waarin voor alle stakeholders en in het bijzonder voor de raden, maximaal overzicht en inzicht ontstaat. Het traject doet recht aan het feit dat de samenwerkingsverbanden voor het merendeel collegeregelingen zijn en dat de instrumenten die de wetgever heeft geïntroduceerd vooral zien op het versterken van de democratische legitimiteit van samenwerking. Het traject in de regio is uniek in Nederland, omdat voor de wijziging van elf GR-teksten een gezamenlijk traject binnen meer dan acht gemeenten en overige deelnemers wordt doorlopen. Binnen dit proces is er volop ruimte voor maatwerk, zodat recht wordt gedaan aan ieder samenwerkingsverband op zich. Uitgangspunten van het regionale traject zijn: • Raden goed in positie brengen; • Maatwerk waar nodig; • Gezamenlijk waar kan; • Ieder loopt eigen traject, en op elkaar afgestemd. Naast het regionale proces voor de implementatie van de Wgr loopt er momenteel ook een traject van de kring van griffiers in de regio Rivierenland voor het versterken van de regionale samenwerking. Hiervoor zijn in verschillende gemeenteraden raadsvoorstellen ingediend. Waar mogelijk wordt gewerkt aan synergie tussen beide trajecten. 2.
Proces en aanpak tot heden (december 2023) Voor afgelopen zomer 2023 is er een startnotitie opgesteld waarin zowel het proces van de regionale implementatie van de gewijzigde Wgr als de inhoud van de wijzigingen (de instrumenten) is
beschreven. Alle colleges in de regio hebben met de startnotitie ingestemd en is deze ter informatie aan alle raden verzonden. Recentelijk heeft u ook memo ontvangen met uitkomsten van de tweede raadssessie. De aanpak, zoals deze tot heden is doorlopen, komt overeen met de startnotitie. Hieronder worden de belangrijke stappen die tot heden zijn genomen kort toegelicht. In maart jl. heeft eerste regiobrede raadsbijeenkomst plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst werden de raden geïnformeerd over de wijzigingen van de Wgr en werden zij aan de hand van stellingen gevoed met de nieuwe mogelijkheden en hun voor- en nadelen die de gewijzigde Wgr biedt. Ook was er tijdens de bijeenkomst veel aandacht voor de aanpak, governance, werkwijze en planning van het regionale traject. Na deze bijeenkomst hebben de verschillende gremia in dit traject de startnotitie gefinaliseerd en is aan de slag gegaan met het ontwikkelen van het afwegingskader (zie onder 3). Dit kader is afgelopen september gepresenteerd aan de raden in de tweede regiobrede raadsbijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst was er gelegenheid om in gesprek te gaan over de verschillende varianten en de afwegingsargumenten. De deelnemers hebben per instrument hun voorkeur uitgesproken.
De voorkeur wordt zoveel als mogelijk gevolgd Daar waar maatwerk nodig is, wordt gemotiveerd aangegeven waarom van de voorkeur is afgeweken en welke keuze is gemaakt. De colleges zijn begin oktober 2023 bijgepraat bij een collegemiddag georganiseerd door de Regio Rivierenland. Uiteraard worden ook de deelnemers buiten de regio aangehaakt en is ten behoeve van de VRGZ en GGD GelderlandZuid afgestemd met het brede traject dat in de andere regio van Gelderland-Zuid is gelopen voor wijziging van de GR teksten. Op basis van het afwegingskader zijn de regionale maatwerktrajecten gestart voor alle samenwerkingsverbanden. Afhankelijk van type GR en de behoefte van het samenwerkingsverband is het maatwerktraject vormgegeven. Met de samenwerkingsverbanden zijn er gesprekken gevoerd voor het maken van passende afwegingen, waarbij de uitkomsten van de twee raadsbijeenkomsten als leidraad is genomen voor de uniformering van de GR-teksten. De keuzes zijn vervolgens vertaald naar een ontwerp gewijzigde GR-tekst. Deze ontwerpen zijn vervolgens in het (dagelijks en algemeen) bestuur van de GR vastgesteld. In het specifieke deel III van dit voorstel is te lezen welke keuzes er door welk samenwerkingsverband is gemaakt en waarom. De wijzigingsvoorstellen voor de GR-teksten zijn bijgevoegd.
Voor sommige GR-en zijn in het maatwerktraject ook direct wijzigingen meegenomen die los staan van de wijzigde Wgr, maar te maken hebben met andere ontwikkelen en/of veranderende wet- en regelgeving. Wanneer hier sprake van is, is dit expliciet aangegeven in deel II. Deel II: Afwegingskader Voor het maken van de keuzes voor het implementeren van de gewijzigde Wgr is een afwegingskader ontwikkeld. Dit afwegingskader bevat regionale uitgangspunten en varianten die houvast geven om een passende keuze te maken voor implementatie. Het afwegingskader is ontwikkeld op basis van twee type wijzingen die de gewijzigde Wgr met zich meebrengt. Het gaat om wijzigingen waarbij verplicht keuzes gemaakt moeten worden én om wijzigingen die verplicht zijn zonder een keuze. Hieronder zijn de kaders voor beide typen wijzigingen beschreven. Wijzigingen met een keuze In onderstaande tabellen worden de nieuwe en gewijzigde instrumenten uit de Wgr beschreven. Voor instrument worden ook drie mogelijke keuzevarianten weergegeven. De varianten zijn beschreven volgens de volgende vaste systematiek: -
-
Variant 1: specifiek In de GR specifiek en expliciet vastleggen hoe het instrument ingevuld wordt in alle concrete gevallen. Variant 2: dynamisch In de GR dynamisch en flexibel vastleggen welke ruimte aan het bestuur van het samenwerkingsverband wordt gelaten om het instrument in te vullen en toe te passen in concrete gevallen. Variant 3: minimaal In de GR alles vastleggen wat er nodig is om aan de gewijzigde Wgr te voldoen, zonder daar
dynamische of specifieke elementen aan toe te voegen. Eventuele dynamiek en specifieke invulling zal in de toekomst in concrete gevallen moeten blijken. Aan de hand van de drie varianten en de voorkeur uit de tweede raadsbijeenkomst zijn de instrumenten voor elk samenwerkingsverband afgewogen. In de bijlage is voor elk samenwerkingsverband afzonderlijk opgenomen welke keuzevariant wordt voorgesteld.
Toelichting Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch) Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch) Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch) Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Actieve informatieplicht In een GR moet opgenomen worden op welke wijze inlichtingen door het bestuur van een GR worden verstrekt aan de raden van gemeenten. In de GR expliciteren welke informatie in ieder geval op welke wijze gedeeld wordt en details (of eventuele aanvullingen) opnemen in een (door het (algemeen) bestuur) vast te stellen informatieprotocol. In de GR vastleggen dat het (algemeen) bestuur in een informatieprotocol vastlegt welke informatie op welke wijze wordt gedeeld (al dan niet met zienswijze voorafgaand aan het vaststellen van het informatieprotocol) Er wordt volstaan met de algemene bepaling dat het bestuur (algemeen en dagelijks) gevraagd en ongevraagd aan de raden alle inlichtingen verstrekt door toezending die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid. Dynamische variant. Periodiek kunnen raden worden meegenomen bij actualisatie van het informatieprotocol
Participatie inwoners en belanghebbenden In een GR moet opgenomen worden op welke wijze ingezetenen (van de deelnemers) en belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Het is niet mogelijk om op te nemen dat er geen ruimte is voor participatie. Er moet met andere woorden, in elke GR een minimale variant van participatie worden opgenomen. In de GR specifiek benoemen bij welke besluiten participatie van belanghebbenden en ingezetenen plaats vindt en op welke manier. In de GR opnemen dat het (algemeen) bestuur besluit (al dan niet na zienswijze) wanneer en op welke onderwerpen een bijeenkomst voor ingezetenen en belanghebbenden wordt gehouden. In de GR opnemen dat ingezetenen en belanghebbenden inbreng kunnen hebben op de voorbereiding, uitvoeringen evaluatie van beleid via de gebruikelijke mogelijkheden bij de gemeenten waar de bestuursorganen van deelnemen aan de GR. Dynamische variant. De raden worden voorafgaand bij de keuze voor inzet van participatie betrokken.
Gemeenschappelijke adviescommissie Bij een openbaar lichaam bestaat de mogelijkheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen waarin raadsleden vanuit de deelnemers plaatsnemen. Deze commissie kan drie taken krijgen 1) adviseren van het algemeen bestuur, 2) de besluitvorming van de raden met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling voorbereide en 3) de raden van advies voorzien. Indien een gemeenschappelijke adviescommissie gewenst is, is het raadzaam om voorafgaand aan het instellen daarvan duidelijk aan te geven voor welke taken de gemeenschappelijke adviescommissie ingezet zal worden. Per GR bepalen of een gemeenschappelijke adviescommissie gewenst is en in de GR expliciteren wat het doel is en de wijze waarop de gemeenschappelijke adviescommissie ingezet wordt. Eén regionale gemeenschappelijke adviescommissie voor meerdere GR-en formeren. Huidige situatie laten voortbestaan (informatieprotocol en afhankelijk van uitkomst PvA griffiers). Minimale variant. Er is uitgesproken vertrouwen in het traject van de Kring van Griffiers.
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch) Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch)
Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch)
Variant 3 (minimaal) Voorkeur regionale raadsavond
Zienswijze over specifieke besluiten In een GR moet worden opgenomen welke bestuursbesluiten, voorafgaand aan het nemen ervan, voor het geven van een zienswijze moeten worden voorgelegd aan de raden van de gemeenten. Naast de wettelijk verplichte zienswijze-procedures, is het verplicht om iets op te nemen over de bestuursbesluiten die voor zienswijze aan de raden voorgelegd worden. Dit betekent dat ook mag worden opgenomen dat naast de wettelijke verplichte besluiten geen andere besluiten ter zienswijze worden voorgelegd. In de GR expliciet vastleggen op welke besluiten (naast de wettelijk verplichte, zoals bijvoorbeeld de conceptbegroting) zienswijze gegeven moet worden. In de GR bepalen dat alle besluiten die aanzienlijk politiek of financieel belang hebben door het (algemeen) bestuur ter zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd. In de GR opnemen dat buiten de wettelijk verplichte, er geen aanvullende besluiten ter zienswijze aan de raden worden voorgelegd. Dynamische variant: Het is op voorhand niet altijd duidelijk ten aanzien van welke besluiten het vragen van een zienswijze toegevoegde waarde heeft.
Evaluatie In een GR moeten bepalingen over de evaluatie van de regeling worden opgenomen. Het is verplicht om in elke regeling iets op te nemen over evaluatie. Dat betekent ook dat mag worden opgenomen dat er geen evaluatie plaats zal vinden of dat er op voorhand geen afspraken over worden gemaakt. In de GR een vaste cyclus van evaluatie opnemen (passend bij de cyclus van de betreffende GR) waarbij ook wordt vastgelegd op welke punten in ieder geval geëvalueerd wordt. Opnemen in de GR dat op verzoek van één of meer van de deelnemers evaluatie gestart kan worden en dat het (algemeen) bestuur beslist over het wel of niet en over de onderzoeksopdracht. Ook kan een maximum worden opgenomen, bijvoorbeeld maximaal eens in de drie jaar, of eens in de vijf jaar. Eventueel kan worden opgenomen dat het besluit om wel of niet te evalueren of de onderzoeksopdracht ter zienswijze aan de raden wordt voorgelegd. In de GR opnemen dat op voorhand geen afspraken gemaakt worden over evaluatie, of waar al een evaluatiebepaling bestaat deze ongewijzigd laten. Dynamische variant. Bij voorkeur vindt de evaluatie plaats in het midden van een raadsperiode. Hoe beleidsrijker een samenwerkingsverband is, hoe korter een termijn tussen evaluaties zou moeten zijn.
Evaluatie op verzoek van een substantieel aantal deelnemers mogelijk zou moeten zijn (twee of meer, afhankelijk van het totaal aantal deelnemers). Bij regio overstijgende samenwerking zouden de deelnemers uit de regio Rivierenland initiatief moeten kunnen nemen voor het starten van een evaluatie. Uittreding Sinds de wetswijziging is het verplicht om de bepalingen omtrent uitreding uit te breiden. Er moet in ieder geval duidelijk worden welke gevolgen uittreding heeft voor het vermogen van de rechtspersoon en voor het vermogen van de gemeenten waarvan de bestuursorganen deelnemen in de GR. Per regeling moet daarom worden opgenomen op welke wijze (qua proces en qua inhoud) wordt bepaald wat de gevolgen van de uittreding zijn en op welke manier het vermogen van de deelnemers wordt beïnvloed. In de GR alle afspraken precies vastleggen, waarbij zowel het proces als de wijze van het bepalen van de uittreedsom in de GR wordt vastgelegd. In de GR de procedure en de wijze van het bepalen van de uittreedsom vastleggen, tenzij het algemeen bestuur bij unanimiteit bepaalt dat afgeweken wordt van de betreffende uittreedregeling, waarbij het unanieme besluit van het algemeen bestuur eventueel ook ter zienswijze aan de raden voorgelegd dient te worden.
In de GR opnemen welke kaders in ieder geval gelden voor het proces en voor de bepaling van de uittreedsom en op basis van die kaders het algemeen bestuur een uittredingsrichtlijn laten vaststellen, eventueel nadat deze uittredingsrichtlijn aan de raden ter zienswijze is voorgelegd. Dynamische variant. In het geval toch gekozen wordt voor een meer specifieke uittredingsregeling in de GR dan kan met het inzetten van het instrument van evaluatie worden meegenomen in hoeverre en uittredingsregeling nog voldoet aan de actualiteit.
Wijzigingen met wettelijk bepaalde instrumenten (zonder keuze) In onderstaande tabellen worden kort de wettelijk bepaalde instrumenten beschreven. Hierbij geldt dat er geen keuzemogelijkheid is ten aanzien van de wijze of en hoe het instrument wordt ingezet. Met betrekking tot het wijzigen van de termijnen zijn er wel twee varianten waaruit gekozen kan worden voor implementatie. Toelichting
Toelichting
Toelichting
Variant 1 (specifiek) Variant 2 (dynamisch)
Toelichting
Toelichting
Gewijzigde procedure totstandkoming GR wijziging Bij alle GR-en waar raden niet aan deelnemen, is het vanaf 1 juli 2022 verplicht om zienswijze over de concept-(gewijzigde) regeling te vragen aan de raden. Pas nadat gemotiveerd op deze zienswijzen is gereageerd en aanpassingen in een concept-GR zijn doorgevoerd, kan aan de raden toestemming worden gevraagd voor het aangaan of wijzigen van een GR. Reactie van (dagelijks) bestuur op zienswijze begroting Het (dagelijks) bestuur dient gemotiveerd te reageren op de binnen gekomen zienswijzen van de raden en aangeven welke conclusies het aan de zienswijzen verbindt. Aanpassing termijnen begrotingscyclus In de gewijzigde Wgr zijn de termijnen van de kadernota, ontwerpbegroting, zienswijzen, begroting, voorlopige jaarrekening gewijzigd. Aangezien het uiterste termijnen betreft, behoeft hier in beginsel geen keuze te worden gemaakt. Het doel van de wijziging van deze termijnen is dat het voor gemeenten eenvoudiger moet zijn om de P&C-cyclus van een GR af te stemmen op de P&C-cyclus van de gemeentelijke organisatie. In de GR de uiterste wettelijke termijnen opnemen. Dit kan door hetzij de nieuwe data in de GR op te nemen, hetzij door een verwijzing te maken naar de wettelijke bepaling in de Wgr. In de GR expliciet andere dan de wettelijke uiterste termijnen opnemen.
Dat kunnen dus de huidige ‘oude’ termijnen zijn, of alternatieve termijnen die passen binnen de uiterste wettelijke termijnen. Gezamenlijke enquête naar gevoerde bestuur als raden geen deelnemer zijn Bij GR-en waaraan raden niet deelnemen, kan een raad gezamenlijk met andere raden onderzoek doen naar het gevoerde bestuur van een GR. Dat gebeurt door het gezamenlijk instellen van een onderzoekscommissie. Een dergelijk onderzoek wordt gedaan op voorstel van één van de vertegenwoordigende bestuursorganen van de deelnemers aan een GR. Uitbreiding bevoegdheid rekenkamers In de Wgr is expliciet opgenomen dat rekenkamers ook onderzoek mogen doen naar het gevoerde bestuur van een GR als een van de bestuursorganen van de eigen gemeente deelneemt aan een GR.
3. Planning en vervolg De raden hebben tien weken de gelegenheid om hun zienswijze aan de colleges aan te bieden. Dit wettelijke termijn van acht weken is i.v.m. de kerstvakantie met twee weken verlengd. De zienswijzen worden vervolgens in de (dagelijks) besturen beoordeeld en op elkaar afgestemd. In maart 2024 worden de herziene tekstvoorstellen gebundeld en aan de gemeenten aangeboden voor definitieve besluitvorming in colleges en raden. Ook dat gaat gepaard met een integraal voorstel vanuit alle (dagelijks en algemeen) besturen van de samenwerkingsverbanden. In dat voorstel wordt ook een reactie gegeven op de zienswijze van de raden. Het besluitvormingsproces in maart behoeft de volgende besluiten wanneer het collegeregelingen treft: 1. Besluit van het college om het definitieve ontwerp van de gemeenschappelijke regeling met gewijzigde tekst vast te stellen en de raad om toestemming voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling te vragen. 2. Besluit van de raad om toestemming aan het college te geven om de gemeenschappelijke regeling met gewijzigde tekst vast te stellen. 3. Een besluit van het college om de gemeenschappelijke regeling met gewijzigde tekst vast te stellen, gelet op de toestemming van de raad. Wanneer er sprake is van een gemengde regeling worden de volgende besluiten genomen:
1. Een besluit van de raad om de gewijzigde gemeenschappelijke regeling vast te stellen. 2. Een besluit van de raad om het college toestemming te verlenen om de gewijzigde gemeenschappelijke regeling vast te stellen. 3. Een besluit van het college om de gewijzigde gemeenschappelijke regeling vast te stellen. Het besluitvormingsproces komt tot een einde op 1 juli 2024 wanneer alle gewijzigde gemeenschappelijke regelingen zijn gepubliceerd door het college dat daartoe in de gemeenschappelijke regeling is aangewezen. Let wel: de besluiten tot vaststelling door raden en colleges dienen ook in het eigen Gemeenteblad gepubliceerd te worden Deel III Specifiek Keuzes per gemeenschappelijke regeling In de tabellen op de volgende pagina’s is per samenwerkingsverband weergegeven welke varianten, inclusief toelichting, worden voorgesteld. De raden hebben gelegenheid om over deze voorgestelde wijzigingen hun zienswijzen te geven. AVRI Naast de wijzigingen in verband met de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (geel gearceerd in de tekst) heeft AVRI ook een aantal wijzigingen in de GR aangebracht vanwege gesignaleerde kleine onvolkomenheden, die in het kader van ‘onderhoud’ zijn aangepast. Deze wijzigingen zijn groen gearceerd Gezamenlijk onderzoek
Aanpassing termijnen Reactie op zienswijze
Wijzigen GR
Bevoegdheden Rekenkamer
Actieve
Voorgestelde wijziging zonder keuze Variant Toelichting N.v.t. In de GR is expliciet opgenomen dat de raden gezamenlijk op voorstel van een van de raden een onderzoek kunnen instellen naar het gevoerde bestuur door het instellen van een onderzoekscommissie. Hiermee is de daartoe in de Gemeentewet (art. 155g ev) opgenomen mogelijkheid ook in de GR verankerd. 27 en N.v.t. De termijnen zijn aangepast aan de nieuwe 28 wettelijke termijnen zoals opgenomen in de Wgr. 27 lid 5 N.v.t. In de GR is opgenomen dat het dagelijks bestuur schriftelijk en gemotiveerd de raden in kennis stelt van het oordeel over de zienswijze en welke conclusie daaraan eventueel verbonden wordt. Hiermee volgt de GR de wettekst en wordt expliciet geborgd dat de raden in de gelegenheid worden gesteld voorafgaand aan de besluitvorming via het eigen college invloed uit te kunnen oefenen op de besluitvorming in het algemeen bestuur, door het college een boodschap mee te geven voor het door het college aangewezen lid van het algemeen bestuur. 37 N.v.t. In de GR is niets gewijzigd in dit artikel omdat sprake is van een gemengde regeling met raden. De nieuwe zienswijze-procedure voor wijzigen van de gemeenschappelijke regeling is niet van toepassing omdat de raden als deelnemer zelf mee-besluiten over wijziging van de regeling. N.v.t.
In de GR is niet expliciet opgenomen dat de bevoegdheden van de rekenkamer zijn uitgebreid. Wel is in artikel 31 lid 4 een verwijzing te vinden naar artikel 184 van de Gemeentewet, waarin deze bevoegdheid is opgenomen. Voorgestelde wijziging met keuze Artikel Variant Toelichting 31 lid Minimale variant In lijn met de bedoeling van de wetgever is in de Artikel 31 lid 4
informatieplicht
3
Participatie inwoners & belanghebbenden
8b
Dynamische variant
Gemeenschappelijke adviescommissie
17 lid 2
Minimale variant
Zienswijze over specifieke besluiten
8a lid 1
Specifieke variant met een dynamisch element
Evaluatie
35 lid 2
Dynamische variant
Uittreding
38, 38a, 38b en 38c
Specifieke variant
Overige wijzigingen
1 sub d en e
N.v.t.
3 lid 2
N.v.t.
33 lid 6
N.v.t.
GR opgenomen dat de raden ongevraagd alle informatie krijgen die zij nodig hebben voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid. In een participatieverordening legt het algemeen bestuur vast voor welke besluiten of welk type besluiten participatie van inwoners of belanghebbenden wordt toegestaan. In de participatieverordening wordt ook opgenomen op welke manier dat plaats vindt. Zoals blijkt uit artikel 8a, wordt de participatieverordening, voordat het algemeen bestuur deze vaststelt, aan de raden ter zienswijze voorgelegd zodat de raden inzicht hebben in en invloed hebben op de inhoud van de participatieverordening. Er is voor gekozen de tekst uit de Wgr over te nemen om expliciet te maken dat op voorstel van de raden het algemeen bestuur een gezamenlijke adviescommissie in stelt. In eerste instantie wordt de huidige werkwijze niet gewijzigd en daarnaast wordt de invoering van het PvA van de kring van griffiers afgewacht. Indien in de toekomst de wens of noodzaak bestaat alsnog een gezamenlijke adviescommissie in te richten, dan kan dat. Er is voor gekozen in de GR vast te leggen ten aanzien van welke besluiten in ieder geval zienswijze wordt gevraagd van de raad omdat de betreffende besluiten dusdanig belangrijk zijn dat de zienswijze van de raden onmisbaar is.
Het gaat in ieder geval om het vaststellen of wijzigen van de participatieverordening en daarnaast kan op de kadernota zienswijze gegeven worden, zodat dit gebruikt kan worden bij het opstellen van de conceptbegroting en de zienswijzeprocedure op de begroting. Overigens laat dit de mogelijkheid vrij om ook op andere besluiten van het algemeen bestuur zienswijze te vragen. Er gekozen voor een dynamische variant ten aanzien van de evaluatie. Tenzij het algemeen bestuur anders besluit, wordt de regeling niet geëvalueerd. Dat betekent dat het bestuur, zodra het daar aanleiding toe ziet, zal overgaan tot evaluatie. Er is voor gekozen een uitgebreide uittredingsregeling op te nemen in de GR waarbij zowel op proces als op inhoud zoveel als mogelijk wordt opgenomen hoe een uittreding in zijn werk gaat en welke gevolgen dit heeft voor zowel de uittredende deelnemer als voor het openbaarlichaam en de achterblijvende deelnemers. Toevoeging van de begrippen ‘desintegratiekosten’ en ‘frictiekosten’ omdat ze nodig zijn voor de gewijzigde uittredingsregeling. Toevoeging ‘gemeente West Betuwe’ omdat dat in de oorspronkelijke tekst nog niet was opgenomen. In de GR is opgenomen dat, indien van toepassing, wordt deelgenomen aan regionale initiatieven en instrumenten. Hierbij valt te denken aan raadsavonden, platformbijeenkomsten en een informatieprotocol.
40, 41 en 42
N.v.t.
De archiefbepalingen zijn aangepast aan de (regionale) standaard die daarvoor door het Regionale Archief Rivierenland is ontwikkeld, zodat regionaal de archiefregeling op dezelfde manier is ingericht.
43
N.v.t.
De inzending en bekendmaking van de regeling is aangepast aan een eerdere wijziging van de Wgr. De betreffende wijziging was nog niet in de GR verwerkt. Dit is bij de huidige wijziging van de GR meteen meegenomen zodat ook wat dat betreft de GR weer in de pas loopt met de wettelijke systematiek.
BSR De BSR heeft de gevolgen van de wijziging van de Wgr doorgevoerd in de GR, geel gearceerd in de tekst.
Gezamenlijk onderzoek Aanpassing termijnen
Reactie op zienswijze Wijzigen GR
Bevoegdheden Rekenkamer
Actieve informatieplicht
Participatie inwoners & belanghebbenden
Gemeenschappelijke adviescommissie
Voorgestelde wijziging zonder keuze Variant Toelichting N.v.t. Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze worden gemaakt. De termijnen in de bepalingen worden in overeenstemming gebracht met de gewijzigde Wgr. Hoofdstuk N.v.t. Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze worden 10 gemaakt. De toevoeging van dit lid zorgt ervoor dat de GR in overeenstemming wordt gebracht met de gewijzigde Wgr. 30 lid 5 N.v.t. Deze verplichting is komen te vervallen. De bepaling in de tekst van de GR is dus geschrapt. 38 lid 3 N.v.t. Aangepast aan de wettelijke vereisten, waarbij de verplichte (wettelijke) zienswijze in het proces is verankerd. 3 lid 3 N.v.t. Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze worden gemaakt. De toevoeging van dit lid zorgt ervoor dat de GR in overeenstemming wordt gebracht met de gewijzigde Wgr. Voorgestelde wijziging met keuze Artikel Variant Toelichting 3 lid 3 Minimale Het bestuur verstrekt zowel gevraagd als ongevraagd variant alle informatie en inlichtingen die de raad nodig heeft voor de beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid. In combinatie met de bepaling over zienswijze geeft dit aan raden voldoende grip gelet op het uitvoerende karakter van de werkzaamheden van de BSR.
3 lid 6 Minimale Opgenomen wordt dat ingezetenen en variant met belanghebbenden inbreng kunnen hebben op de een voorbereiding en besluitvorming van het bestuur via de dynamisch bestaande mogelijkheden bij de bestuursorganen van element de deelnemers. Dit wordt aangevuld met een optie om zelf ook participatie te organiseren indien dat nodig wordt geacht (dynamische variant). Dit is ook de uitkomst van de tweede raadsbijeenkomst in het kader van het regionale traject. 3 lid 5 Minimale De huidige situatie blijft voortbestaan. Hierbij geldt dat variant het mogelijk is dat de raden gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie instellen, de wettekst wordt hiervoor herhaald. Er wordt melding gemaakt van het feit dat de BSR meedoet in instrumenten en initiatieven in de regio. Artikel 3 lid 3
Zienswijze over specifieke besluiten
3 lid 4
Dynamische variant
Evaluatie
44 lid 2
Dynamische variant
Uittreding
37
Minimale variant
Opgenomen dat alle besluiten die aanzienlijk politiek of financieel belang hebben door het algemeen bestuur ter zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd. Ook zal het algemeen bestuur in het kader van de informatieplicht een besluitenlijst opstellen met daarbij de vermelding welke besluiten men voornemens is ter zienswijze aan te bieden en welke niet. Dit laatste is de uitkomst van de tweede raadsbijeenkomst in het kader van het regionale traject. In deze variant wordt niet in de GR vastgelegd welke besluiten precies worden voorgelegd maar dat dit ter beoordeling van het bestuur van het samenwerkingsverband wordt gelaten. Aan het bestuur wordt de vrijheid gegeven om te bepalen in welke gevallen sprake is van een dusdanig politiek belang of financieel belang dat het nodig is het besluit voorafgaand aan de raden voor te leggen. In specifieke gevallen kan de keuze worden gemaakt een zienswijzeprocedure te hanteren zodat maatwerk mogelijk is. Door de lijst met besluiten waarvoor zienswijze is voorzien te verstrekken kunnen waar nodig in gesprek gaan met het eigen AB lid over welke besluiten wel of niet voor zienswijze zouden moeten voorgelegd. Het dynamische karakter geeft alle mogelijkheden voor grip, zonder dat structurele procedures worden ingevoerd, die uiteindelijk niet nodig zijn. Hiermee wordt dus proportionaliteit geborgd.
Er is opgenomen dat op verzoek van één of meer van de deelnemers evaluatie gestart kan worden en dat het (algemeen) bestuur beslist over het wel of niet en over de onderzoeksopdracht. Deze variant geeft flexibiliteit omdat naar behoefte van de deelnemers geëvalueerd wordt. Op momenten dat samenwerking goed loopt en er weinig vragen zijn over de wijze van samenwerking en het nut en de efficiëntie ervan, kan het prettig zijn om niet aan een verplichte evaluatie vast te zitten. Het (algemeen) bestuur heeft de vrijheid om over de evaluatiecriteria, inhoud, proces en werkwijze van een binnengekomen evaluatieverzoek te beslissen. De evaluatiecriteria moeten wel vooraf ter zienswijze voorgelegd worden aan de raden. Opgenomen is welke kaders in ieder geval gelden voor het proces en voor de bepaling van de uittreedsom en op basis van die kaders het algemeen bestuur een uittredingsrichtlijn laten vaststellen, eventueel nadat deze uittredingsrichtlijn aan de raden ter zienswijze is voorgelegd. De bestaande bepaling is hiervoor op enkele punten gewijzigd. Deze variant biedt de mogelijkheid aan het algemeen bestuur om, binnen de gestelde kaders, zelf uitvoering te geven aan de uittreding.
Dit is gunstig voor de gevallen dat een wijziging van bepaalde onderdelen binnen de uittredingsregeling aangepast kunnen worden zonder dat daarvoor een GR-wijziging benodigd is, maar waarbij wel duidelijk is welke kaders in ieder geval gelden voor de uittredingsrichtlijn. De bestaande is daarvoor waar nodig aangepast. Voor deze bepaling is het nodig om artikel 1 begripsbepalingen uit te bereiden.
Overige wijzigingen Wijziging archiefwet
40
N.v.t.
De geldende Archiefwet zal worden gewijzigd. Om te voorkomen dat gemeenschappelijke regelingen moeten worden gewijzigd na inwerkingtreding van de nieuwe wet heeft het Regionaal Archief Rivierenland een modelbepaling opgesteld. De geldende bepaling over archief van BSR voldeed daar voor het grootste deel al aan. De verwijzing naar de Archiefwet 1995 en specifieke artikelen daarvan is verwijderd en er is een artikellid uit de modelbepaling toegevoegd aan artikel 40.
BVEB De Bedrijfsvoeringseenheid Bommelerwaard heeft de wijzigingen van de Wgr doorgevoerd in de GR, geel gearceerd in de tekst, Gezamenlijk onderzoek
Aanpassing termijnen Reactie op zienswijze
Wijzigen GR Bevoegdheden Rekenkamer
Actieve informatieplicht Participatie inwoners & belanghebbenden
Gemeenschappelijke adviescommissie Zienswijze over specifieke besluiten
Voorgestelde wijziging zonder keuze Variant Toelichting N.v.t In de GR is opgenomen dat de raden gezamenlijk op voorstel van een van de raden een onderzoek kunnen instellen naar het gevoerde bestuur door het instellen van een onderzoekscommissie. Hiermee is de daartoe in de Gemeentewet (art. 155g ev) opgenomen mogelijkheid ook in de GR verankerd. 18, 19, N.v.t. De termijnen zijn aangepast aan de nieuwe wettelijke 20 termijnen zoals opgenomen in de Wgr. 19 N.v.t. In de GR is opgenomen dat het dagelijks bestuur schriftelijk en gemotiveerd de raden in kennis stelt van het oordeel over de zienswijze en welke conclusie daaraan eventueel verbonden wordt. Hiermee volgt de GR de wettekst en wordt expliciet geborgd dat de raden in de gelegenheid worden gesteld voorafgaand aan de besluitvorming via het eigen college invloed uit te kunnen oefenen op de besluitvorming in het algemeen bestuur, door het college een boodschap mee te geven voor het door het college aangewezen lid van het algemeen bestuur. 26 N.v.t. In dit artikel zijn geen wijzigingen doorgevoerd. 12 N.v.t. In artikel 12 is een verwijzing te vinden naar artikel 184 van de Gemeentewet, waarin deze bevoegdheid is opgenomen.
Voorgestelde wijziging met keuze Artikel Variant Toelichting 12 Minimale Het bestuur verstrekt zowel actief (ongevraagd) als passief variant (gevraagd) informatie aan de raden 11 Minimale Opgenomen is dat ingezetenen en belanghebbenden variant inbreng kunnen hebben op de voorbereiding en besluitvorming van het bestuur via de bestaande mogelijkheden in de betreffende gemeente. N.v.t. N.v.t. Dit is enkel mogelijk bij een openbaar lichaam. Artikel 12
11
Minimale variant
Evaluatie
29
Dynamische variant
Uittreding
25
-
De BVEB is een uitvoeringsgerichte organisatie, waarbij besluiten die door het bestuur genomen worden geen raakvlak hebben met de bevoegdheden van de raden. Op verzoek van beide gemeenten kan worden geëvalueerd. De termijn daarvoor is minimaal eens in de drie jaar. Het bestuur beslist over de evaluatiecriteria In dit artikel is geen wijziging aangebracht, aangezien uittreding bij twee deelnemers per definitie opheffing van de bedrijfsvoeringsorganisatie met zich brengt. De
Overige wijzigingen
opheffing is geregeld in artikel 27. De terminologie is aangepast aan de huidige organisatie: gesproken wordt van (adjunct-)directeur. De rechtspositie van de werknemers is geregeld in de geldende Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties. De archiefbepalingen zijn aangepast aan de (regionale) standaard die daarvoor door het Regionale Archief Rivierenland is ontwikkeld, zodat regionaal de archiefregeling op dezelfde manier is ingericht. De bekendmaking en inwerkingtreding is in lijn met de Wgr gebracht.
15 16
22
28, 30
BWB De Bedrijfsvoeringorganisatie West Betuwe heeft de gevolgen van de wijziging van de Wgr doorgevoerd in de GR, geel gearceerd in de tekst. Gezamenlijk onderzoek
Aanpassing termijnen Reactie op zienswijze
Wijzigen GR Bevoegdheden Rekenkamer
Actieve informatieplicht Participatie inwoners & belanghebbenden
Gemeenschappelijke adviescommissie Zienswijze over specifieke besluiten
Voorgestelde wijziging zonder keuze Variant Toelichting N.v.t. In de GR is expliciet opgenomen dat de raden gezamenlijk op voorstel van een van de raden een onderzoek kunnen instellen naar het gevoerde bestuur door het instellen van een onderzoekscommissie. Hiermee is de daartoe in de Gemeentewet (art. 155g ev) opgenomen mogelijkheid ook in de GR verankerd. 21, 22 N.v.t. De termijnen zijn aangepast aan de nieuwe wettelijke en 23 termijnen zoals opgenomen in de Wgr. 22 N.v.t In de GR is opgenomen dat het dagelijks bestuur schriftelijk en gemotiveerd de raden in kennis stelt van het oordeel over de zienswijze en welke conclusie daaraan eventueel verbonden wordt. Hiermee volgt de GR de wettekst en wordt expliciet geborgd dat de raden in de gelegenheid worden gesteld voorafgaand aan de besluitvorming via het eigen college invloed uit te kunnen oefenen op de besluitvorming in het algemeen bestuur, door het college een boodschap mee te geven voor het door het college aangewezen lid van het algemeen bestuur. - geen wijzigingen doorgevoerd 12 N.v.t. In artikel 12 is een verwijzing te vinden naar artikel 184 van de Gemeentewet, waarin deze bevoegdheid is opgenomen.
Voorgestelde wijziging met keuze Artikel Variant Toelichting 12 Minimale Er is voor gekozen om door het bestuur zowel actief variant (gevraagd) als (ongevraagd) informatie aan de raden te verstrekken 4 Minimale Opgenomen is dat ingezetenen en belanghebbenden variant inbreng kunnen hebben op de voorbereiding en besluitvorming van het bestuur via de bestaande mogelijkheden in de betreffende gemeente. N.v.t. N.v.t. Dit is enkel mogelijk bij een openbaar lichaam. Artikel 12
12
Minimale variant
Evaluatie
17
Dynamische variant
Uittreding
28, 29
Minimale
De BWB is een uitvoeringsgerichte organisatie, waarbij besluiten die door het bestuur genomen worden geen raakvlak hebben met de bevoegdheden van de raden. Iedere vier jaar zorgt het bestuur ervoor dat er geëvalueerd wordt. Het bestuur beslist over de evaluatiecriteria. Aangevuld zodat deze aan de wettelijke voorwaarden
variant
Overige wijzigingen
25
31
32
voldoet. Het proces en de wijze waarop de uittreedsom wordt bepaald geeft duidelijkheid over het vermogen van zowel de vertrekkende deelnemer, als van BWB en als van de achterblijvende deelnemers. De archiefbepalingen zijn aangepast aan de (regionale) standaard die daarvoor door het Regionale Archief Rivierenland is ontwikkeld, zodat regionaal de archiefregeling op dezelfde manier is ingericht. In dit artikel wordt duidelijk gemaakt welke onderwerpen in ieder geval in het liquidatieplan dienen te komen en welk proces wordt doorlopen. De bekendmaking is aangepast aan de Wgr
GGD-GZ Naast de wijzigingen in verband met de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen heeft GGD Gelderland-Zuid (geel gearceerd in de tekst) ook een aantal wijzigingen in de GR aangebracht vanwege gesignaleerde kleine onvolkomenheden, die in het kader van ‘onderhoud’ zijn aangepast. Daarnaast is de taakomschrijving in lijn gebracht met de huidige praktijk.
Gezamenlijk onderzoek
Aanpassing termijnen
Reactie op zienswijze
Voorgestelde wijziging zonder keuze Variant Toelichting N.v.t. In de GR is niet expliciet opgenomen dat de raden gezamenlijk op voorstel van een van de raden een onderzoek kunnen instellen naar het gevoerde bestuur door het instellen van een onderzoekscommissie. Dit doet niets af aan de in de Gemeentewet (art. 155g ev) opgenomen bevoegdheid hiertoe. 31 N.v.t. In de GR zijn de uiterste wettelijke termijnen waar nodig aangepast aan de nieuwe wettelijke termijnen (12 weken termijn voor zienswijze op begroting, insturen vastgestelde begroting voor 15 september van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient) De termijnen in de GR die al afweken van de wettelijke termijnen zijn gehandhaafd. Zo wordt de kaderbrief voor 15 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de ontwerpbegroting voor het daaropvolgende jaar wordt vastgesteld (wettelijk hoeft dat pas 30 april volgend op de voornoemde 15 oktober). De toezending van de conceptbegroting blijft op 1 april voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient, hiervoor bepaalt de wet geen uiterste termijn, mits de vastgestelde begroting maar vóór 15 september aan gedeputeerde staten wordt toegezonden. Toezending van de jaarrekening blijft op 1 april volgend op het jaar waarop de jaarrekening ziet, terwijl de wet bepaalt dat dit uiterlijk voor 30 april dient te gebeuren.
Het vaststellen van de jaarrekening dient nu conform de uiterste wettelijke termijn voor 15 juli te gebeuren, waar voorheen de GR vermelde dat dit voor 1 juli diende te gebeuren, wat een afwijking van de uiterste wettelijke termijn was. 31 lid 5 N.v.t. In de GR is opgenomen dat het dagelijks bestuur schriftelijk en gemotiveerd de raden in kennis stelt van het oordeel over de zienswijze en welke conclusie daaraan eventueel verbonden wordt. Hiermee volgt de GR de wettekst en wordt expliciet geborgd dat de raden in de gelegenheid worden gesteld voorafgaand aan de besluitvorming via het eigen college invloed uit te kunnen oefenen op de besluitvorming in het algemeen bestuur, door het college een boodschap mee te geven voor het Artikel -
Wijzigen GR
36
Bevoegdheden Rekenkamer
-
Actieve informatieplicht
Artikel 19
Participatie inwoners & belanghebbenden
11b
Gemeenschappelijke adviescommissie
-
Zienswijze over specifieke besluiten
11a
Evaluatie
39a
Uittreding
35a
door het college aangewezen lid van het algemeen bestuur. N.v.t. Het artikel ten aanzien van het wijzigen van de GR is aangepast aan de wettelijke bepalingen in de Wgr. Daarnaast is de procedure meer uitgebreid beschreven. Dit komt de zelfstandige leesbaarheid van de GR ten goede. Inhoudelijk is de procedure om tot wijziging van de GR te komen niet veranderd. N.v.t. In de GR is niet expliciet opgenomen dat de rekenkamer nu een uitgebreidere bevoegdheid heeft tot het onderzoeken van samenwerkingsverbanden. Dit doet niets af aan de in de Gemeentewet (art. 184) opgenomen bevoegdheid hiertoe. Voorgestelde wijziging met keuze Variant Toelichting Minimale In de GR is de wettelijke plicht opgenomen dat door het variant algemeen bestuur en dagelijks bestuur aan de raden ongevraagd die informatie wordt toegezonden die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Minimale In de GR is opgenomen dat participatie van inwoners en variant met belanghebbenden zal verlopen via de in de gemeenten een gebruikelijke wijze, waarbij participatie op besluiten dynamisch waarop zienswijze van de raden wordt gevraagd, de element participatie ook via de raden zal verlopen. Om tegemoet te komen aan de voorkeursvariant zoals uitgesproken op de regionale raadsavond, kan het bestuur besluiten in welke gevallen welke participatie-instrumenten worden ingezet.
Minimale Niet in de GR opgenomen zodat de wettelijke bepaling van variant artikel 24a geldt. Er heeft dus geen wijziging in de GRtekst plaatsgevonden ten aanzien van dit instrument. Specifieke In de GR is een drietal besluiten opgenomen (boven op de variant met besluiten waarvan in de P&C-cyclus al bepaald is dat daar een zienswijze op gegeven kan worden, te weten de dynamisch kaderbrief, de conceptbegroting en de jaarrekening) element waarvoor het bestuur, voorafgaand aan het nemen ervan, zienswijze vraagt aan de raden. Het betreft de volgende besluiten: a. besluit dagelijks bestuur tot vaststellen van de meerjarenstrategie; b. besluit algemeen bestuur – op voorstel van de colleges – het takenpakket van de GGD aan te passen; c. besluit van het algemeen bestuur om een voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling in overweging te geven aan de colleges overeenkomstig artikel 1 van de Wgr. Dynamische In de GR is opgenomen dat tenminste eenmaal in de zes variant jaar een evaluatie van de GR plaats vindt. Op verzoek van twee of meer deelnemers kan het algemeen bestuur ook besluiten tot een tussentijdse evaluatie. Het bestuur besluit over inhoud, proces en werkwijze van de evaluatie en daarnaast stelt het bestuur de onderzoeksopdracht vast. Minimale Uittreding is enkel aan de orde als dat wettelijk mogelijk is.
variant Wanneer dat wettelijk mogelijk is – hetgeen nu) niet het geval is - maar de wet vervolgens niets regelt over de voorwaarden en gevolgen van uittreding, dan zijn de bepalingen van artikel 35a van toepassing. In artikel 35a wordt het uittredingsproces weergegeven. Het uittredingsproces kent twee belangrijke onderdelen, namelijk het proces om te komen tot de uittreedsom en het proces van de uittreding zelf. Het proces om te komen tot
Overige wijzigingen
4
N.v.t.
5 lid 3
N.v.t.
12 sub j 14 lid 6 24 31 lid 10
N.v.t.
33
N.v.t.
34
N.v.t.
35
N.v.t.
37
N.v.t.
40 en 40a
N.v.t.
N.v.t. N.v.t. N.v.t.
(vaststelling van) de uittreedsom deelt een rol toe aan een projectgroep die wordt samengesteld door het dagelijks bestuur. Deze projectgroep heeft de taak om de gevolgen van de uittreding voor het vermogen van de gemeenschappelijke regeling in beeld te brengen waaronder de gevolgen op het gebied van personeel, contracten, huisvesting en investeringen. De frictiekosten en desintegratiekosten worden in het artikel genoemd omdat deze in ieder geval onderdeel uitmaken van de uittreedsom. Het artikel biedt ruimte om, voor zover dat aan de orde zou zijn, nog andere kosten in de uittreedsom mee te nemen. Om het proces tot het vaststellen van de uittreedsom te kaderen zijn termijnen in het artikel opgenomen. Er is voor gekozen om geen zienswijze van de raden van de deelnemende gemeenten te vragen als het gaat om het besluit tot het vaststellen van de uittreedsom. Het woord ‘openbare’ vervangen door ‘publieke’ omdat dat beter aansluit bij de Wet publieke gezondheid. De taken zijn aangevuld, onder andere door het vermelden van ‘maatschappelijke opvang’ en de meldpuntfunctie, horen en uitvoeren van verkennend onderzoek in het kader van de Wet verplichte GGZ. Een overbodig geworden tussenzin is verwijderd. Aanvulling dat publicatie op de website van GGD Gelderland-Zuid plaats vindt. Verwijdering van overbodig geworden zinsneden.
Toevoeging van een verwijzingsbepaling over de overeenkomstige toepassing van een aantal artikelen in de Gemeentewet. Enkele zinnen in het artikel zijn anders geredigeerd maar inhoudelijk hetzelfde gebleven. De archiefbepalingen zijn zodat deze goed aansluit op de bepalingen in de Archiefwet 1995. Het artikel is anders geredigeerd en uittreding is verplaatst naar artikel 35a. Artikel 35 gaat alleen nog over toetreding. De voorwaarden voor toetreding zijn inhoudelijk niet gewijzigd. Het artikel is anders geredigeerd maar inhoudelijk niet aangepast. Inwerkingtreding en bekendmaking is aangepast aan de wettelijke bepalingen in de Wgr, die reeds op 1 juli 2021 zijn gewijzigd. De GR is daarmee in lijn gebracht.
ODR De Omgevingsdienst Rivierenland heeft naast de wijzigingen die voortvloeien uit de gewijzigde Wgr tevens de GR toekomstbestendig gemaakt met het oog op de Omgevingswet. Daarnaast zijn wijzigingen opgenomen over de rechtspositie van de werknemers als gevolg van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. De wijzigingen zijn geel gearceerd in de tekst. Gezamenlijk onderzoek
Aanpassing termijnen
Voorgestelde wijziging zonder keuze Variant Toelichting N.v.t. In de GR is opgenomen dat de raden gezamenlijk op voorstel van een van de raden een onderzoek kunnen instellen naar het gevoerde bestuur door het instellen van een onderzoekscommissie. Hiermee is de daartoe in de Gemeentewet (art. 155g ev) opgenomen mogelijkheid ook in de GR verankerd. 26, 27 N.v.t. De termijnen zijn aangepast aan de nieuwe Artikel 5
Reactie op zienswijze Wijzigen GR Bevoegdheden Rekenkamer
Actieve informatieplicht Participatie inwoners & belanghebbenden
Gemeenschappelijke adviescommissie
Zienswijze over specifieke besluiten Evaluatie
Uittreding
Overige wijzigingen
wettelijke termijnen zoals opgenomen in de Wgr. Voor de kadernota wordt uitgegaan van de huidige afspraak om die voor 1 december van het voorafgaande jaar aan te bieden 26 N.v.t. De wettekst uit de Wgr is gevolgd. 33 N.v.t. Deze bepaling is ongewijzigd gebleven. 7 N.v.t. In artikel 7 is een verwijzing te vinden naar artikel 184 van de Gemeentewet, waarin deze bevoegdheid is opgenomen. Voorgestelde wijziging met keuze Artikel Variant Toelichting 21 Deze bepaling is niet gewijzigd, omdat die al conform de Wgr was. 12 Minimale Participatie vindt plaats als de GR of de wet dat variant voorschrijft op de in de gemeente gebruikelijke wijze, omdat de ODR in mandaat taken van de gemeente uitvoert. De ODR kent geen enkele adviescommissie, derhalve is deze commissie ook niet verwerkt in de GR. Indien in de toekomst de wens of noodzaak bestaat alsnog een gezamenlijke adviescommissie in te richten, dan kan dat door unanieme besluitvorming van alle raden en staten van de deelnemende gemeenten en de provincie op grond van de Wgr. 12, 16, 19 Dynamische Besluiten die een aanzienlijk politiek of financieel variant belang hebben worden voorgelegd voor zienswijzen aan de raad 36 Dynamische Deze bepaling is uitgebreid. Het algemeen bestuur variant beslist over de evaluatiecriteria nadat de raden en staten een zienswijze naar voren kunnen brengen.
Het algemeen bestuur beslist over de evaluatiecriteria. 32 Minimale De deelname aan de Omgevingsdienst is voor de variant milieutaken verplicht. De uittredingsbepalingen zijn daarom bondig opgenomen en voldoen daarmee aan de Wgr. 22 De archiefbepalingen zijn aangepast aan de (regionale) standaard die daarvoor door het Regionale Archief Rivierenland is ontwikkeld, zodat regionaal de archiefregeling op dezelfde manier is ingericht. Overweging Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en 1, 4 worden deze bepalingen daarmee in overeenstemming gebracht 5 Deelnemers kunnen ook andere taken dan de basistaken onderbrengen bij de ODR. Het algemeen bestuur kan in overleg met deelnemers de uitvoering van taken bij de deelnemers terugleggen. 13 Deze teksten is in overeenstemming gebracht met de Wgr 17 De tekst is aangepast aan de bevoegdheden van het dagelijks bestuur in de Wgr en aan de rechtspositie van de werknemers in de geldende cao 35 De samenwerking van de omgevingsdiensten in het Gelders Stelsel hebben in dit artikel een plaats gekregen. 37 De inwerkingtreding is in lijn met de Wgr gebracht.
RAR Naast de wijzigingen in verband met de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (geel gearceerd in de tekst) heeft RAR ook een aantal wijzigingen in de GR aangebracht vanwege gesignaleerde kleine onvolkomenheden, die in het kader van ‘onderhoud’ zijn aangepast. Daarnaast is de taakomschrijving iets aangepast zodat deze beter bij de huidige taken past en op de toekomst is voorbereid. Tot slot is de financiële paragraaf iets gewijzigd met een duidelijk verwijzing naar de van toepassing zijnde financiële verordening. Deze wijzigingen zijn groen gearceerd.
Gezamenlijk onderzoek
Aanpassing termijnen
Reactie op zienswijze
Wijzigen GR
Bevoegdheden Rekenkamer
Actieve informatieplicht
Participatie inwoners & belanghebbenden
Gemeenschappelijke adviescommissie
Zienswijze over
Voorgestelde wijziging zonder keuze Variant Toelichting N.v.t. In de GR is expliciet opgenomen dat de raden gezamenlijk op voorstel van een van de raden een onderzoek kunnen instellen naar het gevoerde bestuur door het instellen van een onderzoekscommissie. Hiermee is de daartoe in de Gemeentewet (art. 155g ev) opgenomen mogelijkheid ook in de GR verankerd. 24 lid N.v.t. De termijnen zijn aangepast aan de nieuwe wettelijke 2, 4 en termijnen zoals opgenomen in de Wgr. 6 24 lid 3 N.v.t. In de GR is opgenomen dat het dagelijks bestuur schriftelijk en gemotiveerd de raden in kennis stelt van het oordeel over de zienswijze en welke conclusie daaraan eventueel verbonden wordt. Hiermee volgt de GR de wettekst en wordt expliciet geborgd dat de raden in de gelegenheid worden gesteld voorafgaand aan de besluitvorming via het eigen college invloed uit te kunnen oefenen op de besluitvorming in het algemeen bestuur, door het college een boodschap mee te geven voor het door het college aangewezen lid van het algemeen bestuur. 31 lid N.v.t. Aangepast aan de wettelijke vereisten, waarbij de 2, 33 verplichte (wettelijke) zienswijze in het proces is verankerd. N.v.t. In de GR is niet expliciet opgenomen dat de bevoegdheden van de rekenkamer zijn uitgebreid. Wel is in artikel 18 lid 7 een verwijzing te vinden naar artikel 184 van de Gemeentewet, waarin deze bevoegdheid is opgenomen.
Voorgestelde wijziging met keuze Artikel Variant Toelichting 18 lid Minimale In lijn met de bedoeling van de wetgever is in de GR 1 variant opgenomen dat de raden ongevraagd alle informatie krijgen die zij nodig hebben voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid. 7 lid 6 Dynamische Er is gekozen voor een dynamische variant. Alleen bij die en 7 variant besluiten die ter zienswijze door het algemeen bestuur aan de raad worden voorgelegd, wordt participatie toegepast voor ingezetenen en belanghebbenden. De participatie verloopt dan via de gemeenten en op de in de betreffende gemeente gebruikelijke wijze. 18 lid Minimale Er is voor gekozen de tekst uit de Wgr over te nemen om 8 variant expliciet te maken dat op voorstel van de raden het algemeen bestuur een gezamenlijke adviescommissie in stelt. In eerste instantie wordt de huidige werkwijze niet gewijzigd en daarnaast wordt de invoering van het PvA van de kring van griffiers afgewacht. Indien in de toekomst de wens of noodzaak bestaat alsnog een gezamenlijke adviescommissie in te richten, dan kan dat. 7 lid 5 Dynamische Alleen in de gevallen het bestuur dat nodig vindt zullen Artikel 18 lid 7
specifieke besluiten
variant
Evaluatie
30
Dynamische variant
Uittreding
32
Minimale variant
Overige wijzigingen
1, sub e
N.v.t.
1 sub i en j
N.v.t.
3 lid 1 sub c
N.v.t.
13 sub l 18 lid 2 18 lid 5 18 lid 6
N.v.t.
24 lid 1 24 lid 5 26
N.v.t.
34 lid 1, 2 en 3
N.v.t.
N.v.t. N.v.t.. N.v.t.
N.v.t. N.v.t.
bestuursbesluiten ter zienswijze worden voorgelegd aan de raden. Dit heeft te maken met de uitvoerende en beleidsarme taakuitvoering van RAR. Wel wordt met het versturen van de kadernota aan de raden inzicht gegeven in de bestuursbesluiten die op de planning staan bij RAR. Er is voor gekozen de regeling op verzoek van één of meer deelnemers te laten evalueren, waarbij maximaal eens per 6 jaar wordt geëvalueerd. De evaluatiecriteria en de evaluatievraag worden door het bestuur bepaalt, maar voorafgaande daarvan ter zienswijze aan de raden aangeboden. Het algemeen bestuur besluit uiteindelijk over de inhoud, het proces en de werkwijze van de evaluatie. Aangevuld zodat deze aan de wettelijke voorwaarden voldoet. Is daarnaast in lijn gebracht met de uittredingsbepaling zoals die ook in de GR UBR al was opgenomen. Het proces en de wijze waarop de uittreedsom wordt bepaald geeft duidelijkheid over het vermogen van zowel de vertrekkende deelnemer, als van RAR als van de achterblijvende deelnemers. Toegevoegd is dat met Archiefwet de Archiefwet van 1995 wordt bedoeld, zodat de GR verwijst naar de thans geldende wet.
Twee begrippen zijn toegevoegd omdat ze nodig zijn voor het kunnen begrijpen van de uittredingsprocedure, te weten de begrippen ‘desintegratiekosten’ en ‘frictiekosten’ De doelomschrijving is aangevuld en toekomstbestendig gemaakt met het oog op het faciliteren van de e-depot voor de deelnemers van RAR. De taken van het dagelijks bestuur zijn aangevuld zodat deze in lijn zijn met de dagelijkse praktijk. Aanvulling van een omissie. Aanvulling in verband met een niet meer actuele verwijzing. In de GR is opgenomen dat, indien van toepassing, wordt deelgenomen aan regionale initiatieven en instrumenten. Hierbij valt te denken aan raadsavonden, platformbijeenkomsten en een informatieprotocol. Aanvulling ten behoeve van de leesbaarheid. Aangevuld dat ook een rechtmatigheidsverantwoording wordt toegevoegd, conform de staande praktijk. Expliciete verwijzing naar de financiële verordening waaraan RAR zich conformeert. Aangepast aan de voorgaande wijziging van de Wgr in 2021.
Regio Rivierenland Naast de wijzigingen op basis van de gewijzigde GR (geel gearceerd in de tekst) heeft een herziening plaatsgevonden om de gemeenschappelijke regeling aan te passen aan de geldende wetgeving en de huidige praktijk, waaronder het werken met de regionale samenwerkingstaken (programma’s en projecten) en contractgestuurde dienstverlening. Ook is gepoogd meer flexibiliteit voor doorontwikkeling te creëren en bepalingen die uit het verleden waren blijven staan te actualiseren, of indien overbodig te verwijderen. Deze wijzigingen zijn groen gearceerd. Tenslotte is er nog een keer kritisch gekeken naar de vraag in hoeverre bij de gemeenschappelijke regeling nog steeds sprake is van een gemengde regeling nu de enige raadsbevoegdheid die
ingebracht wordt subsidieverlening is, die de Regio Rivierenland ook op eigen titel kan doen. Een collegeregeling lijkt in de huidige tijd meer passend. Dit is het voorstel dat wordt gedaan op basis van de besluitvorming in het AB van Regio Rivierenland.
Gezamenlijk onderzoek
Aanpassing termijnen
Reactie op zienswijze
Toezending regeling Wijzigen GR
Bevoegdheden Rekenkamer
Actieve informatieplicht Participatie inwoners & belanghebbenden
Gemeenschappelijke adviescommissie
Zienswijze over specifieke besluiten
Voorgestelde wijziging zonder keuze Artikel Variant Toelichting 15 lid 9 N.v.t. Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze worden gemaakt. De toevoeging van dit lid zorgt ervoor dat de GR in overeenstemming wordt gebracht met de gewijzigde Wgr. Hoofdstuk N.v.t. Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze worden XI gemaakt. De termijnen in de bepalingen worden in overeenstemming gebracht met de gewijzigde Wgr. 22 lid 5 N.v.t. Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze worden gemaakt. De toevoeging van dit lid zorgt ervoor dat de GR in overeenstemming wordt gebracht met de gewijzigde Wgr. N.v.t. Deze verplichting is komen te vervallen. De bepaling in de tekst van de GR is dus geschrapt. 30, lid 2 N.v.t. Aangepast aan de wettelijke vereisten, waarbij de verplichte (wettelijke) zienswijze in het proces is verankerd. 15 lid 9 N.v.t. Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze worden gemaakt. De toevoeging van dit lid zorgt ervoor dat de GR in overeenstemming wordt gebracht met de gewijzigde Wgr Voorgestelde wijziging met keuze Artikel Variant Toelichting 15 lid 1 Minimale Het huidige artikel voldeed al aan de minimale variant variant. Geen wijziging opgenomen.