CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

20240109 Gewijzigd Collegevoorstel zienswijze wijziging GR-en Rivierenland.pdf

Gemeenteraad 30 januari 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: a: Wijziging GR, Regio Rivierenland13.552 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

15 lid 8 Minimale Ogenomen is dat ingezetenen en variant met belanghebbenden inbreng kunnen hebben op de een voorbereiding en besluitvorming van het bestuur dynamisch via de bestaande mogelijkheden bij de element bestuursorganen van de deelnemers. Dit wordt aangevuld met een optie om zelf ook participatie te organiseren indien dat nodig wordt geacht (dynamische variant). Dit is ook de uitkomst van de tweede raadsbijeenkomst in het kader van het regionale traject. 3 lid 4 + 3 Minimale De huidige situatie blijft voortbestaan. Hierbij geldt en variant dat het mogelijk is dat de raden gezamenlijk een 15 lid 7 gemeenschappelijke adviescommissie instellen, de wettekst wordt hiervoor herhaald. De bestaande agendacommissie is opgenomen in de tekst en er wordt melding gemaakt van de instrumenten en initiatieven in de regio waarin Regio Rivierenland nu al deelneemt. Overigens is de bestaande agendacommissie toegevoegd in artikel 3. 15 lid 6 Dynamische Opgenomen dat alle besluiten die aanzienlijk variant politiek of financieel belang hebben door het algemeen bestuur ter zienswijze aan de raden Pagina 19 van 28

moeten worden voorgelegd. Ook zal het algemeen bestuur in het kader van de informatieplicht een besluitenlijst opstellen met daarbij de vermelding welke besluiten men voornemens is ter zienswijze aan te bieden en welke niet. Dit laatste is de uitkomst van de tweede raadsbijeenkomst in het kader van het regionale traject.

Evaluatie

Uittreding

34 lid 3

29

Dynamische variant

Minimale variant

In deze variant wordt niet in de GR vastgelegd welke besluiten precies worden voorgelegd maar dat dit ter beoordeling van het bestuur van het samenwerkingsverband wordt gelaten. Aan het bestuur wordt de vrijheid gegeven om te bepalen in welke gevallen sprake is van een dusdanig politiek belang of financieel belang dat het nodig is het besluit voorafgaand aan de raden voor te leggen. In specifieke gevallen kan de keuze worden gemaakt een zienswijzeprocedure te hanteren zodat maatwerk mogelijk is. Er is opgenomen dat op verzoek van één of meer van de deelnemers evaluatie gestart kan worden en dat het (algemeen) bestuur beslist over het wel of niet en over de onderzoeksopdracht. Deze variant geeft flexibiliteit omdat naar behoefte van de deelnemers geëvalueerd wordt. Op momenten dat samenwerking goed loopt en er weinig vragen zijn over de wijze van samenwerking en het nut en de efficiëntie ervan, kan het prettig zijn om niet aan een verplichte evaluatie vast te zitten. Het (algemeen) bestuur heeft de vrijheid om over de evaluatiecriteria, inhoud, proces en werkwijze van een binnengekomen evaluatieverzoek te beslissen. De evaluatiecriteria moeten wel vooraf ter zienswijze voorgelegd worden aan de raden.

Opgenomen is welke kaders in ieder geval gelden voor het proces en voor de bepaling van de uittreedsom en op basis van die kaders het algemeen bestuur een uittredingsrichtlijn laten vaststellen, eventueel nadat deze uittredingsrichtlijn aan de raden ter zienswijze is voorgelegd. Deze variant biedt de mogelijkheid aan het algemeen bestuur om, binnen de gestelde kaders, zelf uitvoering te geven aan de uittreding. Dit is gunstig voor de gevallen dat een wijziging van bepaalde onderdelen binnen de uittredingsregeling aangepast kunnen worden zonder dat daarvoor een GR-wijziging benodigd is, maar waarbij wel duidelijk is welke kaders in ieder geval gelden voor de uittredingsrichtlijn. De bestaande uittredingsbepaling van Regio Rivierenland is daarvoor waar nodig aangepast. Voor deze bepaling is het nodig om artikel 1 begripsbepalingen uit te bereiden

Overige wijzigingen Wijziging archiefwet

27

N.v.t.

De geldende Archiefwet zal worden gewijzigd. Om te voorkomen dat gemeenschappelijke Pagina 20 van 28

Begripsbepalingen Bestuur Belangen

1 3 4

N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Taken

5

N.v.t.

Bevoegdheden

6

N.v.t.

Aantal leden/einde lidmaatschap/ontslag

7, 10 en 16

N.v.t.

Secretaris directeur en organisatie

20

N.v.t.

Opheffing/Taakvermindering

29 lid 10 /31

N.v.t.

Geschillen

32

N.v.t.

regelingen moeten worden gewijzigd na inwerkingtreding van de nieuwe wet heeft het Regionaal Archief Rivierenland een modelbepaling opgesteld. De geldende bepaling over archief van de Regio Rivierenland voldeed daar voor het grootste deel al aan. De verwijzing naar de Archiefwet 1995 en specifieke artikelen daarvan is verwijderd en er is een artikellid uit de modelbepaling toegevoegd aan artikel 27. Deze zijn geactualiseerd en aangevuld. De bestaande agendacommissie is toegevoegd Hiervoor is een nieuw artikel opgesteld dat meer recht doet aan de huidige praktijk en flexibiliteit mogelijk maakt. Bestaande uitgangspunten zijn niet gewijzigd. De nieuwe opzet sluit aan op de indeling in de begroting. Er is geen wijziging aangebracht bij delegatie. Expliciet is gemaakt dat waar nodig buiten de regeling om mandaat, volmacht en machtiging worden verleend voor taken. Bij subsidies wordt er nu van uitgegaan dat die op eigen titel worden uitgevoerd. Er is geen wijziging aangebracht bij delegatie. Expliciet is gemaakt dat waar nodig buiten de regeling om mandaat, volmacht en machtiging worden verleend voor taken. Bij subsidies wordt er nu van uitgegaan dat die op eigen titel worden uitgevoerd. De bepalingen zijn herzien om wetsconformiteit te borgen. Indien een gemengde regeling verder wenselijk is, is ook een voorstel gedaan voor een wetsconforme omgang voor de rol van de voorzitter.

Artikel 10 en artikel 16 zijn ook hieraan aangepast waar nodig. Verouderde bepalingen over de laag van directeuren zijn geschrapt en de artikelleden van voormalig twee afzonderlijke artikelen samengevoegd. De secretaris vervult ook de rol van directeur van de organisatie en dat is nu in de regeling benoemd. Toegevoegd is ook dat de systematiek van het artikel ook geldt bij taakvermindering en bij opheffing. Dit laatste was al het geval. Nu is duidelijk gemaakt welke eis geldt voor het afwijken van die procedure bij opheffing. Deze is nieuw toegevoegd omdat er eerder geen geschillenregeling was en het wenselijk is om voordat men de formele weg inslaat bij de provincie, eerst zelf een goede poging tot geschillenbeslechting te doen. De praktijk leert dat de provincie hier anders op zou aandringen.

UBR Naast de wijzigingen op basis van de gewijzigde GR heeft alleen een herziening plaatsgevonden van de bepaling over Archief. Alle wijzigingen zijn geel gearceerd in de tekst.

Gezamenlijk onderzoek

Artikel 5 lid 5

Voorgestelde wijziging zonder keuze Variant Toelichting N.v.t. Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze worden

Pagina 21 van 28

Aanpassing termijnen

Reactie op zienswijze

Toezending regeling Wijzigen GR

Bevoegdheden Rekenkamer

Actieve informatieplicht

Participatie inwoners & belanghebbenden

Gemeenschappelijke adviescommissie

Zienswijze over specifieke besluiten

gemaakt. De toevoeging van dit lid zorgt ervoor dat de GR in overeenstemming wordt gebracht met de gewijzigde Wgr. 24, 27 Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze worden lid 3, gemaakt. De termijnen in de bepalingen worden in 29 lid 2 overeenstemming gebracht met de gewijzigde Wgr. 26 lid 4 N.v.t. Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze worden gemaakt. De toevoeging van dit lid zorgt ervoor dat de GR in overeenstemming wordt gebracht met de gewijzigde Wgr. N.v.t. Deze verplichting is komen te vervallen. De bepaling in de tekst van de GR is dus geschrapt. N.v.t. N.v.t. Deze GR bevat geen bepaling over wijzigingen, hiervoor dient de wetstekst van de Wgr te worden gevolgd, die een zienswijze door raden voorafgaand aan besluitvorming voorschrijft. 5 lid 5 N.v.t. Er kan hiervoor geen zelfstandige keuze worden gemaakt. De toevoeging van dit lid zorgt ervoor dat de GR in overeenstemming wordt gebracht met de gewijzigde Wgr. Voorgestelde wijziging met keuze Artikel Variant Toelichting 5 lid 3 Minimale Er wordt volstaan met de algemene bepaling dat het variant bestuur (algemeen en dagelijks) gevraagd en ongevraagd aan de raden alle inlichtingen verstrekt door toezending die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid. Dit is de wettelijke minimale variant.

Uiteraard moeten de besturen daarbij voldoen aan de eisen die de wet, bijvoorbeeld de Wet open overheid, stelt aan de verplichting tot het delen van informatie. 5 lid 4 Minimale Opgenomen is dat ingezetenen en belanghebbenden variant met inbreng kunnen hebben op de voorbereiding en een besluitvorming van het bestuur via de bestaande dynamisch mogelijkheden bij de bestuursorganen van de element deelnemers (dynamisch element). In de minimale variant wordt aangesloten bij de participatietrajecten bij de gemeenten waarvan de bestuursorganen deelnemen aan de GR. Dit ligt voor de hand, omdat de UBR alleen gemandateerde bevoegdheden uitvoert van de deelnemende bestuursorganen. De bevoegdheden (en daarmee bijvoorbeeld het vaststellen van het beleid) blijven daarmee bij de gemeentelijke bestuursorganen liggen. 18 lid Minimale De minimale variant is de huidige situatie laten 3, 36 variant voortbestaan, waarbij het mogelijk is dat de raden lid 6 gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie in stellen. In artikel 36 lid 6 wordt een bepaling toegevoegd waarbij de UBR expliciet deelneemt aan regionale initiatieven en instrumenten. 35 lid Dynamische Opgenomen is dat alle besluiten die aanzienlijk politiek 4 variant of financieel belang hebben door het algemeen bestuur ter zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd.

In deze variant wordt niet in de GR vastgelegd welke besluiten precies worden voorgelegd maar dat dit ter beoordeling van het bestuur van het samenwerkingsverband wordt gelaten. Aan het bestuur wordt de vrijheid gegeven om te bepalen in welke gevallen sprake is van een dusdanig politiek belang of

Pagina 22 van 28

Evaluatie

40 lid 2

Dynamische variant

Uittreding

1 en 43 leden 5, 6 8,9,10 en 12

Minimale variant

39

N.v.t.

Overige wijzigingen Archiefwet

financieel belang dat het nodig is het besluit voorafgaand aan de raden voor te leggen. In specifieke gevallen kan de keuze worden gemaakt een zienswijzeprocedure te hanteren zodat maatwerk mogelijk is. Opgenomen is dat op verzoek van één of meer van de deelnemers evaluatie gestart kan worden en dat het (algemeen) bestuur beslist over het wel of niet en over de onderzoeksopdracht. Deze variant geeft flexibiliteit omdat naar behoefte van de deelnemers geëvalueerd wordt. Op momenten dat samenwerking goed loopt en er weinig vragen zijn over de wijze van samenwerking en het nut en de efficiëntie ervan, kan het prettig zijn om niet aan een verplichte evaluatie vast te zitten. Het (algemeen) bestuur heeft de vrijheid om op over de evaluatiecriteria, inhoud, proces en werkwijze van een binnengekomen evaluatieverzoek te beslissen. De evaluatiecriteria worden wel vooraf ter zienswijze voorgelegd moet worden aan de raden. Opgenomen is welke kaders in ieder geval gelden voor het proces en voor de bepaling van de uittreedsom en op basis van die kaders het algemeen bestuur een uittredingsrichtlijn laten vaststellen, eventueel nadat deze uittredingsrichtlijn aan de raden ter zienswijze is voorgelegd. Deze variant biedt de mogelijkheid aan het algemeen bestuur om, binnen de gestelde kaders, zelf uitvoering te geven aan de uittreding.

Dit is gunstig voor de gevallen dat een wijziging van bepaalde onderdelen binnen de uittredingsregeling aangepast kunnen worden zonder dat daarvoor een GR-wijziging benodigd is, maar waarbij wel duidelijk is welke kaders in ieder geval gelden voor de uittredingsrichtlijn. De bestaande uittredingsbepaling van UBR is al zeer uitvoerig en wordt minimaal aangepast. Voor deze bepaling is het nodig om artikel 1 begripsbepalingen uit te bereiden. De geldende Archiefwet zal worden gewijzigd. Om te voorkomen dat gemeenschappelijke regelingen moeten worden gewijzigd na inwerkingtreding van de nieuwe wet het Regionaal Archief Rivierenland een modelbepaling opgesteld. De geldende bepaling over archief van de UBR voldeed daar voor het grootste deel al aan. De verwijzing naar de Archiefwet 1995 en specifieke artikelen daarvan is verwijderd en er is een artikellid uit de modelbepaling toegevoegd aan artikel 39.

VRGZ De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft, naast de wijzigingen die voortvloeien uit de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (geel gearceerd in de tekst), ook een actualisatie van de GR doorgevoerd. Daardoor zijn ook een aantal andere wijzigingen opgenomen. Deze wijzigingen zijn groen gearceerd. Voorgestelde wijziging zonder keuze Artikel Variant Toelichting Gezamenlijk onderzoek N.v.t. In de GR is niet expliciet opgenomen dat de raden gezamenlijk op voorstel van een van de raden een onderzoek kunnen instellen naar het gevoerde bestuur door het instellen van een onderzoekscommissie. Dit doet niets af aan de in de Gemeentewet (art. 155g ev) opgenomen bevoegdheid hiertoe. Aanpassing termijnen 32 lid 1, De termijnen zijn aangepast aan de uiterste wettelijke

Pagina 23 van 28

2 en 8.

Reactie op zienswijze

en art. 34 lid 1 32 lid 5

Wijzigen GR

37 lid 3

Bevoegdheden Rekenkamer

-

Actieve informatieplicht

Artikel 19

Participatie inwoners & belanghebbenden

11b

Gemeenschappelijke adviescommissie

-

Zienswijze over specifieke besluiten

11a

termijnen en expliciet in de GR opgenomen.

N.v.t.

In de GR is opgenomen dat het dagelijks bestuur schriftelijk en gemotiveerd de raden in kennis stelt van het oordeel over de zienswijze en welke conclusie daaraan eventueel verbonden wordt. Hiermee volgt de GR de wettekst en wordt expliciet geborgd dat de raden in de gelegenheid worden gesteld voorafgaand aan de besluitvorming via het eigen college invloed uit te kunnen oefenen op de besluitvorming in het algemeen bestuur, door het college een boodschap mee te geven voor het door het college aangewezen lid van het algemeen bestuur. N.v.t. Aangepast aan de wettelijke vereisten, waarbij de verplichte (wettelijke) zienswijze in het proces is verankerd. N.v.t. In de GR is niet expliciet opgenomen dat de rekenkamer nu een uitgebreidere bevoegdheid heeft tot het onderzoeken van samenwerkingsverbanden. Dit doet niets af aan de in de Gemeentewet (art. 184) opgenomen bevoegdheid hiertoe. Voorgestelde wijziging met keuze Variant Toelichting Dynamische In de GR is de wettelijke plicht opgenomen dat door het variant algemeen bestuur en dagelijks bestuur aan de raden ongevraagd die informatie wordt toegezonden die de raden nodig hebben. Er is een expliciete verbinding gelegd met de bepalingen in de Wet open overheid, op grond waarvan sowieso bepaalde informatie openbaar gemaakt moet worden.

Daarnaast is opgenomen dat een informatieprotocol kan worden vastgesteld, zodat ook tegemoetgekomen wordt aan de voorkeur hiertoe die is uitgesproken tijdens de regionale raadsavond. Dynamische In de GR is opgenomen dat participatie van inwoners en variant belanghebbenden zal verlopen via de in de gemeenten gebruikelijke wijze, waarbij participatie op besluiten waarop zienswijze van de raden wordt gevraagd, de participatie ook via de raden zal verlopen. Om tegemoet te komen aan de voorkeursvariant zoals uitgesproken op de regionale raadsavond, kan het bestuur besluiten in welke gevallen welke participatie-instrumenten worden ingezet. Minimale Niet in de GR opgenomen zodat de wettelijke bepaling variant van artikel 24a geldt. Er heeft dus geen wijziging in de GR-tekst plaatsgevonden ten aanzien van dit instrument. Specifieke In de GR is een vijftal besluiten opgenomen waarvoor variant met het bestuur, voorafgaand aan het nemen ervan, een zienswijze vraagt aan de raden. Het betreft de volgende dynamische besluiten: element a. besluit dagelijks bestuur tot vaststellen van de kadernota zoals bedoeld in artikel 34b van de wet; b. besluit algemeen bestuur tot vaststellen van de resultaatbestemming als onderdeel van de jaarrekening; c. besluit algemeen bestuur tot vaststellen van het beleidsplan zoals bedoeld in artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s; d.

besluit algemeen bestuur tot het vaststellen van een risicoprofiel zoals bedoeld in artikel 15 lid 3 van de Wet Pagina 24 van 28

Evaluatie

40a

Dynamische variant

Uittreding

36a

Minimale variant

Overige wijzigingen

Aanhef regeling

N.v.t.

8

N.v.t.

9

N.v.t.

10

N.v.t.

11

N.v.t.

veiligheidsregio’s; e. besluit algemeen bestuur tot het vaststellen van het liquidatieplan. Daarnaast legt het algemeen bestuur besluiten ter zienswijze voor als naar het oordeel van het bestuur sprake is van aanzienlijk politiek- of aanzienlijk financieel belang. Met deze laatste toevoeging is tegemoetgekomen aan de voorkeursvariant van de raden tijdens de regionale raadsbijeenkomst. In de GR is opgenomen dat het algemeen bestuur kan besluiten tot evaluatie en dat een verzoek daartoe door twee of meer deelnemers kan worden gedaan. Het bestuur besluit over inhoud, proces en werkwijze van de evaluatie en daarnaast stelt het bestuur de onderzoeksopdracht vast. Uittreding is enkel aan de orde als dat wettelijk mogelijk is. Wanneer dat wettelijk mogelijk is – hetgeen nu (peildatum 28 september 2023) niet het geval is - maar de wet vervolgens niets regelt over de voorwaarden en gevolgen van uittreding, dan zijn de bepalingen van artikel 36a van toepassing. In artikel 36a wordt het uittredingsproces weergegeven. Het uittredingsproces kent twee belangrijke onderdelen, namelijk het proces om te komen tot de uittreedsom en het proces van de uittreding zelf. Het proces om te komen tot (vaststelling van) de uittreedsom deelt een rol toe aan een projectgroep die wordt samengesteld door het dagelijks bestuur.

Deze projectgroep heeft de taak om de gevolgen van de uittreding voor het vermogen van de gemeenschappelijke regeling in beeld te brengen waaronder de gevolgen op het gebied van personeel, contracten, huisvesting en investeringen. De frictiekosten en desintegratiekosten worden in het artikel genoemd omdat deze in ieder geval onderdeel uitmaken van de uittreedsom. Het artikel biedt ruimte om, voor zover dat aan de orde zou zijn, nog andere kosten in de uittreedsom mee te nemen. Om het proces tot het vaststellen van de uittreedsom te kaderen zijn termijnen in het artikel opgenomen. Er is voor gekozen om geen zienswijze van de raden van de deelnemende gemeenten te vragen als het gaat om het besluit tot het vaststellen van de uittreedsom. De gemeenten Nijmegen en Buren worden toegevoegd in de aanhef, dit betreft verder geen inhoudelijke wijziging van de GR. Daarnaast worden de beweegredenen voor de wijziging van de GR toegelicht in de aanhef van de GR. Voormalig artikel 8 is komen te vervallen. Alleen de deelnemende colleges kunnen besluiten tot wijziging van de GR zodat de eerdere bepaling in strijd was met de Wgr. Om die reden is die komen te vervallen. De taken en bevoegdheden per bestuursorgaan zijn in lijn gebracht met de mogelijkheden die de Wgr biedt en (onder andere) aangepast aan de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren.

Het artikel is aangepast aan de Wet veiligheid regio’s en er is een vervangingsregeling opgenomen. Er is geen sprake van een inhoudelijke wijziging van de regeling. Het betreft geen inhoudelijke wijziging van het artikel. Het eerste lid wordt toegevoegd en de overige leden blijven hetzelfde maar worden wel Pagina 25 van 28

12

N.v.t.

15

N.v.t.

20

N.v.t.

21

N.v.t.

30

N.v.t.

36

N.v.t.

38

N.v.t.

40b

N.v.t.

41

N.v.t.

doorgenummerd. Daardoor is ook de eerdere omissie uit het oude artikel waar abusievelijk werd verwezen naar lid 10 in plaats van lid 11 hersteld. Het artikel is anders geredigeerd en aangepast aan de Wgr. Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen in het artikel opgenomen. Het artikel is anders geredigeerd en aangepast aan de thans geldende Wet veiligheidsregio’s en de Wgr. Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen in het artikel opgenomen. De wijziging van artikel 20 betreft geen inhoudelijke wijzigingen. Het artikel is anders geredigeerd en aangepast aan de thans geldende Wet op de veiligheidsregio’s en de Wgr. Het artikel is anders geredigeerd. Het betreft geen inhoudelijke wijziging van het artikel. Het artikel is aangepast met een verwijzing naar de in artikel 11a vastgelegde verplichting voor het algemeen bestuur voorafgaand aan het vaststellen van het beleidsplan zienswijze te vragen aan de raden. Daarnaast is een expliciete verwijzing naar hetgeen in de Wet veiligheidsregio’s is opgenomen. Voorheen betrof het artikel zowel de toetreding als de uittreding. Dit is uit elkaar getrokken. Artikel 36 gaat nu alleen nog over toetreding. De uittreding is in artikel 36a van de GR. Het artikel is gewijzigd zodat het aansluit op de verplichting het liquidatieplan overeenkomstig artikel 11a van de GR voor zienswijze voor te leggen aan de raden.

Het artikel met betrekking tot bekendmaking is aangepast aan de wijziging van de Wgr die reeds op 1 juli 2021, dus voorafgaand aan de laatste wijziging, heeft plaatsgevonden. Dit was nog niet in de regeling geëffectueerd zodat dat nu meteen is meegenomen. Het artikel is geredigeerd en aangepast aan de huidige bepalingen in de Wgr.

Werkzaak Rivierenland Werkzaak Rivierenland heeft in hoofdzaak de wijzigingen doorgevoerd als gevolg van de gewijzigde Wgr en een wijziging vanwege de archiefwetgeving, geel gearceerd in de tekst. Gezamenlijk onderzoek Aanpassing termijnen

Reactie op zienswijze Wijzigen GR Bevoegdheden Rekenkamer

Actieve informatieplicht

Voorgestelde wijziging zonder keuze Variant Toelichting N.v.t. De toevoeging van dit lid komt overeen met de wettelijke bevoegdheid uit de Wgr en Gemeentewet. 30, 31 De termijnen zijn aangepast aan de nieuwe wettelijke termijnen zoals opgenomen in de Wgr. Voor de vaststelling van de jaarrekening is de uiterste termijn opgenomen, zodat die in de praktijk tijdig kan worden vastgesteld. 30 N.v.t. De wettelijke tekst is overgenomen. 37 N.v.t. Dit artikel is niet gewijzigd 25 N.v.t. De toevoeging van dit lid komt overeen met de wettelijke bevoegdheid uit de Wgr en Gemeentewet. Voorgestelde wijziging met keuze Artikel Variant Toelichting 23 Minimale Aan de bestaande passieve informatieplicht is in dit variant artikel de actieve informatieplicht (ongevraagd) Artikel 25

Pagina 26 van 28

Participatie inwoners & belanghebbenden

14

Dynamische variant

Gemeenschappelijke adviescommissie

19 lid 4

Minimale variant

Zienswijze over specifieke besluiten

14, 17, 20

Dynamische variant

Evaluatie

40

Dynamische variant

Uittreding

36

Minimale variant

Overige wijzigingen

13, 18

22

toegevoegd. De meeste bevoegdheden die Werkzaak Rivierenland heeft zijn door de colleges gedelegeerd. Daarmee is de participatie bij de uitoefening van de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op basis van deze bevoegdheden eveneens een aangelegenheid van Werkzaak Rivierenland. Wat en op welke wijze wordt door het algemeen bestuur in een participatieverordening uitgewerkt. Er is voor gekozen de tekst uit de Wgr over te nemen om expliciet te maken dat op voorstel van de raden het algemeen bestuur een gezamenlijke adviescommissie in stelt. In eerste instantie wordt de huidige werkwijze niet gewijzigd en daarnaast wordt de invoering van het PvA van de kring van griffiers afgewacht. Indien in de toekomst de wens of noodzaak bestaat alsnog een gezamenlijke adviescommissie in te richten, dan kan dat. Besluiten van het algemeen bestuur met aanzienlijk politiek of financieel belang worden aan de raden voorgelegd voor zienswijzen. Op verzoek van deelnemers wordt geëvalueerd, niet vaker dan eens in de drie jaar. Het algemeen bestuur bepaalt de evaluatiecriteria en legt deze voor aan de raden voor een zienswijze. In de uittredingsbepaling worden het proces en de kaders voor het bepalen van uittreedsom vastgelegd. Daarbij stelt het algemeen bestuur het voorstel met de gevolgen voor aan de uittredende deelnemer, die daarover een zienswijze naar voren kan brengen.

Het voorstel wordt door het algemeen bestuur vastgesteld. De bepalingen uit de Wet open overheid zijn opgenomen om de samenhang met de actieve informatieplicht te vergroten. De archiefbepalingen zijn aangepast aan de (regionale) standaard die daarvoor door het Regionale Archief Rivierenland is ontwikkeld, zodat regionaal de archiefregeling op dezelfde manier is ingericht.

Beoogd effect De belangrijkste beoogde effecten zijn als volgt: • • • • •

De democratische legitimiteit van de samenwerkingsverbanden is vanaf de wijziging versterkt doordat raad, college, en bestuur van het samenwerkingsverband in positie zijn gebracht wat bijdraagt bij de uitoefening van hun eigen taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Voor elke GR is en passende maatwerkwijziging doorgevoerd. Er is draagvlak voor alle wijzigingen onder raden, colleges, besturen van de samenwerkingsverbanden, griffies en alle andere stakeholders. Voor alle stakeholders is duidelijk waarom welke (optionele) keuzes per GR zijn gemaakt bij het implementeren van de gewijzigde Wgr. Alle GR-en zijn voor de gestelde termijn van 1 juli 2024 gewijzigd en voldoen daarmee aan de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Argumenten Zier hierboven onder Deel II: Afwegingskader en onder Deel III: Specifiek

Communicatie

Pagina 27 van 28

Ten aanzien van communicatie gelden de volgende punten: • • •

De colleges bieden de voorgestelde ontwerp wijzigingen van de gemeenschappelijke regelingen ter zienswijze aan de raden. De zienswijze wordt namens de colleges in behandeling genomen door de (dagelijks) besturen. De reactie van de (dagelijks) besturen wordt bijgevoegd bij aanbieding van de definitieve ontwerp wijzigingen in het toestemmingsproces (zie hierboven planning en vervolg).

Financiën Er zijn geen directe financiële gevolgen van de wijziging van de GR-teksten. De elf samenwerkingsverbanden hebben met elkaar afgesproken ieder een gelijk aandeel van het regionale proces te bekostigen. Binnen elk algemeen bestuur zal de bijdrage aan het regionale proces bij behandeling van begroting/begrotingswijziging worden geagendeerd om te bepalen of het ten laste van de lopende begrotingen 2023 en 2024 dient te komen of dat hiervoor aanvullend een bijdrage wordt gevraagd van de deelnemers. Het maatwerktraject wordt door elk samenwerkingsverband zelf bekostigd. Uitvoering Voor het in behandeling nemen van de zienswijze en het aanbieden van de wijzigingsvoorstellen voor definitieve besluitvorming zijn vooral de besturen van de samenwerkingsverbanden aan zet. Zij betrekken hierbij en worden waar nodig ondersteund door de bestuurlijke en ambtelijke gremia die in dit traject betrokken zijn (zie de startnotitie). Deze gremia zullen ook nauw betrokken zijn bij de totstandkoming van de definitieve wijzigingsvoorstellen en integrale college- en raadsvoorstel die in maart 2024 naar alle colleges en raden worden verzonden. Bijlagen 1. Ontwerptekst gemeenschappelijke regelingen van a. AVRI; b. BSR; c. BVEB; d. BWB; e. GGD Gelderland-Zuid; f. ODR; g. RAR; h. Regio Rivierenland; i. UBR; j. VRGZ; k. Werkzaak Rivierenland. 2. Raadsvoorstel (zienswijzen en reactie); 3.

Vergelijking instrumentkeuze tussen GR-teksten; 4. Memo collegeregeling Regio Rivierenland.

Pagina 28 van 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/667/documents/14560