20240109 Gewijzigd Aangepast 19-12 Bijlage 3 Vergelijking instrumentkeuze tussen GR-teksten.pdf
Tekst van het document
Aan
Van
Raden tbv gezamenlijk traject
PROOF Adviseurs
PROOF Adviseurs BV. Postbus 2704 3000 CS Rotterdam info@proofadviseurs.nl (+31)850471007 proofadviseurs.nl Rabo NL43RABO0303425660 btw NL8550.87.250.B01 KvK 63089068
Implementatie Wgr Rivierenland
Plaats/datum
Betreft
Rotterdam, 15-12-2023
Vergelijking instrumentkeuze tussen GR-teksten
Vergelijking instrumentkeuze tussen GR-teksten In het onderstaande overzicht wordt per instrument uit de gewijzigde Wgr, met en zonder keuze, de wijzigingen in de desbetreffende gemeenschappelijke regelingen vermeld. Daarnaast staat vermeld voor welke variant is gekozen: specifiek, dynamisch of minimaal. De volgorde van instrumenten is 1.1 zienswijze, 1.2 participatie, 1.3 Gezamenlijke adviescommissie, 1.4 Informatieplicht, 1.5 Evaluatie, 1.6 Uittreding, 1.7 Onderzoeksbevoegdheid, 1.8 Termijnen P&C Cyclus en 1.9 Verplichte reactie DB op zienswijzen op begroting. Voor dit instrument is gekozen in plaats van een ‘was-wordt’ lijst per GR tekst. Onderstaand overzicht maakt mogelijk om de keuzes die de verschillende samenwerkingsverbanden per instrument hebben gemaakt te vergelijken. In veel gevallen gaat het ook nieuwe toevoegingen aan de eerder bestaande tekst. In de volledige teksten van de GR zijn de nieuwe of gewijzigde teksten gearceerd, zo dat makkelijk gekeken kan worden naar wijziging van de huidige geldende tekst.
1.1 Zienswijze
proofadviseurs.nl
Pagina 1 van 59
In de onderstaande tabellen specificeert de zienswijzen per GR. Bij sommige GR’en zijn de zienswijze van het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter over meerdere artikelen in de GR verspreid. Instrument
Variant
Organisatie
Artikel
Wijziging
Zienswijze algemeen bestuur
Keuze raadsavond:
Alle GR-en
N.v.t.
N.v.t.
Zienswijze dagelijks bestuur
Keuze raadsavond:
Alle GR-en
N.v.t.
N.v.t.
Zienswijze voorzitter
Keuze raadsavond:
Alle GR-en
N.v.t.
N.v.t.
AVRI
Artikel 8a Zienswijze op besluiten van het algemeen bestuur
1.Buiten de in deze regeling of bij of krachtens wet bepaalde gevallen wordt voorafgaand aan de volgende besluiten van het algemeen bestuur binnen een termijn van acht weken een zienswijze gevraagd aan de raden van de betrokken gemeenten:
Dynamische variant
Minimale variant
Minimale variant Zienswijze algemeen bestuur
Specifieke variant met een dynamisch element
a. de kadernota, bedoeld in artikel 27, eerste lid, en b. het vaststellen of wijzigen van de participatieverordening, bedoeld in artikel 8b.
proofadviseurs.nl
Pagina 2 van 59
Zienswijze dagelijks bestuur
Minimale variant
AVRI
Artikel 15: Dagelijks bestuur
4. Buiten de in deze regeling of bij of krachtens wet bepaalde gevallen zijn er geen besluiten van het dagelijks bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze wordt gevraagd.
Zienswijze voorzitter
Minimale variant
AVRI
Artikel 16: Voorzitter
Zienswijze algemeen bestuur
Dynamische variant
BSR
Artikel 3 Bestuur
3. Buiten de in deze regeling of bij of krachtens wet bepaalde gevallen zijn er geen besluiten van de voorzitter, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze wordt gevraagd. 4. Besluiten die naar het oordeel van het algemeen bestuur een aanzienlijk politiek of financieel belang hebben voor de deelnemers, worden ter zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden en algemeen besturen van de deelnemers. Hiervoor geldt een termijn van acht weken. Met de kaders bedoeld in artikel 30, eerste lid, stuurt het algemeen bestuur aan de raden een lijst van beoogde besluitvorming en besluiten die het voornemens is ter zienswijze zoals hiervoor bedoeld, voor te leggen.
Zienswijze
Minimale variant
BVEB
Artikel 11 Besluitvorming
6.Tenzij het bestuur anders bepaalt, worden naast de wettelijk verplichte besluiten en de besluiten die in deze regeling worden genoemd, geen andere besluiten door het bestuur ter zienswijze aan de raden voorgelegd.
Zienswijze
Minimale variant
BWB
Artikel 12 – Informatie, zienswijzen, inlichtingen, verantwoording en ontslag bestuursleden
5. Tenzij het bestuur anders bepaald worden, naast de wettelijk verplichte besluiten en de besluiten die in deze regeling worden genoemd, geen andere besluiten door het bestuur ter zienswijze aan de raden voorgelegd.
Zienswijze algemeen bestuur
Specifieke variant met een
GGD Gelderland Zuid
Artikel 11a Zienswijze raden
1. Met inachtneming van artikel 10 lid 5 van de wet worden de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het nemen van het besluit in de gelegenheid gesteld om een
proofadviseurs.nl
Pagina 3 van 59
dynamisch element
zienswijze naar voren te brengen indien het één van de volgende besluiten betreft: a. besluit algemeen bestuur tot het vaststellen van de meerjarenstrategie; b. besluit algemeen bestuur om – op voorstel van de colleges – het takenpakket van de GGD aan te passen c. besluit algemeen bestuur om een voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling in overweging te geven aan de colleges, overeenkomstig artikel 1 van de wet. 2. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur biedt de raden een termijn van minimaal acht weken voor het schriftelijk naar voren brengen van een zienswijze. 3. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten, en indien het een besluit van het algemeen bestuur betreft, ook het algemeen bestuur, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 4. Niet tijdig ontvangen zienswijzen kunnen door het dagelijks bestuur buiten beschouwing worden gelaten. 5. De zienswijze met betrekking tot de kaderbrief, de begroting en de jaarrekening zijn separaat geregeld in respectievelijk artikel 30a, 31 en 33 van deze regeling.
proofadviseurs.nl
Pagina 4 van 59
Zienswijze algemeen bestuur
Dynamische variant
ODR
Artikel 12. Werkwijze
Zienswijze dagelijks bestuur
Minimale variant
ODR
Artikel 16. Werkwijze
Zienswijze voorzitter
Minimale variant
ODR
Artikel 19. Bevoegdheden
Zienswijze algemeen bestuur
Dynamische variant
RAR
Artikel 7
Zienswijze dagelijks bestuur
Minimale variant
RAR
Artikel 10
Zienswijze voorzitter
Minimale variant
RAR
Artikel 15
Zienswijze algemeen bestuur
Dynamische variant
Regio Artikel 15 Externe Rivierenland inlichtingen- en
proofadviseurs.nl
6.Het algemeen bestuur legt naast de verplichte besluiten die in de wet of in deze regeling worden genoemd, de besluiten die een aanzienlijk politiek of financieel belang hebben voor de deelnemers ter zienswijze voor aan de gemeenteraden en provinciale staten van de deelnemers. 7.Het dagelijks bestuur legt naast de verplichte besluiten die in de wet of in deze regeling worden genoemd, geen besluiten ter zienswijze voor aan de raden of provinciale staten van de deelnemers. 4. De voorzitter legt naast de verplichte besluiten die in de wet of in deze regeling worden genoemd, geen besluiten ter zienswijze voor aan de raden of provinciale staten van de deelnemers. 5.Tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt ,worden, naast de wettelijk verplichte besluiten en de besluiten die in deze regeling worden genoemd, geen andere besluiten door het algemeen bestuur ter zienswijze aan de raden voorgelegd. Met de kaders bedoeld in artikel 24, zesde lid, stuurt het algemeen bestuur aan de raden een lijst van beoogde besluitvorming en besluiten die het voornemens is ter zienswijze hiervoor bedoeld, voor te leggen. 2. Door het dagelijks bestuur worden naast de wettelijk verplichte besluiten en de besluiten die in deze regeling worden genoemd, geen andere besluiten ter zienswijze aan de raden voorgelegd. 4.
Door de voorzitter worden, naast de wettelijk verplichte besluiten en de besluiten die in deze regeling worden genoemd, geen andere besluiten ter zienswijze aan de raden voorgelegd. 6. Het algemeen bestuur legt besluiten, die een aanzienlijk politiek of financieel belang hebben voor de gemeentes ter zienswijze voor aan de raden van de gemeenten. Hiervoor geldt een termijn
Pagina 5 van 59
verantwoordingsverplichtinge n
Zienswijze dagelijks bestuur
Dynamische variant
Regio Artikel 14 Interne inlichtingenRivierenland en verantwoordingsverplichtinge n
Zienswijze algemeen bestuur
Dynamische variant
UBR
Artikel 35: Verantwoordelijkheid leden algemeen bestuur
Zienswijze dagelijks bestuur
Dynamische variant
UBR
Artikel 32: Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur
Zienswijze algemeen bestuur
Specifieke variant met een dynamisch element
Veiligheidsregio Gelderland Zuid
Artikel 11a Zienswijze raden
van acht weken. Met de kaders bedoeld in artikel 22, eerste lid, stuurt het algemeen bestuur aan de raden een lijst van beoogde besluitvorming en besluiten die het voornemens is ter zienswijze zoals hiervoor bedoeld, voor te leggen. 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid. Het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter legt geen besluiten ter zienswijze voor aan de raden van de gemeenten. 4. Het algemeen bestuur legt besluiten, die een aanzienlijk politiek of financieel belang hebben voor de deelnemers ter zienswijze voor aan de raden. Hiervoor geldt een termijn van acht weken. Met de kaders bedoeld in artikel 24, stuurt het algemeen bestuur aan de raden een lijst van beoogde besluitvorming en besluiten die het voornemens is ter zienswijze zoals hiervoor bedoeld, voor te leggen. 6. Het dagelijks bestuur legt geen besluiten voor zienswijze voor aan de raden.
1. Met inachtneming van artikel 10 lid 5 van de wet worden de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaand aan het nemen van het besluit in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen indien het één van de volgende besluiten betreft: a. besluit dagelijks bestuur tot vaststellen van de kadernota zoals bedoeld in artikel 34b van de wet;
proofadviseurs.nl
Pagina 6 van 59
b. besluit algemeen bestuur tot vaststellen van de resultaatbestemming als onderdeel van de jaarrekening; c. besluit algemeen bestuur tot vaststellen van het beleidsplan zoals bedoeld in artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s; d. besluit algemeen bestuur tot het vaststellen van een risicoprofiel zoals bedoeld in artikel 15 lid 3 van de Wet veiligheidsregio’s; e. besluit algemeen bestuur tot het vaststellen van het liquidatieplan. 2. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur biedt de raden een termijn van minimaal acht weken voor het schriftelijk naar voren brengen van een zienswijze. 3. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten, en indien het een besluit van het algemeen bestuur betreft, ook het algemeen bestuur, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 4. Zienswijzen van de raden van de deelnemende gemeenten die worden ontvangen na de door het dagelijks bestuur gestelde termijn zoals genoemd in het tweede lid kunnen door het dagelijks bestuur buiten beschouwing worden gelaten.
proofadviseurs.nl
Pagina 7 van 59
5. Besluiten die naar het oordeel van het algemeen bestuur een aanzienlijk politiek of financieel belang hebben, worden eveneens aan de raden van de deelnemende gemeenten voorgelegd om de zienswijze naar voren te brengen. Zienswijze algemeen bestuur
Dynamische variant
Werkzaak Artikel 14 – Besluitvorming Rivierenland
7. Het algemeen bestuur legt naast de verplichte besluiten die in de WGR of in deze regeling worden genoemd, de besluiten die een aanzienlijk politiek of financieel belang hebben voor de deelnemers ter zienswijze voor aan de gemeenteraden en algemeen besturen van de deelnemers. Hiervoor geldt een termijn van acht weken.
Zienswijze dagelijks bestuur
Minimale variant
Werkzaak Artikel 17 – Taken en Rivierenland bevoegdheden dagelijks bestuur
2. Buiten de in deze regeling of bij of krachtens de WGR bepaalde gevallen zijn er geen besluiten van het dagelijks bestuur waarvoor aan de raden vooraf zienswijze als bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, van de WGR wordt gevraagd.
Zienswijze voorzitter
Minimale variant
Werkzaak Artikel 20 – De voorzitter Rivierenland
6. Buiten de in deze regeling of bij of krachtens de WGR bepaalde gevallen zijn er geen besluiten van de voorzitter waarvoor aan de raden vooraf zienswijze als bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, van de WGR wordt gevraagd.
1.2 Participatie Instrument
Variant
Organisatie
Artikel
Wijziging
Participatie
Keuze raadsavond:
Alle GR-en
N.v.t.
N.v.t.
proofadviseurs.nl
Pagina 8 van 59
Dynamische variant Participatie
Dynamische variant
AVRI
Artikel 8b Participatie van ingezetenen en belanghebbenden
Het algemeen bestuur stelt in een participatieverordening vast ten aanzien van welke besluiten ingezetenen van de betrokken gemeenten en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering door Avri betrokken worden bij de totstandkoming, uitvoering en evaluatie van het beleid op grond van deze regeling en de wijze waarop de participatie plaats vindt. Het algemeen bestuur kan in de verordening bepalen dat een andere procedure dan bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt gevolgd.
Participatie
Minimale variant met een dynamisch element
BSR
Artikel 3 Bestuur
6. Ingezetenen van de deelnemers en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering door BSR kunnen, indien gewenst, via de bestaande mogelijkheden bij de bestuursorganen van de deelnemers inbreng hebben op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. In afwijking van het voorgaande kan het algemeen bestuur besluiten om incidenteel ten behoeve van een concreet vraagstuk ten behoeve van ingezetenen en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering middels geschikte wijze inbreng te laten op voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Bij de inbreng hiervoor bedoeld kan een andere procedure dan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht worden gevolgd.
Participatie
Minimale variant
BVEB
Artikel 11 Besluitvorming
7.Ingezetenen van de deelnemers en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering door de bedrijfsvoeringsorganisatie worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken voor zover dat bij of krachtens wet is vereist. De participatie vindt plaats op de in de betreffende
proofadviseurs.nl
Pagina 9 van 59
gemeente gebruikelijke wijze. Bij de participatie kan een andere procedure dan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd worden. Participatie
Minimale variant
BWB
Artikel 4 – Taken
6. Ingezetenen van de deelnemers en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering door de bedrijfsvoeringsorganisatie worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken bij besluiten voor zover dat bij of krachtens wet is vereist. De participatie vindt plaats op de in de betreffende gemeente gebruikelijke wijze. Bij de participatie kan een andere procedure dan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd worden.
Participatie
Minimale variant met een dynamisch element
GGD Gelderland Zuid
Artikel 11b Participatie
1. Inspraak verloopt via de gemeenteraden en colleges van de deelnemende gemeenten, die deze inbreng mee kunnen nemen in een zienswijze of mee kunnen geven aan hun vertegenwoordiger in het algemeen bestuur. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen via de bestaande mogelijkheden inbreng hebben op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van lid 1 kan het algemeen bestuur besluiten om – incidenteel ten behoeve van een concreet vraagstuk – ingezetenen en belanghebbenden inbreng te laten hebben op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
Participatie
proofadviseurs.nl
Minimale variant
ODR
Artikel 12. Werkwijze
7.Ingezetenen van de deelnemers en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering door het openbaar lichaam worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken voor zover dat bij of krachtens wet is vereist. De participatie vindt plaats op de in de betreffende gemeente gebruikelijke wijze. Bij de participatie kan een andere Pagina 10 van 59
Participatie
Dynamische variant
RAR
Artikel 7
procedure dan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd worden. 5. Tenzij het algemeen bestuur anders bepaalt worden, naast de wettelijk verplichte besluiten en de besluiten die in deze regeling worden genoemd, geen andere besluiten door het algemeen bestuur ter zienswijze aan de raden voorgelegd. Met de kaders bedoeld in artikel 24, zesde lid, stuurt het algemeen bestuur aan de raden een lijst van beoogde besluitvorming en besluiten die het voornemens is ter zienswijze hiervoor bedoeld, voor te leggen. 6.Ingezetenen van de deelnemers en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering door het Regionaal Archief worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken bij de besluiten als bedoeld in het vijfde lid of voor zover dat bij of krachtens wet is vereist. De participatie vindt plaats op de in de betreffende gemeente gebruikelijke wijze.
Participatie
proofadviseurs.nl
Minimale variant met een dynamisch element
Regio Rivierenland
Artikel 15 Externe inlichtingen- en verantwoordingsverplich tingen
7.Bij de participatie bedoeld in het zesde lid kan een andere procedure dan die van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd worden. 8. Ingezetenen van de gemeentes en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering door Regio Rivierenland kunnen, indien gewenst via de bestaande mogelijkheden bij de bestuursorganen van de gemeenten inbreng hebben op voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. De participatie vindt plaats op de in de betreffende gemeente gebruikelijke wijze. In afwijking van het voorgaande kan het algemeen bestuur besluiten om incidenteel ten behoeve van een concreet vraagstuk ten behoeve van
Pagina 11 van 59
Participatie
Minimale variant met een dynamisch element
UBR
Artikel 5: Algemeen
Participatie
Dynamische variant
Veiligheidsregio Gelderland Zuid
Artikel 11b Participatie
ingezetenen en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering middels geschikte wijze inbreng te laten op voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Bij de inbreng hiervoor bedoeld kan een andere procedure dan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht worden gevolgd. 4. Ingezetenen van de deelnemers en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering door de UBR kunnen, indien gewenst via de bestaande mogelijkheden bij de bestuursorganen van de deelnemers inbreng hebben op inbreng hebben op de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. In afwijking van het voorgaande kan het algemeen bestuur besluiten om incidenteel ten behoeve van een concreet vraagstuk ten behoeve van ingezetenen en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering middels geschikte wijze inbreng te laten op voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Bij de inbreng hiervoor bedoeld kan een andere procedure dan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht worden gevolgd. 1. Participatie verloopt via de colleges van de deelnemende gemeenten, die deze inbreng mee kunnen nemen in een zienswijze of mee kunnen geven aan hun vertegenwoordiger in het algemeen bestuur, tenzij het gaat om de besluiten zoals genoemd in artikel 11a van deze regeling waar de gemeenteraden om hun zienswijze wordt gevraagd. In die gevallen verloopt participatie via de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. 2.
In afwijking van lid 1 kan het algemeen bestuur besluiten wanneer en voor welke onderwerpen een participatie-instrument voor ingezetenen en andere belanghebbenden wordt ingezet.
proofadviseurs.nl
Pagina 12 van 59
Participatie
Dynamische variant
Werkzaak Rivierenland
Artikel 14 Besluitvorming
8. Het algemeen bestuur stelt in een verordening vast ten aanzien van welke besluiten ingezetenen van de deelnemende gemeenten en andere belanghebbenden bij de taakuitvoering door Werkzaak Rivierenland betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid op grond van deze regeling en de wijze waarop participatie plaatsvindt. Het algemeen bestuur kan in de verordening bepalen dat een andere procedure dan bedoeld in afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht wordt gevolgd.
1.3 Gezamenlijke adviescommissie Instrument
Variant
Organisatie
Artikel
Gezamenlijke adviescommissie
Keuze raadsavond : Minimale variant
Alle GR-en
N.v.t.
N.v.t.
Gezamenlijke adviescommissie
Minimale variant
AVRI
Artikel 17: Advies- en Bestuurscommissie
2. Op voorstel van de raden gezamenlijk stelt het algemeen bestuur overeenkomstig artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen een gemeenschappelijke adviescommissie in.
Gezamenlijke adviescommissie
Minimale variant
BSR
Artikel 3 Bestuur
5. Ten behoeve van de inbreng van leden van de gemeenteraden en algemeen besturen van de deelnemers op voorbereiding van de besluitvorming van het bestuur, neemt BSR deel aan regionale initiatieven en instrumenten . De gemeenteraden en algemeen besturen van de deelnemers gezamenlijk kunnen een
proofadviseurs.nl
Wijziging
Pagina 13 van 59
verzoek indienen bij het algemeen bestuur overeenkomstig artikel 24a van de Wgr om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. Gezamenlijke adviescommissie
Minimale variant
GGD Gelderland Zuid
Niet in de GR opgenomen zodat de wettelijke bepaling van artikel 24a geldt.
Er heeft geen wijziging in de GR-tekst plaatsgevonden ten aanzien van dit instrument.
Gezamenlijke adviescommissie
Minimale variant
RAR
Artikel 18
8. Op voorstel van de gemeenteraden van de deelnemers gezamenlijk stelt het algemeen bestuur overeenkomstig artikel 24a van de Wgr een gemeenschappelijke adviescommissie in.
Gezamenlijke adviescommissie
Minimale variant
Regio Artikel 3 Bestuur Rivierenland
3. Er is een agendacommissie bestaande uit leden van de raden van de gemeenten. De agendacommissie wordt voorgezeten door de voorzitter. De agendacommissie adviseert over de procesgang richting de raden aangaande de vaststelling van documenten daar waar het raadsbevoegdheden betreft. De agendacommissie bevordert dat waar nodig de totstandkoming van een startnotitie bedoeld in artikel 5, vierde lid. 4. Op voorstel van de raden van de gemeenten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur overeenkomstig artikel 24a van de Wgr een gemeenschappelijke adviescommissie in.
Gezamenlijke adviescommissie
Minimale variant
UBR
Artikel 18: Adviescommissies
3.Op voorstel van de raden gezamenlijk stelt het algemeen bestuur overeenkomstig artikel 24a van de Wgr een gemeenschappelijke adviescommissie in.
Gezamenlijke adviescommissie
Minimale variant
Veiligheidsregio Gelderland Zuid
Niet in de GR opgenomen zodat de wettelijke bepaling van artikel 24a geldt.
Er heeft geen wijziging in de GR-tekst plaatsgevonden ten aanzien van dit instrument.
proofadviseurs.nl
Pagina 14 van 59
Gezamenlijke adviescommissie
Minimale variant
Werkzaak Artikel 19 Commissies Rivierenland
4. Op voorstel van de raden van de gemeenten gezamenlijk stelt het Algemeen Bestuur overeenkomstig artikel 24a van de Wgr een gemeenschappelijke adviescommissie in.
1.4 Informatieplicht Instrument
Variant
Organisatie
Artikel
Wijziging
Informatieplicht
Keuze raadsavond: Dynamische variant
Alle GR-en
N.v.t.
N.v.t.
Informatieplicht
Minimale variant
AVRI
Artikel 31: Verantwoordelijkheid algemeen bestuur
3. Het bestuur verstrekt onverminderd het bepaalde in lid 2 ongevraagd aan de raden door toezending alle inlichtingen en informatie die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid.
Informatieplicht
Minimale variant
BSR
Artikel 3 Bestuur
3. Het bestuur verstrekt gevraagd en ongevraagd aan de gemeenteraden en algemeen besturen van de deelnemers door toezending alle inlichtingen en informatie die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid.
Informatieplicht
Minimale variant
BVEB
Artikel 12 Inlichtingen, verantwoording en ontslag bestuursleden
4.Het bestuur verstrekt gevraagd en ongevraagd aan de raden door toezending alle inlichtingen en informatie die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid.
proofadviseurs.nl
Pagina 15 van 59
Informatieplicht
Minimale variant
BWB
Informatieplicht
Minimale variant
GGD Gelderland Zuid
Artikel 12 – Informatie, zienswijzen, inlichtingen, verantwoording en ontslag bestuursleden Artikel 19 Het algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden
1. Het bestuur verstrekt gevraagd en ongevraagd aan de raden door toezending alle inlichtingen en informatie die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid. 1. Het algemeen en dagelijks bestuur verstrekt aan alle raden van de deelnemende gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 2.Het algemeen en dagelijks bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 3. Het algemeen en dagelijks bestuur verstrekt de voornoemde inlichtingen zo spoedig mogelijk op de door de raden verzochte wijze.
Informatieplicht
Minimale variant
RAR
Artikel 18
1. Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten, uit eigen beweging of op verzoek van de raden of van een of meer leden daarvan, door toezending alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde beleid.
Informatiep licht
Minimale variant
Regio Rivierenland
Artikel 15 Externe inlichtingen- en verantwoordingsverplichtinge n
1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur geven aan de raden van de gemeenten uit eigen beweging of op verzoek van de raden of één of meer leden daarvan alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door hun gevoerde beleid.
Informatieplicht
Minimale variant
UBR
Artikel 5: Algemeen
3. Het bestuur verstrekt onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk 5 ongevraagd aan de raden door toezending alle inlichtingen en informatie die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid.
proofadviseurs.nl
Pagina 16 van 59
Informatieplicht
Dynamische variant
Veiligheidsregio Gelderland Zuid
Artikel 19 Het algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden
1. Het algemeen en dagelijks bestuur verstrekt aan alle raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 2. Het algemeen en dagelijks bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 3. Het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen zoals genoemd in lid 2 onder andere door: a. het beschikbaar stellen aan de raden van verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen van het algemeen bestuur; b. het informeren van de raden over de wijze waarop het bestuur uitvoering geeft aan de openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet open overheid. 4. Het algemeen bestuur kan een informatieprotocol vaststellen waarin is opgenomen welke informatie op welke wijze wordt gedeeld.
Informatieplicht
Minimale variant
Werkzaak Rivierenland
Artikel 23 – Informatieverschaffing door bestuursorganen
1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter geven aan de raden van de deelnemers ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.
1.5 Evaluatie
proofadviseurs.nl
Pagina 17 van 59
Instrument
Variant
Organisatie
Artikel
Wijziging
Evaluatie
Keuze raadsavond: Dynamische variant
Alle GR-en
N.v.t.
N.v.t.
Evaluatie
Dynamische variant
AVRI
Artikel 35: Duur en evaluatie
2. Tenzij het algemeen bestuur anders besluit wordt deze regeling niet geëvalueerd.
Evaluatie
Dynamische variant
BSR
Artikel 44 Duur en evaluatie
2. Deze regeling wordt op verzoek van één of meer van de deelnemers geëvalueerd, met dien verstande dat evaluatie niet vaker plaatsvindt dan eens in de drie jaar. Het algemeen bestuur beslist over de evaluatiecriteria en legt deze ter zienswijze voor aan de gemeenteraden en algemeen besturen van de deelnemers, overeenkomstig Artikel 3 Bestuur lid 3. Het algemeen bestuur beslist over inhoud, proces en werkwijze van een evaluatie.
Evaluatie
Dynamische variant
BVEB
Artikel 29 Evaluatie
Deze regeling wordt op verzoek van beide gemeentes geëvalueerd, met dien verstande dat evaluatie niet vaker plaatsvindt dan eens in de drie jaar. Het bestuur beslist over de evaluatiecriteria. Het bestuur beslist over inhoud, proces en werkwijze van een evaluatie.
Evaluatie
Dynamische variant
BWB
Artikel 17 – Evaluatie
Iedere vier jaar, voor het eerst in het vierde kwartaal van 2025, draagt het bestuur zorg voor een evaluatie van de samenwerking op het gebied van de gemandateerde bedrijfsvoeringstaken. Het bestuur beslist over de evaluatiecriteria. Het evaluatierapport wordt toegezonden aan de deelnemers.
proofadviseurs.nl
Pagina 18 van 59
Evaluatie
Dynamische variant
GGD Gelderland Zuid
Artikel 39a Evaluatie
1. Tenminste éénmaal in de zes jaar vindt een evaluatie van deze regeling plaats. 2. Op verzoek van twee of meer gemeenten kan een tussentijdse evaluatie worden voorgesteld aan het algemeen bestuur. 3. De evaluatie richt zich op de inhoud van deze regeling en de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen. 4. Het algemeen bestuur neemt een besluit over de inhoud, het proces en de werkwijze van de evaluatie.
Evaluatie
Dynamische variant
ODR
Artikel 36. Evaluatie
Deze regeling wordt op verzoek van minimaal twee deelnemers geëvalueerd. Het algemeen bestuur beslist over de evaluatiecriteria en legt deze ter zienswijze voor aan de gemeenteraden en provinciale staten van de deelnemers. Het algemeen bestuur beslist over inhoud, proces en werkwijze van een evaluatie.
Evaluatie
Dynamische variant
RAR
Artikel 30
1.Deze regeling wordt maximaal eens per zes jaar op verzoek van één of meer van de deelnemers geëvalueerd. Het algemeen bestuur beslist over de onderzoeksopdracht en de evaluatiecriteria en legt deze ter zienswijze voor aan de raden van de deelnemers. Voor de zienswijze geldt een termijn van acht weken. 2.Het algemeen bestuur beslist over inhoud, proces en werkwijze van een evaluatie.
Evaluatie
proofadviseurs.nl
Dynamische variant
Regio Artikel 34 Duur, Rivierenland inwerkingtreding en evaluatie van de regeling
3. Deze regeling wordt op verzoek van twee of meer van de gemeentes geëvalueerd, met dien verstande dat evaluatie niet vaker plaatsvindt dan eens in de drie jaar. Het algemeen bestuur beslist over de evaluatiecriteria en legt deze ter zienswijze voor
Pagina 19 van 59
Evaluatie
Dynamische variant
UBR
Artikel 40: Duur en evaluatie
Evaluatie
Dynamische variant
Veiligheidsregio Gelderland Zuid
Artikel 40a Evaluatie
aan de raden van de gemeenten. Voor de zienswijze geldt een termijn van acht weken. Het algemeen bestuur beslist over inhoud, proces en werkwijze van een evaluatie. 2. Deze regeling wordt op verzoek van één of meer van de deelnemers geëvalueerd, met dien verstande dat evaluatie niet vaker plaatsvindt dan eens in de drie jaar. Het algemeen bestuur beslist over de evaluatiecriteria en legt deze ter zienswijze voor aan de raden van de gemeenten. Voor de zienswijze geldt een termijn van acht weken. Het algemeen bestuur beslist over inhoud, proces en werkwijze van een evaluatie. 1. Het algemeen bestuur kan besluiten tot evaluatie van deze regeling. Een verzoek tot evaluatie kan door twee of meer deelnemers worden gedaan. Een verzoek dient gemotiveerd te worden. Het algemeen bestuur beslist op een dergelijk verzoek. 2. De evaluatie richt zich op de inhoud van deze regeling en de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen. 3. Het algemeen bestuur beslist over inhoud, proces en werkwijze van de evaluatie. 4. Als een evaluatie wordt uitgevoerd stelt het algemeen bestuur de onderzoeksopdracht vast. 5. Een besluit tot evaluatie kan door het algemeen bestuur worden genomen als sprake is van een uitgetreden gemeente zoals bedoeld in artikel 36a van deze regeling.
Evaluatie
proofadviseurs.nl
Dynamische variant
Werkzaak Artikel 40 – Evaluatie Rivierenland
Deze regeling wordt op verzoek van drie of meer van de gemeentes geëvalueerd, met dien verstande dat evaluatie niet vaker plaatsvindt dan eens in de drie jaar. Het algemeen bestuur Pagina 20 van 59
beslist over de evaluatiecriteria en legt deze ter zienswijze voor aan de raden van de gemeenten. Voor de zienswijze geldt een termijn van acht weken. Het algemeen bestuur beslist over inhoud, proces en werkwijze van een evaluatie.
1.6 Uittreding Instrument
Variant
Organisatie
Artikel
Wijziging
Uittreding
Keuze raadsavond: Dynamische variant
Alle GR-en
N.v.t.
N.v.t.
Uittreding
Specifieke variant
AVRI
Artikel 38, 38a, 38b, 38c: Uittreding
1.Een raad en college kunnen uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van de betreffende raad en college. 2. Uittreding kan plaatsvinden met in acht name van een opzegtermijn van tenminste twee jaren. Deze opzegtermijn vangt aan op 1 januari van het jaar volgend op dat waarin tot uittreden besloten is. 3. Een college zendt, nadat het college en raad het besluit tot uittreding hebben genomen, het besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen. 4. Het algemeen bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het concept-uittredingsplan.
proofadviseurs.nl
Pagina 21 van 59
5. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. Artikel 38a Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke registeraccountant aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke registeraccountant komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke registeraccountant aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke registeraccountant aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval de vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 5.
Ten minste 12 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Voorafgaand aan de vaststelling van het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom wordt de uittredende deelnemer in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven. Voor de zienswijze geldt een termijn van acht weken voor proofadviseurs.nl
Pagina 22 van 59
vaststelling. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6. Uiterlijk 6 maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. 7. Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van 3% toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 8.Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het algemeen bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Artikel 38b Te vergoeden kosten 1.
De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 2. Avri brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende proofadviseurs.nl
Pagina 23 van 59
deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 38a, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 38a, achtste lid, anders is vastgelegd. 3. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. 4. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 5. Avri is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Artikel 38c Verplichtingen uittreder 1.De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van Avri die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de
proofadviseurs.nl
Pagina 24 van 59
Uittreding
Minimale variant
BSR
Artikel 37 Uittreding
formatie die de uittredende partij overneemt van Avri wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van Avri die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden. 1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. 2. Gedurende 3 jaren na de datum van toetreding tot de regeling is het niet mogelijk om uit deze gemeenschappelijke regeling te treden. 3. Voor uittreding uit deze gemeenschappelijke regeling wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. 4. Uittreding uit deze gemeenschappelijke regeling vindt plaats aan het einde van het kalenderjaar. 5. Een deelnemer die uit deze gemeenschappelijke regeling wenst te treden maakt, na verkregen toestemming van het algemeen bestuur dan wel de gemeenteraad, zijn voornemen tot uittreding bij aangetekend schrijven kenbaar aan het algemeen bestuur van BSR en aan de overige deelnemers. De deelnemers besluiten omtrent de uittreding na verkregen toestemming van het algemeen bestuur dan wel de gemeenteraad. 6. Na ontvangst van het in lid 5 van dit artikel vermelde schrijven wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend een liquidatieplan op te stellen, overeenkomstig artikel 39, lid 4 als
proofadviseurs.nl
Pagina 25 van 59
ware tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling besloten. 7. De opdracht tot het opstellen van een liquidatieplan wordt verstrekt door het dagelijks bestuur. 8. Voorafgaand aan de opdrachtverstrekking wordt de uittredende deelnemer in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de opdracht. Het liquidatieplan wordt vastgesteld, nadat de uittredende deelnemer in de gelegenheid is gesteld een zienswijze te geven. Voor de zienswijze geldt een termijn van acht weken voor vaststelling. 9. Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur en de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. Het liquidatieplan wordt vastgesteld uiterlijk acht kalendermaanden nadat de deelnemer zijn voornemen tot uittreding overeenkomstig het vorige lid bekend heeft gemaakt. 10. BSR, de uittredende deelnemer en de blijvende deelnemers spannen zich gezamenlijk in om frictiekosten en desintegratiekosten zo laag mogelijk te houden. 11. Het liquidatieplan vermeldt de verdeling van desintegratiekosten en frictiekosten. Financieel uitgangspunt voor de bepaling van kosten en prijzen vormt de meest recente vastgestelde jaarrekening op dat moment. Daarbij komen in ieder geval, maar niet uitsluitend, de volgende aspecten aan de orde:
proofadviseurs.nl
Pagina 26 van 59
a. overname door deelnemers van geactiveerde goederen dan wel vergoeding wegens niet overnemen; b. overname van contractuele verplichtingen jegens leveranciers, dan wel vergoeding wegens niet overname; c. overname door deelnemers van personeelsleden, dan wel vergoeding wegens niet overname; d. eventuele nadelige financiële consequenties ten gevolge van de liquidatie; e. eventuele fiscale consequenties in verband met omzetbelasting en/of vennootschapsbelasting. 12. Nadat het liquidatieplan is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan BSR te voldoen. BSR stelt de uittredende deelnemer desgewenst in de gelegenheid om door de overname van personeel, materieel, activa, passiva de hoogte van de desintegratiekosten te verminderen. 13. De kosten voor het opstellen van het liquidatieplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden. 14. Bij geschillen over het liquidatieplan, de totstandkoming of de toepassing ervan is de geschillenregeling van Artikel 41 Geschillen van overeenkomstige toepassing.
proofadviseurs.nl
Pagina 27 van 59
Uittreding
Minimale variant
BWB
Artikel 28 – Uittreding en 29 – Uittreedsom
15. Lid 2 tot en met 11 zijn van overeenkomstige toepassing op de vermindering van taakuitvoering of de vermindering van volume van taakuitvoering, door een deelnemer anders dan als gevolg van demografische ontwikkelingen of wijziging van wetgeving. Artikel 28 – Uittreding 1. Uittreding van een of meer deelnemers is gedurende een periode van vijf jaar na toetreding tot de regeling niet mogelijk. 2. Na de in het eerste lid genoemde periode kan ene deelnemer uittreden door toezending van de daartoe strekkende besluiten van de bestuursorganen aan het bestuur. 3. De uittreding kan slechts plaatsvinden op 1 januari van ieder jaar met inachtneming van een opzegtermijn van 2 jaar. 4. Voorafgaand aan het besluit tot uittreding maakt de deelnemer een voorgenomen besluit tot uittreding kenbaar aan het bestuur en de overige deelnemers. Het besluit bevat het voorgenomen moment van uittreding. 5. Het bestuur schakelt, op kosten van de deelnemer die het voorgenomen besluit heeft genomen, een onafhankelijke registeraccountant in. Voorafgaande aan de opdrachtverstrekking wordt de uittredende deelnemer in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de opdracht. 6. De registeraccountant adviseert het bestuur binnen zes maanden over de financiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen van de uittreding. Deze termijn kan één keer met drie maanden worden verlengd.
Het advies vermeldt een uittreedsom.
proofadviseurs.nl
Pagina 28 van 59
7. Met inachtname van het advies stelt het bestuur een voorlopige uittreedsom vast en brengt dit ter kennis aan de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer wordt in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de voorlopige uittreedsom. 8. Binnen 2 maanden na de kennisgeving als bedoeld in het vorige lid van dit artikel neemt de deelnemer een definitief besluit over de voorgenomen uittreding en de voorgestelde uittreedsom. Deze termijn kan één keer met twee maanden worden verlengd. Het besluit bevat het moment van uittreding. 9. Na ontvangst van het besluit tot uittreding stelt het bestuur binnen twee maanden de definitieve uittreedsom vast. Alsdan zijn de voor de uittredende deelnemer omschreven financiele verplichtingen bindend. 10. Het bestuur van BWB, de uittredende en de blijvende deelnemers spannen zich gezamenlijk in om de kosten van uittreding zo laag mogelijk te houden. Artikel 29 – Uittreedsom Voor het bepalen van de hoogte van de uittreedsom als bedoeld in artikel 28, vijfde lid, worden in ieder geval de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Alleen de schade voor de deelnemers en de bedrijfsvoeringsorganisatie die een direct gevolg is van de uittreding, komt voor vergoeding in aanmerking;
proofadviseurs.nl
Pagina 29 van 59
b. Uitgangspunt is de financiële positie van de bedrijfsvoeringsorganisatie volgens de meest recent vastgestelde jaarrekening op het moment van daadwerkelijke uittreding; c. De uittreedsom bestaat uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. d. De bedrijfsvoeringsorganisatie stelt de uittredende deelnemer desgewenst in de gelegenheid door de overname van personeel, materieel, activa en passiva de hoogte van de desintegratiekosten te verminderen. e. Kostensoorten die niet alleen aan de uittredende deelnemer kunnen worden toegerekend worden naar rato berekend. Naar rato is de procentuele bijdrage van de deelnemer aan de bedrijfsvoeringsorganisatie, in de twaalf maanden voorafgaand aan de voorgenomen datum van uittreding. f. Voor schade die een gevolg is van langlopende verplichtingen wordt een periode van maximaal vijf jaar gehanteerd; g. Het aandeel van de uittreder in de algemene reserve wordt in mindering gebracht op de uittreedsom. h. De uittredende deelnemer is gehouden om binnen zes maanden de financiële verplichtingen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie te voldoen. Uittreding
proofadviseurs.nl
Minimale variant
GGD Gelderland Zuid
Artikel 35a Uittreding
1. Uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s.
Pagina 30 van 59
2. Bij afwezigheid van een wettelijke voorziening omtrent uittreding is uittreding slechts mogelijk na voltooiing van het uittredingsproces zoals beschreven in lid 3 tot en met 12 van dit artikel. 3. De hoogte van de uittreedsom wordt bepaald door de frictiekosten en desintegratiekosten. Het algemeen bestuur stelt de uittreedsom vast bij besluit genomen bij meerderheid van stemmen. 4. De deelnemende gemeenten hanteren als uitgangspunt dat de uittredende gemeente over een periode van vijf jaar de eigen bijdrage moet doorbetalen, waarbij deze bijdrage ieder jaar met twintig procent afneemt, zodat de uittredende gemeente in het zesde jaar niet meer hoeft te betalen, tenzij de bevindingen van de projectgroep aanleiding vormen tot bijstelling van dat uitgangspunt. 5. De gevolgen van de uittreding worden in kaart gebracht door een projectgroep. 6. De projectgroep wordt samengesteld door het dagelijks bestuur en bestaat uit een afgevaardigde van het dagelijks bestuur, een afgevaardigde van de uittredende gemeente en één of meer onafhankelijk deskundigen, in gezamenlijkheid te benoemen. De kosten van de in te schakelen deskundigen komen voor rekening van de uittredende gemeente. 7. De projectgroep rapporteert aan het dagelijks bestuur. 8. Het algemeen bestuur neemt het besluit tot vaststelling van de uittreedsom uiterlijk twaalf maanden na ontvangst van het proofadviseurs.nl
Pagina 31 van 59
gemeentelijke uittredingsbesluit als dat aan de orde is of twaalf maanden nadat de indeling in regio’s zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s is gewijzigd. De beslistermijn kan éénmaal worden verdaagd met zes maanden. 9. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het college van hun gemeente binnen acht weken hun zienswijze naar voren brengen over de uittreding. 10. De raden van de deelnemende gemeenten dienen toestemming te geven, alvorens de colleges overgaan tot het voltooien van het uittredingsproces. 11. De ondernemingsraad en/of het lokaal overleg worden betrokken bij het uittredingsproces en in de gelegenheid gesteld om hun bevoegdheden ten aanzien van de uittreding uit te oefenen. 12. De uittredende gemeente blijft tot aan het moment van daadwerkelijke uittreding volwaardig deelnemer en dient tot aan dat moment al zijn verplichtingen na te komen met betrekking tot deze gemeenschappelijke regeling. 13. Na uittreding van de betreffende gemeente stelt het dagelijks bestuur de aanpassing van de onderhavige gemeenschappelijke regeling op, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet. 14. De aangepaste gemeenschappelijke regeling wordt bekend gemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de wet.
proofadviseurs.nl
Pagina 32 van 59
Uittreding
Minimale variant
ODR
Artikel 32. Uittreding
1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer met inachtneming van artikel 1 van de wet.. 2. Het uittredingsbesluit van een deelnemer wordt niet later genomen dan een jaar voorafgaand aan de datum waarop de uittreding plaatsvindt. Uittreding is slechts mogelijk per 1 januari. 3. Het algemeen bestuur inventariseert binnen zes maanden na de opzegging de gevolgen van uittreding na overleg met de deelnemers in een uittredingsplan waartoe in ieder geval behoren: a. de juridische, organisatorische en personele gevolgen zoals de toewijzing, terugname of overname van medewerkers; b. de financiële gevolgen, waaronder in ieder geval frictiekosten, desintegratiekosten en gevolgschade over een periode van vijf jaar, alsmede de betaling ineens of de afbouw van de bijdrage en over welke periode het ontbreken van dekking voor vaste kosten dient te worden gecompenseerd. 4. De financiële gevolgen worden gebaseerd op de begroting van het jaar na het besluit tot uittreding, waarbij de financiële effecten op de datum van uittreding worden meegenomen. 5. De financiële gevolgen zullen worden bepaald door het algemeen bestuur, na controle door een gezamenlijk te benoemen expert. 6. Uiterlijk 6 maanden na het moment van het besluit van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast.
proofadviseurs.nl
Pagina 33 van 59
7. De uittredende deelnemer is gehouden de definitieve uittreedsom binnen 6 maanden na de in lid 6 bedoelde vaststelling te voldoen. Het algemeen bestuur kan in afwijking hiervan een andere betalingsregeling vaststellen. 8. De financiële gevolgen van de uittreding worden door de uittredende deelnemer gedragen. 9. Het dagelijks bestuur ziet toe op de naleving van de verplichtingen uit dit artikel. Uittreding
Minimale variant
RAR
Artikel 32
1. Elk der colleges kan, na zienswijze daarop door en met verkregen toestemming van de raad, besluiten uit deze regeling te treden met ingang van een begrotingsjaar, mits het opzeggende college het voorgenomen besluit daartoe tenminste 2 jaar voordien ter kennis heeft gebracht van de overige colleges. 2. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor financiële, personele en overige gevolgen van de uittreding. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid van de wet. De kosten voor het maken van het voorstel komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden. 3. Ten behoeve van het voorstel voor de financiële, personele en overige gevolgen, bedoeld in het vorige lid, wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend de genoemde gevolgen in kaart te brengen. De opdracht wordt verstrekt door het dagelijks bestuur. Voorafgaand aan de opdrachtverstrekking wordt de
proofadviseurs.nl
Pagina 34 van 59
uittredende deelnemer in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de opdracht. 4. Het voorstel bedoeld in het tweede lid wordt definitief vastgesteld door het algemeen bestuur nadat de uittredende deelnemer in de gelegenheid is gesteld een zienswijze te geven. Voor de zienswijze geldt een termijn van acht weken voor vaststelling. Alsdan zijn de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen bindend. Het definitieve voorstel wordt vastgesteld uiterlijk acht kalendermaanden nadat de deelnemer zijn voornemen tot uittreding, als bedoeld in het eerste lid, bekend heeft gemaakt. 5. Het Regionaal Archief en de uittredende deelnemer en de blijvende deelnemers spannen zich gezamenlijk in om frictiekosten en desintegratiekosten zo laag mogelijk te houden. 6. Het voorstel bedoeld in het derde en vierde lid vermeldt de verdeling van desintegratieskosten en frictiekosten. Financieel uitgangspunt voor de bepaling van kosten en prijzen vormt de meest recente vastgestelde jaarrekening op dat moment. Bij de verdeling komen in ieder geval, maar niet uitsluitend, de volgende aspecten aan de orde: a. overname door deelnemers van geactiveerde goederen dan wel vergoeding wegens niet overnemen; b. overname van contractuele verplichtingen jegens leveranciers, dan wel vergoeding wegens niet overname;
proofadviseurs.nl
Pagina 35 van 59
c. overname door deelnemers van personeelsleden, dan wel vergoeding wegens niet overname, en d. eventuele nadelige financiële consequenties in verband met omzetbelastingen/of vennootschapsbelasting. 7. Nadat het voorstel overeenkomstig het vierde lid is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan het Regionaal Archief te voldoen. Het Regionaal Archief stelt de uittredende deelnemer desgewenst in de gelegenheid door overname van personeel, materieel, activa en passiva de hoogte van de desintegratiekosten te verminderen.
Uittreding
Minimale variant
Regio Artikel 29 Uittreding Rivierenland
8. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het vierde lid, bij gelijkluidend besluit vastgesteld door de colleges. 1. Een gemeente kan uit de regeling treden bij een daartoe strekkend gelijkluidend besluit van de bestuursorganen van die gemeente. 2. De uittreding gaat in met ingang van 1 januari van het tweede jaar volgende op dat waarin het besluit tot uittreding als bedoeld in lid 1 is genomen. 3. Het algemeen bestuur stelt de verplichtingen van de uittredende gemeente vast. Ten behoeve hiervan wijst het dagelijks bestuur een onafhankelijke registeraccountant aan en verstrekt deze de opdracht om de gevolgen van de uittreding in kaart te brengen. Voorafgaand aan de opdrachtverstrekking krijgt de uitredende gemeente de gelegenheid te reageren op de
proofadviseurs.nl
Pagina 36 van 59
concept opdracht. Het dagelijks bestuur beslist over de definitieve opdracht. 4. Vaststelling van de verplichtingen, bedoeld in het derde lid, vindt plaats nadat de uittredende gemeente in de gelegenheid is gesteld een zienswijze te geven. Voor de zienswijze geldt een termijn van acht weken voor vaststelling. Alsdan zijn de daarin voor de uittredende gemeente omschreven financiële verplichtingen bindend. Vaststelling vindt plaats uiterlijk acht kalendermaanden nadat de gemeente zijn voornemen tot uittreding overeenkomstig het vorige lid bekend heeft gemaakt. 5. Regio Rivierenland en de uittredende gemeente en de blijvende gemeentes spannen zich gezamenlijk in om frictiekosten en desintegratiekosten zo laag mogelijk te houden. 6. Vaststelling van de verplichtingen bedoeld in het derde en vierde lid vermeldt de verdeling van desintegratiekosten en frictiekosten. Financieel uitgangspunt voor de bepaling van kosten en prijzen vormt de meest recente vastgestelde jaarrekening op dat moment. Daarbij komen in ieder geval, maar niet uitsluitend, de volgende aspecten aan de orde: A overname door gemeentes van geactiveerde goederen dan wel vergoeding wegens niet overnemen; B overname van contractuele verplichtingen jegens leveranciers en dienstverleners, dan wel vergoeding wegens niet overname;
proofadviseurs.nl
Pagina 37 van 59
C overname door gemeentes van personeelsleden, dan wel vergoeding wegens niet overname; D eventuele nadelige financiële consequenties ten gevolge van de liquidatie; E eventuele fiscale consequenties in verband met omzetbelasting en/of vennootschapsbelasting. 7. Nadat de verplichtingen ten gevolge van uittreding overeenkomstig het vierde lid zijn vastgesteld is de uittredende gemeente gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende gemeente omschreven financiële verplichtingen aan Regio Rivierenland te voldoen. Regio Rivierenland stelt de uittredende gemeente desgewenst in de gelegenheid door de overname van personeel, materieel, activa en passiva de hoogte van de desintegratiekosten te verminderen. 8. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het besluit van het algemeen bestuur bedoeld in het derde lid, bij gelijkluidend besluit vastgesteld door de colleges. 9. Bij geschillen naar aanleiding van de vorige leden, is de geschillenregeling van artikel 31 van overeenkomstige toepassing. 10. De bepalingen in het eerste tot en met zevende lid en het negende lid zijn van overeenkomstige toepassing op de beslissing taken bedoeld in artikel 5, eerste lid, niet meer af te nemen, tenzij bij twee-derde meerderheid van stemmen, de betreffende gemeente niet meegerekend, besloten wordt hiervan af te wijken.
proofadviseurs.nl
Pagina 38 van 59
Uittreding
Minimale variant
UBR
Artikel 43: Uittreding
1. Uittreding is niet mogelijk binnen vijf kalenderjaren nadat de regeling is getroffen onderscheidenlijk binnen vijf kalenderjaren na toetreding, voor zover het de toetreder betreft. 2. Indien de regeling slechts twee colleges als deelnemers heeft, wordt een verzoek tot uittreding beschouwd als verzoek tot opheffing conform artikel 44. 3. Het college dat voornemens is uit te treden, maakt dit schriftelijk kenbaar aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige colleges. De uittreding geschiedt per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste een vol kalenderjaar. 4. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de UBR. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het vierde lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de wet. De kosten voor het maken van het voorstel komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden. 5. Ten behoeve van het voorstel voor de financiële, personele en overige gevolgen, bedoeld in het vorige lid wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verstrekt een de genoemde gevolgen in kaart te brengen.
De opdracht wordt verstrekt door het dagelijks bestuur. Voorafgaand aan de opdrachtverstrekking wordt de
proofadviseurs.nl
Pagina 39 van 59
uitredende deelnemer in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de opdracht. 6. Het voorstel bedoeld in het vierde lid wordt definitief vastgesteld door het algemeen bestuur nadat de uittredende deelnemer in de gelegenheid is gesteld een zienswijze te geven. Voor de zienswijze geldt een termijn van acht weken voor vaststelling. Alsdan zijn de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen bindend. Het definitieve voorstel wordt vastgesteld uiterlijk acht kalendermaanden nadat de deelnemer zijn voornemen tot uittreding overeenkomstig het derde lid bekend heeft gemaakt. 7. Tot het voorstel bedoeld in het vierde en het zesde lid behoort in ieder geval de verplichting dat de beoogd uittreder het bedrag waarvoor die garant staat, bedoeld in artikel 23, tweede lid, volledig zal voldoen aan de UBR. Eventuele gunstige financiële vooruitzichten voor de UBR doen niets af aan de verplichting bedoeld in de eerste volzin. 8. UBR en de uittredende deelnemer en de blijvende deelnemers spannen zich gezamenlijk in om frictiekosten en desintegratiekosten zo laag mogelijk te houden. 9. Het voorstel bedoeld in het vierde en zesde lid vermeldt de verdeling van desintegratiekosten en frictiekosten. Financieel uitgangspunt voor de bepaling van kosten en prijzen vormt de meest recente vastgestelde jaarrekening op dat moment.