20210419-Beantwoording-vragen-LLB-en-SGP-Water-en-rioleringsprogramma-2025-2029.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen van de raad Gesteld op Beantwoord op Partij Onderwerp
9 april 2024 19 april 2024 Leefbaar Lokaal Belang & SGP Water- en rioleringsprogramma 2025-2029
Bij de behandeling van het Water- en rioleringsprogramma 2025-2029 in de oordeelsvormende vergadering van 9 april 2024 heeft de portefeuillehouder toegezegd één vraag van de fractie Leefbaar Lokaal Belang en een tweetal vragen van de fractie SGP schriftelijk te beantwoorden.
Vraag LLB Hoe is het geregeld als men bezig is met de infrastructuur, op het moment dat dit wordt opgeleverd? Er zijn voorbeelden dat er dan heel veel water blijft liggen. Dat heeft best wat consequenties. Antwoord Wij vatten de vraag op hoe de gemeente bij oplevering toetst, of het uitgevoerde werk aan de kwaliteitseisen voldoet. Dan zien wij 2 situaties: • We houden zelf toezicht (op een eigen werk) en de eisen die zijn vastgesteld in een bestek, voorzien er in dat er geen water blijft staan op straat. Mocht dat wel het geval zijn, dan hoort de aannemer dat te herstellen • Of een derde partij (bijv. een nutsbedrijf) heeft een werk in uitvoering. Ook dan houdt de gemeente toezicht. Maar hier is wel sprake van werkzaamheden in bestaand straatwerk. Dan kan het zijn, dat de afwatering al voor de werkzaamheden van een nutsbedrijf niet meer helemaal voldoet. Dan zal dat ook niet het geval zijn, na de werkzaamheden. Zolang er dan geen gevaarlijke situaties ontstaan, of overlast veroorzaken, past de gemeente dit dan niet aan.
Vraag 1 SGP Zijn de GREX-kosten genoemd in de tabel op blz. 36 een vervolg uit keuzes uit het verleden, of gaat het hier ook om nieuwe plannen? Antwoord Het besluit om de kosten van eerste aanleg riolering in nieuwbouwplannen uit de rioolheffing te betalen dateert al uit 2013 (uit de voormalige gemeente Geldermalsen) en dit is later bij de vorming van de gemeente West Betuwe bestendigd.
Vragen van de raad West Betuwe Pagina 2 van 2
In 2013 had deze keuze zijn oorsprong in de grondexploitatie crisis. Er werden weinig woningen gebouwd, de rente was hoog en veel gemeenten kregen te maken met onrendabele grondexploitaties. Want de grondprijzen waren afgestemd op de markt en die konden niet evenredig meestijgen. De verliezen die hieruit voortvloeiden, zouden zonder ingrijpen volledig ten laste van de algemene middelen komen. Destijds is de keuze gemaakt om het tekort van het plan De Plantage op te vangen door het vormen van een voorziening (ten laste van de algemene middelen) en door toekomstige aanleg van riolering via het WRP te laten lopen. Dit zou nodig zijn zo lang de grondexploitatie verliesgevend was. Op grond van het Besluit Begroten en Verantwoorden kon deze keuze niet per grondexploitatie gemaakt worden, maar werkte dit door naar alle grondexploitaties. Het was dus een alles of niets keuze. In de praktijk ging dit voornamelijk over De Plantage en Hondsgemet omdat daar nog toekomstige eerste aanleg van riolering zou plaatsvinden. De andere grondexploitatieprojecten waren al wat verder in hun ontwikkeling. Bij de gemeentelijke herindeling hebben we opnieuw gekeken of de systematiek gewijzigd kon worden. Dat bleek niet het geval omdat dit weer tot grotere verliezen ten laste van de algemene middelen zou leiden. En bij de gemeente West Betuwe geldt de systematiek ook voor alle grondexploitaties.
Hierdoor konden de later genomen verliezen op de grondexploitaties Molenblok en Slingerbos ook beperkt blijven. Wij hebben de wens om de systematiek van toerekening van de kosten van de eerste aanleg van riolering aan het WRP op termijn te wijzigen in een toerekening aan de grondexploitatie. Dat is pas mogelijk op het moment dat de eerste aanleg bij de verliesgevende complexen klaar is en nieuwe projecten inclusief riolering kostendekkend worden. En dit besluit werkt dan niet met terugwerkende kracht, maar vanaf de nieuwe investeringen vanaf dat moment. Tot die tijd komen alle investeringen in de eerste aanleg van riolering bij onze grondexploitaties ten laste van het WRP. De tabel op pagina 36 bevat daarom een regel Uitbreidingen (grex), die over de investeringen in de jaren 2025 tot en met 2029 gaat.
Vraag 2 SGP Kunnen we de investeringen in de grondexploitaties niet vertalen in een hogere grondprijs? Antwoord Dat is helaas niet mogelijk aangezien de grondprijzen wel marktconform moeten zijn. Dit is één van de onderwerpen waar de accountant bij de controle van de jaarrekening ook kritisch naar kijkt. Conclusie: we houden de huidige systematiek in stand.