20210209 Beantwoording vragen D66 inzake op te richten Stichting omgevingsfondsen West Betuwe agendapunt 5 oordeelsvorming.pdf
Tekst van het document
Op 3 februari jl. stelde de D66-fractie enkele technische vragen t.a.v. het op 9 februari in de oordeelsvorming geagendeerd staande raadsvoorstel Stichting Omgevingsfondsen West Betuwe. De vragen spitsen zich met name toe op de in een enkel artikel genoemde profijtbedragen. Deze mail voorziet, vooruitlopend op de genoemde oordeelsvorming, in de beantwoording: 1. Hoe zijn de genoemde bedragen in artikel 2.4 tot stand gekomen? Door afspraken tussen beide (toenmalige) gemeenten en provincie met de (deels toenmalige) ontwikkelaars, vastgelegd in de betreffende anterieure overeenkomsten voor Deil (2016) en Avri (2017). 2. Hoe verhouden deze bedragen zich tot projecten in andere gebieden/gemeenten? Bij vaststelling in 2016/ 2017 waren er op dat moment nauwelijks of geen vergelijkbare projecten in ontwikkeling of al operationeel; de bijdrage aan het omgevingsfonds richtte zich op de toenmalige gedragscode van de NWEA (branchevereniging van windexploitanten). In de huidige situatie zal de totstandkoming van de diverse vergoedingen (denk o.a. aan het socialiseren van grondvergoedingen) tot andere uitkomsten kunnen leiden. Het socialiseren van de grondvergoeding wordt mee bedoeld dat niet alleen de grondeigenaren waar ‘toevallig’ een windturbine komt, een vergoeding krijgt voor zijn grond, maar dat deze vergoeding wordt verdeeld in het hele gebied (b.v.
Windpark Ospeldijk (zie youtube filmpje)). 3. Hoe verhouden de bedragen zich tot opbrengsten voor eigenaren van gronden waarop windmolen(s) zijn of worden gevestigd? Alleen al bij Avri en Deil zijn er meerdere en verschillende afspraken met grondeigenaren gemaakt die zich niet verhouden tot de bedragen voor het omgevingsfonds; deze zaken stonden los van elkaar. Een aantal afspraken dateren zelfs uit de periode van voor 2013, toen de windvisie door de beide gemeenteraden werd vastgesteld. De gemaakte afspraken met grondeigenaren zijn niet openbaar en ons niet bekend. Ook is hier sprake van totaal verschillende, niet met elkaar vergelijkbare, soorten vergoedingen, waarbij elke andere situatie elders weer anders zal zijn. Naar aanleiding van de tekst in de inleiding van het raadsvoorstel: 4. Er is destijds ingeschat, dat de inleg per jaar 45.000 Euro zal zijn. Klopt deze inschatting nog als deze wordt vergeleken met de op dit moment opgewekte stroom door de twee genoemde windparken? De definitieve cijfers over het eerste (niet complete) productiejaar zijn nog niet bekend. Door realisatie van grotere windmolens dan destijds voorzien, zal naar verwachting de jaarlijkse inleg de eerste 15 jaar een stuk hoger zijn. De gemiddelde jaarproductie wordt geschat op 190.000 MWh (= 95.000 Euro).
Gaan nieuwe initiatieven ook eenmalig een eerste bijdrage leveren aan het Omgevingsfonds boven op de reguliere bijdrage van 0,50 eurocent per MWh? Dat zou kunnen, maar lijkt niet erg voor de hand te liggen. Destijds is die extra bijdrage van € 50.000 afgesproken als het lukte mee te doen met de in dat jaar (2017) geldende subsidieronde (Stimulering Duurzame Energie; SDE), die toen nog relatief hoog was. Artikel 2 Doel en Activiteiten van de concept-statuten van de op te richten Stichting Omgevingsfondsen West Betuwe gaat uit van bijdragen van toekomstige wind- en/of zonneparken ter vulling van het fonds: 5. Is het de bedoeling dat er gelijksoortig beleid en een gelijksoortig apart fonds wordt ingesteld voor bestaande en/of toekomstige zonneparken?
Pagina 2 van 2
Om te voorkomen dat er voor elk initiatief een eigen Omgevingsfonds(je) wordt opgericht, is er het streven om elk initiatief aan te laten sluiten bij de Stichting Omgevingsfondsen West Betuwe, maar (wellicht) met ieder zijn eigen fondsreglement. Uiteraard zal dit gaan in overleg met de initiatiefnemer. De besteding van de gelden kan per initiatief anders zijn, omdat elk initiatief zijn eigen ‘invloedsgebied’ heeft. Voor zon is dat weer anders dan voor wind. NB Het Omgevingsfonds Deil en Avri blijft vooralsnog binnen het beheer van de Stichting een apart fonds.