10 Inspraak VBL inzake het Bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen 2018.pdf
Tekst van het document
Inspraak inzake het Bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen 2018
De Vereniging tot Behoud van het Lingelandschap wil graag schriftelijk inspreken over het bestemmingsplan Buitengebied Geldermalsen 2018, dat volgende week ter besluitvorming voorligt bij uw Raad. Wij menen dat de reactie in de Nota van Zienswijzen te theoretisch is en teveel vanachter het bureau is gemaakt om echt recht te doen aan de bezwaren die onze landschapsorganisatie omwille van de belangen van natuur en landschap heeft willen maken . TEELTONDERSTEUNENDE VOORZIENINGEN EN BIODIVERSITEIT Als bijlage is bij deze inspraak meegezonden de bladzijdes uit de nota van zienswijzes die betrekking hebben op onze d.d. 30 januari 2020 (inmiddels bijna 2 jaar geleden!) ingezonden zienswijze. Twee punten daaruit beargumenteerd.
zijn
wat
ons
betreft
absoluut
onvoldoende
1 een strook van 10 meter vanuit de Linge is volkomen onvoldoende als je biodiversiteit een ecologische verbindingszone werkelijk serieus neemt. Tien meter heb je als fruitteler gewoon nodig als je met je trekker van de ene ruimte tussen rijen fruitbomen naar de volgende ruimte tussen fruitbomen wilt draaien. Met andere woorden: dan blijft er dus geen ruimte meer over voor een bloemrijke rand of rietvorming aan de oever van de Linge, die nodig zijn om insecten en vissen plek te geven om zich te verplaatsen en te paaien. De redenering die in de Nota van Zienswijzes wordt gehanteerd -bij het waterschap hebben ze maar 10 meter nodig- is vast niet gehanteerd door het waterschap zelf maar vanachter een niet deskundig bureau bedacht. In dit geval is er geen sprake van het beperken van de ‘rechten’ van de fruitteler: immers bestaande situaties mogen blijven bestaan. 2. Hoe waarborg je, dat een toekomstig college van burgemeester en wethouder bij het verlenen van een aanlegvergunning voor een nieuwe boomgaard in de uiterwaard zal bedenken dat daarmee automatisch bij ook een vergunning voor het plaatsen van 6 meter hoge teeltondersteunende voorzieningen betekent!
Stel je eens voor: op 10 meter afstand van jouw motorbootje staan er in de uiterwaarde in voorjaar en zomer 6 meter hoog bouwwerken in de uiterwaarde! Wat doet dat met de beleving van de Linge met zijn uiterwaarden door de recreant en de toerist? Hier botsen 2 uitgangspunten van West Betuwe met elkaar: de wens om van West Betuwe dé fruitgemeente van Nederland te maken versus de wens om meer inkomsten te genereren uit dagrecreanten en toerisme. Daarom lijkt het ons dat deze algemene regel: waar boomgaarden mogen komen, daar mogen ook teeltondersteunende voorzieningen komen, een te groffe regel is. Behoud de oude regel uit het oude bestemmingsplan1 dat er niet meer dan een halve hectare TOV mag komen in ‘agrarisch gebied -uiterwaarde’. Dit nog los van het feit dat casco TOV-s uitsluitend nog als 6 meter hoog te verkrijgen zijn omdat 10 meter hoge TOV-s niet nuttig zijn gebleken. Dan ontneem je niemand bestaande rechten en ontneem je de toerist niet de recreatieve waarde en schoonheid van het Lingelandschap.
BIJLAGE 1: 3.4 Thema natuur, landschap en cultuurhistorie 3.4.1 Vereniging tot Behoud van het Lingelandschap, Postbus 131, 4190 CC Geldermalsen, zaaknr. 2808 Samenvatting reactie De Vereniging tot Behoud van het Lingelandschap (hierna: de VBL) vraagt vooral aandacht voor de bescherming van natuur- en landschapswaarden in de uiterwaarden van de Linge. Dit wordt uitgewerkt in drie onderdelen: 1. De VBL betreurt het dat de uiterwaarden geen hogere landschapsbescherming krijgen dan
1
Uiterwaarden Het gaat hierbij om de gronden direct langs de Linge gelegen tussen de dijken.( …….)Teelt ondersteunende voorzieningen zijn binnen de bestemming “Uiterwaarden” alleen via een ontheffing mogelijk. De oppervlakte voor die voorzieningen is per ontheffing bovendien beperkt tot 0,5 ha.
“agrarisch gebied ”en “agrarisch gebied met waarden”. Als ecologische verbindingszone (provinciale Omgevingsvisie) en als belangrijkste trekpleister voor recreanten, toeristen en voor eigen bewoners is een hogere bescherming van het gebied gewenst. Landschap in dit gebied is dus niet alleen een welzijnsfactor voor de eigen inwoners maar ook een cruciale economische factor voor toerisme en recreatie. Gevraagd wordt daarom om een aparte bescherming ten behoeve van natuur en landschap. 2. De aanwezigheid van boomgaarden in de uiterwaarden hoeft niet altijd bezwaarlijk te zijn. Wel wordt in verband met de functie ecologische verbindingszone gevraagd om een vrije zone langs de oevers van de Linge van ten minste 15 meter. Verder wordt gevraagd om de ontheffingscriteria voor nieuwe boomgaarden verder uit te werken. Onduidelijk is onder welke voorwaarden een dergelijke ontheffing wordt verleend (waaraan wordt getoetst). En kan na verlening eerste ontheffing meteen een tweede worden aangevraagd? 3. Verzocht wordt voor teeltondersteunende voorzieningen (TOV) in de uiterwaarden een meer specifieke regeling te maken. Omdat TOV nu bij recht zijn toegestaan kan bij elke boomgaard in de uiterwaarden dergelijke voorzieningen komen. Zij hebben een grote impact op het landschap. Ook in de periode buiten het oogstseizoen waarin palen en frames van TOV wel permanent mogen blijven staan.
Wanneer er geen specifieke regeling kan worden gemaakt wordt verzocht de bestaande beperking tot 0,5 ha TOV in het nu geldende bestemmingsplan te handhaven. Reactie gemeente 1. De VBL betreurt het dat de uiterwaarden geen hogere landschapsbescherming krijgen dan de bestemming “Agrarisch gebied ”en “Agrarisch gebied met waarden - Landschapswaarden”. De uiterwaarden zijn bestemd als “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden”. Daarnaast zijn ze voorzien van een aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – uiterwaard’. In de planregels zijn bepalingen gekoppeld aan deze aanduiding. Zo zijn de gronden in de uiterwaarden bestemd voor de instandhouding van de landschappelijke- en natuurwaarden van de uiterwaarden en gelden er verschillende bouw- en gebruiksverboden. Ook is er een aanlegvergunningstelsel opgenomen voor werkzaamheden zoals het vellen of rooien van bos en het verlagen of ophogen van de bodem. Een specifieke bestemming “Uiterwaarden” maakt dit
juridisch niet anders. Bovendien ligt er op de natuurgronden binnen de uiterwaarden reeds de bestemming “Natuur”. De bestemming/aanduiding van de uiterwaarden hoeft daardoor niet te worden aangepast. 2. Bestaande boomgaarden in de uiterwaarden zijn toegestaan. Het voorstel van een vrije zone langs de oevers van de Linge acht de gemeente ook wenselijk ten behoeve van het behoud van de natuurwaarden, met uitzondering van bestaande bouwwerken en gebruik. Een zone van 15 m acht de gemeente echter aan de forse kant. Voor onderhoud van A-watergangen hanteert het waterschap een zone van 5 m langs de watergang. Wij achten het voldoende als naast deze strook nog een strook van 5 m vrij gehouden wordt, bij nieuwe boomgaarden (bij afwijking mogelijk), voor behoud en ontwikkeling van ecologische waarden. Voor fruitteelt in de vorm van nieuwe boomgaarden is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen (artikel 4.6.3). Het bevoegd gezag dient af te wegen of er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van natuur- en landschapswaarden van de naburige percelen en gronden. Daarnaast mag de oppervlakte van de fruitteelt in de vorm van nieuwe boomgaarden niet meer bedragen dan 5 ha.
Hieraan wordt toegevoegd dat het de ‘totale’ oppervlakte van fruitteelt in de vorm van boomgaarden ‘per bedrijf’ betreft, waarbij in totaal maximaal 5 ha mag Nota van zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied 2018” 47 worden aangevraagd per bedrijf, na vaststelling van dit bestemmingsplan. Cumulatie van extra nieuwe boomgaarden is daarmee niet aan de orde. 3. In de agrarische bestemmingen zijn teeltondersteunende voorzieningen uitsluitend toegestaan bij bestaande fruitteelt in de vorm van boomgaarden. Dit is opgenomen omdat teeltondersteunende voorzieningen onderdeel zijn van de huidige bedrijfsvoering van fruitteeltbedrijven. Afschaffing van de teeltondersteunende voorzieningen, of beperking tot 0,5 ha, is daarom niet aan de orde in dit bestemmingsplan. Vanwege de natuurwaarden van de uiterwaarden, achten wij verlaging van de maximale hoogte wel wenselijk. In de bouwregels wordt de toegestane bouwhoogte van palen en constructies van teeltondersteunende voorzieningen in de uiterwaarden verlaagd van 10 meter naar 6 meter. Aanpassingen bestemmingsplan
•
•
De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor nieuwe boomgaarden in de bestemming “Agrarisch gebied met waarden – Landschapswaarden” wordt aangepast. De voorwaarde ten aanzien van de toegestane oppervlakte wordt als volgt aangepast: “de totale oppervlakte van de fruitteelt in de vorm van boomgaarden van aanvragen na vaststelling van dit plan per bedrijf niet meer bedraagt dan 5 ha”. Daarnaast wordt onder sub a de voorwaarde toegevoegd dat fruitteelt in de vorm van boomgaarden niet is toegestaan binnen een zone van 10 m vanaf de Linge. In de bestemming “Agrarisch gebied met waarden – Landschapswaarden” wordt de toegestane maximale bouwhoogte van palen en constructies buiten het bouwvlak verlaagd naar 6 meter voor zover wordt gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – uiterwaard’.