Weesperwerf Bijlagen bij de toelichting 1 - 2021-08-23 Bijlagen toelichting incl NvB 23 aug 21
Tekst van het document
3 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
[13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23]
Verslag grondstromen tijdens bouwrijp maken Terlin Terrein Weesp, Tauw, proj.nr 3736008, d.d. 16 februari 2000. Nazorgplan Terlin-terrein te Weesp, Tauw, rap.nr R001-3795233JUD-DO1-D, d.d. 21 februari 2000. Monitoring Nijverheidslaan 2-12 (Terlin-Terrein) te Weesp, Voortgangsrapport 2000-2001, Bodemzorg, proj.nr 210024-001, d.d. 1 november 2001. Grondwatermonitoring Terlin-terrein te Weesp, Voortgangsrapport 2002, Bodemzorg, proj.nr 210023-201, d.d. 7 februari 2003. Indicatief bodemonderzoek riooltracé terrein Vechtzicht te Weesp, Grondslag, project 7381, d.d. 25 februari 2003. Bodemonderzoek en Plan van Aanpak wijziging riooltracé locatie Vechtzicht/Terlin te Weesp, Grond&Wet bv, kenmerk P0133-v2, d.d. 9 april 2003. Grondwatermonitoring Terlin-terrein te Weesp, Voortgangsrapport 2004, Bodemzorg, proj.nr 210024-301, d.d. 16 februari 2005. Grondwatermonitoring Terlin-terrein te Weesp, Nazorgrapportage 2005, Bodemzorg, proj.nr 210024-501, d.d. 12 december 2005. Grondwatermonitoring Terlin-terrein te Weesp, Nazorgrapportage 2006, Bodemzorg, proj.nr 210024-601, d.d. 31 oktober 2006. Nazorgwerkzaamheden Terlin-terrein, Bodemzorg, kenmerk PA/2007.0287/BOD, d.d. 13 februari 2007. Grondwatermonitoring Terlin-terrein te Weesp, Nazorgrapportage 2007, Bodemzorg, proj.nr 210024-701, d.d. 27 juni 2007.
In het archief van gemeente Weesp zijn in diverse rapportages de volgende beschikkingen van het bevoegd gezag Wet bodembescherming aangetroffen: [A] Beschikking vaststelling ernst, urgentie en instemming saneringsplan, Provincie Noord-Holland, kenmerk 98-511795, d.d. 14 april 1998. [B] Beschikking instemming saneringsresultaat, Provincie Noord-Holland, kenmerk 1999-19800,d.d. 29 oktober 1999. [C] Aanvraag beschikking Terlin-terrein, Gemeente Weesp, reg.nr Z10-8634/D.1013699, d.d. 28 juli 2010. [D] Beschikking Nijverheidslaan 6 (Terlin-terrein) te Weesp, locatiecode NH/0457/00001, kenmerk 2011-27021, d.d. 18 mei 2011. Daarnaast zijn enkele vervallen Hinderwetvergunningen ingezien.
2.4.
Samenvatting bedrijfsactiviteiten De bedrijfsactiviteiten op de locatie zijn samengevat in tabel 1. Tabel 1: Bedrijfsactiviteiten Periode
Bedrijsactiviteit
Onbekend-1933
Gasfabrieksterrein op oostelijk terreindeel
1934 – ca 1985
Rubber- en plasticfabriek (Weesp Plastics)
1985 - 2000
Opslag en kantoorwerkzaamheden, daarna sloop opstallen en bodemsaneringswerkzaamheden.
2001
Bouw 3 panden Nesland 1, 3 en 5
2000-2017
Rest terrein braakliggend
4 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
Gegevens gasfabriek De gasfabriek heeft bestaan uit een fabriekspand en een gashouder met een jaarlijkse gasopslagcapaciteit van 1.800 m3. Het De gasfabriek had daarnaast een kolenopslagloods, stokerij, ketelhuis, zuiveringshuis en regeneratieruimte, een gashouder en een kantoorruimte (zie figuur 4 en bijlage 1). Gas werd geproduceerd door verhitting van steenkool. In de verschillende productie- en reinigingsprocessen van het gas kwamen teer (PAK), cyanide, thiocyanaat, vluchtige aromaten en ammoniak vrij. Voor zover bekend is er geen ammoniakput aangelegd [8]. Ammoniakwater werd naar verwachting verkocht aan de kunstmestindustrie. Op 1,5 km afstand bevond zich een kunstmestfabriek aan hetzelfde oppervlaktewater, waardoor transport over water voor de hand ligt [8]. De locatie van de teerput is pas tijdens de bodemsanering in 1999 ontdekt. Het is onduidelijk wat de aanleiding was om in 1933 te stoppen met de gasproductie.
Figuur 3: Gasfabrieksterrein Weesp 1918
5 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
Figuur 4: De bebouwing van de voormalige gasfabriek (rode stippellijn)[1]
Figuur 5: Sanering teerput in 1999 Gegevens Weesp Plastics Vanaf 1934 is de locatie in gebruik geweest als rubber- en plasticfabriek (Weesp Plastics). Bodemonderzoek uit 1985 vermeldt dat de bedrijfsactiviteiten toen al waren beëindigd. Weesp Plastics maakte plasticfilm, pvc-kunstleer, pvc-vloerbedekking en gerubberde weefsels.
6 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
Op basis van de gegevens uit het Hinderwetarchief zijn de volgende bedrijfsactiviteiten aanwezig geweest die kunnen hebben geleid tot een bodemverontreiniging: Vaten-schoonmaakruimte. De Kalander met pigmentpasta’s. Tanks: benzine, tolueen, aceton, alcohol, smeerolie, stookolie, DIOP-olie (weekmaker), olievoorraadtanks, Methyl-ethyl-keton. Stortgat op het westelijke terreindeel. In de tweede wereldoorlog (1941 of 1942) is de toenmalige fabriek zwaar beschadigd en heeft er brand gewoed als gevolg van een bombardement op de nabij gelegen spoorbrug. De fabriek is hersteld op de bestaande fundering [8]. In de vroegere vijver is bedrijfsafval van zowel vloeibare als vaste aarde terechtgekomen. Het ging onder andere om emmertjes/blikjes vloeistoffen, plastic, onbruikbare pigmentmengsels, verf [8]. De op basis van het vroegere productieproces verdachte deellocaties van Weesp Plastics zijn weergegeven in figuur 6 en geprojecteerd op een tekening van de huidige situatie in bijlage 8A.
Figuur 6: Bedrijfsvoering Weesp Plastics (1965-1967)
7 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
2.5.
Samenvatting huidig te verwachten verontreinigingsituatie In de periode 1985-1998 zijn vijf bodemonderzoeken uitgevoerd om de verontreinigingssituatie in beeld te krijgen. Als gevolg van de bedrijfsactiviteiten van de gasfabriek is de bodem verontreinigd geraakt met cyanide, PAK, minerale olie en vluchtige aromaten (geval 1). Deze verontreinigingen waren aanwezig bij de gashouder, zuiver- en regeneratiehuis, ketelhuis en de teerput. Als gevolg van de bedrijfsactiviteiten van Weesp Plastics is de bodem verontreinigd geraakt met zware metalen (cadmium, lood, zink), tolueen, methyl-ethyl-keton, aceton, minerale olie, vluchtige aromaten en ftalaten (geval 2). Deze verontreinigingen zijn aangetroffen ter plaatse van de ondergrondse tanks, fabricagehal, de Kalander, het stortgat/voormalige vijver en de sloot aan de westzijde van het terrein. In 1989 is de cadmiumverontreiniging in de bovengrond van de noordoostelijke hoek van de locatie gesaneerd tot de destijds geldende A-waarde (cadmium 1 mg/kg ds). In 1998 is een bodemsanering uitgevoerd om de locatie geschikt te maken voor kantoren met kruipruimte. Voorafgaand aan de bodemsanering zijn de opstallen gesloopt en de ondergrondse tanks verwijderd.
De verontreinigde grond is gesaneerd tot de in het saneringsplan vastgestelde MTR-waarden, waarbij voor het toekomstige gebruik van de locatie als kantoren met kruipruimte geen risico’s zijn te verwachten. Men ging er verder vanuit dat de overige terreindelen grotendeels zouden worden verhard, zodat er geen contactmogelijkheid meer zou zijn met de grond. Daarnaast is alle zintuiglijk verontreinigde grond (stinkende grond) gesaneerd en is de oude riolering van zowel de gasfabriek als van Weesp Plastics verwijderd. Vanwege een vaststelling dat de verontreiniging van het grondwater niet zou leiden tot een risico voor het toekomstige gebruik (kantoren met kruipruimte) heeft geen grondwatersanering plaatsgevonden. Wel was er een tijdelijke bemaling van het freatische grondwater om de ontgraving in den droge uit te kunnen voeren. Hierbij was tevens spanningsbemaling in het eerste watervoerend pakket noodzakelijk om opbarsten van de putbodems te voorkomen. Na ontgraving van de verontreinigingen zijn monsters genomen van putbodem- en wanden om na te gaan of de saneringsdoelstelling behaald is. Hieruit is gebleken dat de eindsituatie overeenkomt met de doelstelling uit het saneringsplan (saneren tot onder MTR-waarde). Dit neemt niet weg dat een deel van de restconcentraties wel boven de huidige interventiewaarde lag.
Het betreft hier voornamelijk verhoogde gehalten aan cadmium, PAK, cyanide en lokaal ftalaten. De contouren van de restverontreiniging zijn weergegeven in de tekening behorend bij de beschikking van provincie Noord-Holland waarbij is ingestemd met het saneringsresultaat, zie figuur 7 en in bijlage 8. Na de bodemsanering zijn in 1999 nog grondwerkzaamheden uitgevoerd in het kader van aanleg van riolering en herprofilering van het terrein. Sterk verontreinigde grond is hierbij herschikt binnen de contouren van de restverontreiniging zoals weergegeven in figuur 7. Het grondwater in het freatische en eerste watervoerend pakket is in de periode 2001 – 2009 gemonitord in het kader van nazorg. In 2010 is de nazorg beëindigd omdat op basis van de monitoringsresultaten voldoende kon worden vastgesteld dat er geen sprake was van verspreiding van restverontreiniging vanaf het terrein. In de bodemonderzoeken en saneringsevaluaties wordt nergens gesproken over de aanwezigheid van asbest. Uit het hinderwetarchief komt naar voren dat in 1972 op het noordelijke terreindeel een bedrijfspand heeft gestaan met een eterniet (asbesthoudend) dak. Dit pand was in gebruik als werkplaats voor onderhoud van taxi’s.
8 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
Figuur 7: Indicatieve interventiewaardecontour na sanering in grond (doorgetrokken lijn) en grondwater (streepjeslijn) (bron: beschikking saneringsresultaat [B])
2.6.
Opgelegde gebruiksbeperkingen na bodemsanering 1999 In de saneringsevaluatie [12] en de beschikking van provincie Noord-Holland [B] zijn de volgende gebruiksbeperkingen opgelegd voor toekomstig gebruik: De bestemming van de locatie is uitsluitend het realiseren van kantoren en bedrijfsgebouwen. Op de locatie mag geen grondwater onttrokken worden ten behoeve van beregening en consumptie, dan wel elke andere vorm van gebruik waarbij blootstelling aan het grondwater kan plaatsvinden. Op de locatie is er geen sprake van multifunctionele bodemkwaliteit, derhalve zal bij voorgenomen verandering van het gebruik (bijvoorbeeld woningbouw, recreatie en dergelijke) het bevoegd gezag (gemeente) schriftelijk goedkeuring moeten geven op de veranderingen. Eventuele saneringsmaatregelen dienen aan het bevoegd gezag Wet bodembescherming te worden voorgelegd. Op een deel van de locatie is het noodzakelijk om het terrein geheel te bebouwen dan wel te voorzien van een gesloten verharding, om contact met de verontreinigde grond te voorkomen. Oude funderingspalen mogen niet zonder meer verwijderd worden, om verspreiding naar het eerste watervoerend pakket te voorkomen. Indien de palen verwijderd moeten worden, dienen de afsluitende bodemlagen te worden hersteld.
9 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
2.7.
Bodemopbouw en geohydrologie In tabel 2 is de te verwachten bodemopbouw weergegeven. Voor zover bekend is er op de locatie zelf geen actieve drainage meer aanwezig. Bij aanleg riolering is wel een werkdrain aangelegd die is bemalen om het riool aan te kunnen leggen. Gezien de huidige terreinsituatie wordt verwacht dat deze drains momenteel geen functie meer hebben. Tabel 2: Te verwachten bodemopbouw Diepte
Grondsoort
Geohydrologie
0 – 1,5
Zand (lemig)
Opgebracht materiaal
1,5 – 2,5
Klei
Deklaag
2,5 – 5,5
Veen
Deklaag
>5,5
Zand
Eerste watervoerend pakket
De stijghoogte van het freatische pakket wordt beïnvloed door de Vecht, die een infiltrerende werking heeft. Het freatische grondwater stroomt in noordelijke tot noordoostelijke richting. De regionale horizontale stromingsrichting in het eerste watervoerend pakket is noordwestelijk. In verticale zin is er sprake van infiltratie (bron [8] en [13]).
2.8.
Locatiebezoek Op 16 november 2017 is er een locatiebezoek uitgevoerd. De foto’s van het locatiebezoek zijn opgenomen in bijlage 9. Hierbij zijn de volgende relevante zaken naar voren gekomen: De locatie is geheel onbebouwd. Recentelijk zijn maaiwerkzaamheden uitgevoerd op de locatie. Op sommige terreindelen is nog dichte begroeiing (riet en jonge boompjes) aanwezig. Het terrein is zeer drassig. In de waterplassen aan het maaiveld is een olieachtige film aangetroffen. Deze olieachtige film wordt naar verwachting veroorzaakt door ijzerverbindingen in de grond. Het maaiveld is bedekt met het de gemaaide begroeiing en is niet vrij inspecteerbaar voor aanwezigheid van asbest aan het maaiveld. Aan het maaiveld zijn rioolputten zichtbaar die naar verwachting ten behoeve van maaiwerkzaamheden zijn gemarkeerd met hoge palen. Het maaiveldniveau van de panden Nesland 1, 3, 5 ligt iets hoger dan het te onderzoeken terreindeel.
3.
Onderzoeksstrategie
3.1.
Conclusie vooronderzoek Op basis van de beschikbare gegevens uit het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat op de locatie restverontreinigingen met zware metalen, PAK, cyanide en ftalaten verwacht kunnen worden. In het bodemonderzoek uit 2003 zijn in de grond bijmengingen aan puin, olie-waterreacties en carbolineumgeuren waargenomen.
10 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
In voorgaande onderzoeken en saneringen is geen aandacht besteed aan asbest. Dit is in ieder geval niet schriftelijk vastgelegd in de rapportages. Op basis van de bouwperiode en de periode dat bedrijfsactiviteiten plaatsvonden wordt verwacht dat in de bebouwing van de voormalige fabriekspanden van Weesp Plastics asbest zat verwerkt. Er is geen informatie teruggevonden wat er met het puin van de gesloopte bebouwing is gebeurd. Naar verwachting is dit afgevoerd. In het laatst uitgevoerde bodemonderzoek (2003) ten behoeve van het niet uitgevoerde plan om de riolering te wijzigen ([17] zijn bijmengingen met puin waargenomen. Omdat de herkomst van dit puin niet bekend is, wordt de locatie beschouwd als verdacht op de aanwezigheid van asbest. Gezien de periode waarin de gasfabriek actief was, valt niet uit te sluiten dat ook hier asbesttoepassingen werden gebruikt. Het veelvuldige gebruik van asbest was echter toen nog niet aan de orde (dit begon pas na 1945).
3.2.
Onderzoeksopzet Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de norm NEN 5740 (Nederlands Normalisatie-instituut, januari 2009+C1:2015). Als onderzoekstrategie is die voor een verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE) genomen. De bovenste twee meter van de bodem wordt beschouwd als de verdachte bodemlaag. Vanwege de achtergebleven restverontreiniging op de onderzoekslocatie wordt het standaardanalysepakket grond en grondwater uitgebreid met analyses op cyanide, thiocyanaat en ftlaten. Het onderzoeksvoorstel wordt gecombineerd met een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5707 (asbest in grond). Ook hierbij is de strategie voor een verdachte locatie met heterogene verontreiniging aangehouden. Onderdeel van het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie. Voor de maaiveldinspectie dient het terrein vrij te zijn van begroeiing. Aangezien dit momenteel niet het geval is en het niet reëel is dat het terrein voor uitvoering van het onderzoek geheel vrij kan worden gemaakt van begroeiing, kan dit onderdeel van de NEN 5707 niet worden gedaan. Bij het veldwerk wordt een inspectie gedaan van het maaiveld op 1 m 2 rond de boorlocaties. De onderzoeksresultaten ten aanzien van asbest zijn daarmee indicatief van aard. Een samenvatting van het uitgevoerde onderzoek is opgenomen in tabel 3.
Tabel 3: Werkzaamheden verkennend bodemonderzoek (18.850 m2) Veldwerk
Aantal
Terreininspectie
1
Maaiveldinspectie
niet mogelijk
Asbestinspectiegaten tot 0,5 m –mv (0,3mx0,3m) (nummers 5 t/m 36)
32
Waarvan asbestgat doorzetten met boring tot maximaal 2 m –mv
7
Peilbuizen tot 1,5 m onder de grondwaterspiegel (NEN) (nummers 1 t/m 4)
4
Inspectie van de uitgegraven en opgeboorde grond
32
Grond(meng)monsters voor analyse op asbest
7
Grondwatermonstername
4
Chemische analyses
Aantal
NEN-pakket grond+ ftalaten, cyanide, thiocyanaat , inclusief humus en lutum
10
Asbest in grond conform NEN 5707
6
NEN-pakket grondwater+ftalaten, cyanide, thiocyanaat
4
11 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
4.
Veldwerkzaamheden Een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden is weergegeven in tabel 4. De locaties van de boorgaten, boringen en peilbuizen zijn weergegeven in bijlage 1. Tabel 4: veldwerkzaamheden Datum
Omschrijving
Medewerker
1 december 2017
Terreininspectie en uitzetten boorlocaties met
S. de Jonge
GPS, start plaatsing peilbuizen (01, 02, 04) 5 december 2017
Boorgaten, boringen en peilbuis (03)
J. Montfroy en P. Klok
12 december 2017
Resterende boorgaten (23 t/m 32) en
S. de Jonge en R. Snel
grondwatermonstername
Voor een visuele inspectie op de aanwezigheid van asbest in de grond zijn ter plaatse van de boorlocaties 05 tot en met 36 boorgaten van 0,3 bij 0,3 meter (m) tot 0,5 m –mv gemaakt. Bij boorlocaties 05, 10, 21, 27, 32, 33 en 35 zijn de asbestinspectiegaten doorgeboord met een edelmanboor met diameter 12 centimeter tot een diepte van 2 m – mv. Veldwaarnemingen Voor een compleet beeld van de lokale bodemopbouw en de waargenomen afwijkingen wordt verwezen naar bijlagen 2 en 3. Op basis van de opgestelde boorbeschrijvingen is een algemene bodemopbouw afgeleid en weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Algemene bodemopbouw Diepte (m -mv)
Hoofdbestanddeel
Bijmengingen
0 – 1,0
zand
lokaal zwak tot matig puinhoudend
1,0 – 1,5
klei
zwak puinhoudend
1,5 – 3,0
veen
gradatie bijmenging: sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-25%, uiterst 25-50%
Ter plaatse van het stortgat/voormalige vijver is in de ondergrond van boring 03 een matige carbolineumgeur aangetroffen. Om het grondwater hier te kunnen onderzoeken is deze boring in aanvulling op de gehanteerde strategie afgewerkt met een peilbuis. Ter plaatse van asbestinspectiegaten 17 en 22 is asbestverdacht materiaal aangetroffen, zie tabel 6. Van het asbestverdachte materiaal is per gat een verzamelmonster samengesteld, zodat op het laboratorium onderzocht kan worden of het daadwerkelijk om asbest gaat. Voor analyse van asbest in grond in de fijne fractie op deze locaties zijn separate asbestgrondmonsters samengesteld. Tabel 6 Aangetroffen asbestverdacht materiaal is opgegraven grond asbestinspectiegat Analysemonster
Inspectieg
Traject (cm -mv)
Beschrijving type en natgewicht 3 stukken asbestverdacht plaatmateriaal
at 17-VMO2
17
0 – 0.5
22-1
22
0 – 0,5
(was 1 stuk, is bij graven kapot gestoten) 122 gram asbestverdacht plaatmateriaal
12 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
Aan het maaiveld rond de boorlocaties zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Ten tijde van het veldwerk was de locatie zeer nat en begroeid met riet. In de overige boringen zijn zwakke tot matige bijmengingen met puin aangetroffen. Ter plaatse van boorlocatie 27 bevindt zich een obstakel in de ondergrond op circa 1,5 m –mv. Er zijn drie pogingen gedaan om op deze locatie langs het obstakel te boren, hetgeen niet gelukt is. Bemonstering De grond is bemonsterd in trajecten van maximaal 0,5 m per bodemlaag. Van de monsters zijn in het veld asbestmengmonsters samengesteld. Voor de overige analyses zijn in het laboratorium mengmonsters samengesteld voor analyse. De samenstelling van de mengmonsters wordt besproken in hoofdstuk 5.1. Het grondwater is op 12 december 2017 bemonsterd met een slangenpomp. De monsternamegegevens staan in tabel 7. Tabel 7: Veldmetingen watermonsters Peilbuis
Filterdiepte
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
(m -mv)
(m -mv)
(-)
(µS/cm)
(NTU)
1-1
2,0 – 3,0
0,57
7
856
345
2-1
1,5 - 2,5
0,47
7
790
55
3-1
1,2 – 2,2
0,73
7
864
339
4-1
1,5 – 2,5
0,57
6,7
1654
98
Toelichting: pH:
zuurgraad
EC:
stabiele geleidbaarheid
Troebelheid:
turbiditeitswaarde (ntu)
Visueel zijn bij de watermonstername geen afwijkingen waargenomen. Ondanks dat met laag debiet is voorgepompt en bemonsterd ligt de troebelheid van het bemonsterde grondwater aanzienlijk hoger dan 10 NTU, hetgeen als natuurlijke troebelheid van grondwater wordt beschouwd. Door de aanwezigheid van opgeloste deeltjes waaraan verontreinigingen zich hechten, kunnen hierdoor verhoogde gehalten worden gemeten. Opgeloste deeltjes zijn, naar verwachting, het gevolg van de aanwezige klei- en veenlagen.
13 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
5.
Resultaten
5.1.
(Meng)monstersamenstelling De samenstelling van de (meng)monsters, inclusief een toelichting is opgenomen in tabellen 8 en 9. Tabel 8: (Meng)monstersamenstelling Analyse monster
Traject (m -mv)
Deelmonsters
Verkennend bodemonderzoek M01 0,00 - 0,50 01 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) M02 0,00 - 0,50 10 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) M03 0,00 - 0,50 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) M04 0,00 - 0,50 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) M05 0,00 - 0,50 33 (0,00 - 0,50) 34 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50) 36 (0,00 - 0,50) M06 0,00 - 0,50 28 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 31 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) M12 0,00 - 0,50 23 (0,00 – 0,50) 24 (0,00 – 0,50) 25 (0,00 – 0,50) 26 (0,00 – 0,50) 03-5 1,60 - 1,80 03 (1,60 - 1,80) M07
0,50 - 1,60
M08
1,20 - 2,00
M09
0,50 - 2,50
M10
0,50 - 1,20
M11
0,50 - 2,00
10-1 20-1 21-1 11-1 12-1 13-1 14-1
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
01 (1,00 - 1,40) 05 (1,10 - 1,60) 10 (0,50 - 1,00) 05 (1,60 - 2,00) 10 (1,50 - 2,00) 21 (1,20 - 1,70) 35 (1,50 - 2,00) 02 (0,50 - 1,00) 02 (1,50 - 2,00) 04 (1,00 - 1,50) 04 (2,00 - 2,50) 21 (0,90 - 1,20) 33 (0,50 - 1,00) 35 (0,50 - 1,00) 27 (0,50 - 1,00) 32 (0,50 - 1,00) 32 (1,50 - 2,00) 10 (0,00 – 0,50) 20 (0,00 – 0,50) 21 (0,00 – 0,50) 11 (0,00 – 0,50) 12 (0,00 – 0,50) 13 (0,00 – 0,50) 14 (0,00 – 0,50)
Motivatie
Zandige sporen puinhoudende bovengrond noordwestelijk terreindeel Zandige matig puinhoudende bovengrond buiten restverontreiniging Zandige zwak puinhoudende bovengrond middenterrein Zandige zwak puinhoudende bovengrond rondom stortgat/vijver Zandige zwak puinhoudende bovengrond zuidelijk terreindeel Zandige matig puinhoudende bovengrond binnen restverontreiniging Zandige zwak puinhoudende bovengrond
Matige carbolieumgeur tpv voormalig stortgat/vijver Kleiige sporen puinhoudende ondergrond noordwestelijk terreindeel Venig onverdachte ondergrond
Zandige ondergrond ter plaatse van restverontreinigingen Kleiige zwak puinhoudende ondergrond Zandige ondergrond ter plaatse van restverontreiniging Uitsplitsing M02 op PCB’s Uitsplitsing M02 op PCB’s Uitsplitsing M02 op PCB’s Uitsplitsing M04 op cadmium en ftalaten Uitsplitsing M04 op cadmium en ftalaten Uitsplitsing M04 op cadmium en ftalaten Uitsplitsing M04 op cadmium en ftalaten
14 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
Tabel 9: Meng)monstersamenstelling verkennend asbestonderzoek Verkennend asbestonderzoek
5.2.
22-1
0,00 - 0,50
22 (0,00 - 0,50)
Verzamelmonster asbestverdacht materiaal
17-VM02
0,00 - 0,50
17 (0,00 - 0,50)
Verzamelmonster asbestverdacht materiaal
17-17
0,00 - 0,50
17 (0,00 - 0,50)
Gat met asbest in grove fractie
22-22
0,00 - 0,50
22 (0,00 - 0,50)
Gat met asbest in grove fractie
AM01-AM01
0,00 - 0,50
Gat 05, 06, 07, 08
Noordelijk terreindeel
AM02-AM02
0,00 - 0,50
Gat 11, 12, 13, 14
Terrein rondom voormalig stortgat/vijver
AM03-AM03
0,00 - 0,50
Gat 15, 16, 18
Midden terrein, sporen puin
AM04-AM04
0,00 - 0,50
Gat 19, 20, 21
Midden terrein
AM05-AM05
0,00 - 0,50
Gat 23, 24, 25, 26, 27
Midden terrein
AM06-AM06
0,00 - 0,50
28, 29, 30, 31, 32
Oostelijk terreindeel
AM07-AM07
0,00 - 0,50
34, 36
Zuidelijk terreindeel, brokken baksteen
AM09-AM09
0,00 - 0,50
33, 35
Zuidelijk terreindeel, brokken puin.
Toetsingskader Voor het toetsen van de analyseresultaten zijn verschillende toetsingskaders beschikbaar. Een toelichting op de toetsingskaders is opgenomen in bijlage 4. Welke toetsingskaders van toepassing zijn is afhankelijk van de doelstelling van het bodemonderzoek. Voor dit onderzoek zijn de analyseresultaten getoetst aan de normen uit de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit om na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering vormt voor de bestemmingswijziging.
5.3.
Analyseresultaten regulier onderzoek De analyse- en toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 5 (beoordeling met BoToVa) en bijlage 6 (analysecertificaten). De beoordeling van de analyseresultaten is in tabellen 10 tot en met 14 samengevat. In de matig puinhoudende zandige bovengrond (M02) zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, PCB’s en minerale olie aangetroffen, waarvan het gehalte aan PCB’s de drempelwaarde voor nader onderzoek overschrijdt, zie tabel 10. De separate deelmonsters van mengmonster M02 zijn daarom aanvullend onderzocht op PCB’s. Hierbij zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan PCB’s aangetoond, zie tabel 12. In de zwak puinhoudende zandige bovengrond rondom het voormalige stortgat/vijver (M04) is een sterk verhoogd gehalte aan cadmium en Di(2-ethylhexyl)ftalaat gemeten. De overige parameters zijn maximaal licht verhoogd. De separate deelmonsters van mengmonster M04 zijn daarom aanvullend onderzocht op cadmium en ftalaten. Hierbij is ter plaatse van boorlocatie 13 een sterk verhoogd gehalte aan cadmium en Di(2ethylhexyl)ftalaat gemeten. Ter plaatse van boorlocaties 11, 12 en 14 zijn licht verhoogde gehalten gemeten, waarbij bij boorlocatie 11 de tussenwaarde wordt overschreden. In de overige monsters van de bovengrond (M01, M03, M05, M06 en M12) zijn maximaal licht verhoogde gehalten gemeten.
In de ondergrond ter plaatse van het voormalige stortgat/vijver (03-5) is in de bodemlaag met matige carbolineumgeur een sterk verhoogd gehalte aan thiocyanaat en een licht verhoogd gehalte aan cadmium gemeten.
15 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
In de overige monsters van de ondergrond (M07, M08, M09, M10 en M11) zijn maximaal lichte verontreinigingen gemeten. Tabel 10: Toetsingstabel bovengrond Analysemonster
M01
M02
M03
M04
M05
M06
M12
Meetpunt
01,05, 07,08 ZS1 0 50 <AW * <AW * * <AW * * <AW <AW <AW <AW * <d-T * <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T IND
10,20, 21 ZS1H1 0 50 * <AW <AW <AW * <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW * ** (0,73) * <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T NT
15,16, 18,19 ZS1 0 50 * <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <d-T <AW <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T * IND
11,12, 13,14 ZS1H1 0 50 *** (25) * * * * <AW * * <AW <AW <AW <AW * * * <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T *** (100) NT
33,34, 35,36 ZS2H1 0 50 * <AW * * * <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW * * <AW <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T # WO
28,29, 31,32 ZS1H1 0 50 * <AW <AW * * <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW * <AW <AW <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T WO
23,24,25,2 6 ZS1H1 0 50 * <AW <AW <AW <AW <AW <AW * <AW <AW <AW <AW * <AW <AW <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T IND
Bodemlaag Van (cm-mv) Tot (cm-mv) Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn] Cyanide (vrij) Thiocyanaten (som) Cyanide (complex pH>=5) Cyanide (totaal) PAK 10 PCB (7) Minerale olie C10 - C40 Butylbenzylftalaat Dibutylftalaat Diethylftalaat Dimethylftalaat Di-isobutylftalaat Dihexylftalaat Di(2-ethylhexyl)ftalaat Toetsing BKK (indicatief)
Tabel 11: Toetsingstabel ondergrond Analysemonster
03-5
M07
M08
M09
M10
M11
Meetpunt
03
21,33, 35 KS3 50 120 <AW <AW <AW * * <AW <AW <AW <AW <d-T <AW <AW * <AW <AW <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T # WO
27,32
ZS2H1 160 180 * <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW *** (25) <AW <AW <AW <AW <AW <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T NT
05,10, 21,35 V 120 200 <AW <AW <AW <AW <AW <AW * <AW <AW <d-I+ <AW <AW <AW <AW * <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T IND
02,04
Bodemlaag Van (cm-mv) Tot (cm-mv) Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn] Cyanide (vrij) Thiocyanaten (som) Cyanide (complex pH>=5) Cyanide (totaal) PAK 10 PCB (7) Minerale olie C10 - C40 Butylbenzylftalaat Dibutylftalaat Diethylftalaat Dimethylftalaat Di-isobutylftalaat Dihexylftalaat Di(2-ethylhexyl)ftalaat Toetsing BKK (indicatief)
01,05, 10 KZ3 50 160 <AW <AW <AW * * <AW <AW * <AW <d-T <AW <AW * * * <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T IND
ZS1H1 50 250 <d <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <d-T <AW <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T # WO
ZS1H1 50 200 <d <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW * * * <d-T <AW <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T IND
16 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
Tabel 12: Toetsingstabel uitsplitsing M02 Analysemonster
10-1
20-1
21-1
Meetpunt Bodemtype Van (cm-mv) Tot (cm-mv)
10 ZS1H1 0 50
20 ZS1 0 50
21 ZS1H1 0 50
PCB (7)
*(0,46)
<d-T
<AW
Tabel 13: Toetsingstabel uitsplitsing M04 Analysemonster
11-1
12-1
13-1
14-1
Meetpunt Bodemlaag Van (cm-mv) Tot (cm-mv)
11 ZS1H1 0 50
12 ZS2 0 50
13 ZS2 0 50
14 ZS2 0 50
Cadmium [Cd]
**(12)
*(1,8)
***(63)
*(0,67)
Butylbenzylftalaat Dibutylftalaat Diethylftalaat Dimethylftalaat Di-isobutylftalaat Dihexylftalaat Di(2-ethylhexyl)ftalaat
<d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T **(38)
<d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T
<d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T ***(100)
<d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T <d-T
Toelichting bij tabellen 1 t/m 13, toetsing Wet bodembescherming <AW
= (detectielimiet) kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW)
*
= groter dan AW en kleiner of gelijk aan de tussenwaarde (T)
**
= groter dan T en kleiner of gelijk aan de interventiewaarde (I)
***
= groter dan Interventiewaarde (I)
<d-T
= detectielimiet groter dan AW en kleiner dan of gelijk aan T
<I (100) #
= (detectielimiet) kleiner of gelijk aan I, er is geen AW = gestandaardiseerd gehalte mg/kg ds = Na handmatige toetsing van de door het laboratorium verlaagde detectiegrenzen voor butylbenzulftalaat en/of diisobutylftalaat voldoen gehalten aan maximale waarde voor klasse wonen uit Regeling Bodemkwaliteit.
In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium, cyanide, xylenen, benzeen en di(2ethyl)ftalaat aangetroffen, waarbij het gehalte aan di(2ethyl)ftalaat ter plaatse van peilbuis 3 de tussenwaarde overschrijdt.
17 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18
Verkennend bodemonderzoek Nijverheidslaan te Weesp
Tabel 14: Toetsingstabel grondwater Analysemonster
1-1
2-1
3-1
4-1
Meetpunt Van (cm-mv) Tot (cm-mv) Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn] Cyanide (vrij) Thiocyanaten (som) Cyanide (complex pH>=5) Cyanide (totaal) Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Styreen (Vinylbenzeen) Xylenen (som) Naftaleen 1,2-Dichloorethaan Dichloormethaan 1,1-Dichloorethaan 1,1-Dichlooretheen Trichloormethaan (Chloroform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachlooretheen (Per) Vinylchloride Tribroommethaan (bromoform) Dichloorpropaan cis + trans-1,2-Dichlooretheen Ftalaten (totaal) Minerale olie C10 - C40
01 200 300 * <S <S <S <S <S <S <S <S <S <d-I <S <S <S <S <S <S * <d-T <S <d-T <S <d-T <S <d-T <d-T <d-T <S <d-T <d-T <d-I <S <d-T <d-T <S
02 150 250 * <S <S <S <S <S <S <S <S <S <d-I * * <S <S <S <S <S <d-T <S <d-T <S <d-T <S <d-T <d-T <d-T <S <d-T <d-T <d-I <S <d-T <d-T <S
03 120 220 * <S <S <S <S <S <S <S <S <S <d-I * * * <S <S <S * <d-T <S <d-T <S <d-T <S <d-T <d-T <d-T <S <d-T <d-T <d-I <S <d-T ** (3,2) <S
04 150 250 <S <S <S <S <S <S <S <S <S <S <d-I * * <S <S <S <S <S <d-T <S <d-T <S <d-T <S <d-T <d-T <d-T <S <d-T <d-T <d-I <S <d-T <d-T <S
Toelichting bij de tabel:
5.4.
<S
= (detectielimiet) kleiner of gelijk aan de streefwaarde (S)
*
= groter dan S en kleiner of gelijk aan de tussenwaarde (T)
**
= groter dan T en kleiner of gelijk aan de interventiewaarde (I)
***
= groter dan Interventiewaarde (I)
<d-T
= detectielimiet groter dan S en kleiner dan of gelijk aan T
<d-I
= detectielimiet groter dan T en kleiner of gelijk aan I
<d-I+
= detectielimiet groter dan I
<I
= (detectielimiet) kleiner of gelijk aan I, er is geen S
(100)
= gehalte µg/l
Analyseresultaten asbestonderzoek De aanwezige concentratie aan asbest in grond is afhankelijk van de inspectie-efficiëntie, het gewicht en de samenstelling van het verdachte materiaal en de concentratie in de fijne fractie van de samengestelde grondmonsters. In bijlage 7 is de berekening van het gewogen asbestgehalte opgenomen van asbestgaten 17 en 22 (waar asbest is aangetroffen in de grove fractie). Het in asbestinspectiegat 17 aangetroffen asbestverdacht materiaal blijkt asbest te bevatten. Het gaat om 10,5 gram asbestcement vlakke plaat bestaande uit 2-5% chrysotiel.
18 2e Def.
CF90 RAP20180109
31-1-18