CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag commissie SOB 6, 7 en 13 april 2021

Commissie SOB 7 april 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Heropening60.082 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

We doen alsof we hier een voldragen plan aan het bespreken zijn. Dat is niet zo. Het is slechts een leidraad. We hebben het niet voor het eerst over kaders gehad hier met zijn allen. En naar mate we het meer over kaders hebben begin ik een beetje aan mezelf te twijfelen. Begin ik eigenlijk een beetje aan onszelf te twijfelen. Hoe goed zijn wij als gemeenteraad om kaders vast te stellen. En in dat opzicht ga ik bij mijn voorgaande spreker, meneer Sluyk, mee. Hoeveel kaders hebben wij hier nu voor gehad die niet blijken te werken. Die achteraf anders geïnterpreteerd moeten worden. Waarin de hoogtes verschillen. Waarin een bouwer zegt: ik kan hier niet mee uit de voeten. Het is natuurlijk ook gek. Wij gaan als, zeg maar even, leken, en met alle respect naar wat wij zijn, gaan wij op de plek van een bouwer zitten en zeggen: nou, dit moeten we doen. En als u dat nou even zo doet, dan kan dat niet, maar dat wel. Dat is natuurlijk eigenlijk een hele gekke positie waar we in gaan zitten, want we gaan namelijk op de ruimtelijke sturende werking van eigenlijk een ambtenaar ook zitten die daarvoor opgeleid is. Eigenlijk vind ik dat we in beginsel daar heel veel terughoudender in zouden moeten zijn en veel meer zouden moeten beoordelen wat ons is voorgelegd. Want we kunnen het eigenlijk niet, denk ik.

Alle kaders die wij gesteld hebben zijn op dit moment op een fiasco uitgelopen en ook de kaders die dreigen, dreigen op een fiasco uit te lopen. Wat kunnen we nog? Waar kunnen we bouwen? Waar moeten we bouwen? Want we moeten toch bouwen? We moeten toch bouwen voor de mensen die scheiden. We moeten toch bouwen voor de vluchtelingen. We moeten toch bouwen voor de jongeren. De voorzitter: Interruptie, mijnheer Boom. De heer Boom: Meneer Pfeiffer. Ja, het heeft dus geen zin om kaders te stellen zegt u. Daar heeft u ook ergens wel gelijk in. Maar, ja. Ik vind ook als je je dan totaal geen kaders stelt en zelfs alle kaders die ingevoerd worden ook afwijst, dan zit je sowieso natuurlijk aan de veilige kant. Maar wat vind u er dan van als we het niet over kaders hebben dat we gewoon dan zeggen als raad van: nou Ymere, hartstikke goed. Ga er maar bouwen, maar doe dan 4 hoog. Zo simpel. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Pfeiffer. De heer Pfeiffer: Ja, dank u wel. Nou, wat ik eigenlijk zou willen voorstellen is dat we Ymere gewoon met het voldragen plan laten komen zonder vooraf steeds allemaal kadertjes te gaan vaststellen of vooraf. Want we

weten nog steeds niet wat inderdaad, zoals u ook hier aangehaald heeft meneer Boom, de wisselwerking is tussen de hoogbouw boven de winkelcentrum en de sociale woningbouw. Overigens ben ik geen tegenstander van het bouwen van extra woningen bovenop het winkelcentrum, want we doen nu ook alsof dat iets heel kwaadaardigs is. Alsof het verschrikkelijk is dat er een extra laag bovenop een winkelcentrum komt. Maar dat zijn ook gewoon woningen. Dat zijn misschien geen sociale woningen, maar dat zijn ook woningen die voor Weespers beschikbaar waren. Maar ik denk dat we ons als raad, en daar wil ik eigenlijk wat meer heen, in het besef moeten stellen van: als wij alles gaan tegenhouden. Als wij alles gaan afwijzen. Als wij alles, zeg maar, langs de meetlat gaan leggen van centimeters. Waar eindigen we dan als Weesp? Waar eindigen we met de locatie? Waar eindigen we met de Weesper school? Waar eindigen we met de Irenelaan? Waar eindigen we met de Nijverheidslaan? Want als we zo de maat gaan nemen aan een bouwer, dan hebben we de kans dat we uiteindelijk met helemaal niks meer eindigen. Mevrouw. De voorzitter: Mevrouw Hilders wil ook even interrumperen. Mevrouw Hilders: Dat wil ik inderdaad, voorzitter. U zegt steeds: waar eindigen we dan? Maar als u zegt dat we niet capabel zijn om kaders te stellen, zijn we dan wel capabel om andere dingen te doen? Overal zijn ambtenaren voor.

Overal zijn meer deskundigen voor. Wij zijn nou juist uitgeroepen door de andere Weespers om hun belangen te verdedigen. En daar zitten we voor. We zijn hier niet als stedenbouwkundige of wat voor, maar we zijn wel als Weesper proberen we ons woord te doen. Dat wou ik toch nog eventjes aan u meegeven. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hilders. Mijnheer Pfeiffer. De heer Pfeiffer: Ik verzin de vraag erbij wat ik er zelf van vind. Wat ik probeer, voorzitter, is de discussie naar een wat hoger niveau te tillen. Dat we even kijken op kaderstellen, op eigenlijk wat de rol waar we zouden moeten zitten denk ik als raad. Namelijk niet op de detaillering, maar zeg maar op het bredere niveau waar we heen willen. De voorzitter: Meneer Sluyk wou ook nog even interrumperen. De heer Pfeiffer: Nee, hoor. Ik zag meneer Sluyk al relaxt achterover hangen, dus volgens mij komt dat wel goed. De voorzitter: Oké, gaat u door. De heer Keesman: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Keesman, ja. De heer Keesman: Meneer Pfeiffer zegt: die wil de discussie naar een hoger niveau tillen. Maar dat lijkt me in dit geval nou juist niet verstandig met dit bouwwerk. Maar ik laat deze opmerkingen toch een beetje voor zijn rekening. Ik vind het wel degelijk belangrijk om als raad kaders te stellen en daar doen we ons best voor met wisselend resultaat. Dank u. De voorzitter: Oké.

Mijnheer Pfeiffer, maak uw verhaal af alstublieft. De heer Pfeiffer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben blij om te zien dat mijn verhaal zoveel reacties oproept. Dat geeft aan dat het misschien wel goed is trouwens. Ik zeg niet dat we geen kaders moeten stellen, maar ik zeg wel dat we moeten oppassen om de kaders teveel waarde toe te hechten. Want uiteindelijk zijn ze bij een

rechter helemaal niks waard. Waar ik wel nog even mee wil eindigen, en dat is ook hetzelfde wat meneer Sluyk zei. Ik hoorde één van de insprekers het woord chantage in de mond nemen. En dat woord heb ik ook in mijn mailbox gevonden de afgelopen dagen. Ik vind juist het vooraf terugbrengen van dit plan naar opnieuw een raadsbesluit het tegenovergestelde van chantage. Want hiermee kunnen we het besluit in principe in stukjes ophakken of niet. Of we voeren het besluit in één keer nemen we onder de loop. Maar volgens mij is dit juist het tegenovergestelde van chantage. En ik vind het ook vrij ferme woorden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu naar de wethouder. Mijnheer Vos, gaat uw gang. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Ja voorzitter, we hebben het weer over kaders en in het bijzonder over kaders die uw raad heeft gesteld. En waar we opnieuw vragen in de richting van uw raad: weest u alstublieft op één van de facetten wat duidelijker in onze richting zodat we richtinggevend ook verder kunnen gaan met de planvorming van de flat. En het enige wat wij u vragen is in te stemmen met de wijziging van het kader die aangeeft dat we niet meer dan 5 bouwlagen boven op het winkelcentrum kunnen plaatsen.

Voorzitter, dat is ter verduidelijking van het feit dat we al een kader hadden gesteld van 6 bouwlagen en dat die 6 bouwlagen in zich hielden 1 bouwlaag voor het winkelcentrum. Je kunt daar natuurlijk over discussiëren. En omdat je daarover kunt discussiëren hebben we voorgelegd juist bij uw gemeenteraad: wilt u zo vriendelijk zijn om daar ons die helderheid in te geven zodat wij daar een plan kunnen maken waar we zonder discussie aan kunnen nemen dat we 5 lagen kunnen realiseren bovenop het winkelcentrum. Voorzitter, feitelijk is dat de vraag. Van de zijde van meneer ’T Hart merk ik dat D66 met het plan kan instemmen, maar dat die ten aanzien van de precieze bewoording en de voorwaarden en de ideeën die hij daarbij heeft dat die daarover in de gemeenteraad terugkeert. En meneer Boom zegt dat het lastig is dat kaders worden veranderd. Maar ik denk dat de redenering van de zijde van meneer Pfeiffer goed is als ik die verwoord als volgt: dat de kaders op zich heel relevant zijn en dat ze inderdaad een leidraad zijn voor het college, maar dat ze nooit zo keihard gezien moeten worden als misschien de raad wel denkt dat de kaders zijn en dat hier en daar enige maten van flexibiliteit tot de mogelijkheden zou moeten behoren.

En om nu te voorkomen dat we straks een probleem krijgen nogmaals op het gebied van het bestemmingsplan is het voor ons heel relevant om die wijziging in dat kader aan u voor te stellen. Het moet dus mogelijk zijn om een kader te veranderen en dat dat juist niet als kader in beton is gegoten voor als we ergens anders van vinden dat wanneer het in beton gegoten is zoals bij de afspraken die we gemaakt hebben over de Weesper sluis, voorzitter, dat juist dan het in beton gegoten zijn van kaders, van afspraken die je hebt gemaakt, dat dat juist ter discussie zou moeten worden gesteld. Voorzitter, boven het winkelcentrum, zegt meneer Boom, wordt inderdaad commercieel gebouwd. Dat moet ik inderdaad ook geloven dat dat zo is, omdat ik begrepen heb van de zijde van Ymere dat 66 woningen zullen worden gerealiseerd in de sociale woningbouw en dat ongeveer 30 woningen die bovenop het winkelcentrum zouden komen dat die, althans de bouwpotentie daarvan, dat die gaat worden verkocht. En dat betekent dat ze hetzij dat als bouwplan gaan verkopen of dat ze het misschien willen gaan realiseren en zelf gaan verkopen. Dat weet ik allemaal niet. Daar heb ik op dit moment geen zicht op. Het is in zoverre wel relevant dat Ymere dat als eenheid ziet. En we mogen aannemen dat als over 5 bouwlagen 30 woningen worden gebouwd dat 1 bouwlaag minder dan ongeveer 6 woningen minder zal gaan opleveren.

En we kunnen wel uitrekenen dat 6 bouwlagen minder, minder opbrengst betekent in het kader van een mogelijke verkoop. Er zal dus ongetwijfeld geld mee gemoeid zijn bij deze verminderde opbrengst wanneer je daar 4 lagen van zou maken, voorzitter. Voor mij is dat duidelijk. Dat economisch perspectief, dat moet u zien. Of dat dan betekent of Ymere wel of niet tot realisatie overgaat, voorzitter, want dat is eigenlijk de consequentie waarnaar gevraagd wordt, dat kan ik u op dit moment niet zeggen. Ik heb begrepen van Ymere dat het plan zoals het op dit moment voorligt het plan is dat ze zouden willen uitvoeren. En dat is dus niet een ander plan. Met andere woorden: 5 bouwlagen is hier de wens en ik kan me voorstellen dat op het moment dat je een totaalbouwplan

realiseert dat je natuurlijk nadenkt over welke opbrengsten kan ik daaruit genereren en welke kosten moet ik daarvoor maken. En is dan een plaatje haalbaar geworden ja of nee. Voorzitter, we zijn inderdaad, en dat zegt meneer Rahimi, lang bezig met dat plan. En die had het ook over beloofd, dat een wethouder beloofd heeft, dat er geen hoogbouw zou plaatsvinden. Voorzitter, de raad is helder geweest. Die heeft in ieder geval kaders gesteld en die heeft gezegd: we zouden tot 6 bouwlagen kunnen bouwen. Dat betekent voor de sociale woningbouw, als ik dat zo mag formuleren, het plandeel dat in het plantsoen wordt gerealiseerd dat er op dit moment is, dat daar maximaal 5 lagen worden gebouwd. En vervolgens dat bovenop het winkelcentrum ook 5 lagen zouden worden gebouwd terwijl dat in het verleden 7 was. Uw raad heeft immers die kaders gesteld. Binnen die kaders bestaat de mogelijkheid om te komen tot realisatie. Of daar al dan niet beloften zijn gemaakt. Of daar al dan niet een bestemmingsplan in 1966 aanleiding is geweest tot het bouwen van een winkelcentrum, al dan niet over 2 lagen, voorzitter. Het is eigenlijk niet relevant, want de raad heeft zijn kaders gesteld in 16 en die moet kijken naar de situatie zoals die in 16 was. En dat was een winkelcentrum zoals het er op dit moment ongeveer bij staat, voorzitter.

En dat is, zeg maar, aan de buitenkant geredeneerd gewoon één bouwlaag. Ik denk dat de bedoeling van de gemeenteraad niet anders is dan datgeen wat hier wordt voorgesteld. Maar nogmaals, dat horen we dan graag. Ten aanzien van datgene wat gesteld is door meneer Keesman. Die zegt: ja, hebben we de participatie wel gevolgd? Ja, we hebben de participatie wel gevolgd, want ik heb een aanpassing gezien. En juist dat begrip want dat kon ik niet helemaal thuisbrengen, voorzitter. En waarom niet? Omdat nu net gesuggereerd wordt dat participatie dan alleen maar relevant is op het moment dat het leidt tot aanpassingen. Naar mijn opvatting is dat niet het geval. De bedoeling van participatie is dat je hoort, dat je overweegt, dat je een aantal argumenten meeneemt en dat je vervolgens komt tot een moment van besluitvorming. Dat moment van besluitvorming dat vindt straks plaats in de gemeenteraad. En dan heeft participatie plaatsgehad. Maar dat participatie niet altijd leidt tot datgene wat iedereen wil, dat is naar mijn opvatting duidelijk. Het hoeft dus niet altijd te betekenen dat die participatie moet leiden tot aanpassingen. Ik stel het zeer op prijs overigens dat de fractie van de PvdA aangeeft daarmee in te kunnen stemmen met het plan. Dan kom ik bij meneer Sluyk, voorzitter. Ja, die zegt eigenlijk: de kaders die zijn gesteld op de achterkant van een sigarendoosje.

Ik ben daar niet bij geweest, voorzitter. Ik neem het zondermeer aan als hij dat zegt dat dat de achterkant van een sigarendoosje is. Tenzij u mij zegt dat het anders is, want ik ben er nogmaals niet bij geweest. De RIB die vandaag door u ontvangen is, dat is natuurlijk wel een vervelende zaak. Dat vind ik oprecht vervelend. Dat we juist in het kader van die participatie hebben geprobeerd nog net eventjes vanwege de wijziging in de kaderstelling de buurt te informeren. Dat niet de gehele buurt geïnformeerd is. Nogmaals, dat vind ik erg spijtig. Dat hebben we geprobeerd in de RIB weer te geven dat dat nadrukkelijk niet onze bedoeling is geweest. Aan de andere kant, door de actualiteit, laten we zeggen, en het feit dat mensen inderdaad en ook de vertegenwoordiger van de buurt ons hebben geïnformeerd dat zij weten wat er speelt. Denk ik dat het mogelijk moet zijn om vandaag gewoon daarover te vergaderen en volgende week daarover een besluit te nemen, voorzitter. Chantage is genoemd, zowel in de positieve als in de negatieve zin. In de negatieve zin in de zin van meneer Sluyk zoals die dat aangeeft van: geef nou eens even commentaar op datgene wat meneer Van Dalen zegt, want die beticht u toch van chantage en dat zijn grote woorden. En meneer Pfeiffer die eigenlijk met zoveel woorden aangeeft, en dat leg ik dan positief uit.

Je kunt die chantage zien als: we hebben hier een mogelijkheid om partjesgewijs om het besluit hier te nemen. Dat wordt op dit moment voorgesteld. En die partjesgewijs situatie, voorzitter, die wordt inderdaad aan u voorgelegd. Dit college voelt zich in elk geval niet gechanteerd. Op het moment dat helder is dat partijen al dan niet een bepaalde kant op willen, respectievelijk dat ze zeggen: en tot hier gaan we en niet verder, wordt dat niet gezien als chantage, maar wordt dat gewoon gezien als het einde van de onderhandeling, wat mij betreft. Mijnheer Sluyk vroeg ook, ik moet heel even nadenken hoe hij dat ook alweer formuleerde, stel dat het kader wat wij u nu vragen te wijzigen, aan te passen, te verbeteren, zeg maar, ons duidelijk te maken. Als dat niet wordt aangepast, is dat dan voordeliger of nadeliger? Ik heb u geprobeerd,

dat heb ik zojuist al gezegd, aan te geven dat ik dit zie als één plan omdat Ymere mij dat heeft aangeboden als één plan. In die hoedanigheid moet u dat dan ook oppakken. Met andere woorden, het is niet voordeliger of niet nadeliger, het is wel zo dat op het moment dat dit gedeelte van het plan geen doorgang vindt, dat natuurlijk Ymere kijkt naar het totale plan en niet uitsluitend naar het gedeelte wat boven het winkelcentrum is. Naar een hoger niveau tillen, anders dan de bouwhoogte, zoals mijnheer Keesman zei, door mijnheer Pfeiffer. Dan stel ik zeer op prijs dat hij dat wil. In essentie, denk ik, heeft de raad goed begrepen waar het hier over gaat. Eerst hebben we de wijziging nodig van de kaders, voorzitter. Op het moment dat de kaders inderdaad gewijzigd zijn dan kunnen we verder met de planvorming, dan kunnen we de anterieure overeenkomst gaan sluiten. Op het moment dat de anterieure overeenkomst gesloten is, dan kan het bestemmingsplan worden opgemaakt en op het moment dat het bestemmingsplan ter visie wordt gelegd en daarna becommentarieerd is, gaan we gewoon de procedure in voor het gehele plan. Ik hoop dan, en ik ga er op dit moment vanuit, als wij dat volgende week gaan besluiten, dat wij nog in de gelegenheid zijn, in de samenstelling van Weesp, om te komen tot besluitvorming met betrekking tot dit traject.

Dat, denk ik, voorzitter, is mijn beantwoording van deze vragen die gesteld zijn. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Vos. Verder nog voor de tweede termijn? Mijnheer Rahimi. De heer Rahimi: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, mijn collega Pfeiffer die las een stuk voor net over kaders. Maar ik wil hem even een klein stukje voorlezen. Een raadslid moet de inwoners vertegenwoordigen, hij heeft contact met de bevolking en weet wat er speelt. Zo kan hij bij het nemen van besluiten de belangen van inwoners goed afwegen. Het enige waar wij mee bezig zijn, zeg ik via uw voorzitter tegen de heer Pfeiffer, is dat we afgelopen jaren heel vaak klachten hebben gehad, insprekers, en die hebben aangegeven dat dit gewoon niet goed is. Daarom doen wij dit, niet om dit tegen te houden of tegen woningen zijn. Dat is het punt. Dus dat wil ik even duidelijk maken om het raadslidwerk niet zo eigenlijk omlaag te halen alsof we er allemaal geen verstand van hebben. We luisteren gewoon naar de bewoners, dus dat is gewoon belangrijk. Ik hoop dat u dat begrijpt. Daarnaast, de heer, voorzitter, de wethouder geeft aan van ja, de kaders zijn niet zo hard. Ik merk hier best wel een soort willekeur … De voorzitter: Mijnheer Pfeiffer wil even interrumperen. De heer Pfeiffer: Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag aan de heer Rahimi.

Mijnheer Rahimi, bent u het ook met mij eens dat u raadslid bent voor heel Weesp en niet alleen voor de omwonenden rondom een locatie? De heer Rahimi: Nou ja, volgens mij weet u het antwoord daarop zelf al. Ja, natuurlijk, ik luister ook naar de boeren en naar andere bewoners in heel Weesp en zelfs daarbuiten. Dus dat is het antwoord daarop, mijnheer Pfeiffer. Daarnaast, de wethouder geeft aan van de kaders zijn niet zo heel hard en niet zo nauw maar dan vraag ik wel aan de wethouder, snapt u dan dat bewoners dan boos worden? Degene waar wij voor werken en dingen doen, dat we zeggen, dit zijn de kaders, wij als raad kunnen ze vaststellen, controleren maar het kan een beetje zo en het kan een beetje zo. Alleen ja, dan gebeurt het voor je deur en dan is het iets anders dan wat de bedoeling was. Kunt u zich voorstellen dat bewoners dat niet fijn vinden? En dan daarop nog, komt nu eigenlijk, wij hebben nu een voorstel en komen erachter eigenlijk dat er wederom, ik lees voor uit de RIB, niet voldoende mate, ik lees het bijna als niet, en dan zacht uitgedrukt, dat er gewoon geen participatie is. Dan terugkomend op de tekst wat ik net voorlas wat onze rol is als raadslid, weten we eigenlijk dus niet echt wat de bewoners vinden omdat er ook geen participatie heeft plaatsgevonden.

Dus de vraag is, snapt u dan dat bewoners dat gewoon niet fijn vinden en ook niet gehoord voelen? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Rahimi. Dan ga ik naar mijnheer Boom.

De heer Boom: Ja, voorzitter, daar ben ik dan. Ja, godzijdank, niks is in beton gegoten en dat is ook hartstikke goed en zo moet het ook zijn. We moeten flexibel zijn, dat snap ik hartstikke goed. Dus is letterlijk mijn vraag, we kunnen natuurlijk ook een amendement op het raadsvoorstel indienen waarin we dan in plaats van vijf zeggen vier, bijvoorbeeld, lijkt me. Dan horen we tenminste van Ymere of dat wel of niet kan, begrijpt u? Ik kan natuurlijk wel zeggen, je kan natuurlijk wel ergens in de lucht horen vallen van ja, dit is één plan. Ymere ziet dit als één plan en dat snap ik ook helemaal, dat is logisch ook bouwtechnisch zit een heel goed gevoel in maar kunnen we daar helderheid over krijgen? Ik bedoel, het is nu zo abstract. De voorzitter: Mijnheer Pfeiffer, u wilt interrumperen? De heer Pfeiffer: Nee, dat wil ik niet, voorzitter, nee. De voorzitter: O, ik zag een hand omhoog gaan. Goed, maak uw verhaal af, mijnheer Boom. De heer Boom: Nou ja, kijk, ik ga natuurlijk wel straks in … We gaan het ook nog in de fractie bespreken, dit hoor, maar het lijkt me zo raad dat zes woningen een heel plan in gevaar kunnen brengen. Dat is eigenlijk wat ik eigenlijk wil weten. Dan heb ik nog een vraagje aan mijnheer Sluyk, wat vindt u er nu van dat het kader veranderd wordt omdat we daar de vorige keer natuurlijk wel een dingetje over hadden ten aanzien van de Irenelaan.

Dit was het, voorzitter. De voorzitter: Ja, dank u wel. Nou, dan gaan we meteen naar mijnheer Sluyk want die wou toch al iets zeggen. Dus ga uw gang. De heer Sluyk: Ja, dat is natuurlijk heel handig. Kijk, ik wil ook … Ik zal eerst mijnheer Boom beantwoorden. Mijnheer Boom, ik denk dat de situatie met de prinses van Weesp en nu in het veranderen van de kaders, dat dat een andere situatie is. Ik vind dat ik dat niet kan vergelijken met elkaar. Trouwens, die kaderwijziging die daar heeft plaatsgevonden, is voor mij nog steeds het buiten de lijntjes kleuren van de wethouder geweest en daar blijf ik bij. Ik vind, dat kan niet en daar heeft de wethouder ook geen antwoord op gegeven op de vraag van de heer Keesman. Daar liet hij zich niet over uit. Hij heeft gezegd, ik heb gezegd wat ik heb gezegd en ik verander niets. Nou, dat was voor mij duidelijk dat de wethouder buiten de lijntjes gekleurd en onze kaderstelling aan de laars heeft gelapt. Dat is mijn antwoord. Nog even terug naar de heer Rahimi over het, die vroeg naar het bouwen in Aetsveld. Als ik kijk naar het type woningen, mijnheer Rahimi, wat hier gebouwd gaat worden, waar ook een aantal seniorenwoningen zijn, dan zou ik zeggen, die wil ik dicht bij een winkelcentrum hebben. Senioren moeten makkelijk in een centrum kunnen komen, moeten makkelijk naar een winkel kunnen komen.

Ik zou zeker die plannen niet, die eventuele plannen voor Aetsveld, dat stukje waar we bij de kansen kaart even over hebben gesproken, zou ik niet willen vergelijken met elkaar. De wethouder blijft voor mij nog een beetje vaag want bij de prinses van Weesp vond hij de kaders te vaag en nu wil hij weer geen harde kaders. Dus waar ligt nu de grens? De uitspraken zijn in tegenspraak met elkaar. Het interessante is, en dat geeft de wethouder ook aan, misschien kunnen wij hierin als raad nog een besluit nemen. Ik weet niet wie de opmerking maakte van mijn collega commissieleden, voorzitter, over wonen voor senioren, voor jongeren ook de inspraak, maar gaan we er dan nog ‘…’ over? Bouwen wij dit nog wel, en dat is misschien ook wel een vraag aan de wethouder, nee, dat is een vraag aan de wethouder, bouwen wij nog wel voor de Weesper bevolking? Kunnen we het nog zo realiseerde dat dit dan, als dit gebouwd gaat worden, nog voor Weespers zou zijn of moeten wij dan ook Amsterdam op onze woningmarkt toelaten? Ja, voorzitter, dat waren eigenlijk mijn vragen in de tweede termijn. Ik kijk nog even, ja, dat waren mijn opmerkingen. En, voorzitter, het CDA zal naar aanleiding van ook de vragen die er nog gesteld zijn in de fractie een beslissing nemen over voor of tegen stemmen. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Sluyk. Ga ik naar mijnheer ’t Hart. De heer ’t Hart: Ja, voorzitter, dank u. Ik wil even reageren op de opmerkingen van de heer Pfeiffer over die kaders stellen. Ik snap zijn punt wel, hoor dat uiteindelijk inderdaad het juridische kader is het ‘…’ inderdaad dingen vastlegt. Maar ik ben het toch niet helemaal principieel met hem eens omdat ik denk dat het juist de taak van de raad is om kaders te stellen en ook later te controleren omdat we nou eenmaal in het besluit van 30 juni 2016 al acht kaders hebben gesteld en ‘…’ af gaat vinken van zijn die kaders ook ‘…’. Dat neemt natuurlijk niet weg, kijk, je had kunnen wachten tot dat raadsbesluit over het bestemmingsplan. Dat neemt natuurlijk niet weg dat het college nu gekozen heeft, en ik denk terecht, omdat dit toch een principieel punt is, dat punt zes over die maximale bouwhoogte, dat je daar inderdaad van gaat afwijken. Met andere woorden van ja, we hebben met elkaar het speelveld bepaald en tijdens dat spel vinden er allerlei gesprekken plaats, participatie onder andere maar ook met Ymere en met andere partijen, waarin gezegd wordt van ja, hoor eens even, willen we dat nou allemaal gaan halen dan zullen we toch op de een of andere manier het plan aan de kaart moeten aanpassen.

Dat ligt natuurlijk op zich nu voor dus met andere woorden, ik denk dat kaders heel goed zijn, ook om te toetsen maar het moet niet in beton gegoten zijn. Dat heb je natuurlijk ook de vorige maand gemerkt bij Prinses Irene en dat merk je nu op zich ook weer, dus als de opmerking ook van de heer Pfeiffer geënt is op van dat je, zeg maar, zo af en toe moet aanpassen en dat je de afweging moet maken. Daar wil ik richting de heer Rahimi ook op reageren, ja, tuurlijk heb je alle belangen af te wegen. Dat doen wij natuurlijk ook. Volkshuisvestingsbelang versus het belang van de bewoners die daar ter plekke, zeg maar, wonen. Die optelsom van leidt of je wel of niet met dit voorstel op zich akkoord gaat. Dus voorzitter, dat was even mijn opmerking. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer ’t Hart. Dan ga ik meteen naar mijnheer Pfeiffer, dan kan hij meteen antwoord geven. De heer Pfeiffer: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, er is iets wat mij een beetje irriteert in deze discussie eigenlijk. Dat is het ervan uitgaande, en zo ver zijn wij al door onze insprekers eigenlijk op het verkeerde been gezet, dat we met een heel slechte tegenpartij van doen hebben. Wij doen maar alsof Ymere een soort wellustige ontwikkelaar die ons het vel over de neus wil trekken waar wij ons als klein Goliathje voor moeten verzetten.

Ik zie de heer Sluyk nee knikken, het was ook niet per se aan u bedoeld hoor, mijnheer Sluyk. De heer Sluyk: Een interruptie, voorzitter. Mijnheer ’t Hart schudde ook nee, hoor. Dus om even de neeschudders te helpen. De heer Pfeiffer: Dank u wel, ik zie ‘…’ mijnheer Sluyk. ‘…’ mijnheer de voorzitter, waar ik nog veel meer mee zit is, in tegenstelling tot dit plan, is het plan Weesperschool want daar hebben we echt wel, naar mijn idee, te maken met een ontwikkelaar die het onderste uit de kan wil halen. Dat hebben we hier helemaal niet. Dan zegt de heer Rahimi, ja, hebt u wel contact met de bevolking? Ja, zo ken ik er ook nog wel een paar. We zitten hier met 17 raadsleden en als het goed is zijn we een afgevaardigde van de bevolking, zijn we gekozen, en als u nou precies tegen bent dan zijn de andere 16 voor en ik denk dat we een goede verhouding hebben van de bevolking. Dan hoor ik iets over participatie, dat die niet goed zou zijn verlopen. Ik denk dat we dat met ze allen moeten onderkennen dat er fouten zijn gemaakt op het gebied van de participatie. Ik denk dat we ook moeten onderkennen dat ook de gemeente Weesp in haar nadagen met een ambtenarij in dat opzicht, maar daar komen we later nog wel op terug, denk ik, ook met Aquamarin, dat er problemen zijn geweest met zeg maar de aansturing en hoe dat verlopen is. Maar wat ook participatie is, is duidelijkheid geven.

Duidelijkheid geven welke kant we opgaan, duidelijk geven dat ze een bestemmingsplan ter inzage gaan leggen waar

zienswijzen op kunnen komen, waar een politieke discussie over kan komen want wat gebeurt er als we tegenstemmen? Dan stemmen we de kaders weg. De voorzitter: Mijnheer Rahimi wil interrumperen. De heer Rahimi: Ja, dank u wel, voorzitter. De heer Pfeiffer geeft aan duidelijkheid, duidelijkheid stellen. Maar tegelijkertijd roept hij net op, waarom wilt u dan die kaders zo vaag houden en niet heel hard hebben, als u duidelijkheid wilt. Daarmee creëren we toch juist duidelijkheid? De voorzitter: Mijnheer Pfeiffer. De heer Pfeiffer: Dank u, mijnheer Rahimi. Hij liep iets voorop in mijn betoog. Ik wil zeggen, we moeten duidelijkheid gaan stellen omdat het proces al loopt sinds 2016 en wat ik in mijn eerste betoog probeerde te zeggen, en dat wordt ook een beetje onderschreven door de heer ’t Hart op het laatst, is dat kaders zijn natuurlijk wel duidelijk maar we moeten ze ook weer niet zoveel waarde toe hechten als we zo nu gaan doen. We doen alsof het in beton gegoten is, dat we er niet meer op terug kunnen komen. Maar we kunnen ook gewoon voortschrijdend inzicht hebben. Het proces loopt vijf jaar en na vijf jaar kunnen we wel zeggen nou, dit moeten we een beetje zo of een beetje zo, een beetje ‘…’ om tot een plan te komen.

Als we dit weer gaan terugsturen dan creëren we onduidelijkheid en ook voor de bewoners creëert het onduidelijkheid en bijvoorbeeld ook voor waarde van woningen want ‘…’ onduidelijk of er voor de deur bijvoorbeeld gebouwd wordt. Ik vind dat we in dit opzicht zouden moeten kiezen voor sociale woningbouw, voor woningbouw bovenop het winkelcentrum en daarmee woningen voor Weespers creëren of mensen die in Weesp willen komen wonen, dat kan natuurlijk ook. Het enige technische puntje, en dat komt omdat ik ‘…’ zelf bedacht tijdens het eerste betoog en ik geef dat toch even mee aan de wethouder, is dat ik de hele bescherming van de molenbiotoop van molen ’t Haantje mis die wel opgenomen zit in het bestemmingsplan. Het college zal denk ik daar wel rekening mee moeten houden dat ze daar nog even naar kijken maar dat is een opmerking mijnerzijds richting het college. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Snijder. De heer Snijder: Ja, dank u wel. Al een tijd geleden dat ik hier wat heb kunnen zeggen. Ik zie die kaders gewoon als wensen van de raad. Die stellen me van tevoren om de mensen die de tekeningen straks en de plannen moeten maken, om die een richting te geven. Maar de raad beslist uiteindelijk over die plannen en over de tekeningen die straks komen, of we daar mee akkoord gaan of niet.

Zo simpel is het volgens mij en daar hoeven we helemaal niet zoveel woorden om vuil te maken. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Snijder. Ga ik naar mijnheer Keesman. De heer Keesman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ten eerste als reactie op de heer Pfeiffer, ook wij zien Ymere niet als de boeman, zeg maar, dus daar sluiten we ons dan bij aan. Een ander punt is dat ik de wethouder dank voor de correctie want inderdaad, participatie hoeft niet altijd te leiden tot veranderingen. Dat is in dit geval wel gebeurd maar hij had volkomen gelijk, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nog even naar de wethouder terug voor het laatste stukje. Ik zie mijnheer Sluyk nog een keer. Of zet u hem net uit?

De heer Sluyk: Voorzitter, ik wilde nog een opmerking maken naar aanleiding van wat de heer Boom heeft gezegd. Die zei van, ja, over die vierde laag en had eigenlijk gehoopt dat die even door zou vragen bij de wethouder. Zou de wethouder nou dat voorstel wat mijnheer Boom zegt over die vier woonlagen, zou die dat kunnen sonderen bij Ymere? Zou hij dat kunnen vragen van wat voor effect dat heeft? Want ik denk dat dat voor de heer Boom heel belangrijk is maar ik vind het zelf ook belangrijk om te weten. Dus zou dat, dat is de vraag aan de wethouder, eigenlijk een beetje via de heer Boom en via de voorzitter van zou hij dat kunnen vragen bij Ymere. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Sluyk. We gaan het neerleggen bij wethouder Vos en die heeft nu ook woord. Ga uw gang. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, natuurlijk snap ik mijnheer Rahimi die zegt, snapt u nou dat die bewoners boos zouden kunnen worden? Voorzitter, waar wij voor ingehuurd zijn met ze allen dat is het doen van keuzes en we weten met ze allen dat in de ruimtelijke ordening het ontzettend lastig is om een klein stukje groen of een plantsoen of een kaveltje op zodanige wijze in te richten dat dat het belang van een ieder dient.

We weten namelijk dat dat niet het belang van een ieder dient en we weten dus ook dat op het moment dat je een keuze doet voor wonen of voor drie, of voor vier, of voor vijf hoog, dat er altijd een belang is ergens anders dat strijdig is met die keuze die je doet. Met andere woorden, de ruimtelijke ordening is eigenlijk een soortement van ruimtelijke ruzie die permanent ontstaat om ervoor te zorgen dat je uiteindelijk toch iets voor elkaar krijgt en dan moet je een belangenafweging laten plaatsvinden. Dat doen we in de vorm van het algemeen belang, dat doen we in de vorm van de belangen van de omwonenden, dat doen we in het kader van het belang voor de volkshuisvesting. Kortom, al die belangen die wegen we met elkaar af en dat leidt dan tot keuzes. Die keuzes kunnen niet iedereen bekoren en daarom begrijp ik dat mensen boos kunnen worden of dat mensen teleurgesteld zijn dat iets gaat op een manier die niet helemaal in overeenstemming met hun wens, hun idee of hun belang is. Maar, voorzitter, dat had ik niet hoeven uitleggen, dat begrijpt iedereen. Natuurlijk heeft hier wel participatie gehad, u kunt niet zeggen dat hier geen participatie heeft plaatsgehad. Hier heeft maximaal participatie plaatsgehad zij het dat we nog iets meer participatie hadden willen hebben. Door de brief waar we het in de RIB over hadden, nogmaals onze excuses daarvoor.

De brief in de RIB, dat die eventjes wat verder was verspreid dan bij wijze van spreken alleen op de Lageweyselaan. Hij is wel in de buurt terechtgekomen maar niet op alle adressen waar we dat wenselijk achtten, voorzitter. Voorzitter, dan ga ik even naar mijnheer Boom en die zegt in feite het volgende, zou ik niet een amendement kunnen indienen en dan via dat amendement gaan onderhandelen door tussenkomst van het college met Ymere om te zeggen nou, we gaan gewoon eens even nu vier lagen proberen op het moment dat het vier lagen zou kunnen zijn dan is dat fijn. Dan weet ik niet vervolgens of dat dan tot een akkoord leidt maar in ieder geval heb ik dan wel de onderhandeling gevoerd. Voorzitter, dat is niet de manier van zakendoen in dit verband. Op het moment dat je hierover met elkaar van gedachten wilt wisselen en met elkaar die onderhandelingen voert dan moet u zich voorstellen, dat gebeurt dan hetzij ambtelijk, hetzij bestuurlijk met de medewerkers en met het bestuur van de zijde van de ontwikkelaar. In dit verband is dat er Ymere.

Wat we wel weten, dat heb ik u net uitgelegd, we weten dat op het moment dat je één laagje eraf haalt, dat dat de opbrengst van pakweg zes woningen in dit voorbeeld, zes woningen, dat dat minder opbrengst genereert voor dat plan en hoe kwetsbaar het plan is in het kader van de financiën, dat kan ik u niet precies vertellen want dat is mij niet bekend gemaakt maar uit gesprekken die ik heb begrepen, die in het verleden gevoerd zijn door mijn voorganger en zelfs een ander collegelid, heb ik begrepen dat het belangrijk is dat dit, of dat deze bouwlaag gerealiseerd wordt in het kader van de totale opbrengst aan de ene kant en de totale kosten aan de andere kant, om dit plan haalbaar te maken. Ik zou die onderhandelingen op deze manier feitelijk niet willen starten, dat hebt u begrepen. Voorzitter, dan, even kijken, mijnheer Sluyk zeg nog met zoveel woorden dat ik

kaderstelling aan mijn laars heb gelapt met betrekking tot de Prinses Irenelaan. Ik ben een volstrekt andere mening toegedaan, voorzitter, en die andere mening is dat ik de raad heb gevraagd om de kaders aan te passen en de raad heeft daarin een besluit genomen. Dat is niks aan de laars lappen, dat is gewoon een uitgaan van het corrigeren van datgene wat eventueel zou moeten om het beste resultaat te krijgen. Dan is zijn vraag ook nog, bouwen voor de Weesper bevolking. Voorzitter, op dit moment kan ik u dat niet met zekerheid zeggen natuurlijk omdat we binnenkort naar een andere woningmarkt zullen gaan. Maar we hebben wel afgesproken met Amsterdam dat we het gemiddelde van de periode van acht jaren de situatie voor Weespers niet achteruit laten gaan. Daar waar we op dit moment de gelegenheid hebben om nieuwbouw toe te wijzen voor zover sociale woningbouw betreft, nieuwbouw toe te wijzen aan Weespers, bij eerste ingebruikneming, moet u zich kunnen voorstellen dat we dat natuurlijk zullen proberen te bereiken in de situatie ook nadat Weesp bij de gemeente Amsterdam hoort. En dat we, als dus de bouw gerealiseerd is, nou ja, ik neem aan ergens in ’23 of misschien in ’24, dat we dan ook nog van die situatie gebruik kunnen maken en dat we dus op de afspraken die we daaromtrent gemaakt hebben, kunnen terugvallen.

Voorzitter, en dat betekent dus dat, in mijn visie, Weespers straks in de gelegenheid gesteld zullen worden als eerste om die woning in gebruik te gaan nemen. Fijn dat mijnheer Pfeiffer zegt, en dat ben ik wel met hem eens, we moeten ophouden met het dogma dat Ymere een slechte partij is. Vervolgens zegt hij twee minuten later dat een andere ontwikkelaar dat wel is en eigenlijk doet hij daarmee precies hetzelfde. Dus ik zou mijnheer Pfeiffer graag in overweging willen geven dat we alle partijen waarmee we onderhandelen in het kader van woningbouw, dat we die respecteren. Even, hij stelde ook nog vraag met betrekking tot de molenbiotoop. Voorzitter, als ik me niet vergis, was het oorspronkelijke gebouw hoger. Weliswaar is de discussie over molenbiotoop eigenlijk wat later begonnen dan bij de bouw van het flatgebouw hier, maar ik ga ervan uit dat nu dit gebouw lager is … De voorzitter: Een interruptie, mijnheer Pfeiffer zie ik. De heer Pfeiffer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, sorry dat ik de wethouder … Ik dacht, hij mag zijn zin nog afmaken maar ik wilde de wethouder er even op wijzen dat bestaande bebouwing onder een overgangsrecht valt en dat nieuwe bebouwing dat niet doet. De voorzitter: Dank u, gaat uw gang. De heer Vos: We gaan daar gewoon naar kijken of dit valt onder de werking van de molenbiotoop want dat moet natuurlijk goed geregeld zijn. Daar ga ik naar kijken.

Overigens, en dat zult u begrijpen, dat geldt ook voor andere planonderdelen waar je misschien vragen over zou kunnen stellen, de besluitvorming die we nu aan het voorbereiden zijn gaat uitsluitend over de bouwhoogte en het aanpassen van de kaders voor het gedeelte boven het winkelcentrum. Straks komt het hele plan nog een keertje terug in uw gemeenteraad voor wat betreft de vaststelling van het bestemmingsplan en dan komt zeker ook de molenbiotoop aan de orde. Daar ben ik van overtuigd. Mijnheer Snijder zegt, kader is wens van de raad. Dat begrijp ik en natuurlijk proberen we daar zoveel mogelijk aan tegemoet te komen. Ik denk, voorzitter, dat ik iedereen beantwoord in tweede termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Vos.

6. Het uiten van wensen en bedenkingen inzake Mobiliteitsplan 2021-2046, deel B + korte presentatie De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende punt op de agenda, punt 6, het uiten van wensen en bedenkingen inzake het mobiliteitsplan 2021-2046 deel B. We krijgen hier een korte presentatie over voordat we daarover gaan … Ik zie dat mevrouw Booij een vraag heeft. Mevrouw Booij-van Willigen: Nee hoor, voorzitter, ik ben even aan het stoeien met mijn tablet, het werkt niet zoals ik hoopte dat het werkte. De voorzitter: Oké. Ik wou graag degene die de presentatie gaat geven, en dan ga weer even spieken, gauw, wie dat is … Ik ben even … Oh, wacht even. Ik ben het even kwijt, sorry. De heer Nijhout: Nou, ik kan me ook wel even voorstellen. De voorzitter: Ja, graag. De heer Nijhout: Ik ben Peter Nijhout, ik ben adviseur verkeer en vervoer bij de Royal Haskoning DHV en ik ondersteun de gemeente Weesp bij het maken van het mobiliteitsplan. Ik heb, zeg maar, een presentatie voorbereid van deel B van het mobiliteitsplan. Even kijken, ik ga mijn scherm even delen. Dit is … Nee, dit is niet het goede, ik moet deze hebben. De voorzitter: Ja, die komt bekend voor. De heer Nijhout: Ja, het is al aardig laat dus ik zal er, u hebt de stukken volgens mij ook gehad dus ik zal het belangrijkste presenteren, laat ik het daar op houden.

Dit is een heel belangrijke sheet want die geeft het hele proces aan waar we al een tijdje mee bezig zijn. We hebben deel A van het mobiliteitsplan al in de raad gehad en in de raadscommissie. Dus daar laat ik zo nog kort wat van zien. Wat ik nu heb voorbereid is met name het deel B, dat zijn de wensbeelden voor de verschillende, met name voor de verschillende mobiliteit zijn. Op basis daarvan, die zitten nog op een redelijk abstractieniveau en op basis daarvan maken we een uitvoeringsprogramma met echt concrete maatregelen die we gaan voorleggen. Dus als jullie denken, nou, dit is nog niet voldoende detail, er komt nog een vervolgdeel en daarin worden de maatregelen in meer detail gepresenteerd, wordt er zelfs een hele globale kostenraming afgegeven en dat soort zaken. Dat deel C, dat wordt ook ter inzage gelegd aan de bewoners. Het wordt wel voorbereid met projectgroepen en klankbordgroep en het college gaat dat vrij geven voor inspraak. Nou, dat is eigenlijk de hoofdmoot van deze sheet, van het proces. Nou, de hoofddoelstelling die heb ik vorige keer al gepresenteerd, dat betreft het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving voor de Weesper gemeenschap. Belangrijk is dat duurzame mobiliteit staat voorop.

Dat hebben we ook in de subdoelstellingen, laten we dat terugkomen dat we met name voor de actieve mobiliteit, dat staat bovenaan dat is, we willen ruimte voor de fiets. Daarbij ook willen we goede en interne en externe openbaarvervoer verbindingen realiseren. Waarbij wel, en ik heb net het verhaal van Aetsveld ook gehoord, mobiliteit is toegankelijk voor iedereen dus ook mooie voetgangersverbindingen, daar willen we ook zeker aandacht aan besteden. Nou, passende routes voor elke vervoerswijze dus ook voor het vrachtvervoer, ook voor het verkeer en vervoer in de buitengebieden en ook, zeg maar, van en naar het centrum van Weesp. Daarbij willen we de verkeersruimte optimaal benutten met smart mobility maatregelen zodat je een Weesp creëert zonder barrières. Kijk, er zijn nu toch een aantal barrières, waaronder het spoor, de N236 en eigenlijk ook smal Weesp, die loopt eigenlijk ook dwars door Weesp, en de Vegt zelf. Dat is eigenlijk weer een barrière tussen het buitengebied en de rest van Weesp. Nou, wat ik al zei, duurzaamheid en daaraan gerelateerd de duurzame mobiliteit die staat voorop. Nou, dat is

natuurlijk, deze sheet die spreekt wel eigenlijk voor zich. Je wilt eigenlijk maatregelen treffen die zoveel mogelijk effect hebben tegen zo laag mogelijke kosten maar die zorgen voor een goede leefbaarheid zodat je een geschikt en aantrekkelijk mogelijk gebied hebt om te wonen en uiteraard vooraan staat ook dat het allemaal duurzaam moet zijn, dat de uitstoot van broeikasgassen gereduceerd dient te worden. En, wat ik al heb gezegd, de beschikbaarheid van mobiliteit, toegankelijk voor iedereen omdat mobiliteit erg belangrijk is ook voor de zelfontplooiing van ons allen. Nou, de speerpunten van duurzame mobiliteit. Ja, eigenlijk heb je dat er zelfs minder gereisd wordt, dat is helemaal mooi. Nou, dat zie je tegenwoordig met het thuiswerken ook al en als er dan verplaatst moet worden, nou, dan moet je vooral denken aan lopen, fietsen, openbaar vervoer en als je dan toch met de auto gaat, doe dat dan met deelauto of met een elektrische auto. Dus daar wordt het beleid op ingezet om dat allemaal zo efficiënt mogelijk in Weesp te faciliteren. Nou, onderdeel daarvan is het laadpalenbeleid en wat ik net al zei, zeg maar, ‘…’ die zeg maar het gebruiken van verschillende mobiliteiten makkelijker maakt maar ook intelligente verkeersregelinstallaties die eigenlijk het verkeer wat er dan nog is zo efficiënt mogelijk weten te regelen.

Nou, we hebben voor de verschillende mobiliteiten hebben wij wensbeelden opgezet en die zie je in deze kaarten staan. Nou, rechtsboven zie je in welke categorieën we de verschillende fietsroutes hebben verdeeld en eigenlijk de meest nieuwe zaken in dit overzicht, dat is dat we over smal Weesp een nieuwe fietsverbinding willen maken, ter hoogte van de Aquamarin, daar in de buurt. We willen bij de N236 een extra oversteek maken tussen Aetsveld en de wijk De Klomp en een links, eigenlijk onderin het plaatje zien jullie ook een recreatief fietspad langs de Aetsveldse weg naar de Klompweg in de andere gemeente. En ja, om de barrière van het spoor te verminderen willen we twee extra onderdoorgangen maken bij het spoor. Nou, waar ze ongeveer komen is hier ingetekend, uiteraard moet daar nog wel nader onderzocht worden waar ze precies moeten komen, wat daar de mogelijkheden zijn. Er zijn ook ideeën om een nieuwe verbinding te maken voor de fiets over het Amsterdam Rijnkanaal in het verlengde van de Amstellandlaan. Zeg maar vlakbij het scharnierpunt bij het bedrijventerrein aan de westkant van Weesp. Nou, dat is het wensbeeld fiets. Nou, dit is wat ik eigenlijk net ook een beetje terug zag bij het wensbeeld van Aetsveld.

Kijk, met name op het plaatje zien jullie de voorzieningen waar met name het belangrijk is dat daar goede wandelvoorzieningen zijn omdat daar ook met name wat oudere mensen van gebruik maken, mensen die naar de supermarkt gaan en die naar de scholen gaan. Tussen die voorzieningen zijn dit de belangrijkste looproutes en die willen wij zeker zorgen dat die goed toegankelijk worden ook voor mensen die minder mobiel zijn. Uiteraard is het station daar ook in verbonden. Nou, dan hebben we het openbaar vervoer. In deel A hebben we laten zien dat met name de westkant van Weesp niet goed gedekt wordt door de buslijnen die er nu zijn. Dus wij hebben, zeg maar, aan de westkant één of wellicht twee buslijnen ingetekend die ervoor gaan zorgen zodat Weesp en ook Weespersluis goed ontsloten worden met het openbaar. Verder, en dat is ook onderdeel van de omgevingsvisie, is een mogelijke of op de lange termijn een metroverbinding langs de Gooicorridor, dat wordt ook ondersteund met een mogelijke P&R halte van de metro maar ook een P&R bij de Hogeweyselaan, dat zien we zeker als een mooie kans. Nou, dan het wensbeeld auto. Dat hebt u waarschijnlijk ook allemaal gevolgd, daar is Amsterdam wel een voorloper van. Dat is zelfs ook al landelijk een motie geweest dat het eigenlijk, het autoverkeer binnen de bebouwde kom, dat daar 30 km/h de norm moet worden.

Nou, eigenlijk ondersteunen we dat principe wel. Rechts zien jullie waar de 30 km eigenlijk niet van toepassing kan zijn, dat is bij een niet stedelijke omgeving, als er bijvoorbeeld 2 × 2 rijstroken is en nog een paar criteria. Zo zijn wij gekomen tot het plaatje wat je daar links ziet en eigenlijk zie je dat op de inprikkers nog kleine stukjes van het wegennet 50 km/h is en op het bedrijventerrein aan de westkant van Weesp. Voor de rest is eigenlijk heel Weesp wordt 30 km/h. Wat je ook ziet is dat bijvoorbeeld dat de N236, die is nu nog 80 km/h, dat het wensbeeld is dat die 50 km/h wordt. Onderdeel van het wensbeeld auto is verder nog een betere ontsluiting van het buitengebied dat er over de ‘s-Gravelandsevaart een extra brug komt zodat ook het zwaar verkeer zonder beperking naar het buitengebied kan komen. En, belangrijk, dat is eigenlijk het groene ovaaltje, moet ik zeggen, wat over het centrum heen ligt. Nou, we willen het centrum ook nog autoluwer

maken. Daar worden wat maatregelen voor onderzocht. Je zou bepaalde wegen kunnen afsluiten en wel zorgen dat het bereikbaar blijft met de auto maar met name dat het doorgaande verkeer wat er eigenlijk niets te zoeken heeft, dat dat geweerd kan worden. Daar zijn zeker mogelijkheden voor. Daar zijn de eerste onderzoeken voor gedaan. Ja, ook voor het vrachtverkeer willen wij hoofdroutes aangeven waar het vrachtverkeer moet gaan rijden. Van die hoofdroutes zijn er ook nog een aantal bevoorradingsroutes die naar met name de winkel centraal leiden. Eigenlijk is het de bedoeling dat buiten deze routes die hier zijn aangegeven, zo min mogelijk vrachtverkeer rijdt. Daarmee willen we ook de pilot die nu net loopt voor de binnenstad, dat willen we, dat wordt ook ondersteund en dat willen we verder vorm gaan geven, na de pilot. Verder een tweede ontsluiting van het Van Houten industriepark is onderdeel van deze hoofdroute vrachtverkeer en qua, om ook wat kleinere voertuigen in te zetten voor de bevoorrading van de winkels willen we meeliften met pilots die er zijn met betrekking tot logistieke hubs en daarvoor hebben we twee locaties tot op heden aangewezen. Eentje als je vanaf de nieuwe verbindingsweg Weesp binnenkomt en die andere langs de N236 vlakbij de Prinses Irenelaan. Verder, ja, het ‘…’ beleid qua betaald parkeren willen we voortborduren op het ingezette beleid.

Dat is natuurlijk, dat is eigenlijk net ingezet dus dat blijven we goed volgen en indien nodig wordt dat bijgesteld. Verder zetten we natuurlijk uiteraard in op de verkeersveiligheid en een veilige inrichting van schoolzones en ook op wat generieke maatregelen zoals educatieve maatregelen. Niet alleen voor jongeren, wat nu al heel veel wordt gedaan maar ook met name voor ouderen, die zie je ook dat die steeds langer gebruik maken van als verkeersdeelnemer en ook eigenlijk ook vaak nog op een elektrische fiets, snellere fietsen en dat vergt zeker nieuwe aandacht. Dat zien we ook in de ongevallencijfers. Ja, dit is eigenlijk wat ik wilde presenteren over deel B. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nijhout. Ik kan me voorstellen dat er wat vragen zijn van de commissieleden dus ik kijk even wie … Ik zie mevrouw Booij. De heer Nijhout: Is het de bedoeling dat ik mijn scherm niet meer deel? Of … De voorzitter: Ja, het misschien is het beter als u dat, dan ziet u ons allemaal weer en we hebben de presentatie ook ontvangen dus het was niet geheel onbekend wat u liet zien. Dank u wel. De heer Nijhout: Oké, ‘…’. De voorzitter: Ik zag mevrouw Booij een handje opsteken. Mevrouw Booij-van Willigen: Ja, voorzitter, er staat een handje maar dat probeer ik steeds weg te krijgen want in mijn plaats gaat mijnheer Boom iets zeggen. De voorzitter: Oké.

Dan ga ik naar de heer Van der Vlies want die bedoelde het waarschijnlijk wel. De heer Van der Vlies: Ja, dat klopt, mijnheer de voorzitter, dank u wel. Ja, ik heb een paar vragen, die had ik ook als opmerkingen bij het mobiliteitsplan maar ik denk dat het nu vragen zijn geworden. Mogelijk is het al opgenomen hoor, maar ik vroeg me af of er wegen zouden komen in Weesp waar de fietser iets meer belang krijgt. Niet om de auto’s weg te pesten maar dat echt het gemotoriseerd verkeer meer moet letten op de fietsers zoals bijvoorbeeld in de Sarphatistraat in Amsterdam is gebeurd. Ik moet zeggen, dat ziet er heel mooi uit en bijvoorbeeld voor de Irenelaan zou dat, denk ik, een perfecte oplossing zijn. Maar mogelijk is dat al in het plan opgenomen, dat ik inderdaad zie dat het 30 km per uur ‘…’. Een tweede vraag die we daar over die 30 km/h hadden is waarom zijn de Korte Muiderweg en de ‘…’ op 50 km ‘…’? Dat vinden we eigenlijk een beetje raar. En verder bij het OV missen we een klein beetje de fijnmazigheid dus we vroegen ons af of er misschien

gekeken kon worden naar de buurt mobiel zoals die op dit moment in Utrecht wordt ingezet en dat lijkt heel goed te gaan daar. Bij het parkeren hadden we nog een laatste vraag c.q. opmerking van zal het mogelijk zijn om in het nieuwe Van Houten industrieterrein, als dat plan wordt ontwikkeld, om daar een satellietlocatie aan te brengen? Dat waren de … Oh ja, en iets buiten het kader van dit mobiliteitsplan, vergeet Driemond niet want die is met het openbaar vervoer behoorlijk bekaaid komt die eraf, dus als we daar wat aan zouden kunnen doen, dan zou dat ook heel mooi zijn. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geven we mijnheer Nijhout het woord. De heer Nijhout: Ja. Nou, we willen zeker de fietsers meer ruimte geven, daar hebben we zelfs bepaalde normen aan meegegeven. Dus we gaan die wegen ook langs en dan gaan we in het uitvoeringsprogramma, komt er waarschijnlijk een lijst van wegen en waar wij de fietsers, met name, meer ruimte willen geven. Dat is denk ik de eerste vraag. De 30 km op de Korte Muiderweg en de Leeuwenveldselaan. Ja, die discussie hebben wij ook gevoerd binnen ons team, en de Leeuwenveldseweg ja, daar kom je Weesp echt net binnen. Daar ligt nog niet veel bebouwing omheen en daar ligt ook al een vrijliggend fietspad dus wij dachten dat dat nog wel een stukje 50 km/h kon blijven.

En de Korte Muiderweg, ja, daar hebben we een hele discussie over gehad en ja, dat is eigenlijk net de kant opgevallen van dat alle invalswegen toch nog een kort stukje 50 km/h krijgt en daar ligt eigenlijk ook nog geen bebouwing langs. Dus dat is eigenlijk de reden dat we die 50 hebben gehouden. ‘…’ fijnmazigheid. Nou ja, in eerste instantie dacht ik van nou ja, we voegen twee buslijnen toe ongeveer dus nou, we worden een stuk fijnmaziger. Maar ja, u bedoelt nog buurtbussen zoals in Utrecht. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat … Dat we dat niet overwogen hebben. Maar wellicht kunnen we dat in het maatregelenprogramma nog overwegen. Dus dat ga ik nader onderzoeken. Van Houten industriepark als een satellietlocatie ja, kijk, als daar ruimte vrijkomt dan is dat wellicht een goede optie. Ik denk dat dat, zeg maar, als het parkeerbeleid … Als het nieuwe parkeerbeleid een jaar, twee jaar is ingegroeid, dan is dat te overwegen om dat mee te nemen als satellietlocatie. Qua Driemond, dat we die niet moeten vergeten, nou, qua fiets hadden we al gedacht aan die fietsbrug over het Amsterdam Rijnkanaal. U bedoelde OV, geloof ik? Ja, he? Nou ja, die bus die gaat er al langs en ik moet zeggen dat ik me daar niet op gefocust heb omdat het niet bij Weesp hoort. Dus dat zijn mijn antwoorden. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van der Does, die heeft ook een vraag.

De heer Van der Does: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag ten aanzien van de presentatie. Ik mis in de presentatie bij het voetgangersgebied de nieuwe basisschool, volgens mij, in Weesperssluis. Want de Josefschool staat er al niet meer in maar ook niet de nieuwe basisschool in Weespers. Ik vroeg me af of ‘…’. Voor de rest heb ik heel veel extra wensen die hier niet in opgenomen zijn maar ik neem aan dat ik die pas na de presentatie ook aan de wethouder, want wij gaan gewoon over de extra wensen. Dus die houdt u even tegoed. Heb ik nog wel één vraag over de extra fietsverbinding over de provinciale weg. Wordt er gedacht aan weer een tunnel of wordt dat een brug of wordt het een gelijkvloerse kruising als het 50 km wordt? Dat waren mijn vragen. De heer Nijhout: Mijnheer Van der Does, om te beginnen met de laatste dan, de N236. Ja, vooralsnog denken we aan een gelijkvloerse kruising. Maar ja, een onderdeel zou ook zijn om de barrièrewerking van de N236 nog meer te verminderen dus we willen ook nog wat kijken naar ongelijkvloerse verbindingen, bijvoorbeeld bij de Prinses Irenelaan, misschien ook daar want er is natuurlijk al wel een fietstunnel onder de N236. Maar daar gaan we zeker nog naar kijken. Over de nieuwe basisschool in de Weespersluis, ja, dat moet ik eerlijk zeggen, dat moet ik even uitzoeken. Dat weet ik niet zo uit mijn hoofd.

De voorzitter: Dank u wel. Dan heeft mijnheer Boom nog een vraag. De heer Engelshoven-van Huls: Voorzitter, mag ik, de griffier, even wat vragen want ik vind het een beetje verwarrend worden nu. Want we hebben een presentatie gekregen maar ik zou nu eigenlijk gewoon het raadsvoorstel willen behandelen want ik krijg nu de indruk dat hier … De toezeggingen die vliegen me echt om de oren en ik weet niet of dit allemaal namens het college ook wordt toegezegd. Want over een week hebben we een raadsvergadering en dan ligt er gewoon dit plan voor. Dus misschien moeten we even kijken wat we nu aan het doen zijn. Ik zou eigenlijk willen voorstellen om gewoon maar de eerste ronde in te gaan en niet allemaal toezeggingen te vragen aan degene die de presentatie doet. De voorzitter: Ja, als mijnheer Nijhout dan wel stand-by wil blijven voor eventueel aanvulling op de techniek van deze presentatie. De heer Nijhout: Ja hoor, geen probleem. De voorzitter: Dan ga ik nu het agendapunt 6 … De heer Boom: Nee, ik, sorry voorzitter … De voorzitter: De heer Boom. De heer Boom: Ik had nog een handje opgestoken en ik begrijp heel goed dat er staat wensbeeld fiets, dus de griffier hoeft niet bang te zijn dat hij daarop afgerekend wordt of dat het voorstel daarop afgerekend wordt.

Ik vind het namelijk heel helder allemaal en ik ben ook blij met eigenlijk de wens voor die twee extra onderdoorgangen onder het spoor omdat ik denk dat dat heel belangrijk is. Wat ik toch weer jammer vind, en dat wil ik nu ook even benadrukken, is de mogelijkheid om die N236 te verdiepen waardoor Aetsveld toch dichter bij het centrum komt. Wat we ook wel jammer vinden is dat de kruising van die Aetsveldselaan die staat er ook niet op. Daar is toen een onderzoek naar geweest in de raad en gekeken of dat weer open kon, maar dat staat er nu niet op. Ja, even kijken … De voorzitter: Mijnheer Boom, ik … De heer Boom: Dat was het dan ongeveer. De voorzitter: Ja, want ik wou toch nu naar het raadsvoorstel zelf toe gaan. Want deze vragen kunnen ook waarschijnlijk door de wethouder zelf wel grotendeels beantwoord worden. Dan houden we de zaak gewoon even politiek. Ja? Dan ga ik nu agendapunt 6, het voorgestelde raadsbesluit voorlezen. Ten eerste, kennis nemen van deel B van het mobiliteitsplan Weesp 2021-2046 waarin op basis van de doelstellingen uit deel A en analyse van de huidige netwerk en knelpunten en wensen, de toekomstige wensnetwerken voor auto, fiets, voetganger, vrachtverkeer en openbaar vervoer zijn vormgegeven.

Ten tweede, te verklaren dat de raad in de gelegenheid is gesteld haar wensen en bedenkingen over te brengen aan het college van burgemeester en wethouders om dit te gebruiken als input voor deel C van het mobiliteitsplan Weesp 2021-2046. Nu gaan we over naar de politieke benadering dus wie wil nu hier even iets over zeggen als eerste? Mevrouw Vermeer. Mevrouw Vermeer-van Galen Last: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij vinden het een heel interessant stuk en hebben ook zeker een aantal wensen en bedenkingen en vragen. Als eerste is een van de speerpunten slash motivaties want daar staat van, zo laag mogelijke kosten. Nou, als je het over duurzaamheid hebt, is dat niet

per se het streven natuurlijk want je wilt misschien soms een betere investering doen zodat je er langere termijn profijt van hebt. Een voorbeeld wat ik daarbij wil geven, is dat zich bewoners bij ons gemeld hebben die zeggen van ja, soms wordt er één stoeptegel vervangen maar is het vervolgens, is het geheel niet meer glad dus kan je beter dan misschien wat meer investeren en de hele stoep opnieuw bestraten. Dus misschien kan dat nog iets anders geformuleerd worden. De tweede vraag is van hoe realistisch de optie van de spoortunnel nog is. Daar ben ik ook heel erg benieuwd naar, misschien is daar een update over. Vervolgens over het wensbeeld autoverkeer. Zijn we erg blij om te horen dat de binnenstad niet volledig autoluw gaat worden want wij vinden het toch wel belangrijk dat de winkels en de horeca ook gewoon bereikbaar met de auto blijft voor mensen die ouder of minder valide zijn. Even kijken, in de vorige commissie bleek er aardige consensus te bestaan in de hele raad over het verdiepen van de N236. Misschien kunnen we daar ook nog over spreken met de wethouder of dit nog een mogelijke optie is. Er stond natuurlijk dat het een kostbare maatregel is die eerst nader onderzocht moet worden en misschien moet er budget vrijgemaakt worden om dat onderzoek te doen.

Ik heb dezelfde vragen als de heer Van der Vlies van de Leeuwenveldseweg, die blijft 50 km terwijl juist al bekend is, de Bouwhuistunnel, het is een gevaarlijke verkeerssituatie daar, veel jonge weggebruikers. Kan dat dan niet naar 30 km? Zelf had ik nog een vraag over deelauto’s, ik vind dat heel interessant alleen ik vraag me af hoe dat werkt met kinderstoeltjes. Het is misschien een heel stomme vraag maar moet je die dan zelf meeslepen naar zo’n deelauto of kan je ook deelauto’s met kinderstoeltjes huren? Laadpalen, ook heel interessant en er staat, iedereen die elektrisch rijdt, leunt zwaar op de laadinfra bij eigen huis. Is het mogelijk misschien om als gemeente daar bepaalde subsidies voor te geven, voor laadpalen aan huis zodat je niet daar zoveel de openbare ruimte voor hoeft te belasten? Over de voetgangers, er staat, woonschoolroutes Weesp. Daar wil ik wel echt heel veel nadruk op leggen want ik woon tegenover de nieuwe basisschool in Weespersluis en meerdere keren per dag zien wij die kinderen de straat over rennen, in hun enthousiasme, waar gewoon 30 tot 50 kilometer gereden wordt en er is geen zebrapad. Er is geen hobbel. Het is gewoon, het is doodeng. We hopen dat dat nog meegenomen kan worden want er stond in het document dat tussen de 2016 en 2017 de situatie geïnventariseerd was dus dat is wel handig om te updaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10056021/2