CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke Onderbouwing Horn 23a Weesp DEF08072020 Geredigeerd

Commissie SOB 14 september 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning Horn 23 a3.301 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijke Onderbouwing

Recreatiewoning Horn 23 a, Weesp Behorende bij een omgevingsvergunning inhoudende de toestemming om af te wijken van een bestemmingplan voor de functiewijziging t.b.v. een recreatiewoning in het landelijk gebied van Weesp.

Maart 2020, laatste aanpassing juli 2020 Projectnummer: 2019053 Auteur: D. Hoeijmakers en M. Tiekstra Versie: Definitief Partners RO Julianaplein 8 5211 BC ’s-Hertogenbosch T 073 - 8200 732 E info@partnersro.nl www.partnersro.nl

I N HO U D

3

2

AANLEIDING

2

BESTAANDE SITUATIE EN PLANOLOGISCH REGIME

3

BELEIDSKADER

6

PROVINCIAAL BELEID

6

GEMEENTELIJK BELEID

7

OMGEVINGSASPECTEN

9

LUCHTKWALITEIT

9

GELUID

4

9

EXTERNE VEILIGHEID

10

BODEM

11

WATERHUISHOUDING

11

ARCHEOLOGIE

11

FLORA EN FAUNA

12

VERKEER EN PARKEREN

12

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

12

CONCLUSIE

14

1 RUI MTELI JKE ONDE RBO UWING RECR EAT IE WON ING HOR N 2 3A , WE ES P

2

INLEIDING

PARTNER SRO |

1.

1.

PARTNERSRO |

RUI MTELI JKE ONDE RBO UWING RECR EAT IE WON ING HOR N 2 3A , WE ES P

2

INLEIDING

AANLEIDING De

is voornemens om het gebruik van een schuur/bijgebouw aan

het adres Horn 23 a te Weesp te wijzigen naar een recreatiewoning, waarbij geldt dat het beoogde gebruik mede ziet op het aanbieden van recreatief nachtverblijf aan derden door wisselende verhuur. Het betreffende perceel is reeds sinds 1974 in zijn eigendom. Deze schuur is in 1975 vergund en gebouwd als garage. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is het gebruik als recreatiewoning niet toegestaan. Er is reeds contact met de gemeente

over de mogelijkheden van bewoning

ter plaatse geweest, waaruit naar voren is gekomen dat de gemeente vooralsnog niet positief stond tegenover het toevoegen van een reguliere woning in het buitengebied. Aan de hand van een quickscan is gebleken dat er een reële kans is dat de gemeente Weesp gaat meewerken aan het verzoek tot functiewijziging naar recreatiewoning. Daarnaast vindt de heer

het belangrijk om een blijvend goede relatie met de

buren te onderhouden. Navraag door hem bij de buren heeft ertoe geleid dat duidelijk is geworden dat een reguliere woning ter plaatse niet direct gewenst is, maar dat een recreatiewoning voor eigen gebruik niet op bezwaren stuit. Naar aanleiding van deze bevindingen richt deze ruimtelijke onderbouwing zich op de functiewijziging voor het gebruik van een schuur als recreatiewoning.

Figuur 1.1 Globale ligging projectlocatie ten opzichte van Weesp (bron: maps.google.nl)

BESTAANDE SITUATIE EN PLANOLOGISCH REGIME

Omgeving De locatie voor deze functiewijziging is gelegen op Horn 23 a, te Weesp. Aan de noordzijde grenst het perceel aan de Vecht. Aan westzijde van het perceel staat een woonhuis en aan de oostzijde van het perceel begint een strook met woonboten aan de Vecht. Aan de zuidkant grenst het perceel aan de weg waar aan de overzijde van de weg een paardenfokkerij/stoeterij is gevestigd.

Bestaande situatie In de huidige situatie bestaat het perceel (347m2) uit een deel verharding ten behoeve van parkeren, een achtertuin en een schuur met een goothoogte van ca. 2.25 meter en een bouwhoogte van ca. 3.5 meter.

Figuur 1.3 Bestaande situatie (bron: maps.google.nl opnamedatum afbeelding: april 2019)

PARTNER SRO |

Figuur 1.2 Ligging plangebied detailkaart (bron: maps.google.nl)

RUI MTELI JKE ONDE RBO UWING RECR EAT IE WON ING HOR N 2 3A , WE ES P

3

Planologisch regime Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Weesp’ (onherroepelijk 22-01-2015) en heeft de bestemming wonen (Zie figuur 1.3 voor een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan). Het perceel heeft de bestemming ‘wonen’, maar de schuur heeft geen bouwvlak en is daarmee een bijgebouw.

PARTNERSRO |

RUI MTELI JKE ONDE RBO UWING RECR EAT IE WON ING HOR N 2 3A , WE ES P

4

Figuur 1.4 uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘’Landelijk gebied Weesp’ (22-01-2015) (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

5

figuur 1.5 Uitsnede kadastralekaart met beoogd aanduidingsvlak (in rood) voor de recreatiewoning (bron: www.kadastralekaart.com) Ter plaatse van het rode vlak met lichtblauwe binnenkant is deze ruimte gereserveerd voor parkeren op eigen terrein. De ruimtelijke onderbouwing is daarmee in lijn met het gemeentelijke parkeerbeleid. Binnen dit vlak is meer dan voldoende ruimte voor het realiseren van twee parkeerplaatsen.

PARTNER SRO |

RUI MTELI JKE ONDE RBO UWING RECR EAT IE WON ING HOR N 2 3A , WE ES P

Onderstaand is op basis van de kadastrale kaart het beoogde aanduidingsvlak voor de recreatie woning weergegeven. Het kadastrale perceel van Horn 23A is in lichtblauw met een donkerblauwe rand weergegeven. De exacte aanduiding van de toekomstige recreatiewoning is rood omlijnd. Deze kaart met aanduidingsvlak kan desgewenst ook als voorschrift bij de vergunning worden opgenomen.

2

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het voor dit initiatief relevante beleidskader beschreven. Vooropge-

Hieronder wordt ingegaan op het provinciaal en gemeentelijke beleid dat van toepassing

PARTNERSRO |

functiewijziging ten behoeve van een recreatiewoning in het buitengebied van Weesp.

RUI MTELI JKE ONDE RBO UWING RECR EAT IE WON ING HOR N 2 3A , WE ES P

steld wordt dat het Rijksbeleid dit initiatief niet in de weg staat. Het betreft hier enkel een 6

is op deze casus.

PROVINCIAAL BELEID Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) (juni 2019) Van de provinciale verordening is enkel artikel 5C van belang. Dit artikel luidt als volgt.

Artikel 5c Kleinschalige ontwikkeling 1. Een bestemmingsplan maakt een kleinschalige ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied uitsluitend mogelijk binnen een bestaand bouwblok dat al voorziet in een stedelijke functie. Het aantal burgerwoningen mag hierbij niet toenemen. 2. In afwijking van het eerste lid is bebouwing buiten het bestaande bouwblok mogelijk, mits het bebouwd oppervlak niet wordt vergroot. 3. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan voorzien in een kleinschalige ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied indien dit op grond van een ander artikel in deze verordening is toegestaan. 4.

In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan voorzien in een kleinschalige ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied ter plaatse van een bestemmingsvlak, dat reeds voorziet in een stedelijke functie, naar een woonfunctie voor maximaal twee burgerwoningen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a de omzetting naar een woonfunctie beperkt de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven niet; b aan maximaal 2500 m² van het oorspronkelijke bestemmingsvlak dat voorzag in de stedelijke functie wordt de woonbestemming toegekend; c de bestaande bedrijfsbebouwing op de overige gronden wordt gesloopt en aan deze gronden wordt een bestemming toegekend zonder bouwmogelijkheden, en; d een tweede burgerwoning is alleen mogelijk als meer dan 1.500 m² grondoppervlakte aan bestaande bedrijfsbebouwing op het bestemmingsvlak wordt gesloopt. 5 Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing. Conclusie Uit de provinciale verordening komt naar voren dat de provincie terughoudend is met nieuwe bebouwing in het buitengebied. In die zin kan gedacht worden dat dit initiatief valt binnen de regels van `kleinschalige ontwikkelingen´. Echter, uit de toelichting behorende bij de verordening blijkt dat kleinschalige ontwikkelingen per definitie toezien op het toevoegen van nieuwe bebouwing. Dat is hier niet aan de orde.

Het betreft immers een locatie van een bestaande schuur die intern wordt verbouwd tot recreatiewoning. Er wordt dan ook geen bebouwing toegevoegd. Het provinciaal beleid verzet zich niet tegen een dergelijke functiewijziging. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat het provinciaal beleid deze ontwikkeling niet in de weg staat.

GEMEENTELIJK BELEID

Structuurvisie Weesp 2013-2030

landschap wordt door boeren, natuur- en waterbeheerders en burgers beheerd. De fraaie veenweide- en Vechtweidegebieden zijn een van de identiteitsdragers van Weesp. Daarnaast is de Vecht een belangrijke (landschappelijke) kwaliteit en voor de herkenbaarheid van Weesp van groot belang. Centraal in de structuurvisie staat dan ook dat de Vecht zoveel mogelijk zichtbaar en bereikbaar moet blijven. Bestaande doorkijken naar

PARTNER SRO |

de Vecht moeten dan ook gekoesterd worden.

RUI MTELI JKE ONDE RBO UWING RECR EAT IE WON ING HOR N 2 3A , WE ES P

7 Weesp heeft een bijzonder fraai landschap. Het landschap is redelijk toegankelijk. Het

Figuur 2.1 Uitsnede plankaart structuurvisie (Bron: gemeente Weesp) Ontwikkelingen die de gemeente in de structuurvisie noemt voor dit gebied zijn bijvoorbeeld het doorontwikkelen van de sportvelden, een recreatiezone aan de Vecht, bed & breakfast, een theeschenkerij en het ontwikkelen van enkele woningen die samen een ensemble vormen dat refereert aan agrarische bebouwing (een hoofdgebouw met enkele statige bijgebouwen). Daarnaast wordt in de structuurvisie voor dit plangebied aangegeven dat het aan de Vecht en het veenweidegebied grenst. Hierover stelt de structuurvisie het volgende. “De Vecht en Smal Weesp zijn belangrijke verbindingslijnen over land en water. Het zicht op en bereikbaarheid van het water is van groot belang. Op en aan het water kunnen we watersportvoorzieningen voorstellen zoals botenverhuur, passantenplaatsen en bijbehorende voorzieningen. In de waterstructuur stellen we voor dat er op afstand van de binnenstad een drietal havens wordt ontwikkeld. Ieder verschillend van maat, schaal en gebruik. Het betreft: integrale ontwikkeling Nijverheidslaan (nautisch kwartier in gemengde omgeving), omgeving Aquamarin en de omgeving Fort Uitermeer (kleinschalige natuurlijke haven).”

Voor de veenweide- en Vechtweidegebieden richten de gemeente zich op landschaps- en natuurbeleving en is ruimte voor kleinschalige dag- en verblijfsrecreatieve ontwikkeling

8

Conclusie

RUI MTELI JKE ONDE RBO UWING RECR EAT IE WON ING HOR N 2 3A , WE ES P

Op basis van bovenstaande samenvatting van de structuurvisie wordt geconcludeerd dat

PARTNERSRO |

door verbreding op (agrarische) bedrijven.

Uit de nota toerisme en recreatie volgt dat het plangebied in het Landelijk extensief

de functiewijziging van wonen naar recreatiewoning niet op belemmeringen stuit. Aangezien het niet gaat om het toevoegen van nieuwe bebouwing wordt het karakteristieke beeld van Vecht met zijn doorzichten niet belemmerd. Daarnaast wordt het oprichten van bijvoorbeeld een bed & breakfast dan wel het toevoegen van enkele woningen als gewenste ontwikkeling benoemd. Het gaat hier weliswaar niet om het toevoegen van een bed & breakfast, maar qua uitstraling en impact zal een solitaire recreatiewoning minder impact op het gebied hebben dan een bed & breakfast of een reguliere woning. Tot slot geeft de structuurvisie ook aan dat er binnen de kaders van de structuurvisie ruimte is voor het toevoegen van kleinschalige verblijfsrecreatieve ontwikkelingen. Het toevoegen van een solitaire recreatiewoning is een goed voorbeeld van een kleinschalige verblijfsrecreatieve ontwikkeling. De ontwikkeling past dan ook binnen de kaders van de structuurvisie.

Nota toerisme en recreatie (2008)

recreatief gebied valt. De volgende kwaliteiten en kansen worden voor dit gebied benoemd. 

Het buitengebied van Weesp vooral het veenweidegebied aan weerszijden van de Vecht;

Met uitzondering van het gebied tussen de Leeuwenveldseweg en de gemeentegrens met Muiden, behoort het buitengebied van Weesp geheel tot het Belvedèregebied Vecht- en Plassengebied en de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Rust en ruimte prevaleren.

Mogelijkheden voor combinaties tussen water en land, waarbij de beleving van natuur(ontwikkeling) en de cultuurhistorie centraal staat (Oude en Nieuwe Hollandse waterlinie, de eeuwenoude wegeninfrastructuur in de polders, waartoe behoren het Aetveldse weggetje, het Galgenveldje en het Papelaantje)

Natuur en cultuurhistorie zijn uitgangspunt voor wandel-, fietsen ruiterpaden.

Kleinschalige dag- en verblijfsvoorzieningen als een boerenkamer, natuurcamping, boerderijwinkel en een boerenterras

Informatievoorziening over de historische verdedigingsfunctie van het gebied voor militaire doeleinden.

Bezoekmotief: natuurbeleving en natuurhistorie, ‘terug naar de basis /authenticiteit’.

Conclusie Net als bij de structuurvisie wordt ook in de nota toerisme en recreatie aangegeven dat het gebied geschikt is voor het toevoegen van kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen. Het beoogde gebruik ziet mede op het aanbieden van recreatief nachtverblijf aan derden door wisselende verhuur. Dus gelijk aan de conclusie van de structuurvisie wordt ook hier geconcludeerd dat dit initiatief past binnen de kaders van de nota toerisme en recreatie.

OMGEVINGSASPECTEN

LUCHTKWALITEIT De hoofdlijnen van de regelgeving zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en zijn nader uitgewerkt in de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). Projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreinigingen hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen. Projecten die wel in betekenende mate (IBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging, zijn in principe opgenomen in het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Indien een project in het NSL is opgenomen, kan het project alsnog doorgang vinden. Conclusie Voorliggend initiatief voorziet enkel in de functiewijziging van de schuur naar een recreatiewoning. Gelet op de geringe omvang van de planontwikkeling, kan zonder meer worden gesteld dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Hiermee wordt voldaan aan de Wet milieubeheer. De luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor het plan.

GELUID Op grond van de Wet geluidhinder is akoestisch onderzoek verplicht voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen die worden gerealiseerd binnen de geluidzone van wegen die op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder zijn gezoneerd. Op grond van het Besluit geluidhinder is een recreatiewoning geen geluidgevoelige bestemming. Er hoeft dan ook geen akoestisch onderzoek in de zin van de Wet geluidhinder uitgevoerd te worden. Echter in het kader van een goede ruimtelijke ordening is het wel van belang dat er akoestische beschouwd wordt of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de recreatiewoning. Artikel 3.3 van het Bouwbesluit schrijft voor woningen een maximale binnenwaarde van 33 dB voor bij weg- of spoorlawaai en 35 dB bij industrielawaai. Artikel 3.5 van het Bouwbesluit geeft een voorschrift voor het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk. Daarbij behoeft de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie niet beter te zijn dan het rechtens verkregen niveau. Dit is ook van toepassing bij een functieverandering. Conclusie Beoogde ontwikkeling is gelegen aan een doodlopende 30 km zone weg waar weinig verkeer langskomt. In de omgeving is geen bedrijvigheid/industrie aanwezig.

Daarnaast zijn de gevels van de recreatiewoning van voldoende isolerende werking om aan de eis van bouwbesluit omtrent de maximale binnenwaarde van 33 dB te voldoen.

RUI MTELI JKE ONDE RBO UWING RECR EAT IE WON ING HOR N 2 3A , WE ES P

9

PARTNER SRO |

3

BODEM Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in

Conclusie Voor de realisatie van de recreatiewoning worden er geen bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd. Ook het ondergrondse bouwvolume wordt niet uitgebreid. Daarnaast hebben de omliggende gronden in het vigerende bestemmingsplan een woonbestemming. Hieruit kan afgeleid worden dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de functie wonen. In dit geval kan dan ook gesteld worden dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de functie recreatief wonen. Er hoeft dan ook geen bodemonderzoek uitgevoerd te worden.

WATERHUISHOUDING Het initiatief voorziet uitsluitend in een functieverandering van schuur naar recreatiewoning en leidt niet tot uitbreiding van het verharde oppervlak of een wijziging in het watersysteem. Het project heeft geen betrekking op een uitbreiding van het ondergrondse bouwvolume. Het plangebied ligt wel binnen een regionale waterkering maar de schuur is in de jaren zeventig vergund en gebouwd waarbij rekening is gehouden met eisen die gelden bij bouwen in de beschermingszone van een waterkering, daarbij zijn voor dit project alleen interne bouwwerkzaamheden aan de orde. Op het bestaande rioleringssysteem is voldoende ruimte om een recreatiewoning aan te sluiten. De omgang met hemelwater wijzigt in principe niet. Het huishoudelijk afvalwater zal net als in de huidige situatie op het gemeentelijk rioleringsstelsel worden geloosd. Er zijn hierbij geen capaciteitsproblemen te verwachten. Conclusie Vanuit het oogpunt van een goede waterhuishouding zijn er geen belemmeringen ten aanzien van de beoogde functiewijziging.

ARCHEOLOGIE Uit een analyse van de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Weesp blijkt dat het plangebied in de archeologische verwachtingszone O ligt. Onder zone O vallen de gebieden langs ontginningsassen. Langs de ontginningsassen kunnen sporen verwacht worden van bewoning en landgebruik, uit de 11e en 20e eeuw. De materiële neerslag betreft erven, terpen, verkavelingssporen en sloten uit de ontginningsperiode (11e tot 13e eeuw) tot en met de 20ste eeuw. Vanwege de lange gebruiksperiode hebben de archeologische sporen een hoge dichtheid en sterke onderlinge samenhang. De archeologische verwachting is daarom hoog. Conclusie Aangezien er geen grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd zijn er vanuit archeologisch oogpunt geen belemmeringen ten aanzien van de beoogde functiewijziging.

RUI MTELI JKE ONDE RBO UWING RECR EAT IE WON ING HOR N 2 3A , WE ES P

toekomstige gebruik van die bodem.

11

PARTNER SRO |

het plangebied. Er dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het

FLORA EN FAUNA Voor de bescherming van soorten en gebieden is Wet natuurbescherming (januari 2017) van toepassing. Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van nieuwe bouwwerken en/of

PARTNERSRO |

RUI MTELI JKE ONDE RBO UWING RECR EAT IE WON ING HOR N 2 3A , WE ES P

12

andere activiteiten zal rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen planten- en diersoorten op grond van de Wet natuurbescherming. Indien uit gegevens dan wel onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende bouwwerkzaamheid c.q. activiteit pas kunnen plaatsvinden na ontheffing c.q. vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming. Conclusie Gezien het feit dat er sprake is van een bestaand bouwwerk en er geen bomen gekapt hoeven te worden of extra verharding gerealiseerd wordt, kan geconcludeerd worden dat deze ontwikkeling niet leidt tot negatieve effecten op flora en fauna. Ten aanzien van gebiedsbescherming wordt geconcludeerd dat het plangebied niet in een beschermd natuurgebied ligt, daarnaast worden er geen activiteiten uitgevoerd die op enige wijze effect op beschermde natuurgebieden kunnen hebben. Ook een ontheffing ten aanzien van gebiedsbescherming is hier niet aan de orde. Uiteraard dient ten alle tijden de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming in acht te worden genomen.

VERKEER EN PARKEREN Het plangebied is goed bereikbaar voor zowel gemotoriseerd verkeer als langzaam verkeer en is ook per openbaar vervoer bereikbaar. De functiewijzing zorgt voor een zeer minimale verkeersaantrekkende werking in vergelijking met het huidige gebruik. Er kan dan ook gesteld worden dat het toevoegen van een recreatiewoning geen gevolgen heeft voor de verkeersdruk op de aangrenzende wegen. Aan de parkeernorm van twee parkeerplaatsen + 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers per woning (bron: parkeernormennota Weesp 2019) wordt op eigen terrein voldaan. In aanvulling op bovenstaande tekst heeft de gemeente in haar e-mail d.d. 06-07-2020 aangegeven dat één parkeerplaats voldoende is voor dit initiatief. Bij een recreatiewoning is volgens de gemeente per definitie sprake van bezoekersparkeren, waardoor een parkeerplaats voldoende is. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren staan de ontwikkelingen niet in de weg.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het project is geen bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening zodat een exploitatieplan of anterieure overeenkomst wettelijk gezien niet noodzakelijk is. De kosten voor het project – waaronder eventuele planschade - worden gedragen door de initiatiefnemer. Daarnaast beschikt de initiatiefnemer over voldoende financiële middelen

om de verbouwing te bekostigen. Hierdoor is de economische uitvoerbaarheid voldoende gewaarborgd.

PARTNER SRO |

RUI MTELI JKE ONDE RBO UWING RECR EAT IE WON ING HOR N 2 3A , WE ES P

13

4 CONCLUSIE

gemeentelijk beleid verzetten zich niet tegen het toevoegen van een solitaire recreatiewo-

PARTNERSRO |

van Horn 23 a om te zetten naar een recreatiewoning kansrijk. Zowel het provinciaal als

RUI MTELI JKE ONDE RBO UWING RECR EAT IE WON ING HOR N 2 3A , WE ES P

Zoals uit voorgaande hoofdstukken is gebleken, is het initiatief om de schuur ter plaatse 14

ning in het buitengebied. Uit de structuurvisie en de nota toerisme en recreatie blijkt zelfs dat dit tot een van de kansen voor het buitengebied behoort. Het beoogde gebruik ziet immers mede op het aanbieden van recreatief nachtverblijf aan derden door wisselende verhuur. Ook milieutechnisch zijn er geen belemmeringen voor het realiseren van een recreatiewoning ter plaatse. Aangezien het enkel om een interne verbouwing gaat en er geen grondwerkzaamheden plaatsvinden, is het niet noodzakelijk andere onderzoeken uit te voeren. Er is niet van beletselen gebleken die een goede ruimtelijke onderbouwing van het plan in de weg zouden kunnen staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10462520/1