RIB 2022 05 - Bijlage 1 - Eindadvies miniburgerberaad
Tekst van het document
37
MINI_burgerberaad
Impact Deze maatregel helpt om de groei van energiegebruik door nieuwe bedrijven af te remmen. De mate waarin dit bijdraagt is echter moeilijk te berekenen. In de Klimaatroutekaart van Amsterdam is aangenomen dat nieuwe bedrijven voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen. Daarom tellen wij voor deze maatregelen geen additionele reductie in CO₂-uitstoot.
V13 Maximaal oppervlakte daken 3 stickers Voor Tegen
97% 3%
Idee Stimuleringsregeling voor particuliere huiseigenaren om het maximaal dakoppervlakte van hun dak te benutten voor zonnepanelen, in plaats van alleen het aantal zonnepanelen te plaatsen dat voldoende is om eigen consumptie te dekken. Dit kan door een hoger bedrag voor saldering, gemeentelijke subsidie op extra panelen en/of korting op WOZ.
Impact Stel dat de maatregel ertoe leidt dat de helft van dit onbenutte potentieel wel gebruikt wordt, dan is de CO₂-reductie 7 kiloton. Wij zien deze maatregel als een concrete invulling van de Amsterdamse ambitie om in 2030 50% van het dakoppervlak te benutten en in 2050 zelf 100%. De hiermee behaalde CO₂-reductie is niet additioneel ten opzichte van de huidige Klimaatroutekaart.
38
MINI_burgerberaad
V14 50% thuiswerken 2 stickers Voor Tegen
66.7% 33.3%
Idee De gemeente stimuleert thuiswerken door middel van een thuiswerksubsidie, (waar mogelijk) een thuiswerkquotum en door het realiseren van flexhubs in elke wijk. Hierbij streeft de gemeente ernaar om 50% van de mensen thuis te laten werken. Door de COVID-pandemie is men hier al aan gewend.
Impact Ongeveer 25% tot 35% van de reisbewegingen in Amsterdam betreft woon-werkverkeer. Als de helft van deze mensen thuis werkt, kan dat resulteren in een CO₂-reductie van 25 – 34 kiloton.
V15 Het versnellen van het stimuleren van elektrisch rijden 2 stickers Voor Tegen
81.8% 18.2%
Idee De gemeente stimuleert elektrisch rijden om het streven van 2030 (vrijwel al het verkeer elektrisch) eerder te bereiken. Dit doet zij door elektrisch rijden aantrekkelijker te maken voor zowel het bezitten van een elektrische auto als het gebruik van een elektrische deelauto voor bewoners. Het pakket bestaat uit kortingen op parkeren voor elektrische auto’s, goedkoper laden en subsidie op aanschaf van een laadpaal én door gebruik van een elektrische deelauto te vergemakkelijken (groter servicegebied en meer type auto’s). Het gebruik van
39
MINI_burgerberaad
deelauto’s kan verder nog worden aangespoord met een ‘stadspas’ die korting moet geven op het gebruik van de deelauto’s.
Impact Voor de CO₂-reductie in 2030 maakt deze maatregel strikt genomen geen verschil ten opzichte van de huidige beleidsvoornemens. Echter bevat de maatregel wel een aantal voorstellen die een bijdrage leveren aan het realiseren van de ambities van de gemeente omtrent elektrisch vervoer. Deze maatregel is in onze ogen dus ondersteunend en niet additioneel.
V16 Lobby duurzaam reizen 2 stickers Voor Tegen
86.4% 13.6%
Idee De gemeente neemt veel meer een activistische houding aan bij haar lobbyactiviteiten en zet daarbij in op welzijn in plaats van groei van de economie. Dit doet de gemeente door zich als activistische aandeelhouder van Schiphol te positioneren. Daarnaast start de gemeente een lobby richting de Rijksoverheid om welzijn boven groei van Schiphol te stellen en een lobby en samenwerking met de grote 4 gemeenten (G4) en de Rijksoverheid voor een belasting op kerosine.
Impact Een lobby kan bijdragen om landelijk de CO₂-uitstoot van de reisbranche te verminderen. Het effect op de CO₂-uitstoot is echter niet door te rekenen
40
MINI_burgerberaad
V17 Drie windmolens leveren duurzame elektriciteit voor 8.000 huishoudens 2 stickers Voor Tegen
60.6% 39.4%
Idee De gemeente maximaliseert het draagvlak bij de omwonende gemeenschap voor de realisatie van 3 extra windturbines (bovenop de reeds geplande 17) door middel van financiële voordelen voor omwonenden en doet maatschappelijke investeringen in de omgeving direct uit de opbrengsten van de windturbines.
Impact Drie windmolens van 3 MW leveren een CO₂-reductie op van 12 kiloton.
V18 Subsidie omruilen oude zonepanelen 1 sticker Voor Tegen
69.7% 30.3%
Idee Een gemeentelijke subsidie op het omruilen van oude zonnepanelen voor efficiëntere nieuwe exemplaren met een rendement dat 50% hoger is.
Impact Het vervangen van 50% van de zonnepanelen van voor 2016 levert een CO₂-reductie op van 1,6 kiloton. (De CO₂-reductie die meetelt voor de Amsterdamse ‘CO₂-boekhouding’ in de Klimaatrapportage is hiervan 0,1 kton).
41
MINI_burgerberaad
Bijlage 1: Toelichting op CO₂-doorrekening en inhoudelijke beoordeling
42
MINI_burgerberaad
Bijlage 1: Toelichting op CO₂-doorrekening en inhoudelijke beoordeling
In deze bijlage is ieder voorstel uit het burgerberaad voorzien van een doorrekening op de CO₂-reductie en een eerste inhoudelijke beoordeling door energie-experts van adviesbureau Berenschot. De inhoudelijke beoordeling van de maatregelen is in enkele dagen tot stad gekomen. Daarmee is de diepgang van de analyse beperkt. In sommige gevallen zijn aannames gedaan hoe de voorgestelde maatregelen geïnterpreteerd moeten worden. Het is aan te bevelen om in een later stadium maatregelen verder uit te werken en in meer detail te beoordelen op aspecten zoals de juridische haalbaarheid en een nadere onderbouwing van de kosten en financieringsmogelijkheden uit te werken
P1. Een Bos voor iedereen De jaarlijkse CO₂-opslag van Nederlandse bossen bedraagt ongeveer 11 ton CO₂ per hectare. Indien het bos 1.000 hectare beslaat (een 2de Amsterdamse bos) komt de CO₂-opslag uit op circa 11 kiloton per jaar. In de Groenvisie 2020-2050 van de gemeente (link), is voor de lange termijn ook sprake van de wens om nieuwe (kleinere) stadsbossen in en rond de stad te ontwikkelen. Het burgerberaad voorziet echter in de aanplant van een nieuw en groot klimaatbos ten westen van Amsterdam. Wij beschouwen deze maatregel daarom als additioneel op het bestaande beleid. Het gaat dus om aanvullende CO₂reductie. Het is dan wel belangrijk dat de ontwikkeling van het klimaatbos niet in de plaats komt van de stadsbossen zoals in de groenvisie benoemd zijn. Omdat het Bos (grotendeels) buiten het grondgebied van Amsterdam aangelegd moet worden, kan de CO₂-reductie echter niet direct toegekend worden aan Amsterdams grondgebied.
Toelichting en onzekerheden Nederlandse bossen, zonder houtoogst, leggen ongeveer 11 ton CO₂ vast per hectare (link). De koolstof wordt vastgelegd in het bos en in de bodem. Wanneer het bos nog jong is, is deze vastlegging lager. Naarmate het bos groeit neemt de koolstofopname toe en wanneer het bos volgroeid is, vlakt het weer af. Daarmee is niet zeker of de berekende 11 kiloton reductie al in 2030 behaald wordt, of pas later.
43
MINI_burgerberaad
In het voorstel wordt uitgegaan van een groot bos (1.000 hectare) met verschillende functies. Een deel van het bos wordt specifiek aangelegd met oog op koolstofvastlegging. Hier kan de jaarlijkse CO₂-reductie hoger zijn. Andere delen van het bos worden beoogd als voedselbos en voor recreatie. Hier is de typische beplantingsdichtheid (en daarmee de koolstofvastlegging) lager. Het type bodem (zoals zand- of kleigrond) en het huidige landgebruik heeft ook grote invloed op de extra koolstofvastlegging in de bodem. Dit maakt dat de berekende CO₂-reductie van de maatregel in dit stadium nog een grote onzekerheid kent. Vooralsnog wordt daarom uitgegaan van het Nederlands gemiddelde voor koolstofvastlegging door bos.
Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Puur vanuit CO₂-reductie bezien, is dit een zeer kostbare maatregel. De grondprijs in de omgeving van Amsterdam is hoog en er zijn veel conflicterende wensen voor gebruik van de schaarse ruimte. Inwoners zouden wel kunnen participeren in de aankoop van grond middels certificaten om de kosten te verminderen. De ontwikkeling van een bos kent echter vele andere voordelen, zoals recreatie, natuurwaarden, voedselproductie, luchtkwaliteit, afkoeling, enzovoort. Beoordeling van kosten en baten moet daarom gebeuren vanuit een breder kader. Het aankopen van een groot grondgebied in de omgeving van Amsterdam is organisatorisch complex en vergt veel tijd. Hier is echter ervaring mee, o.a. vanuit de uitbreiding van het Natuur Netwerk Nederland (de ecologische hoofdstructuur). Ook is het denkbaar dat vanuit een groeimodel gedacht wordt, waarmee op basis van beschikbare financiële middelen langzaam een steeds groter gebied aangekocht wordt.
P2. Amsterdam kleurt diep groen Het Burgerberaad beoogt met dit voorstel nog voor 2030 aardwarmte te winnen door dat de gemeente zelf middels een op te richten energiebedrijf aardwarmte doubletten ontwikkelt waarvan bewoners mede-eigenaar kunnen worden. Het effect van de inzet van de gemeente is op voorhand niet te voorspellen. Voor de berekeningen hebben we aangenomen dat dit leidt tot de ontwikkeling van twee extra diepe aardwarmte doubletten voor 2030. We zijn uitgegaan van doubletten met een vermogen van 13 MWth zoals in de concept SDE++ 2022 (6000 vollaturen, basislast).
44
MINI_burgerberaad
Indien deze doubletten zouden invoeden op het bestaande net bedraagt de reductie 12,4 kton CO₂ (verduurzaming warmtebronnenmix). Indien de doubletten gebruikt zouden worden om extra aansluitingen op het warmtenet te verkrijgen door nieuwe woningen en gebouwen aan te sluiten bedraagt de reductie 21,6 kton CO₂ (vervangen aardgasgestookte CV-ketels). Mocht de aardwarmtepotentie van de ondergrond hoog zijn en de totale ontwikkeltijd van aardwarmteprojecten flink ingekort kunnen worden dan kunnen er wellicht meer bronnen ontwikkeld worden. Ter indicatie 10 aardwarmtebronnen zorgen voor een reductie van 62 tot 108 kton CO₂. Dit is mede afhankelijk van eventuele additionele warmtenet aansluitingen aan de vraagzijde of dat deze nieuwe aardwarmtebronnen alleen het bestaande warmtenet verduurzamen.
Toelichting en onzekerheden Op dit moment zijn er nog geen aardwarmtedoubletten in Amsterdam. De geschiktheid van de ondergrond voor aardwarmte wordt op dit moment onderzocht in het SCAN project van EBN. Recent gaf EBN volgens het Parool aan voorzichtig optimistisch te zijn over de potentie. Geschiktheid van de ondergrond is bepalend voor het potentieel. Ook de doorlooptijd voor de ontwikkeling van een aardwarmtebron is belang om te zorgen dat deze ook daadwerkelijk in 2030 gerealiseerd zijn. De doorlooptijd van aardwarmteprojecten voor stadswarmte schatten we tussen de 7 en 10 jaar, daarnaast is ondergrond nu nog onzeker. Deze twee elementen maken dat we voor nu, ter indicatie van twee doubletten zijn uit gegaan. Mocht de ondergrond zeer geschikt blijken en mocht het voorgestelde gemeentelijk energiebedrijf in staat zijn de doorlooptijd van plan tot realisatie in te kunnen korten dan zijn er wellicht meer doubletten haalbaar.
Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid De maatregel bestaat uit verschillende onderdelen. Ten eerste om het exploratieprogramma voor geothermie te versnellen. Het gaat om het versneld komen tot locaties voor proefboringen en te zorgen dat de randvoorwaarden voor ontwikkeling van geothermiedoubletten gefaciliteerd worden. De gemeente kan enerzijds ondersteunen in zaken als financiering, locatiekeuze en vergunningsprocedures en anderzijds een compleet energiebedrijf oprichten waarin ook de ontwikkeling van de bronnen zelf plaatsvindt.
45
MINI_burgerberaad
Er zijn verschillende manieren waarop de gemeente hierin kan participeren of sturing kan geven. De invulling van deze participatie heeft invloed op de kosten voor de gemeente, haar invloed in het project en de bijbehorende (financiële) risico’s. De gemeente kan onderzoeken op welke wijze zij het beste invulling kan geven aan deze rol, met inachtneming van het achterliggende doel: versnellen van het leveren van duurzame geothermische stadswarmte. Tot slot is voorgesteld dat inwoners kunnen participeren in een ‘aandeel’ van het geothermieproject. Wij vinden dit een interessant idee, wat voor cofinanciering en acceptatie kan zorgen. Een geothermiedoublet kent echter een hoog risico tijdens de ontwikkeling en bij succesvolle realisatie een laag risico tijdens de exploitatie. Mogelijk dat gewerkt zou kunnen worden met een vorm van opties: certificaten die bij succesvolle ontwikkeling omgezet worden in aandelen. En bij onsuccesvolle ontwikkeling (een misboring) worden de kosten gerestitueerd aan de kopers. Wij benadrukken dat we op voorhand niet kunnen zeggen tot hoeveel resultaat dit zal leiden. Met andere woorden, hoeveel succesvolle geothermie doubletten als gevolg van deze inzet extra gerealiseerd zullen worden.
P3. AETF-fonds voor huurwoningen
Maatregelen om aardgas te besparen In onze berekening richten we ons op het deel van de huurwoningen dat niet of pas na 2030 aangesloten wordt op stadswarmte (omdat het warmtenet pas later wordt gerealiseerd of omdat de gemeente van plan is om het gasnet te behouden te verduurzamen). In de berekening gaan we ervan uit dat deze woningen met behulp van het fonds isoleren tot schillabel D (waar dat nog niet het geval is) en een hybride warmtepomp installeren. Stel dat de helft van de huurwoningen waar deze maatregelen passend zijn (circa 90.000 woningen) dit daadwerkelijk laten uitvoeren, dan zou dit een CO₂-reductie van 72 kton betekenen, waarvan 69 kton additioneel. Dit komt doordat een deel van de besparing sowieso gerealiseerd zal worden door de prestatieafspraken die zijn gemaakt met woningcorporaties voor 2023. Voor elke 1000 woningen die met deze maatregelen wordt verduurzaamd, is dus een additionele CO₂-reductie van 0,8 kton te realiseren.
Zonnepanelen 72% van de woningen in Amsterdam is huurwoning en aangenomen wordt dat ook 72% van het geschikte dakoppervlak toebehoord aan huurwoningen. Stel dat de helft
46
MINI_burgerberaad
van alle bewoners van huurwoningen gebruik zou maken van het fonds om het dak vol te leggen met zonnepanelen, dan zou dit resulteren in 100 GWh duurzame elektriciteit. De CO₂-reductie van deze elektriciteit is 50 kton, waarvan 2,5 kton meetelt voor de Klimaatrapportage. De gemeente heeft al ambitieuze doelstellingen voor zon op daken van woningen, waar deze maatregel een bijdrage aan kan leveren. In principe is deze maatregel dus niet additioneel.
Toelichting en onzekerheden De grootste onzekerheid bij deze maatregel is in hoeverre het beoogde fonds bewoners van huurwoningen activeert om de woning te verduurzamen. In de berekening is ter illustratie de hypothetische waarde van 50% van alle huurwoningen aangenomen, maar belangrijk om te noemen is dat dit geen onderbouwde inschatting is. De enige referentie op dit vlak is dat in corporatiewoningen circa 60% van de huishoudens gebruik maakt van een aanbod om zonnepanelen te installeren (link). Hoe dit percentage is in het geval van een fonds en bij andere verduurzamingsmaatregelen is onzeker. Daarnaast lopen de kentallen over hoeveel aardgas bespaard kan worden met een hybride warmtepomp uiteen. In de berekening is uitgegaan van een relatief conservatieve inschatting voor aardgasbesparing, die ook is gebruikt in de berekeningen van de routekaart van Amsterdam. Afhankelijk van het schillabel wordt aangenomen dat er 38 tot 52% aardgas wordt bespaard. Echter, uit een recente test van de Consumentenbond (link) blijkt deze besparing rond de 60% te liggen. De CO 2-reductie door inzet van hybride warmtepompen kan in de praktijk dus mogelijk nog hoger uitvallen.
Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Onder de maatregel ‘Versneld verduurzamen van de gebouwde omgeving’, wordt ook gesproken over de oprichting van een energiefonds (AETF). De hier besproken maatregel betreft een specifieke toepassing van dit fonds, namelijk het verduurzamen van huurwoningen. Het concept bestaat uit een financieringsstructuur voor verduurzaming van huurwoningen. De lening moet bij verhuizing overgaan op een nieuwe huurder. Dit is een interessante oplossingsrichting om verder uit te werken. Het adresseert namelijk een groep die moeilijk te bereiken is met verduurzamingsmaatregelen. De verduurzamingsmaatregelen worden gefinancierd uit een (revolverend) fonds. Dit is een financieringsconstructie waarbij maatregelen zoals isolatie gefinancierd
47
MINI_burgerberaad
worden in de vorm van een lening. De lening wordt terugbetaald uit de lagere energielasten voor de huurder. De meeste isolatiemaatregelen hebben een te lange terugverdientijd voor een huurder om interessant te zijn. Door de lening te koppelen aan het gebouw of de verhuurder komen maatregelen met een lange terugverdientijd toch in beeld. Wat onder andere onderzocht moet worden is of en hoe juridisch gezien de lening overgedragen kan worden op de nieuwe huurder. Gebouwgebonden financiering lijkt geen optie (link), maar misschien zijn er andere mogelijkheden, zoals via het huurcontract. Er bestaan commerciële concepten die raakvlakken hebben aan dit idee en ook de gemeente biedt duurzaamheidsleningen aan met een lage rente (link). Meerwaarde van dit concept, is dat de gemeente toegang heeft tot goedkoop kapitaal (lage rente), een maatschappelijk of zelf negatief rendement kan accepteren en garant kan staan voor risico’s die de huurder loopt (indien de te verwachten energiebesparing tegenvalt of de huurder in gebreke blijft). Dit maakt dat een aantrekkelijker aanbod gedaan kan worden, dan via een private partij of een gewone lening. Daarmee worden naar verwachting meer mensen bereikt.
Door financieel rendabele maatregelen (zoals zonnepanelen) te combineren met maatregelen die een langere terugverdientijd hebben (zoals vloerisolatie), kan mogelijk een pakket aangeboden worden, wat gezamenlijk toch nog voldoende rendeert. Zo wordt voorkomen dat alleen de meest aantrekkelijke maatregelen uitgevoerd worden. De betaalbaarheid voor de gemeente van deze maatregel is sterk afhankelijk van de uitwerking en de precieze invulling daarvan. Dit kan onderdeel zijn van de nadere uitwerking.
P4. Versneld verduurzamen van de gebouwde omgeving De wijkaanpak gericht op hybride warmtepompen en isolatie kan zowel ingezet worden bij buurten die in de plannen van de gemeente in de toekomst overgaan op hybride warmtepompen met duurzame gassen én in buurten die pas na 2028 worden aangesloten aan een warmtenet. De berekening voor beide type buurten staat hieronder beschreven.
48
MINI_burgerberaad
Versneld toepassen van hybride warmtepompen in koopwoningen waar in de toekomst het gasnet blijft liggen (i.c.m. duurzaam gas en 70% besparing) Stel dat deze maatregel ertoe leidt dat in totaal 50% van de woningen die volgens de plannen van de gemeente in de toekomst (ca. 18.000 woningen) door de wijkaanpak wordt gestimuleerd om versneld te isoleren en een hybride warmtepomp aan te schaffen, dan levert dat een CO₂-reductie op van 15 kton CO₂. In de berekeningen in de Klimaatrapportage is echter al uitgegaan dat 22% van deze woningen deze stap al maakt. Met andere woorden, er wordt al vanuit gegaan dat een deel van de woningen deze overstap al gaat maken. Als de wijkaanpak ervoor zorgt dat uiteindelijk 50% van de woningen deze maatregelen neemt, dan is daarvan dus 28% additioneel t.o.v. de Klimaatrapportage. De additionele CO₂-reductie door extra woningeigenaren via een wijkaanpak te bewegen tot isoleren en aanschaf van een hybride warmtepomp bedraagt dan 8 kton.
Hybride warmtepompen in koopwoningen op een warmtenet ná 2028 Stel dat 50% van deze woningen (circa 19.000 woningen) door de wijkaanpak wordt gestimuleerd om te isoleren en een hybride warmtepomp aan te schaffen, levert dat een additionele CO₂-reductie op van 13 kton CO₂. Deze reductie is volledig additioneel. Voor het versnellen van aansluitingen op het warmtenet is ervan uitgegaan dan de huidige plannen voor de uitrol van warmtenetten worden versneld. Om de impact hiervan te kunnen duiden schetsen wij de volgende hypothetische versnelling: • •
Buurten die voor 2032 zouden worden aangesloten op een warmtenet zijn al in 2030 volledig aangesloten. In buurten die na 2028 aan het warmtenet zouden worden aangesloten is een kwart in 2030 reeds aangesloten.
Dan zijn er in totaal 36.000 extra woningen die voor 2030 op een warmtenet worden aangesloten. Daarnaast worden deze woningen allen geïsoleerd tot schillabel D. In 2030 leidt dit scenario tot een additionele CO₂-reductie van 35 kton.
Toelichting en onzekerheden De grote onzekerheid bij deze maatregel is in hoeverre de voorgestelde aanpak leidt tot versnelling van de warmtetransitie. Om de berekening te maken hebben wij keuzes moeten maken over welk effect deze maatregel zou kunnen sorteren.
49
MINI_burgerberaad
Belangrijk om te benoemen is dat dit hypothetische keuzes zijn en geen inschatting van het daadwerkelijke effect van de maatregel. Zoals ook al bij maatregel P3 besproken lopen de kentallen over hoeveel aardgas bespaard kan worden met een hybride warmtepomp uiteen. De CO 2-reductie door inzet van hybride warmtepompen kan in de praktijk dus mogelijk hoger uitvallen. In de berekeningen is uitgegaan van isolatie tot schillabel D. Woningen die dit schillabel al hebben kunnen er uiteraard voor kiezen om beter te isoleren, waardoor de aardgasvraag verder afneemt. In het rekenvoorbeeld voor aansluiting op het warmtenet zijn we enkel uitgegaan van woningen. In de praktijk kunnen ook utiliteitsgebouwen aangesloten worden. Dit leidt tot extra CO₂ reductie.
Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Het pakket aan maatregelen bestaat uit vier verschillende onderdelen: 1 Energiescans en intensieve begeleiding bij nemen van verduurzamingsmaatregelen gericht op particulier bezit 2 Het aanvullend subsidiëren van verduurzamingsmaatregelen die aangedragen worden uit de energiescans 3 Het versneld uitrollen van het warmtenet middels extra financiering van de onrendabele top 4 Het oprichten van een Energiefonds voor het financieren van bovenstaande onderdelen Wij beoordelen het eerste onderdeel als haalbaar en kansrijk voor nadere uitwerking. Het helpt om mensen intensief te begeleiden bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen om drempels weg te nemen. Het is uitvoerbaar om inwoners ook aanvullend te subsidiëren bij de te nemen verduurzamingsmaatregelen (onderdeel 2). Dit gaat echter om zeer grote bedragen, waardoor de betaalbaarheid voor de gemeente snel een belemmering wordt. Bij een kleine aanvullende subsidie vanuit de gemeente neemt de effectiviteit natuurlijk af. Het versneld uitrollen van het warmtenet middels een (grotere) financiering van de onrendabele top kan effectief zijn om sneller en meer aansluitingen op het warmtenet te realiseren (onderdeel 3). Deze maatregel is relatief eenvoudig te implementeren. De kosten zijn echter wel hoog, hoewel het ook tot een effectieve
50
MINI_burgerberaad
CO₂-reductie leidt. Dit maakt de betaalbaarheid (bij grote woningaantallen) een aandachtspunt. De gemeente kan een energiefonds oprichten om bovenstaande voorstellen mee te financieren. Ook kan onderzocht worden of bestaande gemeentelijke energiefondsen uitgebreid kunnen worden voor deze taken (zie onder andere het Duurzaamheidsfonds). Er worden verschillende ideeën aangedragen om het fonds van kapitaal te voorzien, waaronder vanuit de EU en het Rijk. De gemeente zou onder andere bij kunnen dragen via (een verhoging van) de OZB-belasting. Mogelijkheden hiervoor kunnen nader onderzocht worden. Het beschikbare kapitaal in het fonds bepaalt in grote mate de betaalbaarheid van de maatregelen, en natuurlijk de effectiviteit en daarmee de hoeveelheid CO₂-reductie.
P5. Ga Groen! Dit voorstel is ondersteunend aan het realiseren van de ambities van de gemeente en resulteert dus niet direct in een te berekenen additionele CO₂-reductie.
Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Het instellen van een klimaatraad en klimaatburgemeester lijkt uitvoerbaar en betaalbaar. Wij zien dit als een adviesorgaan richting college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Oprichting hiervan vergt voornamelijk proceskosten en een jaarlijks budget. Wij gaan ervan uit dat de deelnemers hiervoor geen vast salaris ontvangen of alleen een kleine vergoeding. Hiermee beschouwen we de maatregel als betaalbaar. Ook het uitbreiden van het netwerk van klimaatcoaches in de wijk beschouwen wij als haalbaar en uitvoerbaar. Hierbij zijn verschillende mogelijkheden, zoals inzet door vrijwilligers tot professionals. De kosten zijn hier natuurlijk aan gerelateerd. Het voorstel over de klimaatkamers zou dit netwerk verder kunnen versterken (zie later in de tekst). We zien ook een duidelijke synergie met de maatregelen onder ‘Versneld verduurzamen van de gebouwde omgeving’. Daarin is sprake van energiescans en intensieve begeleiding bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen. Hierin kunnen de klimaatcoaches een belangrijke rol spelen.
51
MINI_burgerberaad
P6. 30 km/u zones versneld invoeren en uitbreiden Bij verbrandingsmotoren is de efficiëntie lager wanneer 30 km/u, in plaats van 50 km/u gereden wordt. Dit geeft dus geen verlaging, maar een lichte verhoging van de uitstoot van autoverkeer. In het onderzoek van de gemeente zijn de totale effecten op het verkeer in een verkeersmodel doorgerekend. De uitstoot van individuele voertuigen neemt licht toe, ook wat betreft luchtvervuiling. Tegelijkertijd wordt 2-3 % minder verkeer in de stad verwacht. Het wordt iets drukker op de resterende 50 km/uur wegen (de ontsluitingswegen). En er is minder geluidsoverlast en verkeersongevallen. Netto wordt een zeer lichte toename van de CO₂-uitstoot van het verkeer verwacht (0,2%). Daarmee voldoet de maatregel formeel niet aan de randvoorwaarden van het burgerberaad. Richting 2030 is het beleidsvoornemen dat er voornamelijk nog elektrisch vervoer is in de binnenstad. Bij elektrische auto’s is er bijna geen toename van het energiegebruik bij lagere snelheden. Richting 2030 verwachten wij daarom dat er geen effect meer is op de uitstoot van het verkeer, of zelf sprake is van een zeer lichte bijdrage aan het terugbrengen van de uitstoot (door de afname van het verkeer in de stad).
Eerste beoordeling van de maatregel Amsterdam heeft het beleidsvoornemen om in 2023 in de stad de verkeerssnelheid op de meeste wegen terug te brengen naar 30 km/u (link en link). De aangedragen maatregel is om dit beleid te bestendigen, versneld in te voeren en uit te breiden naar meer wegen. Het is daarnaast ook een signaal voor draagvlak voor deze maatregel vanuit het burgerberaad. We beschouwen de maatregel als haalbaar en uitvoerbaar. Het verlagen van de maximumsnelheid naar 30 km/u levert echter geen relevante bijdrage aan de CO₂-reductie doelen (maar werkt ook niet negatief door). De afweging over de verlaging van de maximumsnelheid moet daarom gemaakt worden op basis van andere overwegingen dan het klimaat.
P7. Duurzame bedrijvencoalitie Bedrijven worden op diverse manieren gestimuleerd om energiebesparende maatregelen te nemen. Eén van de instrumenten die hiervoor wordt ingezet is de Wet Milieubeheer. Dit instrument verplicht bedrijven om alle energiebesparende maatregelen te nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen. Het Planbureau voor
52
MINI_burgerberaad
de Leefomgeving geeft een besparing van circa 12% op de warmtevraag door toepassing van de Wet Milieubeheer. Het is lastig om te voorspellen in welke mate een duurzame bedrijvencoalitie effect zal hebben op de verduurzaming van bedrijven. Voor de berekening van de CO 2reductie nemen we aan dat door de oprichting van een dergelijke coalitie het mogelijk is om de toepassing van energiebesparende maatregelen - zoals verplicht door de Wet Milieubeheer - te realiseren. Dit kan door informatie uit te wisselen, of door financiering aan te bieden wanneer dit een barrière is voor bedrijven. Stel dat de duurzame bedrijvencoalitie zich richt op de grote bedrijven die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor 50% van de totale CO₂-uitstoot van bedrijven, dan nemen we dus aan dat deze coalitie bijdraagt aan het behalen van de 12% reductie voor deze bedrijven. In dat geval kan de oprichting van de duurzame bedrijvencoalitie hiermee een additionele CO₂-reductie van 47 kton opleveren.
Toelichting en onzekerheden Binnen de Wet Milieubeheer wordt een energiebesparingsplicht aangehouden. Deze energiebesparingsplicht houdt in dat bedrijven financieel aantrekkelijke energiebesparende maatregelen moeten toepassen. De financiële aantrekkelijkheid wordt hierbij aangegeven door middel van een terugverdientijd. De energiebesparingsplicht houdt in dat bedrijven alle energiebesparende maatregelen moeten toepassen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. De wet geldt voor alle bedrijven in Nederland, maar in de praktijk worden deze maatregelen door bedrijven veelal niet uitgevoerd. Een belangrijke reden hiervoor is de hoeveelheid aan bedrijven. Omgevingsdiensten behoren toe te zien op de uitvoering, maar zij geven aan zo’n 4 tot 6 jaar nodig te hebben om alle bedrijven te benaderen die nog niet aan de energiebesparingsplicht voldoen (PBL, 2021). Daarbij kunnen er grote verschillen zitten in de besparingsmogelijkheden tussen bedrijven. Het verduurzamen van een ziekenhuis verschilt aanzienlijk, ten opzichte van een loods. Na benadering van de bedrijven worden verschillende besparingsopties naast elkaar gezet en moeten bedrijven maatregelen met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar toepassen. Dit is een proces dat vraagt om investeringen en tijd.
De duurzame bedrijvencoalitie kan zich richten op de grote bedrijven die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor bijvoorbeeld 50% van de CO₂-uitstoot door bedrijven. De potentiële besparing van CO₂ is berekend op basis van het besparingseffect van de energiebesparingsplicht uit de PBL-rapportage hierover. Door de mix van bedrijven die vallen onder deze
53
MINI_burgerberaad
energiebesparingsplicht is het niet mogelijk exact aan te geven welke maatregelen genomen gaan worden. Er is wel enige mate van onzekerheid in hoeverre deze maatregel additioneel is aan de autonome ontwikkeling. De Wet milieubeheer is immers een verplichting. We zien echter in de praktijk dat hieraan door bedrijven veelal geen gehoor wordt gegeven. De duurzame bedrijvencoalitie zien wij daarmee als een middel om deze besparing toch te bereiken.
Eerste beoordeling van de maatregel We beoordelen het opzetten van een duurzame bedrijvencoalitie als uitvoerbaar en haalbaar. Hierin is de gemeente natuurlijk ook afhankelijk van inzet van de betrokken bedrijven. De effectiviteit van de maatregelen is sterk afhankelijk van de mate waarin ook concrete afspraken worden gemaakt. Door de combinatie te maken met de Wet Milieubeheer denken we dat deze concreetheid goed gerealiseerd kan worden. De Wet Milieubeheer richt zich voornamelijk op energiebesparing. Vanuit de gemeente kunnen de afspraken eventueel breder zijn, zoals over het verduurzamen van de energievraag, aansluiting op duurzame infrastructuur en inzetten van braakliggende grond, parkeerplaatsen en daken voor opwek met zonnepanelen kunnen bijdragen aan tastbare resultaten. Het opzetten van een coalitie kost vooral capaciteitsinzet van de gemeente en procesgeld. De kosten hiervan zijn overzichtelijk. Ook wordt gesproken over een garantiefonds. De inzet van aanvullende financiële middelen helpt om bedrijven aan te zetten tot duurzame maatregelen en een concrete reductie van de CO₂-uitstoot te behalen. Er zijn ook al fondsen met raakvlakken, die hiervoor mogelijk benut kunnen worden of uitgebreid, zoals het Warmtefonds. Een groter fonds levert meer effect op, maar is natuurlijk ook kostbaarder voor de gemeente.
Slimme financieringsvoorwaarden kunnen helpen om een hefboom te creëren voor het maatschappelijk geld. De insteek van een eventueel fonds kan nader uitgewerkt worden.
P8. Duurzame opwek zon Het beoogde doel van deze maatregel is om in 2030 op alle geschikte daken zonnepanelen geïnstalleerd te hebben, als aanvulling op de huidige plannen voor 50% van alle daken. Stel dat dit doel wordt bereikt, dan resulteert dat in 520 GWh extra groene elektriciteit – goed voor een CO₂-reductie van 260 kton. Elke 10% van
54
MINI_burgerberaad
het totale dakoppervlak dat met deze maatregel extra wordt bekleed met zonnepanelen betekent dus een CO₂-reductie van 52 kton. Dit is de werkelijke bijdrage van deze maatregel aan het klimaatprobleem. De rekenmethode die de gemeente hanteert bij het berekenen van haar uitstoot is echter zo ingericht dat deze duurzame elektriciteit niet aan Amsterdam, maar aan heel Nederland toegekend moet worden. De CO₂-reductie die meetelt voor de Amsterdamse ‘CO₂-boekhouding’ en de Klimaatrapportage (de 55%) is daarom 2,5 kton per 10% van de daken bedekt met zonnepanelen.
Toelichting en onzekerheden Bij het berekenen van de impact van deze maatregel is ervan uit gegaan dat het middel (de coöperatie) ervoor zorgt dat het doel bereikt wordt (alle geschikte daken vol met zonnepanelen). Te bediscussiëren valt of dit realistisch is. Redelijkerwijs draagt deze maatregel in eerste instantie bij aan de doelstelling van 50% van de daken, en mogelijk zorgt hij ervoor dat dit percentage uiteindelijk zelfs hoger komt te liggen. Hoeveel dit zal zijn is afhankelijk van allerlei factoren en daarom moeilijk te voorspellen.
Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Wij beschouwen deze maatregel als interessant om verder uit te werken. Het is voor de gemeente mogelijk om duurzame opwek zelf te ontwikkelen of indirect te faciliteren. Via een energiecoöperatie kan de energie geleverd worden aan inwoners die deelnemen. Een andere opzet kan zijn de ontwikkeling van een entiteit (zoals een stichting), die aandelen of certificaten uitgeeft die gekocht kunnen worden door inwoners. Zo kunnen inwoners meefinancieren in lokale energieopwekking en meeprofiteren met de baten. Gezien het landelijke subsidie-instrumentarium is mogelijk een splitsing nodig tussen grotere projecten die middels een SDE++ subsidie ontwikkeld worden en kleinere projecten die via lokale energie coöperaties doorgang vinden (Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking). De precieze invulling van de maatregelen moet verder uitgewerkt worden, maar we beschouwen deze in eerste instantie als kansrijk en betaalbaar.
V1. Airco van de stad De gemeente bestaat op dit moment voor circa 25-30 % uit groen gebied (zie: Link en Link). Ongeveer de helft van dit groen is in beheer door de gemeente (link).
55
MINI_burgerberaad
In de uitwerking van het voorstel wordt een pakket maatregelen gepresenteerd die allen bijdragen aan vergroening in de gemeente. Als we aannemen dat dit pakket daadwerkelijk leidt tot een toename van 25% groen in de stad, dan resulteert dit in totaal tot ongeveer 1.500 hectare extra groen. De CO₂-vastlegging van stadsgroen komt op de lange termijn bijna volledig voor rekening van bomen en grote heesters (link). Voor de berekening gaan we daarom uit van een toename van 25% in het aantal bomen in Amsterdam. Dit komt neer op circa 250.000 extra bomen (link). Een boom legt ongeveer 20 kg CO₂ per jaar vast. De totale CO₂-vastlegging komt dan uit op 5 kiloton CO₂. De gemeente heeft reeds bestaand beleid en plannen voor vergroening van de stad. Zie de Structuurvisie Amsterdam 2040 (link), de Groenvisie 2020 - 2050 (link) en de Hoofdgroenstructuur. Het is echter niet de verwachting dat het bestaande beleid tot zoveel toename van groen in de stad leidt als de maatregel uit het burgerberaad beoogd. In de Klimaatrapportage van Amsterdam is CO₂-reductie door vergroening echter niet meegeteld. We beschouwen daarom de gehele bijdrage als gevolg van het vergroenen van de stad als additioneel. Als secundair effect werkt meer stedelijk groen verkoelend op de stad. In de zomer draagt dit bij om het energieverbruik van airco’s in de stad te verlagen.
Ook dragen groene daken iets bij aan de isolatie van gebouwen. Deze effecten geven een secundaire CO₂-reductie. Vanuit klimaatperspectief is het belangrijk dat groene daken niet concurreren met zonnepanelen. Wegens de complexiteit van de analyse zijn deze tweede orde effecten niet doorgerekend.
Toelichting en onzekerheden Koolstof wordt vastgelegd in planten en bomen van het stadsgroen. De genoemde maatregelen zijn voor een belangrijk deel gericht op groene daken, groene gevels, etc. De vastlegging van koolstof in groene delen, zoals bladeren en kruiden, is erg beperkt en komt in de winter ook weer vrij. Het grootste deel van de koolstof wordt daarom vastgelegd in houtachtige biomassa en in de bodem. De belangrijkste onzekerheid is dan ook of de maatregelen tot de toename van 250.000 extra bomen zullen leiden. Ook blijven stadsbomen vaak relatief klein en groeien niet zo snel. Mogelijk is daarom de gemiddelde koolstofvastlegging van bomen in Amsterdam lager dan waar nu mee gerekend is. Ook zal de CO₂-vastlegging in de praktijk in het begin lager zijn. Naarmate de bomen groter worden, neemt de jaarlijkse CO₂-vastlegging toe. Tot slot moet gerealiseerd worden, dat indien de stad op de lange termijn weer minder groen wordt, deze CO₂ ook weer vrijkomt.
56
MINI_burgerberaad
Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Puur vanuit CO₂-reductie bezien, is dit een kostbare maatregel. Het inpassen van stadsgroen, afstemmen met omwonenden en planten van de bomen is arbeidsintensief. De kosten voor meer groen bij nieuwbouw en in bestemmingsplannen komen terecht bij de ontwikkelaars en kopers van de gebouwen. Een groenere stad kent echter veel andere voordelen, zoals een verlaging van stress bij mensen, minder hitte, meer woongeluk, minder wateroverlast, toename van biodiversiteit, betere luchtkwaliteit, enzovoort. De beoordeling van kosten en baten moet daarom gebeuren vanuit een breder kader. Het vergroenen van de stad wordt gezien als een technisch uitvoerbare en haalbare maatregel. De inspanning om de stad te vergroenen neemt toe naarmate het aandeel groen stijgt (de makkelijkste stukken zijn dan al ontwikkeld tot groengebied). Tot hoeveel extra groen het voorgestelde pakket aan maatregelen in de praktijk leidt, is op voorhand niet te zeggen.
V2. Ov aantrekkelijker maken dan het bezit van een auto Het Burgerberaad beoogt met dit voorstel een reductie van het aantal autokilometers van 15% in 2030. Het pakket aan maatregelen moet verder uitgewerkt en onderzocht worden om een onderbouwde inschatting te geven hoeveel autokilometers hiermee naar verwachting voorkomen worden. Voor onderstaande berekeningen gaan wij ervan uit dat deze maatregelen daadwerkelijk tot een 15% afname van het aantal autokilometers leidt. Als inwoners en bezoekers van de stad deze kilometers voortaan met het ov maken, resulteert dat in een CO₂-reductie van 16 kton CO₂. Indien bewoners en bezoekers deze kilometers met de fiets maken, of überhaupt niet meer afleggen is de CO₂-reductie 22 kton. In de praktijk is de reductie een combinatie van deze twee en ligt de reductie hiertussen in.
Toelichting en onzekerheden In de berekening is uitgegaan dat de gemeente haar plannen rondom de invoer van emissievrije zones realiseert. Dit betekent dat het overgrote deel van de auto’s elektrisch rijdt. Daarmee is de impact van minder autokilometers relatief klein (de uitstoot is immers al laag). Stel dat de ontwikkelingen rondom elektrisch rijden in de gemeente gelijklopen met de voorspellingen voor het landelijk gemiddelde, dan is de CO₂-reductie aanzienlijk hoger (tussen de 58 en 63 kton).
57
MINI_burgerberaad
Daarnaast moet opgemerkt worden dat er in de berekening vanuit is gegaan dat het pakket aan maatregelen inderdaad resulteert in die 15% reductie van autokilometers. De effectiviteit van deze maatregelen is sterk afhankelijk van hoe deze verder worden uitgewerkt. Tot slot is het goed om in acht te nemen dat de maatregelen rondom het aantrekkelijker maken van het ov ook als effect kunnen hebben dat mensen die eerder kozen voor de fiets, nu het ov kiezen. Als de dienstregeling daardoor wordt uitgebreid, wordt een deel van de besparing weer opgeheven.
Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Een pakket maatregelen om het ov aantrekkelijker te maken dan de auto zien wij als haalbaar en uitvoerbaar. De precieze invulling van het pakket aan maatregelen kan nader uitgewerkt worden. De meeste genoemde zaken achten wij mogelijk. De (juridische) mogelijkheden en effectiviteit voor een korting op de OZB-belasting moet nader uitgezocht worden. De maatregelen schatten wij ook in als relatief betaalbaar. Een deel kan gefinancierd worden uit de hogere parkeertarieven. Het algeheel goedkoper maken van het ov is natuurlijk wel een kostbare maatregel. Een belangrijke randvoorwaarde is de capaciteit van het ov. Indien gebruik van het ov gestimuleerd wordt, moet er ook voldoende passagiers capaciteit zijn. Om deze verschuiving van transportkilometers mogelijk te maken, moet er mogelijk ook geïnvesteerd worden in het ov zelf.
V3. Klimaatkamers in de stad Dit voorstel is ondersteunend aan het realiseren van de ambities van de gemeente. Het resulteert niet direct in een CO₂-reductie die berekent kan worden.
Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Het oprichten van 15 klimaatkamers als ontmoetingsplaats waar mensen en duurzame initiatieven ontplooit kunnen worden, beoordelen wij als haalbaar en uitvoerbaar. De kosten van de maatregel zijn te overzien, daarmee beoordelen wij dit als betaalbaar.
V4. Afvangen CO₂ uitstoot Afval- en Energiebedrijf (AEB) Er bestaat reeds een plan om een CO₂-opslag project te realiseren, waarbij de uitstoot van de Afvalenergiecentrale AEB afgevangen wordt. De afgevangen CO₂ wordt onder de Noordzee in lege gasvelden opgeslagen. Deze techniek wordt
58
MINI_burgerberaad
ook wel CCS genoemd (Carbon Capture & Storage). Middels dit project zou jaarlijks 450 kiloton CO₂ opgeslagen moeten worden. Deze reductie is reeds opgenomen in de Klimaatrapportage van Amsterdam. Daarmee is deze maatregel niet additioneel, echter: De doorgang van het CO₂-opslagproject van de AEB afvalenergiecentrale is onzeker geworden. Het voorgenomen CO₂-opslagproject (Athos) was namelijk gericht op Tata Steel, maar is afgeblazen. De CO₂ afvang van AEB zou gebruik gaan maken van dit project. Indien de CO₂-opslag geen doorgang vindt, wordt de opgave voor Amsterdam nog een flink stuk groter. Er komt dan een aanvullende opgave van 450 kiloton CO₂-reductie, bovenop de bestaande opgave van 685 kiloton in 2030. Voor de gemeente is het daarom van groot belang dat dit project een succesvolle doorstart maakt.
Toelichting en onzekerheden De belangrijkste onzekerheid is of het project kans heeft op een succesvolle doorstart. Zonder de (zeer grote) uitstoot van Tata Steel, heeft het project minder schaalvoordelen. Dit verhoogt de kosten per ton opgeslagen CO₂. Een factor die grote invloed heeft op de CO₂-reductie van de maatregelen, is wat er met de afgevangen CO₂ gebeurt. Hiervoor zijn twee mogelijkheden. Ten eerste de permanente opslag in lege gasvelden onder de zeebodem. De CO₂ wordt dan onttrokken aan de koolstofkringloop en draagt niet meer bij aan klimaatverandering. De andere mogelijkheid is het benutten van de CO₂ in kassen of in andere processen. Dit wordt ook wel CCU genoemd (Carbon Capture & Utilization). De CO₂ komt dan uiteindelijk alsnog vrij en is daarom eigenlijk alleen een ‘verlenging van de schoorsteen’. Dit draagt daarom niet bij aan CO₂-reductie. Het is daarom van belang dat het project doorgang vindt als CCS, en niet als CCU-project. Kanttekening hierbij, is dat bij de inzet van CO₂ in kassen, in de zomer minder aardgas wordt verbrand om extra CO₂ te produceren voor de teelt.
Inschatting van de haalbaarheid en betaalbaarheid Inzet van de gemeente om het CO₂-opslagproject een doorstart te laten maken is haalbaar en uitvoerbaar. Het kan nader uitgewerkt worden op welke wijze een doorstart het beste plaats kan vinden en hoe de gemeente hierin optimaal kan ondersteunen. De wijze van inzet van de gemeente bepaalt ook in welke mate dit betaalbaar is. Zo vallen het aanjagen, leveren van procesondersteuning en het (mede-)financieren van voorbereidende onderzoeken zeker binnen de middelen van de gemeente.
59
MINI_burgerberaad
V5 Verhogen toeristenbelasting Het verhogen van de toeristenbelasting, afhankelijk van vervoerstype, kan op twee manieren doorwerken in de CO₂-uitstoot binnen de gemeente: ●
●
De toeristen kunnen wegblijven, waardoor uitstoot gerelateerd aan hun verblijft voorkomen wordt. Het is echter de vraag of de toeristen in dat geval helemaal niet mee op vakantie gaan, of simpelweg een andere bestemming zoeken. In dat geval is er voornamelijk sprake van een verplaatsing van de emissies buiten Amsterdam. De toeristen kunnen ervoor kiezen met een duurzamere vorm van vervoer naar Amsterdam te komen. In dat geval wordt er uitstoot voorkomen, maar vindt dit echter buiten de gemeentegrens plaats.
Onze inschatting is dat het effect van het verhogen van de toeristenbelasting beperkt invloed heeft op de uitstoot van broeikasgassen. Er zijn echter twee redenen om deze maatregel wel in te voeren: ● ●
Het geeft een duidelijk signaal af, dat Amsterdam werkt aan een klimaatneutrale stad De maatregel brengt inkomsten op, waarmee andere klimaatmaatregelen gefinancierd kunnen worden.
Wij zien alleen als aandachtspunt hoe vastgesteld moet worden op welke wijze toeristen de stad binnen zijn gekomen.
V6 OZB-korting Deze maatregel heeft een soortgelijk effect als de maatregel Duurzame bedrijvencoalitie en stimuleert hetzelfde type maatregelen. Voor de grote bedrijven die deelnemen aan de duurzame bedrijven coalitie, verwachten wij geen aanvullende CO₂-reductie. De OZB-korting zou eventueel een aanvullend instrument kunnen zijn om deze reductie te helpen bewerkstelligen. Voor de kleinere bedrijven kan de OZB-korting wel energiebesparing stimuleren. Stel dat de deze maatregel stimuleert dat kleinste bedrijven, samen verantwoordelijk voor 50% van de CO₂-uitstoot van bedrijven, sneller energiebesparende maatregelen gaan toepassen die vallen onder de energiebesparingsverplichting, dan levert dit circa 47 kton extra CO₂-reductie op.
60
MINI_burgerberaad
Hierbij wordt dezelfde redenering aangehouden als bij de maatregel Duurzame bedrijvencoalitie¸ alleen deze wordt nu toegepast op de kleinere bedrijven die verantwoordelijk zijn van 50% van de CO₂-uitstoot voor bedrijven. De juridische mogelijkheden om een OZB-korting toe te passen moet wel uitgezocht worden.
V7 Inleveren auto in ruil voor tegoed elektrische deelauto Deze maatregel draagt bij aan de haalbaarheid van de reeds bestaande plannen van de gemeente om in 2030 vrijwel geen niet-elektrische auto’s in de stad te hebben rijden. De additionele CO₂-uitstoot is daarom 0 kton. Wel zien wij deze maatregel als een manier om de bestaande plannen van de gemeente mogelijk te maken en de impact voor inwoners te verlichten.
V8 Goede ov-verbinding Nieuw-West Als een betere ov-verbinding met Nieuw-West ertoe leidt dat bewoners van dit stadsdeel even vaak het ov en de auto/taxi pakken als de gemiddelde Amsterdammer leidt deze maatregel tot 5% minder autokilometers en een daaraan gerelateerde CO₂-reductie van 5 kton in 2030.
Toelichting en onzekerheden Voor elke Amsterdammer die gebruik maakt van het ov, zijn 1,24 Amsterdammers die de auto pakken. In Nieuw-West zijn dat er 1,78. Het relatieve autogebruik ligt in Nieuw-West dus hoger, zoals het Burgerberaad ook al aangeeft. Bij de berekening is aangenomen dat een betere ov-verbinding naar Nieuw-West ertoe leidt dat bewoners van dit stadsdeel hun reisgedrag aanpassen naar dat van de gemiddelde Amsterdammer. Deze maatregel hangt samen met het voorgestelde pakket maatregelen om ov te stimuleren en het bezit van een auto te ontmoedigen en kan een bijdrage leveren aan de beoogde 15% minder autokilometers die daar beoogd zijn.
V9 Duurzame coöperaties Dit voorstel kan bijdragen aan het realiseren van de ambitie van de gemeente om in 2030 op 50% van alle daken zonnepanelen geïnstalleerd te hebben. Zoals bij maatregel 8 (duurzame opwek zon) reeds besproken levert elke 10% van de
61
MINI_burgerberaad
Amsterdamse daken die gevuld is met zonnepanelen 62 kton CO₂-reductie op, waarvan 2,5 kton meegeteld kan worden in de ‘Amsterdamse CO₂-boekhouding’ van de Klimaatrapportage. Wij zien deze maatregel vooral als een concrete invulling van de Amsterdamse ambitie om dit doel te behalen. Windmolens op dak zijn momenteel (nog) onvoldoende rendabel (de terugverdientijd van deze molens is langer dan de technische levensduur). De directe CO₂-opname van groene daken is zeer beperkt. Daarom tellen wij deze onderdelen niet mee in de CO₂-reductie.
V10 Amsterdam Groen Dit voorstel is ondersteunend aan het realiseren van de ambities van de gemeente. Het resulteert niet direct in een CO₂-reductie die berekend kan worden.
V11 Alle cruiseschepen op groene walstroom Cruiseschepen alleen laten aanleggen indien zij gebruik maken van groene walstroom kan 6 kiloton CO₂-reductie realiseren in 2030. Een bijkomend voordeel van deze maatregel is dat het bijdraagt aan de luchtkwaliteit in de stad.
Toelichting en onzekerheden Bij deze berekening is ervan uit gegaan dat het aantal cruiseschepen dat jaarlijks aanlegt stijgt tot 250 schepen in 2030. Daarnaast wordt ervan uit gegaan dat het deel van de tijd dat schepen aan wal liggen niet veranderd. Het niet meer stoken van scheepsbrandstof levert een CO₂-reductie van 11,2 kton op Daar staat een toename van 5,4 kiloton CO₂-uitstoot tegenover, door het extra gebruik van elektriciteit (gerekend met de elektriciteitsmix van 2030).
V12 Groen vestigingsbeleid Deze maatregel kan een bijdrage leveren om de CO₂-uitstoot van bedrijven die zich nieuw in Amsterdam vestigen te reduceren. Daarmee helpt het om de groei van energiegebruik af te remmen. In de Klimaatrapportage van Amsterdam is echter al aangenomen dat nieuwe bedrijven voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen. Daarom tellen wij voor deze maatregelen geen additionele reductie in CO₂-uitstoot.
62
MINI_burgerberaad
Deze maatregel kan ook andere positieve effecten hebben, zoals het reduceren van scope-3 emissies en de bijdrage aan doelstellingen zoals een circulaire economie.
V13 Maximaal oppervlakte daken Vanwege de landelijke salderingsregeling leggen bewoners meestal evenveel zonnepanelen op hun dak, als hun eigen gebruik. Hierdoor wordt niet al het dakpotentieel benut. Een gemiddelde Nederlandse woning heeft een bruikbaar dakoppervlak ca. 25m2 (bepaald o.b.v. 1, 2) dat geschikt is voor zonnepanelen, terwijl een huishouden maar 20 m2 (o.b.v. 3, 4) nodig heeft om de eigen elektriciteitsvraag te voorzien. Deze maatregel stimuleert woningeigenaren dus om 25% extra zonnepanelen neer te leggen wat bijdraagt aan het realiseren van de beoogde 150 MW zon op kleine daken in de gemeente. Stel dat deze maatregel niet ingevoerd zou worden en op de woningen waarop zonnepanelen worden geïnstalleerd gemiddeld deze 25% onbenut laten, dan zou de daaraan gerelateerde niet-benutte CO₂-reductie 14 kton zijn. Dit is dus grofweg de maximale CO₂-reductie die de maatregel kan bewerkstelligen. Stel dat de maatregel ertoe leidt dat de helft van dit onbenutte potentieel wel gebruikt wordt, dan is de CO₂-reductie dus 7 kton. Wij zien deze maatregel als een concrete invulling van de Amsterdamse ambitie om in 2030 50% van het dakoppervlak te benutten en in 2050 zelf 100%. De hiermee behaalde CO₂-reductie is echter niet additioneel ten opzichte van de huidige Klimaatrapportage.
V14 50% thuiswerken Ongeveer 25% tot 35% van de reisbewegingen in Amsterdam betreft woonwerkverkeer (inschatting op basis van 1 en 2). Als de helft van deze mensen thuis werkt, kan dat resulteren in een CO₂-reductie van 25 – 34 kiloton in 2030. Wij stellen wel de kanttekening in hoeverre het realistisch is dat de gemeente haar inwoners kan bewegen om 50% thuis te gaan werken.
Toelichting en onzekerheden Omdat meer gedetailleerde data ontbreekt, wordt aangenomen dat de verdeling van het woon-werkverkeer over de verschillende modaliteiten (ov, auto, fiets, te voet) gelijk is aan dat van al het Amsterdamse reisverkeer samen. In de praktijk kan men er
63
MINI_burgerberaad
echter van uitgaan dat mensen die reizen voor hun werk relatief wat vaker de auto of het ov nemen, en bijvoorbeeld scholieren en studenten vaker de fiets. Daarom kan de impact van deze maatregel mogelijk iets hoger zijn dan hierboven geschetst. Echter moet wel opgemerkt worden dat de invloed die de gemeente heeft op het realiseren van het streven om 50% van de mensen thuis te laten werken beperkt is. Welk percentage van het woon-werkverkeer door inzet van de gemeente verminderd kan worden hangt af van het gekozen instrumentarium. Wij achten het echter onwaarschijnlijk dat de gemeente haar inwoners kan bewegen om 50% thuis te gaan werken. Niet alle beroepen lenen zich voor werken vanuit huis. Door de Corona crisis is er wel een maatschappelijke tendens ontstaan naar meer thuis werken. Deze ontwikkeling draagt bij aan het beoogde resultaat. Tot slot heeft deze maatregel ook een effect buiten Amsterdam, doordat bewoners van andere gemeenten die in Amsterdam werken minder zullen reizen wat dus ook op nationaal niveau kan leiden tot een (kleine) CO₂-reductie.
V15 Het versnellen van het stimuleren van elektrisch rijden Voor de CO₂-reductie in 2030 maakt deze maatregel strikt genomen geen verschil ten opzichte van de huidige beleidsvoornemens. Echter bevat de maatregel wel een aantal voorstellen die een bijdrage leveren aan het realiseren van de ambities van de gemeente omtrent elektrisch vervoer. Deze maatregel is in onze ogen dus ondersteunend en niet additioneel.
V16 Lobby duurzaam reizen Een lobby kan bijdragen om landelijk de CO₂-uitstoot van de reisbranche te reduceren. Het effect op de CO₂-uitstoot is echter niet door te rekenen.
V17 Drie windmolens leveren duurzame elektriciteit voor 8.000 huishoudens Bij de plaatsing van windmolens zijn er verschillende factoren waarmee rekening moet worden gehouden. Eén van deze factoren is een hoogtebeperking van de windmolens in de nabijheid van vliegvelden. Het grootste deel van de gemeente Amsterdam heeft een dergelijke hoogtebeperking door de aanvliegroutes van Schiphol. Windmolens met een vermogen van 3 MW zitten onder de hoogtebeperking van 146 meter. Voor de berekening van de geleverde elektriciteit door de drie windmolens wordt daarom uitgegaan van een vermogen van 3 MW per windmolen. Uitgaande
64
MINI_burgerberaad
van de 2.760 vollasturen (link), leveren deze windmolens ongeveer 25 GWh aan elektriciteit per jaar. Dit levert een CO₂-reductie op van 12 kton. De rekenmethode die de gemeente hanteert bij het berekenen van haar uitstoot is echter zo ingericht dat deze duurzame elektriciteit niet aan Amsterdam, maar aan heel Nederland toegekend moet worden. De CO₂-reductie die meetelt voor de Amsterdamse ‘CO₂-boekhouding’ en de Klimaatrapportage (de 55%-doelstelling) bedraagt daarom 0,6 kton CO₂.
V18 Subsidie omruilen oude zonepanelen Bij het beoordelen van deze maatregel is aangenomen dat alle zonnepanelen die in 2015 al geïnstalleerd waren in aanmerking komen om in te ruilen. Waar een standaard zonnepaneel nu een vermogen heeft van circa 350 Wp, was dat in 2015 rond de 250 Wp. Stel dat de helft van de bedrijven en inwoners die zonnepanelen hebben geïnstalleerd die in aanmerking komen voor deze regeling, hier ook gebruik van maken, dan resulteert dit in een CO₂-reductie van 1,6 kton. De rekenmethode die de gemeente hanteert bij het berekenen van haar uitstoot is echter zo ingericht dat deze duurzame elektriciteit niet aan Amsterdam, maar aan heel Nederland toegekend moet worden. De CO₂-reductie die meetelt voor de Amsterdamse ‘CO₂-boekhouding’ en de Klimaatrapportage (de 55%-doelstelling) bedraagt daarom 0,1 kton. Hoewel er andere redenen kunnen zijn om deze maatregel wel in te voeren, is het vanuit het oogpunt van kosteneffectiviteit logischer om de nieuwe efficiënte zonnepanelen op nieuwe daken neer te leggen, en de oudere zonnepanelen te laten liggen.
65
MINI_burgerberaad
Bijlage 2: Oorspronkelijke flipcharts van alle voorstellen
66
MINI_burgerberaad
Bijlage 2: Oorspronkelijke flipcharts van alle voorstellen
P1 Een bos voor iedereen
67
MINI_burgerberaad
Links: P2 Amsterdam kleurt diep groen Rechts: P3 AETF Fonds voor huurwoningen
68
MINI_burgerberaad
Links: P4 Versneld verduurzamen gebouwde omgeving 1 Rechts: P4 Versneld verduurzamen gebouwde omgeving 2
69
MINI_burgerberaad
Links: P4 Versneld verduurzamen gebouwde omgeving 3 Rechts: P5 Ga Groen
70
MINI_burgerberaad
Links: P5 Ga Groen 2 Rechts: P6 30 km zones versneld invoeren en uitbreiden
71
MINI_burgerberaad
Links: P7 Duurzame bedrijvencoalitie Rechts: P8 Duurzame opwek met zonnepanelen
72
MINI_burgerberaad
Links: V1 Airco van de stad Rechts: V2 ov aantrekkelijker maken dan het bezit van een auto 1
73
MINI_burgerberaad
Links: V2 ov aantrekkelijker maken dan het bezit van een auto 2 Rechts: V3 Klimaatkamers
74
MINI_burgerberaad
Links: V4 Afvangen CO₂-uitstoot Afval- en Energiebedrijf (AEB) Rechts: V5 Verhogen toeristenbelasting
75
MINI_burgerberaad
Links: V6 OZB-korting Rechts: V7 Inleveren auto in ruil voor tegoed elektrische deelauto
76
MINI_burgerberaad
Links: V8 Goede ov-verbinding Nieuw-West Rechts: V9 Duurzame coöperaties
77
MINI_burgerberaad
Links: Amsterdam Groen Rechts: V11 Alle cruiseschepen op groene walstroom
78
MINI_burgerberaad
Links: Groen vestigingsbeleid Rechts: V13 Maximaal oppervlakte daken
79
MINI_burgerberaad
Links: V14 50 procent thuiswerken.JPG Rechts: V15 Het versnellen van het stimuleren van elektrisch rijden
80
MINI_burgerberaad
Links: Lobby duurzaam reizen Rechts: V17 Drie windmolens leveren duurzame elektriciteit voor 8.000 huishoudens
81
MINI_burgerberaad
Rechts: V18 Subsidie omruilen oude zonepanelen
82
MINI_burgerberaad