Regels bestemmingsplan Weesperwerf
Tekst van het document
Weesperwerf gemeente Weesp bestemmingsplan voor vaststelling
Weesperwerf
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 7
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Bestemmingsregels Groen Verkeer Water Wonen - 1 Wonen - 2 Waarde - Archeologie Waterstaat - Waterkering
8 8 9 10 11 12 13 15
Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
16 16 17 18 19 20 21
Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
22 22 23
2
Weesperwerf
Regels
3
Weesperwerf
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Weesperwerf met identificatienummer NL.IMRO.0457.BPBT01Weesperwerf-VG01 van de gemeente Weesp; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen; 1.3
aan huis gebonden beroep en bedrijf
het door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, dan wel het verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van de Wet milieubeheer geldt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de functie in overeenstemming is; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aanduidingsvlak
een geometrisch bepaald vlak waarop een aanduiding betrekking heeft; 1.7
bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8
bebouwingspercentage
een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel c.q. bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.9
bed & breakfast
kleinschalige overnachtingaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis en wordt gerund door de eigenaren/huurders van het desbetreffende huis; 1.10
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.11
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.13
bijgebouw
een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en door zijn ligging, constructie of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
4
Weesperwerf
1.14
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.15
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.16
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.17
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.18
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.19
hoofdgebouw
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.20
kunstwerk
voortbrengsel van de beeldende kunsten; kunstuiting; 1.21
maaiveld
de gemiddelde hoogte van het aansluitend terrein ten tijde van het rechtskracht verkrijgen van het bestemmingsplan; 1.22
maatvoeringsvlak
het geometrisch bepaald vlak, dat goothoogtes en woningtypes scheidt; 1.23
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.24
peil
De gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw. 1.25
praktijkruimte
bedrijfsruimte voor maatschappelijke dienstverlening, zoals een tandarts, huisarts of fysiotherapeut; 1.26
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.27
seksautomatenhal
een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven;
5
Weesperwerf
1.28
seksbioscoop/-theater
een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven; 1.29
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomaten-hal, een sekstheater, een parenclub, of een prostitutie-bedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.30
straatmeubilair
openbare voorzieningen van geringe afmetingen, zoals banken, bloemen- en plantenbakken, telefooncellen, abri's, straatverlichting, wegbebakening en -bewijzering, brievenbussen, papierbakken, rijwielstandaards en andere hiermee gelijk te stellen voorzieningen; 1.31
vloeroppervlakte
de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond; 1.32
waterkering
een voorziening om water tegen te houden, zoals een dijk en een dam; 1.33
weg
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.34
woning
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten; 1.35
Wro
de Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijden van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.36
zelfstandige woonruimte
woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of galerij;
6
Weesperwerf
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.4
de verticale diepte:
vanaf de onderzijde van de begane grondvloer tot aan de bovenzijde van de laagstgelegen vloer onder het peil; 2.5
ondergeschikte bouwdelen:
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
7
Weesperwerf
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
fiets- en voetpaden; groenvoorzieningen; plastieken en kunstobjecten; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; (ondergrondse) afvalinzamelingssystemen; water; waterberging.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op of in de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, ten dienste van de in dat lid genoemde bestemming, met dien verstande dat: 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag zijn dan: a. 1 meter voor erf- en terreinafscheidingen; b. in uitzondering op het bepaalde onder a 2 meter voor erf- en terreinafscheidingen ter plaatse van de aanduiding 'speeltuin'; c. 10 meter voor kunstwerken; d. 3,50 meter voor de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting.
8
Weesperwerf
Artikel 4 4.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, fiets- en voetpaden, bermen, sloten, straatmeubilair en andere verkeersvoorzieningen alsmede voor verblijf en verplaatsing, gericht op de aangrenzende bestemmingen met de daarbij behorende voorzieningen; b. met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, verhardingen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige doeleinden en een geluidsscherm. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op en onder de in artikel 4.1 genoemde gronden mogen uitsluitend gebouwen in de vorm van nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de in dat lid genoemde bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: 4.2.2
Gebouwen
a. de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en gebouwen ten behoeve van openbaar vervoer niet meer dan 20 m² mag zijn; b. de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en gebouwen ten behoeve van openbaar vervoer niet meer dan 5 meter mag zijn. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'geluidscherm - 1' de bouwhoogte van een geluidscherm minimaal 2,2 meter moet zijn; b. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'geluidscherm - 1' de bouwhoogte van een geluidscherm 3 meter mag zijn; c. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'geluidscherm - 2' de bouwhoogte van een geluidscherm 9 meter mag zijn, met een onderdoorgang voor voetgangers tot 3 meter hoogte; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 10 meter mag zijn.
9
Weesperwerf
Artikel 5 5.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de waterhuishouding, waterberging, waterbeheersing en waterrecreatie; b. groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige doeleinden. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op en onder de in artikel 5.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de in dat lid genoemde bestemming, met dien verstande: 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximum bouwhoogte van 1 meter.
10
Weesperwerf
Artikel 6 6.1
Wonen - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van grondgebonden woningen en ondergeschikt daaraan de uitoefening van een aan huis gebonden beroep en bedrijf, zoals bedoeld in lid 1.3 en met inachtneming van lid 12.2; b. groen- en speelvoorzieningen; c. tuinen; d. fiets- en voetpaden; e. geluidwerende voorzieningen. 6.2
Bouwregels
Op en onder de in lid 6.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 6.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen alleen binnen het bouwvlak gebouwd worden; b. maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding is aangeduid; c. het maximum aantal woningen in de bestemmingen Wonen-1 (artikel 6) en Wonen-2 (artikel 7) tezamen, bedraagt maximaal 115. 6.2.2
Voorwaarden woningbouw
Het bouwen van woningen is uitsluitend toegestaan, mits: a. a. b. c.
de woningen zijn voorzien van een stille zijde; ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn - 1' de gevels vanaf de 2e bouwlaag doof worden uitgevoerd; ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn - 2' de gevels vanaf de 3e bouwlaag doof worden uitgevoerd; de in lid 4.2.3 onder a, b en c bedoelde geluidsschermen gerealiseerd zijn.
6.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van pergola's bedraagt ten hoogste 2,25 m; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m. 6.3
Specifieke gebruiksregels
6.3.1
Parkeren
Voor de woningen als bedoeld in lid 6.1 geldt een parkeernorm van 1,4 parkeerplaatsen per woning. 6.3.2
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning en/of aan-huis-gebonden beroep of bedrijf.
11
Weesperwerf
Artikel 7 7.1
Wonen - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van gestapelde woningen en ondergeschikt daaraan de uitoefening van een aan huis gebonden beroep en bedrijf, zoals bedoeld in lid 1.3 en met inachtneming van lid 12.2; b. groen- en speelvoorzieningen; c. tuinen; d. fiets- en voetpaden; e. geluidwerende voorzieningen. 7.2
Bouwregels
Op en onder de in lid 7.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 7.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen alleen binnen het bouwvlak gebouwd worden; b. maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding is aangeduid. c. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'hoogteaccent' is voor 30% van het bouwvlak een maximale bouwhoogte van 18 meter toegestaan; d. het maximum aantal woningen in de bestemmingen Wonen-1 (artikel 6) en Wonen-2 (artikel 7) tezamen, bedraagt maximaal 115. 7.2.2
Voorwaarden
Het bouwen van woningen is uitsluitend toegestaan, mits: a. de woningen zijn voorzien van een stille zijde; a. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn - 3' de gevels vanaf de 4e bouwlaag doof worden uitgevoerd; b. de in lid 4.2.3 onder c bedoelde geluidsscherm gerealiseerd is. 7.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van pergola's bedraagt ten hoogste 2,25 m; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m. 7.3
Specifieke gebruiksregels
7.3.1
Parkeren
Voor de woningen als bedoeld in lid 7.1 geldt een parkeernorm van 0,54 parkeerplaatsen per woning. 7.3.2
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning en/of aan-huis-gebonden beroep of bedrijf.
12
Weesperwerf
Artikel 8 8.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 8.2
Bouwregels
Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bouwwerken met een oppervlakte van maximaal 100 m2 en waarbij de grondwerkzaamheden niet dieper reiken dan 1,21 meter –NAP, voor zover passend binnen de overige aan de grond gegeven bestemming; b. funderingen op palen. 8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1
Afwijken
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming, indien is gebleken dat het oprichten van het bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning wordt gevraagd, niet zal leiden tot een verstoring van de archeologische resten. 8.3.2
Voorwaarden
De omgevingsvergunning wordt niet eerder verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 8.3.3
Uitzondering
Voor zover het oprichten van het bouwwerk, waarvoor omgevingsvergunning wordt gevraagd, kan leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan bevoegd gezag afwijken van het bepaalde in lid 8.2, indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1
Verbod
Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden over een groter oppervlak dan 100 m² en, voor zover sprake is van grondwerkzaamheden, met dieper dan 1,21 meter -NAP uit te voeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 0,50 meter; b. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakte-verhardingen; c. het aanleggen en verbreden van sloten, vijvers en andere wateren; d. het verlagen van het waterpeil; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; f. het bebossen van gronden die op het tijdstip van het kracht worden van dit plan niet als bosgrond
13
Weesperwerf kunnen worden aangemerkt; g. het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van boomgaarden; i. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen. 8.4.2
Uitzondering
Het in lid 8.4.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen waaronder in ieder geval verstaan ploegen, eggen, het uitbaggeren van sloten en greppels, of werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering en vergund zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan. 8.4.3
Voorwaarden
a. de omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in 8.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal; b. de omgevingsvergunning wordt niet eerder verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 8.4.4
Voorschriften
Voor zover de in lid 8.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of c. de verplichting de uitvoering van de werken of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
14
Weesperwerf
Artikel 9 9.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – primair bestemd voor de aanleg, het behoud en het herstel van de waterkering met bijbehorende bouwwerken zoals duikers, keerwanden en merktekens. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 9.2
Bouwregels
Het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemmingen (Artikel 3 tot en met Artikel 8) is, voor zover voor dat bouwen volgens de regels van de water(kering)beheerder, zoals de Waterwet of de Keur, een (water)vergunning is vereist, uitsluitend toegestaan na inwerkingtreding van die vergunning. 9.3
Specifieke gebruiksregels
Het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op de onder lid 9.1 bedoelde gronden is, voor zover voor het uitvoeren van die werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden volgens de regels van de water(kering)beheerder, zoals de Waterwet of de Keur, een (water)vergunning is vereist, uitsluitend toegestaan na inwerkingtreding van die vergunning.
15
Weesperwerf
Hoofdstuk 3 Artikel 10
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
16
Weesperwerf
Artikel 11 11.1
Algemene bouwregels
Dakkapel
Op woningen mogen dakkapellen worden gebouwd, met dien verstande dat dakkapellen niet zijn toegestaan op bijgebouwen. 11.2
Dakterrassen
Dakterrassen zijn boven de bovenste bouwlaag van hoofdgebouwen toegestaan, met dien verstande dat a. de ter plaatse toegestane maximale bouwhoogte ten behoeve van hekwerken van dakterrassen met maximaal 1,10 meter mag worden overschreden; b. de minimale afstand van het dakterras tot aan de voor-, zij- en achtergevel van het hoofdgebouw 2 meter bedraagt indien het hoofdgebouw niet is voorzien van een kap; c. een afstand tot aan de zijdelingse perceelgrens van een woning wordt aangehouden die minimaal 0,5 meter bedraagt. 11.3
Toegestane overschrijdingen
Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmings- en bouwgrenzen te overschrijden: a. ten behoeve van stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,2 meter; b. ten behoeve van gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan maximaal 1 meter en deze werken niet lager zijn gelegen dan 4,2 meter boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,5 meter langs een rijweg, 2,4 meter boven een rijwielpad en 2,2 meter boven een voetpad, voor zover dit rijwielpad of voetpad geen deel uitmaakt van bedoelde strook van 1,5 meter; 11.4
Ondergrondse bebouwing
Ondergronds bouwen is niet toegestaan.
17
Weesperwerf
Artikel 12 12.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik als staan- of ligplaats voor onderkomens; b. het gebruik als sport- of wedstrijdterreinen, kampeer- of caravanterreinen, woonwagen- of andere kampen, dagcampings en lig- of speelweiden; c. het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan en het opgeslagen hebben van ongerede en onklare machines, voer-, vaar-, of vliegtuigen; d. het gebruik als opslagplaats, dan wel stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens indien en voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; e. de opslag van bagger en grondspecie behoudens indien en voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de wettelijke onderhoudsplicht van naastgelegen waterpartijen; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting,seksautomatenhal, seksbioscoop/-theater of enige vorm van prostitutie; g. het gebruik als kamergewijze verhuur of naar aard daarmee te vergelijken gebruik. 12.2
Aan huis gebonden beroep of bedrijf
De uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf in samenhang met het wonen is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. het dient ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie, met dien verstande dat maximaal 40% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning met de daarbijbehorende aan- en uitbouwen mag worden gebruikt voor de bedoelde activiteiten; b. de gewenste bedrijvigheid dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving en mag niet onder de werkingssfeer van hoofdstuk 8 van de Wet milieubeheer / artikel 2 lid 1 Wabo vallen en niet vergunningspichtig zijn overeenkomstig de Algemene Plaatselijke Verordening; c. er mag geen detailhandel of horeca plaatsvinden; d. in de nabije omgeving van de woning mag geen onevenredige vergroting van de verkeers-/parkeerdruk optreden; e. er mogen geen bedrijfsmatige activiteiten buiten de woning plaatsvinden, behoudens in- en uitladen; f. het dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat de persoon die de activiteit uitoefent tevens bewoner is van de betreffende woning; g. bed & breakfast is toegestaan (ook op de verdieping), mits: 1. het geen zelfstandige woonruimte wordt; 2. het uiterlijk van de woning gehandhaafd blijft; 3. het totaal aantal bedden niet meer dan 4 bedraagt; h.
er mag geen reclame gemaakt worden aan of bij het pand, met uitzondering van een klein bord, met een maximum oppervlak van 0,5 m2, voor de mededeling van het beroep, de openingstijden e.d.; i. het mag niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreffen, dat daardoor extra verkeersmaatregelen, waaronder parkeervoorzieningen, noodzakelijk worden in het openbare gebied.
18
Weesperwerf
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels ontheffing kan worden verleend, kunnen Burgemeester en wethouders, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken van de desbetreffende regels, ten behoeve van: a. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen met een maximum bouwhoogte van 6 meter en een maximum bruto vloeroppervlak van 25 m²; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken, reclameobjecten, vrijstaande muren, geluidwerende en windhinder beperkende voorzieningen, bruggen, steigers, duikers en andere waterbouwkundige constructies, mits hiertoe gezamenlijk niet meer dan 2% van de totale oppervlakte van het plangebied wordt aangewend; c. geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, worden toegestaan, mits de afwijking in situering niet meer dan 2 meter bedraagt; d. de in de regels toegestane maximale bouwhoogten,welke met niet meer dan 10% mogen worden vergroot; e. de in de regels toegestane maximale bouwhoogten, anders dan bedoeld in c, te overschrijden met ten hoogste: 1.
3 meter ten behoeve van schoorstenen, ventilatie-inrichtingen, vlaggenmasten, bouwkundige maatregelen ten behoeve van een stille zijde, antennes en vergelijkbare bouwwerken voor de opwekking van duurzame energie zoals windturbines en zonnepanelen; 2. 3 meter ten behoeve van lift- en trappenhuizen en algemene technische ruimten; 3. 2 meter ten behoeve van hijsinrichtingen. 4. de bestemmingsgrenzen, de bebouwingsgrenzen tot ten hoogste 2 meter te overschrijden ten behoeve van balkons, bordessen, luifels, buitentrappen, bouwkundige maatregelen ten behoeve van een stille zijde en andere ondergeschikte delen van gebouwen.
19
Weesperwerf
Artikel 14 14.1
Algemene wijzigingsregels
Archeologie
Het bevoegd gezag kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen voor wat betreft: het verwijderen of vervangen van (delen van) de bestemming Waarde - Archeologie indien en voorzover uit archeologisch onderzoek is gebleken dat het opgelegde beschermingsregime niet aansluit bij de feitelijk aanwezige archeologische waarden; gehoord de archeologisch deskundige.
20
Weesperwerf
Artikel 15
Overige regels
Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere (wettelijke) regeling, dan geldt deze wet, algemene maatregel van bestuur, verordening, richtlijn of andere (wettelijke) regeling zoals die luidt dan wel van kracht is op het moment van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan.
21
Weesperwerf
Hoofdstuk 4 Artikel 16 16.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 16.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
22
Weesperwerf
Artikel 17
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Weesperwerf'. Aldus vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Weesp. De voorzitter, De griffier,
23