Raadsvoorstel - Wensen en bedenkingen achtervangovereenkomst WSW
Tekst van het document
ADVIES COLLEGE
*Z0509B31CE2*
Onderwerp: Wensen en bedenkingen achtervangovereenkomst WSW Opgesteld door: Telefoonnummer: Datum:
P.K. Heidecker 06 1928 2021 4 augustus 2021
Registratienummer:
Z.189332/D.164537
Overlegd met JZ:
Zie bijlage.
Overlegd met Financiën: Overlegd met Communicatie:
Zie bijlage.
Persbericht: Portefeuillehouder: Datum gesprek:
Nee Dhr. J.M. Vos d.d. 18 augustus 2021
Status openbaarheid: Raad:
Openbaar Ter besluitvorming
n.v.t.
Bijlage(n): Ja, eerste kolom bevat de hyperlink Zaak/docnr
onderwerp
Z.189332/D.165071 Z.189332/D.165073 Z.189332/D.165074 Z.189332/D.165072
Achtervangovereenkomst WSW/gemeente Nadere toelichting achtervangovereenkomst Brief WSW en VNG Finaal advies DMC en DJZ
Ambtelijk voorstel 1. Kennis te nemen van de nieuwe standaard achtervangovereenkomst van het WSW met gemeenten voor het borgen van nieuwe leningen en herfinanciering van bestaande leningen. 2. Kennis te nemen van de toekomstige wijze waarop met de Amsterdamse corporaties afspraken over de ontwikkeling van de achtervang worden gemaakt en hoe deze worden gemonitord. 3. Kennis te nemen van de aankondiging van WSW dat er enkele wijzigingen in de bestaande achtervangovereenkomst worden voorbereid. Deze worden later dit jaar ter besluitvorming aan uw college voorgelegd en analoog aan de wijzigingen van de overeenkomst van de gemeente Amsterdam met Amsterdamse corporaties. 4. In te stemmen met het voornemen om een achtervangovereenkomst WSW aan te gaan onder voorbehoud van wensen en bedenkingen van de gemeenteraad. 5. In te stemmen om mits de wensen en bedenkingen van de raad geen aanleiding geven om het voorgenomen besluit onder 4) om te zetten in een definitief besluit. 6. In te stemmen met bijgevoegde raadsvoordracht inzake het uiten van wensen en bedenkingen inzake uw voornemen om een achtervangovereenkomst WSW aan te gaan. Besluit: Datum: Z.189332/D.164537 1 van 13
Toelichting voorstel Aanleiding De VNG heeft op 17 mei 2021 een brief verstuurd om de actualisatie van de achtervangovereenkomst voor corporaties door gemeenten bekend te maken. Om de investeringen van Ymere in dit najaar op een passende manier te borgen zullen het bestuur van de gemeente Weesp en Ymere deze vernieuwde overeenkomst moeten ondertekenen. In 2022 zal de gemeente Amsterdam de verplichtingen van de gemeente Weesp uit deze achtervangovereenkomst overnemen. Ymere gaat momenteel dezelfde overeenkomst aan met de gemeente Amsterdam. De aanpassingen betreffen alleen nieuwe leningen en zijn gericht op de juridische vernieuwingen die sinds 2007 hebben plaatsgevonden, de verdeelsleutel tussen de gemeenten, meer borging verplichtingen, maar ook strengere afbakening voor herfinanciering als ook een andere wijze van monitoring in de komende jaren.
Argumenten Ad 1 – Kennis te nemen van de nieuwe standaard achtervangovereenkomst van het WSW met gemeenten voor het borgen van nieuwe leningen en herfinanciering van bestaande leningen. Eind 2018 is WSW gestart met een Strategisch programma, om alle regelgeving rondom en van het WSW door te lichten. In december 2020 heeft de VNG ingestemd met de afronding van de afgesproken maatregelen en het overgaan tot implementatie. De VNG heeft per brief d.d. 6 november 2020 een voorstel gedaan aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor een nieuwe standaard achtervangovereenkomst, mede gebaseerd op een ledenraadpleging in juni 2020. De VNG heeft er voor gekozen om, gelet op de 30% van de gemeenten die tegen waren, de systematiek alleen voor nieuwe leningen in te voeren. Het WSW heeft deze voorstellen samen met een aantal wijzigingen als gevolg van het Strategisch programma van WSW verwerkt. Er is brede steun voor de nieuwe achtervangovereenkomst bij betrokken partijen. De overeenkomst is opgesteld door WSW en goedgekeurd door het Ministerie van BZK, de VNG, Aedes en de Deelnemersraad van WSW (de vertegenwoordiging van deelnemende corporaties). De nieuwe overeenkomst heeft betrekking op nieuwe leningen die corporaties aangaan, op herfinanciering van bestaande leningen en op de nieuwe obligolening. Voor bestaande leningen blijven de huidige achtervangovereenkomsten van toepassing.
Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben ons bij brief van 17 mei 2021 gevraagd om in te stemmen met een nieuwe achtervangovereenkomst. Verbeteringen De nieuwe overeenkomst bevat een aantal verbeteringen voor een robuuster stelsel en de positie van de gemeente als achtervanger. De belangrijkste verbeteringen worden hieronder kort toegelicht: 1. Een aangepaste verdeelsleutel voor de gemeentelijke achtervang, gebaseerd op de marktwaarde per gemeente van het bezit van elke corporatie. De nieuwe verdeelsleutel leidt tot meer solidariteit tussen de gemeenten, omdat het achtervangrisico wordt verdeeld over alle gemeenten waar een corporatie actief is en niet langer bij één gemeente. De nieuwe verdeelsleutel wordt jaarlijks geactualiseerd, dus veranderingen in de omvang en waarde van het bezit worden jaarlijks verwerkt. Z.189332/D.164537 2 van 13
Die wijziging ziet alleen op toekomstige geborgde geldleningen en dus niet op al lopende geborgde geldleningen. Voor de bestaande leningen geldt vooralsnog de huidige achtervangovereenkomst met een verdeling zoals vastgelegd in de betreffende leningsovereenkomsten tussen corporaties en financiers. Dat in de nieuwe situatie gewerkt moet worden met twee achtervangovereenkomsten maakt de materie in geval van een aanspraak complexer. Voor al bestaande/lopende leningen kan de gemeente Amsterdam in gesprek gaan met andere gemeenten en betrokken corporaties, om op basis van vrijwilligheid tot herverdeling van de achtervang te komen. De VNG heeft hiertoe opgeroepen. 2. De tweede laag van de achtervang – obligobijdrage vanuit de corporaties – wordt zekerder. Vanuit het strategisch programma WSW wijzigt de opzet voor obligo dat WSW kan heffen bij corporaties middels een leningsfaciliteit. Het nieuwe systeem versterkt de robuustheid van het stelsel met als voordeel voor gemeenten dat de obligobijdrage zekerder is, en het risico voor gemeenten daarmee afneemt aangesproken te worden voor het verstrekken van renteloze leningen. 3. De terugbetaling van renteloze leningen die (worst case) verstrekt worden aan het WSW door de achtervangende gemeenten en de staat wordt beter geregeld.
In de huidige achtervangovereenkomst is de terugbetaling van renteloze leningen, verstrekt door gemeenten aan WSW, in de praktijk niet goed geregeld. Het risico voor de gemeenten is dat ze hun renteloze leningen verstrekt aan WSW niet terugbetaald krijgen. In de nieuwe systematiek is een wijziging opgenomen die leidt tot eerdere terugbetaling van de renteloze geldleningen aan gemeenten en de staat. 4. De regels rond herfinanciering van bestaande geborgde leningen zijn aangescherpt. In de nieuwe achtervangovereenkomst staat een nieuwe definitie van herfinanciering. De nieuwe definitie en voorwaarden zorgen voor een voor gemeenten betere, duidelijkere en striktere afbakening van de herfinancieringsverplichting. Lening- en garantiebeleid De nieuwe overeenkomst voldoet op twee punten niet aan het Amsterdamse en Weespers lening- en garantiebeleid gezien het geen mogelijkheid biedt de maximale omvang van de achtervang te limiteren en de achtervang voor onbepaalde tijd wordt gesloten (zonder einddatum). Met de huidige achtervangovereenkomst heeft de gemeente de mogelijkheid om zelf het maximale borgingsplafond en de looptijd van de overeenkomst vast te stellen. Dit gebeurt in overleg tussen gemeente Weesp en corporatie Ymere op basis van de financieringsbehoefte.
In de nu voorliggende nieuwe overeenkomst is de limitering niet meer per afzonderlijke gemeente mogelijk, maar alleen in samenwerking met alle gemeenten, waar een corporatie actief is. Aangezien de negen corporaties in Amsterdam (op één na) actief zijn in meerdere gemeenten - of zelfs landelijk actief zijn - is een gezamenlijke afstemming zeer complex. Ymere is zowel in Weesp als Amsterdam actief. In het licht van de samenvoeging in 2022, waarbij de financiële verplichtingen door Amsterdam worden overgenomen zal Weesp zich aansluiten bij de uitwerking, die de gemeente Amsterdam kiest. Uit navraag bij de Amsterdamse corporaties blijkt dat een aantal corporaties deze vorm van limitering onwerkbaar vinden. Reden hiervoor is dat de afstemming voor enkele corporaties met veel gemeenten met verschillende standpunten plaats dient te vinden en een administratief en tijdrovend proces gevreesd wordt. Hierover zullen de komende periode gesprekken gevoerd worden om te kijken welke mogelijkheid wel werkbaar kan Z.189332/D.164537 3 van 13
zijn. Hierbij zijn twee smaken mogelijk. De optie om op basis van de samenwerkingsafspraken tussen de gemeente Amsterdam en de corporaties te kijken naar de vertaling van de afgesproken prestaties in financieringsbehoefte en daarmee de omvang van de maximale Amsterdamse achtervangpositie voor de komende periode lijkt op dit moment het meest voor de hand liggend en effectief en wordt vervolgens onder beslispunt 2 nader toegelicht. Omdat de nieuwe standaard achtervangovereenkomst ook geen limitering kent in de tijd is er met deze nieuwe overeenkomst geen moment van verlenging meer. Nu dit straks niet meer mogelijk is, is er alleen nog de keuze om de overeenkomst op te zeggen. Indien we het contract opzeggen blijven we (in het nieuwe contract gelimiteerd voor 25 jaar) aan de lat staan voor de achtervang van bestaande leningen. Daarnaast is er dan een grote kans dat de corporaties rechtstreeks bij de gemeente garantieverzoeken zullen indienen. In dat geval kunnen we geen beroep doen op het zekerhedenstelsel van het WSW en staan we alleen voor de financiële verplichting zonder de solidariteit in het stelsel en de corporaties onderling, het vermogen van het WSW en de 50% achtervang van de staat. Dat de nieuwe overeenkomst op deze punten niet voldoet aan het gemeentelijke leningen garantiebeleid heeft Amsterdam kenbaar gemaakt aan de VNG.
Daarbij is ook aangegeven dat het onwenselijk is om als gemeentegaranties af te geven waarbij geen/of alleen indirecte sturing is op de financiële verplichtingen. VNG heeft aangegeven geen andere oplossing te zien om nieuwe scheefheid in de achtervang te voorkomen doordat gemeenten op een gegeven moment niet meer/beperkt meedoen in de achtervang. Per saldo wegen, volgens ons, de verbeteringen van de nieuwe overeenkomst op tegen deze twee laatstgenoemde punten. Ad 2 – Kennis te nemen van de toekomstige wijze waarop met de Amsterdamse corporaties afspraken over de ontwikkeling van de achtervang worden gemaakt en hoe deze worden gemonitord. In het verleden was het moment waarop de overeenkomst verlengd werd, ook het moment waarop gekeken werd hoe de sector en de Amsterdamse corporaties er (financieel) voor staan, welke risico’s spelen en voor welk bedrag er een nieuwe achtervangovereenkomst afgesloten moest worden. Monitoring van de financiële situatie en de omvang van de geborgde schulden van de Amsterdamse corporaties is daarvoor essentieel. Om dit toekomstig vorm te geven, worden in de toekomstige samenwerkingsafspraken ook afspraken gemaakt over de ontwikkeling van de benodigde financiële middelen om de volkshuisvestelijke ambities te realiseren en daarmee de verwachte omvang van de WSW achtervang.
Sinds 2018 maakt de AFWC twee keer jaarlijks een overzicht van de financieringsbehoefte van de corporaties. Het overzicht is opgebouwd uit de geborgde schuld, de aflossingen en nieuwe leningen voor investeringen op basis van de prestatieafspraken en voor een beperkt gedeelte van de corporaties ook de eventuele liquiditeitsbehoefte voor bestaande derivaten per corporatie. De ontwikkeling hiervan en de realisatie werd vervolgens jaarlijks besproken. De gemeente is met de AFWC en de corporaties in gesprek om dit proces te continueren en waar nodig aan te passen om de toekomstige behoefte aan achtervang twee keer jaarlijks in kaart te brengen en vervolgens met de Amsterdamse corporaties te bespreken en de realisatie te monitoren. Het jaarlijkse financieel IJkpunt en een door de AFWC opgestelde borgingsprognose vormen daarbij de basis voor de gesprekken. Mocht op basis van dit geschetste proces blijken dat er sprake is van een materiele verandering van de omvang/risico’s van de financiële verplichting uit gemeentelijke WSW achtervang, dan worden deze besproken in B&W. Het college kan vervolgens besluiten om de raad voor te leggen om de overeenkomst met het WSW op te zeggen. Z.189332/D.164537 4 van 13
Ad 3 – Kennis te nemen van de aankondiging van WSW dat er enkele wijzigingen in bestaande achtervangovereenkomsten worden voorbereid. Deze worden later dit jaar ter besluitvorming aan uw college voorgelegd. De reeds bestaande achtervangovereenkomst wordt niet aangepast. Ad 4 – In te stemmen met het voornemen om een achtervangovereenkomst WSW aan te gaan onder voorbehoud van wensen en bedenkingen van de gemeenteraad. Het WSW borgt leningen van woningcorporaties. Dat betekent dat wanneer een corporatie in financiële problemen verkeert, het WSW zorgt dat rente en aflossing van geborgde leningen van deze corporaties betaald worden. WSW doet dit in eerste instantie uit eigen kapitaal. Dat kapitaal kan worden aangevuld door extra kapitaal (obligolening) bij alle deelnemende corporaties op te halen. Pas wanneer dat onvoldoende is, komen de staat en gemeenten als achtervanger in beeld om renteloze leningen te verstrekken. Staat en gemeenten staan elk voor 50% in de achtervang bij het WSW (25% wordt verdeeld over alle gemeenten en 25% wordt toegerekend aan de gemeente die in de lening overeenkomst tussen de betreffende woningcorporatie en de financier is vermeld). Tot nu toe heeft WSW daar geen beroep op gedaan. Met WSW-borging kunnen corporaties goedkoper geld lenen waardoor investeringen in de sociale woningbouw (beter) haalbaar worden.
De financiering van woningcorporaties en de daarmee samenhangende achtervang is van groot maatschappelijk belang in verband met de huisvesting voor huishoudens met lage inkomens in Amsterdam. Gezien het bovenstaande is er een groot volkshuisvestelijk belang dat de Amsterdamse corporaties gebruik kunnen maken van de borging van het WSW. Zonder borging zijn de corporaties meer geld kwijt aan rente en risico opslagen en kunnen ze minder investeren in de volkshuisvestelijke opgaven in Amsterdam. Voor de borging is het afsluiten van de nieuwe standaard achtervangovereenkomst voorwaardelijk. Naast het volkshuisvestelijke belang is er noodzakelijk dat de nieuwe achtervangovereenkomst tussen de gemeente Amsterdam en het WSW getoetst wordt aan het lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 28 juni 2017. Er wordt afgeweken van het lening- en garantiebeleid, omdat er geen limitering is in bedrag en looptijd.
Dit is, gezien het publieke belang van de achtervang en het feit dat het gaat om een standaardovereenkomst waar Amsterdam niet van af kan wijken, acceptabel onder de volgende voorwaarden: In de toekomstige samenwerkingsafspraken worden afspraken gemaakt over de ontwikkeling van de benodigde financiële middelen om de volkshuisvestelijke ambities te realiseren en daarmee de verwachte omvang van de WSW achtervang; Periodiek de toekomstige behoefte aan achtervang in kaart gebracht, met de corporaties besproken en gemonitord wordt; De omvang en inschatting van de risico’s van de gemeente als achtervang WSW expliciet toegelicht worden in de Jaarrekening en Begroting in de financieringsparagraaf. De toetsing aan het lening- en garantiebeleid kent een zestal vormvereisten, onderstaand wordt ingegaan op deze vormvereisten. I) Aan wie wordt de garantie verstrekt De gemeente Amsterdam gaat een achtervangpositie (garantie) aan met de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), deze nieuwe overeenkomst heeft Z.189332/D.164537 5 van 13
betrekking op nieuwe leningen die corporaties aangaan, op herfinanciering van bestaande leningen en op de nieuwe obligolening. Voor bestaande leningen blijft de huidige achtervangovereenkomst van toepassing. II) Garantiebehoefte Het WSW staat borg voor de rente en aflossingen van leningen aan woningcorporaties, waardoor deze toegang hebben tot de kapitaalmarkt en tegen gunstige voorwaarden kunnen lenen. Ultimo 2020 borgde het WSW landelijk voor € 81 miljard aan leningen, daarmee is het volume aan geborgde leningen gedurende 2020 gestegen met € 1,4 miljard (stand ultimo 2019: € 79,6 miljard). De geborgde achtervang gerelateerd aan de gemeente Amsterdam bedroeg € 8,2 miljard per 31 december 2020 en is daarmee onveranderd ten opzichte van 2019 (€ 8,2 miljard). Afwijkend van een ‘gewone’ garantie staat de gemeente in het geval van de WSW achtervang niet rechtstreeks garant voor verstrekte leningen aan woningcorporaties of burgers, maar vormt de gemeente samen met het Rijk de achtervang voor de Waarborgfondsen die deze garantieverplichtingen zijn aangegaan. De achtervang heeft de verplichting het risicovermogen van de waarborgfondsen middels het verstrekken van renteloze leningen aan te vullen indien dit door aanspraken op de waarborgfondsen nodig blijkt.
In de nieuwe overeenkomst is een limitering van de achtervang in tijd (looptijd achtervangovereenkomst), voor welke corporaties de gemeente achtervang wil verstrekken en omvang niet meer (voor omvang per afzonderlijke gemeente) mogelijk. Tot op heden waren deze drie limiteringen wel van toepassing. Het is onwenselijk om als gemeentegaranties af te geven waarbij geen/of alleen indirecte sturing is op de financiële verplichtingen. Het lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam is hier duidelijk over: “de omvang van de garantie is gemaximeerd en eenduidig vast te stellen door een duidelijk verband met een financiële transactie met een beperkte looptijd”. Hieraan kan met de voorgestelde methodiek in de nieuwe overeenkomst niet worden voldaan. Bij garantstellingen kan in principe ook een garantstelling gedaan worden zonder een maximumbedrag aan te geven (toelichting op art. 50 BBV, Staatsblad 2003/27). Met een dergelijke garantstelling wordt uiteraard een groot risico aangegaan. Het is raadzaam van dergelijke algemene garantstellingen af te zien. Indien er toch een algemene garantstelling is gedaan, dient dit in de toelichting op de balans expliciet te worden aangegeven (zie artikel 57, het derde lid).
Op basis hiervan zien we de mogelijkheid om af te wijken van het lening- en garantiebeleid om geen limitering in bedrag en looptijd te accepteren, onder de voorwaarde ook toekomstig de systematiek, omvang en inschatting van de risico’s van de gemeente als achtervang WSW expliciet toe te lichten in de Jaarrekening en Begroting in de financieringsparagraaf. Mocht in de toekomst mede uit het informatieproces met de corporaties, het WSW en de Autoriteit woningcorporaties blijken dat er sprake is van een materiële verandering van de omvang/risico’s van de financiële verplichting betreffende de gemeentelijke WSW achtervang, worden deze besproken in B&W. Het college kan vervolgens besluiten om de raad voor te leggen om de overeenkomst met het WSW op te zeggen. III) Validatie De achtervangpositie van de gemeente Amsterdam ten behoeve van het WSW past binnen het kader van de wet FIDO (Financiering decentrale overheden). Het publieke belang ligt in het maatschappelijke belang van de sociale huisvesting. IV) Financiële analyse Conclusie: Naar aanleiding van twee aanspraken op het WSW gedurende 2017 en 2018 Z.189332/D.164537 6 van 13
heeft het WSW een Strategisch Programma opgezet met het doel om een voldoende robuust borgstelsel te kunnen garanderen en het zo mogelijk te blijven maken dat corporaties tegen zo laag mogelijke kosten financierbaar zijn. De resultaten van het strategisch programma worden middels deze nieuwe standaard achtervangovereenkomst op dit moment geïmplementeerd. Eind 2020 hebben we de “Analyse achtervangrisico gemeente Amsterdam 2020” aangeboden aan het gemeentebestuur. Daarin werd geconcludeerd dat de financiële positie van de Amsterdamse corporaties de komende jaren als stabiel verwacht wordt. Gezien de druk op corporaties om te investeren hoog blijft verwacht het WSW een toename van het geborgde achtervangvolume. De sector brede conclusie over een toename van de risico’s op de borg op termijn door deze ontwikkeling geldt ook voor de Amsterdamse corporaties. V) Risicoanalyse Conclusie op basis van de analyse achtervangrisico gemeente Amsterdam 2020: Door de onderlinge waarborg binnen het WSW is er sprake van solidariteit tussen corporaties en een buffer voordat de overheid eventueel wordt aangesproken. Hierdoor is sprake van een efficiënt en effectief stelsel met minder directe uitgaven en risico’s voor de overheid.
De gemeente Amsterdam is zich, mede op basis van het in 19 juli 2020 gepubliceerde rapport ’Toezicht WSW 2019’ van de Autoriteit woningcorporaties (Aw), bewust van de onzekerheden omtrent het WSW. De Aw concludeert dat het onzeker is of het risicokapitaal van het WSW toereikend is om mogelijke verliezen van het WSW te dekken. Het WSW heeft middels het Strategisch Programma in overleg met de Aw aan een oplossing van deze onzekerheid gewerkt. De staat en de VNG gaan ervan uit dat het WSW kan voldoen aan de afspraak dat er geen beroep wordt gedaan op de staat en gemeenten. Ook is het behoud van de zeer hoge ‘AAA’ rating van rating agencies S&P en Moody’s een belangrijk signaal. De gemeente Amsterdam blijft de ontwikkelingen omtrent het risicoprofiel van het WSW, en de sector kritisch volgen. Vooralsnog continueert de gemeente Amsterdam het risico op ‘laag’. VI) Beheer In aanvulling op het risicoprofiel was het beheer voor de verlenging van de achtervang tijdelijk intensief in plaats van regulier. Door de afronding van het Strategisch programma en de implementatie van de gemaakte afspraken in de nieuwe overeenkomst wordt het beheer bijgesteld van intensief naar regulier. De directie Wonen van de gemeente Amsterdam is de beheerder van de achtervang en treedt gezamenlijk met de afdeling Treasury namens de gemeente op.
Ad 5 – In te stemmen om mits de wensen en bedenkingen van de raad geen aanleiding geven om het voorgenomen besluit onder 4) om te zetten in een definitief besluit. Ad 6 – In te stemmen met bijgevoegde raadsvoordracht inzake het uiten van wensen en bedenkingen inzake uw voornemen om een achtervangovereenkomst WSW aan te gaan. Deze besluitpunten behoeven geen verdere toelichting.
Financiële aspecten en dekking De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties.
Alternatief n.v.t. Z.189332/D.164537 7 van 13
Participatie Aangezien het een privaatrechtelijke overeenkomst betreft tussen de corporatie Ymere en de gemeente Weesp, waarin de borging van de investeringen van de corporaties volgens een landelijke model wordt vastgelegd, is participatie niet van toepassing.
Communicatie De huurdersverenigingen worden op de hoogte gebracht van de totstandkoming van de achtervangovereenkomst.
Duurzaamheid Ook duurzaamheidsinvesteringen bij woningen kunnen hiermee financieel geborgd worden.
Inkoopbeleid n.v.t.
Europese regelgeving n.v.t.
Z.189332/D.164537 8 van 13
RAADSVOORSTEL Registratienummer Onderwerp Portefeuillehouder Contactpersoon + tel.nr
Z.189332/D.164537 Wensen en bedenkingen achtervangovereenkomst WSW Dhr. J.M. Vos P.K. Heidecker Tel 06 1928 2021
Ter advisering naar commissie
SOB
Datum commissie
Ter besluitvorming naar raad
ja
Datum raad
14 september 2021 23 september 2021
Voorgesteld raadsbesluit: 1. Kennis te nemen van het besluit van het college op 24 augustus 2021 om voornemens te zijn (bijgevoegde) achtervangovereenkomst WSW aan te gaan. 2. Te verklaren dat de raad in de gelegenheid is gesteld haar wensen en bedenkingen over te brengen aan het college van burgemeester en wethouders over het voornemen als bedoeld in besluitpunt 1). .
Samenvatting Voor ligt een (geactualiseerde) achtervangovereenkomst WSW. Het WSW borgt leningen van woningcorporaties. Voordat het college beslist over het aangaan van deze overeenkomst, stelt zij de gemeenteraad in de gelegenheid om wensen en bedenkingen hierover te uiten.
Doel en resultaten Het WSW borgt leningen van woningcorporaties. Dat betekent dat wanneer een corporatie in financiële problemen verkeert, het WSW zorgt dat rente en aflossing van geborgde leningen van deze corporaties betaald worden. WSW doet dit in eerste instantie uit eigen kapitaal. Dat kapitaal kan worden aangevuld door extra kapitaal (obligolening) bij alle deelnemende corporaties op te halen. Pas wanneer dat onvoldoende is, komen de staat en gemeenten als achtervanger in beeld om renteloze leningen te verstrekken. Staat en gemeenten staan elk voor 50% in de achtervang bij het WSW (25% wordt verdeeld over alle gemeenten en 25% wordt toegerekend aan de gemeente die in de lening overeenkomst tussen de betreffende woningcorporatie en de financier is vermeld). Tot nu toe heeft WSW daar geen beroep op gedaan. Met WSW-borging kunnen corporaties goedkoper geld lenen waardoor investeringen in de sociale woningbouw (beter) haalbaar worden. De financiering van woningcorporaties en de daarmee samenhangende achtervang is van groot maatschappelijk belang in verband met de huisvesting voor huishoudens met lage inkomens.
Reden bespreking in de raad Artikel 169, lid 4 Gemeentewet. Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het Z.189332/D.164537 9 van 13
laatste geval neemt het college geen besluit dan, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Context en kaders Eind 2018 is WSW gestart met een Strategisch programma, om alle regelgeving rondom en van het WSW door te lichten. In december 2020 heeft de VNG ingestemd met de afronding van de afgesproken maatregelen en het overgaan tot implementatie. De VNG heeft per brief d.d. 6 november 2020 een voorstel gedaan aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor een nieuwe standaard achtervangovereenkomst, mede gebaseerd op een ledenraadpleging in juni 2020. De VNG heeft er voor gekozen om, gelet op de 30% van de gemeenten die tegen waren, de systematiek alleen voor nieuwe leningen in te voeren. Het WSW heeft deze voorstellen samen met een aantal wijzigingen als gevolg van het Strategisch programma van WSW verwerkt. Er is brede steun voor de nieuwe achtervangovereenkomst bij betrokken partijen. De overeenkomst is opgesteld door WSW en goedgekeurd door het Ministerie van BZK, de VNG, Aedes en de Deelnemersraad van WSW (de vertegenwoordiging van deelnemende corporaties). De nieuwe overeenkomst heeft betrekking op nieuwe leningen die corporaties aangaan, op herfinanciering van bestaande leningen en op de nieuwe obligolening. Voor bestaande leningen blijven de huidige achtervangovereenkomsten van toepassing.
Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben ons bij brief van 17 mei 2021 gevraagd om in te stemmen met een nieuwe achtervangovereenkomst. Verbeteringen De nieuwe overeenkomst bevat een aantal verbeteringen voor een robuuster stelsel en de positie van de gemeente als achtervanger. De belangrijkste verbeteringen worden hieronder kort toegelicht: 1. Een aangepaste verdeelsleutel voor de gemeentelijke achtervang, gebaseerd op de marktwaarde per gemeente van het bezit van elke corporatie. De nieuwe verdeelsleutel leidt tot meer solidariteit tussen de gemeenten, omdat het achtervangrisico wordt verdeeld over alle gemeenten waar een corporatie actief is en niet langer bij één gemeente. De nieuwe verdeelsleutel wordt jaarlijks geactualiseerd, dus veranderingen in de omvang en waarde van het bezit worden jaarlijks verwerkt. Die wijziging ziet alleen op toekomstige geborgde geldleningen en dus niet op al lopende geborgde geldleningen. Voor de bestaande leningen geldt vooralsnog de huidige achtervangovereenkomst met een verdeling zoals vastgelegd in de betreffende leningsovereenkomsten tussen corporaties en financiers. Dat in de nieuwe situatie gewerkt moet worden met twee achtervangovereenkomsten maakt de materie in geval van een aanspraak complexer.
Voor al bestaande/lopende leningen kan de gemeente Amsterdam in gesprek gaan met andere gemeenten en betrokken corporaties, om op basis van vrijwilligheid tot herverdeling van de achtervang te komen. De VNG heeft hiertoe opgeroepen. 2. De tweede laag van de achtervang – obligobijdrage vanuit de corporaties – wordt zekerder. Vanuit het strategisch programma WSW wijzigt de opzet voor obligo dat WSW kan heffen bij corporaties middels een leningsfaciliteit. Het nieuwe systeem versterkt de robuustheid van het stelsel met als voordeel voor gemeenten dat de obligobijdrage zekerder is, en het risico voor gemeenten daarmee afneemt aangesproken te worden voor het verstrekken van renteloze leningen. 3. De terugbetaling van renteloze leningen die (worst case) verstrekt worden aan het WSW Z.189332/D.164537 10 van 13
door de achtervangende gemeenten en de staat wordt beter geregeld. In de huidige achtervangovereenkomst is de terugbetaling van renteloze leningen, verstrekt door gemeenten aan WSW, in de praktijk niet goed geregeld. Het risico voor de gemeenten is dat ze hun renteloze leningen verstrekt aan WSW niet terugbetaald krijgen. In de nieuwe systematiek is een wijziging opgenomen die leidt tot eerdere terugbetaling van de renteloze geldleningen aan gemeenten en de staat. 4. De regels rond herfinanciering van bestaande geborgde leningen zijn aangescherpt. In de nieuwe achtervangovereenkomst staat een nieuwe definitie van herfinanciering. De nieuwe definitie en voorwaarden zorgen voor een voor gemeenten betere, duidelijkere en striktere afbakening van de herfinancieringsverplichting.
Lening- en garantiebeleid De nieuwe overeenkomst voldoet op twee punten niet aan het Amsterdamse en Weespers lening- en garantiebeleid gezien het geen mogelijkheid biedt de maximale omvang van de achtervang te limiteren en de achtervang voor onbepaalde tijd wordt gesloten (zonder einddatum). Met de huidige achtervangovereenkomst heeft de gemeente de mogelijkheid om zelf het maximale borgingsplafond en de looptijd van de overeenkomst vast te stellen. Dit gebeurt in overleg tussen gemeente Weesp en corporatie Ymere op basis van de financieringsbehoefte. In de nu voorliggende nieuwe overeenkomst is de limitering niet meer per afzonderlijke gemeente mogelijk, maar alleen in samenwerking met alle gemeenten, waar een corporatie actief is. Aangezien de negen corporaties in Amsterdam (op één na) actief zijn in meerdere gemeenten – of zelfs landelijk actief zijn – is een gezamenlijke afstemming zeer complex. Ymere is zowel in Weesp als Amsterdam actief. In het licht van de bestuurlijk fusie in 2022, waarbij de financiële verplichtingen door Amsterdam worden overgenomen ligt het voor de hand dat Weesp zich aansluiten bij de uitwerking, die de gemeente Amsterdam kiest. Uit navraag bij de Amsterdamse corporaties blijkt dat een aantal corporaties deze vorm van limitering onwerkbaar vinden.
Reden hiervoor is dat de afstemming voor enkele corporaties met veel gemeenten met verschillende standpunten plaats dient te vinden en een administratief en tijdrovend proces gevreesd wordt. Hierover zullen de komende periode gesprekken gevoerd worden om te kijken welke mogelijkheid wel werkbaar kan zijn. Hierbij zijn twee smaken mogelijk. De optie om op basis van de samenwerkingsafspraken tussen de gemeente Amsterdam en de corporaties te kijken naar de vertaling van de afgesproken prestaties in financieringsbehoefte en daarmee de omvang van de maximale Amsterdamse achtervangpositie voor de komende periode lijkt op dit moment het meest voor de hand liggend en effectief en wordt vervolgens onder beslispunt 2 nader toegelicht. Omdat de nieuwe standaard achtervangovereenkomst ook geen limitering kent in de tijd is er met deze nieuwe overeenkomst geen moment van verlenging meer. Nu dit straks niet meer mogelijk is, is er alleen nog de keuze om de overeenkomst op te zeggen. Indien we het contract opzeggen blijven we (in het nieuwe contract gelimiteerd voor 25 jaar) aan de lat staan voor de achtervang van bestaande leningen. Daarnaast is er dan een grote kans dat de corporaties rechtstreeks bij de gemeente garantieverzoeken zullen indienen.
In dat geval kan geen beroep gedaan worden op het zekerhedenstelsel van het WSW en wordt alleen gestaan voor de financiële verplichting zonder de solidariteit in het stelsel en de corporaties onderling, het vermogen van het WSW en de 50% achtervang van de staat. Dat de nieuwe overeenkomst op deze punten niet voldoet aan het gemeentelijke leningen garantiebeleid heeft Amsterdam kenbaar gemaakt aan de VNG. Daarbij is ook aangegeven dat het onwenselijk is om als gemeentegaranties af te geven waarbij geen/of alleen indirecte Z.189332/D.164537 11 van 13
sturing is op de financiële verplichtingen. De VNG heeft aangegeven geen andere oplossing te zien om nieuwe scheefheid in de achtervang te voorkomen doordat gemeenten op een gegeven moment niet meer/beperkt meedoen in de achtervang. Per saldo wegen, volgens ons, de verbeteringen van de nieuwe overeenkomst op tegen deze twee laatstgenoemde punten. Volkshuisvestelijk belang Gezien het bovenstaande is er een groot volkshuisvestelijk belang dat corporaties gebruik kunnen maken van de borging van het WSW. Zonder borging zijn de corporaties meer geld kwijt aan rente en risico opslagen en kunnen ze minder investeren in de volkshuisvestelijke opgaven. Voor de borging is het afsluiten van de nieuwe standaard achtervangovereenkomst voorwaardelijk.
Alternatieven voor oplossing en advies college Door de achtervangovereenkomst tussen gemeente en WSW is geen alternatief om goedkope financiering aan te trekken voor de uitvoering van de volkshuisvestelijke taak.
Betrokkenheid burgers en instellingen; burgerparticipatie n.v.t.
Financiële paragraaf De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties ten opzichte van de huidige achtervangovereenkomst. Er ontstaat een robuuster borgstelstel voor toekomstige projecten.
Uitvoering De wensen en bedenkingen van de raad wordt betrokken bij de besluitvorming door het college.
Terugkoppeling/evaluatie De contractuele verplichtingen gaan in 2022 over op de gemeente Amsterdam. Dit geldt ook voor deze overeenkomst. De monitoring en evaluatie zal doorgevoerd worden conform de afspraken tussen gemeente Amsterdam en de corporaties.
Communicatie Het betreft een private overeenkomst tussen gemeente en WSW, waarvan Ymere in kennis wordt gesteld.
Bijlagen Meegestuurd: Achtervangovereenkomst WSW/gemeente Nadere toelichting achtervangovereenkomst Brief WSW en VNG
Z.189332/D.164537 12 van 13
*Z0509B31CE2* Commissieadvies:
Raadsbesluit Onderwerp: Wensen en bedenkingen achtervangovereenkomst WSW Behoort bij het raadsvoorstel registratienummer Z.189332/D.164537 De raad van de gemeente Weesp; Gelezen het voorstel van het college d.d. 24 augustus 2021; Gezien (relevante wet- en regelgeving) BESLUIT: 1. Kennis te nemen van het besluit van het college op 24 augustus 2021 om voornemens te zijn (bijgevoegde) achtervangovereenkomst WSW aan te gaan. 2. Te verklaren dat de raad in de gelegenheid is gesteld haar wensen en bedenkingen over te brengen aan het college van burgemeester en wethouders over het voornemen als bedoeld in besluitpunt 1). Noot van de griffier: Dit besluit is genomen met de aantekening dat (toezegging, aanpassing, afspraak, nuancering van de argumenten e.d.) Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 23 september 2021; De raad voornoemd,
M. van Engelshoven, griffier Amendementen: Moties:
Z.189332/D.164537 13 van 13
B.J. van Bochove, voorzitter