PvdA - Antwoorden op vragen n.a.v. RIB 2022 20 - Bestuurlijk opdrachtgeverschap na bestuurlijke fusie
Tekst van het document
SCHRIFTELIJKE VRAGEN RAADS- EN COMMISSIELEDEN Datum indiening: 25 januari 2022
Indiener: S. Oostenrijk Fractie: Partij van de Arbeid
Type vraag: 0 Schriftelijke vraag ex artikel 40 Reglement van Orde 0 Technische vraag 0 Algemene (politieke) vraag
Vraag naar aanleiding van commissie SOB Agendapunt: RIB 2022/20 - Bestuurlijk opdrachtgeverschap projecten Weesp na bestuurlijke fusie Onderwerp: formele vorm van inspraak BC bij grotere projecten
Inleiding: In de desbetreffende raadsinformatiebrief wordt uiteengezet dat projecten boven de vijf miljoen (investering of opbrengst) en of complexe, risicovolle projecten het Amsterdamse college van B&W als bestuurlijk opdrachtgever krijgen i.p.v. het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie. Wel zal het DB in die gevallen gaan over vergunningen, toezicht en handhaving. Voor vijf projecten die reeds lopen, is al duidelijk dat ze het college als bestuurlijk opdrachtgever krijgen. Over wat dit betekent, heeft de PvdA-fractie een aantal vragen. Vragen: 1. Onderaan de eerste pagina staat dat de bestuurscommissie in beginsel de bestuurlijk opdrachtgever is, met als uitgangspunt “dat de taken en bevoegdheden alleen betrekking hebben op de uitvoering van de betreffende projecten?" De planning gaat vooraf aan de uitvoering (realisatie, handhaving, toezicht) en deze zin impliceert dan ook dat de BC überhaupt geen bevoegdheden heeft ten aanzien van de planningsfase. Klopt dit? Wat wordt bedoeld met dit uitgangspunt? ANTWOORD: Met de verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 worden grofweg de bestuurlijke verhoudingen tussen het stedelijk bestuur en de lokale besturen van de stadsdelen en het stadsgebied weergegeven.
Binnen deze bestuurlijke verhoudingen is de basis dat taken en bevoegdheden zoveel als (wettelijk) mogelijk is door het stedelijk bestuur aan het lokale bestuur worden gegeven om uit te voeren. Kortom het bestuurlijk opdrachtgeverschap ligt primair bij het lokale bestuur. Op deze basis werkwijze bestaan een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld in het geval wanneer het projecten betreft boven de 5 miljoen die tevens doorgaans complex van aard zijn. In dat geval ligt het bestuurlijk opdrachtgeverschap niet lokaal maar stedelijk. Het bestuurlijk opdrachtgeverschap brengt naast beslissingsbevoegdheid ook verantwoordelijkheden met betrekking tot het organiseren van de bestuurlijke verhoudingen. Kortom hoewel het bestuurlijk opdrachtgeverschap stedelijk kan liggen, neemt dit niet
weg dat er evengoed betrokkenheid is en/of afstemming met het lokale bestuur dient plaats te vinden en in deze bestuurlijke constellatie kan er invloed worden uitgeoefend. In reactie op de vraag is het antwoord dat de bestuurscommissie uiteraard wordt betrokken bij de voorbereiding en dus ook de planning (artikel 12 lid 1 en 2 van de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022). 2. Over de overheveling van een project van stadsgebied naar ‘stedelijk’ staat dat het orgaan dat bestuurlijk opdrachtgever is, “de voorbereidingsfase van het bestemmingsplan (waarschijnlijk na 1 juli 2022 het omgevingsplan) trekt.” Wat gebeurt er na de voorbereidingsfase? Wat betekent het voor de inspraak van de bestuurscommissie tijdens het planningsproces voor een project in Weesp of Driemond als het college van B&W daarvoor de bestuurlijk opdrachtgever is? ANTWOORD: In de bestemmingsplanprocedure zijn er qua bestuurlijk opdrachtgeverschap twee fasen te onderscheiden, namelijk de voorbereidingsfase en vaststellingsfase. Er is ook een beroepsfase maar die laten we hier voor het gemak buiten beschouwing. Als bijlage bij deze beantwoording is een ABC toegevoegd die een schematische weergave bevat van een bestemmingsplanprocedure. In de praktijk zullen er weinig tot geen verschillen zijn voor de participatie. 3.
Is er een formele rol voor het DB bij de gesprekken over en de vaststelling van bestemmingsplannen/omgevingsplannen en exploitatieplannen in het stadsgebied wanneer het DB niet de bestuurlijk opdrachtgever is? ANTWOORD: De wet staat het delegeren of mandateren van de bevoegdheid tot het vaststellen van een bestemmingsplan niet toe. Dit betekent dat de gemeenteraad die bevoegd is tot het vaststellen van bestemmingsplan deze niet kan overdragen naar een college of een bestuurscommissie. Dit is een gegeven. Binnen het bestuurlijk stelsel is het samenwerken tussen het stedelijk en lokaal bestuur uitgangspunt. Dat betekent dat in alles – dus ook bij het vaststellen van een bestemmingsplan – waar belangen van een stadsdeel of stadsgebied zijn betrokken, op verzoek van het college of burgemeester, een of meer leden van het dagelijks bestuur de behandeling van een collegevergadering kunnen bijwonen om zo het standpunt van het dagelijks bestuur toe te lichten. Voorgaande kan ook plaatsvinden via de staven waarin op verzoek van de wethouder een lid van het dagelijks bestuur aanwezig is bij de desbetreffende staf maar, ook op het niveau van een raadscommissie en gemeenteraad. Los van het voorgaande kan het dagelijks bestuur ook een advies uitbrengen welke bij de besluitvorming van het college dient te worden betrokken (artikel 13 van de Verordening). 4.
Heeft het bestuurlijk opdrachtgeverschap invloed op de manier waarop het participatieproces -een kerntaak voor de BC- wordt vormgegeven voor grote projecten (>5 mln.)? ANTWOORD: Het is juist dat een kerntaak van de bestuurscommissies is om de ogen& orenfunctie te vervullen en zo lokaal invulling te geven aan het participatieproces binnen de kaders die van toepassing zijn. Ook hier komt de samenwerking tussen het stedelijk en lokaal bestuur om de hoek kijken. Hoewel het stedelijk bestuur de bestuurlijk opdrachtgever kan zijn zal de uitoefening van de taken en bevoegdheden altijd met zich meebrengen dat er afstemming met en betrokkenheid van het lokale bestuur dient plaats te vinden. Conform artikel 39 in de Verordening treedt de bestuurscommissie in het stadsgebied Weesp op als verlengd lokaal bestuur van het college en zorgt binnen de stedelijke kaders voor participatie in het stadsgebied.
(antwoorden per vraag/onder de vraag s.v.p.)
Verwachte datum van afdoening: z.s.m., liefst nog voor de SOB-vergadering van 1 februari
Openbaar/niet openbaar