Printversie verslag
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE WZ VAN GEMEENTE WEESP d.d. 4 maart 2021
1.
Opening en mededelingen van de voorzitter De voorzitter: Het is 8 uur en ik heet alle leden van de commissie, het college en de toehoorders, en natuurlijk de ambtelijke ondersteuning, welkom bij deze commissie. Op donderdag 4 maart 2021. Dan kom ik bij de mededelingen. Er zijn geen mededelingen.
2.
Inspreekrecht voor burgers De voorzitter: Punt 2, het inspreekrecht voor de burgers. Daar heeft zich niemand aangemeld.
3.
Vaststelling agenda De voorzitter: Dan kom ik vervolgens bij de vaststelling van de agenda. Zijn er nog punten om vanuit de commissie? TER ADVISERING - geen ter advisering stukken De voorzitter: Nee, dan kom ik bij de punten ter advisering. Die zijn er deze cyclus niet. TER BESPREKING
4.
Uitvoeringsplan Sociaal Domein De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 4, ter bespreking, het uitvoeringsplan sociaal domein. In de commissie welzijn van 28 januari is gevraagd om dit stuk ter bespreking in deze commissie wel in te agenderen. En door meneer Renzenbrink is ook gevraagd om het RIB 2021-12, plan van aanpak eenzaamheid, hierbij te betrekken. Dus ik neem aan dat ik als eerste meneer Renzenbrink het woord kan geven. De heer Renzenbrink: Dat zou u kunnen. De voorzitter: Van het CDA. De heer Renzenbrink: Maar meneer Renzenbrink zit een klein beetje met een probleem. Ik heb daar inderdaad om gevraagd, we hebben die RIB van het uitvoeringsprogramma. We hebben het RIB over het plan van aanpak van eenzaamheid. Maar als ik dat gewoon zit te bestuderen, dan denk ik: ja, het is allemaal hartstikke mooi, het zijn niet verkeerde plannen allemaal. Maar in de huidige situatie, wat komt ervan terecht? En dat bedoel ik absoluut niet verwijtend, maar het is alleen constaterend van: wat kunnen we daar verder mee? Als we dit vaststellen, want ik ben bang, of misschien dat bang niet het juiste woord is, maar ik verwacht eigenlijk gewoon dat we nog wel wat zaken bij moeten gaan stellen en aan moeten gaan passen. En dat de wereld zeg maar als zeg maar zo meteen die samenleving zeker op dit terrein ook weer op gang gaat komen, dat er gewoon aanpassingen moeten komen.
Dus ik vind het zo lastig eigenlijk om er dan wat van te vinden. En aan de andere kant, de realiteit is ook de realiteit. Dus ik heb daar eens even over na zitten denken van: wat moet ik daar nou verder mee en wat kunnen we daarmee? Even ook bestuurlijk gezien, vanuit onze bestuurlijke rol. Eigenlijk zou ik willen vragen, we zitten elke keer van: we moeten op korte termijn repareren, we moeten
gewoon aanpassen en we moeten gaan investeren. Dat investeren is veel later, want dan is het Amsterdam om het zo maar te noemen. Maar we hebben natuurlijk de komende maanden nog een aantal zaken, A, te repareren, en B, gewoon zeg maar aan te passen. Is het misschien goed om gewoon toch een stukje voorgang te houden als zo meteen er weer beweging gaat komen in die samenleving? Want een aantal dingen gebeuren nu en terecht, of noodzakelijk, absoluut. Maar ja, er komen geheid, het lijkt me sterk dat we gewoon helemaal niets gaan aanpassen of sommige dingen niet gaan doen. Dus ik zit meer of het een reële vraag is, ik stel hem echt even heel open, of wij bij wijze van spreken in de cyclus van september bij wijze van spreken een update kunnen krijgen van al die punten die erin genoemd worden van hoe eigenlijk de vlag er nu voor staat. En voor die tijd misschien mondeling vanuit het college wat toelichting op een aantal aspecten, wat er nu wel of niet mogelijk is. Want het is niet alleen een kwestie van niet willen of niet kunnen, maar het zal ook heel sterk afhankelijk zijn van wat mogelijk is en wat ook andere stakeholders kunnen leveren. Dus eigenlijk, dat is een beetje een open vraag ook richting het college, ik denk dat we op die manier het meest nuttige eigenlijk misschien wel met gewoon dit uitvoeringsprogramma en ook dat plan van aanpak van die eenzaamheid.
Dus ons bijhouden, ons bijpraten, en via ons eigenlijk ook gewoon Weesp en de samenleving van Weesp bijpraten. En op die manier daar weer zicht op krijgen. Dat is een beetje de insteek die ik in eerste instantie in de eerste termijn even wil maken, met een open vraag aan het college. De voorzitter: Uitstekend, dank u wel, meneer Renzenbrink. Dan ga ik verder, want mijnheer Elderenbosch van D66 wil ook iets daarover zeggen. Uw microfoon. De heer Elderenbosch: Dank u wel. Overkomt me niet vaak meer. Ik heb twee iets meer gesloten vragen, of iets meer op detailniveau. Op pagina 7 staat bij punt 5 gaat over leerlingenvervoer. En daar staat dat Weesp mogelijk niet aansluit. Hoe zit dat nu precies? Want volgens mij is er als raad ingestemd om aan te sluiten bij de Gooi en Vecht? En nu gaat dat mogelijk toch niet gebeuren. En wat betekent dat bijvoorbeeld voor de investeringskosten die Weesp wel heeft gedaan? De tweede vraag, dat gaat over pagina 9.3, dat gaat over de projectaanpak multi probleem gezinnen. Ik ben benieuwd, kan de wethouder daar iets meer over vertellen? Want ik had juist het idee dat het sociale wijkteam er voor deze taak was. En vanwaar dan deze pilot? Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel, meneer Elderenbosch van D66. Dan kom ik bij mevrouw Ogier van GroenLinks. Mevrouw Ogier: Dank u wel, voorzitter. Ik had ook een aantal vragen.
De eerste gaat over de regionale bestuursopdracht. Er wordt gesteld dat er landelijk en regionaal is de vraag naar ondersteuning neemt toe. In de bestuursopdracht wordt er gesproken over een besparing, de bestuursopdracht vanuit de regio Gooi en Vecht. Ik vroeg me af over welke periode deze bestuursopdracht precies gaat. En speelt ditzelfde ook in Amsterdam? Dus hoe hangt zo meteen de vlag in Amsterdam erbij? De tweede gaat over cliëntondersteuning. Ik vroeg me af hoe dat in de overgang naar Amsterdam gaat. Blijft Mee dat bijvoorbeeld doen? Ik zit een beetje met mijn devices, dus ik moet eventjes zoeken. En o ja, dat is meer als opmerking. Ik zag dat er inderdaad toch gewerkt gaat worden aan een lokaal preventieakkoord. Dat lijkt me heel belangrijk, zeker ook om dat mee te nemen in de lokale gezondheidsnota van Amsterdam. Zodat straks ook het gebied Weesp hier, dat dat verrijkt wordt met Weesp. En bij de Tomingroep, ik vroeg me af wat die tweede actie inhoudt die daar staat. Dat gaat over advisering over de toekomstvisie Tomin. Maar goed, volgens mij gaan wij daar uit. Dus ik vroeg me af wat we daar precies gaan doen. En ik vroeg me af of daar ook iets te melden is over de overgang. Want volgens mij gaan we dan naar Pantar, in Amsterdam, of daar iets over te melden valt. Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Ogier.
Dan ga ik naar mevrouw Van Dalen van de VVD.
Mevrouw Van Dalen: Ja, dank u wel. Een aantal vragen zijn al gesteld. Ik beperk me eigenlijk tot de vraag, opmerking, dat er inderdaad in RIB 2021-46 staat dat corona ervoor zorgt dat er dingen kunnen veranderen en dat het college geen glazen bol heeft. Daar hebben wij natuurlijk respect voor. Er staat dat u heel warm contact heeft met allerlei netwerkpartners. Er staat dat u ook een update gaat geven, maar ik ga het toch maar even vragen: hoe gaat het contact en hoe gaan die projecten? Daar zijn wij gewoon heel benieuwd naar hoe het nu loopt. De voorzitter: Uitstekend. Dank u wel, mevrouw Van Dalen. Dan kom ik bij mijnheer Bierwolf van de WSP, de Weespse Stadspartij. De heer Bierwolf: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, voorzitter, ik heb ook twee vragen. Een gaat over bladzijde 8 en over punt 7. Daar staat een kolommetje over dat iets niet haalbaar is. En dan gaat het over de bezuinigingen die op de jeugdzorg gedaan worden. En dan zie ik op een gegeven moment dat de invloed van de uitvoerbaarheid te maken heeft met het samengaan van Amsterdam. En dat heeft dus invloed op het besparingsprogramma. Mijn vraag is dus dan ook: in hoeverre heeft dat invloed en wat betekent dat concreet? En dan heb ik nog vragen over bladzijde 12 bij actiepunt 3. Daar wordt gepromoot over maatschappelijke diensttijd. En dat gaat over de jeugd.
En ik ben wezen Googlen op die pagina, maar nergens staat over welke leeftijden we het dan hebben. Dus vanaf welke leeftijd tot welke leeftijd is dit programma bruikbaar? Daar ben ik echt benieuwd naar, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Bierwolf. En dan kom ik ten slotte bij de PvdA, bij meneer Keesman. De heer Keesman: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, ik sluit me wel een beetje aan bij meneer Renzenbrink, ook al begreep ik niet helemaal waar hij heen wilde. Maar ja, al met al is het wel een beetje zorgelijk. Een zorgelijk gebouw zeg maar, het uitvoeringsprogramma. Want laten we wel wezen, sowieso hebben we al hele lastige omstandigheden. Je zou bijvoorbeeld op het gebied van eenzaamheid kunnen zeggen dat de eenzaamheid neemt toe. Over de andere kant heeft de corona ons gedeeltelijk de middelen uit handen geslagen om daar iets aan te doen. Dat is sowieso al heel zorgelijk natuurlijk. Maar een ander zorgpunt is dat de overgang naar Amsterdam, dat brengt natuurlijk met zich mee veel veranderingen in ieder geval met zich mee. Misschien ook wat verminderde capaciteit om goed uitvoering te geven aan de sociale plannen. Dus ja, wel een vermeerderde behoefte om het ook goed te monitoren wat er dan werkelijk nog gebeurt. Af en toe staat er ook, ik geloof dat het al genoemd werd, af en toe staat er niet haalbaar.
Wat betekent dat eigenlijk? Dan staat er een kopje boven: niet haalbaar. Het lijkt net alsof dat in het ambtelijk proces nog even is blijven staan. Maar ja, misschien betekent het toch wel dat Weesp de menskracht niet heeft om dit te realiseren, of de middelen of wat dan ook. Graag daar wat klaarheid in. Ja, dan wat specifieke vragen. Bladzijde 6, kortdurend multidisciplinair verblijf. De boodschap daarover is wat tegenstrijdig. Want aan de ene kant staat er: er is weinig vraag naar kortdurend multidisciplinair verblijf. Nou, dat is dan een gegeven. En aan de andere kant wordt er dan opgemerkt: moeten vraag en aanbod beter met elkaar in balans worden gebracht. Ja, als je dat eerste letterlijk neemt, dan zou je bijna concluderen dat er teveel aanbod is en dat het aanbod naar beneden moet omdat er te weinig vraag is. Maar goed, dat zal ongetwijfeld niet zo zijn, maar toch even wat uitleg daar graag. Dan ja, meneer Bierwolf heeft het net ook al genoemd, de regionale bestuursopdracht jeugd en Wmo. Ook daar staat dat kopje niet haalbaar boven. Als dat betekent dat het voor Weesp niet haalbaar is om aan die studie mee te doen en dat dat dus ook geen gevolgen zal hebben in Weesp, dan zijn wij alleen maar blij. Dus misschien kan de wethouder ons daar heel blij maken. En ja, dan bladzij 12, het project perspectief voor jeugd met maatschappelijke diensttijd.
Ik moet u eerlijk zeggen: ik weet gewoon niet zo goed wat dat is. Dus als de wethouder dat nog eventjes goed zou kunnen uitleggen, dan graag. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, meneer Keesman. Dan zijn alle fracties geweest, dan geef ik graag het woord aan de wethouder. Wethouder Heijstee. Mevrouw Heijstee: Ja, dank u wel. Goedenavond allemaal. U hoort mij? De voorzitter: Ja, zeker. Mevrouw Heijstee: Ik begin eventjes met de vragen van meneer Renzenbrink en meneer Keesman over eigenlijk de status van het plan. Want u geeft aan van, mijnheer Keesman zegt: er ligt een zorgelijk gebouw. Meer in de inhoud van: er is veel te doen met elkaar, veronderstel ik. En meneer Renzenbrink zegt ook: er spelen ook andere zaken. En dan hebben we het over de coronaperiode, coronatijd. Wat we wel gedaan hebben, en dat is ook meteen even de relatie met het woordje niet haalbaar. Dit is wel een realistisch plan. Dus juist in de voorbereiding met de ambtenaren hebben we gekeken: wat is nog uitvoerbaar in 2021? En daar hebben we uiteraard, dat staat ook in het stuk, het coalitieprogramma, de begroting, het beleidsplan, allemaal als uitgangspunten neergelegd. Dus wat u voorligt is ook ambtelijk gezegd van: hier gaan we voor en dit kunnen we met elkaar organiseren. Eis en weder dienende uiteraard. En je zit in het plan dat er zaken zijn die te maken hebben met de overgang naar Amsterdam. En je ziet dat er gewoon ook nog acties liggen die we dit jaar gaan realiseren. Dus het is wel in onze beleving een realistisch plan.
En ik kan me voorstellen dat u daar graag over gemonitord blijft hebben in de volgende cyclus. Overigens ook de monitor sociaal domein weer zeg maar, die gaat dan wel over de tweede helft van 2020. Dat is ook een middel voor u denk ik waar je ook relaties ziet met projecten uit dit plan. Maar ik kan me zeker voorstellen dat ik u misschien wel vaker, of dat we gewoon in de cyclus misschien, niet zo zeer door een RIB, maar dat ik u wat meer bijpraat over eigenlijk het sociaal domein in de commissie welzijn. Omdat we echt in een belangrijk jaar zitten. Dus dat is even de status van het plan. Dan ga ik even de concrete vragen die zijn gesteld. Mijnheer Elderenbosch van D66 vraagt naar het leerlingenvervoer. Nou, dat klopt. Ik ga u daar nog over informeren. Wat we vorig jaar hebben afgesproken in het kader van de inbesteding van het doelgroepenvervoer is dat wij een DVO zouden afsluiten, dat hebben we ook gedaan, voor het Wmo, taxi, het leerlingenvoer en mogelijk ook het dagbestedingsvervoer. Vanuit het leerlingenvervoer is ambtelijk geadviseerd eind vorig jaar: denk er nou wel goed over na dat je de leerlingen niet te vaak laat veranderen van vervoerder. Dat heeft ook te maken toch met een groep leerlingen die kwetsbaar is, die een vast chauffeur willen hebben.
Dus in dat licht hebben wij, wordt er nu gekeken: is het nog goed om nog een DVO af te sluiten voor zeg maar voor een jaar, via de regio. Of zou je niet al bij de vervoerder van Amsterdam kunnen aansluiten? Maar ik ga u daar uiteraard over informeren. Dus dat is wat u daar over leest. En u vroeg ook naar de pilot, de pilot van volgens mij de multi-problematiek bij gezinnen. Uiteraard is dit complementair aan wat het wijkteam doet. Dat staat er ook bij, er komt dan een zorgaanbieder in plaats van meerdere zorgaanbieders. Dus sowieso een uitgerukt vanuit het wijkteam. Maar ook maar een zorgaanbieder die eigenlijk die andere, ja, het is geen onder aannemerschap, maar die andere eigenlijk buiten zicht van het gezin houdt waar veel aan de hand is. En daar loopt nu de pilot. Dat is complementair aan wat het wijkteam doet. U heeft ook, verschillende mensen hebben gevraagd naar de bestuursopdracht. En misschien goed om daar even over u te informeren. Daar komt trouwens volgende week een raadsinformatiebrief over. De regio heeft een bestuursopdracht geformuleerd die te maken heeft met eigenlijk de kostenbeheersing in het sociaal domein. En daar zijn een aantal maatregelen in bedacht, samen met de regio, die een tijdsspan hebben verder dan 2022. Dat zijn maatregelen, ja, op het gebied van jeugdzorg, Wmo, dat gaat over heel divers, maar daar informeer ik u nog over.
En waarvan wij gezegd hebben, en die zin is niet haalbaar, ik kan me voorstellen dat dat wat anders kan worden uitgelegd, is in die zin: wij doen hier niet in mee, omdat een aantal van die maatregelen een tijdsspan hebben na 2022. Dat wil niet zeggen, en dat zult u ook lezen in die raadsinformatiebrief, dat wij niet beseffen dat we ook aan
kostenbeheersing moeten doen. Dus dat heeft bijvoorbeeld te maken met de uitvoering en daar gaan wij u over informeren. Alleen wij doen als Weesp in dat regionale proces dus het eigenlijk net even op een andere manier mee. De andere gemeenten hebben ook deze bestuursopdracht en die vragen allemaal een zienswijzeprocedure aan de raad. Dus misschien wel goed om te weten, dat loopt nu in een andere gemeente in de regio Gooi- en Vechtstreek. Maar u krijgt daarover dus een aparte raadsinformatiebrief. Mevrouw Ogier vroeg ook naar de cliëntondersteuning. Dat gaat uiteraard ook over naar Amsterdam. Dat is veel breder ook nog in Amsterdam. Mee zit trouwens ook in Amsterdam, dus dat nemen wij en daar gaan we het straks volgens mij ook nog over hebben met elkaar. In het plan van aanpak is eigenlijk het onderdeel ook van een stukje sociale basis mee naar Amsterdam. En u had ook nog een derde vraag, die ben ik dus even kwijt. Excuus, misschien kunt u straks die nog een keer zeggen. En de vierde vraag van u ging over de Tomin van: waarom zouden wij in Weesp, ja hoe zeg je dat, mee moeten denken over de toekomst van het Tomin? Nou, wat wij gezegd hebben, want wij zijn nog steeds deelnemer in de GR, in het bestuur. Zo lang wij nog participeren denken wij ook mee over de toekomst van Tomin.
Maar ons belang zeg maar, daar bent u ook over geïnformeerd, is natuurlijk om de mensen die nu werken bij Tomin, om die een warme overdracht te geven. Daar focussen wij ons nu heel erg op, maar tegelijkertijd participeren wij net zoals in de regio nog in de Tomin en praten wij dus ook mee over de toekomstvisie. Dus in die zin, kunt u daar mogelijk nog dit jaar dan nog misschien zelfs een besluit over verwachten, waarin u dan net zoals wij enige terughoudendheid zult zien. Maar wij zijn dus formeel daar nog wel in als participant aanwezig. Mijnheer Bierwolf van de WSP vroeg ook naar de bestuursopdracht. Dus ik heb dat toegelicht, ik hoop dat dat voldoende is, hoe u de bestuursopdracht moet lezen. En u vroeg net als meneer Keesman naar de maatschappelijke diensttijd. Dat is wel een mooi project. De leeftijd is van 14 tot en met 27, en dat is eigenlijk dat jongeren in die leeftijd ergens kunnen gaan werken in een maatschappelijke organisatie of in een maatschappelijke winkel. Waarbij ze dan ook begeleid worden om meerdere kansen aangeboden te krijgen. Dus daar krijg ik zelfs nu nog een hele uitgebreide app over, terwijl ik met u praat.
Maar dat weet ik niet of u daar nog interesse in hebt, maar dat kan ik eventueel later … Zal ik dat voorlezen? Wat het eigenlijk is, is dat jongeren iets doen voor een ander of aan de samenleving, werken aan talentontwikkeling en er is sprake van ontmoeting binnen de geldende RIVMrichtlijnen. In een kortlopend programma krijgen jongeren een training om hun talenten te onderzoeken en zullen ze maatschappelijke stage lopen die aansluit bij hun talenten en interesses. En ze krijgen daarbij ook steun van de coördinator van de vrijwilligerscentrale. En ze worden ook gecoacht en begeleid, zodat zij ook weer een volgende groep jongeren kunnen begeleiden. En jongeren treden dus op als betaalde peer coaches, noemen ze dat dan, wat motiverend werkt en onderlinge betrokkenheid nog verder versterkt. En dit programma is voor 40 jongeren kunnen we dat beschikbaar maken in deze. De voorzitter: Dank u wel, meneer Bierwolf wil even interrumperen volgens mij. Mijnheer Bierwolf van de WSP, microfoon graag. De heer Bierwolf: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil graag weten: hoe wordt dit gepromoot? Hoe wordt dit onder de aandacht gebracht? Want het lijkt mij ook inderdaad een zeer waardevol programma, maar ik had er voor die tijd nog niet van gehoord, terwijl ik ook bij een school betrokken ben. Maar ik ken dit verhaal nog niet.
Dus ik zou zeggen: het promoten van dit lijkt me toch wel nu wel 1 om mee te beginnen. Dank u wel. Mevrouw Heijstee: Ja, dat klopt. En het is ook vers van de pers, zeg maar. Dus wij gaan hier ook mee de boel op. Dus dat zal zeker via de partners, en Versa is hier ook heel nauw bij betrokken, maar ook zeker in samenwerking met de scholen. Die mogelijk ook weer jongeren hebben die hier weer geïnteresseerd in kunnen zijn. Dan heb ik nog volgens mij een vraag van meneer Keesman. Dat ging over het kortdurend multidisciplinair verblijf. Het klopt dat er aanbod is, maar wat we eigenlijk constateren is dat het aanbod niet
altijd passend is. Dus we hebben aanbod, maar we gaan vooral op zoek naar de vraag: waarom is dat aanbod niet, dus mogelijk moet er een ander aanbod komen. Ik weet niet of dat voldoende antwoord is op uw vraag. De voorzitter: Heeft u alle vragen beantwoord? Mevrouw Heijstee: Ja, ik denk het wel. Het blijft gek hoor, zo achter je scherm met u te vergaderen. De voorzitter: Alleen mevrouw Ogier had nog een vraag. Mevrouw Heijstee: Ja, de derde vraag van mevrouw Ogier, die ben ik kwijt. De voorzitter: Mevrouw Ogier van GroenLinks nog even. Mevrouw Ogier: Dat was geen vraag, dat was alleen een opmerking over het lokaal provincieakkoord. Ik moest hem ook even opzoeken. Maar ik heb nog wel een andere vraag. Zijn wij dan in de tweede termijn beland? De voorzitter: Ik weet niet of de wethouder haar vragen allemaal beantwoord heeft volgens haar inzicht. Mevrouw Heijstee: Ja, volgens mij wel, voorzitter. De voorzitter: Dan geef ik voor de tweede termijn mevrouw Ogier het woord van GroenLinks. Mevrouw Ogier: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had nog een vraag over dat plan van aanpak eenzaamheid. En daar staat ook iets over jongeren in. Met name dus dat er onder jongeren eigenlijk niet duidelijk is in welke mate ervaren jongeren eenzaamheid. En juist nu ook in deze tijd, coronatijd, lijkt me dat toch ook wel heel belangrijk om daar iets meer inzicht in te krijgen.
Ik vroeg me af of daar, nou, staat daar een onderzoek op stapel of kunnen we daar op een of andere manier wat meer gevoel bij krijgen hoe dat gaat met die jongeren in Weesp. De voorzitter: Ja, ik ga even kijken of er meer vragen zijn, als u het goed vindt, in de tweede termijn. Zijn er verder nog vragen aan de wethouder in de tweede termijn? Mijnheer Renzenbrink. De heer Renzenbrink: Ja, nou vragen, volgens mij is het niet alleen een vragenuurtje, maar volgens mij kunnen we ook gewoon … De voorzitter: Ja, los discussiëren. De heer Renzenbrink: Op zich, het gaat er mij om, dat is een beetje in de eerste termijn al aangegeven, van wat de wethouder ook zei: we hebben gewoon een aantal acties lopen die gewoon, dat werd al aangegeven. De wethouder geeft aan: we hebben geprobeerd zo veel mogelijk rekening te houden met de realiteit en wat kunnen we aan of wat kunnen we niet aan. Maar er zitten een aantal zaken in waar we gewoon van uit kunnen gaan. We hebben natuurlijk twee zaken lopen nu, twee sporen die de boel allemaal verstoren. Dat is A, gewoon de hele coronasituatie. Alles wat genoemd wordt in de plannen, ook in het plan van eenzaamheid zeg maar, dat zeg maar de gewone menselijke contacten en ook het voorbeeld wat u gaf met die jongeren, dat kan wel corona-proof zijn, maar dat is altijd de maatschappelijke dienstplicht is toch in altijd in ieder geval anders.
Want dat heeft gewoon effecten, dat is gewoon denk ik iets wat er gewoon is. Dus hoe krijgen we nou zeg maar daar een beetje beeld op? Want we hebben een aantal mooie woorden, maar hoe krijgen we het zo meteen nog heel praktisch geredeneerd? Een beetje ook aanvullend wat we gister, de commissie AZM is ook
zeg maar de coronabrieven van het college aan de orde geweest en daar hebben we ook gesproken. Nou GroenLinks had wel wat vragen ook over scenario’s. Die hadden wij ook al wat eerder gesteld. Ik heb het altijd zo genoemd: we moeten de samenleving weer gaan herstarten, om het zo maar even te noemen. Dat klinkt misschien iets te dramatisch, want er zijn heel veel mensen die heel veel dingen doen nu ook al, maar het moet gewoon anders. En het is anders dat het gewoon is. Hebben we er zo meteen geld voor, dat is een ding. Komt ook zo meteen met een aanpassing in het sociaal domein in zeg maar het noodbudget van corona, en wordt dat meegenomen? En niet alleen zeg maar dat terrassenprecario, om het maar even als voorbeeld aan te geven. Want ook dit moet zo meteen ook de sociale wijkteams, die ook genoemd worden hier in de plannen, we hebben daar ook gewoon extra geld voor. En hoe staan we er werkelijk voor? Want het tweede spoor wat we hebben is dat we gewoon natuurlijk ook aan het omschakelen zijn, dat we 1 januari gewoon weer heel veel dingen gewoon naar Amsterdam zijn. Dus dat loopt ook een beetje door elkaar heen. En we hebben de toezegging volgens mij nog steeds, of ik heb het verkeerd begrepen, dat wij toch een soort overzicht krijgen rond de zomer van hoe een aantal heel praktisch zeg maar van het een naar het ander gaan.
Zodat je ook gewoon dat Weespers er ook zicht op gaan krijgen, dat wij er zicht op hebben, dat we daar wat aan kunnen doen. Eventueel met maatschappelijke instanties. En aan de andere kant is het ook zo, de langere termijn zaken, dat kwam gisteren ook aan de orde natuurlijk, is na 1 januari is het gewoon: zie Amsterdam wat ze daar aan het doen zijn, want dan zijn we gewoon Amsterdam. Maar goed, we hebben natuurlijk ook, zeker ook als CDA hoort u die kreet wel eens meer, dan wordt het: doorstarten, repareren en investeren. Maar het doorstarten, daar zijn wij natuurlijk nog voor. Repareren een stapje, maar dat zal ook misschien al langere termijn worden. Dus vandaar dat ik elke keer zoek van: wat doen we nu en wat kunnen we doen en wat moeten wij daar nog op aanpassen? Moeten we daar middelen voor beschikbaar stellen? Moeten we gewoon een bepaalde rol spelen bij het enthousiasmeren weer van mensen of zo? En zeker in die vrijwilligershoek en die sociale contacten, ja, daar liggen natuurlijk een heleboel dingen anders. En dat is bij jongeren en bij ouderen.
Het is helemaal niet dat ik alleen besef van: de ouderen zitten ineens, wat mevrouw Ogier ook aangeeft, en we hebben ook nog een keer dat effect nog een keer dat een heleboel dingen die er afgesproken zijn, die gezegd worden zeker in het sociaal domein van dat de wethouders, zeker wethouder Miner een aantal keer heeft gezegd: nou, daar ga ik persoonlijk op toezien. Ja, dat er persoonlijk op toezien, dat is dus weg. Dus daar hebben we ook weer gewoon een verstorende factor zeg maar in het totale proces. Dus vandaar dat ik zoek naar een weg: hoe krijgen we daar meer grip op, toch wat pragmatischer grip op? En dat het goed gaat. Want we kunnen een hartstikke mooi plan hebben, maar onze inwoners hebben er alleen maar belang bij als het ook gewoon in praktische zin gewoon goed blijft lopen. En dat is lastig genoeg hoor, dat besef ik heel erg goed. Vandaar dat ik wat voorzichtig ben in mijn stellingname. Maar ik verwacht toch wel dat we daar aandacht voor en stappen voor. Dus eigenlijk misschien heel simplistisch, wat er hier allemaal staat, als je gewoon een voortgang hebt van: nou, dat is er gerealiseerd of dat kan niet of dat moet anders. Dan kun je ook gewoon met andere mensen daar ook inzicht in geven. En als wij het begrijpen, dan begrijpt heel Weesp het in ieder geval allang natuurlijk. Dus vandaar, dat is een beetje denk ik ook in deze situatie onze rol, zoals ik hem zie.
Vandaar ook mijn inbreng op deze manier. De voorzitter: Dank u wel, meneer Renzenbrink. Zijn er verder nog fracties die nog wat hierover willen zeggen? Dan kom ik bij de wethouder als reactie op mevrouw Ogier en meneer Renzenbrink. Mevrouw Heijstee: Ja, dan begin ik even bij de concrete vragen van mevrouw Ogier. Dat ging inderdaad over jongeren. Ik had u dat bij de terugkoppeling willen geven. Er zijn eigenlijk twee zaken. We hebben volgende week gaan wij een jongerendialoog organiseren. Daar zitten ook facetten van jeugd en gezin bij maatschappelijk werk en ook het jongerenwerk zelf. Daar zit ook de burgemeester trouwens bij, en dat zijn een aantal jongeren tussen 14 en 23 jaar. En daar willen we het gaan hebben over: wat zijn nou de gevolgen
voor corona? Wat zijn nou de uitdagingen waar je tegenaan loopt? En ook te horen: wat voor impact is het? En hoe kunnen wij als gemeente, hoe zie je dat, hoe kunnen wij daarin ondersteunen. Dat gaan we specifiek met die jongeren doen. En dan gaan we dat ook gebruiken voor een bijeenkomst eind maart. En dat is samen met GGD en verse Welza. En dat zijn dan allemaal partners, ik heb dat volgens mij gisteren ook gezegd bij de commissie AZM: formeel en informele partners, om dat gesprek dan ook verder te voeren. Ik hoop dat daar dan ook acties uitkomen die voor die middellange termijn, waar we het gister ook over hadden. Want u zei dat wel heel mooi: doorstart, repareren en de derde ben ik even kwijt. Maar die je juist op die middellange termijn, dat zei meneer Renzenbrink trouwens, weer kunt gebruiken. Verder is het ook wel heel mooi om nog even te benoemen is dat wij in het kader van de soepele overgang naar volwassenheid, dat is het plan 18/18+. Daar hebben wij een vragenlijst uitgezet onder jongeren. En ik moet eerlijk zeggen: men kreeg wel een eis-bon, maar hij is 70 keer ingevuld. Nou, ik vind dat echt wel heel mooi. En dat is ook een analyse, dat gaat dus heel erg meer over zorg. En daar zijn ook hele goede signalen.
En bijvoorbeeld een heel belangrijk signaal, en wat volgens mij heel simpel op te lossen is, is dat zij vaak vinden dat de informatie onduidelijk is en dat het versnipperd is. Dus ja, dan zou je al denken van: de zorg naar een platform of een duidelijk punt waar de jongeren naartoe kunnen. Dus op die manier halen we informatie signalen naar boven waar we ook acties op gaan ondernemen. En dan ga ik even naar meneer Renzenbrink toe. Ik wil nog even reageren, u zei van: ja, de vorige wethouder zou persoonlijk er op toezien. Nou, u mag het college daar op aanspreken. Dus in die zin als er zaken zijn toegezegd, dan zullen wij dat ook als college erop toezien dat dat geregeld wordt. En wat u eigenlijk zegt, daar hebben we het gisteren volgens mij uitgebreid in de commissie AZM over gehad. U heeft enerzijds behoefte aan inzicht in middelen, welke extra middelen zijn er nodig om de samenleving eigenlijk op orde te houden. En u stelt terecht de vraag: moet je niet meer investeren bijvoorbeeld in ons sociaal wijkteam of onze consulenten? Gaat daar de vraag niet enorm stijgen? En daar zijn we natuurlijk ook mee bezig. Daar houden we ook de vinger aan de pols. En als daar extra middelen nodig zijn, dan kom ik ook naar u toe. Of als dat niet op een andere manier gedekt zou worden. Dus wij zijn in die zin ons heel erg van bewust van middelen die eventueel noodzakelijk zijn.
En we hebben gisteren volgens mij daar wel een afspraak over gemaakt over hoe wij u daarover gaan informeren. Toevallig zit de wethouder financiën zat er gisteren niet bij, die zit er nu wel bij. Dus dan, ik weet niet of hij daar nog even op zou willen reageren. Maar nou ja, ik herken wat meneer Renzenbrink zegt, we hebben het er gisteren over gehad. En volgens mij moeten we het gesprek ook blijven voeren. En ik vind het ook belangrijk dat u ook aangeeft, meneer Renzenbrink, van: wat is nou onze rol? Misschien zegt u wel van: ik wil ook deelnemer zijn aan bijvoorbeeld zo’n gesprek. Of, ik zit nu hardop te denken: ik wil daar ook als raad een dialoog voeren of ik wil een rol krijgen in een maatschappelijke alliantie waar we gisteren over spraken. Het is goed om daar met elkaar het gesprek over te voeren. Ik denk dat u daarover met elkaar dan het gesprek moet voeren, wat uw rol daarbij zou kunnen zijn. Voorzitter, volgens mij had ik daarmee beide sprekers beantwoord. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij wil meneer Renzenbrink hier nog even op reageren. Ik zie nog een handje bij meneer Renzenbrink van het CDA. De heer Renzenbrink: Ik wil heel kort even reageren. Ik ben blij met wat de wethouder zegt, en daar gaat het ook verder niet om. En inderdaad van: wat is onze rol? Want nogmaals, ik heb gisteravond ook gezegd: de beste stuurlui staan dan toch al aan de wal.
En als we daar ook nog eens een keer naast gaan staan, dan moeten we ook oppassen dat we dan gewoon dat proces niet in de weg lopen. Dus het is een beetje zoeken, in ieder geval tenminste voor mij persoonlijk vind ik dat gewoon. Misschien meer raadsleden van: we weten het ook allemaal niet het beste natuurlijk. Maar we moeten wel zorgen dat we daar misschien bijstaan. Maar wat ik eigenlijk wilde zeggen. A, u zei: die persoonlijke aandacht van de wethouder, dat neemt een college over. Ik heb niet gezegd dat dat niet gebeurt, alleen je weet wel dat het een verstorende factor is. Want de
wethouder was er persoonlijk bij en niet u of een nieuwe collega of de nieuwe wethouder. Dus dat verstoort in ieder geval, dat is wel een risico extra in dat soort processen. En dat was mijn opmerking. En mijn laatste opmerking, u had het over doorstarten, repareren en investeren. Dat is het rijtje. En misschien als u kijkt naar het verkiezingsprogramma van het CDA, van meneer Hoekstra of zo, dan komt u die kreten wat vaker tegen. Maar dat is even terzijde, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Renzenbrink, voor uw praatje. Mevrouw de wethouder Heijstee. Mevrouw Heijstee: Nee. De voorzitter: Uitstekend. Mevrouw Heijstee: Ja, ik zat nog wel, maar dat was ook een terugkoppelingsmoment. Wat u wel gekregen hebt, wat misschien wel even interessant voor u is, is het programma van Versa. Die hebben een raadsprogramma opgesteld. En ik zou u, het is allemaal corona-proof, maar er zijn een aantal zaken ook bijvoorbeeld tot de energiecoach, tot de huiswerkbegeleiding. Dat is ook goed om, als u daar in de gelegenheid bent, om daar aan deel te nemen. Omdat dat echt, ja, het allemaal corona-proof, maar het helpt je gewoon ook in het denken van: wat is er nou aan de hand en waar is er nou behoefte aan? Dus dat wou ik u nog even meegeven. Maar dat had ik eigenlijk terug willen koppelen.
De voorzitter: En wanneer is die gepland? Mevrouw Heijstee: Nou, u heeft daar als het goed is, ik zie meneer Keesman knikken en die is altijd heel zorgvuldig volgens mij daarin, u heeft daar volgens mij een mail over gehad. De voorzitter: Dank u wel, dan kijken we dat even na. Dan als het goed is ga ik verder met het volgende agendapunt. 5.
Terugkoppeling uit besturen, werkgroepen en vertegenwoordigingen De voorzitter: Dat is de terugkoppeling uit besturen, werkgroepen en vertegenwoordigingen. In dit geval de regio Gooi- en Vechtstreek, ik weet niet of daar iets over terug te koppelen is. Mevrouw Heijstee: Ja, voorzitter, u zegt nu alleen de regio Gooi- en Vechtstreek. Maar op dit agendapunt kunnen wij toch andere zaken ook terugkoppelen? De voorzitter: Ja, natuurlijk. Ik zie alleen dit staan. Maar als u wat terug te koppelen heeft, gaat uw gang. Mevrouw Heijstee: Ja, een aantal zaken heb ik dus net al aan u meegegeven, over de jongerendialoog, over het raadsprogramma van Versa. Ik wou nog aangeven, de toeslagenaffaire is natuurlijk een paar keer over gesproken met u, dat wij op dit moment 13 slachtoffers van de toeslagenaffaire mee hebben gesproken. En dat we met hen ook vervolgafspraken hebben gemaakt. En een persoon had aangegeven daar geen behoefte aan te hebben. En vandaag vernam ik dat er nog drie nieuwe slachtoffers, nou ja, het zijn ook slachtoffers, slachtoffers bij gekomen zijn. Dus die hebben wij in beeld en daar wordt mee gesproken. De heer …: Ik zou het woord gedupeerden gebruiken. Mevrouw Heijstee: En even kijken, de rest had ik al aan u teruggekoppeld. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel. Ik weet niet of de andere wethouder, meneer De Lange, nog iets terug te koppelen heeft? De heer De Lange: Ja, voorzitter. Ik koppel graag wat terug. Maar dan zal ik na mijn terugkoppeling via u wellicht weer het woord kunnen geven aan mijn collega. De voorzitter: Is goed, gaat uw gang. De heer De Lange: Ja, voorzitter. U heeft allen meegekregen dat de brede school in Weespersluis inderdaad gaat openen. En daarin, in dat gebouw, zit natuurlijk ook de buurtkamer. Daar zijn ze druk bezig en ook halverwege deze maand zal op een manier die bij deze coronamaatregelen past ook de buurtkamer worden geopend en de bewoners van Leeuwenveld en Weespersluis zijn zeer actief. Ik ben er zelf helaas nog niet geweest, dat heeft te maken met de buurtkamer. Tenminste niet in de opgeleverde status, maar wel daarvoor tijdens de bouw. Dus ik kijk ook heel erg uit naar het moment om daar ook te zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder De Lange. Dan mag wethouder Heijstee het woord vervolgen. Mevrouw Heijstee: Nou, meneer De Lange noemde het al: de school, de brede school in Weespersluis gaat maandag open. Weesp Bereik en de nieuwe Jozef. Helaas kan de sporthal nog niet open en de buurtkamer is net benoemd. Wel zal er noodopvang voor de BSO plaatsvinden.
En ik moest u in ieder geval namens de schoolbesturen, namens de directeuren, van harte feliciteren en ook danken. Want uiteindelijk heeft u ook hierin een rol gespeeld. We zijn twee keer volgens mij met een krediet naar u toe gekomen. En ze zijn heel blij met het gebouw, het is blijkbaar mooi ingericht, ik heb het nog niet gezien. Maar ze staan te trappelen om maandag de kindjes daar te ontvangen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie twee handjes. De ene bij meneer Keesman van de PvdA. Wil u wat vragen, meneer Keesman? Gaat uw gang. De heer Keesman: Ja, voorzitter, dank u wel. Een kleine vraag aan wethouder Heijstee. Zij sprak over 13 gedupeerden. Zijn dat 13 huishoudens of zijn dat 13 individuele personen? Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik eerst nog even naar mevrouw Hilders van het CDA, want die heeft ook een vraag. Mevrouw Hilders: Ja, dank u wel. Ik was ook niet zo snel, maar ik wilde eigenlijk even naar wethouder De Lange vragen dat die buurtkamer open gaat. Mag dat dan? Ik dacht dat we niet met meer dan twee personen bij elkaar mochten zijn. Kunt u mij even uitleggen wat er wel mag? De voorzitter: Uitstekend. Dan ga ik eerst naar wethouder Heijstee in antwoord op de vraag van de PvdA. Mevrouw Heijstee: Dank u wel. Wethouder Heijstee heeft daar eigenlijk geen antwoord op. Want ik denk dat het 13 personen zijn, maar ik weet het niet zeker.
Dus mogelijk krijg ik het antwoord nog via de app vanavond, maar anders zorg ik dat meneer Keesman daar schriftelijk antwoord op krijgt. En mag ik de andere vragen ook beantwoorden? De voorzitter: Ja, tuurlijk. Mevrouw Heijstee: Als meneer De Lange dat ook goed vindt. In de laatste lockdown is ook aangegeven, en dat is dan versoepeld, dat buurthuizen en dorpshuizen, dus plekken waar mensen samen kunnen komen, ook
waar je kwetsbare groepen kunt ontvangen, dat die open mogen. Daar zitten wel maatregelen aan, maar de buurtkamer wil zich juist op de groep jongeren gaan richten. Dus net als Spotting, die mogen dus open zijn. De voorzitter: Dank u wel, dat lijkt me een helder antwoord. Mevrouw Hilders. Mevrouw Hilders: Als ik nog heel even daarop mag reageren. De voorzitter: Natuurlijk, ja hoor. Mevrouw Hilders: Ik had begrepen dat voor die plekken specifiek toestemming gegeven moest worden door de gemeente. Is dat zo? En zijn er nog andere plekken waar die toezegging voor gegeven is? Behalve dan de buurtkamers en Train Spotting. De voorzitter: Dank u wel. Ik neem aan, wethouder Heijstee, dat u ook hier het antwoord op kunt geven. Mevrouw Heijstee: Ja, ik snap alleen niet zo zeer de vraag. Wij krijgen maatregelen van het Rijk, die voeren wij uit. Dus de maatregelen dat dorpshuizen en buurtplekken, of ontmoetingsplekken, open mogen, dat hoeft men dus geen toestemming voor te vragen als dat binnen de Rijksmaatregelen valt. Maar daar zit natuurlijk wel, je moet wel definiëren wat dan een buurthuis of een buurtkamer of een dorpshuis is. Dus als mevrouw Hilders daar nog een andere specifiek vraag over is, dan moet u die misschien even schriftelijk stellen, zodat we daar even goed antwoord op kunnen geven. De voorzitter: Uitstekend, dan wordt het wat helder en scherper beantwoordt.
Dank u wel, wethouder Heijstee. Volgens mij hebben we dit punt van terugkoppeling gehad. Of zijn er nog meer zaken? Nee, dan ga ik naar het volgende agendapunt. 6.
Vragen naar aanleiding van Raadsinformatiebrieven De voorzitter: Vragen naar aanleiding van de raadsinformatiebrieven. En dan kom ik bij de eerste raadsinformatiebrief over 2021, nummer 19. Benoeming meneer Korte tot algemeen directeur van de Tomin groep. Zijn daar vragen over? Nee. Dan kom ik bij 2021-20, voortgang project taalcoaches. Daar nog vragen? Nee. Dan ga ik weer verder. Ik zag geen handje, o, meneer Keesman. Ik ben altijd vrij snel, gaat uw gang. Mijnheer Keesman van de PvdA. De heer Keesman: Ik kon mijn handje niet vinden. De voorzitter: Ik hoop dat u uw eigen handen wel kunt vinden. De heer Keesman: Ja, inderdaad. Nou ja, het moge duidelijk zijn dat wij dit met bovengemiddelde interesse volgen. Want we vinden het natuurlijk ontzettend jammer dat dat project stil ligt en dat daar een heel contingent aan taalcoaches op dit moment niet werkzaam is. Maar goed, hier wordt een oplossing voorgesteld. En nou ja, laten we zeggen: het is een richting. Maar mijn vraag is: hoe gaat dit nu in de praktijk werken? En dan heb ik het voornamelijk over: hoe vinden laaggeletterden en taalcoaches elkaar nu? Want daar was natuurlijk de bibliotheek voor. En de bibliotheek beschouwen wij ook als een natuurlijk punt daarvoor. Is dat dan nog steeds aan de bibliotheek of wordt het op een andere manier georganiseerd? Hoe werkt dat? De voorzitter: Dank u wel.
Dan geef ik denk ik wethouder De Lange.
Mevrouw Heijstee: Wethouder Heijstee. De voorzitter: O, wethouder Heijstee. Mevrouw Heijstee: Want ik ben even tijdelijk waarnemer van dit dossier. Het project ligt nu in ieder geval niet meer stil. Dat is wel even goed om te benoemen. Er zijn een aantal zaken geregeld, er is een taalconsulent geworven. Die gaat zich bezig houden met de ondersteuning van de vrijwilligers. Versa is bezig met het werven van taalmaatjes en taalvragers. Er is gesproken met bibliotheken over het afstemmen van het taalcafé en ook het spreekuur voor het taalcoachproject. En het spreekuur voor de taalcoach zal vrijdagmiddag gaan draaien van twee tot vier. En de taalconsulent en de projectleider van Versa zijn er dan bij betrokken. En de samenwerking met de bibliotheek is goed. En uw vraag is natuurlijk: vindt dat taalcoachproject op de vrijdagmiddag, waar vindt dat plaats? En dat weet ik dus nou net niet. Want ik denk dat dat in de bibliotheek is, daar ga ik even vanuit. Het is in de bibliotheek. De voorzitter: Uitstekend, u wordt gelijk bediend door de ambtelijke ondersteuning. Mevrouw Heijstee: Excuus hoor. Ja, die zeggen inderdaad dat het in de bibliotheek is. En ja, we zijn net zo goed met u blij dat het gewoon nu doorstart, dat het in ieder geval van start gaat. U heeft ons daar in ieder geval voldoende kritisch op gewezen. De voorzitter: Dank u wel.
Dan heeft meneer Keesman zijn werk als volksvertegenwoordiger goed gedaan. Dan gaan we naar de volgende raadsinformatiebrief. De raadsinformatiebrief 2021-32, plan van aanpak overgang Wmo en jeugd naar Amsterdam. Wie kan ik het woord geven? Niemand. Dan ga ik naar de volgende. Nummer 34, stand van zaken zwemlocatie aan de Lange Muiderweg. Mevrouw Hilders van het CDA. Mevrouw Hilders: Ja, dank u wel, voorzitter. De zwemplek op de Lange Muiderweg lijkt veilig. En de groene punt is zeer onveilig. Zou het niet slimmer zijn voor de jeugd om deze zomer om deze zomer toch maar te gaan zwemmen in de Vegt bij de Lange Muiderweg, ook al is die plek nog geen officiële zwemplek. Verder hebben we gister een presentatie gehad over Weespersluis en we hebben daar van alles gehoord over de parken en over de huizenbouw, maar eigenlijk niets over het stadsstrand. Nu we het toch over zwemmen hebben, dacht ik: misschien kunnen we dat er meteen even bij vragen. Als het mooi weer is, afgelopen zomer ook, wordt overal in Weespersluis meteen gezwommen. Als er water is, dan wordt er in gezwommen. En kan dat veilig of is het niet zo verstandig, hoe worden mensen daar dan op gewezen? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hilders. Dan ga ik naar mevrouw Ogier van GroenLinks. Mevrouw Ogier: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, we zijn natuurlijk hartstikke blij met deze brief.
Ooit een initiatiefvoorstel samen met de WSP, ik zie dat Rita ook aanwezig is. Dus wij zijn hier heel blij mee, jammer dat het dit jaar niet gaat lukken, de zwemplek. Maar hopelijk hebben we volgend jaar wel een veilig alternatief voor de groene put. Dus mijn dank hiervoor. De voorzitter: Dank u wel voor uw dank. Dan kan ik het woord geven aan wethouder Heijstee. Mevrouw Heijstee: Ja, dank u wel, voorzitter. En ik wou vragen of wethouder De Lange nog iets over het Weespersluis strand kan zeggen, omdat mevrouw Hilders daar ook over vroeg. Het is goed om te beseffen dat deze plekken, dat is eigenlijk uw initiatief. Wat hier dus bijzonder aan is, is dat het een officiële zwemplek wordt. Mevrouw Hilders zei al van: ja, ga daar maar lekker al zwemmen, want hij is veilig. Maar hij is in die zin
veilig dat die in ieder geval gezond is en schoon, laten we het zo zeggen. Dus als je daar gaat zwemmen, als je dat water inslikt dan blijf je nog leven, wilde ik zeggen. Maar u begrijpt wel wat ik bedoel. En wat we nu eigenlijk doen, dat is ook wat u ons gevraagd heeft van: zorg nou dat er een officiële plek komt. Met een officiële plek kan je natuurlijk meer. Dan kan je ook een ballenlijn bij wijze van spreken neerleggen. En wat we nu aan het doen zijn, en daarom lukt het helaas voor deze zomer niet, is dat wij daar dan ook een inrichtingsplan voor maken. Dus dat je gewoon ook op de oever en in het water veilig kan zwemmen. Nou, daar zijn we mee bezig. We komen naar uw raad toe en vervolgens moet de provincie, ja, het is echt een draak van een procedure moet ik eerlijk zeggen, moet de provincie daar dan een aanwijzing voor geven, dus ook nog een procedure. Dus dat is dit proces. Dus dit is wel een andersoortige zwemplek, die kennen we eigenlijk überhaupt nog niet in Weesp, een officiële zwemplek. En Weespersluis weet collega De Lange meer van, voorzitter. De voorzitter: Dan geef ik wethouder De Lange het woord. Dank u wel, wethouder Heijstee. De heer De Lange: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is in die zin wel interessant, het antwoord van wethouder Heijstee. Daar kun je eigenlijk ook het Weespersluis stadsstrand in gelegd, ook dat moet een officiële zwemplek worden.
Dus ook daar zal het water moeten worden gecontroleerd, moet je die hele cyclus weer door. Ik heb even niet de exacte planning wanneer het stadsstrand dat daar water is en hoe dat loopt. Daar kan ik u later wel over informeren, dat moet ik even navragen. Maar ook die hele cyclus moeten we door. En als u dan de opmerking maakt van: goh, we zien eigenlijk in Weespersluis overal mensen het water in duiken op het moment dat dat kan. Ja, dan is dat toch echt op eigen risico. En wij gaan niet bij alle waters in Weesp borden plaatsen dat het onveilig is, dat is dan een eigen risico van degene die dat doet. Wij zullen dat natuurlijk ontraden, als we daar vragen over krijgen. Wij krijgen zo meteen een officiële zwemplek langs de Vegt en een tweede officiële zwemplek in Weespersluis. De voorzitter: Dank u wel, wethouder De Lange. Ik weet niet of daar nog een reactie op is. Mevrouw Hilders van het CDA. Mevrouw Hilders: Dank u wel. Nou, dat begrijp ik, maar om even terug te gaan op Amsterdam. In Amsterdam is het niet zeg maar dat mensen in de grachten zwemmen, maar het kan wel. Soms zijn er evenementen in de grachten. Dus de grachten zijn schoon genoeg om niet ziek te worden. En het is geen officiële zwemplek, er staan geen trappetjes langs de kant dat je er in en uit kan klimmen.
Maar dat is eigenlijk wat ik wilde vragen: zou het niet gewoon mogelijk zijn om af en toe een zwemmonster te nemen? Ik bedoel, ik snap heus wel dat je niet overal bordjes zet: je moet hier niet zwemmen. Maar als kinderen er echt ziek van zouden worden, dan lijkt het me toch fijn om te weten dat je echt moet zeggen tegen kinderen: doe het niet. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar meneer De Lange. De heer De Lange: Nou, ik vind het in die zin een hele interessante suggestie die mevrouw Hilders doet. Maar ik wil mevrouw Hilders er ook op wijzen, en dan ga ik een klein beetje op de stoel van wethouder Heijstee zitten, we hebben soms ook een marathon in Weesp, waar mensen ook door de Vegt heen zwemmen. En dat is in die zin te vergelijken met het voorbeeld wat u noemt in het kader van evenementen. Ik weet de richtlijnen daarvoor niet uit mijn hoofd, dat zou ik moeten opzoeken. Maar ik vind de suggestie die u doet, die vind ik interessant. Ik kan eens kijken wat we daarmee kunnen doen, maar ik geef wel een winstwaarschuwing. Ik verwacht niet dat wij overal in Weesp het water gaan keuren. Maar op het moment dat er een evenement is, dan zal dat zeker in het kader van de volksgezondheid moeten voldoen aan een bepaalde kwaliteit. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, meneer De Lange. Ik denk dat dat nu voldoende is beantwoord. Ik begreep ook van mevrouw Heijstee dat u ook op het land kunt zwemmen. Maar goed, we gaan weer verder. Mevrouw Heijstee: Voorzitter, ik heb een antwoord gekregen op een eerdere vraag door meneer Keesman gesteld, over de gedupeerden van de toeslagenaffaire. Mag ik daar antwoord op geven? De voorzitter: Natuurlijk. We zijn nog bij dit agendapunt, dus gaat u gerust uw gang. Mevrouw Heijstee: Het gaat natuurlijk niet over zwemmen. Maar ik heb het antwoord gekregen dat het gaat om huishoudens. Dus 13 huishoudens. De voorzitter: Uitstekend, dat lijkt mij helder. De heer Keesman: Ja, het begint een beetje te lijken op zo’n spelprogramma. Ik zit even na te denken welke het ook alweer is, maar dat er later dan een antwoord gegeven wordt. Maar dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Keesman, dank u wel. Ik ga weer verder met mijn voorzitterschap. Dan komen we bij raadsinformatiebrief 2021-45, update begin 2021 corona en ontwikkelingen arbeidsmarkt. En daar wil meneer Elderenbosch wat over vragen. Gaat uw gang, mijnheer Elderenbosch van D66. De heer Elderenbosch: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het is heftig om te lezen hoeveel bedrijven getroffen worden in deze regio. En ook in Weesp flinke, nou ja, zijn er mensen flink de dupe.
De gemeente wordt hier ook gecompenseerd voor de extra uitgaven met betrekking tot de participatiewet, daar was ik benieuwd naar. En daarnaast is er een toename op de WW-uitkering. Dat is op een peildatum zie je die toename. Is er ook al wat bekend over wat er tussen die peildate gebeurt? Komen mensen nog wel aan het werk, maar is gewoon de instroom veel groter? En als laatste vragen over de ondernemingscoach, een mooi initiatief. Alleen we lezen niet echt in hoeverre daar gebruik van wordt gemaakt en welke resultaten dat tot nu toe heeft opgeleverd. Dus wellicht dat de wethouder daar iets over kan zeggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er meer vragen over deze raadsinformatiebrief? Nee, dan ga ik naar de wethouder. Wethouder De Lange of wethouder Heijstee? Ik moet nog even wennen aan de nieuwe rolverdeling. Wethouder Heijstee. Mevrouw Heijstee: Ja, dank u wel. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet antwoorden op al deze vragen weet. Ik weet wel dat we ten aanzien van uw tweede vraag in de volgende cyclus de monitor krijgen sociaal domein. Daar staat overigens niet dan de WW in, maar zit ik nu hardop te denken. Dus ik wou eigenlijk voorstellen dat ik gewoon schriftelijk antwoord geef op deze vragen. Want ook ten aanzien van de ondernemingscoach, ik weet niet exact de getallen of hoeveel mensen of ondernemers daar nu gebruik van maken.
De voorzitter: Dat lijkt me een uitstekende toezegging. Mijnheer Elderenbosch. Mevrouw Heijstee: Als meneer Elderenbosch dat goed vindt. De heer Elderenbosch: Prima. De voorzitter: Dank u wel. En het is ook aan te raden ook over raadsinformatiebrieven kunt u best wat technische detailvragen vooraf stellen. Dat maakt het ook wat makkelijker in de vergadering voor de wethouder.
De heer Elderenbosch: Klopt, voorzitter. Maar deze twee laatste brieven die kwamen wat later in de cyclus. De voorzitter: Ja, u mag altijd in de commissie alles vragen wat u wil hoor, maar ik geef het alleen maar mee. Dan kom ik verder bij de laatste raadsinformatiebrief, raadsinformatiebrief 2021-47. Huiselijk geweld en kindermishandeling in 2020. Mevrouw Van Dalen van de VVD, gaat uw gang. Mevrouw Van Dalen: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is natuurlijk zorgelijk en heel heftig neveneffect van de lockdown waar we in zitten. Dat huiselijk geweld natuurlijk ook oploopt. Het is heel fijn dat het college dit ook ziet en hier acties op onderneemt, contact heeft met scholen, dat er natuurlijk ook vanuit het kabinet gezegd is: kwetsbare kinderen kunnen naar een noodopvang. Nu is die noodopvang gelukkig niet meer nodig, behalve op de BSO natuurlijk. De scholen zijn open, wat hartstikke fijn is. Het is natuurlijk de stress voor mensen en gezinnen is daarmee niet weg. Wat er denk ik voor kan zorgen dat we bij veel gezinnen achter de voordeur nog van alles gebeurt. Hoe is daar op dit moment aandacht voor? Want in de noodopvang is er natuurlijk wel wat meer aandacht ook per kind. Ik kan me voorstellen, nu zijn de klassen weer, nou niet vol want dat mag dan weer niet, maar wel wat drukker. Leraren hebben het druk, dus misschien is er ook weer wat minder aandacht.
Hoe is daar vanuit de gemeente sturing? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik ook een handje van meneer Keesman van de PvdA, van de Partij van de Arbeid. De heer Keesman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dit is natuurlijk een onderwerp waar we ik denk wel allemaal ons enorm veel zorgen over maken in zijn algemeenheid. Ik meen uit deze raadsinformatiebrief op te maken dat de cijfers van Weesp iets minder zorgwekkend zijn dan elders in de regio. Vraag is: lees ik dat goed? Maar goed, het blijft een heel zorgwekkende zaak. En zorgwekkend is zeker ook de ernst van de meldingen van huiselijk geweld is toegenomen. En nou ja, dan lezen wij dat er een project is en dat is Handle With Care, waarbij signalen van de politie uiteindelijk bij de leerkracht van het kind terecht komen. En de vraag is: gaat Weesp aan dat project meedoen? Daar wilde ik het even bij laten, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Keesman van de PvdA. Mijnheer Elderenbosch van D66 wil ook graag een vraag stellen, gaat uw gang. De heer Elderenbosch: Ja, dank u wel. We lezen dat het regionale bureau leerlingenzaken, dat die contact houden met de scholen om te zorgen dat kinderen niet uit het beeld raken. Is ook bekend of er ook een directe lijn is tussen veilig thuis en de scholen? Dat dat niet via het RWL gaat, maar dat daar een direct lijn is.
Ook juist om te voorkomen wat meneer Keesman ook al zei, dat er pas een melding gedaan wordt als de situatie al geëscaleerd is. En de tweede vraag, is misschien wat technisch, maar dat gaat over de fact sheet. Nou, we zijn blij om te zien dat ook particulieren de weg naar Veilig Thuis weten te vinden voor advies. Dat cijfer blijft niet achter ten opzichte van professionals. Als je kijkt naar het aantal meldingen, dan blijft dat juist wel weer heel erg achter, dus particulieren ten opzichte van professionals. Is daar een reden voor? Waar zou dat verschil in kunnen zitten? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan wethouder Heijstee. Mevrouw Heijstee: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou ja, u geeft terecht aan dat dit aandacht heeft, maar dit ook aandacht moet blijven. We hebben van Veilig Thuis ook vernomen dat de meldingen in coronatijd inderdaad heftiger zijn, wat meneer Keesman ook zei. Dat er ook minder vanuit de politie wordt gemeld. Dus daarom ook deze actielijnen. Er is nog steeds wel voldoende capaciteit bij Veilig Thuis, dat is ook wel goed om te weten. En
alertheid. In onze gemeente wordt er heel goed samengewerkt met de scholen. En ik moet ook zeggen: we hebben daar ook tijdens de lockdown, toen was natuurlijk de noodopvang waar mevrouw Van Dalen het over heeft, maar ook in die tussenliggende periodes zijn er steeds contacten met scholen, met de IB’ers, met de interne begeleiders op de scholen over kinderen die zomaar weg zouden vallen of uit zicht zijn. Ik weet een school in Weesp die ging gewoon letterlijk aan de deur aanbellen als een kind niet op school kwam. Dus ik geloof dat daar, dat hoeft niet altijd een leerplichtambtenaar te zijn, maar er zijn goede contacten tussen de gemeente, noem het even de jeugdconsulenten, tussen Veilig Thuis, het wijkteam en de scholen, de IB’ers. En dan hoef je niet altijd zeg maar iemand van Veilig Thuis direct met de school, waar meneer Elderenbosch het over had, direct een lijn te hebben, omdat er juist stevige samenwerking. Juist de IB’ers op de scholen weten, dat zijn niet de leerkrachten, die weten ook wat er speelt en leeft. Mevrouw Van Dalen gaf aan: ja, de scholen zijn weer open. We hadden dat natuurlijk ook tussen de eerste en de tweede lockdown, toen hebben we ook steeds de vinger aan de pols gehouden. In die zin zijn de scholen blij dat de kinderen weer naar school kunnen.
Omdat de scholen zich ook heel erg verantwoordelijk voelen voor de kinderen en juist zicht hebben op: wat gebeurt er nou met het kind en is er meer aan de hand? Dus ik denk juist dat je in zo’n situatie nog meer kan signaleren en handelen. Meneer Keesman vroeg of inderdaad Handle With Care, dat is een pilot waar wij niet aan meedoen. Dus dat is wel even goed om te benoemen. En even kijken of ik nu alle vragen, meneer Elderenbosch had volgens mij ook nog een vraag over data. Die ben ik even kwijt, excuus. De voorzitter: Mijnheer Elderenbosch van D66. De heer Elderenbosch: Dank u wel. Het ging over die fact sheet, dus dat particulieren ook steeds beter de weg naar Veilig Thuis voor advies weten te vinden. Maar als je kijkt naar meldingen, dat dat juist wel weer achterblijft ten opzichte van professionals. En of daar een reden voor zou kunnen zijn. De voorzitter: Mevrouw Heijstee. Mevrouw Heijstee: Een terechte interessante vraag. Ik weet daar het antwoord niet op, dus ik wil daar graag aan de professionals nog even vragen of daar een analyse te geven is. De voorzitter: Uitstekend. Dan zie ik nog een handje bij meneer Keesman van de PvdA, klopt dat? De heer Keesman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, vervolgvraag is natuurlijk: waarom doet Weesp daar niet aan mee? Is dat een kwestie van capaciteit of is het een kwestie van dat Weesp daar toch niet helemaal in gelooft.
Wat zicht daarachter? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Heijstee. Mevrouw Heijstee: Daar zit een fusie achter met de gemeente Amsterdam. Dus het is niet zo dat we daar niet in geloven, nee. En ook niet alle scholen doen hier mee. Ik geloof, maar dat is ook hoe ik dan het contact heb met de scholen, ik geloof dat er wel hele goede samenwerking zit tussen de scholen in Weesp, besturen, de IB’ers en het wijkteam, en ook met het RBL. Dat die keten goed georganiseerd is bij ons. En ik zat me nu in een keer, ik heb een soort brain wave ten aanzien van de vragen van meneer Elderenbosch over de meldingen, waarom er dan meer meldingen van professionals. Ik denk dat zij daar ook meer gericht voor getraind zijn dan particulieren. Maar ik ga u sowieso nog antwoord geven op die vraag, sorry. De voorzitter: Uitstekend. Dan komt u daar schriftelijk op terug neem ik aan?
Mevrouw Heijstee: Uiteraard. De voorzitter: Want we zijn bijna aan het einde van de agenda. Als het goed is dan sluit ik hiermee het agendapunt van de raadsinformatiebrieven af. 7.
Lijst van afspraken en toezeggingen De voorzitter: En dan kom ik bij de lijst, agendapunt 7, lijst afspraken en toezeggingen. Ja, dat zijn allemaal redelijk recente afspraken en toezeggingen en er zijn verder geen groene. Dus dat gaat goed.
8.
Lange termijn agenda De voorzitter: Dan kom ik bij punt 8, de lange termijn agenda. Zijn daar nog vragen over? Nee, dank u wel.
9.
Rondvraag De voorzitter: Dan ga ik naar de rondvraag. Er zijn geen aanmeldingen voor de rondvraag geweest.
10. Sluiting De voorzitter: En dan wil ik hierbij de vergadering sluiten. En ik dank u wel en u kunt niet meer naar buiten, het is net 9 uur geweest. Maar ik wens u een prettige avond thuis toe. Goedenavond.