CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie transcript

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Opening en mededelingen39.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

9 alinea's met “commissievergadering”: 32 50 60 70 71 72 114 126 203

Nou, dat ga ik nu proberen met toekomstvisie museum Weesp. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan de heer Renzenbrink van het CDA. De heer Renzenbrink: Ja, dank u wel voorzitter. Wij hebben vorige week in de commissie vrij uitgebreid gesproken met elkaar en met de wethouder over de toekomstvisie van het museum Weesp. Eigenlijk is die titel verkeerd, want volgens mij ging het er voornamelijk om als een van de kernwaarden van dat wij zouden gaan praten over de toekomst van het Stadhuis als Huis van de Stad in de nieuwe situatie, waarbij natuurlijk het Stadhu… Of het museum met zijn hele grote waarde een verschrikkelijke grote deelnemer in dat Huis van de Stad is. Maar goed, we hebben er toch voor gekozen om gewoon de titel van het praatstuk te laten wat het is, toekomstvisie museum Weesp. Wat wel aan de orde kwam in de commissie, en dat hebben meerdere verwoord maar dat doen ze zo waarschijnlijk ook nog wel, is dat we toch vonden dat, zeker wij als CDA, daar hebben we twee punten waarom wij vonden dat we een ander amendement moeten doen. Een argument is wat ik verwoord in het amendement, want dat is gedeeld door de heer Bierwolf van de WSP en de heer Van der Does van GroenLinks. Het tweede argument is wat ik wij ook als CDA nog extra erop hebben, maar dat is,

dat spreek ik kan even uit als CDA. Wij willen namelijk gewoon, we vinden het heel goed, en dat is eigenlijk een beetje misschien onderbelicht geweest in de behandeling in de commissie, dat zei de wethouder ook al, ligt er natuurlijk een heel mooi onderliggend plan, uitgangspunten, doelen van, voor het museum. Met een aantal goeie kaders die daar ingesteld zijn die in dit besluit. Eigenlijk ging het daar niet over, dus ik wil hier in ieder geval nog wel even mijn waardering uitspreken, ook voor de museumadviescommissie, de museumcommissie, en ook de ambtenaren en de wethouder, dat we gewoon voor het museum dat er best goede uitgangspunten zitten van de situatie na januari of maart volgend jaar als we gewoon gemeente Amsterdam zijn, om gewoon voor het museum Weesp daar zeg maar een stuk toekomst te krijgen. Maar het tweede punt wat erin zit, en dat ging dan over de rol van het Stadhuis binnen al die plannen, en daar vonden we eigenlijk, en dat waren meer, maar nogmaals, dat spreken anderen wel zelf uit, dat we gewoon een beetje onderbelicht vonden die rol van het Stadhuis wat zo meteen geen Stadhuis van de gemeente Weesp meer is, maar wel het Stadhuis van de voormalige gemeente Weesp, die als Huis van de Stad moet gaan dienen. Om ook die identiteit te hebben, maar ook gewoon een rol te hebben in die samenbindende factoren.

Dat hebben we eigenlijk ‘…’ verwoord in een amendement op het voorstel om vooral op de kaders die over het Stadhuisgedeelte gaan, dus niet over de kaders voor het museum, om die gewoon toch wat explicieter te maken om die rol van het Stadhuis als Huis van de Stad gewoon wat duidelijker te formuleren. Dat is dan in het volgende amendement wat ik daarover wil indienen. De openbare vergadering van de raad van de gemeente Weesp 15 april bij agendapunt toekomstvisie museum Weesp. Ondergetekenden stellen de volgende wijzigingen voor. Ondergetekenden stellen de volgende wijziging voor aan beslispunt 2 toe te voegen: met dien verstande dat kader twee wordt gewijzigd van het Stadhuis, inclusief Gasthuis, heeft in principe de bestemming museum. Dat moet gewijzigd worden in het Stadhuis, inclusief Gasthuis gedeelte, heeft voor een voornaam deel de bestemming museum naast de maatschappelijke en bestuurlijke bestemming. En met dien verstande dat aan de kaders voor het Stadhuis worden toegevoegd: bij de exploitatie het Stadhuis beschikbaar blijft voor publieke bijeenkomsten zoals vieringen, trouwerijen en maatschappelijke evenementen zoals bijvoorbeeld Korenfestival, Koningsdag, 4 en 5 mei activiteiten en het Sinterklaasfeest als voorbeeld.

En, een ander punt is, bij de exploitatie, wat als extra kader willen hebben toegevoegd in het stuk, bij de exploitatie Stadhuis en BartholomeusGasthuis er ruimte blijft voor diensten en activiteiten in het kader van nabijheid van Bestuur, zoals bijvoorbeeld participatiebijeenkomsten, vanavond gezegd een aantal keer, vergaderingen van een bestuurscommissie, overleg- en werkplekken, daar van dagelijks bestuursleden en overige commissieleden, et cetera. Dus we willen gewoon niet het Stadhuis zeg maar, dat is een beetje de onderliggende toon die erin zit, zeker wat ons betreft: het Stadhuis, de voorkant zeg maar, het echte Stadhuis gedeelte, daar moeten nu gewoon zoveel mogelijk met het trouwen en de raadzaal en de museumactiviteiten hebben, maar het hele stuk wat erachter zit dat moet ook wel een beetje het bruisende, ook wel bestuurlijke hart van de stad worden. Daar zit toch best wel mogelijkheden ons wat dat betreft is, en dat is hierin verwoord. Nou, dat is indieners: de fracties van, nou, door J.R. Renzenbrink, CDA, B. Bierwolf van de WSP en J. Van der Does van GroenLinks. Dus het agenda, als toelichting nogmaals, het agendapunt heeft als titel: toekomstvisie museum waarin de kernwaarde was genoemd dat de toekomst van het Stadhuis als Huis van de Stad moet worden geborgen.

Middels de aanpassing van de kaders denken de indieners dat de maatschappelijke en bestuurlijke functie van het Stadhuis Weesp, inclusief het Gasthuisgedeelte, een volwaardige plek krijgt naast de grote waarde, want dat wil ik wel nogmaals benadrukken, van het museum Weesp, want dat is natuurlijk gewoon daarbij. Dat is het gedeelte rondom het amendement. We hebben als CDA nog een tweede afweging waarom wij vinden dat we ook gewoon het explicieter moeten maken voor de bestuurlijke functie en die maatschappelijke functie van het Stadhuis. In de behandeling tijdens de commissie had de wethouder, kwam een aantal keer naar voren hoe het er organisatorisch opgeborgen was in de nieuwe Amsterdamse situatie als onderdeel van het archief Amsterdam, om het zo maar even te noemen. Een aantal keren liet hij ook vallen, nou ja, er was natuurlijk gewoon veel

meer geld: ‘wat’ als het museum gaat groeien? Nou, nou zijn wij als CDA natuurlijk altijd al wat kritisch als we roepen: Amsterdam is rijk. Er blijken een heleboel van die plinten maar al dat geld tegenaan klotste dat die aan de achterkant verrot bleken en dat loopt nu ook weg, dus er komt een hele discussie. Want er zijn nu al discussies gaande bij wat kleinere musea in Amsterdam over de discussie over de voortgang daarvan. We zijn toch een wat kleiner museum, en we denken dus, dus ook als we die bestuurlijke en maatschappelijke functie wat duidelijker nog brengen in die kaders, wat er hierbij gebeurt, maar nogmaals: dat staat niet in het amendement maar dat is onze argumentatie extra om gewoon nog meer een stevigere basis te houden dat we ook voor veel langere termijn hopen toch te kunnen borgen dat dat Stadhuis en het Gasthuis een grote rol kan blijven spelen in Weesp. Dan ben je minder alleen nog het museumgedeelte gericht, maar ook in het bestuurlijke gedeelte. Dat blijkt in de praktijk toch wel vaak, als je gewoon ziet hoe dat werkt, dat dat een klein beetje toch wel zorgt ook voor wat continuïteit en een extra steun kan zijn.

Dus vandaar dit amendement, maar met de argumentatie die ik voorgelezen heb en onze eigen stellingname omdat gewoon toch te doen omdat we ook denken dat het voor de langere termijn … Ja, nogmaals, we hopen dat het museum heel lang goed gaat, maar is natuurlijk gewoon heel veel druk komt er zo meteen op die potjes, om het zo maar even te noemen, en dat geld, en die discussie is nu al begonnen met onder andere het museum zoals Ons’ Lieve Heer op Solder enzo en alles wat er nog meer ‘op hangt’, maar daar blijven we buiten, maar er spelen gewoon discussies en die gaan er zeker straks nog meer komen. Dat was mijn eerste termijn, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Blommestein van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Blommestein: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, voor ons is het van belang dat die toekomst van het museum zeker gesteld is, maar ook dat we het stadhuis van Weesp kunnen behouden. En uiteraard moeten er natuurlijk ook huwelijken kunnen worden gesloten en de jaarlijkse oranjeborrel als de corona eindelijk voorbij is. En ook culturele evenementen uiteraard. En het gasthuis zou prima kunnen worden gebruikt als vergaderruimte voor de op te richten bestuurscommissie. Ja en voor wat betreft het amendement van de heer Renzenbrink, Ja, dat is toch weer een betere aanscherping van dit raadsbesluit. Dus ja, daar kunnen wij ons ook wel in vinden.

Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Does. De heer Van der Does: Dank u wel, voorzitter. Ik wil de complimenten nogmaals geven aan de ambtenaren en de wethouder dat het een heel mooi stuk is geworden. Maar ik ben het volledig eens met het betoog van de heer Renzenbrink, zijn uitgebreide betoog. Het ging ons in de kernwaarde om het huis van de stad. Om het stadhuis met het gasthuis. En natuurlijk in tweede instantie om het behoud van een mooi museum. Daarom ben ik ook heel erg voor dit amendement, maar ook voor een prachtig plan voor het museum. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Dalen, VVD. Mevrouw Van Dalen: Dank u wel, voorzitter. Ja, wat wij een beetje lastig vinden, is dat er … Maar misschien is dat de toon, want ik vind het amendement niet per se zo. Maar het is niet zo, dat wil ik even benadrukken, dat we het stadhuis ineens gaan verkopen aan een grote bank of een groot warenhuis. Het blijft gewoon in handen van de gemeente. En het museum blijft ook onderdeel van de gemeente. Dus het blijft wat ons betreft ook een huis van de stad als het museum daar zit. Volgens mij is er een interruptie, maar goed, ik ga maar gewoon door. Maar-

De voorzitter: Ik ben het met u eens, maar ik wist niet zeker. De heer Van der Does staat drie keer in mijn scherm zo langzamerhand, op allerlei dingen. En ik zag een handje, maar haalde hij die daar nou weg of bleef die daar nou? Meneer Van der Does, had u nou een interruptie of niet? De heer Van der Does: Interruptie, ja. We hebben absoluut geen vrees dat het naar een commerciële partij of wat dan ook gaat. Dat is ook absoluut niet waar het over gaat. Het gaat om het gebruik van de gebouwen. De gebouwen staan voorop. En eerlijk gezegd, ja, er staan ook voorbeelden die de CDA of tenminste genoemd dit abonnement waar ik niet overal mee eens ben. Hè, zoals werkplekken, daar moet je echt voorzichtig mee zijn. Maar het gaat absoluut niet over dat we bang zijn voor een commerciële partij. Dat heeft de wethouder uitstekend geregeld. De voorzitter: Uw punt is duidelijk. Mevrouw Van Dalen gaat verder. Mevrouw Van Dalen: Ja, het was ook een beetje, hoe noem je dat, een overdrachtelijk beeld. De voorzitter: Ja, uitlokking was het, ja. Mevrouw Van Dalen: Nee, het was bedoeld als in de zin van het blijft gewoon bij de gemeente. Dus dat ik dat even wilde benadrukken. Dus er wordt, ja. En een museum blijft … De voorzitter: Ik begrijp wat u zegt. Mevrouw Van Dalen: En het museum blijft gewoon onderdeel van de gemeente, want dat vond ik wel.

In de commissie WZ kwam dat misschien niet helemaal goed naar voren door de wethouder of door de discussie. Maar de verzelfstandiging in het stuk, dat is echt een heel lange termijnvisie, die waarschijnlijk of nou ja goed, als je het mij vraagt, misschien niet eens ooit gaat gebeuren. Als het museum voor Weesp maar blijft bestaan. Maar, daar komt de maar, we kunnen het in grote lijnen echt wel eens zijn met het amendement. Maar ook wat de heer Van der Does zegt, die werkplekken vinden wij toch een lastig punt. Kijk, een ruimte voor het dagelijks bestuur om mensen te ontvangen, hartstikke goed. En voor de rest kunnen we het met alles eens zijn, alleen de werkplek. Dus misschien kunnen de indieners van een motie of de opsteller van een motie, want de heer Van der Does heeft al wat gezegd en kan de heer Renzenbrink dat ook nog even doen in de tweede termijn. Even verduidelijken, wat wordt er nou bedoeld met een werkplek? Wordt er letterlijk bedoeld dat iedere dagelijkse bestuurder een kantoortje nodig heeft? Want dat is wat ons betreft niet nodig. Want de heer Van der Does zegt net ook, we willen ook een sterk museum. En volgens mij, volgens ons kan het niet en en. We kunnen niet iedere dagelijkse bestuurder een werkplek geven en ook nog zorgen dat het museum tot groei en bloei kan komen. Want dat wil ik ook nog gezegd hebben, er ligt een fantastisch plan.

En we mogen heel blij zijn dat als dit plan werkelijkheid wordt, deze visie, dat we dit museum Weesp kunnen behouden voor Weesp in de nieuwe constructie. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Dalen: Ik denk dat dat gezamenlijk met een democratische vertegenwoordiging hartstikke belangrijk is. Maar we zijn dus voor het amendement, want we vinden aanscherpen van de kaders heel belangrijk. En we vinden het ook belangrijk dat het stadhuis behouden blijft voor trouwerijen en vergaderingen. En de heer Renzenbrink wil wat zeggen, denk ik.

De voorzitter: Ik heb geen idee, maar ik wil hem wel de gelegenheid geven. Maar ik probeer ook de tijd een beetje in de gaten te houden. De heer Renzenbrink? De heer Renzenbrink: Ik had keurig mijn handje even opgestoken. Ik wou even reageren op wat werd gezegd over die werkplekken. Er staat heel bewust in het amendement, zoals bijvoorbeeld en dat is heel bewust gedaan. Want op zich, want zeker mijn eigen intentie is absoluut niet dat we een nieuwe burgemeester gaan krijgen en dat hij in de burgemeesterskamer gaat zitten. Maar in het nieuwe werken, want volgens mij is dat het steeds meer, is dat je gewoon af en toe plekken hier en daar hebt. Maar dat moet dan wel, zeg maar, ook zijn plek krijgen binnen het gasthuis, een gedeelte wat mij betreft. Maar de wethouder heeft toegezegd dat er nog een gebouwenplan komt om het zo maar even te noemen, waar die verdere invulling in gaat komen. Maar het is absoluut niet de intentie van mij geweest om dit op stellen dat we zo meteen gewoon drie nieuwe burgemeesterskamers gaan bezetten in het echte stadhuisgedeelte. De voorzitter: Ik word er wel een beetje verdrietig van, van deze discussie, hoor. Ik bedoel, alle gasten die bij mij komen zeggen dat het de mooiste kamer is die ze zich kunnen voorstellen en meneer Renzenbrink breekt dat nu eventjes gewoon af. Dat is toch gewoon … Nee, ik begrijp uw bedoeling, meneer Renzenbrink, hoor.

Excuses. De heer Renzenbrink: Het stopt eindelijk een keer dat u gaat waarnemen, straks. Dus wat dat betreft. De voorzitter: Ja, maar het gaat niet om mij. Ik ben maar een voorbijganger, een passant. Het gaat natuurlijk niet om mij, het gaat om de toekomst van Weesp. Want daar heeft u het allemaal over. Ik ben slechts een passant, dus mij kun je rustig vergeten. En dat zal ook heel snel gebeuren als ik weg ben en dat is maar goed ook. Mevrouw Ter Kuile. Mevrouw Ter Kuile: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wilde me helemaal aansluiten bij mevrouw Van Dalen. Wij zullen het amendement ook steunen. Met een kritische kanttekening bij die werkplekken. En het gaat erom van ja, het monumentale deel van het stadhuis, het 18-eeuwse stadhuis met die monumentale werkkamers. Fantastisch natuurlijk. Maar heel belangrijk om dat openbaar toegankelijk te maken, om dat echt collectief te laten zijn. Het huis van de stad te laten zijn. Dus daar bestemmingen aan te geven die openbaar zijn. En privé werkplekken, ik vind eigenlijk de situatie zoals hij nu is al achterhaald. Waar komen de burgers van Weesp, waar je graag mee in nabijheid zouden willen zijn? Nou, die zijn vooral volgens mij bij het klantcontactcentrum aan de overkant. Daar zitten ook je ambtenaren en daar zou ook je aandacht naartoe kunnen gaan.

Vergaderingen ja, trouwerijen ja… De voorzitter: Dan moet ik u wel een beetje uit de droom halen, want ik voer oeverloze discussies met al die mensen die door het stadhuis lopen, die naar het museum gaan. Mijn werkkamer staat altijd open. Leuk, schoolkinderen, oudere mensen, hartstikke gezellig. Dus eindeloze discussies op je werkplek kan ook heel functioneel zijn. Mevrouw Ter Kuile: Ik geloof direct dat het ook functioneel kan zijn, maar we gaan het hebben over een totaal andere bestemming voor het hele gebouw. De voorzitter: U heeft helemaal gelijk, maar zo nu en dan is een beetje tegengas ook helemaal niet verkeerd, maar u heeft helemaal gelijk. Mevrouw Ter Kuile: Ik begrijp dat je aan je kamer kunt hechten. Ik snap dat, zeker met deze kamer.

De voorzitter: Ho, die discussie ga ik niet met u aan. Mevrouw Ter Kuile: Goed. Maar punt gemaakt. Duidelijk ook en uiteindelijk zal het natuurlijk ook bij het bespreken van het beheer van het gebouw nog een keer aan de orde komen. En het is uiteraard ook iets aan de bestuurscommissie zelf hè, hoe je je naar de stad toe wil presenteren. Maar met deze kanttekeningen ga ik naast mevrouw Van Dalen staan en het amendement ondersteunen. De voorzitter: Dat is mooi, dan ben ik bij de heer Miner. De heer Miner: Dank u wel voorzitter. Ik heb het idee dat deze visie op het museum inderdaad hoop geeft op een zonnige toekomst en op het moment dat u als waarnemer uw kamer verlaat, is er natuurlijk geen mooier idee dan dat die kamer openbaar toegankelijk wordt, zodat iedereen die rijke historie van dit gebouw kan bewonderen. Dus het lijkt me mooi als inderdaad dat gedeelte van het gebouw openbaar toegankelijk wordt of als deel van het museum. Ik vond dat de Partij van de Arbeid wel het amendement mooi omschreef als een aanscherping op het stuk in het kader van een kernwaarde. Ik zie dat ook zo. En daarom zal ik ook het amendement mee ondertekenen. Dank. De voorzitter: Mee ondertekenen. De heer Bierwolf. De heer Bierwolf: Ja, dank u wel voorzitter. Ja voorzitter, nou alles is al gezegd en in het amendement staat genoeg, dus daar wil ik het even niet over hebben.

Ik wil toch wel even nog op de toekomstvisie van het museum, want daar gaat het uiteindelijk om, ingaan. Er staat in dat stuk bij punt 5, hoofdstuk 5, de positie van het museum als bewaarplaats van het Weesper erfgoed en als, nu komt hij, spin in het web van de Weesper cultuur, dat is actueler dan ooit. Voorzitter, dat web dat mis ik een beetje verder in het verhaal. Men beschrijft precies op welke manier de collectie verder gaat beheren en welke dingen men gaat doen, maar dat zijn gewoon de kerntaken van een museum. Ik wil eigenlijk lezen hoe men het web gaat uitbreiden om op die manier vanuit verschillende hoeken en bronnen nieuwe initiatieven te ontplooien die naadloos aansluiten op het museumbezoek en we zo dus meer bezoekers kunnen trekken. Ik mis het idee bijvoorbeeld om samen met de Historische Kring Weesp wat stadswandelingen te organiseren naar plekken die gerelateerd zijn aan de museumcollectie. Of een rondvaart met de Vuurlinie langs de vesting en de historische punten. Of kijken of er een mogelijkheid bestaat om bij de City of Wesopa een kort programma met historische filmfragmenten van Weesp te realiseren. Vergroot het web, maar maak het groter, interessanter en completer dan het nu is.

En dan is er natuurlijk ook nog de mogelijkheid om in de gangen van het centraal station van Amsterdam borden te plaatsen met historical city museum of house of Weesp, waar de toeristen dan hun nek over breken, net als over de borden van Amsterdam castle. En het is trouwens niet een Amsterdams kasteel, maar het Muiderslot en staat in de buurgemeente Gooimeren. Maar dat trekt wel mensen. Voorzitter, tot slot, ik citeer van bladzijde 17 het bezoek is afgelopen jaar gestegen van duizend naar zesduizend in 2019. En op bladzijde 18 staat en ik citeer wederom, de XPEX ziet mogelijkheden om met aansprekende presentaties en programmering bezoekers van buiten de regio te trekken, waarbij een doorgroei naar vijfentwintigduizend bezoekers per jaar mogelijk is. Voorzitter, dit is wishful thinking. Als je dit echt wil bereiken, dan moet je een sterk en goed georganiseerd netwerk optuigen waar de cultuurhistorische dingen in Weesp op de kaart gezet worden en waar het museum dus de kers op de taart is. De voorzitter: Voordat u verder gaat, mevrouw Van Dalen, omdat u heeft zo een lang verhaal. U heeft zo een lang verhaal dat ik niet meer wist waar ik u moest onderbreken. Mevrouw Van Dalen.

Mevrouw Van Dalen: Ja, ik had een vraag voor de heer Bierwolf. Sinds wanneer is de heer Bierwolf marketingexpert op het gebied van musea en collectie van het museum? De heer Bierwolf: Nou, mevrouw van Dalen, daar hoef je geen expert voor te zijn. Maar u weet, u bent toch wel eens een paar keer in het museum geweest, hè? Ja of niet? Mevrouw Van Dalen: Ja. De heer Bierwolf: Door hoeveel mensen bent u overlopen op dat moment? Mevrouw Van Dalen: Mag ik reageren? De heer Bierwolf: Als je meer mensen wil trekken, dan moet je zorgen dat er meer punten in Weesp zijn die gerelateerd zijn aan het museum. De voorzitter: Oké. Nu gaan we elkaar een beetje de maat zitten te nemen, dames en heren, en dat lijkt me nou niet het uitgangspunt. De heer Bierwolf: Nee, voor mij was het goed, voorzitter. De voorzitter: Ja, dat lijkt mij ook. Maar ik vroeg me af of u aan het eind van uw betoog was, meneer Bierwolf? De heer Bierwolf: Ja, dat zeg ik, voorzitter. Ik ben klaar. De voorzitter: U was aan het einde van uw betoog. Dan ga ik naar de wethouder. Kort, maar krachtig wethouder, want we moeten de tijd bewaken. De wethouder: Nou, voorzitter, volgens mij bent u al aan mijn vertrek … U bent al zeer actief in het debat, dus dat gaat hartstikke goed. De voorzitter: Ja, maar doe een uitlokking over die prachtige burgemeesterskamer. Ja, daar moet je natuurlijk wel wat van zeggen. Gaat uw gang.

De wethouder: Zeker. Nee. Dank. Ja, we hebben het natuurlijk al in de commissie besproken en ik zal het nog maar een keer heel krachtig zeggen en dat werd vanmiddag ook mij ingefluisterd door onze eigen ambtenaar, onze conservator. Het is een museum, maar het is niet museaal, hè? Het gebouw staat centraal, maar moet niet leeg gaan staan. Het moet een hybride toekomst gaan geven, waar je soms ruimte hebt voor een extra expositie, waarbij misschien Amsterdamse of ander musea een bruikleen aangaan. En op andere momenten staat een democratische organisatie daar met een workshop of iets anders. Of, zegt de bestuurscommissie, of wie er over twintig jaar dan ook de scepter mag zwaaien over Weesp. Van wij gaan daar een maand lang of een week lang of een dag vergaderen. Voorzitter, het moet een hybride constructie worden. En de term museum drukt dat wellicht de kop in. Maar dat was de kern van mijn reactie ook afgelopen commissievergadering. Dan begin ik even bovenaan. De heer Renzenbrink. Ja, dank. En dan maak ik toch alvast een klein linkje naar de heer Bierwolf. Ik had gewild dat de heer Bierwolf dit betoog maar afgelopen WZcommissie had gehouden, want dan had ik ook nog een aantal dingen kunnen uitzoeken. Want daar ging het in essentie natuurlijk over. Maar goed, het is fijn dat u zich in die zin herpakt.

En dat we het toch nog een beetje over de inhoud kunnen hebben op deze raadsvergadering. Ja, de heer Renzenbrink maakte een opmerking en ik zal zo meteen ingaan op het amendement, als ik alle vragen heb beantwoord. Over het

archief en het museum moet groeien en geld. Ja, ik zei dat in een bepaalde context. Dat juist het stadsarchief Amsterdam ook kansen biedt. En op het moment dat je gaat verzelfstandigen. Ja, als zelfstandige entiteit ook meer gelden kunt aanspreken. Ik zei zelfs specifiek, niet per se uit Amsterdam, maar ook uit nationale en misschien zelfs internationale fondsen. Want die mogelijkheden zijn er gewoon. Niet alleen voor cultuur, maar ook voor andere organisaties. Even kijken, dan mevrouw Blommestein. Nou ja, die maakte, het is ook niet echt een opmerking, maar ook dank dat het … Ja, u maakte wel in die zin een opmerking. Ik moest even denken aan mijn aantekeningen. U zegt ja, de toekomst van het museum moesten we vaststellen, geloof ik, zei u. Maar … Dat ben ik met u eens, maar als er maar op een gegeven moment ook naar is of het ontwikkelt zich zo, dan moet je soms andere keuzes maken in het bestuurlijk akkoord, maar ook in dit stuk hebben we ook geregeld, van wat gebeurt er nu als het museum, en laten we hopen dat het niet gebeurt, toch onverhoopt omvalt, omdat. Wat gebeurt er dan met de collectie? Waar moet Amsterdam dan voor zorgen en ook dat hebben we in dit stuk geborgd. Dat de collectie beschikbaar moet blijven, in Weesp moet blijven. Want het is van Weesp en het blijft van Weesp. En daarom is de handtekening… De voorzitter: Mevrouw Blommestein.

Mevrouw Blommestein: Ja, voorzitter, ik zei niet vaststellen, maar zeker stellen. Voor de toekomst van het museum zeker stellen. De voorzitter: Ja, dank u wel. De wethouder. De wethouder: U heeft helemaal gelijk, zeker stellen. Maar ik wilde juist ook het punt maken dat mocht het nou niet lukken om het zeker te stellen, dat de collectie dan in goede handen is, in mijn optiek. Dan ga ik er toch wat sneller doorheen, voorzitter. En dan kom ik eigenlijk aan bij de heer Bierwolf. Ja, die vraagt vrij specifieke vragen. Ja ik, als u het niet erg vindt, voorzitter. Wat ik al aangaf, ik had het toch echt verwacht bij de commissie. Dan had ik wellicht nog dingen ook kunnen uitzoeken. Maar laat ik dit zeggen, het is een visie. Het is geen uitvoeringsplan, hè? Als u komt met heel concrete voorstellen, zoek de verbinding. Ik weet dat het museum zo denkt, want dat doen zij al jaren en dat willen ze graag ook vergroten, maar dat staat inderdaad niet expliciet genoemd. Maar de richting die u aangeeft, die kan ik alleen maar onderschrijven in de gedachtenvormen van het museum. U zegt ja, vergroot het web. Maak het interessanter. U bent wat kritisch, merk ik, naar het museum. Ook dat mag. Dat is alleen maar hartstikke goed. Waarom we een opmerking maakten van de spin in het web? Omdat wij dat ook belangrijk vinden.

Als gemeentelijke organisatie kun je ook een bepaalde spin in het web zijn waar het gaat om verbinding. De voorzitter: De heer Bierwolf. De heer Bierwolf: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik begrijp de wethouder wel. Ik heb mij donderdag in de commissie eigenlijk te veel laten verleiden door die andere kwestie, vanwege het gebruik van het huis. Ik had beter op dat moment de tip kunnen geven. Maar ik ben zeker niet kritisch naar het museum op zich toe. Alleen, ja. Als je het over visie hebt, dan wil ik graag een horizon zien en die zie ik niet in dit stuk echt. Ik zie wel een wens om meer mensen te hebben, maar daar moet je naartoe werken. De voorzitter: De wethouder. De wethouder: Dank u wel, voorzitter. Ja en dat is precies ook het bruggetje wat ik wilde maken naar de opmerking wishful thinking maakte u ook, hè? U maakte, u refereerde aan het stuk van XPEX. Ik heb dat wel degelijk in de commissie ook aangegeven. De lastigheid zit hem er nu echt in en dat is gewoon toch de waan

van de dag waarin wij nu zitten met corona. Wat is die stip op de horizon? Hoe hoog kun je hem zetten? U refereert terecht naar bezoekersaantallen. En ook naar de aantallen die zijn gegeven om het rendabel te krijgen, namelijk twintig, vijfentwintig duizend bezoekers. Ja, is dat realistisch voor nu? Ja, anderen gaven ook aan, u gaf het zelf ook aan, er zijn ook kleine musea in Amsterdam die het hartstikke moeilijk hebben. Alles staat op zijn kop. De stip op de horizon, die geven we wel degelijk. We geven kaders mee, maar het moet ook gaan groeien. En ook in een hybride vorm, wat mij betreft. Echt groeien, want het gaat een nieuwe rol krijgen. Een grotere rol. Die spin in het web, ik denk dat gebeurt ook al. Ze zitten aan tafel bij alle spelers. Ook met Wesopa, ook met anderen, ook het mooie huisje dat over de Vecht vaart. Daar wordt aan gedacht. En voorzitter, ik ben ervan overtuigd dat het goed is. Maar ze denken ook verder, ook met het Amsterdam museum wordt al actief mee gesproken. Maar ook andere musea in Amsterdam zien zo ook een heel mooi buiten voor bepaalde collecties die nu niet kunnen worden tentoongesteld. Dus ja, is het wishful thinking? Natuurlijk, het moet een visie zijn. We moeten ergens naartoe groeien en onderweg kun je bijsturen, maar die stip staat wel degelijk op de horizon. En de kaders geven we mee.

En inderdaad, er komt zeker nog een gebouwenplan aan van hoe we daarmee omgaan. Dat staat ook heel duidelijk aangegeven in het stuk. Voorzitter, ik heb daarmee alle vragen beantwoord en dan ga ik naar het amendement. En dat vind ik dit een hartstikke sympathiek amendement. Ik denk dat het inderdaad … Wat zegt u, voorzitter? De voorzitter: Nou, de vorige keer merkte ik dat dat een gevaarlijke uitdrukking was, zei ik. Ga uw gang. De wethouder: Ja, dat weet ik. Ik ga hem nu toch weer een keer maken. Nee, want we zeggen eigenlijk allemaal hetzelfde. We willen hetzelfde. Ik denk dat het een heel mooie aanscherping is voor hetgeen wat wij ook hier in dit stuk stellen. Dus ik laat het verder aan de raad hoe om te gaan met dit amendement, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer de wethouder. Dan hebben we de eerste termijn gehad. En als ik alle eensgezindheid op dit punt hoor en de toelichting op de nuances binnen die eensgezindheid, die heeft u ook allemaal duidelijk gegeven, vroeg ik mij af, is er eigenlijk nog wel behoefte aan een tweede termijn? De heer Boom: Nee, hoor. Mevrouw Blommestein: Nee hoor. De voorzitter: En als ik dat dan heb gevraagd, dan vraag ik mij af, u was zo eensgezind over het amendement wat voorligt. Wil iemand stemming over dit amendement? Allen: Nee hoor. De voorzitter: De hele raad is unaniem voor.

Meneer Boom, het amendement dat u als eerste hebt ondertekend is hiermee ook unaniem aangenomen. En dan vraag ik u af. Dan ligt er ook een voorstel toekomstvisie museum. Dat is nu iets geamendeerd en de vraag is, wilt u daarover nog stemming? De heer Boom: Nee, hoor. Mevrouw Blommestein: Nee, ook niet. De heer Boom: Nee, ook niet.

De voorzitter: Er is niemand die stemming wil. U kunt allemaal instemmen met het voorstel. Dan is ook het geamendeerde voorstel aangenomen. En dan feliciteer ik u allen met een prachtig toekomstbeeld op het stadhuis Het museum. 19. Begrotingswijziging Sociaal Wijkteam De voorzitter: Ik ben bij de begrotingswijziging Sociaal Wijkteam en ik geef het woord aan mevrouw Ter Kuile. Mevrouw Ter Kuile: Dank u wel voorzitter. We leggen als D66 Weesp een motie voor en de motie heeft tot doel om de raad geïnformeerd te houden over de voortgang van de ontwikkeling bij het Sociaal Wijkteam. Dat heeft te maken het feit dat er meer, veel meer geld gevraagd wordt voor de uitvoering. Daar staan wij achter. Wij vinden het belangrijk dat de dienstverlening van het Sociaal Wijkteam, dat dat goed is voor inwoners van Weesp. Maar we vinden het ook belangrijk dat dat op de meest doelmatige wijze mogelijk gebeurt. Dus ik zal nu overgaan tot het voorlezen van de motie. De raad van de gemeente Weesp, in openbare vergadering bijeen op 15 april 2021. Overwegende dat inwoners van Weesp bij hun hulpvraag goed en snel geholpen moeten worden, het gevraagde budget voor Weesper begrippen substantieel is. Het inzetten van extra capaciteit een tijdelijke, incidentele oplossing is. De dienstverlening van het Sociaal Wijkteam blijvend structureel verbetert als complexe werkprocessen geoptimaliseerd worden.

Wij als raad een vinger aan de pols willen houden voor wat betreft de doelmatigheid van dit extra budget. Constaterende dat het aantal hulpvragen van inwoners toeneemt, het aantal hulpvragen de capaciteit van het Sociaal Wijkteam te boven gaat, de behandeling van een hulpvraag hierdoor te veel tijd kost. Extra capaciteit nodig is, waarvoor er een begrotingswijziging is ingediend en er weinig prioriteit gegeven wordt aan blijvende verbeteringen van dat werkproces, verzoekt het college in de eerste raadscyclus na het zomerreces te komen met een voortgangsrapportage en/of een raadsinformatiebrief van het Sociaal Wijkteam met daarin opgenomen welke verbeteringen op hoofdlijnen zijn doorgevoerd in de werkprocessen van het Sociaal Wijkteam. De bereikte resultaten in het verminderen van de bewerkingstijd en de doorlooptijd van de hulpvragen door het Sociaal Wijkteam en het effect op de werkdruk binnen het Sociaal Wijkteam en gaat over tot de orde van de dag. Nogmaals, het gaat D66 Weesp echt over vinger aan de pols houden bij deze ontwikkelingen in het belang van de inwoners van Weesp. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk eventjes wie er nog meer het woord wil voeren en dat is mevrouw Van Dalen van de VVD, zie ik. Zij heeft het woord. Mevrouw Van Dalen: Yes, dank u wel voorzitter. Wat ik wilde zeggen is, wij staan … Onze grondhouding is positief ten opzichte van deze motie.

We begrijpen hem ook helemaal. Hij gaat in die zin, vinden wij, wel iets ver met … Maar goed, er staat onderstreept, op hoofdlijnen, dus dat maak het al iets minder ver. Maar met de concreetheid, weet je wel, welke verbetering precies? Moeten we ons daar mee bemoeien? Nou goed, in dit geval denken wij van wel. Maar we wachten toch even de wethouder af, het antwoord van de wethouder af hoe tijdrovend dit gaat zijn. Maar in principe staan we daar positief tegenover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bierwolf, de SP. De heer Bierwolf: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, ik vind dit toch wel een erg hoge druk leggen op de organisatie, hoor. We zijn al blij dat we keurige monitors krijgen iedere keer en we kunnen dat niet in elkaar schuiven en het maar steeds korter. Gun de mensen gewoon de tijd om de dingen die wij hebben op tijd in de desbetreffende monitor onder te brengen en leg niet te veel druk op die zaak, want dat gaat denk ik ten koste van de kwaliteit. Dat is mijn idee, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel, de heer Renzenbrink, CDA. De heer Renzenbrink: Ja, dank u wel voorzitter. Op zich, wij zitten er een klein beetje hetzelfde erin. In principe, het is per definitie het raadsvoorstel als zodanig, dat we gewoon geld gaan maken. Want daar gaat het natuurlijk om in het raadsvoorstel gewoon om het Sociaal Wijkteam te versterken in deze tijd. Vinden we alleen maar goed, want er zijn veel meer zaken. Want wat altijd opvalt, het geld wat we als gemeente beschikbaar stellen, dat is dan verlagen van de precario of van de reclamebelasting. Maar er gebeuren nog veel meer dingen in de samenleving en onder andere dat het Sociale Wijkteam natuurlijk ook gewoon veel meer werk krijgt. Aan de andere kant zijn we het wel eens in zijn algemeenheid met wat de insteek is van deze motie van D66 en GroenLinks. Dat je gewoon niet alleen maar geld moet weggooien voor drie maanden en dat het dan weer allemaal verdampt is in het kader van werkprocessen. Maar aan de andere kant is het ook zo, 1 januari volgend jaar wordt het anders. Ik bedoel of het nou wel of niet zo is. De vraag is hoeveel energie moet je nu stoppen in structurele verbeteringen, zeg maar, van werkprocessen, omdat ze toch per 1 januari aan het veranderen gaan. Dus in principe in zijn algemeenheid zou je zeggen van de verzoeken die gedaan worden in de motie, die steunen we.

Want het is gewoon goed om gewoon zicht te houden. Dat hebben we zelf ook een aantal keren gevraagd. Laat ons zien wat er gebeurt. Wat zijn de verschillen zo meteen? En daar vraagt dit in feite ook om. En aan de andere kant moeten we ook niet alleen maar omdat deze motie uitgevoerd moet worden dat er dan iemand, zeg maar, de hele dag druk is om streepjes te zetten. Om een lang verhaal kort te maken, we wachten even de reactie van de wethouder af. Maar nogmaals het raadsvoorstel oké en de motie, de intentie steunen we, maar even kijken of we onszelf niet in de voet schieten ermee. Maar dat horen we wel van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel. De heer Keesman, Partij van de Arbeid. De heer Keesman: Ja, voorzitter. Om het kort te houden, we sluiten ons aan bij de heer Renzenbrink en de heer Bierwolf. We wachten het even af, wat de wethouder zegt. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even of ik iedereen de gelegenheid gaf. Meneer Miner. De heer Miner: Ja, dank u wel voorzitter. In de begrotingswijziging, die ik straks gaarne ga ondersteunen hoor, zit een projectleider transformatie en die vind ik eigenlijk als onderdeel best ingewikkeld, omdat ik denk ja, we gaan naar Amsterdam. We hebben in onze kernwaarden opgenomen dat we het Sociaal Wijkteam, dat we die werkwijze willen hanteren. En nu bekostigen we dat eigenlijk zelf. Maar daar kan ik wel moeilijk over doen.

Aan de andere kant denk ik, we hebben er met zijn allen belang bij dat we inderdaad die werkwijze van het Sociale Wijkteam, die integrale werkwijze, kunnen handhaven, dus als daar die projectleider voor nodig is, dan zij dat maar zo. Dan ten aanzien van de motie. Ik vind de motie een goed doel nastreven, maar ik vind het de verkeerde manier. Omdat ik echt het gevoel heb, dat we dan de mensen gaan vragen om een relatief groot gedeelte van hun werk aan die verantwoording te besteden. En ik denk, het is eerder gezegd, dat eigenlijk je veel beter kan vragen om in de monitor Sociaal Domein een aantal extra punten aan te geven waarin helder wordt geformuleerd wat inderdaad deze begrotingswijziging oplevert. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik volgens mij alle leden van de raad … Meneer Van der Does: Voorzitter. De voorzitter: Ja, mevrouw Ter Kuile wil nog wat verduidelijken. Dan de heer Van der Does. Mevrouw Ter Kuile.

Mevrouw Ter Kuile: Ik had een interruptie voor de heer Miner en ook een klein beetje een antwoord op van ja, hoeveel druk, werkdruk levert het afleggen van verantwoording nu eigenlijk, hoeveel werkdruk brengt dat met zich mee? Daar antwoordt natuurlijk de wethouder ook zo nog op, maar waar het om gaat is dat je bewaakt of extra geld of dat effect heeft? En of dat doelmatig is of het doelmatig besteed wordt. Het hele voornemen is om die werkprocessen zodanig te veranderen, dat het de doelmatigheid ten goede komt. Nou, het enige wat wij willen is dat daar op hoofdlijnen, dus op een A4 of op twee A4, dat daar een beetje stand van zaken over bericht wordt. Dat komt ook het eigen proces ten goede, is mijn ervaring. De voorzitter: Dank u wel. Maar dat was eigenlijk gewoon een toelichting op uw eerste termijn, in plaats van echt een vraag aan de heer Miner, zou ik willen vaststellen. Dus u heeft weer geluk gehad dat ik dat heb toegestaan. De heer Van der Does. De heer Van der Does: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij hebben deze motie medeondertekend. Het is van belang om inderdaad dit soort processen goed te bewaken. Met name met het doel voor ogen dat de Weesper burger goed kan worden bediend door het Sociaal Wijkteam en dat het Sociaal Wijkteam ook goed in staat is zijn werk te doen en niet onder de werkdruk zeker in coronatijd zou bezwijken. Ik constateer wel twee dingen.

De éne is dat er dus 4,9 FTE inderdaad direct aan het oplossen en aan het werkproces wordt besteed. Hè, dus aan het weghalen van de werkdruk, dus echt de handjes aan het bed. Maar ook 2,1 FTE en dat is best wel veel, aan het verbeteren van de werkprocessen. En vandaar dat ik het ook belangrijk vind dat het ook zichtbaar gaat worden. En dan heb ik nog wel één vraag, het is namelijk invullen van vacatures in deze tijd lijkt me erg moeilijk. Dus ik ben ook benieuwd op welke termijn de wethouder überhaupt denkt deze vacatures die we nu of het budget dat we nu beschikbaar stellen, in realiteit weet om te zetten. Dus dat is wel belangrijk, want anders zitten we al bij Amsterdam, voordat het gestart is. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik volgens mij in de eerste termijn de hele raad gehad. Het was bijna 16 april en daar verscheen ineens de verantwoordelijke wethouder in beeld, alsof ze er de hele avond niet was geweest. Maar ze lette natuurlijk wel goed op. Daar was ze ineens. Dat geldt overigens ook voor mevrouw Ogier, die nog helemaal niet in beeld geweest is. Maar ook de hele avond zit op te letten en mee te doen. Dus u ziet wel, het hele college is scherp vanavond. De wethouder heeft het woord. De wethouder: Ja, dank u wel. Hoort u mij goed? Voorzitter? Ja, mooi.

Even kijken hoor, voordat ik op de motie inga, heeft volgens mij de heer Van der Does stelde net twee vragen over het raadsvoorstel. Ik heb dat vorige week in de commissie overigens ook toegelicht. Dat een aantal FTE echt ingezet wordt echt op de zorgplicht, hè? De directe dienstverlening, de consulenten. En de overige FTE niet alleen naar verbeteren van de werkprocessen, maar ook naar de overgang van Amsterdam. Omdat wij willen dat in de overgang naar Amsterdam ook de mensen van het wijkteam één op één betrokken worden bij de overgang van cliënten in de kwetsbare posities. Dus daar zit ook gewoon werk voor het wijkteam, wat dan niet besteed wordt aan, zeg maar, directe dienstverlening aan, zeg maar, mensen met een zorgvraag. En de heer Van der Does vroeg ook nog, kunnen de vacatures worden ingevuld? Volgens mij is die vraag vorige week ook in de commissie gesteld. En toen heb ik ook aangegeven dat er juist gekeken wordt, bijvoorbeeld binnen Amsterdam zijn er bepaalde processen om eerst intern te kijken. Dat gebeurt nu niet, omdat Amsterdam ook geen jeugdconsulent bijvoorbeeld in dienst heeft, dus om meteen ook snel te schakelen. En zeg maar, de verbandjes uiteraard. Eerst moeten we als een raad besluiten, maar de verbandjes zijn al wel gelegd. Dus we hopen wel dat in afzienbare tijd de mensen kunnen worden aangetrokken.

Anders zouden we het voorstel overigens ook niet hebben voorgelegd. En nog even op de vraag van de heer Miner over de projectleider transformatie. Dat heeft dus ook daadwerkelijk te maken met de inzet van het wijkteam om de inwoners te begeleiden naar januari

toe. Dan ga ik naar de motie. En misschien kan ik meteen al even zeggen dat in het raadsvoorstel hebben wij natuurlijk ook aangegeven te gaan verantwoorden. Er staat letterlijk in het raadsvoorstel dat wij u na de zomer, in het derde kwartaal, schriftelijk zullen informeren over de voortgang en de effectiviteit van de ingezette maatregel. Dus eigenlijk de doelmatigheid waar mevrouw Ter Kuile het ook over heeft. Dus in die zin, ik kan de hele motie langslopen en aangeven van nou, welke punten, bijvoorbeeld als u het over werkprocessen heeft en werkdruk, bijvoorbeeld het effect op werkdruk, ik denk niet dat wij daarover richting de raad hoeven te verantwoorden. Maar het gaat u er vooral om dat de ingezette maatregelen effectief zijn of dat de dienstbaarheid aan onze inwoners overeind blijft. En dat de mensen geholpen worden die geholpen moeten worden. En dat moeten wij aantonen. Dus in die zin zijn er echt wel nuanceringen aan te brengen in de motie. Maar eigenlijk zeggen wij als college, hij is overbodig. Wij gaan aan u rapporteren. Wij zullen dat netjes doen. Wij gaan dat na de zomer doen omstreeks september. En ik weet dus niet dan of we dan in de eerste of de tweede cyclus zitten, maar wij gaan dat doen. Dus in die zin, ja, fijn dat u ons zegt van doe dat. Maar wij gaan dat doen. Dus dat is eigenlijk het korte antwoord. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: Het staat al in het raadsvoorstel, zegt u eigenlijk. Dank u wel, zeg ik tegen de wethouder en dan ben ik bij de tweede termijn. En kijk of mevrouw Ter Kuile nog behoefte heeft aan een opmerking in de tweede termijn. De motie intrekken? Mevrouw Ter Kuile: U legt me de woorden in de mond. Ik heb net overlegd, we gaan de motie intrekken. De voorzitter: Het was een suggestie. Dat meen ik, maar dank u wel. Ik heb hem genoteerd. En dan ben ik bij mevrouw Van Dalen. Of had u nog meer opmerkingen maken, mevrouw Ter Kuile? Want anders doe ik u tekort natuurlijk. Mevrouw Ter Kuile: Nee, ik ben blij dat de wethouder de strekking van onze motie ziet en dus in ieder geval ook expliciet die doelmatigheid meeneemt in die verantwoording. De voorzitter: Ja. Mevrouw Van Dalen nog in de tweede termijn? Geen behoefte aan? Meneer Bierwolf? Geen behoefte aan een tweede termijn? Meneer Renzenbrink? Ook geen behoefte aan een tweede termijn. Meneer Keesman? Meneer Keesman: Nee hoor, dank u. De voorzitter: Dan ben ik bij de heer Miner. De heer Miner: Nee, dank u. De voorzitter: En dan ben ik bij meneer Van der Does. Ook niet. Dan hoeft de motie niet in stemming worden gebracht. Dan kijk ik naar de Begrotingswijziging Sociaal Wijkteam. Ik heb u daar allemaal eigenlijk in positieve zin over gehoord. Is er iemand die over dit voorstel stemming wenst? De heer Boom: Nee.

De voorzitter: Als dat niet het geval is. Ik kijk even naar de heer Renzenbrink. De heer Renzenbrink: Nee, nee. Ik denk, ik zal het zeggen voor het verslag, maar knikken staat niet in het verslag hè, net als nee schudden.

De voorzitter: Goed, maar ik zag u bewegen. Ik denk ik geef u de gelegenheid om wat te zeggen. Maar als niemand behoefte heeft aan stemming, dan stel ik vast dat het voorstel unaniem is aangenomen. En dan is dit voorstel gedaan. En dan ga ik naar het laatste voorstel op onze agenda. 20. Brief gemeenteraad Weesp aan Dorpsraad Driemond – Bestuurscommissie Weesp De voorzitter: Dat is en dan moet ik even kijken. Dat is de brief, ik zoek even de agenda, de brief Gemeenteraad Weesp aan de Dorpsraad Driemond en de Bestuurscommissie. Is er iemand van de leden van de raad die hierover het woord wil voeren? Niemand van de leden van de raad die over de brief die nu voorligt het woord wil voeren? Mag ik daaruit de conclusie trekken dat de gemeenteraad van Weesp unaniem instemt met de brief? Is er iemand die daar stemming over wil? Niemand van u blijkt uit de reacties die daar stemming over wil. En u stemt allemaal in met de inhoud van deze brief? Dat is heel erg mooi. Dan dank ik u. Dan is deze brief ook als zodanig vastgesteld. 21. Sluiting Dames en heren, dan hebt u een geweldige prestatie geleverd om deze agenda vanavond en net nog op de vrijdagochtend af te wikkelen. Maar dat scheelt u en ons allemaal ook een hele organisatie voor aanstaande maandag. En daar doen we onszelf en al onze medewerkers een groot plezier mee. Dus dank daarvoor. Ik wens u allen een heel plezierige nieuwe dag.

Ik zou zeggen, pas goed op uzelf en allen die u dierbaar zijn. Blijf vooral gezond en ik hoop u binnenkort weer te treffen in een of ander overleg. Dank u wel en een goede nacht. Ik sluit deze vergadering, want dat moet ik er natuurlijk bij zeggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10087928/2