Printeversie transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE ALGEMENE ZAKEN EN MIDDELEN VAN GEMEENTE WEESP d.d. 3 maart 2021
1.
Opening en mededelingen van de voorzitter De voorzitter: Ik heet u allen hartelijk welkom bij de commissie Algemene Zaken en Middelen van de gemeente Weesp op 3 maart 2021. ‘…’ laat, half 10, de opening en mededelingen van de voorzitter. Ik heet u allen van harte welkom, ik heet de collegeleden van harte welkom. ‘…’ ondersteuning en natuurlijk ook zij die meekijken c.q. meeluisteren via de stream. Verder geen mededelingen van mijn kant. Inspreken
2.
Inspreekrecht voor burgers De voorzitter: Dan ga ik meteen door naar agendapunt 2, dat is het inspreekrecht voor de burgers. Daar heeft zich niemand gemeld, dus ook dat punt kunnen we als afgehandeld beschouwen.
3.
Vaststelling agenda De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 3: de vaststelling van de agenda. Is daar één van de commissieleden die daar het woord over wil voeren of een wijziging wil voorstellen? Niemand. TER ADVISERING
4.
Preventie- en handhavingsplan alcohol en drugs 2021-2024 De voorzitter: Dan gaan we al naar de stukken ter advisering. Dan gaan we naar Preventie- en handhavingsplan alcohol en drugs 2021 tot en met 2024 en het voorgestelde besluit luidt als volgt: 1) het preventie- en handhavingsplan alcohol en drugs 2021 tot en met 2024 vast te stellen. Het woord is aan de commissie, wie mag ik het woord geven? Mevrouw Ter Kuile van de fractie van D66, gaat uw gang. Mevrouw Ter Kuile: Ja, ik heb een vraag daarover. Het is duidelijk dat er inderdaad … Belangrijk is dat preventiebeleid, dat dat plaatsvindt. Het is het preventie- en handhavingsplan van Gooi en Vechtstreek. En de scholen, die een belangrijke spil zijn in dat beleid, dat is natuurlijk ook de Gooise Scholen Federatie. Maar hoe verhoudt zich dat nu tot de situatie dat wij in Amsterdam zijn? Is er een preventie- en handhavingsbeleid in Amsterdam? Ligt dat in elkaars verlengde? Nemen we dan via de scholen deel aan dit plan en met misschien andere activiteiten weer deel aan Amsterdam? Ik was gewoon benieuwd hoe die twee dingen in elkaar gaan passen. De voorzitter: Ja dank u wel mevrouw Ter Kuile van de fractie van D66. De heer Oostenrijk van de fractie van de Partij van de Arbeid, gaat uw gang. Mijnheer Oostenrijk, u heeft het woord.
U heeft uw hand opgestoken, dus ik neem aan dat u het woord wilt voeren? Als dat niet het geval is, haal dan uw handje even weg. Ja, daar bent u. De heer Oostenrijk: Ben ik in beeld? De voorzitter: U heeft nu het woord.
De heer Oostenrijk: Sorry, mijn computer deed een beetje traag. Dank u wel voorzitter. Goed, we zijn blij dat er zulk mooi prudent uitgebreid beleid klaarligt voor deze problematiek, dat ook als zodanig erkend wordt. Nu wordt er gesteld dat er overbrugbare verschillen bestaan tussen het regionale beleid en het beleid in Amsterdam. Dat klinkt positief, maar er wordt ook gezegd dat er enkele doelstellingen niet gehaald zullen worden en nu hebben we daar veel vertrouwen in dat dat met zorg en met aandacht wordt opgevolgd. Het is ook mooi dat er een blijvende samenwerking tussen Amsterdam en de regio gepland is, daar hebben we dus vertrouwen in. Maar ik vraag me wel af of dat leidt tot de verwachting dat het middelenmisbruik en dat het gebruik in Weesp iets toeneemt, dus is dat de verwachting dat hat door het niet halen van doelstellingen iets toe zal nemen? En ik had ook nog een algemenere achtergrondvraag: heeft de portefeuillehouder een idee waarom het alcoholgebruik in Weesp überhaupt wat hoger ligt dan gemiddeld? Dat was het. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Oostenrijk van de fractie van de Partij van de Arbeid. Overige commissieleden die hier nog het woord willen voeren? Als dat niet het geval is, dan ga ik naar de portefeuillehouder de heer Van Bochove. Mijnheer Van Bochove.
De heer Van Bochove: Voorzitter, ik weet niet helemaal precies … Dank u wel voor u allen inbreng … Welk deel van de vraag nou door de wethouder wordt gedaan en wat door mij. En omdat de onderscheid nu helder te maken: de wethouder weet precies welke vragen zij kan beantwoorden, dus ik zou bij haar willen beginnen en dan snap ik wat er voor mij overblijft. De voorzitter: Vind ik helemaal … Ga ik helemaal mee akkoord. Wethouder. Mevrouw Heijstee-Bolt: Dank u wel voorzitter. De wethouder gaat over het deel preventie en de burgemeester gaat over als er toch alcohol wordt genuttigd, zullen we maar zeggen. Mevrouw Ter Kuile en ook de heer Oostenrijk geven terecht aan van dat wij in een transitiefase zitten, dat geldt ook voor dit plan. Het plan heeft een langere doorlooptijd en wij zullen eerder overgaan naar Amsterdam. We hebben in het voorstel beschreven dat ook de GGD Amsterdam op het gebied van preventie heel veel programma’s heeft. Daar zit bijvoorbeeld ook het programma bij, dat heet volgens mij iets met schoolsetting, waarbij ook juist programma’s zijn op scholen om preventie te doen samen met de scholen. Dus wat wij gaan doen is … Er is al een warm contact tussen de GGD Gooi en Vechtstreek en de GGD Amsterdam. Wij zullen op het gebied van de preventie, want het heeft niet alleen maar met scholen, we werken ook met andere partners samen in de regio zoals Jellinek.
Wij zullen daar goede afspraken over maken met als uitgangspunt dat het ongestoorde voortzetting van de dienstverlening … Dus zeg maar dat de zorgcontinuïteit bovenop staat, voorop staat. Dus het kan niet zo zijn dat iemand meer gaat drinken doordat wij bestuurlijk gaan fuseren met Amsterdam. Dat moet eigenlijk het uitgangspunt zijn. Misschien zijn er wel mensen die meer gaan drinken, dat zou kunnen, maar dat zal dan andere redenen kunnen hebben. De heer Baars: Ja. Mevrouw Heijstee-Bolt: De vraag van de heer Oostenrijk, die kon ik niet helemaal goed plaatsen dat hij zei: ‘Bepaalde doelstellingen worden niet gehaald’. En hij vroeg naar waarom er in Weesp relatief meer alcohol wordt genuttigd, op dat laatste weet ik het antwoord helaas niet. Misschien dat de portefeuille handhaving daar wel een reactie op kan geven. Dat was het voor zover even voorzitter. De voorzitter: Ja dank u wel wethouder Heijstee. Ik ga door in deze duo-presentatie naar de heer Van Bochove.
De heer Van Bochove: Ja dank u wel voorzitter. Het is altijd fijn als de wethouders precies kunnen aangeven waar het onderscheid ligt in onze verantwoordelijkheden, die we natuurlijk collectief delen, maar de ene ‘…’ op één onderdeel en de ander op een andere. Ja, waarom de drankgebruik in Weesp hoger is in vergelijking met andere, daar is voor zover mij bekend nog nooit een onderzoek naar gedaan. En ik kan dus ook die vraag niet beantwoorden. Ik denk ook dat dat een wat lastig te beantwoorden vraag is, er kunnen culturele verschillen zijn, er kunnen ook andere verschillen zijn. Zeker is, dat drankgebruik in de regio Gooi en Vecht op zich al hoger is dan opzichte van het landelijk gemiddelde. En daar zijn in algemene zin, zonder dat ze echt wetenschappelijk onderbouwd zijn, wel aannames bij te bedenken die daar aanleiding voor geven om te veronderstellen hoe dat komt, maar ik kan niet zeggen dat ze wetenschappelijk onderbouwd zijn. ‘Enkele doelstellingen worden niet gehaald’, ja als je een plan maakt voor een periode van 4 jaar en je maakt dat ambitieus, dan zul je altijd ervaren dat je aan het eind van die 4 jaar moet vaststellen dat je niet hebt gehaald wat je zou willen. En de heer Oostenrijk zei: ‘Het is … Blij dat er nu zo een plan ligt’, ja dit is niet de eerste keer dat er een plan ligt, ook in de afgelopen 4 jaar hadden we een plan liggen.
En u hebt ook uit de notitie kunnen halen dat we in dat plan opgenomen ambities ook niet allemaal hebben gehaald. Kijk, er is niets zo moeilijk als het sturen van de mens en gedragingen van mensen zijn ook heel lastig te sturen en te beïnvloeden. En je kunt door je beleid, door je voorlichting, door daar helder over te praten met jongeren, ook proberen, en ouderen, het drankgebruik ook terug te brengen. Zo een actie als die de GGD deze maand organiseert van 30 dagen gezond, zeg maar even in mijn woorden, daar kun je dus ook in stimuleren dat je 30 dagen lang geen alcohol gebruikt, die 30 dagen daarvoor gebruiken. En misschien is dat een stimulans om dat ook te verlengen of wat vaker niet te doen, alcohol gebruiken. Dat zijn allemaal acties die we ondernemen, maar eind van ‘…’ moet je vaststellen dat de beïnvloeding van het gedrag van de mens uitermate moeilijk is. Dus vanuit dat perspectief moet je zeggen: ‘We halen niet alle doelstellingen, maar we proberen dat natuurlijk wel.’ Daarvoor moet je dus bijvoorbeeld goed kijken hoe de sportclubs omgaan met mensen tot 18 jaar. En we hebben de afgelopen jaren ook wel gemerkt dat we in het halen van die doelstelling ook wel een aantal keren gesprekken met sportclubs hebben gevoerd en ook met anderen over het drankgebruik, het ontmoedigen van drankgebruik, bij de jeugdige leden.
Dat zijn allemaal dingen die daar een rol in spelen en onze inzet op allerlei terreinen, zowel vanuit de GGD, maar ook vanuit de handhaving en het toezicht, is er dus op gericht om dit plan, in de komende 4 jaar, als vervolg op het vorige 4 jaar, zoveel mogelijk inhoud te geven. En de wethouder mevrouw Heijstee heeft al aangegeven hoe dat in de samenwerking tussen de beide regio's zijn beslag krijgt. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Bochove. Ik ga even terug naar de commissie, kan ik … Is er nog iemand die in de tweede termijn het woord wenst? Geeft u dat dan even aan. Mijnheer Oostenrijk? De heer Oostenrijk: Ja, ik wil even kort iets zeggen: het was me natuurlijk duidelijk dat hiervoor al een dergelijk plan bestond. En wat de doelstellingen die niet gehaald worden betreft: ik bedoel de doelstellingen die niet gehaald werden vanwege de overgang naar Amsterdam. ‘…’ (buiten microfoon). De heer Oostenrijk: Ok, dat is al een bevredigend signaal, maar waar het me vooral om ging was dat de kans dat het middelengebruik zou stijgen er niet was vanwege de fusie en dat is de doelstelling, dat gaf wethouder Heijstee duidelijk aan, dus dat vond ik een bevredigend antwoord. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Oostenrijk. Ik zie de heer Renzenbrink van de fractie van het CDA. Mijnheer Renzenbrink.
De heer Renzenbrink: Ja dank u wel voorzitter. ‘…’ op zich die actie die de burgemeester had van die 30 dagen geen alcohol, ‘…’ in overleg met het kabinet heel rigoureus heeft aangepakt, maar dat is op straat. Maar dat is meer … Serieuze vraag, we hebben een aantal dingen die hier staan en dat we gewoon met ingang van 1 januari gewoon ‘…’ en dat een aantal dingen over gaan lopen, juist in het kader van de preventie en dus … Iedereen heeft plannen, iedereen heeft acties lopen, want ik bedoel Amsterdam ‘…’. En ook in het kader van de handhaving: is er ook een plan of een transitieplan of een duidelijke … Dat er een verantwoordelijke is die zorgt dat die aansluiting er is. Dat wij niet zo meteen juist in dit ‘…’ ergens een beetje tussen wal en schip ‘…’. Dat de een er al mee stopt en dat de ander weet dat hij moet gaan doen, maar nog niet helemaal klaar is en dat bij overheidsinstellingen, bij dat soort zaken zie je het toch altijd weer ‘…’. Dan hebben we wel een periode dat we zeg maar juist in de hand ‘…’ en dan denk ik niet aan ‘…’ alleen, maar zeker ook aan ‘…’ ontstaat, zal die handel nog heel sterk met ‘…’. Is er iemand verantwoordelijk voor, of ligt er iemand van wakker als het zo meteen fout gaat? Want dat is ‘…’ in het kader van de preventie en in het kader van handhaving. Intenties zijn goed hoor, daar gaat het helemaal niet om. ‘…’.
De heer Van Engelshoven: Mijnheer Renzenbrink, uw geluid is heel erg slecht. We maken van deze vergadering ook verslag via de computer, maar dat wordt helemaal niks, want er zit allemaal haperingen in. Dus misschien dat u op een andere manier uw geluid naar ons toe kunt sturen. De heer Renzenbrink: Ik ga het aanpassen. De voorzitter: Ik ga … U was klaar met het stellen van uw vraag c.q. opmerking mijnheer Renzenbrink? De heer Renzenbrink: Ja. De voorzitter: Dan ga ik naar … Eerst naar de heer Van Bochove toe. De heer Van Bochove: Ja voorzitter, laat ik beginnen met te zeggen dat ik de opmerkingen van de heer Renzenbrink volkomen begrijp. Hij zegt eigenlijk: ‘Jongens, jullie moeten wel zorgen voor een warme overdracht en voor het feit dat de ene organisatie overdraagt en dat dan op een zodanige manier doen dat de andere organisatie dat ook gewoon makkelijk en automatisch oppikt en dat er geen vacuüm is, ik vertaal dat even als een warme overdracht. Natuurlijk zullen wij er alles aan doen, ook vanuit onze kant, om te bewerkstelligen dat die warme overdracht er is. Laat ik nu niet vooruitlopen op een presentatie die ergens in deze komende maand door de politie wordt gegeven, maar ik weet dat er op dat punt al afspraken zijn.
En zelfs ook in de praktijk gebracht gaan worden, om ervoor te zorgen dat, laten we zeggen als het gaat om politie, ik gebruik dat voorbeeld dan toch maar even, niet als ze er op 2, 3 of 4 januari daadwerkelijk vanuit Amsterdam, de politiediensten wordt ingevuld, dat die mensen voor het eerst in Weesp zijn. Dus we gaan dat wel in een eerder stadium effectueren zodat, dat gebruik ik nu even als voorbeeld, zodat dat op een goede manier kan worden opgepikt. Zodat de mensen die in Weesp buiten aan het werk gaan vanuit de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, ook weten wat Weesp is en wat ze daar kunnen verwachten en hoe dit in elkaar steekt. Dat is van de kant van de politie in dit geval. Maar de kans van de brandweer, nou we blijven gewoon onze eigen vrijwillige brandweer houden, maar die komen in een andere veiligheidsregio ook daarin. En in deze situatie waarin u het nu over heeft, de wethouder heeft wel aangegeven dat er een intensieve samenwerking nu al is tussen de GGD Gooi en Vecht en die van Amsterdam-Amstelland. Dat er sommige onderdelen bij de regio Gooi en Vecht nog blijven voorlopig. Dus ook op dat punt is er sprake van goede contacten.
En als het gaat om de handhaving op het gebied van alcohol, ja dan zullen we daar toch, ook vanuit de handhaving die dan verantwoordelijk is, en wij vallen nu bijvoorbeeld ook met drank- en horecawet onder Hilversum, dat zal ongetwijfeld Amsterdam worden, die zullen dat gewoon één op één ook gaan
uitvoeren. Want ook op dit ogenblik hebben we in het kader van dat soort trajecten bijvoorbeeld de boa’s al onder Amsterdamse sturing, dus we zijn al heel erg nadrukkelijk op dat punt bezig om voor die warme overdracht te zorgen. Lang antwoord, maar ik heb er maar een paar voorbeelden bij gepakt om de heer Renzenbrink en anderen duidelijk te maken op welke terreinen we deze slagen al aan het maken zijn. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Bochove. In de duo … De heer Renzenbrink: Dank voor uw antwoord. Ben ik nu beter te verstaan? De voorzitter: U wilt een opmerking maken? Ja, gaat uw gang. De heer Renzenbrink: Ik wil alleen weten of ik nu beter te verstaan ben. De heer Bochove: Ik kan u verstaan. De voorzitter: U bent absoluut beter te verstaan, voor mij. De heer Bochove: Ja, het is veel beter zo. De heer Renzenbrink: Dank u. De voorzitter: Dank u wel. In de duo-beantwoording, wethouder Heijstee. Mevrouw Heijstee: Ja ik heb eigenlijk … Dank u wel voorzitter …Eigenlijk niks toe te voegen aan de woorden van de burgemeester. De voorzitter: Nou dat dat mag ook. Mevrouw Heijstee: Ja. De voorzitter: Dat mag ook, dat is prima. Dank u wel. Ja, ik denk dat we dan de vragen hebben gehad, de antwoorden zijn geweest en dan komt altijd de vraag: ‘…’ mogelijk door te leiden naar de raad toe? Zal ik eens het voorstel hamerstuk doen? Kunt u daarmee instemmen? Ja.
Dan geleiden wij dit door als hamerstuk naar de raad van 11 maart. 5.
Verantwoording fractiebudgetten 2020 De voorzitter: Dan ga ik door naar agendapunt 5: de verantwoording van de fractiebudgetten 2020. En het voorgestelde besluit is in te stemmen met de verantwoording van de uitgaven door de VVD en de Partij van de Arbeid, ten laste van de post fractiebudgetten 2020. Is er iemand uit de commissie die daar het woord over wil voeren? Als dat niet het geval is, dan ga ik u meteen de vraag stellen of wij dit ook als hamerstuk kunnen door geleiden naar de raad. Prima dank u wel, dan gaat dit ook 11 maart als hamerstuk naar de raad.
TER BESPREKING 6.
Ontwikkelingen Covid-19 De voorzitter: Dan gaan we naar de stukken ter bespreking. Agendapunt 6: Ontwikkelingen Covid-19. Mijnheer Van Bochove, mag ik u daarbij het woord geven? De heer Van Bochove: Ja voorzitter, dat mag u doen. We hebben in de afgelopen periode, denk ik net in onze vorige commissievergadering, nog gesproken over de problematiek bij de invoering van de avondklok. Waarbij wij ook in Weesp te maken hadden met enige onrust op de SOB-commissievergadering was dat natuurlijk ook waarneembaar. We hebben daar in goede samenspraak met alle partners in dit traject en met het nemen van maatregelen die u ook, in een van de RIB’s die er nu bij ligt aan de orde hebt gehad, hebben wij ervoor gezorgd dat er uiteindelijk ook in Weesp op dat punt de rust kon terugkeren. En ik heb ook in die periode daarna bijvoorbeeld met ondernemers gesproken en daar ook hele, zeg ik overigens, wisselende reacties gekregen, maar over het algemeen eigenlijk allemaal wel positief over de stappen die zijn gezet. We zijn in goed gesprek met de ondernemers en de ondernemersvereniging en eigenaren van het winkelcentrum om ook op dat punt de rust en de veiligheid en de vertrouwen dat wij alert zijn, in stand te houden en zo nodig te herstellen.
We hebben natuurlijk in het kader van de coronamaatregelen en met name ook de avondklok in Weesp ook eigenlijk elke dag dat onze boa’s ‘s avonds na 9 uur mensen op straat aantreffen. En ik kan u eigenlijk wel zeggen dat in 99% van de situaties dat ook mensen zijn die van de goede papieren voorzien, hun werk doen en op straat zijn en dus kunnen aantonen dat zij dat mogen. En ik moet u zeggen dat ook de bejegening door de mensen van de boa’s eigenlijk op een hele plezierige manier verloopt. Iedereen begrijpt dat zij hun werk moeten doen, nou ja niet iedereen er zijn een paar incidenten, maar bijna iedereen begrijpt dat ze hun werk moeten doen. En iedereen werkt daar ook wel aan mee en boa’s zeggen tegen mij: ‘Dat mensen staan als ze ons aan zien komen, pakken ze al meteen hun papieren, weten wat er aan de hand is en het probleem is opgelost.’ En dus ook dat op dat punt, moet ik zeggen, ontwikkelt zich die situatie op een goede en rustige manier. Grote zorgen deelt het college met veel ondernemers die als gevolg van de crisis hun werk, hun bedrijf niet open kunnen houden en niet open mogen doen. Denken daarbij aan de horeca, denken daarbij aan de winkeliers die nu wel een klein stapje mogen zetten, maar dat is ook nog heel erg beperkt. Daar leven bij die ondernemers grote zorgen en wij delen die zorgen.
En ik maak er ook geen geheim van dat ook wij best wel gehinderd te worden door de strakke regels die de beperkingen met zich meebrengen. En als ik gehinderd bedoel, dan bedoel ik daarmee te zeggen dat ik ook intrinsiek voel, dat je op sommige momenten ruimte zou willen geven en willen gunnen, maar dat is door de strakke regels erg lastig. Wat ik ook constateer is dat in de communicatie vanuit de Rijksoverheid men niet altijd erin slaagt om de goede argumenten naar voren te brengen en daarmee wil ik niet zeggen dat je daarmee ook de burgers meteen overtuigd, maar als ik hoor dat de mensen van de horeca zeggen: ‘De terrassen kunnen makkelijk open, want wij bedienen dat op een goede manier’, en de winkeliers zeggen: ‘Onze winkels kunnen open, want wij gaan er op een goede manier mee om’, dan klopt dat in elke individuele situatie. Daar is van mijn kant geen twijfel over, maar wij kennen ook allemaal de beelden dat we de Lijnbaan moesten stilleggen, dat we de Kalverstraat moesten stilleggen. Want al die groepen samen die brengen mensen op de been en daar ligt vaak het probleem. Dan nogmaals is er erg veel begrip voor al die individuele ondernemers die echt heel veel maatregelen nemen, maar de ruimte die wij hebben om daarin iets te doen, die is beperkt.
We zijn als burgemeesters in de regio Gooi en Vecht, en u hebt dat ook kunnen zien uit de brief die namens de voorzitter van de veiligheidsregio aan de retailers is gestuurd, aan de opmerkingen van de voorzitter van de veiligheidsregio die ook de landelijke kranten heeft gehaald: ‘Kabinet wilt u nou niet overwegen om de terrassen open te stellen’, we zijn als burgemeesters in de regio echt wel gevoelig voor heel veel van die verhalen, maar wij hebben ook de wet uit
te voeren en daar liggen dan wat belemmeringen. Overigens is het zo, dat eigenlijk alle collegeleden op individuele basis of collectief, veel contact hebben met het bedrijfsleven, met ondernemers, met de maatschappelijke organisaties, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid. We hebben ook na een aantal maanden december, januari ‘…’, was het horeca-overleg weer opgestart. Wij zijn bezig om met de horeca afspraken te maken om zo gauw het horeca weer open mag, om dat ook op een adequate manier daarin weer tegemoet te komen. In vergelijking met zoals we dat jaar hebben gedaan in de zomermaanden, dus dat zijn allemaal dingen die wij voorbereiden om zo snel mogelijk weer, als dat kan, stappen te zetten in de goede richting. Ik wil ook graag iets zeggen over de psychosociale problematiek, die is groot. Wij lezen natuurlijk veel dat die bij jongeren groot is, maar ik kan u verzekeren bij heel grote groepen mensen, ook bij ondernemers, is de psychosociale problematiek groot.
Daar proberen wij ook aandacht aan te besteden, in regionaal verband is er 14 dagen geleden een soortement van sessie geweest waarbij de burgemeesters en de wethouders sociaal domein en wethouders die daar overigens daarnaast ook geïnteresseerd waren met andere portefeuilles, ook een bijeenkomst geweest met mevrouw Bussemaker en met de directeur van Versa over: hoe ga je nu de psychologische sociale problematiek aanpakken? We hebben daar als college binnenkort ook een afspraak over nog eens met de directeur Versa, ik geloof zelfs aanstaande dinsdag, om daar nog eens over door te praten als college: wat zouden we daar aan kunnen doen? De wethouder die verantwoordelijk is voor het sociaal domein heeft ook voor deze maand, ik geloof het eind deze maand, een soortement van seminar of ontmoeting gecreëerd met een groot aantal mensen uit onze samenleving om dat stuk op gang te brengen. We hebben binnenkort een gesprek met jongeren om te kijken wat daar leeft en we zijn bezig om te kijken hoe wij maatschappelijke allianties tot stand kunnen brengen met maatschappelijke organisaties en dergelijke om daarin ook stappen te zetten. Kortom: het is niet zo, en dat blijkt ook wel uit vragen van de fractie van GroenLinks, dat wij nu allemaal acties aan het uitdenken zijn, want daar ligt echt wel wat onder. De vragen van GroenLinks zijn inmiddels beantwoord, u kunt die antwoorden ook lezen.
Wij bereiden ons op een heleboel stappen voor en we bereiden ons voor op heel veel mogelijke ontwikkelingen. En dat doen we vooral door in gesprek te zijn met organisaties, maar u moet zich bewust zijn van het feit dat het beleid dat door de Rijksoverheid wordt vastgesteld en waar wij aan moeten voldoen, ieder moment verandert. Op het moment dat wij als het ware met planontwikkeling zijn, komen er weer nieuwe ontwikkelingen en dan is dat alweer achterhaald. Dus wij moeten heel erg goed nadenken over hoe wij onze capaciteit op een adequate manier inzetten. De antwoorden op de vragen van GroenLinks zijn op dat punt zijn denk ik duidelijk, je kunt het ermee eens zijn of niet, maar onze ruimte is ook op dat punt natuurlijk door allerlei landelijke maatregelen en dergelijke beperkt. Voorzitter, ik heb een heleboel punten aangestipt, er is nog veel meer over te zeggen, dat snap ik allemaal wel. Ik probeer ook in mijn wekelijkse column in de krant aandacht te vragen voor verschillende aspecten daarin, ook het menselijke aspect, niet alleen maar zakelijke opsomming, maar ook gewoon om dat op een bepaalde manier inhoud te geven. Daar kunt u over zeggen wat u denkt te moeten zeggen, u kunt mij daar ook suggesties bij doen. Ik heb ook op suggesties vanuit de samenleving op dat punt wel gereageerd, en tenslotte … Dat is ook altijd weer een aardig bericht.
We hebben de afgelopen weken en we doen dat nog een paar keer, mensen uit de samenleving in een kort vragenrondje met een fotootje aan het woord gelaten: hoe zij nou in die corona zaten. Regionaal Historisch Centrum liet ons weten dat zo een belangwekkend document te vinden, die samenhangende stukjes, dat ze dat ook in hun corona-archief gaan opnemen. Ook dat ze zeggen: ‘Hierin is op een goede manier toch vanuit de samenleving onder woorden gebracht wat ieder individu ervaart en speelt’. We gaan deze rubriek nu ook afronden, want hij heeft een breed kader gekregen en dan moet je weer nadenken over nieuwe dingen, maar dat speelt. We zijn dus heel erg veel met corona en alles wat daarmee is, bezig en ik denk dat de Weespers daarover misschien 95 procent een geweldige bijdrage in leveren. En heel veel van die Weespers zijn bezorgd over hun eigen situatie, zorgen over de situatie van ondernemers in onze stad. Ik merk op dat punt ook een zekere solidariteit die echt wel echt wel goed doet, denk ik en dat is belangrijk.
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Bochove voor deze uitgebreide toelichting over hoe het college bezig is met deze problematieken. Ik kan me voorstellen dat er vanuit de commissie vragen zijn, de heer Van der Does heeft zijn hand al opgestoken. Mijnheer Van der Does van de fractie van GroenLinks, u heeft het woord. De heer Van der Does: Dank u wel voorzitter. Ja, we hadden inderdaad schriftelijke vragen gesteld om te voorkomen dat ik ze hier in de commissie allemaal ga stellen. Ik ben ook blij met de snelle beantwoording. De vragen waren vooral ook … Laat ik vooropstellen dat de informatievoorziening en de coronabrieven en alles wat het college daaraan doet, vind ik echt top. Ook het inspelen op situaties van dag tot dag, die in deze tijd kunnen voorkomen, dat wordt volgens mij ook wel heel goed opgepakt. De achtergrond van de vraag was ook meer van: hoe zit het met de werkgroep die daarover bijeen is gekomen? Ik heb natuurlijk wel met ‘…’ ook contact over gehad. Zij zit vanuit de fractie van GroenLinks erin en hoeverre er inderdaad over scenario’s voor post-corona worden gedacht, omdat dan de gevolgen nog zullen doorwerken. Zowel bij de ondernemers, als bij de scholieren, als ook wel in de verpleeghuizen.
Iedereen heeft zijn beleving van de coronatijd gehad en de gevolgen zullen nog lang, denk ik, doorzetten en ik denk ook dat het belangrijk is dat daar aandacht voor zou moeten zijn en ik hoop dat we in de zomer ook een post-coronatijd of in september, dat is altijd moeilijk te voorspellen, post-coronatijd zal zijn. Dus ik ben wel benieuwd of daar al kleine stappen in worden gemaakt en er wordt een maatschappelijke alliantie gestart, dat vind ik ook een heel goed voornemen. Ik was wel benieuwd wie de voornaamste stakeholders daarin zijn. Dat zijn mijn twee vragen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Does. Ga ik naar de heer Renzenbrink van de fractie van het CDA. Mijnheer Renzenbrink. Als u nou even de microfoon aanzet, dan gaat het helemaal goed. Ja. De heer Renzenbrink: Ik had slecht geluid en geen geluid, voor sommige mensen zou dat misschien heel prettig zijn, maar ik ga toch praten nu. Maar in ieder geval, ik wil mijn waardering uitspreken dat het allemaal wel ‘…’. We hebben als CDA-fractie ook gewoon een beetje eigenlijk ‘…’ afspraken gemaakt, wij gaan ons het ogenblik niet heel veel daar inhoudelijk mee bemoeien, want er zijn al zo heel veel beste stuurlui die op kant staan en welke beslissing je ook in een aantal situaties neemt, ‘…’ het geldt eigenlijk hetzelfde voor, denken wij, voor het kabinet, maar het is altijd verkeerd.
Het is altijd kiezen uit een aantal slechten, kiezen, dat is vaak het probleem dat er nu gewoon speelt. ‘…’ Was het allemaal maar zo simpel. Maar goed, over die klankbordgroep, heeft CDA een aantal keren ook al aangegeven: inderdaad, we komen ook gewoon na coronatijd, ‘…’ samenleving ook door ‘…’. En dat is ook aangegeven dat werd gevraagd welke scenario’s, ‘…’. Maar daar komt het eigenlijk op neer, hoe gaan we verder? Maar we zoeken toch nog een klein beetje richting van wat er gebeurt nogmaals, ook na de corona, niet morgen, maar daarna. Wat we nu zien, dat we ‘…’ dat nu ook bekendgemaakt, precario en de terrasvergoedingen, in kader van de financiële kant van de zaak, dat die zeg maar door het college dat voorstel ‘…’ vrij te stellen weer. Maar dat is gewoon de zichtbare kant en dat kunnen we ook, want dan moeten we zelf innen. Wij hebben natuurlijk ook weinig … Bij de verenigingen ‘…’ voor een aantal punten kunnen we wat doen, eigenlijk heel veel, want die hebben het natuurlijk ook gewoon heel slecht. En we hebben er natuurlijk ook belang bij dat de vereniging blijft leven na de corona. Wat ik graag nog zou zien, vorig jaar is dat ook een opzetje: wat gebeurt er nu ook al financieel? Want bijvoorbeeld, u noemt die sociale alliantie, u noemt een aantal stakeholders, een aantal ‘…’.
Maar hebben we ook zo meteen extra geld om bijvoorbeeld de sociale wijkteams of wat we ook kunnen doen, om die gewoon even met extra capaciteit te gaan uit te breiden. Is daar eventueel geld voor? Moet daar ook een noodfonds komen? Daar moet je ook gewoon rekening mee houden. Die moeten handjes hebben, maar je moet ook de financiële middelen hebben. Hebben we aan geld om aan te sluiten bij het Nationaal Plan gelijke onderwijskansen? Dat soort aspecten. Wat ik ook bijvoorbeeld belangrijk vindt: wij hebben een aantal verenigingen in Weesp, die hebben zeg maar geen huur van de gemeente, maar moeten wel ozb betalen, maar zijn ook gewoon dicht,
omdat zij spullen in eigendom hebben. Denk een beetje aan ‘…’, De Adelaar, de tafeltennis. Maar ook die zitten ook natuurlijk gewoon al maanden dicht en ook gewoon met hun barre omzetten. Hebben we daar ook zeg maar iets bij dat we wat kunnen doen? Of moeten we daar de spelregels misschien op aanpassen? Want mag je wel … Gaat het dan subsidie heten en botst dat dan weer? ‘…’ dat soort aspecten om gewoon die samenleving … Ik heb het wel weer genoemd, wij hebben, zeg maar bestuurlijk de taak om te zorgen dat zo meteen de samenleving weer gaat draaien en dat er olie in komt. En nogmaals, niks ten nadele van de horeca en de terrassen, want dat weet ik wel … Maar die hoor je wel en terecht, want die hebben het ook heel moeilijk. Maar ook anderen, de sportscholen hebben het ook moeilijk en daar hebben wij wat minder aan te compenseren, kunnen we daar ook wat doen? Maar ook de sportkantines die dus gewoon plat liggen. Dus ook die aspecten die je daar minder in hoort. Kunnen wij ook gewoon een aantal lijstjes krijgen, wat we vorig jaar ook hadden, met gedachtes die er eventueel zijn. Wat er eventueel is, wat er aan vragen zijn.
Of dat wij ook gewoon via ons netwerk, want we zijn heel erg bang als CDA, dat zo meteen die hele samenleving en al die vrijwilligers en al die Haarlemmer olie, die gewoon alles bij elkaar houdt, dat dat gewoon een grote deuk heeft gekregen en houdt en daar moeten we ook wat in doen. Ik weet dat er ook veel in gebeurt, maar het overzicht en dat gewoon ook communiceren en ook misschien helpen. En ook zeker moeten we zo meteen misschien geld voor maken en niet alleen in de makkelijke dingen. Dat kunnen we makkelijk doen natuurlijk en die precario en die terrassenprecario, dat kun je dan makkelijk doen. Maar het andere, moeten we wat anders misschien voor bedenken. Dus ik denk dat we ook heel zachtjes moeten gaan kijken naar dat aspect en misschien dat het al gebeurt, want het gebeurt heel veel, daar ben ik zeker van overtuigd. Misschien toch in een aantal punten wat zichtbaarder maken dat ook dat, ik zeg maar gewoon, een rol heeft en dat is niet zo erg altijd sexy om in de krant te schrijven, want het is natuurlijk veel leuker als de terrassen opengaan, want dat vindt iedereen, tenminste heel veel mensen vinden dat. Vooral degene die je hoort, maar er zijn nog veel meer dingen belangrijk in Weesp om die overeind te houden, dus ook die zichtbaar maken.
Mijn vraag is eigenlijk: is daar ook gewoon een soort lijstje of een aantal dingen dat dat overzichtje dat het iets ‘…’ wordt van wat er gaande is en zichtbaar is en dat er op die manier ook wat suggesties bij gedaan worden. Nogmaals, en niet met de intentie van, de beste stuurlui staan altijd aan wal en zeker in deze situatie, maar we moeten toch proberen die breedte te krijgen in de … En die is er zeker ook, in de samenleving. Dat we daar een bijdrage bestuurlijk eraan kunnen geven. Daar zoek ik een beetje weg in, als dat ik had geweten, dan had ik ook een lijstje ingeleverd, want zo simpel werkt het niet. De voorzitter: Dank u wel. De heer Renzenbrink: Dat we dat wat zichtbaarder kunnen krijgen, voor zeker dat andere aspect, dan alleen maar hetgeen die je toch al hoort. De voorzitter: Ja, dank u wel mijnheer Renzenbrink. Verder geen handjes zie ik meer, dus dan ga ik naar de portefeuillehouder mijnheer Van Bochove, voor een reactie. Als u uw microfoon even aanzet mijnheer van Bochove, dan … De heer Van Bochove: Ik bedoel, ik zit met mijn papieren te … Dan moet de griffier mij weer uit het systeem gooien, dus ik probeer het nu zelf te doen. Het is zo dat, ik zal een deel van de antwoorden geven, zei ik en als u het toestaat voorzitter, dan kan de wethouder misschien ook nog op een aantal dingen ingaan. De voorzitter: Ja, zeker.
De heer Van Bochove: Ik zal proberen een aantal algemene opmerkingen te maken. Scenario’s over de postcoronaperiode en de heer Van der Does is al heel optimistisch en die zegt: ‘Ja, in september gaat het wel
beginnen’. Daar verschillen de deskundigen overigens van mening. Ik heb inmiddels 6 rapporten op mijn tafel liggen van allerlei verschillende benaderingen over wat er na de coronaperiode moet gebeuren. En één belangrijke conclusie kan ik u wel zeggen: het grootste deel van na de coronaperiode zal niet meer door dit gemeentebestuur worden gedaan. Dat zal door het gemeentebestuur van Amsterdam worden uitgevoerd, omdat daar de belangrijke periodes en ook in Amsterdam zijn ze daar ook over aan het nadenken en discussiëren, de periode ’21-’24 en 24 en verder. Dus u zult zich moeten realiseren dat wij natuurlijk op dit punt stappen zullen overwegen als dat nodig is en zullen uitwerken indien dat ook op dat moment aan de orde is, maar voor een deel zullen al die stappen uiteindelijk onder verantwoordelijkheid van het nieuwe gemeentebestuur tot uitvoering moeten komen en inhoud krijgen. Dat is niet om ons te verschuilen, maar dat is juist om die kans zo optimaal mogelijk te benutten en gebruik te maken van. En ook hier geldt precies hetzelfde als in het vorige onderwerp waar we het hadden, een warme overdracht is van betekenis. En nu al meeliften met planontwikkelingen daar, is ook van betekenis, dus daar zullen we zeker naar moeten kijken.
Maar de opmerkingen van de heer Van der Does: ‘Ja jongens, we moeten met scenario’s, mogen we kleine stapjes en wat zijn dan de stakeholders?’ Ja, zo gauw we aan scenario’s toe zijn zullen we dat zeker doen en zo gauw het zinvol is om dat te doen, moeten we die stappen ook zetten. En we denken permanent na over de voorbereiding daarvan, we gaan echt niet beginnen op het moment dat het zich voordoet, maar ik waarschuw ook om te snel te zijn. Stakeholders, dat is eigenlijk iedereen in onze samenleving, je kan het zo gek niet bedenken. En de heer Renzenbrink heeft misschien wel de meest uitgebreide opsomming gegeven: van sportverenigingen en culturele instellingen naar sportscholen, naar maatschappelijke instellingen als onderwijs, zorg, je kunt de ondernemers … Het is enorm breed en de vraag is ook of we dat allemaal ook meteen op orde kunnen krijgen. Daar ligt dan ook nog weer een relatie met: ‘Ja …’, en ik had die opmerking eigenlijk ook van de heer Van der Does wel verwacht: ‘Maken we meteen een slag in de verduurzaming als we toch hier mee bezig zijn en moeten investeren?’ Ja, dat zijn ook allemaal zaken die aan de orde komen en die in planontwikkeling moeten, maar die scenario’s beslaan meerdere perioden, langer jarige periode. En dan hebben we ook te maken met een andere partij, dus dat is wel van betekenis.
Dan in algemene zin de opmerkingen van de heer Renzenbrink: ‘Het college werkt ook weer aan een overzicht van: hoe zit het met het gelden en waar zitten we hiervoor in?’ De P&C cyclus zal daarin van betekenis zijn en mogelijk krijgt u ook nog eerder daarin een overzicht. Het Rijk heeft in algemene zin middelen beschikbaar gesteld en dat gaat langs twee lijnen: 1) het zijn algemene middelen die niet geoormerkt zijn, maar bij waarbij wel is aangegeven: ‘Je zou een deel hieraan kunnen besteden en deel daaraan kunnen besteden, je zou dit kunnen doen en dat kunnen doen’, maar dat zijn geen bedragen waar wij ons aan hebben te houden. 1) Het Rijk heeft ook middelen beschikbaar gesteld die zeer nadrukkelijk zijn geoormerkt, bijvoorbeeld sport en dergelijke, de wethouder kan daar het nodige over zeggen. Dus met andere woorden: ook op dat punt is dus feitelijk sprake van twee geldstromen. Het ene geldstroom, dat zegt de heer van de heer Renzenbrink terecht, bijvoorbeeld de belastingen, daar gaan we zelf over. De andere, daar gaan we de rijksgelden op een goede manier in onze samenleving inzetten. En daarbij komt dus ook al die onderwerpen die de heer Renzenbrink noemt en ik kan ze niet tot in detail uitwerken, komen aan de orde.
Natuurlijk de culturele instellingen, natuurlijk de sportinstellingen, natuurlijk zullen we ook moeten kijken naar: hoe gaan we met jongeren om? Hoe gaan we het jongerenwerk stimuleren? Onderwijsachterstanden, je kunt het zo gek niet bedenken. Dat zijn allemaal ontwikkelingen die passen in een traject waar ook het Rijk middelen voor beschikbaar stelt, dat is lang niet altijd voldoende. Ik zal een voorbeeld geven: verkiezingen. Het Rijk heeft extra geld vrijgemaakt voor verkiezingen, maar wij weten nu al dat dat niet genoeg is. Dus dan zullen wij op een of andere manier ook vanuit onze eigen middelen mogelijk geld voor moeten beschikbaar stellen, dan wel vanuit de rijksmiddelen wat we voor één doel niet gebruiken, daar naartoe schuiven. Want ik kan u verzekeren de post verkiezingen, die gaat echt worden overschreden, want wat wij allemaal niet moeten organiseren om dat mogelijk te maken, dat is een hell of a job en dat gaat dus veel kosten met zich meebrengen. Dus mijnheer Renzenbrink,
uw pleidooi is helemaal helder, wij zullen ook met overzichten komen. Het kan zijn in de P&C cyclus, het kan zijn daarbinnen nog apart. En ja, de horeca laat zich horen, maar wees u ervan overtuigd ook de sportverenigingen, ook de culturele instellingen wenden zich tot het college met: ‘Hoe gaat u ons helpen? Hoe kunnen we ons tegemoet komen? Hoe kunnen we overleven?’ Daar hebben we in het jaar 2020 het nodige aangedaan, daar zullen we in het jaar 2021 ook nog het nodige aan moeten en kunnen doen. En of we dat alleen kunnen doen met extra rijksbijdrage of dat er ook extra geld vanuit de gemeente er naar toe moet, dat zullen we met u delen, op het moment dat we daar ook echt helder inzicht in hebben. Eén ding baart mij wel zorgen en dat baart u ook zorgen, want u verwoorde dat op die manier. Ik doe maar weer even een persoonlijk voorbeeld, dat is het meest makkelijk: de bijdrage voor de sportschool, die ik elke maand betaal, wordt automatisch van mijn rekening afgeschreven. En ik kan het mij permitteren om dat ook te laten gebeuren, dus ik laat dat ook gewoon doorlopen. Maar niet iedereen in onze samenleving kan dat, er zullen ook mensen zijn die dat dus stopzetten. En dat betekent ook dat er mensen zijn die, als het weer kan, om hun moverende redenen niet meer terugkomen.
Ik gebruik mijn sportschool als voorbeeld, maar de culturele instellingen waar ik lid van ben en anderen, daar geldt hetzelfde voor. Dus het grote probleem wat ik persoonlijk zie is: hoe krijgen we straks al die mensen die deels gemotiveerd waren, hoe krijg je die weer terug? Hoe houden we die vast? Dat kunnen wij als overheid niet, dus daar zullen de verenigingen zelf ook wat aan moeten doen. En we kunnen als overheid de mensen wel stimuleren van: ‘Jongens, denk daarom, ga daar weer mee aan de slag, doe dat soort dingen’, maar we kunnen dat niet sturen, alleen stimuleren. De verenigingen kunnen dat ook. En misschien kunnen wij juist door de vereniging het helpen en dat ook mogelijk maken, dat zie ik ook wel als een opdracht, omdat ik denk dat de samenleving na coronatijd op een aantal onderdelen anders uit zal zien. En dan hoef je alleen maar de krant te lezen: koren denken dat ze niet meer kunnen opstarten en allemaal dat soort voorbeelden. Het is wel belangrijk dat we nadenken over hoe we die kansen wel zo groot mogelijk houden, daar kunnen we stimulerend in zijn, zei ik al, we kunnen het niet sturen. Nou, de wethouder die heeft een heleboel onderdelen nog te beantwoorden, zou ik bijna zeggen.
Als het gaat over onderwijskansen en andere dingen, daar weet zij alles van, dus die zal de details behandelen voor zover ze daar kennis van heeft natuurlijk, want ik gaf al aan: nog niet alles is tot in detail uitgewerkt. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Bochove. Na deze inleiding, wethouder Heijstee, gaat uw gang. Mevrouw Heijstee-Bolt: Ja, dank u wel voorzitter. Wat ik denk om nog even goed om te benoemen is dat wij eigenlijk … Je hebt het hier en nu, de korte termijn je hebt de middellange termijn en je hebt de lange termijn. Volgens mij is de lange termijn wat de burgemeester schetste, dan praten we echt over dat we eigenlijk Amsterdam zijn. En wat daar ook over nagedacht wordt en dan zie je echt die thema’s die er toe doen, de kansengelijkheid, het individuele welbevinden, dus psychosociale hulpverlening, veiligheid, leefbaarheid, maar ook een schuldenproblematiek. Dus het verdienvermogen van mensen en de duurzaamheid, dat zijn een aantal thema’s die voor de lange termijn … Daar moet je data over hebben, daar moet je weten: waar gaan we naartoe? En daar kun je op acteren. Maar in het hier en nu zijn we vooral ook heel erg dus toch ook nog, behalve dan die vanuit die maatschappelijke alliantie, heel erg vanuit de domeinen gericht.
Het klopt inderdaad, we zijn nu … Met de schoolbesturen wordt er gesproken over de middelen die komen, de heer Renzenbrink noemde dat al vanuit het onderwijskansenbeleid. Daar willen wij bijvoorbeeld ook de voorscholen al bij betrekken, dat is weer ook vanuit het Amsterdamse. Zodat je ook die lijn erbij betrekt om samen met die schoolbesturen dan ook gezamenlijk programma te maken. Daar zijn gelden voor beschikbaar gesteld, vanuit het Rijk zijn ook gelden beschikbaar gesteld voor de sport, eigenlijk want de burgemeester net schetste. Dat geldt voor alle sportaanbieders, niet om in huurinkomsten te derven, maar om juist te kijken: hoe kan je overeind blijven en hoe kunnen we daarbij ondersteunen? En dan gaat het niet alleen maar om de verenigingen, maar dan gaat het ook daadwerkelijk bijvoorbeeld om de sportschool, omdat dat ook
belangrijke sportaanbieders zijn waardoor mensen blijven sporten en bewegen. Dus zo krijgen wij budgetten vanuit het Rijk, waarvoor wij eigenlijk per domein en ook met de partners samen eigenlijk programma’s maken. En tegelijkertijd willen we dus ook via de maatschappelijke alliantie breed het gesprek blijven voeren met de samenleving en dat hebben we ook nodig, we voeren volgende week een jongerendialoog en eind deze maand met diverse zorgorganisaties informeel en formeel het gesprek over de psychosociale hulpverlening. We hebben eigenlijk … U, eigenlijk ook u als vo… Maar ook de samenleving nodig om te kijken wat moeten we handelen naar de toekomst toe, dus in die gesprekken krijgen we dus ook waardevolle informatie voor de middellange termijn, dus dit is een beetje aanvullend op de inleiding van de burgemeester. Het is niet altijd even makkelijk moet ik ook zeggen, er zijn mensen …. Het is ook soms maatwerk, er zijn … Je zult … Je merkt dat een bepaalde vereniging of een maatschappelijke organisatie net even weer een ander issue tegenaan loopt, je ziet ook bij ondernemers veel psychosociale problematieken. Je ziet ook dat sommige ondernemers het heel goed hebben en andere ondernemers het heel slecht, dus je zit niet samen in een bootje en dat geeft ook verdeeldheid.
Dus enigszins enorme saamhorigheid en anderzijds zie je ook wel verdeeldheid ontstaan en dat zijn volgens mij thema’s juist voor de lange termijn. En dat is volgens mij ook wat de heer Van der Does bedoelde. Dus dat eigenlijk in aanvulling op de burgemeester. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel wethouder Heijstee. We mogen nog … Zo’n belangrijk onderwerp, is er nog iemand die hier even het woord over voeren naar aanleiding van hetgeen de heer Van Bochove en wethouder Heijstee hebben gezegd, genoemd? De heer Renzenbrink: Ik wilde er kort nog even op reageren. De voorzitter: Dat mag mijnheer Renzenbrink van de fractie van het CDA, gaat uw gang. De heer Renzenbrink: Op zich nogmaals alle waardering voor wat er allemaal wel gebeurt. Dus dat ik hierover begin is gedeeltelijk gewoon dat ik de kans wil geven om het uit te leggen. Ik denk dat het belangrijk is dat de hele samenleving ook weet, dat gewoon het nodige gebeurt. Aan de andere kant is het ook zo, is het zoeken van wat wij vanuit onze bestuurlijke rol daar eventueel aan kunnen bijdragen. Want ik besef heel erg goed, wat de burgemeester ook gaf en ook de wethouder, wij kunnen natuurlijk niet als overheid de samenleving redden. De samenleving zal zichzelf gewoon heel sterk, moeten gewoon beetpakken en gewoon weer stappen moeten maken.
Enige wat wij kunnen is dat wij eventueel nog wat besturen kunnen faciliteren of coördineren of stimuleren, alles wat er een beetje bij zit. En dat is ook wat gebeurt, dus mijn vraag is toch wel een klein beetje: misschien toch handig om wat overzicht te houden. Mevrouw Heijstee, ik kom weer … Ik ben gek op lijstjes en op … Maar het helpt gewoon om een stukje, ook wat gebeurd is zeg maar en dan gewoon ook iedereen daarin mee te nemen, en misschien … Dan kun je daar wat aan doen. En voor de rest: we moeten elkaar … Het is heel lastig om het overzicht te houden, ook voor u en ook gewoon om de goede dingen te blijven doen en daar helpen dit soort dingen in. En we moeten dan ook gewoon … Daar kunnen we wat geld wel of niet in stoppen. En dat denk ik ook zeker, aan de korte zijn c.q. middellange termijn. Heel concreet: ik moet voorkomen dat als wij gewoon een vereniging niet helpen met ‘…’ dat die dan failliet is en dat we Amsterdam zijn en dat we dan mooie plannen hebben, maar ondertussen dat de vereniging helemaal dood is, om het zo maar te noemen. En dat is dat stukje korte, middellange termijn, hoe je het ook noemen wil. Nogmaals, dat was meer mijn bedoeling ook van mijn opmerking en als we daar wat nu kunnen doen, dan horen we dat.
En het is gewoon heel erg lastig en dat besef ik heel erg goed, maar nogmaals, laten we alle beetjes helpen en op die manier kunnen we ook misschien vanuit onze raad ook nog binnen de maatschappij, in de samenleving nog meer eventueel wat aan bijdragen. Want moeten we met elkaar, denk ik zoeken om
gewoon de samenleving gewoon te helpen zo meteen weer, op te starten en daar hoort gewoon die samenwerking tussen mensen gewoon natuurlijk heel erg bij. Ik mijn mond houden mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Renzenbrink. Verder nog uit de commissie? Niemand? Is er nog wel … Wil iemand uit het college nog een reactie geven? Wethouder Heijstee of de heer Van Bochove? Gaat uw gang. De heer Van Bochove: Ik wil in ieder geval opmerken dat … Ik heb geprobeerd in mijn eerste reactie aan te geven dat ik de opmerkingen van de heer Renzenbrink zeer wel begrepen heb. Het faciliteren van die samenleving en ze erbij te helpen, denk dat dat een belangrijke doelstelling is en de rol van de overheid. Of wij daar iedereen kunnen helpen, dat weet ik niet. Je voert ook discussies dat je sommige bedrijven en verenigingen nu in stand houdt die uiteindelijk toch niet gaan redden, dan zeggen sommige mensen: ‘Moet je dat überhaupt wel doen?’ Nou, als gevolg daarvan zijn er een heleboel mensen op dit ogenblik niet werkloos en dat helpt gewoon, dus ik bedoel dat is allemaal prima. Dus je moet soms bepaalde dingen doen, daar zijn we het volstrekt over eens.
En hij zegt: ‘Overzicht helpt ons’, jazeker, maar ik heb ook toegezegd dat ik zal … Dat we in ieder geval … In de P&C cyclus komen we daar op terug, maar ik zal ook kijken of we eerder, ‘…’ in overleg met de wethouder financiën of wij eerder zoals we dat hebben, ook kunnen doen. We hebben als college wel een eerste gedachtewisseling gaat over wat kan er en wat kan er niet? Maar dat hebben we ook nog niet afgerond, omdat wij ook nog in die afwegingen zitten. Maar wij hebben er geen enkel belang bij om u daarbuiten te houden, dus zo gauw cijfers beschikbaar zijn, zullen we die zeker met u delen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Bochove. Ik rond het onderwerp af. 7.
Vragen naar aanleiding van Raadsinformatiebrieven De voorzitter: En wij gaan naar het volgende onderwerp op de agenda en dat zijn de vragen naar aanleiding van Raadsinformatiebrieven. Ik begin bij Raadsinformatiebrief 2021 17 - Noodbevel en veiligheidsrisico gebied in verband met aangekondigde rellen in Weesp. Is daar een van de commissieleden die het woord over wil voeren? Niet. Dan ga ik verder naar 2021 22 - Kadernota 2022 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Ook niemand die daar het woord over wil voeren? Dan ga ik naar de volgende, 2021 Raadsinformatiebrief nummer 27 - Tweede Kamerverkiezingen 2021 onder andere toegankelijkheidscriteria stembureaus en maatregelen in verband met Covid-19. Is daar iemand die het woord wil voeren? Ja, mevrouw Van Dalen van de fractie van de VVD. Gaat uw gang. Mevrouw Van Dalen: Dank u wel voorzitter. De beste ticket tot de verkiezingen is natuurlijk de stempas en de ticket tot de verkiezingen, wij horen heel veel klachten daarover, althans, heel veel, we horen een aantal klachten daarover. Dat ze niet zijn bezorgd, op verkeerde of zeg maar weer, lijken teruggestuurd, maar dat is dan weer niet zo. Zijn die problemen inmiddels opgelost? Want wij vinden het wel een zorgelijke situatie, omdat degene die daar over klaagt, die is er natuurlijk actief mee bezig.
Maar er zullen genoeg Weespers zijn die er niet over klagen, omdat ze zich nog niet misschien nog niet volledig bewust zijn van dat ze die stempassen nodig hebben. Dus dat was onze vraag. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Van Dalen. De heer Van der Does van de fractie van GroenLinks. De heer Van der Does: Ik heb zo meteen een vraag over mijn vragen, dus even nog niet bij deze RIB. De voorzitter: Ok prima. Dan ga ik naar de heer Van Bochove, denk ik.
De heer Renzenbrink: De heer Baars had volgens mij nog een vraag. De voorzitter: O, wie had er nog een vraag? De heer Baars: Ja. De voorzitter: O, mijnheer Baars, gaat uw gang. Van het CDA. De heer Baars: Mijn handje weigert voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Ok. De heer Baars: Dank u wel voorzitter. Ik wil beginnen om mijn waardering bij voorbaat uit te spreken voor het werk wat de Britainbrigade, zoals ik die club maar noem, van de club van de direct uitvoerenden, allemaal heeft verricht. Zoals wij zien in de bijlagen die bij dit wetsvoorstel gaan en waar elke plek helemaal is bekeken en gemeten en toegankelijk is als 84-jarige lid van de zeer kwetsbare ouderen, ben ik erg blij dat er meerdere gelegenheden zijn, ook rondkijkend in mijn kennissenkring, waar men op rustiger dagen de gelegenheid kan krijgen om te gaan stemmen. Ik neem aan dat, wat betreft dat vervoer, dat daar oplossingen voor zijn voor ieder individueel geval, ook als mensen niet over vervoer beschikken. En tenslotte bij deze Raadsinformatiebrief zijn een tiental plekken toegelicht, maar er zijn nog een viertal plekken waarvan de toelichting ontbreekt. Mag ik aannemen dat die op dezelfde wijze inmiddels gereed zijn gemaakt? Dank u wel. De voorzitter: Dat was het. Dank u wel. Dan ga ik nu wel naar de heer Van Bochove.
De heer Van Bochove: Voorzitter, het feit dat er stempassen niet zouden zijn bezorgd hoor ik vanavond voor het eerst. Vanochtend heb ik nog uitvoerig overleg gehad, ook met de mensen die verantwoordelijk zijn voor de stemmingen en ook daar is dat punt niet genoemd als zijnde een probleem. Dus als er problemen zijn met stempassen, je kunt altijd, als je geen stempas hebt gekregen, dat was altijd zo in mijn tijd al op het stembureau een nieuwe stempas laten vragen, maar ik denk dat ze even contact moeten opnemen met de gemeente. Maar er is mij tot en met aan het begin van deze vergadering en nog scherper, tot aan de opmerking van mevrouw Van Dalen, niets bekend over problemen met stempassen. Dus ik kan dat echt niet plaatsen, ik weet dat niet. Met betrekking tot de opmerking van de heer Baars, ik zal de waardering die hij uitsprak overbrengen aan de, zoals hij dat noemde de Britainbrigade, dat zullen we dan doen. Ik ga er ook vanuit dat die laatste plekken allemaal geregeld zijn, u moet zich realiseren dat wij op het laatste moment, hebben wij nog meer stembureaus toegevoegd. We hadden natuurlijk een aantal die wij allemaal al jaren gebruiken en die hebben wij … Die kennen wij natuurlijk en die konden wij op een heldere adequate manier beoordelen.
Op het laatste moment zijn stembureaus toegevoegd en ik ga ervan uit dat die ook voldoen aan de criteria zoals die afgesproken zijn, want daar zijn gewoon afspraken over. Dus ik neem aan dat dat in orde is. En dat is wat ik naar aanleiding van de vragen van de heer Baars nog kan beantwoorden, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Bochove. Dan gaan wij verder en dan wilde de heer Van der Does even bij zijn schriftelijke vragen iets over de voorbereiding bestuurscommissie Weesp even iets zeggen of toelichten. Gaat uw gang mijnheer Van der Does. De heer Van der Does: Dank u wel voorzitter. Ja, er was geen RIB over de bestuurscommissie, het is waarschijnlijk ook zo dat er weinig nieuws te zeggen is sinds januari over de voorbereiding van de bestuurscommissie. Dat is ook de reden waarom ik deze vraag heb gesteld. We hebben het kort al in het
presidium even over gehad, dus zo meteen hoor ik graag van de portefeuillehouder wat die hier in deze commissie daar nog over wil zeggen. En ik zie de beantwoording van de vraag tegemoet. We hebben in het presidium ook geconcludeerd dat we uiteindelijk bij onze fracties in Amsterdam moeten zijn en eventueel de wethouder in Amsterdam, dat die de beslissingsbevoegdheid heeft over alle zaken die nu geregeld moeten worden. Alleen input vanuit onze kant en de vinger aan de pols vanuit Weesp lijkt me nog steeds heel belangrijk, want wij willen gewoon in maart 2022 op een goede manier kunnen starten. Dus dat was het. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Does. De heer Van Bochove. De heer Van Bochove: Ja voorzitter, er is een discussie geweest met de leden van de gemeenteraad, ik geloof dat het 15 december was, over de voorliggende teksten die zouden moeten leiden tot een verordening die door de gemeenteraad van Amsterdam moet worden vastgesteld. Er zijn toen een aantal opmerkingen gemaakt vanuit de verschillende raadsleden. Die opmerkingen zijn in het voorstel verwerkt, is mij gemeld. Ik weet dat in de gemeente Amsterdam men de lijn heeft dat men na parlementaire behandeling pas wil overgaan tot vaststelling van de documenten die nodig zijn om de situatie in Weesp, als het gaat om bestuurscommissie ook werkelijke inhoud te geven.
Dat is de lijn van het college op dit ogenblik en dan is het even kijken: wanneer is het parlementaire behandeling afgerond? Ook in het presidium heb ik al gewisseld: het tot stand komen van de verordening is geen kwestie van het gemeentebestuur van Weesp, je kunt daar ons ook niet op aanspreken. Het enige wat het college kan doen, is iedere keer dat wij bestuurlijk overleg hebben met Amsterdam, de zorgen over dit punt en het uitblijven van duidelijkheid onder de aandacht van het college te brengen. Zoals ik al eerder heb gezegd doen wij dat ook, in elk gesprek met het bestuurlijk overleg met het college van Amsterdam wat we hebben, brengen we bij de locoburgemeester onder de aandacht dat dit punt echt geregeld moet worden. Maar dat is uiteindelijk de gemeenteraad van Amsterdam die hierover gaat en beslist. Dus ik heb al eerder de suggestie gedaan: u kunt natuurlijk ook uw politieke vrienden in de gemeenteraad van Amsterdam oproepen om hier voortvarend mee om te gaan en duidelijkheid te creëren. Het college van Amsterdam moet uiteindelijk het voorstel aan de gemeenteraad doen en de gemeenteraad van Amsterdam kan het college natuurlijk wel vragen waar het voorstel blijft, om daar nu mee te komen, et cetera et cetera. Maar nogmaals, dat is de Amsterdamse lijn, daar ga ik niet over, daar bemoei ik me ook niet mee.
Ik heb nadrukkelijk met de wethouder van Amsterdam, de locoburgemeester, afgesproken: ‘Kom daar nu snel mee, wees voortvarend, we zitten erop te wachten in Weesp, neem die besluiten.’ Nou ja, dat is het enige wat ik kan doen en dat zal ik blijven herhalen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Bochove voor uw toelichting. 8.
Terugkoppeling uit besturen, werkgroepen en vertegenwoordigingen De voorzitter: Ik ga door naar het volgende agendapunt en dat is de terugkoppeling uit besturen, werkgroepen en vertegenwoordigingen, agendapunt 8. Valt er iets terug te koppelen? De heer Van Bochove: Ik heb niks terug te koppelen voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Bochove. Wethouder Heijstee komt er ook niet in, dus zal ook niks terug te koppelen hebben.
9.
Lijst van afspraken en toezeggingen De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 9: Lijst van afspraken en toezeggingen. Wil iemand daar het woord over voeren? Niemand, dan zie ik dat … Beschouw ik dat ook als afgehandeld.
10. Lange termijn agenda De voorzitter: De lange termijn agenda, een van de commissie … De agendapunt 10, die daar het woord over wil voeren? Ook niet? Mijnheer Van der Does. De heer Van der Does: Ja, even kort. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Van der Does: Dit is het laatste jaar van het college en de raad van Weesp en op de lange termijn agenda staan ontzettend veel punten nog niet in gepland en waarschijnlijk zullen niet alle punten die erop staan gerealiseerd kunnen worden onder de hoede van het bestuur van Weesp. Dus ik vraag er aandacht voor en ik ben ook benieuwd wanneer dit tijd is om daar de prioritering in te stellen als laat, want ik denk dat de raad uiteindelijk gaat over de zaken die wel of niet nog kunnen worden uitgevoerd. De voorzitter: Dank u wel voor deze opmerking mijnheer Van der Does. Verder nog iemand die het woord wil voeren bij agendapunt 10, langer termijn agenda? Niet. 11. Rondvraag De voorzitter: Dan ga ik naar agendapunt 11: de rondvraag, daar heeft zich niemand voor gemeld. 12. Sluiting De voorzitter: Dus dan kom ik bij agendapunt 12 en dat is de sluiting. Dan dank ik u allen hartelijk voor uw inbreng en wens ik u een prettige avond en bij deze sluit ik de vergadering. Dank u wel. De heer Van der Does: Prettige avond, bedankt.