Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Weesperwerf GEANONIMISEERD
Tekst van het document
21
Evenals de Ladder gaat de omgevingsverordening uit van een ‘ja, mits’ voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Verantwoordelijkheid en afwegingsruimte ligt bij de regio. De gemeenten in de regio moeten het gezamenlijk eens worden over de nieuwe stedelijke ontwikkelingen. De verantwoordelijkheid en de afwegingsruimte liggen bij de regio. Dit is in lijn met de gedachte van de Omgevingswet, waarbij de verantwoordelijkheid zo decentraal mogelijk wordt belegd. De regionale afspraken worden bij voorkeur op visie- en programmaniveau gemaakt, zodat wordt voorkomen dat pas in een laat planstadium, bijvoorbeeld bij het voorontwerp van een ruimtelijk plan duidelijk wordt of wordt voldaan aan de wetgeving. De regionale afspraken en de daaruit voortvloeiende ruimtelijke plannen horen uiteraard ‘ladderproof’ te zijn. Hieraan wordt voldaan. 3.4 Zienswijze: Adressant geeft aan dat het bedrijf onterecht is benoemd als een Bevi-inrichting. Het is wél een bedrijf in een hoge milieucategorie (4.2). Er is volgens adressant onvoldoende rekening gehouden met de aanwezige bedrijven. Adressant merkt op dat ten onrechte gebruik wordt gemaakt van de term ‘gebied met functiemenging’ voor dit gebied.
Adressant vindt ook dat in het onderzoek van TAUW ten onrechte is uitgegaan van kleine richtafstanden van bedrijven tot woningen, omdat hier volgens adressant geen sprake is van een gemengd gebied, waar de kleinere richtafstanden van toepassing zijn. Volgens adressant is hier geen sprake van een gemengd gebied. Adressant geeft aan dat er plannen zijn om het bedrijf verder te ontwikkelen en uit te breiden. De woningen staan dit in de weg. Men vreest klachten van de nieuw bewoners, door overlast van het bedrijf. Er wordt volgens adressant gebruik gemaakt van ADR geclassificeerde bulkgrondstoffen, welke direct langs de nieuwe woonwijk getransporteerd worden. Het gaat om transporten van onder meer Zwavelzuur, Natronloog en Ammonia. Dit zal ongewenste risico’s opleveren. Door de ontwikkeling van woningen wordt het goede ondernemersklimaat van adressant aangetast. Reactie gemeente: Volgens het onderzoeksrapport externe veiligheid is het bedrijf van adressant een Beviinrichting. Dit is op navraag op 10 mei 2021 nogmaals door het bureau bevestigd. Het betreffende bedrijf is aangewezen als een Bevi-inrichting vanwege de opslag van gevaarlijke stoffen conform PGS 15. Bovendien is op grond van het vigerende bestemming ter plaatse een Bevi bedrijf toegestaan zodat daar bij de opstelling van dit bestemmingsplan rekening mee moet worden gehouden.
De gemeente erkent dat in het akoestisch rapport ten onrechte wordt gesproken van een ‘gebied met functiemenging’. Hier wordt bedoeld een ‘gemengd gebied’. In het onderzoek van TAUW is voor het bepalen van de afstand wel uitgegaan van een gemengd gebied. Er is terecht uitgegaan van een gemengd gebied, omdat er in de directe omgeving naast de bedrijven ook woningen, bedrijfswoningen, kantoren en diverse infrastructurele functies aanwezig zijn.
22
Bij een eventuele uitbreiding dient ook rekening te worden gehouden met reeds aanwezige woningen, deze vormen al in de huidige situatie een belemmering. Zo bevinden zich in de huidige situatie op kortere afstand (40 meter) ten zuidwesten van de Bevi-inrichting een bedrijfswoning (conform Bevi een beperkt kwetsbaar object) en op 80 meter afstand aan de overzijde van de Vecht een twintigtal ligplaatsen voor woonboten die maatgevend zijn voor de bedrijfsvoering en milieuhinder van adressant. De nieuwbouw vormt geen nieuwe belemmering. Van concrete voornemens voor uitbreiding is overigens geen sprake. Voor de berekeningen van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, het water en de weg wordt gebruik gemaakt van stofcategorieën. Op basis van specifieke stofeigenschappen zoals bijvoorbeeld dampspanning, kookpunt en giftigheid worden gevaarlijke stoffen ingedeeld in een bepaalde stofcategorie. De door adressant genoemde stoffen zwavelzuur, natronloog en ammonia worden op basis van genoemde criteria ingedeeld in de categorie LNR, wat staat voor Liquid Not Relevant, oftewel “vloeistof niet relevant voor de externe veiligheid”. Eventuele (dodelijke) effecten van deze stoffen blijven beperkt tot de ongevalslocatie. Dit heeft geen invloed op het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
3.5 Zienswijze: Adressant verwijst naar de toelichting, waarin staat dat door het verkeer op de Nijverheidslaan alleen incidentiele overtredingen van de streefwaarde voor trillingen plaatsvinden, en geeft aan dat dit niet correct is, omdat gebruikte uitgangspunten niet correct zijn. Het onderzoek is dan ook niet correct en is er volgens adressant sprake van structurele overschrijdingen van de streefwaarde op de nieuwe woningen. Reactie gemeente: Het onderzoek heeft plaatsgevonden over een periode van vijf werkdagen, van 24 tot 28 juni 2019, buiten vakantieperioden en zonder stremmingen in de verkeersafwikkeling , waarmee het een voor wegverkeer representatief onderzoek betreft. Bijlage 1 uit het trillingsonderzoek M.2018.1367.02.R001 (9 juli 2019) toont ook het dagelijkse verloop qua gemeten trillingssterkten als gevolg van verkeerspassages, waarin het grote aantal passages van vrachtverkeer herkenbaar is. Daarmee is een statistisch verantwoorde beschrijving te maken van de mate van trillingshinder als gevolg van zwaar vrachtverkeer. Bij de beoordeling van trillingshinder wordt onderscheid gemaakt tussen de dag- en avondperiode enerzijds en de nachtperiode anderzijds. In de nachtperiode geldt een strengere streefwaarde t.a.v. trillingen als in de dagperiode.
Het onderzoek maakt duidelijk dat in de dagperiode er geen sprake is van overschrijding van de streefwaarde A2 (woonfunctie: Vmax < 0,4 ) en dat is bij ongewijzigde wegtoestand ook niet het geval bij een toename van het aantal verkeersbewegingen. Ook de over de tijd gemiddelde trillingssterkte Vper voldoet aan de hiervoor geldende streefwaarde A3 (woonfunctie Vper < 0,05). De nachtperiode loopt van 23:00 uur tot 07:00 uur. In deze nachtperiode komen meerdere zwaar verkeerspassages voor, zowel op het eerste stuk van de Nijverheidslaan (Mp1) alsook het meer zuidelijk gelegen stuk (Mp3). Niet iedere vrachtwagenpassage overschrijdt echter de voor de nacht geldende streefwaarde A2 (woonfunctie: Vmax < 0,2). Dit hangt sterk af van rijsnelheid en gekozen rijspoor van de vrachtwagen en afgaand op de metingen is dit maar voor een kwart van de passages het geval. Het aantal vrachtwagens dat gedurende de meetperiode (5 dagen / 4 nachten) tot overschrijding zou hebben geleid in de geplande en meest nabije
23
nieuwbouw zou zijn uitgekomen op vijf stuks, grofweg één per nacht. Bij intensivering zou dit aantal kunnen toenemen en dan zou het om enkele passages per nacht gaan. In het onderzoek is daarom een maatregel voorgesteld om de trillingsopwekking op eenvoudige wijze verder te beperken en waarmee het mogelijk is om ook in de nachtperiode onvoorwaardelijk te voldoen aan de SBR-B. Dit betreft het terugbrengen van de rijsnelheid tot maximaal 30 km/u. Niet onbelangrijk is hierbij dat alleen bij toepassing van de streefwaarden voor nieuwbouw uit de SBR-B sprake is van genoemde overschrijding. Bij toepassing van de streefwaarde voor bestaande bebouwing, zou wel aan de streefwaarde worden voldaan. Dat geeft aan dat de overschrijding niet ideaal, maar wel aanvaardbaar is, want voor bestaande bebouwing wordt dat wel aanvaardbaar geacht. De overschrijding is dus niet van dien aard dat het wooncomfort te zeer geschaad wordt. Het tijdstip van de vrachtwagenpassages ligt in de huidige situatie tussen 06.00 en 07.00 maar misschien ook kort daarvoor. In elk geval een periode waarin omgevingsgeluiden al toenemen, in een groot deel van het jaar er al daglicht is en de diepe slaap voor velen wellicht al achter de rug is.
In deel C van het nieuwe mobiliteitsplan dat nog dient te worden vastgesteld door de raad, zal een verdergaande afwaardering van een deel van de Korte Muiderweg ter hoogte van het bedrijventerrein naar 30 km/u onderzocht worden. Deze afwaardering van de Korte Muiderweg kan het beste in zijn geheel als 1 project worden opgepakt. In het verlengde daarvan is verlaging van de snelheid aan de Nijverheidslaan naar 30 km/u ook denkbaar. De mogelijkheden worden momenteel nog onderzocht. 3.6 Zienswijze: Adressant geeft aan dat zijn bedrijf geluid veroorzaakt. Incidenteel kan sprake zijn van hoge geluidspieken die ontstaan door vrachtwagens zoals het afblazen van een vrachtwagens of slecht werkende compressor wanneer deze op korte afstand van de woningen worden gerealiseerd. Hiermee is onvoldoende rekening gehouden in de uitgevoerde onderzoeken. Reactie gemeente: De piekgeluiden vanaf het bedrijfsterrein van adressant spelen gezien de afstand van 250 meter tot het plan geen rol van betekenis. De aangehaalde piekgeluiden ten gevolge van het afblazen (van remsystemen) van vrachtwagens zijn niet uniek voor de vrachtwagens van en naar adressant. Daarnaast treden deze ook al op op de bestaande woningen, die op vergelijkbare afstand (maar dan zonder afscherming van een geluidscherm) zijn gelegen langs de Nijverheidslaan.
Conform de beoordelingssystematiek van de Wet geluidhinder en de circulaire indirecte hinder blijven deze piekgeluiden bij beoordeling van het verkeer op de openbare weg buiten beschouwing. Verder dient een bedrijf te allen tijde zorg te dragen voor gebruik van de Beste Beschikbare Technieken (BBT). Dat betekent dat indien sprake is van een slecht werkende compressor hieraan zo snel mogelijk maatregelen getroffen dienen te worden zodat hierdoor geen milieuschade (waaronder geluidoverlast) wordt veroorzaakt door het bedrijf. Deze voorwaarden en plichten veranderen niet ten gevolge van realisatie van het woningbouwplan. 3.7 Zienswijze: Adressant geeft aan dat hij zich niet kan vinden in de planregels. Met name artikelen 6 en 7 van de planregels, die de bouw van woningen op korte afstand van het bedrijf van adressant mogelijk maken. De regels zijn voor adressant onvoldoende duidelijk en er lijkt een
24
ongelimiteerd aantal woningen mogelijk te zijn. Er wordt geen rekening gehouden met de bedrijfsvoering van adressant. Reactie gemeente: De regels met betrekking tot de woonbestemmingen zijn duidelijk geformuleerd. Er is duidelijk aangegeven wat wél en niet mogelijk qua bebouwing en functies. Artikel 6 (Wonen – 1) regelt dat alleen grondgebonden woningen zijn toegestaan. Op grond van artikel 7 zijn in de bestemming Wonen – 2 alleen gestapelde woningen mogelijk. Toegestane bouwvolumes in combinatie met woningtypes vormen voldoende beperking van het aantal woningen. Het is dan ook in principe niet nodig om het aantal woningen nogmaals te maximeren. In de toelichting is het maximum aantal reeds benoemd, maar om aan de wens van adressant te voldoen wordt nu ook in de regels een maximum aantal woningen van 115 opgenomen. Er is bij de totstandkoming van de regels rekening gehouden met alle bedrijven in de omgeving. Dat is uitvoerig in de toelichting en in de uitgevoerde onderzoeken beschreven. Vanwege externe veiligheid bevindt zich het plangebied binnen de contour van het bedrijf en is daarom ook een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. Vanwege andere milieuaspecten geldt een hindercontour van het bedrijf van adressant van 200 meter. De afstand van de nieuwe woningbouw tot het perceel van adressant bedraagt 250 meter, dus niet op korte afstand.
De hindercontour overlapt derhalve niet met de geplande woningen. Overigens bevinden zich in de huidige situatie op kortere afstand ten zuidwesten van het bedrijf een bedrijfswoning en op (80 meter) afstand aan de overzijde van de Vecht een twintigtal ligplaatsen voor woonboten die maatgevend zijn voor de bedrijfsvoering en milieuhinder van adressant. De nieuwbouw vormt geen nieuwe belemmering.
Adressant 4 4.1 Zienswijze: Adressanten vinden dat de transformatie van het bedrijventerrein moet worden heroverwogen, omdat men een groeiend tekort aan bedrijventerreinen in de regio ziet. Dit gaat ten koste van het ondernemersklimaat. Men vindt dat het bedrijventerrein Nijverheidslaan een goed economisch toekomstperspectief heeft en daarom behouden moet blijven voor bedrijvigheid. Er wordt ook verwezen naar een onderzoek van de Regio Gooi- en Vechtstreek uit september 2017, waaruit blijkt dat er een tekort is aan bedrijfsruimtes. Geadviseerd wordt om transformatie terughoudend toe te passen. Reactie gemeente: Inmiddels is door onderzoeksbureau Stec in november 2020 is in het kader van het opstellen van de Omgevingsvisie 2050 (ontwerp heeft vanaf 11 februari tot en met 24 maart 2021 ter inzage gelegen) voor Weesp een analyse uitgevoerd van het vestigingsklimaat in Weesp en de vraag naar bedrijfsruimte in de nabije toekomst. ’). Hieruit is gebleken dat de vraag naar bedrijfsruimte verder toe zal nemen tot circa 25 hectare bedrijventerrein in 2040, naast een vraag naar ruimte voor kantoren en werk aan huis. Dit betreft alleen een behoefte die voortkomt uit de verwachte groei van de Weesper beroepsbevolking.
Om de huidige verhouding tussen de werkzame beroepsbevolking en het aantal arbeidsplaatsen overeind te houden richting 2050, wordt in de toekomstige omgevingsvisie een stappenplan voorgesteld.
25
De belangrijkste mogelijkheid om arbeidsplaatsen te creëren ziet het college in het verder ontwikkelen van het stationsgebied van Weesp met meer bedrijvenlocaties en woningen. Deze bedrijvigheid betreft voornamelijk bedrijven met een lage milieu-impact, zoals kantoren en dienstverlenende bedrijven. Daarnaast is het streven om in samenwerking met de ondernemers van Weesp te komen tot een intensivering van het gebruik van de huidige bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen in Weesp kennen, door diverse redenen als braakliggende grond en extensief gebruik, nog wel mogelijkheden om in te breiden of te intensiveren. Dit betekent dat er meer oppervlakte bebouwd kan worden dan nu het geval is, maar bijvoorbeeld ook door bestaande ruimte intensiever te gebruiken of bedrijfspanden hoger te bouwen (meerlaags). De schatting is dat er door intensiever gebruik nog ruimte is voor 20 hectare extra bedrijfsfuncties. Volgens het Stec rapport biedt het bedrijventerrein Nijverheidslaan een intensiveringspotentie van 3 ha door inbreiding. Hierbij is al rekening gehouden met de nu voorziene woningbouw. In de ontwerp omgevingsvisie Weesp 2050 is de onderhavige locatie opgenomen als woningbouwlocatie. Verder is opgenomen dat buiten de lopende transformaties geen nieuwe woningbouw op bedrijventerreinen plaats zal vinden. Een menging van wonen met bedrijven is hier goed mogelijk.
Dat hebben alle onderliggende onderzoeken uitgewezen. Bij uitbreiding of vestiging van nieuwe bedrijven uit hogere categorieën dient nu ook al rekening te worden gehouden met de reeds aanwezige woningen. Op de locatie Nijverheidslaan worden de vestigingsmogelijkheden van bedrijven uit hogere categorieën al beperkt door de aanwezige woningen, die zich op vergelijkbare afstand bevinden als de geplande woningen. Voor nieuwe bedrijven uit hogere categorieën dienen dan ook alternatieve locaties gevonden te worden. 4.2 Zienswijze: Adressanten zijn tegen de woningbouw, omdat deze in strijd is met de provinciale Omgevingsverordening NH 2020. Vervolgens wordt het proces van de besluitvorming binnen de gemeente benoemd vanaf 2010, er wordt verwezen naar de Structuurvisie Weesp 2013-2030 en er wordt aangegeven dat de raad in het verleden besloten heeft om af te zien van transformatie. Volgens adressanten worden de in 2017 gemaakte regionale afspraken voor stedelijke ontwikkelingen ter uitvoering van de Provinciale Ruimtelijke verordening NoordHolland niet nagekomen. Volgens artikel 6.3 van de omgevingsverordening kan een ruimtelijk plan uitsluitend voorzien in een stedelijke ontwikkeling, als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.
Adressant geeft aan dat in dit kader overleg met de regio nodig is, wanneer woning door transformatie van en bedrijventerrein gerealiseerd worden. Men vindt dat de behoefte van woningen gekoppeld dienen te worden aan de behoefte voor bedrijven, omdat de regionale afspraken in 2017 gemaakt zijn en het besluit tot medewerking aan het onderhavige plan uit 2018 dateert. Verder geven adressanten aan dat de onderhavige locatie in het Regionaal Actieprogramma Wonen Gooi en Vechtsreek niet is aangewezen als een goedgekeurde locatie voor woningbouw. Regionale afstemming heeft volgens adressanten niet plaatsgevonden. Voor dit bestemmingsplan is alleen gekeken naar de woningbehoefte, niet naar de behoefte aan bedrijfsruimten en werkgelegenheid. Tenslotte wordt aangevoerd, dat het feit dat de locatie is opgenomen in de provinciale planmonitor voor woningbouw niet betekent dat regionale afstemming heeft plaatsgevonden.
26
Reactie gemeente: De in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling past en is niet strijdig met de Omgevingsverordening. Daarin is het gebied niet aangewezen als industrieterrein van provinciaal of regionaal belang. De bepaling met betrekking tot regionale afspraken gaat uitsluitend over afspraken met betrekking tot de nieuw te realiseren functie, niet of er behoefte is/was aan de oude functie. In de verordening staat "Omdat het Besluit ruimtelijke ordening via de Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) al regels stelt over 1) aantonen nut en noodzaak en 2) onderzoeken van binnenstedelijke mogelijkheden, zijn deze regels niet in de omgevingsverordening opgenomen. Daarmee staat de regionale afstemming in de omgevingsverordening centraal als het gaat om nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Regionale afstemming is niet in het Besluit ruimtelijke ordening via de Ladder geregeld en is daarom opgenomen in de omgevingsverordening. Evenals de Ladder gaat de omgevingsverordening uit van een ‘ja, mits’ voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Verantwoordelijkheid en afwegingsruimte ligt bij de regio. De regionale afspraken worden bij voorkeur op visie- en programmaniveau gemaakt, zodat wordt voorkomen dat pas in een laat planstadium, bijvoorbeeld bij het voorontwerp van een ruimtelijk plan duidelijk wordt of wordt voldaan aan de wetgeving.
De regionale afspraken en de daaruit voortvloeiende ruimtelijke plannen horen uiteraard ‘ladderproof’ te zijn.". In het Regionaal Actieprogramma Gooi en Vechtstreek 2016-2020 staat op pagina 15:
In de Regionale Woonvisie staat op pagina 80:
Op de website https://www.regiogv.nl/gemeenteraden/wonen/regionale-woonmonitor-feitenen-data-woningmarkt-in-beeld/ van de Regio Gooi en Vechstreek is te lezen:
In de Monitor Woningbouw 2020 van Provincie Noord-Holland staat op pagina 4:
Uit voorgaande documenten en citaten blijkt dat de planmonitor invulling geeft aan de regionale afstemming. De locatie is opgenomen in de planmonitor, wat aantoont dat hierover afstemming heeft plaats gevonden.
27
Tenslotte is dit bestemmingsplan overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in februari 2020 o.a. ook voorgelegd aan de provincie voor advies, waarbij de Provincie heeft ingestemd met woningbouw op deze locatie. De ontwikkeling met woningen is dus niet in strijd met de verordening. Er zijn evenmin andere belemmeringen voor de woningbouw in de Omgevingsverordening opgenomen. 4.3 Zienswijze: Daarnaast is het voornemen ook in strijd met andere regionale afspraken. Vanwege de ingrijpende economische gevolgen bij de transformatie van bedrijventerreinen zijn er in de regio ook schriftelijke afspraken gemaakt in de Visie Werklandschappen om een transformatiefonds in te stellen. Bij transformatie moet een financiële compensatie gestort worden voor herstructurering van bestaande of de realisatie van nieuwe werklocaties. Ook dat is hier niet gebeurd. Verder wordt verwezen naar een kansenkaart voor bedrijven, die door de gemeente Amsterdam en Weesp is opgesteld. Op deze kaart is de Nijverheidslaan volgens adressanten aangewezen als een kansrijke locatie om te ontwikkelen naar een modern bedrijventerrein. Reactie gemeente: Voor wat betreft het transformatiefonds wijzen wij op het eveneens door adressant aangehaalde Werkplan Werklandschappen uit 2018. Daarin is over het transformatiefonds geschreven: “Het transformatiefonds is toe aan herijking.
Het fonds is een aantal jaar geleden opgezet, met als doel om transformatie van bedrijventerreinen naar woonwijken te ontmoedigen. Bedrijventerreinen moeten zoveel mogelijk in stand worden gehouden om te kunnen voldoen aan de vraag naar ruimte van bedrijven. In de huidige tijd is het echter belangrijk om hier meer flexibiliteit in te kunnen brengen. Het belang van behoud van werklocaties en het kunnen faciliteren van de ruimtevraag blijft onverminderd belangrijk (zie actie 1), maar op sommige werklocaties kan het toelaten van een bredere functiemix bijdragen aan versterking van de werklocatie.” Het transformatiefonds is geenszins op te vatten als integrale ruimtelijke afweging en doet evenmin uitspraken over de (on)wenselijkheid van transformatie of de wijze van ontwikkeling van (individuele) braakliggende kavels. Het bestaan van het transformatiefonds behelst geen beleidskeuze ten aanzien van het al dan niet voor woningen of als bedrijfsterrein ontwikkelen van het onderhavige braakliggende terrein. De kansenkaart waaraan wordt gerefereerd is in december 2020 door de ondernemersvereniging aangeboden aan de wethouder van Economische Zaken. Het college wil door middel van de Kansenkaart geïnformeerd worden over de wensen en behoeften om het vestigingsklimaat te verbeteren.
De Kansenkaart is van de ondernemers en eigenaren op de bedrijventerreinen en de Industrievereniging Weesp (IVW). De gemeente heeft het opstellen van de Kansenkaart gefaciliteerd. De Kansenkaart is dan ook niet op te vatten als een beleidsdocument met bestuurlijke status, maar als input vanuit het maatschappelijk middenveld voor nog te vormen beleid. De Kansenkaart wordt meegewogen bij het opstellen van toekomstige visies en plannen. Uiteindelijk beslist het college wat wèl en niet wordt uitgevoerd, wat er wèl of niet wordt vertaald of uitgewerkt in beleid of werkprocessen. Het college gaat daarover in gesprek met de opstellers van de kansenkaart. Daarnaast ligt er nu een concept samenwerkingsagenda die door het College zal worden vastgesteld. Door de fusie met Amsterdam zullen diverse zaken ook geborgd worden in de Bedrijvenstrategie Amsterdam.
28
In de raadsbesluiten van 11 juli 2018 (Z.152715/D.78585) en 19 december 2018 (Z.152715/D.90630) is ingestemd met de transformatie naar woningbouw en zijn de kaders hiervoor vastgesteld. Vervolgens zijn de kaders aan andere bindende afspraken vastgelegd in de Anterieure Overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan de geldende beleidskaders. De in ontwerp zijnde omgevingsvisie sluit hier voorts bij aan. 4.4 Zienswijze: Adressanten vinden dat het bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat er een tekort is aan bedrijventerreinen en omdat met de locatie tussen het spoor en een goed functionerend bedrijventerrein niet passend vindt voor woningbouw. Hierbij wordt verwezen naar het Regiorapport over herstructurering van bedrijventerreinen uit 2018, waar onderzoek is gedaan naar de economische potentie van onder meer het bedrijventerrein Nijverheidslaan. Het bedrijventerrein is hierbij beoordeeld als een locatie met economische potentie voor een goede overgang naar de nieuwe economie. Men vindt dat de raad een nieuwe afweging moet maken. Reactie gemeente: Het genoemde Regiorapport over herstructurering van bedrijventerreinen van Stec uit 2017 is een advies dat is uitgebracht aan de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en heeft geen bestuurlijke status en geen vastgesteld beleid van de gemeente Weesp.
Het rapport heeft tot doel de waarde en potentie van terreinen in beeld te brengen. In de inleiding van het rapport is geschreven: “Het in beeld brengen van de economische waarde én de potentie van bedrijventerreinen brengt het belang van bedrijventerreinen voor de regionale economie haarscherp in beeld. Dit kan dienen ter ondersteuning bij het positioneren van bedrijventerreinen in discussies en bij het maken van beleidskeuzes over transformatie, verkleuring of juist het behoud van bedrijventerreinen.” Het is dan ook een rapport met één invalshoek en behelst geen integrale ruimtelijke afweging en doet evenmin uitspraken over de (on)wenselijkheid van transformatie of de wijze van ontwikkeling van (individuele) braakliggende kavels. Er zijn ook positieve reacties van bedrijven op het bedrijventerrein die aangegeven dat de plannen een positieve uitwerking hebben op de noodzakelijke verbetering van de uitstraling van de Nijverheidslaan. Zoals eerder in deze nota aangegeven is er in 2020 een nieuw onderzoek door Stec uitgevoerd, dat ook als basis dient voor de nieuwe (ontwerp) Omgevingsvisie 2050 (zie o.a. ook onder 2.2). 4.5 Zienswijze: Volgens het Werkplan Werklandschappen uit 2018 heeft de regio een tekort aan productie gerelateerde bedrijvigheid en is er vooral vraag naar percelen van 1.500-2.000 m2.
Daarbij gaat het veelal om bedrijvigheid die werk biedt voor prakrijkgeschoolde werknemers. Reactie gemeente: De bron van deze telling in het aangehaalde document is niet vermeld, maar het Werkplan volgt uit de Visie Werklandschappen en die Visie heeft als input het ‘Onderzoeksrapport werklocaties Gooi en Vechtstreek’ uit 2017 van de Stec Groep. Inmiddels is in 2020 een nieuwe analyse uitgevoerd, waarop is ingegaan onder zienswijze 4.1. De behoefte aan nieuwe en geschikte bedrijfsruimte is duidelijk aanwezig. Uitbreiding kan plaatsvinden door intensivering van bestaande bedrijventerreinen en menging met andere functies. Dat komt ook overeen met het door adressant genoemde. Zo wordt er ook in het Werkplan geconstateerd dat: ”De economie
29
verandert continu en daarmee zien we ook een veranderende bedrijvendynamiek. Er is een toenemende interesse vanuit bedrijven om gevestigd te zijn op locaties waar sprake is van reuring en een mix van functies samenkomen die mee vormgeven aan een aantrekkelijke werklocatie voor werknemers. In regio Gooi en Vechtstreek zijn de sectoren die deze functiemix zoeken sterk vertegenwoordigd. De scheiding tussen wonen en werken vervaagt in toenemende mate en centrumlocaties en goed bereikbare locaties (rondom OV-knooppunten) worden gezien als aantrekkelijke plekken om gevestigd te zijn. Om groei op dit type locaties te kunnen faciliteren is het belangrijk te weten ‘hoe’ je dit het beste vorm kan geven zodat je nu en in de toekomst flexibel op de ruimtevraag kan inspelen, zonder dat de functiemix juist als een belemmering ervaren gaat worden.” Het Werkplan doet dan ook geen ondubbelzinnige uitspraak over de (on)wenselijkheid van transformatie of de wijze van ontwikkeling van (individuele) braakliggende kavels. Voor bedrijven uit hogere categorieën dienen alternatieve locaties gevonden te worden. Vanwege de nabijheid van reeds bestaande woningen is de onderhavige locatie niet ideaal voor bedrijven uit hogere categorieën. Niet onbelangrijk is hierbij ook dat de locatie al zeer lang braak ligt.
4.6 Zienswijze: Volgens een recente analyse van werklocaties in de Gooi- en Vechtstreek uit 2020 is inmiddels een kantelpunt bereikt in de balans tussen wonen en werken. Als niet wordt ingegrepen in het transformatiebeleid, dan wordt een economische achteruitgang van de regio voorzien. Volgens de analyse is de Nijverheidslaan één van de vier locaties in de regio waarvan de transformatie moet worden heroverwogen. Reactie gemeente: Analyse werklocaties Gooi en Vechtstreek uit 2020 is een conceptrapportage van Ecorys, waarvoor opdracht is verstrekt door de Regio Gooi en Vechtstreek. In paragraaf 4.2 wordt duidelijk gemaakt dat de meest actuele raming en de autonome ontwikkeling van bedrijventerreinen in geen van de scenario’s (0 of hoog) een uitbreidingsvraag laat zien. Wel kent de deelregio een vervangingsvraag van 14 ha en is het huidige (plan)aanbod niet voldoende om de in deze vervangingsvraag te voorzien. De analyse is geen integrale ruimtelijke afweging, behelst geen beleidskeuze, is geen vastgesteld beleid. Het vormt input vanuit voor nog te vormen beleid. Daarnaast is er in november 2020 een analyse uitgevoerd door Stec. Deze vormt wel input voor het beleid van Weesp, zoals geformuleerd in de (ontwerp) Omgevingsvisie 2050 (zie ook onder 2.2). . De mening van bedrijven met woningen is aan de Nijverheidslaan goed mogelijk.
De locatie ligt al meer dan 20 jaar braak en er zijn geen serieuze en kansrijke initiatieven voor een ontwikkeling met bedrijven geweest. Deze zienswijze geeft ons geen aanleiding om tot heroverweging van deze al lang ingezette woningbouwontwikkeling over te gaan. 4.7 Zienswijze: Verder geeft adressant aan dat 40% van de bedrijven op het bedrijventerrein vallen in milieucategorie 3.1 en hoger en dat deze bedrijven niet horen in een gemengd gebied met wonen, maar op een monofunctioneel bedrijventerrein.
30
Reactie gemeente: Er bevinden zich al reguliere woningen op korte afstand van de locatie, zowel aan de Korte Muiderweg als aan de overzijde van de Vecht (woonboten). 4.8 Zienswijze: Verder wordt aangegeven dat in Weespersluis al wordt voorzien in 3.000 woningen, wat een flinke bijdrage levert aan de regionale woningbouwopgave. Adressanten onderkennen de noodzaak voor woningbouw, maar niet op het bedrijventerrein Nijverheidslaan. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan voor de ontwikkeling van Weespersluis voorziet in maximaal 2.750 woningen, geen 3.000 woningen. Met die ontwikkeling is in de regionale woningbehoefte nog lang niet voorzien. De Gooi en Vechtstreek maakt onderdeel uit van de MRA-woningmarktregio (de metropoolregio Amsterdam); in de MRA Agenda 2016 is vanuit de doelstelling de (internationale) concurrentiepositie te behouden en verstevigen een woningbouwdoelstelling opgenomen van 250.000 woningen voor de periode van 2016 tot 2040. Deze woningen moeten vooral binnenstedelijk worden gerealiseerd, door verdichting en door transformatie en herstructurering van overbodige kantoren en bedrijventerreinen (bron: Regionale woonvisie / Regionaal Actieprogramma Gooi en Vechtstreek 2016-2020). De woonvisie gemeente Weesp voorziet in de ambitie om 400 extra sociale huurwoningen in Weesp te realiseren. Weesperwerf levert met 30 sociale huurwoningen hieraan een bijdrage.
4.9 Zienswijze: Bewoners, waaronder met name ook bewoners van sociale woningen, zijn aangewezen voor hun werkgelegenheid op bedrijven zoals die op het bedrijventerrein zijn gevestigd. Men vindt het aandeel sociale woningen in het plan zeer beperkt. Het aandeel sociale woningen is bovendien niet in het bestemmingsplan geregeld. Adressant voert dit aan om daarmee de vraag aan de orde te stellen of het woningbouwplan dan wel voldoende tegemoet komt aan de behoefte en of het opofferen van bedrijfskavel dat wel waard is. Reactie gemeente: Het is niet noodzakelijk om in een bestemmingsplan regels op te nemen ten aanzien van woningbouwcategorieën. De op 11 juli 2018 en 19 december 2018 door de raad van de gemeente Weesp vastgestelde ruimtelijk kaders vormen het vastgestelde beleid voor de ontwikkeling van de locatie. Daarin is de woningbouwprogrammering vastgelegd. Dit is ook vastgelegd in de op 7 juli 2020 getekende anterieure overeenkomst tussen de gemeente en ontwikkelaar en hierdoor voldoende geborgd. Conform de anterieure overeenkomst en de door de gemeenteraad op 11 juli 2018 aangenomen amendement dient minimaal 25% van het bouwprogramma in het betaalbare segment gerealiseerd te worden en minimaal 8% in het middensegment.
Het project Weesperwerf voorziet in 26% sociale segment uitgevoerd als sociale huurwoningen of sociale koopwoning en afgerond 9% in het in middensegment (middenhuur). Hiermee wordt voldaan aan de uitgangspunten van de anterieure overeenkomst en genoemd raadsbesluit van de gemeente.
31
4.10 Zienswijze: Tenslotte is er met dit plan geheel geen sprake van een transformatie naar een gemengde bestemming met wonen, werken en recreëren. Dit is in strijd met regionale afspraken en recente onderzoeken. Men betwijfelt dat het hier gaat om een gezond woon- en leefmilieu, vanwege de aanwezige hinder door geluid, trillingen en een verhoogd veiligheidsrisico. Reactie gemeente: Door de transformatie wordt het gebied rond de Nijverheidslaan nog meer gemengd dan dat dat nu al het geval is. Er bevinden zich namelijk al reguliere woningen in het gebied. Daarnaast is de invulling met woningen ook conform gemaakte regionale afspraken, want de locatie is als potentiële woningbouwlocatie opgenomen in de regionale Planmonitor. De diverse onderzoeken hebben aangetoond dat er sprake is van een gezond woon- en leefklimaat, waarbij voldaan wordt aan de norm- en wetgeving. De situatie is aanvaardbaar en niet ongewoon voor een binnenstedelijke locatie in een gemengd gebied. 4.11 Zienswijze: Men verwacht klachten door de nieuwe bewoners, zoals dat ook elders binnen de gemeente is gebeurd. Bij klachten van omwonende moet de gemeente vervolgens toetsen aan het Activiteitenbesluit of de SBR-richtlijn trillingen, waarbij de bedrijven dan moeten aantonen, dat zij hieraan voldoen. Daarnaast bieden de richtafstanden ook geen garantie dat wél of niet aan de milieuwetgeving wordt voldaan.
Het gaat hierbij om gemiddelden en kan het in individuele gevallen anders uitpakken. Anders dan in dan tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan wel is geopperd, kan in de koopovereenkomst niet bindend worden vastgelegd dat bewoners er zelf voor kiezen om naast een bedrijventerrein te gaan wonen en dus geen recht hebben om te klagen. De vrees voor klachten is volgens adressant ook gegrond vanwege de aanwezige trillingen en het lawaai. Men betwijfelt dat het bij de overschrijdingen van de trillingsrichtlijnen slechts gaat om incidentiele overschrijdingen. Gebruikte input was niet representatief genoeg. Volgens adressanten is het aantal vrachtwagenbewegingen duidelijk hoger. De conclusies uit het trillingsonderzoek zijn volgens adressant veel te voorbarig en niet gebaseerd op de juiste uitgangspunten en feiten. Reactie gemeente: De SBR-B heeft in tegenstelling tot het Activiteitenbesluit geen wettelijke status. Het bevoegd gezag heeft enige beoordelingsvrijheid om vast te stellen wat aan trillingen toelaatbaar is rekening houdend met goede ruimtelijke ordening. In het onderzoek is geconstateerd dat het aantal vrachtwagenbewegingen dat mogelijk een overschrijding van de SBR-B (bovenste) streefwaarde zou geven, in de meest nabije geplande woonbebouwing aan de Nijverheidslaan, beperkt is tot ongeveer één per nacht.
Slechts ongeveer een kwart van de vrachtwagens wekt namelijk trillingen van dien aard op. De stelling van adressant dat er veel meer vrachtwagens gedurende de nachtperiode rijden zal juist zijn, maar ten onrechte wordt ervanuit gegaan dat iedere vrachtwagen tot trillingshinder zal leiden. Evenwel zal groei in het aantal vrachtwagenbewegingen per nacht ontegenzeggelijk leiden tot ook meer vrachtwagens dat de streefwaarde overschrijdt. Adressant geeft aan dat er (in 2019) minimaal 6 vrachtwagens per nacht rijden. Gedurende de meetperiode zijn op meetpunt Mp1 (entree Nijverheidslaan) in de achtereenvolgende nachten 5(+1) – 6 – 6(+1) – 5(+1) vrachtwagenbewegingen geregistreerd
32
waarbij de aantallen tussen haakjes vrachtwagens betreft die slechts enkele minuten na 07:00 zijn gepasseerd, maar officieel dus net buiten de nachtperiode vallen. Op meetpunt Mp3 bedroeg het aantal geregistreerde vrachtwagenbewegingen 5(+2) – 4 – 4 – 6(+1). Genoemde aantallen liggen niet veraf van de door adressant 4 opgegeven aantallen, waarmee er geen sprake is van een onderzoek gebaseerd op onjuiste cijfers. Het beeld van de mate waarin overschrijdingen zouden kunnen optreden sluit volgens DGMR dus goed aan bij de representatieve situatie van dat moment, maar kan wijzigen naarmate verkeerscijfers toenemen of de wegtoestand significant zou verslechteren. Daarom is in het onderzoek ook een aanbeveling gedaan qua aanpassing van de weg, met het oog op het beperken van rijsnelheden op het bedrijventerrein. Adequaat wegonderhoud blijft immers belangrijk met het oog op het voorkomen van klachten. 4.12 Zienswijze Adressant vindt het ontbreken van een tweede calamiteitenontsluiting problematisch en vraagt zich af hoe hulpdiensten bij een ramp het terrein op kunnen en hoe mensen kunnen vluchten als de enige toegangsweg door paniek geblokkeerd raakt. Ook vindt men dat de toegangsweg te nauw is en niet geschikt voor bouwverkeer en het vrachtverkeer naar bedrijven. Nog onlangs is dit misgegaan bij de herstructureringswerkzaamheden van de openbare ruimte in dit gebied.
Ondanks afspraken konden de bedrijven herhaaldelijk niet worden bevoorraad. Er is onvoldoende naar de risico’s gekeken van de calamiteitenontsluiting en is alleen gekeken naar het spoor als risicoborn. Verder ligt er alleen een advies van de brandweer en niet van de Veiligheidsregio. Reactie gemeente: Het onderwerp externe veiligheid is voldoende onderzocht en beoordeeld door de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreken. De geplande ruimtelijke ontwikkelingen hebben volgens de brandweer geen negatief effect op de mogelijkheden tot het bestrijden of beperken van een ramp. De ontvluchting van de bewoners is in voldoende mate van het risico af mogelijk. De regionale brandweer Gooi en Vechtstreek heeft op 16 maart 2021 heeft n.a.v. de verdere uitwerking van het plan aanvullend advies uitgebracht over waterblusvoorzieningen en opstelvakken. Ook dit advies was positief. Tenslotte is er in het advies van 17 mei 2021 nog een positief advies uitgebracht over de calamiteitenontsluiting. Overigens is er ook in de huidige situatie geen sprake van twee calamiteitenontsluitingen. Een restrisico blijft altijd, maar dat wordt acceptabel geacht. 4.13 Zienswijze: Adressanten denken dat de Nijverheidslaan het bouwverkeer niet aankan in combinatie met het vrachtverkeer van de bedrijven.
Hoe is het bouwverkeer anders dan verkeer ten behoeve van bedrijven? Daarnaast levert de realisatie van bedrijven ook vrachtverkeer op, dat zou dan op grond van deze uitspraak ook niet kunnen. Dit blijft verder onduidelijk. Reactie gemeente: Er is verkeerskundig onderzoek uitgevoerd en geconcludeerd dat er geen knelpunten zijn. Het is echter niet uit te sluiten dat de bouwfase voor overlast in de omgeving en op de wegen kan leiden. Dat wordt zoveel mogelijk beperkt maar kan niet 100% worden voorkomen. Dat is normaal en acceptabel en betreft bovendien een tijdelijke situatie. Er dient wel een veiligheidsplan te worden overlegd door de vergunninghouder voorafgaand aan de bouw.
33
In artikel 8.2. lid 1 onder c van het Bouwbesluit staat: 1. Bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen ter voorkoming van: c. beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere al dan niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen. 4.14 Zienswijze: Adressant vindt de mechanische telling, die in het kader van het verkeersonderzoek is uitgevoerd onzuiver. Men vindt het verkeersrapport en de toelichting op dit onderwerp onduidelijk. Niet duidelijk is wat nu precies het effect is op het verkeer. Het is nu al druk en dat wordt volgens adressant alleen maar erger. Ook de vergelijken van de huidige bestemmingsplanmogelijkheden met de toekomstige 115 woningen is niet correct, omdat in het bestemmingsplan geen maximum aantal woningen is geregeld. Ook de conclusie is onduidelijk. Goudappel Coffeng geeft in paragraaf “kwaliteit verkeersafwikkeling” aan dat de situatie, die zij schetsen niet realistisch is. Er worden in de huidige situatie al wachtrijen van 80 meter geconstateerd, die ontstaan op de Korte Muiderweg aan de oostelijke tak van de rotonde, komend vanaf de A1. Daardoor wordt oprijden vanuit de Nijverheidslaan lastig. De wachtrij zal toenemen tot 95 meter. Volgens Goudappel Coffeng is de theoretische impact beperkt.
Vervolgens wordt geconcludeerd dat dat de kwaliteit van de verkeersafwikkeling als gevolg van de woningbouwontwikkeling al goed is te beoordelen en dat de impact op het omliggende wegennet zeer beperkt is. Maar alleen als de Korte Muiderweg wordt afgewaardeerd en de nieuwe verbindingsweg rondom de nieuwe Bloemendalerpolder/ Rijksweg A1`is gerealiseerd. Dit kan nog duren en men vraagt zich af hoe het met de verkeersafwikkeling tot die tijd zit. Reactie gemeente: Ten eerste moet worden gezegd, dat de invulling van de locatie met bedrijven (conform het huidige bestemmingplan) ook tot een toename van verkeer zal leiden, met name ook vrachtverkeer, wat problematischer is dan personenverkeer. In paragraaf 4.2 van het verkeersrapport staat te lezen dat de verkeersgeneratie van 115 woningen resulteert in 790 motorvoertuigen extra per werkdagetmaal. Dit is dus de toename van verkeer als gevolg van de woningbouw. In bijlage 1 valt af te lezen dat op basis van de uitgevoerde verkeerstellingen circa 15.000 motorvoertuigen verwerkt worden op de Korte Muiderweg tussen de rotonde en de kruising met de Nijverheidslaan. Dit betekent een verwacht aantal van circa 15.790 motorvoertuigen op een gemiddelde werkdag, ofwel een beperkte toename van ongeveer 5%. In de ochtend- en avondspits is de verkeersgeneratie van de 115 woningen bekend, namelijk 80 motorvoertuigen.
Dit betekent een toename van niet meer dan 2 auto’s per minuut, wat een relatief laag aantal is. De beoordeling of het te druk wordt is uitgedrukt in o.a. verliestijd en wachtrijlengte. Wanneer in bijlage 3 van het rapport variant 2 (toekomstig exclusief
34
woningbouw) wordt vergeleken met variant 4 (toekomstig inclusief woningbouw) worden de volgende conclusies getrokken: De verliestijden voor sommige richtingen nemen toe als gevolg van de woningbouwontwikkeling. In de gestelde grenswaarden zijn echter criteria opgenomen die weergeven wat de maximum verliestijden zijn. In geen van de gevallen overschrijdt de verliestijd de aangegeven grenswaarden. Hiermee wordt geconcludeerd dat de toekomstige verkeersafwikkeling binnen de gestelde grenswaarden blijft, en daarmee goed is.
Bij de wachtrijlengtes is vastgesteld dat de grenswaarde bereikt wordt wanneer een andere rijrichting geblokkeerd wordt door de wachtrij. In geen van de gevallen wordt een dusdanig lange wachtrij voorzien, waarmee de verkeersafwikkeling goed te noemen is.
Wat adressant opmerkt met betrekking tot het ontbreken van een maximum aantal woningen in het bestemmingsplan klopt. Hoewel het aantal redelijkerwijs is begrensd door middel van het bestemmen van een bouwvlak en een maximale bouwhoogte, wordt dit bij vaststelling van het bestemmingsplan aangepast en gemaximaliseerd op 115 woningen. Het verkeersonderzoek gaat daarom uit van een realistisch en maximaal scenario waarin alle 115 woningen worden gebouwd. Het klopt ook dat Pinksteren binnen de periode van 15 tot 21 mei 2018 viel, samenvallend met de verkeerstellingen. Ten behoeve van het onderzoek naar de kwaliteit van de verkeersafwikkeling zijn echter twee typen onderzoeken verricht: visuele verkeerstellingen op het kruispunt Korte Muiderweg – Nijverheidslaan en de rotonde Korte Muiderweg – Stationsweg – Leeuwenveldseweg en een mechanische telling op de Korte Muiderweg. In de visuele tellingen is het verkeer gedurende de ochtend- en avondspitsperiode op donderdag 17 mei naar rijrichting (afslagbewegingen) en voertuigcategorie (visueel) geregistreerd. Deze input is gebruikt in de analyse naar de kwaliteit van de verkeersafwikkeling. De mechanische telling is uitgevoerd met behulp van telapparatuur, waarmee 24/7 de verkeersintensiteit per uur naar rijrichting is geregistreerd.
De mechanische telling is gebruikt om te beoordelen in hoeverre de verkeersintensiteit op donderdag, tijdens de visuele telling, overeen komen met de verkeersintensiteit op de andere dagen in de week. De donderdag was een representatieve dag (buiten Pinksteren om) wat betekent dat de berekeningen voor de verkeersafwikkeling wel als representatief beschouwd kunnen worden. Overigens wordt in de reactie op de zienswijze ten aanzien van de ‘trillingen wegverkeer’ verwezen naar uitgevoerde verkeerstellingen in de periode van 4 tot en met 10 maart 2019. Dit betreffen enkel mechanische verkeerstellingen op wegvakniveau, welke zijn uitgevoerd met een ander doel, namelijk om de verkeersintensiteit op wegvakniveau in beeld te brengen voor het trillingsonderzoek. Deze zijn niet geschikt in de analyse naar de kwaliteit van de verkeersafwikkeling, omdat hierin de rijrichtingen (afslagbewegingen) op het kruispunt en de rotonde hieruit niet kunnen worden afgeleid. In het verkeersonderzoek is geconcludeerd dat als gevolg van de infrastructurele ontwikkelingen binnen de gemeente Weesp (onder andere afwaardering van de Korte Muiderweg en de nieuwe verbindingsweg rondom de Bloemendalerpolder/rijksweg A1) de verkeersintensiteiten op het omliggende wegennet afneemt ten opzichte van de huidige situatie.
Dit is, mede gelet op de daaromtrent gestelde regels in het exploitatieplan dat behoort bij de Bloemendalerpolder, een realistische aanname waarmee rekening kan worden gehouden. De nieuwe verbindingsweg is nog niet gerealiseerd, maar de nieuwe woonwijk ook
35
nog niet. De realisatieverplichting is gekoppeld aan de fasering en oplevering van de woningen Bloemendalerpolder. Volgens de planning van het projectbureau ligt de realisatie van de verbindingsweg op schema van de planning. De westelijke ontsluitingsweg heeft naar verwachting een opleverdatum rond eind juni 2022. Dat is eerder dan de verwachte oplevering van woningen binnen Weesperwerf, die in ieder geval ruim na juni 2022 plaats zal vinden, aangezien bouwrijpmaken en realisatie minimaal 2 jaar in beslag zal nemen. De kwaliteit van de verkeersafwikkeling als gevolg van woningbouwontwikkeling Weesperwerf is dan ook te beoordelen als goed. De impact op het omliggende wegennet is zeer beperkt. Er doen zich geen verkeerskundige knelpunten voor. Dat geldt ook voor het fietsverkeer. Hierover zijn afspraken gemaakt met de gemeente. Hieraan wordt voldaan. Het parkeerterrein zal aan de Nijverheidslaan worden ontsloten. Hierdoor rijdt men aan het begin van de Nijverheidslaan in en aan het einde van het parkeerterrein weer uit. Het parkeerterrein moet hierbij in één richting worden gebruikt. In hoofdstuk 5 van het rapport staat te lezen dat een vijfde variant; een gevoeligheidsanalyse is uitgevoerd. Dit wil zeggen dat de effecten van woningbouw zijn gesimuleerd op het huidige wegennet in de huidige situatie.
Hierbij is het uitgangspunt dat de 115 woningen bij wijze van spreken morgen volledig gebouwd en bewoond zijn, en dat de geplande infrastructurele ontwikkelingen in Weesp niet doorgaan. Gezien de bouwtijd/fasering van de woningen en de beoogde infrastructurele ontwikkelingen, is dit scenario in de praktijk zeer onwaarschijnlijk. De gevoeligheidsanalyse is een in de praktijk onrealistisch scenario. Wanneer gekeken wordt naar variant 4 waarbij de infrastructurele ontwikkelingen in Weesp doorgang vinden; zijn de wachtrijlengtes en verliestijden binnen de gestelde grenswaarden, waarmee geconcludeerd wordt dat de verkeersafwikkeling goed is. 4.15 Zienswijze: Adressanten vinden voor de vaststelling van een hogere waarde een uitvoerige afweging ontbreekt. Zoals eerder betoogd worden andere belangen dan de woningbouwbelangen onvoldoende afgewogen. Reactie gemeente: Alle belangen zijn voldoende afgewogen. Een terrein dat meer dan 20 jaar braak ligt wordt herontwikkeld tot woningbouw. De regio kent een nijpend tekort aan woningen zodat het van belang is om woningen te bouwen. Onderzoek heeft voldoende aangetoond dat de bedrijven in de omgeving kunnen blijven functioneren. Dus ook het belang van de bedrijven is meegenomen bij de afweging.
In besluit wordt ook voldoende onderbouwd of er overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard zijn tav bronmaatregelen. Het geluidbeleid geeft voorts invulling aan een goed woon- en leefklimaat door middel van het voorschrijven stille zijdes. Omdat ter plaatse niet voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeer van 48 dB, wat overigens niet bijzonder is in een gemengd stedelijk omgeving, is conform de Wet geluidhinder het besluit genomen tot vaststelling van een hogere waarde. In het kader van het
36
hogere waarden besluit, dat samen als ontwerp met het ontwerp bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen heeft een uitgebreide afweging plaatsgevonden.
Adressant 5 5.1 Zienswijze: Adressant vindt dat de locatie niet geschikt is voor woningen, vanwege het zwaar verkeer, trillingen, lawaai, stank en gevaar die uitgaat van de bedrijven en de wegen in de omgeving. In het trillingsonderzoek is onvoldoende rekening gehouden met gewicht en omvang van de vrachtwagens. Maatregelen zijn nodig, omdat de streefwaarden worden overschreden. En deze maatregelen zullen worden neergelegd bij de bedrijven, door beperkingen van bijvoorbeeld rijtijden. Dat zorgt voor grote problemen bij de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld kraanverhuur) Reactie gemeente: Uit het trillingsonderzoek is gebleken, dat woningen op onderhavige locatie uitvoerbaar zijn. Voor een uitgebreide reactie wordt hier verwezen naar de reactie onder 3.5. 5.2 Zienswijze: Door het tekort aan bedrijfslocaties in Weesp is het nodig om het bedrijventerrein aan de Nijverheidslaan te behouden. Met de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen’ in 2016 is dit ook door de gemeenteraad bevestigd. Twee jaar later is dit weer gewijzigd. Hierdoor ontstaat onzekerheid. Dit is niet wenselijk. Zonder continuïteit en visie voor de lange termijn wordt het ondernemersklimaat volgens adressant steeds moeilijker. Verder wordt verwezen naar een kansenkaart voor bedrijven, die door de gemeente Amsterdam en Weesp is opgesteld.
Op deze kaart is de Nijverheidslaan volgens adressanten aangewezen als een kansrijke locatie die nodig is in de regio, omdat er elders in de regio weinig plek is voor soortgelijke bedrijven die zijn aangewezen op homogene bedrijventerreinen zonder woonfuncties. Reactie gemeente: De voornemens tot ontwikkeling van de locatie dateren al van lang geleden. De grond is in 2002 door Achmea aangekocht met het doel om voor eigen belegging 19.000 m2 bvo kantoor te realiseren. Door het uitvallen van de vraag naar kantoren is afgezien van de realisatie van deze plannen. In de periode 2008 - 2015 was de kredietcrisis en viel de vraag naar kavels voor bedrijven weg. In die periode zijn door de gemeente initiatieven ontplooid om het bedrijventerrein geheel dan wel gedeeltelijk te transformeren naar een woningbouwlocatie met commerciële voorzieningen, zoals ook beschreven in de plantoelichting onder verwijzing naar Raadsbesluit d.d. 24 februari 2016 (Z.52744/D.2693). Het bestemmingsplan is in 2016 vernieuwd en was gericht op de realisatie van bedrijfsruimten, omdat op dat moment leek dat transformatie naar wonen niet mogelijk was omdat er geen concrete marktinitiatieven waren. Een jaar later bleek daar wel initiatief voor te bestaan. In 2018 is daarom door de gemeenteraad een ruimtelijk kader voor woningbouwontwikkeling vastgesteld.
Voor bedrijfskavels zijn al die jaren geen initiatieven ontplooid. De kansenkaart waaraan wordt gerefereerd is in december 2020 door de ondernemersvereniging aangeboden aan de wethouder van Economische Zaken. Het college wil door middel van de Kansenkaart geïnformeerd worden over de wensen en behoeften om het
37
vestigingsklimaat te verbeteren. De Kansenkaart is van de ondernemers en eigenaren op de bedrijventerreinen en de Industrievereniging Weesp (IVW). De gemeente heeft het opstellen van de Kansenkaart gefaciliteerd. De Kansenkaart is dan ook niet op te vatten als een beleidsdocument met bestuurlijke status, maar als input vanuit het maatschappelijk middenveld voor nog te vormen beleid. De Kansenkaart wordt meegewogen bij het opstellen van toekomstige visies en plannen. Uiteindelijk beslist het college wat wèl en niet wordt uitgevoerd, wat er wèl of niet wordt vertaald of uitgewerkt in beleid of werkprocessen. Het college gaat daarover in gesprek met de opstellers van de kansenkaart. Daarnaast ligt er nu een concept samenwerkingsagenda die door het College zal worden vastgesteld. Door de fusie met Amsterdam zullen diverse zaken ook geborgd worden in de Bedrijvenstrategie Amsterdam. 5.3 Zienswijze: Adressant vindt voor de vaststelling van een hogere waarde een uitvoerige afweging ontbreekt. Zoals eerder betoogd worden andere belangen dan de woningbouwbelangen onvoldoende afgewogen. Reactie gemeente: Alle belangen zijn voldoende afgewogen. Een terrein dat meer dan 20 jaar braak ligt wordt herontwikkeld tot woningbouw. De regio kent een nijpend tekort aan woningen zodat het van belang is om woningen te bouwen.
Onderzoek heeft voldoende aangetoond dat de bedrijven in de omgeving kunnen blijven functioneren. Dus ook het belang van de bedrijven is meegenomen bij de afweging. In besluit wordt ook voldoende onderbouwd of er overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard zijn tav bronmaatregelen. Het geluidbeleid geeft voorts invulling aan een goed woon- en leefklimaat door middel van het voorschrijven stille zijdes. Omdat ter plaatse niet voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeer van 48 dB, wat overigens niet bijzonder is in een gemengd stedelijk omgeving, is conform de Wet geluidhinder het besluit genomen tot vaststelling van een hogere waarde. In het kader van het hogere waarden besluit, dat samen als ontwerp met het ontwerp bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen heeft een uitgebreide afweging plaatsgevonden.
Adressant 6 6.1 Zienswijze: Adressant vreest dat het hoogteverschil van 1,5 meter voor wateroverlast in de tuin zal zorgen. Ook worden gevolgen voor het waterpeil niet uitgesloten. In het ontwerpbestemmingsplan is het voorkomen van wateroverlast onvoldoende geborgd. Reactie gemeente: Zoals aangegeven in het participatieoverleg op 18 dec 2019 zal er om mogelijke waterbed gevolgen van het ophogen van het peil met zandgrond op de bestaande woningen uit te sluiten in een U-vorm een permanente damwand circa 9 meter diep de grond in worden gedrukt. Ook wordt hiermee voorkomen dat de bestaande percelen als een afvoerput zouden kunnen gaan werken. De tuinen van de aangrenzende woningen worden 80 cm hoger aangelegd. De sloot zal aan de zijde van het parkeerterrein worden verbreed om de waterbergingscapaciteit te
38
vergroten. De spoorsloot blijft in zijn bestaande hoedanigheid aanwezig. Er wordt voorzien in wadi en infiltratiekratten. Hiermee wordt een infiltratiegebied verkregen dat er toe moet bijdragen dat het overtollige hemelwater wordt afgevoerd via de bodem. Optie is nog om een drainageleiding aan te leggen rond de tuinen van de woningen aan de bestaande woningen. Bij de aanleg van de damwand zal rekening worden gehouden met de bestaande bomen. 6.2 Zienswijze: Adressant vreest, dat de bouwhoogte van de nieuwe woningen negatieve gevolgen heeft voor lichtinval en privacy. Reactie gemeente: Het huidige bestemmingsplan maakt ter plaatse bedrijfsbebouwing mogelijk met een bouwhoogte van 10 meter. De nieuwe woningen direct achter de bestaande woningen aan de Korte Muiderweg worden niet hoger en zijn niet dichter bij geprojecteerd dan wat het huidige vigerende bestemmingsplan reeds toestaat. Het gaat hier om aanvaardbare binnenstedelijke afstanden. Het geldende bestemmingsplan stond al bebouwing toe in het verlengde van de bestaande woningen aan de Korte Muiderweg, aan de zuidwestzijde. Het nieuwe bestemmingsplan brengt daarin verandering aan doordat de voorgevel van de nieuwe woningen 6,5 meter en de achtergevel van de nieuwe woningen 7,5 meter naar achteren zijn geschoven ten opzichte van het huidige bouwvlak. Dit is nodig voor de bereikbaarheid van de woningen en het water.
Ten aanzien van privacy maakt het nieuwe bestemmingsplan geen verschil met het voorgaande: in beide plannen is het mogelijk dat het terrein, grenzend aan de percelen van de bestaande woningen wordt bebouwd en dat inkijk op de tuin en de achtergevel van de bestaande woningen mogelijk is. Een bezonningsstudie heeft uitgewezen dat het effect van bebouwing, die op grond van het geldende bestemmingsplan is toegestaan en bebouwing op grond van het nu voorliggende bestemmingsplan per saldo vergelijkbaar is. Op een aantal momenten is er sprake van meer schaduwwerking in de nieuwe situatie (21 juni 16 uur; 21 maart 16 uur) en op andere momenten van minder schaduwwerking (21 juni 13 uur; .21 maart 10 uur; 21 december 11 en 13 uur) of een andere schaduwwerking (21 december 16 uur), zie volgende afbeeldingen. Er bestaan geen wettelijke normen en eisen met betrekking tot de bezonning. Wel bestaan de normen van TNO: een 'lichte' norm, die minimaal twee uur zon per dag in de periode 19 februari tot en met 21 oktober voorschrijft, en een 'strenge' norm, die drie uur zon per dag in de periode 21 januari tot en met 22 november voorschrijft. Er wordt voldaan aan de ‘strenge’ norm. Hiermee wordt de schaduwwerking ten gevolge van de nieuwbouw beoordeeld als aanvaardbaar.
39
Afbeeldingen: schaduwwerking conform mogelijke bebouwing bestemmingsplan Bedrijventerreinen
Afbeeldingen: schaduwwerking conform mogelijke bebouwing ontwerp bestemmingsplan Weesperwerf
6.3 Zienswijze: Adressant vreest een verkeersonveilige situatie na realisatie van de woonwijk. De wegen kunnen het verkeer niet veilig verwerken. De doorstroming zal ook voor problemen kunnen zorgen bij calamiteiten. Hiermee lijkt in het verkeersonderzoek onvoldoende rekening te zijn gehouden.
40
Reactie gemeente: Ten behoeve van de voorbereiding van het bestemmingsplan is verkeersonderzoek uitgevoerd door verkeerskundig adviesbureau Goudappel Coffeng. De rapportage is bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd. Uit het onderzoek blijkt onder meer het volgende: 1. Het geldende bestemmingsplan staat bedrijfsbebouwing met een grondoppervlak van 11.615 m2 toe in meerdere bouwlagen. De toegelaten bedrijfscategorisering staat de vestiging van bedrijven toe die veel meer verkeer en zwaar verkeer veroorzaken dan de nu beoogde extra 115 woningen. 2. Er is onderzoek gedaan naar de doorstroming op de kruising met de Korte Muiderweg. Hieruit blijkt bij variant 4 (meest realistisch) dat de doorstroming op basis van wachtrijlengte en verliestijden binnen de gestelde grenswaarden blijft. Hiermee is de verkeersafwikkeling goed te noemen. De impact is op het omliggende wegennet is zeer beperkt. Er doen zich geen verkeerskundige knelpunten voor. Uitgangspunt is hierbij dat de nieuwe ontsluiting rond de Bloemendalerpolder er op tijd is, maar ook bij een vertraging zal er sprake zijn van een aanvaardbare situatie. 6.4 Zienswijze: Adressant zet vraagtekens achter de sanering van verontreinigde gronden en is bezorgd over mogelijk migratie van vervuilde gronden naar zijn perceel.
Reactie gemeente: Voordat de woningen worden gerealiseerd wordt de bodem gesaneerd tot de terugsaneerwaarde -vastgesteld door het bevoegd gezag- geschikt voor de functie woningbouw. De bodemsanering wordt conform de wettelijke regels en normen uitgevoerd waarbij mobiliteit van verontreiniging wordt voorkomen. Dit is overigens een uitvoeringskwestie en houdt geen verband met de bestemmingsplanregeling of de ruimtelijke afweging over de nieuwe bestemming. 6.5 Zienswijze: Uit de bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat archeologische waarden niet kunnen worden uitgesloten. Men zijn er niet gerust op dat de bouw daadwerkelijk stil zal worden gelegd op het moment dat de bouwers op archeologische vondsten stuiten. Reactie gemeente: Door bureau Laagland Archeologie is een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Daarbij is de bodemopbouw en de te verwachten archeologisch waardevolle elementen vastgesteld. Daarnaast heeft in april 2021 aanvullend onderzoek plaatsgevonden. Geadviseerd wordt om bij bodemingrepen vanaf circa 1,21 m –NAP bij de aanleg van de funderingsstroken –of balken, wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren.