CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspreker de heer Vos - Quickscan Weesp Zuid (1)

Commissie SOB 5 oktober 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Inspreekrecht voor burgers1.631 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Locatie 6 Weesp Zuid

1.

Programmering, behoefte en beleidskader

kader

beoordelingsaspect

toelichting noodzaak/aandachtpunten

Regionale woningbouwafspraken

Provinciaal en regionaal beleid/ladder voor duurzame verstedelijking

Zijn er regionaal afgestemde afspraken over woningbehoefte en woningbouwprogramma voor deze locatie?

Prognose 2015-2040, Concentratie in Steden (september 2015) Uit de Prognose 2015-2040 blijkt dat Noord-Holland in 2040 naar verwachting 3,123 miljoen inwoners zal hebben, een groei van 368.000 personen ten opzichte van 2015. Deze groei zit bijna volledig in Noord-Holland Zuid. Dit leidt in de periode 2015-2040 tot een groei van 238.000 huishoudens en een gewenste groei van de woningvoorraad van ongeveer 231.000 woningen, waarvan 21.000 in NoordHolland Noord en 210.000 in Noord-Holland Zuid. Tegelijkertijd vinden grote veranderingen plaats in de leeftijdssamenstelling van de bevolking. In alle regio's neemt tot 2040 het aantal 65+ers toe met meer dan 50% en in veel regio's verdubbelt het aantal huishoudens boven de 75 jaar. De toename van het aantal huishoudens zit bijna volledig bij oudere alleenstaanden en huishoudens samenwonend zonder kinderen. Het aantal gezinnen met kinderen neemt nauwelijks toe en daalt zelfs in Noord-Holland Noord. Tot 2030 is in alle regio (m.u.v. IJmond/Zuid-Kennemerland) voldoende capaciteit beschikbaar.

Monitor Woningbouw 2015 In de Monitor Woningbouw 2015 is aangegeven dat de woningbouwproductie in de regio te laag is waardoor de druk op de woningmarkt oploopt.

Plancapaciteit.nl Locatie niet opgenomen in de planning

2.

Overige planologische aspecten Provinciale van provinciaal belang verordening ruimte

Zijn er vanuit de verordening specifieke aandachtspunten waarmee rekening moet worden gehouden?

Provinciale ruimtelijke verordening (16 jan 2016)De locatie ligt buiten bebouwd gebied, onderdeel stelling van Amsterdam, buiten bufferzone De volgende artikelen uit de Verordening zijn relevant. Artikel 13 Nieuwe woningbouw Artikel 15 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van verstedelijking in het landelijk gebied en voor windturbines Artikel 22 Ontwikkelingen binnen UNESCO-erfgoederen Zie bijlage 2 voor de specifieke regels.

3.

Planologische aspecten op gemeentelijk niveau

Gemeentelijke structuurvisie/wo onvisie

Wordt de locatie benoemd in gemeentelijke beleidsvisies?

Structuurvisie Weesp: parkrand

1.

Omgevingsaspecten

kader

beoordelingsaspect

toelichting noodzaak/aandachtpunten

bodem

Besluit bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor beoogde functie.

Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In het ruimtelijk spoor kan mogelijk worden volstaan met een motivering op basis van beschikbare informatie over huidige activiteiten binnen het plangebied en de activiteiten die in het verleden hebben plaatsgevonden, maar in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen zal een actueel bodemonderzoek moeten worden overlegd.

Functie mag geen bedreiging vormen voor bodemkwaliteit.

3.

archeologie

archeologische beleidskaart

De ontwikkeling mag niet leiden tot aantasting van archeologische waarden.

Op basis van de archeologische beleidskaart van de gemeente Weesp geldt voor het overgrote deel van het projectgebied een lage verwachtingswaarde. Hiervoor geldt dat er geen archeologisch onderzoek nodig is tenzij de ingrepen dieper zijn dan 4,0 m –Mv en het oppervlak groter is dan 1.000 m2. Voor een deel van het project geldt een hoge archeologische verwachting. Bij bodemingrepen dieper dan 0,25 m –Mv en een oppervlak groter dan 250 m2 is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek dient in eerste instantie te bestaan uit verkennende boringen.

4.

cultuurhistorie

Besluit ruimtelijke ordening

De ontwikkeling mag niet leiden tot aantasting van de cultuurhistorische waarden

Er zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig in het projectgebied. De locatie ligt wel binnen het erfgoed van universele waarde ‘Stelling van Amsterdam’. Om een woningbouwontwikkeling mogelijk te maken zal groot belang moeten worden gehecht aan compenserende maatregelen (zie ook artikel 22 verordening Noord-Holland).

De afstand tot de kernzone van de Stelling van Amsterdam bedraagt: 5.

water

watertoets

Heeft de ontwikkeling effect op de waterhuishouding?

Hoofdverdedigingslijn: circa 200 m (beleidsnorm geen bebouwing 100 m) Fort Ossenmarkt: circa 950 m (beleidsnorm geen bebouwing: 1000 m)

Het projectgebied is gelegen binnen het beheersgebied van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Het projectgebied bestaat uit onbebouwde agrarische gronden. Bij een toename in verharding van meer dan 500 m2, dient 10% van het totaal oppervlak aan verharding gecompenseerd te worden. In de keur staat vermeld dat het verboden is om (zonder ontheffing) meer dan 5000 m2 verhard oppervlak aan te leggen buiten stedelijk gebied, of meer dan 1000 m2 verhard oppervlak aan te leggen in bestaand of nieuw in te richten stedelijk Binnen en grenzend aan het projectgebied zijn diverse watergangen aanwezig. Voor de aanwezige primaire wateren dient rekening te worden gehouden met een beschermingszone van 5 m en voor overige wateren 1 m, om onderhoud aan de watergangen mogelijk te houden. Ten oosten van het projectgebied is een secundaire kering gelegen. Het projectgebied is niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van deze waterkering.

6.

relatie met omliggende (bedrijfs)functies

bedrijfs-/ milieuzonering

Zijn er bedrijfsfuncties in de omgeving aanwezig/mogelijk? Zijn in de nabijheid gevoelige bestemmingen gelegen?

In de directe omgeving van het projectgebied zijn geen bedrijven aanwezig die van invloed zijn op de milieusituatie ter plaatse van het projectgebied, of die door de beoogde woningbouwontwikkeling worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering.

7.

wegverkeerslawaai

Wet geluidhinder

Is geluidsbelasting minder dan 48 dB?

De geluidszone van de N235 bedraagt 250 m en van de G.J. Wiefferingdreef 200 m. Akoestisch onderzoek ten gevolge van het verkeer op deze wegen is op grond van de Wet geluidhinder dan ook noodzakelijk. Uit dit onderzoek moet blijken of er hogere waarden verleend moeten worden.

8.

verkeer

CROW

De ontwikkeling mag niet leiden tot ontwrichting van het verkeerssysteem.

Het projectgebied ontsluit aan de N236, een gebiedsontsluitingsweg tussen Amsterdam en Bussum en sluit in Amsterdam aan op de A9. De A9 is binnen 10 minuten te bereiken. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en doorstroming is een nieuwe aansluiting op de N236 niet wenselijk. Een aansluiting op bijvoorbeeld het verlengde van de Reigersweide is dan ook wenselijker, waarbij het verkeer alsnog snel de N236 kan bereiken. Hierbij dient wel rekening gehouden met de inrichting van de bestaande weg. Op ongeveer 2 kilometer van het plangebied ligt het treinstation van Weesp, vanaf waar zeer frequent treinen naar Amsterdam, Den Haag, Hilversum, Utrecht, Amersfoort, Almere en Zwolle gaan.

10.

parkeren

CROW/ gemeentelijke normen

Er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

De parkeerbehoefte van het projectgebied dient aan de gemeentelijke parkeernormen getoetst te worden. Indien er geen gemeentelijke parkeernormen zijn, wordt getoetst aan de meest recente publicatie van het CROW (momenteel publicatie 317, ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’, 2012).

11.

externe veiligheid

Bevi-inrichtingen

Wordt voldaan aan normen plaatsgebonden risico en groepsrisico?

Uit de risicokaart blijkt dat er in de directe omgeving van het projectgebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. In de nabije omgeving vindt wel transport van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor, op circa 800 m afstand en over het water, op circa 1,5 km afstand. Omdat het projectgebied op meer dan 200 m afstand van deze risicobronnen is gelegen kunnen ter plaatse geen beperkingen gesteld worden aan het ruimtegebruik. Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied van het spoortraject Diemen – Amersfoort Oost dient het groepsrisico wel beperkt te worden verantwoord.

12.

luchtkwaliteit

Wet luchtkwaliteit

Wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden in Wet luchtkwaliteit?

In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit geldt onder andere voor woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Verwacht wordt dat deze drempelwaarde niet wordt overschreden en nader onderzoek niet noodzakelijk is.

13.

ecologie

Natuurbeschermingswet 1998 Verordening Ruimte

Is er sprake van significant negatieve effecten?

Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Op circa 2,2 km afstand ten oosten van het projectgebied zijn de Natura 2000gebieden Oostelijke Vechtplassen en het Naardermeer gelegen. Ten gevolge van ontwikkelingen in het projectgebied zal er sprake zijn van een toename in verkeer. De mogelijke toename van stikstofdepositie ten gevolge van dit verkeer en de woningen in het naast gelegen Natura 2000-gebied is een aandachtspunt. Op basis van een AERIUS-berekening dient de stikstofdepositie te worden bepaald. Mogelijk is het opstellen van een passende beoordeling en planMER noodzakelijk.

Flora- en faunawet

Is er sprake van aantasting, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten,

In het kader van de Flora- en faunawet dient ter plaatse een quickscan uitgevoerd te worden. Uit deze quickscan blijkt of de locatie in potentie geschikt is voor beschermde soorten.

14.

holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen? 15.

kabels en leidingen

Telecommunicatiewet

Zijn er planologisch relevante leidingen en hoogspanningslijnen in de directe omgeving aanwezig?

Binnen en in de directe omgeving van het projectgebied zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering.

Juridisch kader Vigerend bestemmingsplan

Procedure

Ter plaatse van de locatie geldt het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Weesp’ van de gemeente Weesp. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 27 juni 2013 en na uitspraak van de Raad van State onherroepelijk 22 januari 2015. De gronden hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden’, zonder bouwvlak. De gronden zijn primair bestemd voor de uitoefening van een veehouderijbedrijf waarbij gebouwen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. Tevens geldt voor een klein gedeelte van de locatie een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’.

Aangezien op de locatie geen wijzigings- of uitwerkingsplicht is opgenomen is de meest voor de hand liggende procedure voor woningbouw de uitgebreide Wabo-procedure of het opstellen van bestemmingsplan.

Conclusie quickscan Aspect

Resultaat

Woningbehoefte

Behoefte is aangetoond

Capaciteit

Er is behoefte aan nieuwe locaties.

Locatie aangrenzend aan bestaand stedelijk gebied

Ja

Gemeentelijk/regionaal beleid

Locatie is benoemd als parkrand.

Bijzondere bescherming

Ligging in Stelling van Amsterdam

Aandachtspunten omgevingsaspecten

Ligging nabij Natura2000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10624730/1