CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief aan colleges VRGV wijziging GR 1

Gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Deelname op te richten werkgeversvereniging voor de veiligheidsregio's en voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek11.992 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren

Postbus 57, 1200 AB Hilversum Kamerlingh Onnesweg 148 1223 JN Hilversum

I.a.a. de raden van deze gemeenten

T (035) 688 55 55 F (035) 688 55 15 info@vrgooienvechtstreek.nl

datum onze referentie bijlagen onderwerp

7-12-2020

Behandeld door

VRGV-VR-004

e-mail

John van der Zwan secretariaatvrgv@brandweergooivecht.nl

5 Voorstel wijziging gemeenschappelijke regeling

Geacht college, Wij zijn voornemens deel te nemen in de op te richten Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s. Op basis van wettelijke voorschriften dienen wij een procedure te doorlopen waarbij wij de raden van de in de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek deelnemende gemeenten in de gelegenheid stellen om hun wensen en bedenkingen bij dit voornemen bij ons naar voren te brengen. Wij hebben de raden van de in onze gemeenten deelnemende gemeenten hierover geïnformeerd met een brief waarvan u bijgaand een afschrift aantreft. Kortheidshalve verwijzen wij u naar de inhoud daarvan. Een besluit om deel te nemen in de beoogde werkgeversvereniging is alleen mogelijk als onze gemeenschappelijke regeling in deze mogelijkheid voorziet. Dat is niet het geval. Daarom richten wij ons met deze brief tot u met een voorstel de regeling te wijzigen. Ter toelichting moge het volgende dienen. Voorafgaande wijziging gemeenschappelijke regeling is voorwaarde Voor het deelnemen in de beoogde werkgeversverenging is besluitvorming nodig die voortkomt uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, die in artikel 31a bepaalt: 1.

Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien de regeling in deze mogelijkheid voorziet en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. 2. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie te brengen. Voor zover het gaat om het bepaalde in het eerste lid is van belang dat de gemeenschappelijke regeling van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2016 in artikel 14 lid 2 onder c bepaalt: Het algemeen bestuur heeft (…) de volgende taken en bevoegdheden: c. het overgaan tot het oprichten van een besloten vennootschap in het kader van de realisering en exploitatie van centra voor het opleiden, trainen en oefenen van personeel in dienst van een veiligheidsregio.

Het besluit hiertoe wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

1

Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek is, gelet op de specifieke formulering van dit artikel, op dit moment derhalve niet bevoegd een besluit te nemen tot deelnemen in de beoogde werkgeversvereniging. Eerst zal de gemeenschappelijke regeling op dit punt gewijzigd dienen te worden. Wij stellen de volgende gewijzigde formulering voor: Het algemeen bestuur heeft (…) de volgende taken en bevoegdheden: c. het besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit hiertoe wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Deze voorgestelde tekst sluit volledig aan op het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen, zoals hiervoor geciteerd. Daarmee is deze tekst overigens ook volledig identiek aan de tekst in de vigerende gemeenschappelijke regeling van de Veiligheidsregio Flevoland wat, gelet op de toenemende samenwerking tussen de beide veiligheidsregio’s een voor de hand liggende keus is.

Wettelijk kader wijziging gemeenschappelijke regeling Bij het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling is artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing. Dat bepaalt: 1. De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van twee of meer gemeenten kunnen afzonderlijk of tezamen, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten. 2. De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters gaan niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 3. Onder het treffen van een regeling wordt in dit artikel mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling. Een besluit tot wijziging wordt dus genomen door de colleges. Dit kan op voorstel van het algemeen bestuur, op grond van het bepaalde in artikel 38 van de gemeenschappelijke regeling: 1. Zowel het algemeen bestuur als de colleges van burgemeester en wethouders van ten minste een derde van de aan deze regeling deelnemende gemeenten kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2.

De regeling kan worden gewijzigd bij een daartoe strekkend besluit van de colleges van burgemeester en wethouders van ten minste twee derde van de aan deze regeling deelnemende gemeenten. 3. De politieleiding eenheid Midden-Nederland, het bestuur van de GGD Gooi en Vechtstreek en de Regionale Ambulancevoorziening Gooi en Vechtstreek worden van het ontwerp van een besluit tot wijziging van de regeling ten minste tien weken voorafgaande aan de besluitvorming door het algemeen bestuur in kennis gesteld en in de gelegenheid gesteld te reageren. Het zijn dus de colleges die conform de Wet veiligheidsregio’s de gemeenschappelijke regeling zijn aangegaan en het zijn daarom de colleges die een besluit tot wijziging van de regeling dienen te nemen. Een ook voor de goede orde: de colleges dienen daarvoor eerst toestemming te vragen aan de raden. U zult daarom uw eigen raad in deze procedure dienen te betrekken. Wij stellen voor deze wijziging te laten ingaan per 1 juli 2021 zodat wij op basis daarvan een definitief besluit kunnen nemen over de beoogde deelneming in de werkgeversvereniging.

Zijn andere wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling aan de orde? Gegeven het feit dat de gemeenschappelijke regeling van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek dient te worden gewijzigd en daarvoor een procedure moet worden doorlopen, is het voor de hand liggend in die wijzigingsprocedure ook die wijzigingen mee te nemen die om andere redenen wenselijk zijn. Op dit moment zijn er twee andere zaken die tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling aanleiding geven: a. het uittreden van Weesp als gevolg van de herindeling Amsterdam-Weesp; b. de inwerkingtreding van de Wijzigingswet meldkamers per 1 juli 2020.

2

Uitreden Weesp Het uittreden van Weesp volgt bij de inwerkintreding van de Wet herindeling Weesp-Amsterdam. Het uittreden zelf is geen onderwerp voor besluitvorming voor de deelnemende gemeenten in de Veiligheidsregio, anders dan dat deze in de voorbije periode hun zienswijze op de fusie Weesp-Amsterdam hebben gegeven in het kader van de ARHIprocedure. Gelet op het gegeven van de uittreding, heeft het algemeen bestuur de opdracht (art.37 van de gemeenschappelijke regeling): ‘Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding.’ Gevolgen van de uittreding zijn zaken als: wat gebeurt er met kazernes, personeel, materieel en frictiekosten en mogelijk andere van dergelijke zaken. Daarover vindt goed overleg plaats met alle betrokkenen, waaronder uiteraard de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Het uittreden van Weesp zal ook leiden tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling. Deze aanpassing is evenwel zeer beperkt want vooral een administratieve aanpassing: ‘Weesp’ wordt overal uit de tekst geschrapt. Deze wijziging kan niet op 1 juli 2021 ingaan want dan is het wetgevingsproces voor de herindeling niet afgerond. Daarom stellen wij voor deze wijziging te laten ingaan per de datum die volgt uit de inwerkingtreding van de Wet herindeling Weesp-Amsterdam. Deze formulering van de ingangsdatum neemt geen voorschot op het wetgevingsproces m.b.t.

de herindeling Amsterdam-Weesp maar verbindt wel de wijziging van de GR één-op-één aan de uitkomst daarvan. Wijzigingswet meldkamers In de gemeenschappelijke regeling van de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek is de volgende tekst met betrekking tot de meldkamer opgenomen: 4. Meldkamer a. het, al dan niet gezamenlijk met het algemeen bestuur van naastliggende veiligheidsregio’s, instellen en in stand houden van een gemeenschappelijke meldkamer ten behoeve van de brandweertaak, de geneeskundige hulpverlening, het ambulancevervoer en de politietaak, met dien verstande dat de politiechef van de eenheid Midden-Nederland zorg draagt voor het in stand houden van de meldkamerpolitie, als onderdeel van die meldkamer, die in ieder geval de volgende taken uitvoert: i. het ontvangen, registreren en beoordelen van alle acute hulpvragen ten behoeve van de brandweer, de geneeskundige hulpverlening, het ambulancevervoer, de politie en de bevolkingszorg; ii. het bieden van een adequaat hulpaanbod; iii. het begeleiden en coördineren van de hulpdiensten; b.

de meldkamer staat onder leiding van een directeur die door het dagelijks bestuur van de veiligheids-regio (en indien het een gezamenlijk met naastliggende veiligheidsregio’s in stand gehouden meldkamer betreft: door de dagelijks besturen van de betrokken veiligheidsregio’s), na overleg met de politiechef van de eenheid Midden-Nederland, wordt benoemd. Wat staat in de wijzigingswet? De nieuwe tekst van artikel 35 van de Wet veiligheidsregio’s luidt: 1. Door het bestuur van de veiligheidsregio of de besturen van de veiligheidsregio’s in het werkgebied van een meldkamer, bedoeld in artikel 25a, tweede lid, van de Politiewet 2012, wordt zorg gedragen voor het op die meldkamer uitvoeren van de meldkamerfunctie, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de Politiewet 2012, ten behoeve van de brandweertaak en ten behoeve van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. 2. Door het bestuur van de veiligheidsregio of de besturen van de veiligheidsregio’s in een werkgebied kan in overeenstemming met de politie worden besloten dat, onverminderd de artikelen 4 en 5, de politie op die meldkamer de meldkamerfunctie ten behoeve van de brand-weertaak uitvoert. 3. De besturen van de veiligheidsregio’s in een werkgebied sluiten een convenant, dat in ieder geval afspraken bevat over de uitvoering van de meldkamerfunctie, bedoeld in het eerste lid. 4.

Door het bestuur van de veiligheidsregio of de besturen van de veiligheidsregio’s in een werkgebied kunnen met betrekking tot de voorbereiding op en het daadwerkelijk optreden bij ongevallen, rampen en crises eisen worden gesteld aan de uitvoering van de meldkamer-functie door de Regionale Ambulancevoorziening. Indien eisen worden gesteld, worden deze ter kennis gebracht van Onze Minister voor Medische Zorg. Dit betekent dat de tekst van de gemeenschappelijke regeling dient te worden aangepast op de nieuwe wetstekst en dan als volgt kan komen te luiden:

3

4. Meldkamer a. het, gezamenlijk met de algemeen besturen van de veiligheidsregio’s in het werkgebied van de meldkamer, bedoeld in artikel 25a, tweede lid van de politiewet 2012, zorg dragen voor het op die meldkamer uitvoeren van de meldkamerfunctie, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de Politiewet 2012, ten behoeve van de brandweertaak en ten behoeve van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening; b. het met de algemeen besturen van de veiligheidsregio’s in het werkgebied van de meldkamer sluiten een convenant, dat in ieder geval afspraken bevat over de uitvoering van de meldkamerfunctie, bedoeld onder a.; c. het met betrekking tot de voorbereiding op en het daadwerkelijk optreden bij ongevallen, rampen en crises eventueel en al dan niet met de algemeen besturen van de veiligheidsregio’s in het werkgebied van de meldkamer stellen van eisen aan de uitvoering van de meldkamerfunctie door de Regionale Ambulancevoorziening. Hiernaast staat de meldkamer in artikel 29 van de gemeenschappelijke regeling genoemd als onderdeel van de ambtelijke organisatie. Dat is niet meer van toepassing en dient te worden geschrapt. Wij stellen voor deze wijziging eveneens te laten ingaan per 1 juli 2021.

Samenlopende procedure voor wensen en bedenkingen deelnemen werkgeversvereniging De beide procedures (wensen en bedenkingen bij deelnemen in de werkgeversvereniging / wijzigen gemeenschappelijke regeling) kunnen vanwege de evidente samenhang synchroon verlopen. Maar zij blijven voor wat de eruit voortkomende besluitvorming betreft gescheiden, zowel voor wat de verantwoordelijkheid voor het besluit betreft als voor wat betreft de volgorde en het daarbij behorende tijdpad. En wel als volgt: •

Het besluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling wordt genomen door de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten na verkregen toestemming van hun raden. De colleges nemen hun besluiten vóór 15 maart 2021 en brengen deze ter kennis van het algemeen bestuur.

•

Het besluit tot deelnemen in de werkgeversverenging wordt, mits de gemeenschappelijke regeling gewijzigd is, genomen door het algemeen bestuur op 30 juni 2021 met inachtneming van de eventuele wensen en bedenkingen van de raden bij het voorgenomen besluit.

Vanwege deze samenlopende procedures ontvangt u als bijlage bij deze brief een afschrift van ons tegelijkertijd verzonden verzoek aan raden om hun eventuele wensen en bedenkingen bij ons voorgenomen besluit deel te nemen in de werkgeversvereniging bij ons kenbaar te maken. Wij gaan ervan uit u hiermee goed geïnformeerd te hebben. Verzoek besluit wijziging gemeenschappelijke regeling Bijgaand zenden wij u ons voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Wij verzoeken u uiterlijk 15 maart 2021 uw (getekende) besluit tot wijziging van de regeling aan ons toe te zenden.

Met vriendelijke groet, Namens het algemeen bestuur,

P.I. Broertjes voorzitter

J.A. van der Zwan secretaris

4

Bijlage 1 Afschrift brief algemeen bestuur Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek aan de raden van de deelnemende gemeenten inzake voornemen tot deelnemen in werkgeversvereniging voor de veiligheidsregio’s. Geachte gemeenteraad, Op 14 september 2020 heeft het Veiligheidsberaad, het overlegorgaan van de voorzitters van de vijfentwintig veiligheidsregio’s, mede op advies van de Brandweerkamer van de VNG, het principebesluit genomen tot het oprichten van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (hierna: WVSV). Deze werkgeversvereniging zal namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelen met de werknemersorganisaties en bindende afspraken maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s (uitgezonderd de medewerkers in dienst bij de sector ambulancezorg, zij hebben een branchecao). Wij zijn voornemens deel te nemen in deze werkgeversvereniging. Op basis van wettelijke voorschriften dienen wij een procedure te doorlopen waarbij wij de raden van de in de veiligheidsregio deelnemende gemeenten in de gelegenheid stellen om hun wensen en bedenkingen bij dit voornemen bij ons naar voren te brengen. Met deze brief doen wij dat. Huidige situatie De arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers van de veiligheidsregio's worden nu overeengekomen onder de paraplu van de VNG.

Sinds 2014 is voor een aantal onderwerpen die specifiek voor de brandweer gelden een aparte kamer ingericht, de Brandweerkamer (dit is een kamer van het College voor Arbeidszaken van de VNG). De VNG en het Veiligheidsberaad hebben hiertoe in 2014 een dienstverleningsovereenkomst gesloten. Per 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) van kracht. Deze geldt voor gemeenten en voor samenwerkende gemeentelijke organisaties (SGO). Op de veiligheidsregio’s blijft, voor beperkte duur, de huidige publiekrechtelijke regeling van arbeidsvoorwaarden CAR-UWO (inclusief de specifieke brandweerhoofdstukken) van kracht, aangezien voor de veiligheidsregio’s de inwerkingtreding van de Wnra tijdelijk is uitgesteld en zij dus niet onder de Cao Gemeenten/Cao SGO kunnen vallen. De voornaamste reden daarvoor is dat binnen het private arbeidsrecht brandweervrijwilligers niet mogelijk zijn omdat de aanstelling van een brandweervrijwilliger onder de definitie van een arbeidsovereenkomst valt. De gemeenten en de overige samenwerkende gemeentelijke organisaties passen per 1 januari 2020 de Cao Gemeenten respectievelijk de Cao SGO toe. Materiële rechten en plichten uit de CAR-UWO zijn omgezet naar deze cao’s. Voor de jaren 2020 en 2021 is met de VNG-organisatie afgesproken dat de CAR-UWO nog wordt bijgehouden.

De veiligheidsregio’s zullen evenwel in de toekomst (structureel) zelf tot arbeidsvoorwaardenvorming moeten komen. Overwegingen In deze context is door het Veiligheidsberaad in juni 2019 aan de Brandweerkamer verzocht een advies voor te leggen over de toekomstige organisatie van de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Het advies van de Brandweerkamer – te weten het oprichten van een eigen werkgeversvereniging voor de veiligheidsregio’s – is besproken door het Veiligheidsberaad in december 2019. Tijdens deze bespreking is geconcludeerd dat er twee scenario’s reëel worden geacht om te komen tot collectieve arbeidsvoorwaardenvorming voor de veiligheidsregio’s: •

scenario 1 de veiligheidsregio’s dienen een verzoek in om lid te worden van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (WSGO) en verbinden zich daarmee aan de Cao SGO (waarmee de Wnra ook in werking moet treden voor de veiligheidsregio’s);

•

scenario 2 de veiligheidsregio’s maken conform het advies van de Brandweerkamer een eigen arbeidsrechtelijke regeling en richten daartoe gezamenlijk een eigen werkgeversvereniging op. Bij de totstandkoming van deze regeling wordt zoveel mogelijk getracht aansluiting te vinden bij de cao’s in de gemeentelijke sector.

In december 2019 is voorts geconcludeerd dat besluitvorming over de voorgestelde scenario’s in het Veiligheidsberaad pas kan plaatsvinden wanneer de veiligheidsregio’s (als werkgevers) zich terdege hebben kunnen beraden over de mogelijke varianten en de bijbehorende consequenties. In dat verband is in februari 2020 aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s gevraagd om binnen de eigen besturen van gedachten te wisselen over de twee scenario’s en kenbaar te maken of de noodzaak kan worden onderschreven om een eigen werkgeversvereniging voor de veiligheidsregio’s op te richten.

5

Het resultaat van deze ophaalronde laat zien dat 23 van de 25 veiligheidsregio’s kiezen voor scenario 2, te weten een eigen werkgeversvereniging. Door enkele regio’s worden daar aanvullende opmerkingen en randvoorwaarden bij geplaatst. Twee veiligheidsregio’s geven de voorkeur aan scenario 1. De volgende opmerkingen en voorwaarden worden door de verschillende regio’s genoemd: • • • • • • •

één uniform besluit door de 25 veiligheidsregio’s, zodat er landelijke collectieve afspraken gemaakt kunnen worden; zoveel mogelijk volgen van de cao-bepalingen van de sector gemeenten; borgen van de arbeidsvoorwaarden voor de GGD (voor de veiligheidsregio’s die dit betreft); urgentie om tot een keuze te komen, gezien de gemeenten per 1 januari 2020 zijn overgestapt naar de Cao Gemeenten – daarmee samenhangend: de VNG verzoeken om de CAR-UWO nog één jaar langer beschikbaar te houden (tot 1 januari 2022, een verzoek dat overigens inmiddels is gehonoreerd); lid worden van een werkgeversvereniging vereist mogelijk dat de gemeenschappelijke regeling van meerdere veiligheidsregio’s aangepast moeten worden (in de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek is dat inderdaad aan de orde, later in deze brief lichten wij dat nader toe); gemeenteraden moeten in de gelegenheid worden gesteld om hun wensen en bedenkingen over deelname aan de vereniging in te dienen bij het algemeen bestuur van de veiligheidsregio; ook andere aspecten worden genoemd, zoals de relatie met de Wnra (behoud van uitzondering), de rol van de vakbonden, afwijkende positie voor (een deel van) de vrijwilligers, grip op specifieke brandweervraagstukken, de relatie met taakdifferentiatie brandweer, door de coronacrisis waarschijnlijk meer tijd nodig in de voorbereiding.

Perspectief op toekomstige situatie Deze punten zijn door het Veiligheidsberaad belegd met het volgende perspectief. Uitgangspunt is dat alle 25 veiligheidsregio’s deelnemen aan deze vereniging. Tevens is uitgangspunt dat de toekomstige arbeidsvoorwaardenregeling van de WSV zoveel mogelijk vergelijkbaar wordt met de Cao Gemeenten/Cao SGO, met toevoeging van c.q. aparte aandacht voor specifieke brandweeronderwerpen (vergelijkbaar met de huidige brandweerbepalingen in de CAR-UWO). Er wordt gekeken of en hoe de arbeidsvoorwaarden van de GGD hierin passen. De overgang van de huidige situatie naar een werkgeversvereniging voor de veiligheidsregio’s wordt zo veel als mogelijk budgetneutraal georganiseerd. De inrichting van de vereniging en ondersteuningsorganisatie wordt opgepakt door een commissie onder bestuurlijk voorzitterschap van burgemeester Depla (voorzitter Brandweerkamer), met medewerking van de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio. De formele oprichting van de WVSV en start van de werkzaamheden volgt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 1 januari 2022. Urgentie Ten aanzien van het vervolgproces speelt enige urgentie. Sinds de Wnra per 1 januari 2020 in werking is getreden, lopen de Cao Gemeenten/Cao SGO enerzijds en de CAR-UWO (voor alleen nog personeel veiligheidsregio’s) anderzijds uit elkaar.

De dienstverlening van de VNG aan de veiligheidsregio’s is nog van beperkte duur; de CARUWO blijft beschikbaar tot 1 januari 2022. De werkgeversvereniging wordt gestart met de regio’s die dat al kunnen en mogen op basis van artikel 31a, lid 1 en 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De rest volgt later, zodra zij de interne besluitvorming hebben doorlopen. Het tempo verschilt per regio, omdat er binnen sommige veiligheidsregio’s nog niet in is voorzien dat het algemeen bestuur kan besluiten tot deelneming in een vereniging. Het regelen hiervan is een proces dat enige tijd in beslag kan nemen. In de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek speelt dit zoals gezegd ook. Besluitvorming Voor het deelnemen in de beoogde werkgeversverenging is besluitvorming nodig die voortkomt uit de Wet gemeenschappelijke regelingen, die in artikel 31a bepaalt: 1. Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien de regeling in deze mogelijkheid voorziet en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. 2.

Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie te brengen.

6

Voor zover het gaat om het bepaalde in het eerste lid is van belang dat de gemeenschappelijke regeling van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2016 in artikel 14 lid 2 onder c bepaalt: Het algemeen bestuur heeft (…) de volgende taken en bevoegdheden: c. het overgaan tot het oprichten van een besloten vennootschap in het kader van de realisering en exploitatie van centra voor het opleiden, trainen en oefenen van personeel in dienst van een veiligheidsregio. Het besluit hiertoe wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek is, gelet op de specifieke formulering van dit artikel, op dit moment derhalve niet bevoegd een besluit te nemen tot deelnemen in de beoogde werkgeversvereniging. Eerst zal de gemeenschappelijke regeling op dit punt gewijzigd dienen te worden. Een voorstel daartoe hebben wij dan ook in procedure gebracht. Aan het slot van deze brief zetten wij uiteen wat de precies de relatie is tussen de procedure die dat wijzigingsvoorstel gaat doorlopen en de procedure die aan de orde is bij het deelnemen in de beoogde werkgeversvereniging.

Om nu eerst bij dat laatste onderwerp te blijven: ook na wijziging van de gemeenschappelijke regeling is het algemeen bestuur op grond van de wet gemeenschappelijke regelingen gehouden het besluit niet eerder te nemen dan nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen bij het algemeen bestuur naar voren te brengen. Verzoek eventuele wensen en bedenkingen Hierbij zenden wij u het ontwerp van het voorgenomen besluit dat het algemeen bestuur wil nemen. Wij verzoeken u uiterlijk 15 maart 2021 uw eventuele wensen en bedenkingen aan ons kenbaar te maken. Wij zijn voornemens een definitief besluit te nemen op 30 juni 2021. Kern van de motivering Gezamenlijk optrekken van de veiligheidsregio’s is in zekere zin een voortzetting van de huidige werkwijze in de Brandweerkamer c.q. College van Arbeidszaken (aansluitingsovereenkomst), vanuit een zelfstandige positie. Gezamenlijk optrekken biedt de volgende voordelen: het creëren van een heldere arbeidsvoorwaardenstructuur voor de gehele sector; typische brandweervraagstukken rond bijvoorbeeld roosters en doorstroom kunnen in landelijke kaders worden geregeld; er wordt recht gedaan aan de bijzondere figuur van de veiligheidsregio en de daarbij specifieke arbeidsvoorwaarden.

Samenlopende procedure voor wijziging gemeenschappelijke regeling Een besluit om deel te nemen aan de beoogde werkgeversvereniging kunnen wij niet nemen dan nadat de gemeenschappelijke regeling zodanig gewijzigd is dat deze daartoe de mogelijkheid opent. Wij hebben daarom besloten een voorstel tot wijziging van de regeling aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten aan te bieden. Voor de goede orde: het zijn de colleges die conform de Wet veiligheidsregio’s de gemeenschappelijke regeling zijn aangegaan en het zijn daarom de colleges die een besluit tot wijziging van de regeling dienen te nemen. Een ook voor de goede orde: de colleges dienen daarvoor eerst toestemming te vragen aan de raden. U zult daarom door uw eigen college in deze procedure tot wijziging van de regeling worden betrokken. De beide procedures (wensen en bedenkingen bij deelnemen in de werkgeversvereniging / wijzigen gemeenschappelijke regeling) kunnen vanwege de evidente samenhang synchroon verlopen. Maar zij blijven voor wat de eruit voortkomende besluitvorming betreft gescheiden, zowel voor wat de verantwoordelijkheid voor het besluit betreft als voor wat betreft de volgorde en het daarbij behorende tijdpad. En wel als volgt: •

Het besluit tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling wordt genomen door de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten na verkregen toestemming van hun raden. De colleges nemen hun besluiten vóór 15 maart 2021 en brengen deze ter kennis van het algemeen bestuur.

•

Het besluit tot deelnemen in de werkgeversverenging wordt, mits de gemeenschappelijke regeling gewijzigd is, genomen door het algemeen bestuur. De eventuele wensen en bedenkingen van de raden bij het voorgenomen besluit ontvangen wij, uitgaande van ons hierboven vermelde verzoek, uiterlijk 15 maart 2021. Waarna wij voornemens zijn een definitief besluit te nemen op 30 juni 2021.

7

Vanwege deze samenlopende procedures ontvangt u als bijlage bij deze brief een afschrift van ons tegelijkertijd verzonden voorstel aan de colleges tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Wij gaan ervan uit u hiermee goed geïnformeerd te hebben.

Met vriendelijke groet, Namens het algemeen bestuur,

P.I. Broertjes voorzitter

J.A. van der Zwan secretaris

8

Bijlage 2 Voorgestelde wijziging gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek met toelichting

Blauw:

aanpassing i.v.m.

deelnemen werkgeversvereniging en i.v.m. Wijzigingswet meldkamers

Rood:

aanpassing i.v.m.

opheffen gemeente Weesp

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren; Gelet op de Wet veiligheidsregio’s, de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen; Overwegende, dat de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters in 2006 besloten hebben om vooruitlopend op de komst van de Wet veiligheidsregio’s per 1 januari 2007 een veiligheidsregio te vormen en hiertoe per die datum een gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek zijn aangegaan; dat de colleges van burgemeester en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om per 1 januari 2009 de gemeentelijke brandweer over te dragen aan de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek en dat om die reden de gemeenschappelijke regeling per die datum gewijzigd werd; dat de colleges van burgemeesters en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s en de verankering van de doorontwikkeling van de gemeentelijke bevolkingszorg, de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek in 2011 te herzien; dat de colleges van burgemeesters en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en

Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de afgesproken herziening van de kostenverdeelsleutel en de gewijzigde Wet veiligheidsregio, per 1 januari 2014 de gemeenschappelijke regeling te wijzigen; dat de colleges van burgemeesters en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen, per 1 december 2015 de gemeenschappelijke regeling aan te passen; dat de colleges van burgemeesters en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de opheffing van de gemeenten Bussum, Muiden en Naarden en de instelling van de gemeente Gooise Meren, per 1 juni 2016 de gemeenschappelijke regeling aan te passen.

dat de colleges van burgemeester en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, teneinde aansluiting van de Veiligheidsregio bij een op te richten werkgeversvereniging voor de gezamenlijke veiligheidsregio’s mogelijk te maken alsmede om de regeling te laten aansluiten bij gewijzigde wetgeving voor de meldkamers, per 1 juli 2021 aan te passen; dat de colleges van burgemeester en wethouders op voorstel van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek besloten hebben om, naar aanleiding van de opheffing van de gemeente Weesp en toevoeging van haar grondgebied aan Amsterdam de gemeenschappelijke regeling aan te passen per de datum die volgt uit de inwerkingtreding van de Wet herindeling Weesp-Amsterdam; Besluiten: de volgende gemeenschappelijke regeling te treffen:

9

GEMEENSCHAPPELJKE REGELINGVEILIGHEIDSREGIO GOOI EN VECHTSTREEK HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. de veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; b. ramp: een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken; c. rampenbestrijding: het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio treft met het oog op een ramp, het voorkomen van een ramp en het beperken van de gevolgen van een ramp; d. crisis: een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast; e.

crisisbeheersing: het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio in een crisis treft ter handhaving van de openbare orde, indien van toepassing in samenhang met de maatregelen en voorzieningen die op basis van een bij of krachtens enige andere wet toegekende bevoegdheid ter zake van een crisis worden getroffen; f. de minister: de minister van Veiligheid en Justitie; g. regeling: de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, moeten in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college en de burgemeester respectievelijk gelezen worden de veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam, genaamd: ‘Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek’. 2. Het openbaar lichaam is rechtspersoon en is gevestigd te Hilversum. 3. Het gebied waarvoor deze regeling geldt betreft de regio Gooi en Vechtstreek zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. De regio omvat de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren.

Artikel 3 Bestuursorganen De veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter. HOOFDSTUK 2 BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 4 Belangen De veiligheidsregio behartigt de gemeenschappelijke belangen van de aan deze regeling deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: a. de brandweerzorg; b. de geneeskundige hulpverlening in het kader van rampenbestrijding en crisisbeheersing; c. de gemeentelijke bevolkingszorg in het kader van rampenbestrijding en crisisbeheersing; d. de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Artikel 5 Taken en bevoegdheden Aan de veiligheidsregio worden de volgende taken en bevoegdheden overgedragen. 1. Algemeen a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan als bedoeld in artikel 7 zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders van de aan deze regeling deelnemende gemeenten over de brandweerzorg, waartoe behoort: het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het

10

beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; alsmede het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand. d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; f. het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de in dit artikel onder 1d, 2, 3, 4 en 5 genoemde taken. 2. Brandweer Het instellen en in stand houden van de Brandweer Gooi en Vechtstreek die in ieder geval de volgende taken uitvoert; a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand; c. het waarschuwen van de bevolking; d. het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting; e. het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van de brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen; f. taken in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing. 3. Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) a.

het instellen en in stand houden van de GHOR Gooi en Vechtstreek die in ieder geval de volgende taken uitvoert; i. de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing door daartoe aangesteld personeel, als onderdeel van een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines, door tussenkomst van een meldkamer; ii. de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied; b. de dienstverleningstaak van de GHOR is ondergebracht bij de Gemeentelijke Gezondheidsdienst(GGD) en als zodanig opgenomen in de gemeenschappelijke regeling Regio Gooi en Vechtstreek. 4. Meldkamer a. het, al dan niet gezamenlijk met het algemeen bestuur van naastliggende veiligheidsregio’s, instellen en in stand houden van een gemeenschappelijke meldkamer ten behoeve van de brandweertaak, de geneeskundige hulpverlening, het ambulancevervoer en de politietaak, met dien verstande dat de politiechef van de eenheid MiddenNederland zorg draagt voor het in stand houden van de meldkamerpolitie, als onderdeel van die meldkamer, die in ieder geval de volgende taken uitvoert: i. het ontvangen, registreren en beoordelen van alle acute hulpvragen ten behoeve van de brandweer, de geneeskundige hulpverlening, het ambulancevervoer, de politie en de bevolkingszorg; ii.

het bieden van een adequaat hulpaanbod; iii. het begeleiden en coördineren van de hulpdiensten; b. de meldkamer staat onder leiding van een directeur die door het dagelijks bestuur van de veiligheids-regio (en indien het een gezamenlijk met naastliggende veiligheidsregio’s in stand gehouden meldkamer betreft: door de dagelijks besturen van de betrokken veiligheidsregio’s), na overleg met de politiechef van de eenheid MiddenNederland, wordt benoemd. 4. Meldkamer a. het, gezamenlijk met de algemeen besturen van de veiligheidsregio’s in het werkgebied van de meldkamer, bedoeld in artikel 25a, tweede lid van de politiewet 2012, zorg dragen voor het op die meldkamer uitvoeren van de meldkamerfunctie, bedoeld in artikel 25b, eerste lid, van de Politiewet 2012, ten behoeve van de brandweertaak en ten behoeve van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening; b. het met de algemeen besturen van de veiligheidsregio’s in het werkgebied van de meldkamer sluiten van een convenant, dat in ieder geval afspraken bevat over de uitvoering van de meldkamerfunctie, bedoeld onder a.; c.

het met betrekking tot de voorbereiding op en het daadwerkelijk optreden bij ongevallen, rampen en crises eventueel en al dan niet met de algemeen besturen van de veiligheidsregio’s in het werkgebied van de meldkamer stellen van eisen aan de uitvoering van de meldkamerfunctie door de Regionale Ambulancevoorziening. 5. Bevolkingszorg a. het instellen en in stand houden van een operationele organisatie voor de uitvoering van de gemeenschappelijke taken ten aanzien van de bevolkingszorg waaronder in ieder geval wordt verstaan de gecoördineerde inzet van daartoe aangesteld en opgeleid (inter)regionaal personeel belast met de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis; b. de coördinerend functionaris bevolkingszorg als bedoeld in artikel 27 lid 5 van deze regeling sluit detacheringsovereenkomsten met de gemeenten ten behoeve van het personeel dat werkzaam is voor bevolkingszorg.

11

Artikel 6 Risicoprofiel Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van hetgeen hierover bepaald is in artikel 15 van de Wet veiligheidsregio’s, een risicoprofiel vast. Het risicoprofiel bestaat uit: a. een overzicht van de risicovolle situaties binnen de veiligheidsregio die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden; b. een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich in de veiligheidsregio kunnen voordoen; c. een analyse waarin de weging en inschatting van de gevolgen van de soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen. Artikel 7 Beleidsplan Het algemeen bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaar, met inachtneming van hetgeen hierover bepaald is in artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s, een beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgelegd ten aanzien van de taken van de veiligheidsregio. Artikel 8 Crisisplan Het algemeen bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaar, met inachtneming van hetgeen hierover bepaald is in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s, een crisisplan vast, waarin in ieder geval de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing worden beschreven.

Artikel 9 Rampbestrijdingsplan Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van hetgeen hierover bepaald is in artikel 17 van de Wet veiligheidsregio’s, rampbestrijdingsplannen vast voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën inrichtingen, rampen en luchtvaartterreinen. Artikel 10 Overige bevoegdheden Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio is bevoegd ter uitvoering van de taken en bevoegdheden die bij wet zijn opgedragen of die krachtens deze regeling aan de veiligheidsregio zijn overgedragen, tot het heffen en innen van retributies en/of leges met betrekking tot aan de veiligheidsregio overgedragen brandweertaken op basis van een daartoe door het algemeen bestuur vast testellen verordening. Artikel 11 Verplichte advisering De aan deze regeling deelnemende gemeenten leggen de volgende onderwerpen ter advisering voor aan de veiligheidsregio: a. het beleid en de regelgeving op het gebied van crisisbeheersing; b. de voorbereidende maatregelen op het gebied van crisis- en brandbestrijding en veiligheidsbevordering bij bijzondere objecten, omstandigheden en situaties met een hoog risicoprofiel, algemene advisering op grond van de omgevingsvergunning, de verlening van bouw-, milieu- en gebruiksvergunningen daaronder begrepen; c. de aanschaf van voorzieningen die betrekking hebben op de crisisbeheersing. Artikel 12 Dienstverlening 1.

Het algemeen bestuur beslist op een verzoek tot dienstverlening van een of meer aan deze regeling deelnemende gemeenten of van een andere gemeente of derden. 2. Een verzoek tot dienstverlening kan geen betrekking hebben op de reguliere – en voor alle deelnemende gemeenten gelijkwaardige – zorg. 3. De dienstverlening geschiedt op basis van een overeenkomst tussen de veiligheidsregio, gemeente(n) of derden die het aangaat voor zover hierin niet in deze regeling is voorzien. In deze overeenkomst wordt neergelegd welke prestaties de veiligheidsregio zal leveren, de kosten die daarvoor in rekening worden gebracht en de voorwaarden waaronder tot dienstverlening wordt overgegaan. 4. Het algemeen bestuur bepaalt op welke wijze zij uitvoering geeft aan de overeengekomen dienstverlening. HOOFDSTUK 3 HET ALGEMEEN BESTUUR Artikel 13 Samenstelling 1. Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de aan deze regeling deelnemende gemeenten. 2. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester te zijn van de gemeente die hij vertegenwoordigt;

12

3. Een burgemeester wordt waargenomen op de wijze zoals is bepaald in de Gemeentewet. Artikel 14 Taken en bevoegdheden 1. Het algemeen bestuur heeft naast de taken genoemd in artikel 5 en artikel 10 de volgende taken: a. het algemeen toezicht op al wat het openbaar lichaam aangaat; b. het houden van toezicht op het beheer van de vermogenswaarden en de boekhouding; c. het houden van toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden. 2. Het algemeen bestuur heeft naast de bevoegdheden genoemd in artikel 5 en artikel 10 de volgende taken en bevoegdheden: a. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, met uitzondering van arbeidsvoorwaardenregelingen voor het personeel; b. het nemen van een beslissing omtrent schorsing en ontslag van de leden van het dagelijks bestuur; c. het overgaan tot het oprichten van een besloten vennootschap in het kader van de realisering en exploitatie van centra voor het opleiden, trainen en oefenen van personeel in dienst van een veiligheidsregio. het besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

Het besluit hiertoe wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 3. Het algemeen bestuur stelt voor nader door hem aan te geven onderwerpen een mandaatregeling vast. Artikel 15 De werkwijze 1. Het algemeen bestuur vergadert ten minste viermaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordelen, dan wel indien ten minste drie leden daarom verzoeken. 2. Het reglement van orde, dat door het algemeen bestuur wordt vastgesteld, wordt aan de aan deze regeling deelnemende gemeenten, de hoofdofficier van justitie, de voorzitter van het waterschap, de politiechef van de eenheid Midden-Nederland, het bestuur van de GGD Gooi en Vechtstreek en de Regionale Ambulance Voorziening Gooi en Vechtstreek gezonden. 3. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 4. Door de voorzitter of op verzoek van ten minste twee leden kan door het algemeen bestuur besloten worden om de vergadering in beslotenheid te doen plaatsvinden. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: a. het vaststellen van het risicoprofiel, het beleidsplan, het crisisplan en rampbestrijdingsplannen; b. het vaststellen of wijzigen van de begroting; c. het vaststellen van de rekening; d.

het wijzigen van deze regeling; e. het vaststellen van het liquidatieplan; f. invoeren, wijzigen of afschaffen van retributies en /of leges; g. regelingen met andere openbare lichamen; h. doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging die dat mogelijk maakt is goedgekeurd. 5. De hoofdofficier van justitie en de voorzitter van het waterschap Amstel Gooi en Vecht worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. 6. De commissaris van de Koning wordt uitgenodigd om bij de vergaderingen van het bestuur van de veiligheidsregio aanwezig te zijn; 7. De voorzitter nodigt de commandant brandweer, de directeur Publieke Gezondheid, de coördinerend functionaris bevolkings-zorg, de politiechef en andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. Ter vergadering hebben zij een adviserende stem. Artikel 16 De besluitvorming 1. Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem. 2. De besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Artikel 17 Bovenlokale rampen en crises 1.

In geval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de voorzitter van de veiligheidsregio ten behoeve van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de betrokken gemeenten bij uitsluiting bevoegd toepassing te geven aan a. de artikelen 4 tot en met 7 van de Wet veiligheidsregio’s; b. de artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet, met uitzondering van artikel 176, derde tot en met zesde lid; c. de artikelen 11, 14, eerste lid, 56, eerste en vierde lid, en 62 van de Politiewet 2012; d. de artikelen 5 tot en met 9 van de Wet openbare manifestaties.

13

2. De voorzitter roept een regionaal beleidsteam bijeen, dat bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten die betrokken zijn of dreigen te worden bij de ramp of crisis, alsmede uit de hoofdofficier van justitie. De voorzitter van het waterschap Amstel Gooi en Vecht wordt uitgenodigd deel uit te maken van het beleidsteam. 3. De voorzitter wijst een regionaal operationeel leider aan, die is belast met de leiding van een regionaal operationeel team, dat bestaat uit leidinggevenden van de betrokken diensten. De regionaal operationeel leider neemt deel aan de vergaderingen van het regionaal beleidsteam. De voorzitter van de veiligheidsregio nodigt voorts de functionarissen wier aanwezigheid in verband met de omstandigheden van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen. 4. Tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet, neemt de voorzitter geen besluiten met toepassing van de in het eerste lid genoemde artikelen dan nadat hij het regionaal beleidsteam daarover heeft geraadpleegd. Een burgemeester kan in het regionaal beleidsteam schriftelijk bezwaar doen aantekenen, indien hij van mening is dat een voorgenomen besluit het belang van zijn gemeente onevenredig schaadt. 5. De voorzitter geeft de regionaal operationeel leider de bevelen die hij nodig acht in verband met de uitvoering van de door hem genomen besluiten. 6.

Zodra de omstandigheden het toelaten, ontbindt de voorzitter het regionaal beleidsteam. HOOFDSTUK 4 HET DAGELIJKS BESTUUR Artikel 18 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit: a. de voorzitter van het algemeen bestuur b. twee leden, aan te wijzen door en uit het algemeen bestuur. 2. De voorzitter van het algemeen bestuur is ook voorzitter van het dagelijks bestuur. 3. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur. De zittingsperiode van de leden van het dagelijks bestuur is gelijk aan de zittingsperiode van de raden. Deze leden kunnen opnieuw worden aangewezen. 4. De leden van het dagelijks bestuur blijven in geval van beëindiging of opzegging van het lidmaatschap hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 5. Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt door het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen. Artikel 19 Taken en bevoegdheden 1. Het dagelijks bestuur heeft de volgende taken en bevoegdheden: a. het dagelijks toezicht op al wat het openbaar lichaam aangaat; b. het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor de veiligheidsregio van belang is. c. Het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter beslissing en overweging wordt voorgelegd; d.

het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur; e. het beheren en aankopen van materiaal dat nodig is voor de uitoefening van de taken als bedoeld in de gemeenschappelijke regeling; f. het beheer van de vermogenswaarden; g. het beheer van de inkomsten en uitgaven van de veiligheidsregio. 2. Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit. 3. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten, met uitzondering van rechtshandelingen genoemd in artikel 14 lid 2 van deze regeling. 4. Het dagelijks bestuur is bevoegd te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dit het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 5. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot benoeming, schorsing en ontslag van ambtenaren, met inachtneming van hetgeen bij deze regeling is bepaald. 6. Het dagelijks bestuur is bevoegd regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam.

Waaronder het vaststellen, wijzigen of intrekken van rechtspositionele regelingen voor het personeel en de daaruit voortvloeiende besluiten te nemen. 7. Het dagelijks bestuur is bevoegd bestuursdwang toe te passen en dwangsommen op te leggen overeenkomstig de bepalingen van de Gemeentewet en Algemene wet bestuursrecht voor zover dit betrekking heeft op aan de veiligheidsregio overgedragen taken.

14

Artikel 20 Werkwijze en vergaderorde Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of twee leden dit de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. HOOFDSTUK 5 DE VOORZITTER Artikel 21 Aanwijzing en vervanging 1. De voorzitter van het algemeen bestuur wordt bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten in de regio. 2. Het algemeen bestuur wijst één van zijn leden aan die de voorzitter bij afwezigheid vervangt op grond van artikel 11 Wetveiligheidsregio’s. Artikel 22 Taken en bevoegdheden 1. Taken: a. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het dagelijks en algemeen bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd. b. De voorzitter verstrekt de minister op diens verzoek informatie over de wijze waarop de veiligheidsregio haar taken uitvoert. c. De voorzitter zendt de minister jaarlijks een rapportage over de uitvoering van de landelijke doelstellingen door de veiligheidsregio. d. De voorzitter geeft de commissaris van de Koning alle inlichtingen die deze voor de uitoefening van diens toezichthoudende rol nodig heeft. e.

De voorzitter brengt na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidsteam, schriftelijk verslag uit aan de raden van de getroffen gemeenten over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. Hij vermeldt daarbij of een burgemeester gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid schriftelijk bezwaar aan te tekenen. f. De voorzitter beantwoordt, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaalbeleidsteam, schriftelijk de vragen die de raden na ontvangst van het verslag stellen. g. De voorzitter verstrekt in een raad van een gemeente uit deze veiligheidsregio mondelinge inlichtingen over de besluiten, bedoeld in het eerste lid, indien de desbetreffende raad daarom verzoekt. 2. Bevoegdheden: a. De voorzitter vertegenwoordigt de veiligheidsregio in en buiten rechte. b. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. c. De voorzitter kan functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uitnodigen deel te nemen aan de vergaderingen van het bestuur. d.

De voorzitter kan, indien de uitvoering van de geneeskundige hulpverlening of de voorbereiding daarop door een instelling die een taak heeft binnen de geneeskundige hulpverlening, naar het oordeel van het bestuur van de veiligheidsregio tekort schiet, de desbetreffende instelling en zorgaanbieder een schriftelijke aanwijzing geven. Blijft de instelling in gebreke, dan kan de voorzitter de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verzoekentegen de desbetreffende instelling of zorgaanbieder de nodige maatregelen te treffen. e. In geval van een brand, ramp of crisis of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan kan de voorzitter een verzoek om bijstand richten tot de minister. Hij stelt de commissaris van de Koning van het verzoek in kennis. Hij kan een dergelijk verzoek ook richten tot de voorzitter van een aangrenzende veiligheidsregio, mits de crisisplannen van beide regio’s afspraken daaromtrent omvatten en er sprake is van spoed. In dat geval stelt hij van zijn verzoek de minister en de commissaris van de Koning in kennis. f. De voorzitter is bevoegd elke plaats te betreden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.

HOOFDSTUK 6 COMMISSIES Artikel 23 Commissies van advies Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen, met inachtneming van artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, commissies van advies instellen.

15

HOOFDSTUK 7 INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING Artikel 24 Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven tezamen dan wel afzonderlijk aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 4. Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten. 5. Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur. Artikel 25 Het algemeen en dagelijks bestuur ten opzichte van colleges 1.

Het algemeen en het dagelijks bestuur geven aan de colleges van de aan deze regeling deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen en het dagelijks bestuur verstrekken aan de colleges van de aan deze regeling deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die colleges worden verlangd. Artikel 26 De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van raden 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad van de eigen gemeente met inachtneming van artikel 16 van de Wetgemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangden wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. 2. Een lid van het algemeen bestuur is de raad van de eigen gemeente met inachtneming van artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze. HOOFDSTUK 8 DE VEILIGHEIDSDIRECTIE Artikel 27 Samenstelling van de veiligheidsdirectie 1. Er is een veiligheidsdirectie. 2. De leden van de veiligheidsdirectie zijn: a. de commandant van de Brandweer Gooi en Vechtstreek; b. de directeur Publieke Gezondheid; c.

de coördinerend functionaris bevolkingszorg; d. de politiechef; e. een door de hoofdofficier van justitie aangewezen vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie. 3. Het dagelijks bestuur, gehoord het algemeen bestuur, benoemt de commandant van de Brandweer Gooi en Vechtstreek. De commandant is belast met de operationele leiding van de brandweer. 4. De directeur Publieke Gezondheid wordt benoemd door het algemeen bestuur van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst in overeenstemming met het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio. De directeur Publieke Gezondheid is belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening. Hij maakt deel uit van de directie van de GGD Gooi en Vechtstreek. 5. Het dagelijks bestuur, gehoord het algemeen bestuur, wijst de coördinerend functionaris bevolkingszorg (als bedoeld in artikel 36 Wvr) aan op voordracht van de gemeentesecretarissen in de regio. De coördinerend functionaris bevolkingszorg is belast met de coördinatie van de gemeentelijke bevolkingszorg. 6. Het dagelijks bestuur, gehoord het algemeen bestuur, wijst uit de leden van de veiligheidsdirectie een voorzitter aan. 7. De voorzitter van de veiligheidsdirectie is secretaris van het dagelijks en algemeen bestuur; de secretaris ondertekent mede de stukken die van het dagelijks en algemeen bestuur uitgaan. 8.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9622704/1