CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Groenbeleidsplan Weesp

Gemeenteraad 14 oktober 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Groenbeleidsplan Weesp; 2e vaststelling - zie agendapunt 9a6.782 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Groenbeleidsplan Weesp 20 nov 2019

Voorwoord P.M.

Inhoudsopgave 1 INLEIDING ...................................................................................................................... 3 1.1 Waarom een Groenbeleidsplan ........................................................................................................... 3 1.2 Hoe aan te sluiten op het groenbeleid van Amsterdam ....................................................................... 3 1.3 De status van het Groenbeleidsplan .................................................................................................... 3 1.4 Inspraak en bewonersparticipatie .......................................................................................................4 2 DE ZES GROENE HOOFDPRINCIPES................................................................................. 4 3 Beleidskaders .................................................................................................................. 9 3.1 Beleidskader Groen ............................................................................................................................ 9 3.2 Monumenten en Beschermd groen ................................................................................................... 10 3.3 Bomenverordening ...........................................................................................................................

11 3.4 Bomen en beplanting........................................................................................................................ 11 3.5 Natuurinclusief ontwerpen ............................................................................................................... 11 4 ZONERING EN STRUCTUREN ........................................................................................ 12 4.1 Zones................................................................................................................................................ 12 4.1.1 Gebieden ....................................................................................................................................... 12 4.1.2 Entrees en routes ........................................................................................................................... 13 4.2 Groenstructuren ............................................................................................................................... 13 4.2.1 Hoofdgroenstructuur (HGS) ........................................................................................................... 13 4.2.2 Ecologische Structuur (ES) ............................................................................................................

14 4.2.3 Hoofdbomenstructuur (HBS) ......................................................................................................... 14 5 BEHEER ........................................................................................................................ 14 5.1 Handboek Groen............................................................................................................................... 14 5.2 Beheervisie ....................................................................................................................................... 15 5.3 Beheer kwaliteiten ............................................................................................................................ 15 6 Planning en nadere invulling .......................................................................................... 16 6.1 2020, het jaar van veranderingen ...................................................................................................... 16 6.2 Concrete invulling............................................................................................................................. 17 6.3 Participatietraject ............................................................................................................................. 17

2

1 INLEIDING 1.1

Waarom een Groenbeleidsplan

Het groenbeleidsplan 2007-2017 heeft de afgelopen jaren duidelijke koers en kaders gegeven aan het groen binnen de gemeente Weesp. Na ruim 10 jaar zijn verschillende aandachtsvelden nog steeds actueel maar zijn er ook nieuwe aandachtsvelden bij gekomen. De cultuurhistorische waarden van Weesp bepalen de identiteit en het karakter van de gemeente. Juist deze waarden moeten behouden blijven en dienen versterkt te worden. Het groen en de bomen dragen hier in belangrijke mate aan bij. Het groen biedt ruimte voor recreatie en draagt bij aan klimaatdoelstellingen en een vitale leefomgeving. Daarnaast verbinden de Vecht en de (historische) wegen de stad met het open weidelandschap. In voorliggend groenbeleidsplan worden bestaande en nieuwe groene koers en kaders duidelijk en compact weergegeven zodat ook de komende jaren de nadere groenuitwerking (o.a. groenbeheerplannen, meerjarenprogramma’s, herinrichtingsprojecten) eenduidig en in lijn met de bepaalde doelstellingen en ambities kunnen plaatsvinden. Daarnaast biedt het groenbeleidsplan kaders voor het groen om bij de ontwikkelingen waar de openbare ruimte van Weesp voor staat een gedegen en integrale afweging te kunnen maken op alle disciplines. Immers, groen is één van de vele disciplines en daarmee is dit groenbeleidsplan ook één van de verschillende beleidsplannen waaraan het bestuur toetst.

Bij veranderingen en keuzes die de inrichting van de openbare ruimte raken, zal op de verschillende beleidskaders getoetst moeten worden. Daarmee wordt een integrale bestuurlijke afweging gemaakt. Zo behoudt en versterkt Weesp haar unieke karakter steeds meer. Weesp is immers een gemeente om trots op te zijn.

1.2

Hoe aan te sluiten op het groenbeleid van Amsterdam

Gemeente Weesp en gemeente Amsterdam werken op veel vlakken al samen en zijn ambtelijk gefuseerd. De ambitie is uitgesproken om vanaf 2022 bestuurlijk samen te gaan. De doorlooptijd van dit groenbeleidsplan overstijgt de periode tot samengaan. Daarom is gekozen voor een groenbeleidsplan wat in terminologie en beleid het beste van beide gemeentes hanteert. De kenmerkende aspecten van Weesp (zoals de schansen, historische wegen en de Vecht) blijven belangrijke speerpunten in het beleid van de gemeente. Daarnaast wordt aansluiting gezocht bij overkoepelende structuren die Amsterdam hanteert. Voorbeelden hiervan zijn de ecologische hoofdstructuur en het handboek groen. Met de toekenning van de structuren en het handboek wordt het groen beschermd tegen de druk van bebouwing en andere ruimte vragende functies. Door de aansluiting met het groenbeleid van Amsterdam is het groenbeleidsplan een toekomstbestendig plan wat na 2022 geïntegreerd kan worden indien de bestuurlijke samenvoeging plaatsvindt.

1.3

De status van het Groenbeleidsplan

Dit groenbeleidsplan geeft de koers en de kaders weer waarbinnen het groenbeleid en -beheer moet worden vormgegeven voor de komende jaren. Ook biedt dit groenbeleidsplan kaders om een gedegen afweging te maken in de keuzes waar de gemeente voor de openbare ruimte voor staat. In paragraaf 3.1 wordt nader ingegaan op de integrale afweging, middels de Puccinimethode. Er is aansluiting gezocht bij de actuele en vigerende beleidsstukken, te weten de Structuurvisie, het Bomenbeleidsplan, de Visie Schansen 2015-2030 en de Nota Duurzaamheid. Daarnaast zijn het vorige groenbeleidsplan en Vecht in 3

Stelling – groenvisie Weesp 2007-2015 belangrijke vertrekpunten. De nadere uitwerking van dit beleid vindt plaats in 2020. Met dit groenbeleidsplan als kader, gaan we in gesprek met de inwoners van Weesp om zo met elkaar tot een nadere en concrete invulling te komen. Gemaakte afspraken met derden blijven gelden (tenzij gezamenlijk tot een andere afspraak wordt gekomen). Zo wordt het groenbeleidsplan in 2020 vertaald naar kaarten, beheerplannen, programma’s & uitvoeringsplannen en bestekken. Op basis van deze nadere uitwerking kan in 2021 volledig conform het nieuwe beleid worden gewerkt. Waar mogelijk worden in 2020 al de eerste contouren van het nieuwe groenbeheer zichtbaar. In dit groenbeleidsplan worden aandachtsvelden en voorstellen voor concretisering benoemd, die in samenspraak verder vorm kunnen krijgen. Het groenbeleidsplan is zo opgebouwd dat deze onderdeel kan uitmaken van de groenvisie Amsterdam maar ook als zelfstandig beleidsstuk voor gemeente Weesp kan gelden.

1.4

Inspraak en bewonersparticipatie

Gemeente Weesp wil een leefbare gemeente zijn voor haar inwoners. Belangrijk speerpunt daarvoor is het gezamenlijk invulling geven aan de koers voor het groen voor de komende jaren. Nadat de ambtelijke en bestuurlijke organisatie van de gemeente hebben aangegeven zich in de kaders van het groenbeleidsplan te kunnen vinden wordt de nadere invulling en uitwerking samen met bewoners verder vormgegeven. De aanpak hiervan is beschreven in hoofdstuk 6.

2 DE ZES GROENE HOOFDPRINCIPES De cultuurhistorische waarden van Weesp bepalen de identiteit en het karakter van de gemeente. Juist deze waarden moeten behouden blijven en versterkt worden. Het groen en de bomen dragen daar in belangrijke mate aan bij. Het groen biedt ruimte voor recreatie en draagt bij aan klimaatdoelstellingen en een vitale leefomgeving. Daarnaast verbinden de Vecht en de (historische) wegen de stad met het open weidelandschap. Vanuit deze kernwaarde van Weesp zijn een zestal principes geformuleerd waarbinnen de koers voor het groenbeleid is bepaald.

1

We zorgen dat iedere Weesper toegang heeft tot kleinschalig openbaar groen dichtbij en tot grotere groengebieden iets verder weg

Gemeente Weesp streeft naar een zo groot mogelijk oppervlak groen wat beschikbaar is voor al haar inwoners. De beschikbare ruimte om extra groen te realiseren in de stad is beperkt, waardoor het binnenstedelijk uitbreiden van de hoeveelheid groen moeilijk is. Echter de afstand tot het buitengebied van Weesp is klein in verhouding met de afstand tot het buitengebied bij andere steden. Daarom willen we vooral ook investeren in bereikbaarheid van groen buiten de stad. Nu wordt nog te weinig verbinding gelegd tussen stad en water en tussen stad en buitengebied. Ontmoeting stimuleren: Juist door de kleine groenvakken die niet bijdragen aan een hoofdgroenstructuur samen met bewoners een functie en inrichting te geven wordt invulling gegeven aan de sociale cohesie in de wijken. Door een juiste toepassing van groen kunnen de wijken een eigen identiteit uitstralen. Het Centrum en Aetsveld hebben beide al hun eigen structuur en identiteit. Het groen in Aetsveld moet wel

4

geactualiseerd worden. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in goede, aantrekkelijke en herkenbare entrees die aangeven waar Weesp voor staat. De Schansen (bastions) en het water zijn voor bewoners en recreanten een belangrijke verbinding met de cultuur en natuur die Weesp rijk is. Er wordt geïnvesteerd in het op hoog onderhoudsniveau houden en het goed toegankelijk houden van deze ruimtes. De ambitie om groen op industrieterreinen en kantoorlocaties aan te brengen blijft staan. Samen met ondernemers worden de mogelijkheden van verdere vergroening onderzocht. Concreet: • In 2020 geven we nadere invulling aan de hoofdgroenstructuur. Waar ligt deze, hoe is de relatie met de bomenhoofdstructuur en hoe kunnen we de structuur versterken • Restgroen wordt rustgroen (versnippering buiten de hoofdgroenstructuur). In samenspraak met bewoners komen we tot een passende inrichting • In samenspraak met andere disciplines investeren we in recreatief groter wijkgroen en herkenbare wandel- en fietsroutes naar het buitengebied (bijv. inrichten buurtpark Trivaxvijver en een wandel- en fietsroute in Bloemendalerpolder).

2

We gaan van monofunctioneel naar multifunctioneel groen in de openbare ruimte. We kiezen voor groen dat meerdere diensten levert aan mens en dier

De identiteit van Weesp wordt ontleend aan de mate van cultuur en natuur. Dit dient voor alle inwoners en bezoekers beleefbaar en/of bruikbaar te zijn en het groen geeft hier mede invulling aan. Door goed toegepast groen (bomen maar ook gazons en plantsoenen) ontstaat herkenbaarheid en ontstaan mogelijkheden voor ontspanning en ontmoeting. Aanwezigheid van groen leidt ook tot een betere mentale en fysieke gezondheid. Daarnaast is groen multifunctioneel, het zorgt voor schaduw, verkoeling, geluidsabsorbering en het afvangen van (fijn)stof. Het biedt aanleiding tot spelen, structuur en identiteit en (op juiste wijze ingevuld) biedt het een ecologische meerwaarde. Er vinden steeds vaker heftige regenbuien plaats, afgewisseld met langdurige periodes zonder regen. Dit vraagt om bewuste keuzes in soorten die hier tegen kunnen. Bij het versterken van de hoofdstructuren en het vervangen van groen wat niet meer levensvatbaar is wordt bewust naar de juiste soortkeuze gekeken. Hierdoor kan het groen ruimte bieden om water te bergen maar kan het groen ook bij hitte zorgen voor verkoeling en een aangenamer klimaat. Daarnaast wordt altijd de afweging gemaakt of nieuw groen ook de ruimte en omstandigheden heeft om volwaardig uit te groeien. Concreet: • We investeren in een duidelijke hoofdgroenstructuur zodat er herkenbaarheid ontstaat voor bewoners en bezoekers.

Dit wordt uitgewerkt door in 2020 te bepalen waar de hoofdstructuur moet liggen, waar deze al aanwezig is (en in welke kwaliteit) en waar deze versterkt moet worden en hoe de hoofdgroenstructuur tot uiting moet komen in standplaatsvoorzieningen, soorten en relatie met de hoofdbomenstructuur • Het kleinere lokale groen, wat als snippers in de wijk ligt, krijgt samen met de bewoners een functie passend op die locatie. Hiermee wordt het restgroen getransformeerd tot rustgroen waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten en samen de identiteit van de wijk kunnen vormgeven • Bij herinrichting en herplant wordt gekozen voor soorten die een hoge bijdrage leveren aan de biodiversiteit (aantrekkelijke voor vlinders, bijen, insecten, vogels en amfibieën). 5

• •

3

Bij het toepassen van groen wordt uitgegaan van duurzame soorten die ook bij een wijzigend klimaat (meer piekbuien en langere droge periodes) tot volwassen groen kunnen uitgroeien en het leefklimaat veraangenamen Berm- en grasrandenbeheer wordt aangepast naar een hogere ecologische doelstelling, waardoor de natuurlijke kernwaarden van het buitengebied ook in de stad zichtbaar worden en de harde rand tussen stad en polder verzacht. (In 2020 kan er gestart worden met een pilot om bijvoorbeeld bij de Leeuwenveldseweg, Korte Muiderweg en/of Aetsveldseweg de bermen om te vormen tot bloemrijke bermen en het beheer hier op aan te passen.)

We worden een natuurinclusieve stad waar gebouwd, ingericht en beheerd wordt met respect voor planten en dieren

Zoals cultuurhistorie een kernwaarde is van Weesp, is de ligging in een historisch weidelandschap dat ook. Deze natuurwaarden willen we meer in de stad halen. Hierdoor ontstaat een grotere diversiteit en worden monoculturen voorkomen. Dit komt ten goede aan het voorkomen en beheersen van ziektes en plagen. Onder andere de watermerkziekte, iepziekte, wilgenhoutrups, essentaksterfte en eikenprocessierups zijn ziektes en plagen waar Weesp mee te maken heeft bij haar bomenbestand. Helemaal voorkomen dat ziektes en plagen impact hebben op de groenstructuur kan niet, wel kunnen we de impact hiervan verminderen door te kiezen voor grotere variatie in soorten en de ontwikkelingen hierin meenemen in onze assortimentskeuze. Water is een natuurlijke verbindingszone en ‘levensader’. Daarmee wordt het buitengebied naar binnen getrokken en vice versa. De oevers en de bermen zijn een natuurlijke verbinding tussen natuur buiten de stad en de stad zelf. De natuur- en belevingswaarden van zowel water als oevers kunnen versterkt worden door hier een goede uitgangspositie te creëren voor natuurvriendelijke oevers. Daarnaast kunnen de bermen ecologisch versterkt worden. Door te investeren in de aanleg van bloemrijke bermen en ecologische oevers kan hier een hoge mate van biodiversiteit en natuurwaarden worden verkregen.

Vervolgens kan beheer en voorlichting ervoor zorgen dat deze natuurwaarden behouden blijven in de toekomst. Om voorlichting en participatie in natuurbeheer verder vorm te geven worden er contacten met natuurorganisaties als IVN aangegaan. Lijnvormige elementen als de oevers en bermen lopen door naar het buitengebied en gaan vervolgens over in beheer bij onze partners. Afstemming met hen over wijze van beheer en ecologische doelstellingen dient plaats te vinden om te voorkomen dat er harde randen ontstaan op de overgangen. Ecologisch beheer vergt een eerste impuls in het creëren van juiste omstandigheden. Bloemrijke bermen ontstaan niet door enkel over te stappen naar een extensief maaibeheer. Dit vergt investeringen zodat de uitgangspositie goed is. Door een goede start wordt voorkomen dat de komende jaren hoge kosten nodig zijn om het beeld naar verwachting te krijgen. Naast investeringen in de inrichting vraagt ecologisch beheer ook om een goede communicatie met de inwoners over een ander beeld, bijvoorbeeld een natuurlijk beeld in plaats van een strak gazon. De meerwaarde hiervan en de reden waarom dienen gecommuniceerd te worden. Rustgroen (het kleine snippergroen in de wijken) kan daarnaast een meerwaarde hebben als ecologische stapsteen. Afhankelijk van de invulling (zoals bloemenweide, bijenveld, heemtuin) kan de verschillende fauna zich door de stad verplaatsen.

Concreet: • In 2020 leggen we de ecologische hoofdstructuur vast en bepalen we welke maatregelen ter versterking hiervan nodig zijn • Bij herplant en aanplant kiezen we voor soorten met een hoge ecologische waarde

6

4

We vergroenen buurten en wijken duurzaam en samen met bewoners

Meer groen leidt tot een socialere en veiligere omgeving waar mensen naar buiten gaan. Daarom is het belangrijk om niet alleen in hoofdgroenstructuren te investeren maar ook in het buurt- en straatgroen. Door met bewoners hun buurt te vergroenen op een manier dat zij er ook de meerwaarde van zien maakt dat het een gezamenlijk ‘eigendom’ wordt. Hierdoor worden de ‘restruimtes’ in de wijk omgevormd tot ‘rustruimtes’. De aanwezige ruimte zonder duidelijke functie in de wijk ,of dit nu verharding of groen betreft, kan met bewoners ingericht worden tot gebruiks- en ontspanningsruimtes passend bij hun buurt. Naast het investeren in gemeentelijk buurtgroen willen we ook onze inwoners stimuleren en informeren over het vergroenen van hun tuinen (Operatie Steenbreek). Concreet: • We informeren onze inwoners over de meerwaarde van meer groen en minder verharding in de tuin. Groene tuinen met minder verharding kunnen bijdragen aan een vermindering van de opwarming van de omgeving op hete dagen, zorgen ervoor dat het riool minder belast wordt tijdens piekbuien en bieden vogels en andere kleine dieren meer leefgebieden (operatie Steenbreek). • Met onze inwoners zoeken we naar een passende inrichting van de ‘restruimtes’ in de wijken. Deze plekken geven wijken en buurten een eigen identiteit en herkenbaarheid.

Door met bewoners aan een passende inrichting van de restruimtes te werken ontstaat sociale samenhang. Voorbeelden van rustgroen zijn zeer divers, denk bijvoorbeeld aan bijenveldjes, pluktuinen, trapveldjes, speeltuinen, gazon met picknickbanken etc. Belangrijk hierbij is dat de omwonenden de ruimte ‘adopteren’ en het willen gebruiken in de nieuwe vorm.

5

We werken samen met bewoners, leren van elkaar en stimuleren nieuwe werkwijzen en technieken die passen bij de opgaven

Juist de kleinere groenzones (rustruimtes) lenen zich voor bewoners om te adopteren of een lokale invulling aan te geven. Te denken valt aan bijenveldjes, plukweides, gemeenschappelijke picknickruimte, moestuin, vlindertuin, ontdekhoek, trapveldje, e.d. Door een duidelijke hoofdgroenstructuur en ecologische groenstructuur toe te kennen wordt duidelijk welke zones zich lenen voor lokaal groen. Er worden beleidskaders opgesteld die bepalen in welke mate en hoe vrijheid wordt geboden in inrichting en onderhoud van de rustruimtes. Door met elkaar in gesprek te gaan middels objectieve meetmethodiek creëren we met elkaar nieuwe ideeën voor een leefbare omgeving. Het gesprek leidt tot begrip en inzicht voor de situatie. Er wordt jaarlijks een buurtschouw georganiseerd om dit gesprek te faciliteren en om een objectief beeld van de kwaliteit te krijgen. Concreet: • Gemeente stelt de kaders voor de inrichting en onderhoud van rustruimtes op, zodat duidelijk is welke vrijheid de omgeving heeft in de invulling van deze ruimtes. • Gemeente initieert jaarlijks een buurtschouw met bewoners en ondernemers om met elkaar in gesprek te gaan.

6

We zorgen dat het groen goed ontworpen, aangelegd en beheerd wordt

Weesp heeft een sterke cultuurhistorische structuur. Dit is één van de kernwaarden van Weesp die met groen versterkt kan worden. De keuzes die gemaakt worden bij ingrepen en investeringen aan de historische binnenstad en de schansen (bastions) moeten passen bij het karakter van de stad. 7

Verbinding met het water en het neerzetten van een duidelijke en toekomstbestendige bomenhoofdstructuur zijn voorbeelden hoe dit toe te passen. De hoofdgroenstructuur krijgt een kwaliteitsimpuls. Het aanvullen en versterken van de structuur gebeurt met duurzame soorten van ie de groeiomstandigheden zowel boven- als ondergronds passen bij de verwachte levensduur van de bomen. Restgroen (en functieloze verhardingsoppervlaktes) wordt rustgroen en krijgt nieuwe functies vanuit principe 4 en 5. Bij de uitvoering van herinrichtingsopgaven wordt gebruik gemaakt van de uitgangspunten en vuistregels die in het handboek groen van Amsterdam staan (zie ook H3.1 en H5.2). Hiermee borgen we een integrale afweging en zorgen we dat het groen geen onnodige schade wordt toegebracht en dat de aanplantomstandigheden zodanig zijn dat er een goede toekomstverwachtingen is. Daarnaast geven we invulling aan het ‘Beherend ontwerpen en ontwerpend beheren’. De verschillende disciplines en organisaties worden in de verschillende planfases betrokken zodat we elkaars kennis kunnen meenemen in de projecten, of het nu ontwerp of beheer betreft. Concreet: • Bij herinrichting van de openbare ruimte of bij vervanging van groen wordt het handboek groen gebruikt. Hierdoor zorgen we voor een goede uitgangspositie van het groen, zodat dit kan uitgroeien naar een volwaardig eindbeeld.

• Beheerders wordt betrokken in de ontwerpfase zodat er een beheerbare situatie komt en in de beheerfase is duidelijk welke ontwerpkeuzes zijn gemaakt zodat de kracht van het ontwerp overeind blijft. Samenvattend Bovenstaande punten zijn in kaart gebracht op onderstaande visiekaart. Deze kaart betreft een nadere uitwerking en actualisatie van de visiekaarten die ook in het vorige groenbeleidsplan en in de Groenvisie Vecht in Stelling zijn opgenomen.

8

Visiekaart – nadere uitwerking groene hoofdprincipes op basis van groenbeleidsplan 2007-2017 en Vecht in Stelling

3 Beleidskaders 3.1 Beleidskader Groen Het beleidskader Groen geeft de inrichtingsprincipes en ontwerpeisen voor het openbaar groen in Weesp. Dit wordt verwoord in een handboek groen. Deze principes en eisen vormen de randvoorwaarden voor de aanleg van gezond en duurzaam groen. Weesp heeft een prachtige cultuurhistorische en groene openbare ruimte die duurzaam behouden dient te blijven voor de toekomst. In het ontwerpproces voor het openbaar groen zijn een aantal ontwerp- en materiaalkeuzes te maken die van belang zijn voor de inrichting en de beheerbaarheid sterk beïnvloeden. De belangrijkste zijn: - Indien de projectlocatie onderdeel is van de Hoofdgroenstructuur, Ecologische Structuur of Hoofdbomenstructuur, dient het plan te voldoen aan de eisen zoals gesteld in de genoemde structuren. - Het plan afstemmen op het gebruik en doel 9

-

Het plan afstemmen op fysieke omstandigheden zoals bodemsoort, wind en grondwaterstand Het plan afstemmen op de stedenbouwkundige structuur en cultuurhistorische context van de omgeving Het beplantingsplan afstemmen op omgeving Beplanting gebruiken die de biodiversiteit verhoogt Het plan afstemmen op het afgesproken beheerniveau In het beplantingsplan soorten gebruiken met een lange levensverwachting (hierbij invulling gevend aan de klimaatontwikkelingen – piekbuien en langdurige droogte) Het plan onderhoudstoegankelijk en onkruidwerend maken Beplanting bescherming geven en vandalismebestendig aanleggen

Voor het beleidskader groen sluit gemeente Weesp aan bij het door Amsterdam opgestelde handboek groen, waarin de Puccinimethode wordt toegepast. Deze methodiek is breed toepasbaar en ook binnen gemeente Weesp goed bruikbaar. De Puccinimethode1 staat voor een kwalitatief goede, fysieke inrichting van alle openbare ruimte; alle straten, pleinen, parken en plantsoenen. Een kwalitatief goede, fysieke inrichting is gebruiksvriendelijk, veilig, beheerbaar, duurzaam, betaalbaar, samenhangend én mooi. Bij de inrichting van de openbare ruimte brengt de Puccinimethode al deze belangen en eisen samen in breed gedragen voorstellen en afspraken. De Puccinimethode is daarmee niet zozeer één van de belangen die gewogen wordt bij de inrichting van de openbare ruimte, maar juist het eindresultaat van een integrale belangenafweging. De basis voor het succes van de Puccinimethode is een intensieve samenwerking met bestuurders, ontwerpers, beheerders én bewoners en overige gebruikers van de openbare ruimte.

3.2 Monumenten en Beschermd groen Het uitgangspunt van de gemeente Weesp is dat iedere boom belangrijk is omdat iedere boom zijn eigen functie heeft. Bepaalde bomen zijn waardevoller dan andere bomen, bijvoorbeeld omdat ze onderdeel zijn van de hoofdgroenstructuur of de hoofdbomenstructuur, of omdat ze cultuurhistorische of sociaalmaatschappelijke waarde hebben. Deze bomen verdienen extra aandacht en bescherming. De bomen in de gemeente Weesp zijn ingedeeld in een aantal statuscategorieën: - Waardevolle bomen (waaronder ook monumentale bomen vallen) - Boomstructuren - (overige) functionele bomen Per status is er een verschil in streefleeftijd, functie, gewenst eindbeeld en benodigde groeiplaatsruimte, zie onderstaande tabel. In aanplant en beheer worden te hanteren uitgangspunten hier ook op gebaseerd. Status Waardevol

Streefleeftijd Minstens 60 jaar

Boomstructuur

Minstens 40 jaar

Functioneel

Minstens 30 jaar

Functie Beleving, emotie en cultuurhistorie Stedenbouwkundig en landschappelijk Groene leefomgeving

Gewenst eindbeeld Boom van de 1e grootte of vormboom Structuur van bomen van de 1e en/of 2e grootte en vormbomen Boom van de 2e of 3e grootte of vormbomen

Tabel: Statuscategorieën bomen Naast de statuscategorieën voor bomen is er ook ander beschermd groen in de gemeente Weesp. Hierbij gaat het voornamelijk om historische centrum van Weesp en de omliggende schansen en

1

Puccinimethode groen is in te zien via https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/puccinimethode/puccinimethode/

10

bastions. De bindende factor voor de schansen is het groene karakter, de parkfunctie en de cultuurhistorie. Deze dient te worden behouden en versterkt in de toekomst. Weesp heeft vier schansen waarvan er drie in beheer van de gemeente zijn. De Bakkerschans wordt privaat beheerd. Voor de nadere uitwerking van de groencategorieën wordt er verwezen naar het bomenbeleidsplan.

3.3 Bomenverordening Waardevolle bomen en structuurbomen worden door de gemeente extra beschermd via een kapvergunningsplicht. Een waardevolle boom wordt in principe niet gekapt, tenzij ernstige ziekte of veiligheidsrisico’s het behouden van de boom onmogelijk maken. Als de gemeente een kapvergunning afgeeft hoor daar altijd een herplantplicht bij. Voor bomen die vallen onder boomstructuren geldt dat de hele structuur in acht genomen moet worden als er iets met een specifieke boom moet gebeuren. Bij het kappen van een structuurboom zal niet altijd direct aansluitend op de locatie herplant plaatsvinden, dit wordt per geval bepaald. Bomen die buiten de boomstructuren vallen kunnen zonder omgevingsvergunning gekapt worden. Het beleidsuitgangspunt is wel dat het aantal bomen binnen de gemeente gelijk blijft en dus dient er altijd herplant plaats te vinden. Voor bosplantsoenenvakken geldt dat het verwijderen van bomen niet altijd als kappen beschouwd wordt. Soms valt het onder dunnen (onderhoud) wat de kwaliteit van het vak als geheel ten goede komt. Indien een deel van het vak verwijderd wordt doordat er bomen verdwijnen dient er ter compensatie een nieuw bosplantsoenvak te worden aangeplant.

3.4 Bomen en beplanting De gemeente Weesp ziet het belang van de bomen in de openbare ruimte, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Daarom heeft de gemeente een bomennorm van minimaal 0,4 boom per inwoner. Het streven is zelfs om de bomennorm naar een hoger niveau te krijgen, namelijk 0,42 boom per inwoner. Met het huidige aantal inwoners en bomen houdt dat in dat er nog ongeveer 500 bomen extra aangeplant moeten worden. Indien ruimtelijke ontwikkelingen ervoor zorgen dat het inwoneraantal stijgt dienen er meer bomen geplant te worden om aan de norm van 0,4 boom per inwoner te voldoen. Waar mogelijk worden verharde restruimtes omgevormd tot groen. Verder wordt geïnvesteerd in meer groen op de bedrijventerreinen en in het versterken van de hoofdgroenstructuur. Daarnaast investeren we in de groenstructuren die onze bewoners het landelijk gebied in leiden. De omvang van onze stad maakt dat het buitengebied voor iedereen dicht bij is en dat daarmee voldoende groen voor iedereen voor handen is.

3.5 Natuurinclusief ontwerpen Natuurinclusief ontwerpen betekent dat in het ontwerpproces goed gekeken wordt naar de omstandigheden waar het groen komt en welke soorten hier bij passen. Door soorten toe te passen die van nature goed groeien in locatie specifieke omstandigheden en van nature ook voorkomen in dit gebied heeft het groen goede mogelijkheden om tot volle wasdom te komen. De natuurlijke soorten bieden ook goede mogelijkheden voor andere flora en fauna om hier gebruik van te maken. Zo ontstaat een hoge mate van biodiversiteit. Dit geeft invulling aan een levend ecosysteem. Verschillende elementen in de openbare ruimte lenen zich hier bij uitstek voor. De schansen, die vanuit hun cultuurhistorie vragen om een natuurlijke invulling, bieden goede mogelijkheden om de natuur in Weesp te versterken. De koers hiervoor is beschreven in de Visie schansen 2015-2030.

11

De verschillende lijnelementen, zoals de oevers van de Vecht, het water door de stad en de wegbermen en randen langs de stad, bieden goede mogelijkheden om de natuurwaarden te vergroten. Door de lijnelementen op natuurlijke wijze aan te leggen (om te vormen) wordt een relatie met het buitengebied gelegd. Dit sluit ook aan bij het beleid van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Zij hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in een natuurlijke Vecht met een goede waterkwaliteit. Natuurlijke oevers dragen hier aan bij. Door bij de keuze van groen gebruik te maken van de natuurlijke kracht van groen, in soorten en standplaats, wordt een impuls aan de kwaliteit van het groen gegeven. Gezond en gevarieerd groen loopt minder risico op ziekten en plagen. Een robuust systeem is beter in staat om extremen op te vangen (zoals piekbuien, langdurige droogte of hoge temperaturen). Een onderdeel van het natuurinclusief ontwerpen is het informeren en bewustmaken van de omgeving van de veranderingen en wat de meerwaarde hiervan is. Daarnaast kunnen ook de kansen van ‘rustgroen’ als ecologische stapsteen worden toegelicht.

4 ZONERING EN STRUCTUREN 4.1

Zones

Door de sterke punten van de verschillende gebieden te benadrukken ontstaat herkenbaarheid en worden gebieden in hun kracht gezet. Deze zonering vormt de basis voor de nadere invulling van het groenbeleidsplan.

4.1.1 Gebieden Weesp heeft een aantal unieke plekken en daarnaast de nodige plekken die recreatieve aantrekkingskracht hebben. De schansen (bastions) en de forten zijn in hun originele vorm nog duidelijk herkenbaar. Daarnaast heeft Weesp drie molens en de nodige plekken voor waterrecreatie (het water zelf maar ook de havens en aanlegplaatsen). Vanuit alle wijken in Weesp is het buitengebied dichtbij. Het buitengebied is globaal te verdelen in drie polders, het water en beschermde gebieden. De Bloemendalerpolder kenmerkt zich door de combinatie en relatie met wonen. De Keverdijkse Polder heeft een natuurlijke uitstraling en de Aetsveldse Polder wordt gedomineerd door de landbouw en de aardkundige oudheid. De gemeente wordt doorsneden door de Vecht en ligt nabij het Naardermeer, de Stelling van Amsterdam, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het Groene Hart. De verschillende wijken hebben ieder hun eigen karakter. Door de sterke punten uit de wijkopbouw te versterken (of te behouden) ontstaat er een duidelijke structuur. Aetsveld: groene speelse wijkopbouw, waarbij het water als een ader door de wijk loopt → Het speelse karakter kan versterkt worden door ondermeer boomsoorten met een grillige of meerstammige vorm toe te passen. Centrum: stenige omgeving met hoge mate van cultuurhistorie.

Belangrijk is ook de functie van het centrum, met haar winkels en horeca, maar ook als ontsluiting naar de bastions → Bomenstructuur met een wat statige uitstraling kan het historisch karakter versterken. Hogeweij: grotere ‘kijkgroen-zones’ tussen hoogbouw. Kijkgroen kan meer gebruikt of beleefd worden door het meer als de ‘tuin van de hoogbouw’ te benaderen → Met de buurt verkennen aan welk soort tuinen behoefte is in de wijk

12

Leeuwenveld: ruimtelijke opzet waarbij de relatie met de polder en het water voldoende aanwezig is → de structuur in de wijk is goed maar de kwaliteit van het groen vraagt een extra impuls Noordwest: de groenzones doen dienst als ‘binnentuinen’. Hier is aandacht voor het ‘ons-gevoel’ → met de wijk verkennen hoe de binnentuinen nog meer tot tuin kunnen worden omgevormd. De groeiomstandigheden van de bomen in de verharding zijn onvoldoende en hebben ook een impuls nodig Zuid: dorpsachtig karakter met voldoende ruimte voor water en groen → aandacht voor toekomstbestendigheid. Karakter behouden, ook als het groen aan het einde van haar leven is. Weesp heeft 3 bedrijventerreinen, te weten Industrieterrein Noord, Nijverheidslaan en Van Houten Industriepark. Een hoge mate van bebouwing en verharding domineert hier. De relatie met het water (Kanaal en Vecht) is functioneel. Beschikbare grond voor vergroening ligt overwegend op private grond. Dit vergt afstemming om mogelijkheden te verkennen. Vergroenen heeft niet alleen een esthetische waarde maar draagt ook bij aan het opvangen van regenwater en het verminderen van hittestress.

4.1.2 Entrees en routes De belangrijkste entree voor Weesp vanaf de weg is de N236. De entrees de wijken en bedrijventerreinen in krijgen ieder hun eigen identiteit zodat ze herkenbaarder worden. Daarnaast is de Korte Muiderweg een belangrijke entree vanaf de A1. Ook hier ontbreekt een duidelijke entree door een geleidelijke opbouw van bebouwing. Het historische karakter van Weesp is mede zichtbaar in de nog aanwezige historische wegen. De Aetsveldseweg heeft nog een functionele entree, de Papenweg heeft haar entreefunctie verloren. De weg langs de Vecht biedt vooral een entree voor recreanten en is daarmee ook een belangrijke entree. Het versterken van deze entrees verdient aandacht. Ook vanaf het water kan men Weesp binnenkomen. Via de Vecht, Smal Weesp en het Amsterdam Rijnkanaal heeft men toegang tot de verschillende havens en aanlegplekken. Het spoor doorsnijdt Weesp. Vanuit het station kan men langs het water eenvoudig het centrum inlopen. Hiermee is dit een entree die aandacht verdient om de moderne uitstraling rond het station te verbinden met het historische karakter van het centrum.

4.2 Groenstructuren Duidelijke structuren geven duidelijkheid in te maken keuzes. De groenstructuur (waaronder ecologie en bomen) kan opgenomen worden in de Omgevingsvisie zodat deze structuren ook in bredere (integrale) context verankerd zijn en naar de toekomst toe gebord blijven.

4.2.1 Hoofdgroenstructuur (HGS) Het groen in de bebouwde kom van Weesp concentreert zich vooral langs de randen, langs de ontsluitingswegen, de watergangen, bastions en de kleine ‘parken’. Daarnaast is Weesp omgeven door drie grote veenweidepolders en ligt het direct aan de Vecht. Op wijkniveau zijn er verschillen in mate van aanwezigheid en oppervlakte van het openbaar groen waardoor de wijken verschillende groenkarakters hebben. Veel groen bestaat uit restruimtes en mist een heldere structuur. Water is de basis voor de groenstructuur in Weesp. In de hoofdgroenstructuur worden de waarden en functies van groen toegekend en krijgt groen status, waardoor behoud beter gereguleerd kan worden. De hoofdgroestructuur kan worden opgenomen in de Omgevingsvisie. Gemeente Amsterdam heeft haar groenstructuren al uitgewerkt en toegekend. Deze structuur is ook voor Weesp goed toepasbaar. Actie: in 2020 wordt een opzet gemaakt voor een HGS Weesp welke in ambitie en methodiek aansluit op de HGS Amsterdam (zie ook https://maps.amsterdam.nl/hoofdgroenstructuur/ )

13

4.2.2 Ecologische Structuur (ES) Bij het beheer van openbaar groen worden er momenteel geen aanvullende maatregelen ten behoeve van ecologie getroffen. Ecologisch beheer kan echter een bijdrage leveren aan attractieve, educatieve en recreatieve waarden, de leefbaarheid en de gezondheid. Een voorbeeld van ecologisch beheer is het aanbrengen van een variatie in duurzame boomsoorten. Dit bevordert de beleving en vermindert het risico op de verspreiding van ziektes (bijv. kastanjeziekte, iepziekte). De ecologische structuur kan verbeterd worden door bijvoorbeeld ecologische verbindingszones aan te leggen langs het spoor en door ecologische knelpunten op te heffen. Daarnaast kunnen er natuurlijke oevers gecreëerd worden en kan er gekozen worden voor natuurlijke beplanting. Vervolgens kunnen de locaties die daarop ingericht zijn middels ecologisch beheer een grotere variatie in soorten en uitstraling krijgen. Een voorbeeld van ecologisch beheer is het zogenaamde ‘sinusbeheer’, waarbij in meerdere maairondes steeds delen ongemaaid blijven zodat fauna altijd leefgebied houdt. Door het toekennen van een ecologische structuur ontstaat er een duidelijk kader welk groen een ecologische functie vervult en welke locaties vragen om inspanning om ecologische verbindingen tot stand te brengen.

Hierdoor ontstaat er een duidelijke koers waar ecologie behouden en/of versterkt dient te worden in een tijd waarin de druk om te bouwen nog steeds groot is. Actie: in 2020 wordt een ecologische structuur bepaald binnen de gemeente en worden eventuele knelpunten en maatregelen in kaart gebracht. Er is goed in kaart waar welke beschermde soorten binnen de gemeentegrenzen aanwezig zijn, deze worden in de (interactieve) kaart geïntegreerd. (Zie ook https://maps.amsterdam.nl/ecopassages/ )

4.2.3 Hoofdbomenstructuur (HBS) Weesp wil haar bomenhoofdstructuur versterken. In de basis zijn de contouren zichtbaar maar deze wordt zwaarder aangezet zodat deze naar de toekomst toe herkenbaar wordt en blijft. De bomenstructuur in Weesp is duidelijk aangezet maar nog te fragmentarisch ondanks bewuste bomenplant in de afgelopen jaren. Het doel is de ontsluitingswegen volledig te begeleiden door een laanbeplanting met bomen van de 1e grootte (bomen >18 meter). Afhankelijk van de mogelijkheden en/of de inrichting kan de bomenrij enkelzijdig dan wel dubbelzijdig zijn. Het doel is om de wijkontsluitingswegen en historische wegen herkenbaar te maken door een boombegeleiding. Dit betekent in de praktijk dat, afhankelijk van de aanwezig bomen en structuren, een keuze gemaakt moet worden voor boomsoorten en wijze van structuurbegeleiding. Het bomenbeleidsplan geeft duidelijke kaders en uitgangspunten voor de nadere invulling van de boomstructuur in Weesp. Bijlage E bij het bomenbeleidsplan geeft de bomenstructuur van Weesp weer, bestaande uit een hoofdstructuur, een wijkstructuur, historische structuur en waardevolle bomen. De begraafplaatsen staan hier ook op, vanuit hun bijzondere functie. Actie: in 2020 wordt de HBS Weesp samengevoegd/geïntegreerd met de HBS Amsterdam

5 BEHEER 5.1 Handboek Groen Belangrijk is om de openbare ruimte integraal en toekomstbestendig in te richten en te beheren. De basis hiervan wordt in steeds meer gemeentes verwoord in een handboek openbare ruimte. Ook Amsterdam heeft de inrichtingsprincipes en ontwerpeisen voor het openbaar groen beschreven in een handboek, middels de Puccinimethode. Weesp neemt deze ontwerpeisen en inrichtingsprincipes over, in afstemming met haar beheer. Hiermee wordt het groen zo aangelegd, dat er ruimte is en 14

omstandigheden zijn voor volwaardig uitgroeien van het groen, zodat hiermee zo goed mogelijk invulling kan worden gegeven aan de functies die het groen is toegekend.

5.2 Beheervisie Gemeente Weesp beheert haar openbare ruimte (en dus ook haar groen) conform een beeldkwaliteitsplan. De meetlatten zijn gestoeld op de CROW kwaliteitscatalogus openbare ruimte. Om het beeldkwaliteitsplan aan te laten sluiten bij de nieuwe koers, zoals in dit groenbeleidsplan beschreven, wordt het beeldkwaliteitsplan herzien, waarbij ook invulling aan ecologische maatlatten wordt gegeven. Gemeente Amsterdam beheert haar openbare ruimte ook conform beeldkwaliteit. De benamingen zijn hierbij anders, te weten top, verzorgd en sober. De niveaus hebben een gelijke uitstraling en zijn tussen Weesp en Amsterdam uitwisselbaar, waarbij Amsterdam al een aanvulling heeft met ecologie. Het nieuwe beeldkwaliteitsplan van Weesp krijgt ook een aanvulling ecologie, waardoor uitwisseling of integratie mogelijk wordt. Het invulling geven aan de 6 groene hoofdprincipes, vraagt inspanningen op zowel inrichting (omvorming) als beheer. Om met bewoners tot wijk- en buurtgroen te komen passend bij de identiteit en de gebruikswensen van de wijk, moeten uitgangspunten komen welke taken en verantwoordelijkheden bij de gemeente moeten blijven en welke naar de bewoners kunnen gaan. Het beeldkwaliteitsplan moet op de toe te passen inrichting aansluiten, om met elkaar objectief ook naar de toekomst te kunnen meten of het beeld aansluit bij de verwachtingen.

Kwalitatief hoogwaardig groen is een wezenlijk uitgangspunt, waarmee de gemeente met zichzelf de verplichting aangaat om de uitgangssituatie van groen te optimaliseren. Dus voldoende goede bovengrondse en ondergrondse omstandigheden en goede bescherming voor het groen bij werkzaamheden. Het handboek groen biedt hier duidelijke kaders. Hier gaan investeringen mee gepaard, dit vraagt bewuste keuzes. Ter illustratie: Eén volwassen boom met een duurzame standplaats, kan veel beeldbepalender zijn en bijdragen aan een prettig leefklimaat dan 4 bomen zonder goede standplaats die daardoor niet tot volwassen boom kunnen uitgroeien. Om over te gaan op een ander beheer, passend bij de ecologische doelstellingen, dient de uitgangspositie goed te zijn. Dit vergt investeringen. Echter zonder een goede uitgangspositie, zijn de te nemen beheermaatregelen bovenmatig hoog, zonder dat er een bevredigend resultaat ligt. Ter illustratie: om tot natuurvriendelijke oevers te komen die ecologisch gezien ook een meerwaarde bieden, is het onvoldoende om enkel te kiezen voor een extensief maaibeheer. De meerwaarde van ecologische oevers zit in een gevarieerd talud, waarbij afwisseling is tussen plas-draszones, flauwe oevers en een enkele steile oever. Hierdoor ontstaat grote variatie in plantsoortensamenstelling, waar fauna en waterkwaliteit haar voordeel mee kan doen.

Door in het beheer hierbij aan te sluiten in maaiperiodes en frequenties, maar zeker ook door locaties te ontzien in bepaalde periodes, ontstaat er een waardevol ecosysteem, waardoor de natuur ook in de stad beleefbaar wordt. Zeker bij de lijnvormige elementen is het belangrijk dat er geen harde grenzen ontstaan als een beheerelement over gaat naar een andere beheerder (bijvoorbeeld op de overgang van stedelijk water naar water in het buitengebied, waar het waterschap beheert). Afstemming met onze ‘buur-beheerders’ is daarbij een must.

5.3 Beheer kwaliteiten CROW hanteert beeldmeetlatten variërend van A+, A, B, C tot D. Hierbij is A+ bovengemiddeld hoog en D extreem laag. 15

De bastions, het centrum en de beide winkelcentra worden op een A kwaliteit onderhouden. Ook het stationsgebied en de zichtlijn naar het stadhuis (deel C.J. van Houtenlaan, Groeneweg en Breedstraat) worden op hoog niveau (A) onderhouden. De wijken en de bedrijventerreinen worden op een B/C niveau onderhouden. Onderstaande kaart illustreert dit. In 2020 wordt dit herzien, waarbij ecologie een nadere invulling krijgt in de beheerkaart.

Kwaliteitsniveau B/C Kwaliteitsniveau A Water Beheerkaart beeldkwaliteitsniveaus, exclusief ecologische doelstelling

6 Planning en nadere invulling 6.1

2020, het jaar van veranderingen

Met deze geactualiseerde en aangepaste groenkoers maken we Weesp vitaler en aantrekkelijker. We behouden de kenmerkende en vaak ook historische elementen, maar voegen daar diversiteit en herkenbaarheid aan toe. In 2020 ligt er de opgave om dit groenbeleidsplan nader te concretiseren en de verschillende onderhoudsbestekken te herzien, waarbij vitaal en duurzaam groen een nadere invulling krijgen. Daarnaast worden in 2020 de eerste contouren hiervan al zichtbaar in het onderhoud. De verschillende groene structuren worden op kaart gezet, zodat hier bij concrete acties naar kan worden gerefereerd.

16

Daarnaast wordt als nadere uitwerking bij dit groenbeleidsplan, een nieuw beeldkwaliteitsplan opgesteld, waarin invulling wordt gegeven aan de nieuwe ambities (A en B/C) en aan de ecologische doelstellingen die op basis van de nieuwe koers worden bepaald.

6.2 Concrete invulling Nieuwe inrichting wordt projectmatig opgepakt als er een bredere inrichtingsopgave ligt. Onderdeel van duurzaamheid is ook het clusteren van locatiespecifieke projecten. Een nadere (her)inrichting van groen wordt daarom bij voorkeur gekoppeld aan vernieuwing van wegen, riolering en/of ondergrondse infra. Deze concrete projecten worden opgenomen in het groenbeheerplan, wat een verdiepings- en concretiseringsslag van dit groenbeleidsplan geeft. Dit groenbeheerplan kan als deel B bij dit groenbeleidsplan (nadere uitwerking) in 2020 nader ingevuld worden. Bij de grotere opgaven moeten bewust financiën worden gereserveerd om de herinrichting op groen aan te gaan en daarmee ook een goede uitgangspositie neer te leggen. Investeringen aan de voorkant leiden in beheerfase tot een gunstigere situatie voor instandhouding. Nadere invulling van de kaders vindt plaats met onze inwoners en ondernemers. Samen versterken we de identiteit van Weesp.

6.3 Participatietraject Nadere invulling van de kaders vindt plaats met onze inwoners en ondernemers. Samen versterken we de groene identiteit van Weesp. In de eerste helft van 2020 organiseert de gemeente een dialoog met de inwoners over de nadere uitwerking van de in dit beleidsplan vervatte visie en voornemens. We willen het groenbeleid en beheer samen vorm geven met de inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers in Weesp. Daarnaast wordt de groenkwaliteit ook in belangrijke mate bepaald door partners van de gemeente, zoals het Waterschap Gooi- en Vechtstreek, de Provincie en de regio. Ook met deze partners gaan we in gesprek over het te voeren beleid en beheer, gericht op het realiseren van de in de dit plan geformuleerde ambities. Direct na vaststelling van het Groenbeleidsplan werkt het College het participatietraject uit in concrete activiteiten. Wij willen alvast de volgende onderdelen benoemen: - Stadsgesprekken: we gaan in open bijeenkomsten in gesprek met de inwoners over het Groenbeleidsplan en over de vraag wat inwoners van de gemeente verwachten - We organiseren ronde tafelgesprekken over belangrijke onderwerpen die we samen met onze partners willen realiseren. Mogelijke deelnemers: landbouwers, Waterschap, Provincie, milieuorganisaties en inwoners.

- We houden een open prijsvraag over het beste groenidee voor Weesp - We houden wijkgesprekken om op buurt- en wijkniveau te horen welke initiatieven bewoners willen nemen en welke inbreng ze daarbij van de gemeente verwachten. - Met de basisscholen maken we afspraken over hoe we de leerlingen kunnen betrekken bij een groene omgeving. Het resultaat van het participatietraject nemen we op in het Beheerplan Groen en vertalen we in de werkwijze, de bestekken en eventuele nieuwe projecten. Het College zal de gemeenteraad daarover informeren medio 2020.

17

Bijlagen en nadere uitwerkingen behorend bij / volgend uit dit groenbeleidsplan: • Visiekaart • Kaart Hoofdgroenstructuur (HGS) • Kaart Ecologische Structuur (ESA) • Kaart Hoofdboomstructuur (HBS) • Beeldkwaliteitsplan • Groenbeheerplan

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10577653/2