CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij RIB 2020 234 Reactienota RES

Commissie SOB 2 februari 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Vragen naar aanleiding van Raadsinformatiebrief 2020/234 - Reactienota RES36.172 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

9.

10 11. 12.

13. 14. 15

Dat in de fase naar RES 1.0 veel meer aandacht wordt gegeven aan het betrekken van inwoners en ondernemers, om enerzijds de energietransitie dichter bij de inwoners te brengen en anderzijds om de invloed op het proces van de directe omgeving te vergroten en daarmee ingezet wordt op het draagvlak en betrokkenheid voor de ontwikkeling. Het is belangrijk dat er een inventarisatie komt van tegenstrijdige regelgeving en een stevige lobby op deze regels bij de verantwoordelijke overheidsinstantie om zo knelpunten in de regelgeving weg te nemen en relatief eenvoudig bij te dragen aan de ambities. Uitwerken in synergie met andere opgaves, zoals bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie, economische diversificatie, gezondheid en kansengelijkheid. In de RES NHZ 1.0 moet duidelijker worden dat woonlastenneutraliteit, het uitgangspunt in het Klimaatakkoord, geborgd wordt en daarbij aangegeven wordt hoe de energietransitie betaalbaar

In het klimaatakkoord (door het Rijk opgesteld en ondertekend door o.a. de VNG) is de landelijke doelstelling van 35 TWh grootschalige energieopwek op land geformuleerd. Onder grootschalig wordt hierbij verstaan een aansluitwaarde van > 15 kWp. Bij gebruik van zonnepanelen met de huidige stand der techniek komt dat neer op circa 60 panelen. De aansluitingen van 60 panelen of meer vallen daarmee ook binnen de voorwaarden voor het aanvragen van een SDE-subsidie, en kunnen om die reden goed gemonitord worden en worden om die reden meegeteld worden in de RES. Als een traditionele molen voldoet aan de vereiste aansluitwaarde wordt zij niet uitgesloten, In de fase tussen concept-RES en RES 1.0 vindt prioritering plaats. In die zin dat kansrijke en minder kansrijke (delen van) zoekgebieden worden onderscheiden en de meeste inzet naar de kansrijke projecten gaat. Het lokaal eigenaarschap wordt verder uitgewerkt aan de thematafel RES in uitvoering: lokaal eigendom en stimuleren beleid voor lokale initiatieven.

Dit zal worden meegenomen in RES 2.0. Voor het onderwerp ‘besparing’ zal in de RES 1.0 een overzicht worden gemaakt van de lopende acties, programma’s en ondersteuning vanuit gemeenten, waterschap en provincie. Het betrekken van inwoners en initiatiefnemers/ondernemers is van groot belang. Voor de komende periode staan één algemene participatie-avond gepland, twee webinars en een aantal sessies met stakeholders voor het zoekgebied Noordzeekanaalgebied. Dit signaal is meegegeven in de reactie naar het Rijk. In de Zaanse Omgevingsvisie is het integratiekader voor de verschillende opgaves. Hierin wordt gewerkt aan de samenhang tussen de zes strategische opgaven (verstedelijking, economie, kansengelijkheid, gezondheid, duurzaamheid, veiligheid en ondergrond). Het realiseren van woonlastenneutraliteit is aan het Rijk. Het heeft namelijk veel te maken met belastingen en financiële prikkels vanuit de Rijksoverheid. Overigens geeft

73 Reactienota Noord-Holland Zuid

blijft voor iedereen. De onderdelen die hieraan bijdragen, zoals het inzetten op een goede energiemix (zon, wind) en de juiste aanpassingen aan de energie infrastructuur (inclusief lokale opwek/afname en opslag) moeten onderdeel zijn van de RES NHZ 1.0.

het Rijk ook aan, dat woonlastenneutraliteit niet altijd mogelijk is, omdat ieders persoonlijke situatie anders is. De RES werkt aan een zo optimaal mogelijke afstemming tussen soort opwek, opwek dicht bij de gebruiker, maar ook zaken die met haalbaarheid te maken hebben zoals het streven naar landschappelijke kwaliteit.

16.

In de RES NHZ 1.0 moet duidelijker naar voren komen dat 2050 de einddatum is, en dat deze RES een eerste stap is (met als horizon 2030)

Nr. 1.

Motie Motie RES Biomassa: ‘Houtige biomassa is geen duurzaam alternatief’

2.

Besluit dat de raad: • Zich uitspreekt tegen de aanduiding van houtige biomassa als duurzame hernieuwbare energiebron kan worden aangemerkt; • Geeft het college opdracht zich ervoor in te zetten dat houtige biomassa geen onderdeel uitmaakt van de RES. Motie RES - Maak gebruik van eerdere onderzoeken

3.

Draagt het college op: Om bij het verder uitwerken van de RES 1.0 eerder opgestelde rapporten mee te (laten) nemen. Motie Paint it black

Dit wordt meegenomen naar RES NHZ 1.0.

Wensen en bedenkingen – Moties

Verzoekt het college: Om in gesprek te gaan met relevante energieleveranciers om te onderzoeken of het toepassen van deze maatregel ook in Zaanstad tot positieve resultaten kan leiden, er van uitgaand dat het schilderen zo veel mogelijk vóór het plaatsen van de windturbines gebeurt, zodat de kosten minimaal blijven.

Reactie De RES kent geen opgave voor warmte, maar maakt alleen een inventarisatie, een afwegingskader en een mogelijke verdeelsleutel voor bovenlokale warmte bronnen als aquathermie en geothermie. De RES geeft inzicht waar biomassacentrales staan. Bijvoorbeeld over de biomassacentrale van BioForte Zaanstad staat er: “deze draait nu nog op biomassa. Voor in de toekomst wordt gezocht naar andere warmtebronnen.” Daar waar mogelijk worden eerder opgestelde rapporten meegenomen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de kennis bij de energietransitie zich snel ontwikkeld. Niet alle onderzoeken zullen nu nog (volledig) bruikbaar zijn. Deze vraag zal meegegeven aan de thematafel Ontwikkelprincipes Zonne- en Windenergie bij de onderzoeksvraag: Hoe kunnen negatieve effecten op de natuur en omgeving worden gemitigeerd?

74 Reactienota Noord-Holland Zuid

Provincie Noord-Holland Wensen en bedenkingen - moties 121

125

126

In het vervolgtraject bij de uitwerking en concretisering van de zoekgebieden voor energieopwekking Voor de verdere concretisering van zoekgebieden uit de concept-RES NHN en conceptdoor wind rekening te houden met aanwezigheid van belangrijke internationale vogeltrekroutes en RES NHZ wordt dit in de gebiedspaspoorten voor zoekgebieden opgenomen en bij de rust- en foerageergebieden als belangrijk aandachtspunt daarbij te hanteren; verdere uitwerking als belang afgewogen. Daarnaast zijn we vanuit de provincie en vanuit de programmaorganisatie in dialoog met de vogelbescherming, Landschap Noord-Holland en de Natuur- en Milieufederatie over het belang van trekvogels in de verdere concretisering van de zoekgebieden. SOVON Vogelonderzoek is als non-profit organisatie door het Rijk gevraagd om de internationale vogeltrekroutes in kaart te brengen. We hebben de vraag uitstaan in hoeverre er ook inzicht gegeven wordt in de rust- en foerageergebieden. De kaart wordt in GIS opgeleverd zodat we de informatie optimaal kunnen gebruiken voor de verdere uitwerking van zoekgebieden. de energietransitie waar mogelijk aan opgaven voor biodiversiteitsherstel- en versterking te koppelen De strekking van de motie sluit aan bij het NH Perspectief op de RES’en, namelijk het en dat ook te doen in het vervolgtraject van de RES; vinden van ‘koppelkansen’ om meerdere belangen te dienen.

De manier waarop deze koppeling te maken is hangt af van de kenmerken van het zoekgebied. Om deze koppeling optimaal te benutten is in Noord-Holland een thematafel ingericht over ‘ontwikkelprincipes’. Dit is één van de verschillende ‘hhematafels’ georganiseerd door het RES programma om kennis te delen over specifieke uitdagende onderwerpen op weg naar RES 1.0. In de thematafel ontwikkelprincipes’ wordt kennis gedeeld tussen partners over de koppeling met milieu en natuur en wordt later toegepast op de zoekgebieden. Milieu- en natuurorganisaties nemen deel aan deze Thematafel. Ook de kennis die door het Nationaal Programma RES wordt opgedaan wordt hierbij ingebracht. in de uitwerking van de RES 1.0 een stevigere regierol te kiezen ter bescherming van de Met de uitwerking van de concept-RES starten we met een bovenregionale en bovenregionale waarden; gebiedsgerichte aanpak om ruimtelijke samenhang en ruimtelijke kwaliteit te Zorg dat de RES beter bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap bevorderen. Wij trekken dit bij: van Noord-Holland 1. Zoekgebieden (of clusters van zoekgebieden) die deelregio-overstijgend zijn Bekijk in welke mate clustering van zoekgebieden kan plaatsvinden. 2.

Zoekgebieden waar Potentiele voorbeelden/iconen op het gebied van meervoudig Maak in de uitwerking van de RES een koppeling met andere provinciale opgaven en de geschiktheid ruimtegebruik aanwezig zijn van het energienetwerk. 3. Zoekgebieden die kansen bieden voor geclusterde grootschalige energie-opwek

75 Reactienota Noord-Holland Zuid

Voor deze gebieden starten we samen met RES partners een uitwerkingsproces met als doel het borgen van de (boven)regionale Ruimtelijke samenhang en –kwaliteit. Afwegingen op het gebied van landschap, combineren van opgaven en het gesteldheid/potentie van de netinfrastructuur zijn onderdeel van dit proces. Voor vier gebiedstrajecten nemen we als provincie momenteel een aanjagende/trekkende rol: A9-zone, A7 zone, Diemerscheg en de Greenports. Daarnaast is recent een procesleider aangesteld voor het IJsselmeergebied en organiseren gemeenten ateliers om de ruimtelijke samenhang en kwaliteit verder uit te werken. Wij sluiten daarbij aan.

127

128

130

Bij andere zoekgebieden die geheel of grotendeels samenvallen met onze provinciale beschermingsregimes voeren wij een gesprek met partners om de eventuele mogelijkheden voor zon/wind te verkennen zonder dat natuur- en landschappelijke waarden worden aangetast. Indien dit nodig is zullen wij hierbij ook andere regio’s betrekken om op bovenregionaal niveau de mogelijkheden te verkennen. Werk concreter uit hoe reëel het potentieel van grootschalig “zon op dak” is, rekening Bij de uitvoering van RES 1.0 assisteren wij gemeenten in de verdere uitwerking van houdend met o.a. de mogelijkheden van het net andere praktische beperkingen. zonne-energie op daken. Op dit moment lopen er een aantal pilots voor het aanjagen Onderzoek op welke manier belemmeringen voor “zon op dak” opgelost kunnen worden. van grootschalig zon op dak bij agrarische gebouwen, bij bedrijven(terreinen) en bij scholen. Hier worden de praktische beperkingen in kaart gebracht om vervolgens oplossingen en aanpassingen in te voeren. Daarnaast worden in het traject richting RES 1.0 verschillende ‘Thematafels’ georganiseerd door het programmabureau RES om kennis te delen over specifieke uitdagende onderwerpen. Eén van de thematafels staat in het teken van de energieinfrastructuur en hoe zon op dak gefaciliteerd kan worden juist daar waar het elektriciteitsnet een belemmering is.

bij de Rijksoverheid aan te dringen op aanpassing van de SDE+ financieringssystematiek zodat Met de afbouw van de SDE++ rijksubsidie groeit het geluid dat businesscases voor kleinschaligere oplossingen die beter passen in het landschap ook financieel haalbaar kunnen zijn, zonnepanelen-projecten steeds moeilijker sluitend zijn te krijgen. Via IPO en in onze en in het bijzonder “zon op dak” financieel gunstiger wordt dan zonneweides op land. gesprekken met het Nationale Programma RES roepen wij het Rijk op om tot een werkbare en efficiënte subsidieregelingen voor grootschalig zon-op-dak te komen. Onze boodschappen sluiten aan bij de boodschappen die tevens door de VNG worden uitgedragen. Stel in samenwerking met de Participatiecoalitie en in overleg met gemeenten een concreet plan op In de loop naar RES 1.0 wordt een participatieplan ontwikkeld in samenwerking met de om ervoor te zorgen dat burgers in het kader van energietransitie zoveel mogelijk – in lijn met de Participatiecoalitie en de gemeenten. Hiervoor verkennen wij met de programmabureau ambitie van het Klimaatakkoord - meeprofiteren; RES op welke wijze de participatie in de RES versterkt kan worden. Zo wordt er een aparte thematafel voor jongeren georganiseerd om deze specifieke doelgroep ook bij

76 Reactienota Noord-Holland Zuid

131

134

135

Versterk de participatie van omwonenden; zowel de participatie in het proces als de mogelijkheden het RES-proces te betrekken. Ook bij gebiedstrajecten ten behoeve van de ruimtelijke om te delen in de opbrengsten, waarbij opbrengstdeling niet alleen is voorbehouden aan samenhang, vormt participatie een belangrijke pijler. De gebiedstrajecten staan omwonenden die in staat zijn om financieel te investeren. beschreven in beantwoording op de motie M126-2020. Voor financiële participatie wordt onderzocht wat nodig is om het streven naar 50 procent lokaal eigendom te behalen. Hier wordt ook een aparte thematafel ingericht waar met relevante partners verkend wordt hoe deze verdeling uitgewerkt kan worden. Daarnaast verkennen wij hoe de projectparticipatie en financiële participatie kunnen borgen in beleid en regels. Wij maken hiervoor gebruik van bestaande instrumenten vanuit onder andere het NP RES en wij zetten verdere onderzoek uit naar de juridische mogelijkheden hiervoor. Pleeg inspanning om de informatie over de effecten in termen van kosten, CO2 reductie, ecologische Het inzichtelijk maken van data gerelateerd aan de energietransitie en effecten, landschappelijke effecten en effect op leefbaarheid zoveel mogelijk beschikbaar te krijgen klimaatafspraken sluiten we zoveel mogelijke aan bij de monitoringsystematiek zoals voor politieke behandeling van de definitieve RES 1.0.

ontwikkeling door PBL en RVO in het kader van het Klimaatakkoord en specifiek de RES’sen. Daarbij zetten we ons via IPO actief in om via het interbestuurlijk programma VIVET zorg te dragen voor verbetering van beschikbaarheid en kwaliteit van decentrale data. Dit raakt met name aan aspecten zoals kosten en CO2-reductie. Het inzichtelijk maken van effecten op de leefomgeving wordt meegenomen in de uitwerking van de zoekgebieden (gebiedspaspoorten) en in de verdere uitwerking van de ruimtelijke samenhang. Deze aspecten worden ook meegenomen in de monitoringssystematiek gerelateerd aan onze omgevingsvisie. De adviezen van de commissie M.E.R. moeten zo goed mogelijk worden meegenomen in het De programmaorganisaties van de RES’EN hebben de resultaten van het MER vervolgproces door de samenwerkend partijen. onderzoek gedeeld in het netwerk van partners. De thematafel ‘Ontwikkelprincipes Zon Bij behandeling van de RES 1.0 wordt gerapporteerd hoe hier uitwerking aan gegeven is. en Wind’ gaat in op de milieu- en natuur aandachtspunten die onder andere door de Commissie MER zijn gegeven. Daarnaast wordt in de verdere concretisering van zoekgebieden de aanbevelingen van de MER commissie nogmaals onder de aandacht gebracht. De provincie heeft conform één van de adviezen van de Commissie de initiatief genomen om bij aantal zoekgebieden het proces rond ruimtelijke samenhang te starten.

Bij de verdere behandeling van de RES 1.0 wordt hierop aan PS gerapporteerd. PS vragen om voortdurend aandacht te besteden aan tijd en ruimte voor zorgvuldige In de fase naar de RES 1.0 maar ook daarna zullen de reeds opgebouwde burgerparticipatie in het vervolgproces; participatieprocessen worden uitgebouwd en geïntensiveerd met name waar het gaat om bewonersparticipatie en maatschappelijk draagvlak. Dat wordt ook opgenomen in de regionale planen van aanpak die per deelregio worden vastgesteld. In deze plannen

77 Reactienota Noord-Holland Zuid

136

om in het proces te verkennen in hoeverre het mogelijk is om van uitwerking van de zoekgebieden tot een “gedragscode” te komen, die beschrijft hoe en onder welke voorwaarden duurzame energie en BPL samen kunnen gaan Daarbij het combineren van opgaven niet uit het oog te verliezen

137

om naast de RES’en met een helder periodiek overzicht te komen van alle andere (innovatieve) duurzame energietechnieken, met daarbij de potentie, de stand van zaken, de voortgang en de rol van de provincie daarbij; dit overzicht tijdig vóór de behandeling van de RES 1.0 voor de eerste keer aan de Staten te doen toekomen Het provinciaal arbeidsmarktbeleid in te zetten om (mede) te zorgen dat er voldoende arbeidskrachten met de nodige vaardigheden zijn, liefst regionaal, om de energietransitie tijdig te realiseren Hierin ook starters en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt mee te nemen en ook hen te laten profiteren van de kansen die de energietransitie met zich meebrengt.

138

wordt aangegeven hoe overheden te werk gaan met betrekking tot de participatieprocessen. Verder verkennen we met het programmabureau RES op welke wijze de participatie in de RES versterkt kan worden. Dat wordt o.a. behandeld in speciale thematafelbijeenkomsten georganiseerd om kennis te wisselen rond dit thema. Een van de thematafel is specifiek gericht op het betrekken van jongeren bij de RES. Met het vaststellen van het BPL en bijbehorende kernkwaliteiten in de Omgevingsverordening NH 2020 is het expliciete verbod op wind- en zonne-energie in de oude beschermingsregimes komen te vervallen. In plaats daarvan wordt er nu voor BPL gestuurd op basis van kernkwaliteiten, waarbij bijvoorbeeld een grondgebonden opstelling voor zonne-energie in BPL alleen mogelijk is als het deze gebied-specifieke kernkwaliteiten niet aantast. Met inspiratiedocumenten zoals de ‘Kwaliteitsimpuls Zonneparken’ demonstreren wij hoe de spelregels voor natuur- en landschaps-inclusieve ontwikkelingen in de praktijk kunnen worden toegepast. Zo willen we gemeenten, initiatiefnemers en andere betrokkenen inspireren tot het ontwikkelen van zonneparken met zo veel mogelijk ruimtelijke kwaliteit. Dit soort beleidsdocumenten vormen een belangrijk stap tot de ontwikkeling van een “gedragscode” voor de inpassing van zonneparken in landelijk gebied.

De vertaling van deze principes in relatie tot de specifieke kernkwaliteiten van BPL en NNN wordt verder onderzocht tijdens de thematafel “ontwikkelprincipes Zon en Wind” en tijdens de concretisering van de zoekgebieden richting RES 1.0. Wij zullen de gevraagde voortgangsrapportage opstellen en u de eerste toezenden voor de behandeling van de RES 1.0.

Het beleid voor de aansluiting van Arbeidsmarkt & Onderwijs van de provincie is de afgelopen vier jaar gericht geweest op de ontwikkeling van instrumenten en het toepassen ervan ten behoeve van instroom en de aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt van zowel jongeren als zij-instroom in techniek. In het kader van vooral het behoud van technici op de korte termijn, die vervolgens inzetbaar moeten worden, voor de klimaatopgave ontwikkelen we nu een kleine regeling binnen de gelden van motie 42. Hierover informeren wij zo snel mogelijk, waarschijnlijk het eerste kwartaal van 2021. De provincie is hierin afhankelijk van organisaties die zich daadwerkelijk op

78 Reactienota Noord-Holland Zuid

140

143

deze doelgroepen richten. Om de mogelijkheden voor starters en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te vergroten in het kader van RES, zullen wij voor hen aandacht vragen in onze gesprekken met het bedrijfsleven, UWV, opleiders, de technologiecoalitie en publiek-private samenwerkingen. Hierover zullen wij u informeren als er concrete resultaten uit voortkomen. in de RES 1.0 een apart hoofdstuk te wijden aan planparticipatie en projectparticipatie, waarbij De lessen en conclusies getrokken uit de thematafels, de concretisering van minimaal 50 % lokaal eigendom het uitgangspunt is, en in dit hoofdstuk ook aan te geven hoe hier zoekgebieden en aanvullende acties genoemd ook in de beantwoording van moties naartoe gewerkt wordt; 128, 130 en 135 worden in een apart hoofdstuk en/of plan van aanpak opgenomen in te verkennen in hoeverre participatie bij opwekprojecten ook daadwerkelijk geborgd kan worden in de RES 1.0. Voor het proces naar de RES 1.0 zijn we actief in gesprek met onze lokaal en provinciaal beleid partners om procesparticipatie een goede plek te blijven geven in de uitwerking van de in het vervolgtraject richting de RES 1.0 actief werk te maken van draagvlak bij en inhoudelijke zoekgebieden. Hierbij stellen we de Participatiecoalitie ook in positie om daarbij te participatie door lokale bewoners en bedrijven. ondersteunen.

De regie blijft in handen van gemeenten, maar we dragen er actief aan bij dat goede voorbeelden en kennis wordt gedeeld. Daar waar nodig gaan we in gesprek met gemeente (n) over mogelijke verbetering van het participatieproces naar een RES 1.0 toe. Voor de gebiedstrajecten, waarin we zelf initiatiefnemer zijn, besluiten we samen met gemeenten over het participatieproces dat daarvoor nodig is. in het vervolgtraject richting de RES 1.0 actief werk te maken van draagvlak bij en inhoudelijke Bij de verdere uitwerking van de zoekgebieden in Geingebied gaan wij in samenwerking participatie door lokale bewoners en bedrijven. met programmaorganisatie RES NHZ ambtelijke en bestuurlijk aandacht schenken aan De huidige erfgoedstatus en belangrijke publieke functies van het gebied als belang in te brengen in de betrekking van lokale bewoners. de verdere concretisering van de zoekgebieden in het ‘Geingebied’. We hechten groot belang aan het Unesco Cultureel Erfgoed en brengen dit belang ambtelijk en bestuurlijk in bij de verdere concretisering van alle zoekgebieden waar dit regime van toepassing is. Daarnaast werken wij samen met andere betrokken provincies aan een afsprakenkader energietransitie voor UNESCO Werelderfgoed dat in maart opgeleverd moet worden.

Het afsprakenkader geeft inzicht in de mogelijkheden en onmogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie in het UNESCO Werelderfgoed.

79 Reactienota Noord-Holland Zuid

Waterschappen Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Het waterschap benadrukt nogmaals het belang van zorgvuldige participatie Zie voor beantwoording de bijlagen 2 t/m 4. HHNK vraagt aandacht voor het belang van lokaal eigendom HHNK vraagt naast energieopwekking ook aandacht voor de onderwerpen: netstabiliteit – opvangen piekbelasting, energieopslag, energiebesparing en combineren van duurzame gassen als biogas en waterstofgas. De assets van HHNK worden ingebracht in de RES als mogelijke zoeklocaties voor wind- en zonneenergie. Deze locaties zijn onlosmakelijk verbonden met de positiebepaling RES en de ambitiematrix. HHNK vraagt aandacht voor de gevolgen van aquathermie op de ecologische en chemische kwaliteit van het oppervlaktewater. HHNK vraagt blijvende aandacht voor nieuwe technieken en onderzoek naar bestaande technieken. HHNK onderzoekt de mogelijkheid tot het zelf plaatsen van 3 windmolens en kijkt hierbij ook naar de huidige zoekgebieden voor wind.

Hoogheemraadschap Rijnland 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

Rijnland energieneutraal in 2025. Daarnaast verkennen we op welke wijzen Rijnland vanuit onze water Zie voor beantwoording de bijlagen 2 t/m 4. gerelateerde taken actief bij zal dragen aan de energietransitie in de regio. Rijnland vraagt extra aandacht voor de uitwerking van de participatie. Rijnland ziet kansen voor een integrale benadering van de maatschappelijke opgaven en bevordering van multifunctioneel landgebruik. Zonnepanelen op water zijn onder strikte voorwaarden mogelijk en bieden soms zelf kansen voor verbetering van waterkwaliteit. Zonnepanelen en windmolens op dijken zijn mogelijk een probleem voor de veiligheid. Onderzoek naar en realisatie van geothermie vraagt om zorgvuldige beoordeling door Rijnland. Rijnland ziet graag zo min mogelijk energieopwekking in Natura 2000 gebieden. Aquathermie is mogelijk een belangrijke energiebron in de warmtetransitie. Het benutten van Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) heeft veel potentie maar vraagt om een zorgvuldige beoordeling ten aanzien van de waterkwaliteit. Het benutten van Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) vanuit influentleidingen is niet altijd mogelijk.

80 Reactienota Noord-Holland Zuid

11. 12. 13. 14. 15.

Rijnland vraagt aandacht voor het gezamenlijk uitwerken van de warmteinfrastructuur voor warmte in de regio’s, ook in relatie tot laagthermische warmtebronnen. Verzocht wordt om in de periode tot en met RES 1.0 de Regionale Structuur Warmte verder uit te werken en daarbij voldoende aandacht te geven aan bronnen zoals Aquathermie (TEO, TEA en TED) en de inzet van biogas. Verzocht wordt om in de periode tot en met RES 1.0 de inzet van alternatieve brandstoffen zoals biogas/groengas nadrukkelijker mee te nemen. Rijnland hecht er belang bij dat er in coalitieverband van de RES regio gezamenlijk wordt opgetrokken richting het rijk (o.a. ILT) om te zorgen voor verruiming van de mogelijkheden voor windenergie binnen de invloedsfeer van Schiphol. Rijnland ziet graag de Piekberging Haarlemmermeer als zoeklocatie voor windenergie. Hiervoor zal contact worden gezocht met de deelregio Haarlemmermeer.

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 1.

2.

Omdat het in de fase van de concept-RES vooral over globale zoekgebieden en denkrichtingen voor Zie voor beantwoording de bijlagen 2 t/m 4. grootschalige wind- en zonne-energie gaat en deze in de fase naar definitieve RES (1.0) nader worden uitgewerkt naar specifieke zoeklocaties, dringt ons waterschap er op aan dat in het traject naar de RES 1.0 de kaders en kansen worden meegenomen zoals AGV deze heeft geformuleerd in de notitie “Positiebepaling AGV in de RES”. Hierin worden zowel de huidige waterschap gerelateerde kaders als mogelijke kansen voor de RES geschetst. De notitie is bijgevoegd in de bijlage bij deze brief. Op hoofdlijnen zijn de ambities van AGV om op niveau van zoekgebieden de assets waar AGV eigenaar van is, zoals de bedrijfslocaties en afvalwaterlocaties, in te zetten voor het realiseren van duurzame energie. Duurzame energie op dijken en oppervlaktewater kent zijn beperkingen. Onderzoek naar de effecten op ecologie en waterkwaliteit moet inzicht geven in de ruimte die er is voor duurzame energie. AGV verzoekt u in het traject naar de RES 1.0 de mogelijkheid open te houden voor het op een later moment aandragen van (nieuwe) zoekgebieden en -locaties.

AGV voert momenteel een potentiescan uit voor duurzame elektriciteitsopwekking op zijn assets waarbij ook aandacht wordt besteed aan mogelijke koppelkansen met andere problematiek zoals biodiversiteit, invloed op de waterkwaliteit, bodemdaling en klimaatadaptatie. De scan laat zien wat de potentie is voor duurzame energie op basis van het huidige beleid en onder welke specifieke voorwaarden deze mogelijk benut kan worden. Dit als aanvulling op de positiebepaling AGV. Het streven van AGV is om de resultaten van de scan, als concretisering en uitbreiding van de notitie positiebepaling AGV, mee te geven in de uitwerking van

81 Reactienota Noord-Holland Zuid

3.

4.

concept RES naar RES 1.0. Dit geldt ook voor mogelijke beperkingen die AGV ziet binnen de huidige zoekgebieden. AGV wil benadrukken dat het belangrijk blijft om te zorgen voor een goede afstemming op grensgebied niveau tussen gemeenten en deelregio’s. Dit geldt bijvoorbeeld voor de afstemming tussen Weesp, Diemen en Amsterdam over de Diemerscheg waarbij ook specifiek aandacht voor koppelkansen in dit gebied. AGV vraagt meer aandacht voor de potentie en randvoorwaarden van aquathermie in de uitwerking van concept RES naar RES 1.0 en de daar op voortbouwende Transitievisies Warmte (TVW). Als eerste aanzet is voor het AGV gebied een omgevingswarmtekaart ontwikkeld waarin alle warmte- en koudebronnen voor aquathermie zijn opgenomen. De (GIS)kaart is openbaar en AGV stelt deze beschikbaar voor de RES en TVW: www.omgevingswarmte.nl/waternet

82 Reactienota Noord-Holland Zuid

Bijlagen

83 Reactienota Noord-Holland Zuid

Bijlage 1: Thematafels Voor onderwerpen waarover nog geen besluit kan worden genomen omdat nog niet alle kennis of informatie vergaard is, of dilemma’s nog moeten worden opgelost, worden zogenoemde thematafels ingericht. In de maanden oktober 2020 tot en met januari 2021 worden deze thematafels georganiseerd. Het gaat om uiteenlopende onderwerpen die hieronder kort worden toegelicht. Bij de onderwerpen van de thematafels zijn onderzoeksvragen benoemd. Deze zijn niet uitputtend, tijdens de gesprekken van de thematafels kunnen er aanvullende vragen ontstaan.

Ontwikkelprincipes zonne- en windenergie Tijdens de provinciale, regionale en lokale ateliers is veel gesproken over de impact van grootschalige energieopwekking op de leefomgeving. Meerdere ontvangen reacties gingen over de minimale afstand van windturbines tot woningen. Ook uit de reacties op de concept-RES en wensen en bedenkingen van de gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap klinkt de vraag naar zorgvuldig gebruik van de ruimte en maatschappelijk draagvlak. Daarnaast zijn reacties ontvangen over de milieueffecten van grootschalige energieopwekking op de natuur. Er zijn zorgen geuit over het effect van windturbines op vogels en vleermuizen (trekvogels, migratieroutes) en het effect van zonneweides in weidevogelleefgebied. Ook is aandacht gevraagd voor de milieueffecten van zon op water (onder en boven water), en zijn er reacties ontvangen waarin de oproep werd gedaan de natuur te ontzien met betrekking tot opwekking van zonne- en windenergie. De Commissie m.e.r. heeft een advies uitgebracht over de milieu-informatie in de concept-RES (zie bijlage 5). Kort samengevat geeft de commissie aan dat er veel en relevant (milieu)onderzoek van goede kwaliteit beschikbaar is. Het valt de commissie op dat de omgeving intensief betrokken is bij de totstandkoming van de concept-RES.

In het advies wordt aandacht gevraagd voor het documenteren van gemaakte (milieu)afwegingen (navolgbaarheid ten behoeve van besluitvorming).

84 Reactienota Noord-Holland Zuid

Onderzoeksvragen: Welke algemene voorwaarden willen we toepassen voor het ontwikkelen van zonne- en windprojecten in Noord-Holland? Daarbij gaat het specifiek om ontwikkelprincipes voor: •

de leefomgeving;

•

de natuur (en milieueffecten): wat zijn de voorwaarden/uitgangspunten om balans tussen natuur en energie te vinden? Bijvoorbeeld: o

Hoe kunnen effecten op natuur beoordeeld/afgewogen worden? (Zoals bijvoorbeeld hotspotkaart voor zoekgebied maken.)

o

Hoe kunnen nieuwe projecten natuurwaarden versterken?

o

Hoe kunnen negatieve effecten op de natuur en omgeving worden gemitigeerd?

Energietransitie: kansen voor agrariërs Het gebruik van agrarische gronden voor de opwek van zonne- en windenergie is een veelbesproken onderwerp tijdens het RES-proces. De meningen lopen regelmatig uiteen. Waar de één agrarische grond als kans ziet voor opwek, is de ander tegen omdat dit ten koste gaat van de agrarische productie. LTO heeft in haar reactie aangegeven kansen te zien voor de realisatie van duurzame energieopwekking op agrarische erven, maar schetst hiervoor een aantal belemmeringen die de uitvoering in de weg staan. Onderzoeksvragen: Wat is er nodig om de energieopwek op het agrarische erf te realiseren en onder welke voorwaarden is opwek op agrarische grond bespreekbaar? •

Bijvoorbeeld: hoe kunnen knelpunten in wet- en regelgeving worden opgelost, wat is daarvoor nodig? (Zie belemmeringen in bijlage 4.)

•

Hoe kunnen we kennis ontwikkelen en delen? Een aantal gemeenteraden heeft aangegeven geen energieopwek op agrarische grond te willen toestaan. In hoeverre leidt differentiatie in de regio tot knelpunten?

Ruimtelijke samenhang Ruimtelijke samenhang is een veelgenoemd thema in de gesprekken met de betrokken overheden en de partners in het RES-proces. Ook de ARO5, de

5 Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling, zie https://www.noord-

holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Advies_bij_ruimtelijke_ontwikkelingen.

85 Reactienota Noord-Holland Zuid

PARK6, de NOVI, en de Commissie m.e.r. vragen aandacht voor de samenhang tussen de zoekgebieden en cumulatieve effecten. Onderzoeksvragen: •

Hoe kunnen we, met de concept-RES-kaart als vertrekpunt, verdere stappen zetten op het gebied van ruimtelijke samenhang en kwaliteit? Welke ontwerpvraagstukken zien we in de regio(’s) in het kader van ruimtelijke samenhang? En hoe pakken we deze gezamenlijk op?

•

Voor welke samenhangende (zoek)gebieden is er behoefte aan gezamenlijke regionale uitgangspunten/ontwikkelprincipes voor de inpassing van energie in het landschap? En hoe zien die eruit (cultuurhistorie, landschappelijke waarden)?

RES in uitvoering: lokaal eigendom en stimulerend beleid voor lokale initiatieven In het Klimaatakkoord is als uitgangspunt opgenomen dat bij het realiseren van de doelstellingen voor hernieuwbare energie wordt gestreefd naar 50 procent lokaal eigendom in de uitvoering. Ook de energiecoöperaties (De Vereniging van Energiecoöperaties en Initiatieven Noord-Holland (VEI NH) in een manifest), de Natuur en Milieufederaties en de Participatiecoalitie Noord-Holland hebben reacties op de concept-RES meegegeven. De reacties gaan onder andere over lokaal eigendom en de rol van overheden om lokale initiatieven te ondersteunen en te stimuleren. Zij vragen gemeenten en de provincie Noord-Holland om bij de uitvoering van de (concept-)RES samen met hen op te trekken. Onderzoeksvragen: •

Wat is er nodig om het streven van 50 procent lokaal eigendom te halen? o Hoe borg je het streven van 50 procent lokaal eigendom in beleid? o Hoe kan 50 procent lokaal eigendom gefinancierd worden (risico, iedereen doet mee?)? o Welke doelgroep kan een koploperspositie innemen en wat is daarvoor nodig? o Geef een overzicht van inspirerende en concrete voorbeelden.

6 Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit, zie https://www.noord-

holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Advies_bij_ruimtelijke_ontwikkelingen/Provinciaal_Adviseur_Ru imtelijke_Kwaliteit_PARK.

86 Reactienota Noord-Holland Zuid

•

Welke instrumenten/mogelijkheden hebben overheden om de ontwikkeling van de lokale initiatieven te stimuleren? Bijvoorbeeld: o Gemeentelijk vastgoed/daken bieden kansen: wie ontwikkelt deze projecten en kunnen deze een rol spelen in het streven naar 50 procent lokaal eigendom? o Hoe kunnen we grondspeculatie voorkomen? o Wegnemen van schade voor omwonenden, hoe doe je dat?

Jongeren Gedurende het proces van de ontwikkeling van de concept-RES is door veel gemeenten en deelnemers van bijeenkomsten het belang van jongerenparticipatie geuit. Ook de Participatiecoalitie heeft aangegeven jongeren meer dan tot nu toe is gedaan te willen betrekken bij de RES. Door jongeren een stem te geven, wordt bijgedragen aan het toekomstbestendig maken van de RES, want het overgrote deel van de energietransitie zal plaatsvinden in de werkende levens van mensen die nu jong zijn. Jongeren worden gevraagd zich uit te spreken over de dilemma’s die ook op de andere thematafels besproken worden, zodat hun mening en voorkeuren in het gesprek aan deze tafels kunnen worden meegenomen. Het gaat hierbij dus om de relatie tussen grootschalige opwek van hernieuwbare energie en natuur, landschap en leefbaarheid. Onderzoeksvragen: •

Wat vinden jongeren van de ambitie (het bod) van de concept-RES’en?

•

Welke afwegingen maken zij met betrekking tot opwek van hernieuwbare energie, leefbaarheid, natuur en milieu, en landschap?

Warmte uit water (warmte, TEO, TEA, TED) De decentrale overheden willen (onder de juiste voorwaarden) het inzetten van aquathermiebronnen stimuleren. De waterschappen onderzoeken de rol die zij kunnen spelen in de warmteketen. Deze rol en de potenties en randvoorwaarden van aquathermie zouden daarbij een plek moeten krijgen in de RES in de Regionale Structuur Warmte (RSW) en de door de gemeenten op te stellen Transitievisies Warmte (TVW’s). De RSW wordt opgesteld door het team van het MRA Warmte & Koude Programma dat daarvoor een aparte opdracht vanuit de programmaorganisatie van de RES heeft gekregen. Zij stellen de RSW op in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten en

87 Reactienota Noord-Holland Zuid

waterschappen. De TVW wordt volgens de eigen planning van de gemeenten uitgewerkt. De thematafel ‘warmte uit water’ richt zich op de vragen die in eerste instantie niet aan de orde komen in de RSW of TVW en zijn daarmee dus aanvullend. De tussenstand van de uitwerking van deze thematafel zal wel worden meegenomen in de RES 1.0 onder de Regionale Structuur Warmte. Onderzoeksvragen: •

Hoe kunnen we warmtepotentie uit water (grootschalig) benutten? o Waar liggen de kansen? o Welke rol spelen de decentrale overheden hierbij? o Welke innovaties hebben de potentie om op korte termijn grootschalige toepassing mogelijk te maken?

Energie-infrastructuur Misschien wel de belangrijkste schakel in de energietransitie is de energieinfrastructuur. Tijdens het RES-proces is veelvuldig gesproken over de ontwikkelingen rondom de infrastructuur. Belangrijke vraagstukken daarbij zijn de mogelijkheden en knelpunten binnen de bestaande infrastructuur en hoe deze zich in de toekomst gaan ontwikkelen. Hoe houden we het betaalbaar? En is het mogelijk om de verschillende energienetwerken op elkaar af te stemmen? Vragen die op verschillende klimaattafels terecht zijn gekomen en die alleen kunnen worden beantwoord in onderlinge afstemming. Onderzoeksvragen: •

Welke relevante ontwikkelingen hebben invloed op de energienetwerken in Noord-Holland en welke gevolgen hebben deze op de realisatie van de doelstellingen van de RES?

•

Hoe kunnen we zon op dak stimuleren in congestiegebieden?

•

Waar liggen mogelijkheden voor innovatieve oplossingen zoals waterstof en smart-grids?

•

Hoe kan opslag een rol vervullen in de ontwikkeling van elektriciteitsinfrastructuur?

Innovaties in Noord-Holland Zuid In de RES 1.0 is landelijk afgesproken dat alleen grootschalige opwek van zonne- en windenergie meetelt. Dat is door veel deelnemers aan het RESproces ervaren als een te krappe jas. In de regio Noord-Holland Zuid lopen

88 Reactienota Noord-Holland Zuid

op verschillende plekken al initiatieven als het gaat om innovatieve toepassingen in de energietransitie. Samen met het MRA Bureau en een aantal lopende initiatieven wordt onderzocht of en zo ja, welke rol de RES kan spelen bij het verder uitwerken en versnellen van innovaties. Onderzoeksvragen: •

Welke initiatieven rondom innovatie met betrekking tot de energietransitie lopen er binnen de MRA?

•

In welke mate kan de RES innovaties verder helpen, dan wel versnellen?

•

Is het wenselijk om de initiatieven te bundelen en in gezamenlijkheid verder te brengen?

IJsselmeergebied In het IJsselmeergebied is een aantal plekken in de concept-RES aangewezen als zoekgebied voor zonne- en windenergie. Er zijn in deze reacties zorgen geuit over hinder, het gevaar van windturbines voor (trek)vogels en er is aandacht gevraagd voor de Natura2000-status van het IJsselmeergebied. Deze wensen en bedenkingen zijn opgenomen in hoofdstuk 4 en reacties op de concrete zoekgebieden zijn opgenomen en beantwoord in bijlage 5. Door het RES-programma is een IJsselmeercoördinator aangesteld die zorgt voor een integrale aanpak van mogelijke zoekgebieden en de alternatieven die voor dit gebied in deze en andere RES’en zijn ingebracht. De opdracht is om dit te doen in verbinding tussen de vele belanghebbenden van het IJsselmeergebied en te zorgen voor een integrale aanpak.

89 Reactienota Noord-Holland Zuid

Bijlage 2: Beantwoording van reacties over het proces en het bod De reacties over het proces van de concept-RES in de deelregio’s zijn wisselend. In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de vragen die over het proces gingen. Opvallend is dat consensus lijkt te bestaan over de opgave, zowel die van de energietransitie als van verduurzaming. Enkele reactiegevers geven aan dat ze in de verwerking van de zoekgebieden duidelijk de input uit de ateliers terugzien en geven complimenten over de verwerking; anderen geven aan dit juist niet terug te zien. Er wordt aangegeven dat de eenzijdige insteek van het atelier (namelijk: geen ruimte voor energiebronnen buiten zon en wind) een gemiste kans is. Verder zijn er zorgen geuit over de participatie en het lokale eigendom, de wens voor 50 procent lokale participatie komt daarin een aantal keer terug. Onderstaande paragraven bevatten een uitwerking van het proces van de concept-RES en het proces richting de RES 1.0.

Participatie bij het opstellen van de concept-RES De participatie bij het opstellen van de concept-RES is, net als de ontwikkeling en uitvoering van de RES, een voortdurend proces. In de RES Noord-Holland Zuid zit participatie in het hart van het proces. Hierbij wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de bestuurlijke en inhoudelijke complexiteit van de energietransitie, de verschillende fases van het RESproces en de beperkt beschikbare tijd om tot de RES 1.0 te komen. Doel van de participatie is om stap voor stap te bouwen aan draagvlak voor de RES door: •

een gemeenschappelijk vertrekpunt te creëren door alle (on)mogelijkheden en belangen in beeld te brengen;

•

bij te dragen aan een zorgvuldige besluitvorming door gemeenten, provincie en waterschappen;

•

bij te dragen aan een zorgvuldige inpassing van zonneweides en windturbines in de fysieke leefomgeving.

90 Reactienota Noord-Holland Zuid

Gemeenschappelijk vertrekpunt De participatie bij de concept-RES was de eerste stap die vooral gericht was op het zicht krijgen op (on)mogelijkheden voor het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie, de belangen die meespelen en welke afwegingen er worden gemaakt. Dit leverde een basis waarop gemeenten, provincie en waterschappen vervolgens een besluit konden nemen over de concept-RES, en waarop het Nationaal Programma RES (NPRES) en het PBL de conceptRES kunnen beoordelen en de energieregio een vervolg kan geven aan het proces richting de RES 1.0. Bevorderen van zorgvuldige besluitvorming In het proces van de RES worden verschillende belangen afgewogen tussen onder meer de hoeveelheid op te wekken energie, het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, de ruimtelijke inpassing en de benodigde energieinfrastructuur. Deze belangen worden zo veel mogelijk met elkaar in balans gebracht. Die afweging – die op zichzelf al complex is – wordt verder gecompliceerd door de noodzaak om ook aan lokale belangen tegemoet te komen. In het proces richting de RES 1.0 is hier rekening mee gehouden door volksvertegenwoordigers te vragen naar hun wensen en bedenkingen.

Participatie op weg naar de RES 1.0 Naarmate de RES concreter wordt, wordt het debat scherper, de druk op participatie groter en verschuift de verantwoordelijkheid hiervoor naar de gemeenten. Om dit gesprek inhoudelijk te kunnen voeren wordt tot de vaststelling van de RES 1.0 volgend voorjaar voorzien in:

Participatie concretisering zoekgebieden De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het concretiseren van zoekgebieden voor zonneweides, grote zonnedaken en/of windturbines. Dit is maatwerk en de uitvoering en het niveau van participatie zijn daardoor verschillend. De deelregio’s in Noord-Holland Zuid maken hiervoor plannen van aanpak waarin zij afspreken hoe ze te werk gaan. Zij worden hierbij ondersteund door de programmaorganisatie van de RES NHZ.

Rol Participatiecoalitie in het proces Draagvlak voor de gekozen maatregelen binnen de RES’en vergroot de haalbaarheid van de doelstellingen. Daarom doorloopt de RES een uitgebreid en zorgvuldig participatieproces. Zo worden inwoners, lokale ondernemers en energiecoöperaties gestimuleerd mee te doen, om zo het streven van

91 Reactienota Noord-Holland Zuid

50 procent lokale participatie in de uitvoering te realiseren 7. Op basis van het Klimaatakkoord en de handreiking van het NPRES, kunnen gemeenten en bewonersinitiatieven daarbij gebruikmaken van begeleiding van de Participatiecoalitie. De Participatiecoalitie Noord-Holland (PCNH) bestaat uit Natuur en Milieu Federatie Noord-Holland en de Verenigde Energie Initiatieven Noord-Holland (VEI NH). PCNH kan helpen bij het betrekken van partijen in de regio, het realiseren van het doel tot 50 procent lokaal eigendom en volksvertegenwoordigers en stakeholders en hun organisaties vanuit hun belang informeren en betrekken. Voor het vervolgtraject heeft het programma van de RES NHZ aan de PCNH gevraagd en opdracht gegeven om invulling te geven aan de volgende activiteiten: •

Het informeren van de colleges, volksvertegenwoordigers, belanghebbenden, stakeholders en hun (ambtelijk) vertegenwoordigers over de gekozen maatregelen binnen de RES’en vanuit de belangen van de partijen binnen de Participatiecoalitie, met als doel het participatieproces en uiteindelijke bod te verbeteren.

•

Het ondersteunen van de (deel)regio’s, gemeenten, provincie en waterschappen bij het verder concretiseren van de zoekgebieden. Het doel is het vergroten van de betrokkenheid en het draagvlak van inwoners en bedrijven voor duurzame zonne- en windenergie, in combinatie met een goede inpassing van de energietransitie in natuur en landschap.

Gebiedspaspoort Voor de zoekgebieden waarvoor bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak is en waarvoor concrete plannen of initiatieven zijn, wordt door de gemeenten een zogenoemd gebiedspaspoort opgesteld. Dit gebiedspaspoort biedt informatie en een technische beschrijving van het zoekgebied. Hierin worden, voor zover mogelijk, onder andere opgenomen: de locatie(s), omvang en (potentieel) opwekkingsvermogen, de status van het zoekgebied, de stappen van participatie, de technische mogelijkheden van de bestaande energieinfrastructuur, een overzicht van alle geldende beperkingen en beleidskaders met betrekking tot landschap, natuur en milieu, het grondeigendom, en welke andere belangen eventueel in het geding zijn. Het gebiedspaspoort wordt onderdeel van de RES 1.0.

7 Klimaatakkoord (2019) en Handreiking 1.1 (2019).

92 Reactienota Noord-Holland Zuid

Thematafels De uitkomsten van de thematafels zijn erop gericht om lokaal beleid vorm te geven op het gebied van lokaal eigendom, eerlijke verdeling van lusten en lasten, ruimtelijke inpassing en stimulerend beleid. Belangenorganisaties en andere stakeholders nemen deel aan deze thematafels.

Democratische besluitvorming De RES leidt tot locaties voor energieprojecten maar ook tot inzicht en overzicht in de mogelijke keuzes voor de verdeling van duurzame warmte in de regio. Dit raakt de bevoegdheden van de hieraan deelnemende gemeenten, provincie en waterschappen. Daarom besluiten zij over de RES. Volgens de bestaande planning wordt de RES 1.0 in mei/juni 2021 voor besluitvorming voorgelegd aan gemeenteraden, Provinciale Staten en het dagelijks bestuur van de waterschappen. Hier bestaat de mogelijkheid tot inspreken door eenieder en worden de keuzes die hierin worden gemaakt vastgelegd in het ruimtelijke beleid.

Participatie bij uitvoering RES 50 procent lokaal eigendom Lokaal eigendom zorgt voor een gelijkwaardige en transparante samenwerking bij energieprojecten. In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat gestreefd wordt naar 50 procent lokaal eigendom. In de startnotitie van de RES NHZ is lokaal eigenaarschap van energieprojecten als leidend principe voor de RES opgenomen. Er zijn hiervoor in de concept-RES geen randvoorwaarden opgenomen, omdat het per project maatwerk is hoe hier invulling aan gegeven kan worden. In de thematafel ‘RES in uitvoering’ wordt onderzocht wat nodig is om het streven van 50 procent lokaal eigendom te behalen. De (voorlopige) uitkomsten van deze thematafel worden opgenomen in de RES 1.0.

Participatie bij planontwikkeling Bij de ontwikkeling van energieprojecten moeten de omgeving en belanghebbenden betrokken worden. In de thematafel ‘RES in uitvoering’ wordt onderzocht welke voorwaarden voor (proces)participatie wenselijk zijn en hoe deze geborgd kunnen worden in beleid.

Lokale initiatieven met draagvlak Er zijn in de regio meerdere lokale initiatieven voor energieprojecten van bewoners, bedrijven en energiecoöperaties. Vaak zijn dit initiatieven die

93 Reactienota Noord-Holland Zuid

samen met de omgeving zijn uitgewerkt en waar veel draagvlak voor is. Vanwege de schaal van de kaart zijn niet alle lokale initiatieven op de concept-RES-kaart weergegeven (of ze vallen binnen een zoekgebied). In de concept-RES is toegelicht dat lokale initiatieven die buiten de zoekgebieden vallen ook worden onderzocht op haalbaarheid en wenselijkheid. In de RES 1.0 wordt een overzicht opgenomen van concrete lokale initiatieven met maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak.

Participatie en inspraak bij omgevingsbeleid en vergunningen De keuzes in de RES 1.0 worden vastgelegd in het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincie en waterschappen. De beslissingsbevoegdheid voor individuele projecten voor zonneweides en windturbines blijft geregeld via omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. Hiervoor gelden de reguliere participatie- en inspraakmogelijkheden. Hierbij bestaat de mogelijkheid tot bezwaar en beroep. Ook bestaat de mogelijkheid tot het organiseren van een referendum8 over een besluit van Provinciale Staten.

Hoogte van het bod In het Klimaatakkoord worden regio’s uitgedaagd om in de RES te komen tot een hogere ambitie dan de opgave van 35 TWh. Bij het afwegen van de RES met andere maatschappelijke opgaven zullen namelijk naar verwachting nog de nodige plannen afvallen of inkrimpen. Binnen het RES-proces is gekozen voor een bottom-upaanpak. Er zijn zeventig bijeenkomsten georganiseerd om op te halen waarvoor draagvlak is. De uitkomsten van de bijeenkomsten hebben, naast technische analyses van de beschikbare (GIS-)data, de inhoud van de concept-RES-kaart bepaald. Voorafgaand aan het participatieproces met de regionale en lokale ateliers is geen doelstelling bepaald. Tijdens de bijeenkomsten is opgehaald waar geen draagvlak voor is en waarvoor wel. Deze bottom-upaanpak heeft geleid tot een bod van 2,7 TWh in de concept-RES. De zoekgebieden in de RES geven aan waar gezocht wordt naar mogelijkheden voor de opwekking voor zonne- en windenergie. Bij het concretiseren van deze zoekgebieden kan blijken dat bepaalde zoekgebieden moeten worden bijgesteld of aangevuld, of komen te vervallen. Er moeten nog veel keuzes gemaakt worden. De ervaring leert dat niet alle plannen tot 8 Zie https://www.noord-

holland.nl/Bestuur/Inspraak/7_belangrijke_stappen_voor_het_organiseren_van_een_referendum .

94 Reactienota Noord-Holland Zuid

uitvoering komen. Dit zal dan worden meegenomen in de tweejaarlijkse actualisatie van de RES. In hoofdstuk 3 is aangegeven welke aanpassingen in de zoekgebieden worden gedaan, naar aanleiding van de ontvangen wensen en bedenkingen en reacties.

95 Reactienota Noord-Holland Zuid

Bijlage 3: Beantwoording van reacties over energiebronnen en -dragers In veel van de reacties zijn vragen gesteld of opmerkingen gemaakt over alternatieve energiebronnen of energiedragers. De kaders van de RES (grootschalige zonne- en windenergie op land en water en koppeling van regionale warmtevraag en -aanbod) worden in de ontvangen reacties regelmatig ter discussie gesteld. In de onderstaande alinea’s wordt per energiebron een duiding gegeven of deze een rol speelt binnen de RES en zo niet, waar wel.

Warmte In de concept-RES is nog beperkt aandacht voor de Regionale Structuur Warmte (RSW). De RSW beschrijft hoe de beschikbare warmtebronnen en de potentiële warmtevraag in de regio op een logische, efficiënte en betaalbare wijze kunnen worden gekoppeld en welke consequenties dit heeft voor de warmte-infrastructuur. In de RES 1.0 vindt een verdieping plaats van de concept-RES. Daarnaast vormen de (nog op te stellen) gemeentelijke Transitievisies Warmte (TVW’s), wijkuitvoeringsplannen (WUP’s) en concrete warmteprojecten, input voor de RSW 1.0 (en verder). Andersom levert de RSW inzichten over de beschikbare bovengemeentelijke warmtebronnen die meegenomen kunnen worden in de TVW’s. Ook wordt de RSW aangescherpt met nadere informatie die beschikbaar komt over omvang en beschikbaarheid van mogelijke warmtebronnen (zoals geothermie, restwarmte en aquathermie). Ten slotte worden nut en noodzaak verkend voor gemeenten om samen te werken op het gebied van kennisdeling en expertise.

Geothermie Geothermie wordt al in de glastuinbouw toegepast. Daarnaast biedt geothermie kansen voor de verwarming van wijken; hiervoor is de aanleg van een warmtenet nodig. Onderzoeken, vergunningen, het slaan van een put en de aanleg van een warmtenet vragen tijd. Hiervoor geldt de inschatting dat dit niet voor 2030 gerealiseerd is.

Aquathermie De regio NHZ heeft potentie voor de inzet van aquathermie voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Om deze potentie en mogelijke

96 Reactienota Noord-Holland Zuid

toepassingen verder te verkennen, wordt een thematafel georganiseerd (zie bijlage 1). De uitwerking van deze thematafel zal worden meegenomen in de RES 1.0 onder de Regionale Structuur Warmte.

Wind op zee Bij de berekening van de opgave voor duurzame elektriciteitsproductie op land is rekening gehouden met productie van windenergie op zee. Zo’n 60 procent van de totale landelijke opgave voor groene stroom wordt tot 2030 met wind op zee gerealiseerd (49 TWh). De ontwikkeling van wind op zee valt buiten de RES en wordt op grond van het Klimaatakkoord meegenomen aan de klimaattafel Industrie.

Kleinschalige windturbines In het Klimaatakkoord is de landelijke doelstelling van 35 TWh grootschalige energieopwek op land geformuleerd. Onder grootschalig wordt hierbij verstaan een aansluitwaarde groter dan 15 kW. Kleine windturbines met een aansluitwaarde die groter is dan 15 kW mogen ook worden meegeteld. Dit betreffen over het algemeen windturbines met een tiphoogte vanaf 15 meter. Om kleine windturbines mogelijk te maken, heeft provincie Noord-Holland in haar Omgevingsverordening een aantal regels opgenomen. Deze regels maken het mogelijk één windturbine te realiseren op een agrarisch bouwperceel of op een bouwperceel van ten minste 1 hectare waar een stedelijke functie is toegestaan. Belangrijk daarbij is dat de windturbine zorgvuldig ruimtelijk wordt ingepast.

Zonnepanelen op daken Ook hiervoor geldt dat, om deze zonnepanelen mee te kunnen rekenen in het bod van de RES, er een aansluitwaarde van minimaal 15 kW moet worden gerealiseerd. Bij gebruik van zonnepanelen met de huidige stand der techniek komt dat neer op circa zestig panelen. Zon op dak heeft bij alle betrokkenen in het proces de voorkeur. Daarbij werd de vraag gesteld of de ambitie van zon op dak verhoogd kan worden. In de concept-RES is uitgegaan van 25 tot 50 procent benutting van het potentieel van zon op grootschalige daken. Het ophogen van deze ambitie lijkt eenvoudig, maar de ervaring leert dat dat niet zo is. Er zijn meerdere knelpunten: niet alle grootschalige daken hebben een geschikte dakconstructie, door installaties op daken is het niet mogelijk om de daken

97 Reactienota Noord-Holland Zuid

100 procent vol te leggen, soms is er beperkte ‘ruimte’ op het energienet beschikbaar en is er een afhankelijkheid van de (investerings)bereidheid van de dakeigenaren. Als bij de verdere uitwerking van de zoekgebieden blijkt dat de benutting van zon op dak verhoogd kan worden, dan zal dit worden opgenomen in de RES 1.0 en verder.

Zon en wind en de waterkwaliteit De relatie tussen de energietransitie en het watersysteem vraagt om nadere uitwerking en onderzoek. De waterschappen bieden daarom aan de waterschapexpertise, voor zover aanwezig, over de effecten op het gebied van waterkwaliteit en biodiversiteit van zon op water te benutten bij de verdere concretisering van zoekgebieden.

Zon en wind op de keringen De waterschappen zien ideeën opkomen over mogelijkheden voor ontwikkeling van zonne- en windenergie op de waterschapsassets, zoals dijken, waterbergingen en oppervlaktewateren. De waterschappen gaan graag het gesprek aan over welke mogelijkheden hiervoor zijn. Hierbij is het behoud of versterking van taakuitvoering van de waterschappen van belang, maar ook de ecologie, de biodiversiteit en de cultuur- en landschappelijke waarden.

Biomassa In de regio wordt naast de opwek van zonne- en windenergie, ook biogas (covergisting, stortgas, GFT, VGI en RWZI) geproduceerd. Dit gas wordt soms als groengas benut, en soms verbrand voor de opwek van warmte en elektriciteit. Daarnaast kan biomassa worden verbrand voor de opwek van warmte en elektriciteit. De opwek van groengas, warmte of elektriciteit uit biomassa telt niet mee in de opgave voor 35 TWh grootschalige opwek (zon/wind) van de RES. De vraag of de inzet van biomassa voor energieopwekking duurzaam is, is een landelijke discussie. Het kabinet heeft hiervoor onlangs een duurzaamheidskader biogrondstoffen opgesteld. Hierin geeft de Rijksoverheid aan dat zij de inzet van biomassa voor laagwaardige toepassingen, zoals het verbranden van biomassa voor het bieden van basislast voor warmtenetten of het opwekken van elektriciteit, niet langer wenselijk vindt. Dit duurzaamheidskader zal ook voor de RES-regio gelden.

98 Reactienota Noord-Holland Zuid

Waterstof Waterstof is geen duurzame productietechnologie, maar een transport- en conversietechnologie. Voor het produceren van groene waterstof is zon of windenergie nodig. Op termijn is waterstof een goed middel om grote hoeveelheden energie op te slaan of te transporteren. De productie van waterstof en eventueel weer terug omzetten naar (bijvoorbeeld) elektriciteit geeft wel conversieverliezen. Groene waterstof speelt een belangrijke rol in de energietransitie, maar de productie ervan is nog duur en het aanbod is beperkt. De inschatting is dat dit niet voor 2030 opgeschaald kan worden. In de concept-RES NHZ zijn nog geen cijfers opgenomen over de huidige productie van groene waterstof, omdat het productieniveau nog beperkt is. Onderzoek naar en productie van (groene) waterstof maakt geen deel uit van de RES 1.0. De uitwerking hiervan vindt plaats op de klimaattafel Industrie. In de RES 1.0 en verder zullen de ontwikkelingen in NHZ verder in beeld worden gebracht.

Kernenergie De RES gaat in op oplossingen die binnen de invloedsfeer en de mogelijkheden van de regio liggen. Bij kernenergie komt de landelijke overheid in beeld (Tweede Kamer). Die zal moeten besluiten of kernenergie wel of niet mogelijk te maken, bijvoorbeeld door financiering van onderzoek of door subsidies. Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft in september jl. bij de Algemene Beschouwingen de Tweede Kamer laten weten – naar aanleiding van de motie-Dijkhoff c.s. – dat het kabinet een marktconsultatie zal houden over de voorwaarden waaronder marktpartijen bereid zijn te investeren in kerncentrales in Nederland, dat het kabinet zal onderzoeken welke publieke ondersteuning daarvoor nodig is en welke regio's er belangstelling voor hebben. De Tweede Kamer wordt voor het kerstreces over de voortgang geïnformeerd. Op 22 september jl. heeft de minister het zogenoemde ENCO-rapport naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit is een onderzoek naar de mogelijke rol van kernenergie in de toekomstige energiemix. Het rapport concludeert dat kernenergie op langere termijn en onder bepaalde voorwaarden zou kunnen concurreren met zon en wind. Op dit rapport is veel kritiek gekomen, het laatste woord is er dan ook nog niet over gezegd.

99 Reactienota Noord-Holland Zuid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9673918/1