Bijlage Beantwoording vragen n a v RIB 2022 20 - Amsterdamse Bestemmingsplan Catalogus 2 0
Tekst van het document
Amsterdamse Bestemmingsplan Catalogus 2.0
Verklarende woordenlijst Infographics Procedure bestemmingsplannen En omgevingsvergunning
1
Colofon Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Tekst: Dafne Struijk Opmaak: Jurjen Tjallema
2
Woord vooraf Van bestuurders/raadsleden wordt veel verwacht. In de vele dossiers die aan u worden voorgelegd gaat het niet alleen om de beleidsmatige inhoud van de stukken, maar wordt u tevens geacht de juridische en procedurele kanten ervan te doorgronden. Dat is een lastige taak, niet in de laatste plaats als u de portefeuille ruimtelijke ordening hebt gekregen. Voor het verkrijgen van in- en overzicht is een aantal ruimtelijke procedures is in het najaar van 2017 een A(msterdamse) B(estemmingsplan) C(atalogus) opgesteld. Het ABC uit 2017 is op aantal punten gewijzigd en aangevuld. Zo is een schema toegevoegd waarin inzicht wordt gegeven over de voorbereidende rol die de bestuurscommissies hebben bij (lokale) bestemmingsplannen. Daarnaast is een schema toegevoegd over omgevingsvergunningen. Tot slot is er informatie opgenomen over de milieueffectrapportage. Het resultaat is een ABC 2.0. Bij het ABC 2.0 wordt een kanttekening geplaatst omdat het ABC 2.0 uitgaat van de rollen van de gemeente en burger/belanghebbende/derde, waarbij voor het gemak de rol die provincie en rijk in dit proces hebben buiten beschouwing is gelaten. Doorgaans werken de verschillende bestuurslagen (gemeente, provincie en rijk) goed samen. Een uitzondering daar op is het windturbine dossier waarin de gemeente bewust tegen het beleid van de provincie is ingegaan.
Nu dit uitzonderingen betreffen, is dit niet verwerkt in de visualisaties.
Ruimtelijke ordening Ruimtelijke ordening behoort tot de kerntaken van de gemeente, net als bijvoorbeeld sociale zekerheid en het bewaken van de openbare orde. Ruimtelijke ordening is te omschrijven als het proces waarbij de overheid (gemeente, provincie en rijk), gebruikmakend van een groot aantal regels, na afweging van individuele belangen en groepsbelangen de ruimte zodanig inricht of herinricht, dat het welzijn van de burgers zo goed mogelijk wordt gediend. Het aandeel van de gemeente aan de ruimtelijke ordening bestaat eruit dat zij – rekening houdend met keuzes die rijk en provincie al hebben gemaakt – vaststelt hoe de gronden binnen de gemeente mogen worden gebruikt en bebouwd. Het is daarbij een illusie om te denken dat de keuze die de gemeenteraad maakt door iedereen gedragen wordt: ruimtelijke ordening is bij uitstek een zaak van prioriteiten stellen, afwegen en compromissen sluiten. Voor u als bestuurder/raadslid is het belangrijk om te beseffen dat ruimtelijke ordening een dynamisch proces is. De ordening van de ruimte speelt als het goed is in op de voortdurend wijzigende behoeften van de samenleving. Dat geldt voor de korte termijn, op het moment dat concrete bouw- en gebruiksmogelijkheden worden vastgelegd in een bestemmingsplan.
Maar dat geldt ook voor de lange termijn, als het gaat om het verschaffen van een langjarige visie op het toekomstige grondgebruik in een structuurvisie en in de toekomst in een omgevingsvisie.
3
Wat is uw rol als raadslid? 1
In de ruimtelijke ordening is een aantal belangrijke bevoegdheden verleend aan de gemeenteraad: het vaststellen van een structuurvisie; het vaststellen van een bestemmingsplan/beheersverordening (inclusief het beslissen over zienswijzen); het nemen van een voorbereidingsbesluit; het afgeven van verklaring van geen bedenkingen bij buitenplanse afwijking; het vaststellen van een exploitatieplan. In al deze gevallen wordt de besluitvorming voorbereid door het college van burgemeester en wethouders.
Procedures en inspraak De ruimtelijke ordening op gemeentelijk niveau kent verschillende planvormen, zoals structuurvisie, bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan en buitenplanse afwijking. De rol die de gemeenteraad speelt is afhankelijk van de planvorm; zo is alleen de gemeenteraad bevoegd om een bestemmingsplan vast te stellen. Bij wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen heeft de gemeenteraad geen enkele bevoegdheid en bij de buitenplanse afwijking is de rol van de gemeenteraad beperkt tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen in de door de gemeenteraad aangewezen gevallen.
Bestuurlijk stelsel Met het Nieuw Bestuurlijk Stelsel 2018 zijn een aantal taken en bevoegdheden gewijzigd. Zo ligt de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning te allen tijde bij het college. Zij heeft deze taak aan of het Dagelijks Bestuur van een stadsdeel of de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied gegeven om uit te voeren. Bij (lokale) bestemmingsplannen bereidt de bestuurscommissie het opstellen van een bestemmingsplan voor namens het college. Het college bereidt zelf bestemmingsplannen voor de aangewezen gebieden, projecten en belangen. Deze worden stedelijke bestemmingsplannen genoemd. Voorgaande is ongewijzigd gebleven met de invoering van het NBS. De voorbereidende rol van de bestuurscommissies bij het opstellen van bestemmingsplan is met het NBS ongewijzigd gebleven. De voorbereidende rol houdt in dat een bestemmingsplan vanaf het begin tot en met het concept ontwerpbestemmingsplan wordt opgesteld. Vervolgens wordt het concept ontwerpbestemmingsplan overgedragen aan de wethouder RO die het ontwerpbestemmingsplan vrij geeft voor terinzagelegging. Het is en blijft aan de gemeenteraad om te besluiten een bestemmingsplan vast te stellen. In tegenstelling tot het vorig bestuurlijk stelsel heeft de bestuurscommissie geen formele rol in de vaststellingsfase.
Het advies wat is gegeven op het concept ontwerpbestemmingsplan wordt betrokken bij de besluitvorming door de raad. Op het voorgaande bestaat één uitzondering namelijk in het geval het ontwerpbestemmingsplan wat de bestuurscommissie heeft voorbereid richting vaststelling wordt gewijzigd welke van wezenlijke aard en/of omvang zijn. Het is goed om te beseffen dat (ruimtelijke) procedures een dynamisch proces is. In het NBS is het van belang om elkaar in een zo’n vroeg mogelijk stadium mee te nemen en/of te betrekken en dit lopende het proces te blijven doen. Dit geldt niet alleen voor het (verlengd) bestuur maar ook de
1
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden een aantal nieuwe instrumenten zoals omgevingsvisie en omgevingsplan geïntroduceerd en verdwijnen enkele huidige instrumenten zoals structuurvisie en bestemmingsplan. Onderstaande opsomming gaat dus uit van de bevoegdheden op grond van de huidige wetgeving. 4
ambtelijke advisering wat vooral tot uitdrukking komt in het informeren van de portefeuillehouder/Dagelijks Bestuur in de vaststellingsfase van een bestemmingsplan ook al heeft de bestuurscommissie daarin geen formele rol.
Procedure bestemmingsplan Zoals ook in het schema procedure bestemmingsplannen (pagina 7-8) is te zien bestaat de procedure voor de totstandkoming van een bestemmingsplan uit drie fasen; de voorbereidingsfase, de vaststellingsfase en de beroepsfase. In beginsel kan in iedere fase op een ruimtelijk plan worden gereageerd.
Voorbereidingsfase Een voortonwerpbestemmingsplan wordt opgesteld en ter beoordeling verzonden naar belanghebbende overheidsinstanties, zoals de Inspectie Leefomgeving en Transport (rijk), de provincie, de aangrenzende gemeenten en het waterschap. Hoewel dat wettelijk niet verplicht is kan gelijktijdig inspraak gevoerd dan wel geparticipeerd over het plan. Burgers kunnen op deze wijze in een vroeg stadium op de plannen reageren. Het overleg en de inspraak dan wel participatie worden behandeld door burgemeester en wethouders. De raad heeft in dit stadium nog geen bevoegdheden.
Vaststellingsfase De tweede fase gaat over de vaststelling van het bestemmingsplan. Indien de reacties/commentaren uit de eerste fase daar aanleiding toe geven, passen burgemeester en wethouders het bestemmingsplan aan. Dat kunnen zij overigens ook uit eigen beweging doen. We spreken nu van een ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Dit betreft een termijn die in de wet is vastgelegd. In die periode kan iedereen daartegen schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen of naar voren brengen. Na afloop van de termijn van de terinzagelegging stellen burgemeester en wethouders het raadsvoorstel op. Daarin gaan zij onder meer in op de zienswijzen. Uiteindelijk beslist de raad over de vaststelling van het bestemmingsplan. De raad kan op dat moment ook besluiten om het bestemmingsplan niet, dan wel gewijzigd vast te stellen. De indieners van de zienswijzen hoeven niet te worden gehoord. Desgewenst kunnen zij gebruik maken van het spreekrecht bij de behandeling in de raadscommissie.
Beroepsfase De laatste fase is de beroepsprocedure. Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt het college van burgemeester en wethouders bekend het vaststellingsbesluit bekend en gaat het over tot terinzagelegging van het vastgestelde bestemmingsplan. Wanneer provincie of rijk een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, vindt bekendmaking en terinzagelegging plaats uiterlijk zes weken na vaststelling. Tot uiterlijk zes weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Overigens geldt voorgaande alleen als er zogenaamde rijks- dan wel provinciale belangen in het geding zijn. Wanneer het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en gehoor is gegeven aan zienswijzen van provincie en/of rijk wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk twee weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk twee weken na vaststelling het bestemmingplan ter inzage gelegd.
5
Procedure uitwerkings-/wijzigingsplan De procedure voor de totstandkoming van een uitwerkings-/wijzigingsplan bestaat eveneens uit de hierboven beschreven drie fasen: de voorbereidingsfase, de vaststellingsfase en de beroepsfase. In beginsel kan in iedere fase op een ruimtelijk plan worden gereageerd. Deze procedure is dus grotendeels vergelijkbaar met een bestemmingsplan met dien verstande dat er een belangrijk verschil is, namelijk niet de gemeenteraad maar het college van burgemeester en wethouders stellen het uitwerkings-/wijzigingsplan vast.
Procedure Stedenbouwkundig Plan In de infographic is ook de procedure voor een Stedenbouwkundig Plan (SP) weergegeven. In tegenstelling tot een bestemmingsplan heeft het SP geen wettelijke grondslag. Hiermee wordt bedoeld dat de wetgever dit instrument niet heeft vastgelegd in wetten. Dit betekent dat een SP te scharen is als een (veelal) gemeentelijk (beleids)plan welke vaak als eerste stap binnen het planvormingsproces die wordt afgesloten met de vaststelling van het bestemmingsplan. Voorgaande betekent dat de totstandkoming van een SP twee fasen kent, namelijk de voorbereidingsfase en de vaststellingsfase. In beide fasen kan in beginsel op een SP worden gereageerd. De bevoegdheid tot vaststelling van het SP is aan de gemeenteraad waarbij het college van burgemeester en wethouders de voorbereiding ter hand neemt.
6
Besluitvormingsmomenten Raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken
in de formele procedures van ruimtelijke projecten
Ik geef dit ontwerp vrij
Bestemmingsplan
Uitwerkings-/ Stedenbouwkundig wijzigingsplan plan
Inbreng
Wethouder RO/ College
van burgers en belanghebbenden
En u krijgt het Ter Kennisname
Ah, dan kunnen we ‘piepen’
Participatie Vooroverleg en participatie
Vooroverleg en participatie
Vooroverleg en participatie
Inspraak
Commissie RO
Ter inzage Zodat het op de Agenda komt
Ter inzage
Ter inzage
Ter inzage
En dan kunt u ons adviseren
Zienswijze
Vaststelling door college Gemeenteraad
Voordat we een beslissing nemen
De commissie wordt hierover niet verder geïnformeerd
Vaststelling door gemeenteraad
Schema van de bestemmingsplanprocedure
Voorbereidingsfase
Gemeente Amsterdam
Eventueel voorbereidingsbesluit
Kennisgeving van voorgenomen bestemmingsplan
Bekendmaking en inwerkingstreding
Onderzoek en bestuurlijk vooroverleg
Evt. voorontwerp, kennisgeving en inzage
Belanghebbende, burger en derde
Evt. participatie / inspraak (eenieder)
Vaststellingsfase
Kennisgeving ontwerpbestemmingsplan Inzage ontwerpbestemmingsplan
Evt.voorbereidingsbesluit blijft van kracht
Zienswijze (eenieder)
Evt. aanpassing bestemmingsplan n.a.v. zienswijzen
Beroepsprocedure
Vaststelling bestemmingsplan
Bekendmaking vastgesteld bestemmingsplan
Beroepstermijn (belanghebbenden)
Beroepstermijn
Eventueel voorbereidingsbesluit vervalt
Bestemmingsplan treedt (gedeeltelijk) in werking
Stedenbouwkundig Plan
Uitwerkingsplan
kan de voorloper van een
wordt na vaststelling opgenomen
bestemmingsplan zijn
in het moederplan
Tijdlijn Eventueel voorbereidingsbesluit De raad kan bepalen dat een bestemmingsplan wordt voorbereid. Hiermee ontstaat een aanhoudingsplicht voor omgevingsvergunningen voor bouwen en eventueel voor aanlegwerkzaamheden. Bekendmaking en inwerkingtreding voorbereidingsbesluit, max. 1 jaar van kracht Het voorbereidingsbesluit wordt bekendgemaakt en treedt in werking. Een voorbereidingsbesluit kan maximaal 1 jaar van kracht zijn. Tegen een voorbereidingsbesluit kan geen beroep worden ingesteld. Kennisgeving van voorgenomen bestemmingsplan Een kennisgeving van het voornemen een bestemmingsplan op te stellen is verplicht indien er sprake is van ruimtelijke ontwikkelingen. Is daar geen sprake van dan hangt het af van de algemene inspraakverordening of een kennisgeving gegeven moet worden. Onderzoek en bestuurlijk vooroverleg College van burgemeester en wethouders moeten onderzoek (laten) verrichten naar relevante feiten en af te wegen belangen. Tevens zijn gemeenten verplicht om vooroverleg te voeren met onder andere de provincie, het Rijk en het waterschap. Eventueel voorontwerp, kennisgeving en inzage Of er een voorontwerp wordt vastgesteld en ter inzage gelegd, hangt af van de algemene inspraakverordening. Eventueel inspraak Of er gelegenheid tot inspraak geboden moet worden, hangt af van de algemene inspraakverordening.
Kennisgeving ontwerpbestemmingsplan Burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging van het ontwerp bekend. Inzage ontwerpbestemmingsplan De officiële procedure begint met het ter inzage leggen van een ontwerpbestemmingsplan. De stukken moeten gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Zienswijzen Door eenieder kunnen zienswijzen omtrent het ontwerp worden ingediend. Dit kan mondeling of schriftelijk gebeuren. Eventueel voorbereidingsbesluit blijft van kracht Indien gedurende de looptijd van een voorbereidingsbesluit een ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd, dan blijft het van kracht tot het bestemmingsplan in werking treedt. Eventuele aanpassing naar aanleiding van zienswijzen Mogelijk geven de zienswijzen aanleiding tot nader onderzoek dan wel het aanbrengen van wijzigingen in het plan. Vaststelling bestemmingsplan Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging beslist de gemeenteraad over de vaststelling van het plan. Bekendmaking vastgesteld bestemmingsplan De vaststelling van het bestemmingsplan wordt binnen 2 weken na het nemen van het besluit bekendgemaakt. Deze termijn bedraagt 6 weken indien Gedeputeerde Staten of I&M een zienswijze heeft ingediend en deze niet (volledig) is overgenomen of indien het plan gewijzigd is ten opzichte van het ontwerp.
Indien Gedeputeerde Staten respectievelijk I&M gebruik maken van de mogelijkheid een reactieve aanwijzing te geven, bedraagt de termijn 7 weken. Beroepstermijn 6 weken Gedurende 6 weken zijn belanghebbenden in de gelegenheid om beroep in te stellen bij de Raad van State. Eventueel voorbereidingsbesluit vervalt Een eventueel voorbereidingsbesluit vervalt met de inwerkingtreding van een bestemmingsplan. Bestemmingsplan treedt (gedeeltelijk) in werking Het vastgestelde besluit treedt in werking na de dag waarop de beroepstermijn afloopt. Indien aan delen van het plan een aanwijzing is gegeven, treden deze delen niet in werking.
Maximaal 1 jaar van kracht, tenzij een bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd.
Algemene inspraakverordening Algemene inspraakverordening
Inzagetermijn: 6 weken
Gedurende de inzagetermijn
Binnen 12 weken na inzagetermijn Binnen 2, of na 6 of 7 weken na vaststelling bestemmingsplan
6 weken
1 dag na afloop van de beroepstermijn
9
10
Bestemmingsplanprocedure nieuw bestuurlijk stelsel
lokaal
stedelijk
voorbereiding bestuurscie
voorbereiding college
voorontwerp voorontwerp i.o.v. college
ph/db geeft vrij voor participatie /vooroverleg
wh geeft vrij voor participatie /vooroverleg
evt. advies stadsdeelcie
evt. advies db/stadsdeelcie
participatie en vooroverleg
participatie en vooroverleg
voorbereidingsfase
voorontwerp i.o.v. db
participatie geen participatie vooroverleg
geen participatie vooroverleg
ontwerp ph draagt ontwerp over aan wh
college geeft ontwerp vrij ter inzage
cie kan piepen
ter inzage zienswijzen college past ontwerp evt. aan n.a.v. zienswijze of ambtshalve
vaststellingsfase
wh geeft ontwerp vrij ter inzage
vaststelling raad stelt bestemmingsplan vast
evt. beroep bij Raad van State
beroepsfase
beroep
Procedure omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning kent twee soorten procedures: de reguliere (korte) en de uitgebreide (lange) procedure. In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wordt primair geregeld welke procedure gevolgd moet worden. In algemene zin moet een eenvoudige aanvraag de reguliere procedure volgen en is de uitgebreide procedure bedoeld voor complexe aanvragen. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om te besluiten op aanvragen om een omgevingsvergunning. Zij heeft deze bevoegdheid aan het Dagelijks Bestuur van een stadsdeel of de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied om uit te voeren. Het college blijft te allen tijde bevoegd. Bij een omgevingsvergunning met uitgebreide procedure heeft de gemeenteraad een beperkte rol, namelijk tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen in de door de gemeenteraad aangewezen gevallen.
12
Omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning kent twee soorten procedures, de reguliere en de uitgebreide Wabo procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt er in het algemeen vanaf of de aanvraag eenvoudig is of complex. Zo zal een bouwaanvraag die afwijkt van het bestemmingsplan maar wel in behandeling wordt genomen, de uitgebreide Wabo procedure moeten doorlopen.
Reguliere Wabo procedure
Aanvrager
Indienen aanvraag
Aanvulling
Evt. bezwaar
Loket gemeente Amsterdam
Burgers en belanghebbenden
Uitgebreide Wabo procedure
Aanvrager
Indienen aanvraag
In behandeling nemen Vraag om aanvulling
Aanvulling
Evt. hoger beroep
Vraag om aanvulling
Ontwerp omgevingsvergunning
Publicatie besluit
Publicatie ontwerp
Bezwaartermijn
Evt. bezwaar
Evt. zienswijze
Beroepstermijn
Beroep rechtbank Hoger beroep Raad van State
Besluit onherroepelijk
Burgers en belanghebbenden
In behandeling nemen
Besluit vergunning College
Ter inzage ontwerp vergunning
Evt. zienswijze
Besluit vergunning College
Besluit op bezwaar
Evt. beroep
Loket gemeente Amsterdam
Evt. beroep
Evt. hoger beroep
Evt. beroep
Beroepstermijn
Beroep Raad van State
Besluit onherroepelijk
Evt. beroep
Milieueffectrapport (MER) Wat is het doel van een MER? Een project of een plan heeft veelal een (gebieds)ontwikkeling tot doel. Om de milieugevolgen van een project of plan in beeld te krijgen wordt een MER opgesteld. De functie van het MER is om de gevolgen voor het milieu inzichtelijk te maken, zodat het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming in kan nemen.
Begrippen in een notendop In de wet- en regelgeving voor de MER worden diverse begrippen en afkortingen gebruikt die op elkaar lijken maar elk een eigen betekenis hebben. Om verwarring te voorkomen is het goed om kort stil te staan bij MER/ m.e.r./m.e.r.-beoordeling en plannen/projecten.
MER en m.e.r. Met m.e.r. wordt de procedure milieueffectrapportage bedoeld en met MER wordt het product het milieueffectrapport zelf bedoeld.
Wat is een MER? MER staat voor Milieueffectrapport. In het MER worden de milieugevolgen van een project of plan in beeld gebracht en worden de alternatieven en uitgevoerde onderzoeken beschreven en worden de milieueffecten van de alternatieven met elkaar vergeleken. Het MER is een bijlage bij (veelal) het bestemmingsplan.
Wat is een m.e.r.? M.e.r. staat voor milieueffectrapportage. Gedoeld wordt op de procedure die uiteindelijk moet leiden tot het MER. Een m.e.r. moet worden uitgevoerd bij de voorbereiding van besluiten over bepaalde activiteiten die belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen hebben.
Wat is een m.e.r.-beoordeling? Voor sommige activiteiten geldt niet direct een m.e.r.-plicht, maar moet worden beoordeeld of die activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Dit is de m.e.r.beoordeling. Is dat het geval, dan moet alsnog een m.e.r. worden gedaan. Er kan ook worden afgezien van een m.e.r.-beoordeling, en direct voor een m.e.r. worden gekozen. Dit wordt ook wel een vrijwillige m.e.r. genoemd.
Plannen en projecten In de wet- en regelgeving voor de MER wordt onderscheid gemaakt tussen plannen en projecten. Een MER voor een plan (vaak plan-MER genoemd) ondersteunt de overheid bij het maken van strategische afwegingen, zoals bij de keuze van locaties voor woningen of bedrijven. Een MER voor een project (project- of besluit-MER genoemd) heeft betrekking op een besluit over de realisatie van een activiteit inzake de milieugevolgen van concrete alternatieven. Wanneer een bestemmingsplan de realisatie van zo’n activiteit direct mogelijk maakt, dan is sprake van een project en project-MER.
14
Wanneer is MER verplicht? De wet- en regelgeving voor de m.e.r. is mede vanuit Europa ingegeven en in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm) en het Besluit m.e.r. In de Wm is de m.e.r.-procedure geregeld en het Besluit m.e.r. beschrijft welke activiteiten m.e.r.-plichtig zijn. Een m.e.r. is verplicht bij een plan als: het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor volgens de Wet milieubeheer een project-m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling verplicht is; of als de ontwikkelingen binnen het plan mogelijk tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een Passende beoordeling nodig is. Een m.e.r. is verplicht bij een project als: de activiteit is opgenomen in kolom 1 van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r.; de omvang van de activiteit de drempelwaarde overschrijdt, en er een besluit als genoemd in kolom 4 van de C-lijst nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is verplicht bij een project als de activiteit is opgenomen in kolom 1 van onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r.. Leidt die beoordeling ertoe dat de activiteit mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, dan dient een m.e.r. te worden uitgevoerd. Het bovenstaande is in de onderstaande afbeelding gevisualiseerd.
15
Samenhang tussen MER en ruimtelijk besluit Een m.e.r. moet procedureel gekoppeld worden aan een ruimtelijk besluit. Dat is veelal een bestemmingsplan maar kan ook een omgevingsvergunning zijn. Een m.e.r. kan betrekking hebben op een ontwikkeling waarvoor door de tijd heen meerdere besluiten worden genomen. De procedurele koppeling vindt plaats aan het eerste ruimtelijke besluit dat wordt genomen ten behoeve van de betreffende (gebieds)ontwikkeling. Dat wil zeggen dat de m.e.r. procedure gekoppeld is aan de procedure die moet worden doorlopen voor het betreffende plan of besluit. Dat is veelal een bestemmingsplan maar kan ook een omgevingsvergunning zijn. Bij de besluitvorming over dit eerste ruimtelijke besluit zal de raad worden verzocht het MER te aanvaarden of ermee in te stemmen. Het MER wordt niet vastgesteld. Voor opvolgende besluiten hoeft dan niet telkens weer de m.e.r. procedure te worden doorlopen maar wordt de MER wel bij elk opvolgend ruimtelijk besluit betrokken. Telkens opnieuw zal moeten worden overwogen of het MER nog aan het betreffende besluit ten grondslag kan worden gelegd. Soms is nodig dat aanvullend onderzoek plaatsvindt.
Procedure MER Er zijn twee m.e.r.-procedures, namelijk een uitgebreide en beperkte procedure. De uitgebreide procedure geldt voor plannen, zoals structuurvisies, bestemmingsplannen en complexe projecten. Een project is complex als er een passende beoordeling voor nodig is en/of wanneer de overheid zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. Voorbeelden hiervan zijn een bestemmingsplan(herziening) of een dijkversterkingsplan. De beperkte procedure geldt voor vergunningen zoals een omgevingsvergunning en sommige Waterwetvergunningen. Als voor deze vergunningen een passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming is vereist, dan geldt de uitgebreide procedure. Een MER begint met te bepalen welke onderzoeken er verricht moeten gaan worden om het milieubelang volwaardig te kunnen meewegen in de besluitvorming over een plan of een project. Oftewel de reikwijdte van het onderzoek moet worden bepaald en afgebakend. Dit gebeurt in de zogenaamde Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) waarin wordt vastgelegd waar het onderzoek zich vooral op moeten richten, wat is minder belangrijk en wat kan zelfs helemaal buiten beschouwing blijven. De NRD vormt als het ware de start van de m.e.r. procedure en aan de hand van de adviezen en reacties die opgehaald worden kan het MER worden opgesteld.
Vervolgens wordt de MER gekoppeld aan de procedure van het ruimtelijke besluit en doorloopt de procedure van het betreffende ruimtelijke besluit. In de visualisatie is de samenhang in procedure van MER en bestemmingsplan tot uiting gebracht. Dit is geen blauwdruk want de praktijk laat zien dat ook andere besluitvormingsprocedures/-stappen al dan niet gecombineerd met andere besluiten kunnen voorkomen.
16
M.e.r. procedure
Bestemmingsplan
Inspraak startnotitie, advies over de reikwijdte en detailniveau (Commissie m.e.r) en adviezen wettelijke adviseurs Uitbrengen advies reikwijdte en detailniveau voor het MER door gemeenteraad Opstellen MER
Opstellen ontwerpbestemmingsplan, overleg reacties op concept ontwerpbestemmingsplan
Bestuurlijke behandeling MER
Bestuurlijke behandeling ontwerpbestemmingsplan
Terinzagelegging/inspraak MER, toetsingsadvies Commissie m.e.r. en adviezen wettelijke adviseurs
Terinzagelegging, zienswijzen ontwerpbestemmingsplan
Beantwoording zienswijzen (inclusief inspraakreacties en adviezen MER) Vaststelling door gemeenteraad Beroepsprocedure bestemmingsplan
Actoren in de procedure MER
Bevoegd gezag De overheid die het m.e.r.-plichtige besluit neemt. Op gemeentelijk niveau is dit meestal de gemeenteraad.
Initiatiefnemer De initiatiefnemer van een m.e.r.-plichtige activiteit kan iedereen zijn. Een particulier of een bedrijf die een windturbine wil plaatsen of de minister die een snelweg wil aanleggen. Het kan ook de overheid zelf zijn, wanneer die initiatiefnemer is voor een bepaalde gebiedsontwikkeling. Binnen Amsterdam is dit laatste meestal het geval. De initiatiefnemer stelt het milieueffectrapport op of laat dit doen door bijvoorbeeld een adviesbureau.
Commissie m.e.r. De onafhankelijke Commissie m.e.r. is bij wet ingesteld en adviseert overheden over de kwaliteit van milieu-informatie. Zij kan of moet worden verzocht advies te geven: bij de start van een m.e.r.-procedure; als het milieueffectrapport geschreven is; op andere momenten.
17
Verklarende woordenlijst
18
A
Aanwijzing rijk/provincie Indien vanuit provinciaal of nationaal belang met het oog op de goede ruimtelijke ordening noodzakelijk geacht kan de Gedeputeerde Staten respectievelijk de minister de gemeente een aanwijzing geven. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen een proactieve aanwijzing en een reactieve aanwijzing.
ABRvS - Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State/Afdeling De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt geschillen op bestuursrechtelijk gebied. Personen of organisaties kunnen bij de Afdeling in beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan. Zij kunnen ook in algemeen hoger beroep tegen een bestuursrechtelijke uitspraak van een rechtbank.
Actueel bestemmingsplan Een bestemmingsplanherziening kan worden opgesteld en in procedure gebracht om een concreet initiatief mogelijk te maken. Het doel van die bestemmingsplanprocedure is zo snel mogelijk een omgevingsvergunning te krijgen. De gemeente kan met een bestemmingsplan ook als doel hebben de bestaande situatie te voorzien van een nieuwe actuele juridisch-planologische regeling. De wet verplicht de gemeente alle bestemmingsplannen één keer per 10 jaar te vernieuwen. De gemeente stelt dan bestemmingsplannen vast voor hele grote gebieden in één keer.
Actualiseringsplicht Sinds 1 juli 2018 is de actualiseringsplicht afgeschaft. Deze hield in dat een bestemmingsplan niet ouder mocht zijn dan 10 jaar. Het afschaffen van deze plicht betekent niet dat bestemmingsplannen niet meer geactualiseerd hoeven te worden. Dit is en blijft noodzakelijk om bestemmingsplannen actueel en toegesneden op de behoefte te houden.
Awb - Algemene wet bestuursrecht De Awb is een Nederlandse wet die de algemene regels bevat voor de verhouding tussen de overheid en de individuele burgers, bedrijven en dergelijke. Dit gebied heet het bestuursrecht; een onderdeel daarvan is het bestuursprocesrecht.
B
Beeldkwaliteitsplan Een plan waarin ten behoeve van een specifieke ontwikkeling dan wel een ontwikkelingsgericht plan eisen opgenomen worden ten aanzien van de inrichting van de openbare ruimte en van de architectonische uitwerking (bijvoorbeeld eisen aan de gevel, kapvormen, kleurgebruik, etc.). Het beeldkwaliteitsplan kan als aanvulling op de welstandsnota vastgesteld worden door de gemeenteraad, in dat geval kan het worden gebruikt bij de welstandstoetsing.
19
B
Beheerplan/conserverend plan Een bestemmingsplan dat gericht is op behoud van de bestaande situatie, mogelijke veranderingen binnen het plan zijn ondergeschikt.
Beheersverordening Naast een bestemmingsplan kan de gemeenteraad ook kiezen voor het instrument van de beheersverordening. Zoals de naam al aangeeft, is dit instrument bedoeld voor gebieden waarin de nadruk ligt op het beheren van de bestaande situatie.
Bekendmaking vaststelling bestemmingsplan De bekendmaking van de vaststelling van een bestemmingsplan geschiedt door het plaatsen van een kennisgeving van het besluit in de Staatscourant en op ruimtelijkeplannen.nl.
Beroepsprocedure bestemmingsplan Tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan staat geen bezwaar open (in de zin van artikel 7.1 Awb). Na de vaststelling van het bestemmingsplan dient het plan binnen twee weken bekend worden gemaakt (zie bekendmaking). De beroepstermijn loopt vanaf de dag na de bekendmaking en duurt zes weken.
Bestemmingsplan Het bestemmingsplan is een gemeentelijk instrument dat regelt voor welke functies gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt en welke bouwmogelijkheden er zijn. Een bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen, te weten: toelichting, regels en verbeelding. De regels en verbeelding zijn juridisch bindend.
Bestemmingsplan (voorbereidings)procedure Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is de openbare uniforme voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Awb) van toepassing. In afwijking van de openbare uniforme voorbereidingsprocedure waar doorgaans alleen belanghebbenden een zienswijze omtrent het ontwerp besluit kunnen indienen, kan in het geval van een bestemmingsplan eenieder een zienswijze omtrent het ontwerp indienen.
Bestuurlijke lus/tussenuitspraak Sinds 1 januari 2010 is de 'bestuurlijke lus' geregeld. De regeling houdt voor bestemmingsplanzaken het volgende in. Als de Afdeling constateert dat aan een besluit een of meer gebreken kleven dan kan zij het bestuursorgaan opdragen het gebrek binnen een bepaalde termijn te herstellen of te laten herstellen. De Afdeling doet dit in een tussenuitspraak waarin zij zoveel mogelijk vermeldt op welke wijze het gebrek kan worden hersteld. Het bestuursorgaan dient de Afdeling schriftelijk mee te delen op welke wijze het gebrek is hersteld. Partijen worden vervolgens in de gelegenheid gesteld om schriftelijk hun zienswijze naar voren te brengen over de wijze waarop het gebrek is hersteld. Vervolgens zal de Afdeling een (eind)uitspraak doen over de ingestelde beroepen. Toepassing van de 'bestuurlijke lus' is alleen aan de orde als het geconstateerde gebrek binnen redelijke termijn herstelbaar is.
20
B
Binnenplanse afwijking/afwijkingsbevoegdheid In een bestemmingsplan kan een bevoegdheid worden opgenomen voor burgemeester en wethouders om in bepaalde situaties en onder bepaalde criteria af te wijken van bepaalde regelingen uit het bestemmingsplan. Burgemeester en wethouders kunnen van de afwijkingsbevoegdheid gebruik maken door het verlenen van een omgevingsvergunning (ex. Artikel 2, eerste lid aanhef en onder c Wabo juncto artikel 2.12, eerste lid, sub a aanhef en onder 1 Wabo). Voor het verlenen van deze omgevingsvergunning geldt de reguliere voorbereidingsprocedure.
Bor - Besluit omgevingsrecht In het Bor wordt o.a. geregeld wanneer geen omgevingsvergunning nodig is. Daarnaast worden aanvullende regels gegeven over de beslissingsbevoegdheid, de wijze van aanvragen, de indieningsvereisten en de voorschriften die aan een omgevingsvergunning kunnen worden verbonden. Het Bor regelt ook wanneer een tijdelijke of persoonsgebonden vergunning kan worden verleend, wanneer een advies of verklaring van geen bedenkingen benodigd is.
Bouwregels In de bouwregels worden beperkingen gesteld aan het bouwen binnen de bestemming. Vaak worden er maximale afmetingen vastgelegd voor gebouwen, wordt bepaald dat bepaalde gebouwen binnen een in de verbeelding aangegeven bouwvlak dienen te worden gebouwd, wordt verplicht dat de gebouwen worden afgedekt met een kap, enzovoort.
Bro - Besluit ruimtelijke ordening De grondslag voor deze Algemene Maatregel van Bestuur ligt vast in verschillende artikelen van de Wet ruimtelijke ordening. Het besluit geeft algemene regels voor de vormgeving, inrichting, beschikbaarstelling, bekendmaking en terinzagelegging van ruimtelijke besluiten en de toelichting of onderbouwing daarbij. Het bevat ook een aantal inhoudelijke bepalingen. Daarnaast geeft het onder andere procedureregels voor verschillende planologische besluiten, financiële bepalingen en overgangsbepalingen.
Buitenplanse afwijking/projectafwijkingsbesluit Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c Wabo een omgevingsvergunning verlenen voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Een dergelijke omgevingsvergunning dient vergezeld te gaan met een goede ruimtelijke onderbouwing en op de verlening van de vergunning is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing.
C
Coördinatieregeling/-verordening Dit is een instrument om verschillende procedures die noodzakelijk zijn voor vergunningverlening gezamenlijk te doorlopen. Zo kan een bestemmingsplan en een omgevingsvergunning gecoördineerd voorbereiden en bekendmaken.
21
C
Chw - Crisis- en herstel De Chw is in het leven geroepen ten behoeve van versnelling van ruimtelijke projecten. Dit om de economische crisis en haar gevolgen te bestrijden. Per 25 april 2013 is deze wet permanent geworden. De Chw is vooral gericht op grote infrastructurele projecten en projecten gericht op duurzaamheid, innovatie en energie, alsmede woningbouwplannen. In verband met de gewenste versnelling heeft de Chw gezorgd voor wijzigingen in de rechtsbescherming van burgers en van overheden en als onderdeel daarvan de toegang tot de rechter.
Consolidatieplan/consoliderend bestemmingsplan Een ruimtelijk plan waarin verschillende plannen worden samengevoegd tot één versie. Met een consolidatieplan kunnen partiële herzieningen, postzegelplannen en de gevolgen van een gerechtelijke uitspraak verwerkt worden in het onderliggend bestemmingsplan. Het consolidatieplan heeft geen juridische status, maar komt ten behoeve van de leesbaarheid van de verschillende plannen die zijn vastgesteld.
D E F
Digitaliseringsplicht Op 1 januari 2010 is de digitale verplichting zoals neergelegd in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), in werking getreden. Dit houdt in dat structuurvisies, (bestemmings)plannen, buitenplanse afwijkingen, verordeningen en algemene maatregelen van bestuur digitaal worden opgesteld, vastgesteld en beschikbaar gesteld. Het beschikbaar stellen van deze instrumenten gebeurt op ruimtelijkeplannen.nl.
Exploitatieplan Een exploitatieplan geeft inzicht in de wijze waarop de plankosten worden verhaald. Het is een berekening van de exploitatiebijdrage die de grondeigenaar dient te betalen.
Flexibel bestemmingsplan Een ruimtelijk plan waarin door middel van onderzoek een globale ontwikkelrichting, een gewenste sfeer en een identiteit voor een gebied is vastgesteld. Tevens wordt een ‘belemmeringenpakket’ opgesteld, waarbij de speelruimte wordt opgezocht. Ligt in het verlengde van het globale bestemmingsplan en wordt door sommigen gezien als oplossing voor stagnerende fysieke ontwikkelingen.
Flexibiliteitsbepalingen Om flexibiliteit te creëren in een bestemmingsplan is in artikel 3.6 van de Wro de mogelijkheid gegeven regels op te nemen waarin bepaald wordt dat het bevoegd gezag met inachtneming van de bij het plan te geven regels het plan kan wijzigen (zie wijzigingsbevoegdheid), het plan moet uitwerken (zie uitwerkingsplicht), kan afwijken van het plan (zie binnenplanse afwijking) en/of nadere eisen kan stellen ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen.
22
G
Gebruiksregels Om duidelijkheid te verschaffen over de vraag wat er allemaal wel en niet in de bestemming is toegestaan worden er vaak (specifieke/algemene) gebruiksregels opgenomen in een bestemmingsplan.
Globaal bestemmingsplan Een bestemmingsplan dat zich beperkt tot het vastleggen van de bestemming van een bepaald gebied zonder daarbij op detailniveau in te gaan op de voorwaarden die binnen dat gebied gelden. In een globaal bestemmingsplan worden weinig beperkingen gesteld.
GML Een GML-bestand kan zowel informatie over geometrie als over attributen bevatten. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om informatie over de toegepaste coördinaat systemen, topologie, tijd en gebruikte meeteenheden op te slaan. Een GML-bestand is primair bedoelt voor opslag en transport van data. In de ruimtelijke ordening wordt het GML-bestandsformaat gebruikt om plankaarten uit te wisselen. Aan dit bestand zijn tekstbestanden gekoppeld zoals; planregels, toelichting etc.
H I
Herziening De term ‘wijzigen’ wordt vaak gebruikt in plaats van de term ‘herzien’. Het herzien van een bestemmingsplan is echter wezenlijk wat anders, er wordt dan een compleet nieuw bestemmingsplan vastgesteld. Bij het wijzigen blijft het geldende bestemmingsplan bestaan.
IMRO IMRO staat voor Informatie Model Ruimtelijke Ordening. In dit informatiemodel is de opbouw en structuur van digitale ruimtelijke instrumenten voorgeschreven.
Inpassingsplan Een bestemmingsplan van de provincie of het rijk. Indien er sprake is van provinciale dan wel nationale belangen kan de Provinciale Staten respectievelijk de minister een inpassingsplan vaststellen, met uitsluiting van de bevoegdheid van de gemeenteraad een bestemmingsplan vast te stellen. In het inpassingsplan wordt bepaald hoe lang deze uitsluiting voortduurt.
Inspraak bestemmingsplan In sommige gevallen wordt aan de burger, gelegenheid van inspraak geboden op het voorontwerpbestemmingsplan. Dit is niet voorgeschreven in de wet en maakt geen deel uit van de officiële voorbereidingsprocedure. Of en via welke procedure er inspraak over een voorontwerp gegeven kan worden, dient de gemeente vast te leggen in een inspraakverordening.
Inspraakverordening Op basis van de Gemeentewet (artikel 150) is de gemeenteraad verplicht een verordening vast te stellen waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken. Deze verordening wordt de (algemene) inspraakverordening genoemd.
23
I K M
Inwerkingtreding bestemmingsplan Het bestemmingsplan treedt in werking op het moment dat de beroepstermijn afloopt, tenzij het rijk of de provincie een aanwijzing heeft gegeven dan wel een voorlopige voorziening is toegewezen in de beroepsprocedure.
Kruimelgevallen Gevallen van functiewijziging dan wel bouwmogelijkheden waarvoor burgemeester en wethouders op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 Wabo kunnen afwijken van het bestemmingsplan, waarbij de reguliere voorbereidingsprocedure gevolgd kan worden.
Milieueffectrapport (MER) In een milieueffectrapport (MER) worden de milieugevolgen van een project of plan behandeld. De inhoud van een MER moet aan een aantal eisen voldoen. Deze inhoudelijke eisen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer. Het belangrijkste is dat in een milieueffectrapport (MER) de milieueffecten van een plan of een project behandeld worden. Hiervoor worden de effecten van het plan of project vergeleken met de referentiesituatie (dit is de situatie waarbij het plan of project niet wordt uitgevoerd). Een MER moet daarnaast ook ingaan op de beoogde mitigerende en compenserende maatregelen.
Milieueffectrapportage (M.e.r.) Indien plannen en besluiten grote nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben moet een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden doorlopen. Dit wordt altijd gedaan met een milieueffectrapport (MER). De noodzaak voor een m.e.r. kan voortkomen uit wettelijke verplichtingen (door een toetsing aan het Besluit m.e.r., een passende beoordeling in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 of een toetsing aan de provinciale milieuverordening). Bij sommige projecten wordt ervoor gekozen een m.e.r. vrijwillig op te starten.
Moederplan Het bestemmingsplan dat de grondslag vormt voor een uitwerkingsplan of een wijzigingsplan.
N O
Nadere eisen Nadere eisen kunnen worden ingezet als middel om binnen een basiseis in het bestemmingsplan normen op te leggen.
Omgevingsvergunning Een vergunning op grond van de Wabo. Hieronder vallen onder meer een vergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan, een vergunning voor het bouwen van bouwwerken en een vergunning voor het oprichten van een inrichting.
24
O
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden/aanlegvergunning In een bestemmingsplan kan een stelsel opgenomen worden waardoor een omgevingsvergunning verplicht wordt gesteld voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden (voor de invoering van de Wabo: aanlegvergunning). Dit wordt opgenomen om te voorkomen dat de in het bestemmingplan begrepen grond minder geschikt wordt voor de verwezenlijking van de bestemming of om de verwezenlijkte bestemming te handhaven en te beschermen.
Omgevingswet Met een nieuwe Omgevingswet is het de bedoeling van het rijk om de wet- en regelgeving met betrekking tot de omgeving te vereenvoudigen. Een eenvoudiger en beter samenhangend omgevingsrecht draagt er vervolgens aan bij om actiever en efficiënter aan een dynamische en duurzame leefomgeving te kunnen werken. De nieuwe wet zal daarmee een aanzienlijke inhoudelijke reductie van regels, wetten en regelingen op het terrein van de fysieke leefomgeving betekenen. Naar alle waarschijnlijkheid treedt de Omgevingswet op 1 januari 2021 in werking.
Onherroepelijk bestemmingsplan Een bestemmingsplan wordt onherroepelijk de dag na afloop van de beroepstermijn (zie beroepsprocedure bestemmingsplan) van het vastgestelde plan, tenzij er beroep is ingesteld. In dat geval wordt het plan pas onherroepelijk na de uitspraak van de Afdeling over het ingestelde beroep, afhankelijk van de strekking van de uitspraak.
Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan is de versie van het bestemmingsplan die de officiële voorbereidingsprocedure ingaat
Ontwikkelingsgericht plan Een bestemmingsplan dat voorziet in ontwikkeling van nieuwe functies of bouwmogelijkheden.
Overgangsrecht bestemmingsplan Het overgangsrecht in bestemmingsplannen is gestandaardiseerd door de verplichting in de Bro het aldaar voorgeschreven overgangsrecht op te nemen. Dit overgangsrecht ziet erop toe dat bestaande bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan herbouwd mogen worden dan wel bestaand gebruik dat in strijd is met het bestemmingsplan voortgezet mag worden. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de inhoud van het bestaande bouwwerk met maximaal 10% wordt vergroot.
Overlegplicht bestemmingsplan/wettelijk vooroverleg De gemeenteraad is verplicht bij de voorbereiding van het bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn (onder meer de provincie en het waterschap).
25
P
Paraplubestemmingsplan Een paraplubestemmingsplan is een partiële herziening van meerdere bestemmingsplannen. Op een of meer aspecten worden diverse bestemmingsplannen met een paraplubestemmingsplan aangepast of aangevuld, voor het overige blijven de desbetreffende bestemmingsplannen van kracht.
Partiële herziening Gedeeltelijke herziening van een bestemmingsplan, waarbij op één of meer aspecten het bestemmingsplan wordt aangepast of aangevuld, voor het overige blijven het desbetreffende bestemmingsplan van kracht.
Plangebied De gronden waarop het plan betrekking heeft.
Planschade Schade als gevolg van bepaalde planologische maatregelen (bijvoorbeeld bestemmingsplan, omgevingsvergunning). Planschade is een vorm van nadeelcompensatie. Planschade kan bestaan uit vermogensschade of inkomensschade.
Postzegelbestemmingsplan De benaming voor een bestemmingsplan voor een (zeer) klein plangebied, bijvoorbeeld voor het wijzigen van de functie op één perceel.
Proactieve aanwijzing De Gedeputeerde Staten dan wel de minister kan de gemeenteraad opdragen binnen een bepaalde termijn een bestemmingsplan vast te stellen overeenkomstig daarbij gegeven voorschriften omtrent de inhoud van dat bestemmingsplan (artikel 4.2/4.3 Wro).
Procedure wijziging/uitwerking bestemmingsplan Op de voorbereiding van een wijziging/uitwerking van een bestemmingsplan is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing. Burgemeester en wethouders dienen binnen 8 weken na afloop van de termijn van terinzagelegging een besluit te nemen omtrent de uitwerking of wijziging.
Provinciale (omgevings)verordening Verordening van de provincie aangaande omgevingsaspecten. In de provinciale omgevingsverordening worden vaak regels voorgeschreven die binnen een bepaalde periode door vertaald moeten worden in het bestemmingsplan dan wel waarmee in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden.
26
R
Reactieve aanwijzing Indien de zienswijze van de Gedeputeerde Staten dan wel minister niet (volledig) is overgenomen of indien de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan in het bestemmingsplan wijzigingen heeft aangebracht ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, anders dan op grond van zienswijzen van Gedeputeerde Staten dan wel de minister, kan Gedeputeerde Staten dan wel de minister, de gemeenteraad een aanwijzing geven. Dit moet vanuit provinciaal respectievelijk nationaal belang noodzakelijk worden geacht met het oog op de ruimtelijke ordening. De strekking van de aanwijzing is dat een bepaald onderdeel geen deel uitmaakt van het bestemmingsplan dat is vastgesteld.
Regels bestemmingsplan De regels van een bestemmingsplan betreffen in elk geval de regels omtrent het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken.
Reguliere voorbereidingsprocedure De beslistermijn voor een omgevingsvergunning in de reguliere voorbereidingsprocedure is 8 weken (kan eventueel met 6 weken worden verlengd). Tegen het besluit staat bezwaar, beroep en hoger beroep open.
Ruimtelijk relevant In de jurisprudentie van de Afdeling wordt niet duidelijk uiteengezet wat ‘ruimtelijk relevant’ is. De uitspraken waarin wordt gesproken over het al dan niet ruimtelijke relevant zijn, zijn doorgaans locatie-specifiek.
Ruimtelijke onderbouwing Een omgevingsvergunning voor het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c Wabo) dient vergezeld te gaan van een goede ruimtelijke onderbouwing. Deze ruimtelijke onderbouwing gaat in op de afwegingen die aan het initiatief waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend ten grondslag liggen en is vergelijkbaar met de toelichting van een bestemmingsplan (zie toelichting bestemmingsplan). Een ruimtelijke onderbouwing gaat vergezeld van een verbeelding waarin de contour van het betreffende plangebied is aangegeven.
Ruimtelijke ordening De vorming en de uitvoering van overheidsbeleid betreffende de bestemming, de inrichting en het beheer en gebruik van onroerende zaken. Het ruimtelijk ordeningsrecht heeft als doel een goede ruimtelijke ordening te verwezenlijken en te handhaven. De regels die hiertoe gesteld worden en de activiteiten waarop deze betrekking hebben dienen, volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling ruimtelijk relevant te zijn.
Ruimtelijkeplannen.nl De digitaliseringsplicht schrijft overheden voor hun ruimtelijke plannen op deze website aan te bieden. Zie http://www.ruimtelijkeplannen.nl of voor de mobiele website www.watmagwaar.nl
27
S
Structuurvisie Een plan waarin het gewenste toekomstige gebruik van de ruimte is aangegeven. De werkingsduur is doorgaans 10 tot 20 jaar. De structuurvisie is een zuiver beleidsstuk, dat wil zeggen dat de burgers er niet rechtstreeks rechten aan kunnen ontlenen. Daardoor kan de gemeenteraad in alle vrijheid nadenken over de toekomst voor de gemeente. Voor de gemeenteraad zelf is de structuurvisie leidend: de bestemmingsplannen die naderhand worden vastgesteld moeten in principe in overeenstemming zijn met de structuurvisie. Afwijken mag, mits goed gemotiveerd.
SVBP Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen. Deze Standaard verplicht om bestemmingsplannen op vergelijkbare wijze op te bouwen en op eenzelfde manier te verbeelden. In de SVBP zijn daarom standaard bestemmingen gegeven die aan gronden kunnen worden gegeven. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van verschillende aanduidingen en dubbelbestemmingen.
T
Terinzagelegging bestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegd zodat eenieder het plan kan inzien en eventuele zienswijzen naar voren kan brengen. De terinzagelegging moet worden kennisgegeven in Staatscourant en dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze. Het ontwerpplan moet digitaal beschikbaar gesteld (ter inzage gelegd) worden ruimtelijkeplannen.nl.
Tijdelijke afwijking Een gemeente kan een omgevingsvergunning verlenen voor een bepaalde termijn. Bijvoorbeeld voor een noodlokaal bij een school. De gemeente kan hiervoor een omgevingsvergunning verlenen die geldt voor maximaal 10 jaar. Nadien moet de toestand weer in de oorspronkelijke staat worden teruggebracht.
Toelichting bestemmingsplan De toelichting geeft een goede ruimtelijke onderbouwing voor het initiatief. Hierin wordt ook de bedoeling van het plan verduidelijkt en de uitvoerbaarheid aangetoond.
U
Uitgebreide voorbereidingsprocedure Voor bepaalde omgevingsvergunningen (onder meer het afwijken van het bestemmingsplan) is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Dit houdt in dat de beslistermijn uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing (artikel 3.10 Wabo).
Uitwerkingsplan Een uitwerking van een bestemmingsplan door burgemeester en wethouders op basis van een uitwerkingsplicht die is opgenomen in het moederplan.
28
U
Uitwerkingsplicht De gemeenteraad kan een bestemmingsplan vaststellen met daarin een uitwerkingsplicht met daarbij uitwerkingsregels. Hiermee geeft de gemeenteraad aan burgemeester en wethouders de plicht mee om tijdens de duur van het bestemmingsplan een uitwerkingsplan op te stellen binnen de kaders van de uitwerkingsregels. Met deze planvorm heeft de gemeenteraad invloed op de verdere uitwerking van een ontwikkeling. Het uitwerkingsplan moet binnen de planperiode (10 jaar) van het moederplan uitgewerkt worden. Het uitwerkingsplan gaat deel uit maken van het bestemmingsplan.
Uniforme openbare voorbereidingsprocedure De uniforme openbare voorbereidingsprocedure staat beschreven in afdeling 3.4 van de Awb. Voor besluiten die de uniforme openbare voorbereidingsprocedure moeten volgen geldt dat het ontwerpbesluit gedurende 6 weken ter inzage moet worden gelegd. In deze periode kunnen belanghebbenden schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren brengen.
V
Vastgesteld bestemmingsplan Na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kan het bestemmingsplan (eventueel gewijzigd) worden vastgestelde door de gemeenteraad. Het vastgesteld plan treedt in principe na afloop van de beroepstermijn in werking (zie inwerkingtreding bestemmingsplan).
Verbeelding Een geometrische plaatsbepaling (locatie van een ruimtelijk object, vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem) van het werkingsgebied en de eventueel daarin aangebrachte onderscheidingen, ook wel de digitale plankaart.
Vergunningvrij bouwen In het Bor (bijlage II) zijn de gevallen beschreven waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen artikel 2 en artikel 3 vergunningsvrij.
Verklaring van geen bedenkingen Bepaalde omgevingsvergunningen kunnen pas worden verleend nadat er een verklaring van geen bedenkingen is afgegeven door een ander bestuursorgaan. Zo kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning in voor het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan pas verlenen als de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. Bij het afgeven van de verklaring van geen bedenkingen kan de gemeenteraad voorschriften meegeven aan de ontwikkeling.
Verlengingsbesluit Indien in een gebied geen gewijzigde omstandigheden zijn kan de gemeenteraad in het kader van de actualiseringsplicht volstaan met een verlengingsbesluit. Er moet hierbij wel rekening gehouden worden met alle mogelijk gewijzigde inzichten met een ruimtelijke relevantie (ook op het gebied van bijvoorbeeld geluid, lucht, externe veiligheid of archeologie).
29
V
Vigerend bestemmingsplan Het bestemmingsplan wat op dat moment rechtskracht heeft/geldend is.
Voorbereidingsbesluit De gemeenteraad kan een voorbereidingsbesluit nemen als het een nieuw bestemmingsplan voor een bepaald gebied wil vaststellen. Het voorbereidingsbesluit voorkomt dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan worden benut die strijdig zijn met de belangen die het nieuwe bestemmingsplan gaat behartigen. Het is niet verplicht om een voorbereidingsbesluit te nemen.
Voorlopige bestemming Het is mogelijk om voor tijdelijke functies gebruik te maken van een voorlopige bestemming in het bestemmingsplan. Met dit instrument kunnen bij een bestemmingsplan voorlopige bestemmingen (voor maximaal vijf jaar) worden aangewezen en voorlopige regels worden gegeven. Na verloop van de bij de voorlopige bestemming opgenomen termijn, vervalt de voorlopige bestemming en gaat de definitieve bestemming gelden.
Voorlopige voorziening Beroep tegen een bestemmingsplan wordt ingesteld bij de Afdeling. Na afloop van de beroepstermijn treedt een bestemmingsplan normaal gesproken in werking. Een uitspraak op een beroepschrift tegen een bestemmingsplan kan enige tijd op zich laten wachten. In de tussentijd kunnen er onherstelbare gevolgen optreden. Bijvoorbeeld omdat een nieuwe weg wordt aangelegd op basis van het nieuwe bestemmingsplan. De weg zou in dat geval al gereed kunnen zijn voor de zittingsdag. Om dat te voorkomen kan een voorlopige voorziening worden gevraagd. Deze wordt gevraagd bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. De bedoeling van het verzoek is om het besluit van het bestuursorgaan te laten schorsen.
Voorontwerpbestemmingsplan/concept ontwerpbestemmingsplan Een voorontwerp van een bestemmingsplan is een (eerste) concept. Het voorontwerpbestemmingsplan wordt voorgelegd aan de overlegpartners in het kader van de overlegplicht. Soms wordt het voorontwerp ook ter inspraak aangeboden.
W
Wabo - Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De Wabo is op 1 oktober 2010 is ingevoerd. De wet regelt de omgevingsvergunning. De Wabo integreert een groot aantal (circa 25) vergunningen, ontheffingen en meldingen (verder te noemen toestemmingen) tot één omgevingsvergunning. Eén omgevingsvergunning heeft geleid tot de invoering van één loket, één (digitaal) aanvraagformulier, één bevoegd gezag (één aanspreekpunt), één uniforme en in het algemeen ook kortere procedure, één procedure voor bezwaar en beroep en één handhavend bestuursorgaan. De samenvoeging van deze toestemmingen leidt tot een omvangrijke vermindering van het aantal toestemmingen en een daarmee overeenkomende vermindering van administratieve lasten. Een van de belangrijkste uitvoeringsregelingen van de Wabo is het Besluit omgevingsrecht (Bor).
30
W
Welstand(snota) De gemeenteraad dient een welstandsnota vast te stellen, waarin criteria zijn opgenomen omtrent de passendheid van bouwwerken in relatie tot hun omgeving. De gemeenteraad is hierbij bevoegd bepaalde gebieden aan te wijzen die welstandsvrij zijn.
Wettelijke termijn De gemeenteraad beslist binnen twaalf weken na terinzagelegging van het ontwerpbesluit over de vaststelling van het bestemmingsplan.
Wijzigingsbevoegdheid Een wijzigingsbevoegdheid zal in een bestemmingsplan worden opgenomen om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen. Er kunnen in deze bevoegdheid voorwaarden worden opgenomen waarvan ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan nog niet bekend is of hieraan in de toekomst zal worden voldaan. Hiermee wordt door de raad de bevoegdheid gegeven aan burgemeester en wethouders een initiatief nader af te wegen, er wordt zogezegd een nader afwegingsmoment gecreëerd. Een wijzigingsbevoegdheid dient voldoende objectief te zijn begrensd.
Wijzigingsplan Een wijziging van een bestemmingsplan door burgemeester en wethouders op basis van een wijzigingsbevoegdheid die is opgenomen in het moederplan.
Wm - Wet milieubeheer De Wet milieubeheer is een wet die op 1 maart 1993 de oude "Hinderwet" heeft vervangen. Dit betreft dus niet dezelfde wet, maar het betreft wel hetzelfde onderwerp. Op basis van de Wet milieubeheer worden milieuvergunningen afgegeven. Het oogmerk van de Wet milieubeheer is ruimer dan de Hinderwet; het gaat niet enkel om het voorkomen van hinder, maar ook over ‘de bescherming van het milieu’.
Wro - Wet ruimtelijke ordening De Wro is een Nederlandse wet die regelt hoe ruimtelijke plannen in Nederland tot stand komen en gewijzigd worden. Zowel het Rijk, de provincies als de gemeente hebben de bevoegdheid om ruimtelijke plannen op te stellen. Hiervan is het bestemmingsplan het belangrijkste instrument, dat ook juridisch bindend is. Hoe de ruimtelijke plannen tot stand komen en gewijzigd worden, is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening, die vanaf 1 juli 2008 van kracht is. Deze wet bepaalt de taken van de overheid en de rechten en plichten van burgers, bedrijven en instellingen. Verschillende zaken uit de Wro zijn nader geregeld in het Besluit ruimtelijk ordening (Bro).
Z
Zienswijze ‘Bezwaar’ tegen een ontwerpbesluit. In de Wro dan wel de Wabo is bepaald dat eenieder een zienswijze kan indienen omtrent een ontwerpbestemmingsplan respectievelijk een buitenplanse afwijking.
31