Bijlage 6 - Nota van beantwoording zienswijze Horn 23-A - GEANONIMISEERD
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijze Reactie op de zienswijze van M.G. van Ooijen, gericht tegen het voornemen van burgemeester en wethouders om een omgevingsvergunning te verlenen aan PartnersRO B.V., voor het gebruiken van een bestaande schuur als recreatiewoning op het perceel gelegen aan Horn 23-A in Weesp. Ontvankelijke zienswijze: De zienswijze is ingediend op 1 december 2021, door mevrouw M.G. van Ooijen, wonende aan Horn 23 in Weesp. De zienswijze is binnen de wettelijke termijn van de terinzagelegging van de ontwerpomgevingsvergunning binnengekomen. De zienswijze is ontvankelijk. Opsomming argumenten zienswijze: De inhoud van de zienswijze is hieronder samengevat. 1. Momenteel is het planologisch niet toegestaan de schuur te gebruiken voor welk doel dan ook. 2. Het bouwen en gebruiken zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. De aanvraag beperkt zich ten onrechte tot het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een planologische regeling en niet op de bouwwerkzaamheden die zonder vergunning zijn verricht. 3. Onduidelijk is welke oppervlakte de bestaande schuur heeft en waarom niet gehandhaafd wordt op de illegale uitbouw. 4. Of de bestaande schuur vergund is, is onbekend. 5. In het ontwerpbesluit staat dat er sprake is van strijdigheid met de bestemming wonen.
Er is echter ook strijd met de bestemmingen waarde-archeologie en waterstaat-waterkering voor zover het bouwen betreft. 6. Het college is niet nagegaan of een recreatiewoning voor eigen gebruik niet op bezwaren van omwonenden stuit. 7. De beperking dat aanvrager op jaarbasis de recreatiewoning maximaal 180 dagen per jaar mag gebruiken voor eigen gebruik in de periode van 15 maart tot en met 30 oktober waarborgt het aanvaardbaar woon- en leefklimaat onvoldoende. Deze voorwaarde is planologisch niet relevant en niet goed handhaafbaar. 8. De afstand van de recreatiewoning tot de gevel van Horn 23 bedraagt 8 meter, hetgeen zeer ruim binnen de richtafstanden inzake geluid is en daarmee planologisch onaanvaardbaar. 9. De ruimtelijke onderbouwing en het ontwerpbesluit gaan uit van de verouderde provinciale en gemeentelijke kaders. 10. Als de conclusie is dat de bestaande schuur niet legaal gebouwd is, dan gaat het niet slechts om een functiewijziging en past de aanvraag niet binnen de kaders van PRV.
11. Op deze locatie is een stedelijke functie niet toegestaan. Het maximale aantal van vier woningen is bereikt, zodat van deze uitzondering van artikel 6.5 Omgevingsverordening geen gebruik kan worden gemaakt. 12. Niet is gebleken dat er onderzocht is in hoeverre de aanvraag past binnen de in de regio gemaakte afspraken. 13. In de ruimtelijke onderbouwing is een deel uit de Structuurvisie Weesp 2013-2030 weggelaten. Het betreft geen gewenste ontwikkeling. 14. Het is de bedoeling dat het overnachtingsbeleid van Weesp gaat aansluiten bij dat van Amsterdam. Dat betekent een “nee, tenzij” houding. 15. Precedentwerking moet worden voorkomen. Hieronder wordt puntsgewijs gereageerd op de inhoud van de ingebrachte argumenten: Ad 1) De schuur mag op dit moment volgens het bestemmingsplan slechts gebruikt worden als bijbehorend bouwwerk bij de woning Horn 23 en mogelijk het bestaand legaal gebruik op basis van het overgangsrecht. Om deze reden wordt deze procedure gevoerd. Ad 2) Zoals aangegeven in de ruimtelijke onderbouwing is de schuur op 14 februari 1975 vergund en gebouwd als garage. Om deze reden is het logisch dat de aanvraag zich slechts toespitst op handelen in strijd met regels. Ad 3) De schuur heeft een oppervlakte van 50,53 m2.
Voorts is in het ontwerpbesluit het volgende opgenomen: In de plantoelichting bij artikel 12 van bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Weesp’ is nadrukkelijk opgenomen dat uitbreiding van de recreatiewoning niet mogelijk is. Dit is ook zo gewaarborgd door het bestemmingsvlak uitsluitend binnen de bestaande bebouwing te plaatsen. Gelet op de van toepassing zijnde bepalingen van de PRV is toevoeging van bebouwing tevens niet toegestaan. Buiten de bestaande schuur welke gebruikt zal worden als recreatiewoning is toevoeging van bebouwing dan ook niet toegestaan. De gebruikswijziging ziet derhalve uitsluitend op de aanduiding zoals in de ruimtelijke onderbouwing d.d. 8 juli 2020 is opgenomen. Het is derhalve duidelijk dat er niet meer gebouwd mag worden dan de bestaande schuur. Overige bebouwing is niet toegestaan, maar maakt verder geen onderdeel uit van deze procedure. In het besluit hoeft niet aangegeven te worden of al dan niet gehandhaafd wordt tegen overige bebouwing. Ad 4) Zoals aangegeven is de schuur vergund op 14 februari 1975. Wij zullen een afschrift van de vergunning bijvoegen bij de omgevingsvergunning. Ad 5) Aangezien er geen sprake is van bouwen is er geen strijd met de bestemmingen waarde-archeologie en waterstaat-waterkering.
Ad 6) Er is geen wettelijke bepaling die voorschrijft dat ons college nagaat bij omwonenden of een recreatiewoning voor eigen gebruik niet op bezwaren stuit. Juist bij de uitgebreide procedure, zoals hier van toepassing, wordt het ontwerpbesluit gepubliceerd en kan iedereen hiervan kennis nemen. Omwonenden die zich niet kunnen vinden in het voorgenomen besluit kunnen een zienswijze indienen.
Ad 7) Deze bepaling is wel degelijk ruimtelijk relevant en juist goed handhaafbaar. In de periode dat recreatieve bewoning niet is toegestaan kan eenvoudig gecontroleerd worden of er gerecreëerd wordt. Daarnaast is door deze bepaling op te nemen minder druk op de omgeving, enerzijds doordat niet het gehele jaar gerecreëerd mag worden, anderzijds vanwege het feit dat de eigenaar van een recreatiewoning over het algemeen minder overlast bezorgt dan een willekeurige recreant die eenmalig ter plaatse verblijft. Ad 8) In de VNG-brochure staat dat de richtafstanden die in de brochure zijn opgenomen, gelden tussen de grens van de bestemming die de bedrijven toelaat en de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan mogelijk is. Dat is hier 20 meter. De afstanden zijn volgens de VNG-brochure algemene richtafstanden en geen harde afstandseisen. Gemotiveerd afwijken van deze afstanden is mogelijk. De te verwachten geluidsoverlast als gevolg van de recreatiewoning, dient uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening te worden meegewogen in de belangenafweging die ons college maakt, omdat de te verwachten hinder van invloed is op het woon- en leefklimaat van de omgeving. Dat doen wij hier alsnog.
Wij stellen ons op het standpunt er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat in dit geval dus kan worden afgeweken van de in de VNG-brochure opgenomen richtafstanden. Ons college stelt dat de VNG-brochure ziet op de afstand tot een rustige woonwijk, terwijl het hier gaat om een situatie in het buitengebied, die als gemengd gebied kan worden aangemerkt. Voor gemengd gebied kan volgens de systematiek van de VNG-brochure een afstand van 30 meter worden gehanteerd. Afwijking van de richtafstand tot 20 meter van de bestaande woning wordt door het college aanvaardbaar geacht vanwege het feit dat het om een bestaande situatie gaat die verbetert door de herontwikkeling naar een recreatiewoning. De recreatiewoning wordt niet uitgebreid en het aantal recreatiemomenten zal gelet op de voorwaarden, zoals beschreven onder ad. 7, beperkt zijn. Gelet op het voorgaande voldoet de gebruikswijziging naar een recreatiewoning aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ad 9) Gelet op de datum van indiening en artikel 12.2, zijnde het overgangsrecht, van de Omgevingsverordening NH2020, is in de onderhavige aanvraag de oude Provinciaal Ruimtelijke Verordening (PRV) nog van toepassing en niet de Omgevingsverordening NH2020. Ad 10) Zoals eerder aangegeven is de schuur in 1975 met vergunning gebouwd en past de aanvraag binnen de kaders van de PRV. Ad 11 en 12) Zoals onder ad.
9 aangegeven is de Omgevingsverordening NH2020 niet van toepassing. Ad 13) Bovenaan pagina 10 van de ruimtelijke onderbouwing staat het volgende: Voor de veenweide- en Vechtweidegebieden richten de gemeente zich op landschapsen natuurbeleving en is ruimte voor kleinschalige dag- en verblijfsrecreatieve ontwikkeling door verbreding op (agrarische) bedrijven. De betreffende zinsnede staat derhalve wel in de ruimtelijke onderbouwing. In de conclusie wordt deze alinea breder getrokken en staat dat de structuurvisie ook aangeeft dat er binnen de kaders van de structuurvisie ruimte is voor het toevoegen van kleinschalige verblijfsrecreatieve ontwikkelingen. Het toevoegen van een solitaire recreatiewoning is een goed voorbeeld van een kleinschalige verblijfsrecreatieve
ontwikkeling. De ontwikkeling past dan ook binnen de kaders van de structuurvisie. Wij achten deze conclusie alleszins redelijk. Ad 14) Het overnachtingsbeleid van de gemeente Amsterdam is op dit moment niet van toepassing. Verder ziet het overnachtingsbeleid op hotelontwikkeling en niet op recreatiewoningen. Ad 15) In iedere specifieke situatie dient afgewogen te worden of op basis van een goede ruimtelijke onderbouwing afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Daarbij dient iedere situatie separaat beoordeeld te worden. Van precedentwerking kan daarom geen sprake zijn. Conclusie Wij concluderen dat de ingediende zienswijze niet leidt tot een ander inzicht over de ruimtelijke inpasbaarheid van het bouwplan en zijn van mening dat er geen bezwaar is tegen het verlenen van de omgevingsvergunning met toepassing van de projectafwijkingsprocedure. Wij zullen de gemeenteraad verzoeken om een definitieve verklaring van geen bedenkingen te verlenen.