Bijlage 3 bij RIB 2021 193 - Cultuurhistorische verkenning Verlengd Buitenveer
Tekst van het document
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................. 2 1
Samenvatting.................................................................................................................. 3
2
Beleidskader ................................................................................................................... 5
3
Historisch stedenbouwkundige analyse ............................................................................. 6 3.1 Ontwikkelingsgeschiedenis van de Middeleeuwen tot rond 1850 ................................................. 6 3.2 De periode van 1870 tot de jaren 30 van de twintigste eeuw .........................................................7
4
Cultuurhistorische waarden ............................................................................................ 11 4.1 In beleid vastgelegde cultuurhistorische waarden ....................................................................... 11 4.2 Overige cultuurhistorische waarden ........................................................................................... 11
Bronnen ............................................................................................................................... 13 Bijlage .................................................................................................................................. 14 Colofon ................................................................................................................................ 15
1
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Inleiding Per 1 juni 2019 zijn de gemeenten Weesp en Amsterdam ambtelijk gefuseerd. In 2022 zal de definitieve gemeentelijke herindeling plaatsvinden. Weesp wordt dan voor een periode van drie jaar een apart ‘stadsgebied’ naast de bestaande stadsdelen. Deze situatie wordt in 2025 geëvalueerd. De gemeente Amsterdam (Monumenten en Archeologie) wil voor het ‘nieuwe’ stedelijke gebied de bovengrondse cultuurhistorische waarden beter in beeld krijgen, met name buiten het centrum en het beschermde stadsgezicht van Weesp. Daarom zijn nu vijf cultuurhistorische verkenningen gemaakt voor het Bedrijventerrein Nijverheidslaan; Het Domijn; Verlengd Buitenveer/gemaal Aetsveld-Oost; Weesp-Zuid jaren 50 gebied en het Landelijk gebied. Voor de ondergrondse cultuurhistorische waarden verwijzen we naar het rapport Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart gemeente Weesp (MenA 2013). Bij cultuurhistorische waarden gaat het over sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Het is meestal niet nodig alle cultuurhistorische elementen aan te wijzen als beschermd monument of gezicht.
Het is wel van belang dat cultuurhistorische waarden worden betrokken in de planvorming en worden meegewogen in de besluitvorming over de inrichting van een gebied.
Afbeelding 1: Het onderzochte gebied (BAG-viewer, 2021).
2
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
1
Samenvatting
Het Verlengd Buitenveer ligt aan de zuidkant van het water het Smal Weesp en is wat de naam aangeeft: het verlengde van het Buitenveer. Het Verlengd Buitenveer begint na de hoek Buitenveer 75-Prinses Beatrixlaan en loopt in westelijke richting tot aan het Amsterdam-Rijnkanaal. Het gebied van deze Cultuurhistorische Verkenning betreft het laatste deel van het Verlengd Buitenveer, tussen de brug Rijnkade-Verlengde Rijnkade en het Amsterdam-Rijnkanaal en het achterliggend gebied. Aan het Verlengd Buitenveer staan twee blokjes woningen van begin jaren 20 met latere uitbreidingen (nrs. 20 t/m 23) en de (rijks)monumentale brugwachterswoningen uit 1885 (nrs. 24-25). Daarachter ligt het gemaal Aetsveld-oost uit 1873 (nr. 19, provinciaal monument) en het spuikanaal naar het Smal Weesp, in een open, groen en waterrijk terrein. In de Middeleeuwen is vanaf circa 1100 het veen- en klei-op-veengebied, waartoe het grondgebied van Weesp behoort, ontgonnen. De ontginningen vormden later in de Middeleeuwen de basis voor de indeling in polders, waterstaatkundige eenheden vooral ten behoeve van de afwatering. In 1873 werden de polders Overaetsveld, Binnenaetsveld en Romolen samengevoegd tot de Polder Aetsveld. Deze werd vanaf dat ogenblik bemalen met het nieuwe stoomgemaal aan Verlengd Buitenveer 19.
Het gemaal ging, net als de eerdere molen, afwateren op het Smal Weesp en werd in 1923 geëlektrificeerd. Door de aanleg van het Merwedekanaal tussen 1884 en 1893 werd de Aetsveldsche Polder in tweeën verdeeld. De afwatering van de volledige polder via het gemaal kon echter blijven bestaan, omdat beide delen met duikers onder het kanaal door verbonden werden. Bij de aanleg van het Merwedekanaal was ook voorzien in een draaibrug over het Kanaal om de verbinding tussen Verlengd Buitenveer en het Sluispad in Driemond langs het Smal Weesp in stand te houden. Bij de brug werd aan Verlengd Buitenveer een dubbele dienstwoning gebouwd: een woning voor de brugwachter (nr. 25) en een woning voor de assistent-brugwachter (nr. 24). De draaibrug werd in 1934 verwijderd, nadat de Gooilandseweg/N236 was voltooid. Deze weg, even ten zuiden van de draaibrug, kreeg een vaste verkeersbrug over het Merwedekanaal, de Weesperbrug. De draaibrug werd vanwege de nieuwe verbinding overbodig geacht. Het verdwijnen van de draaibrug en aanleg van de Gooilandseweg hadden als gevolg dat het gebied tussen het Verlengd Buitenveer en de weg, met daarin het gemaal, min of meer van de omgeving werd afgesneden. Het hierdoor ontstane karakter van enclave werd nog sterker na de aanleg van de Verlengde Rijnkade, de verbinding tussen de Rijnkade ten noorden van het Smal Weesp en de Gooilandseweg.
Het gebied werd daardoor aan alle kanten omsloten. De noordelijke en westelijke rand van het gebied zijn historisch-landschappelijk waardevol door de structuur van de historische waterwegen het Smal Weesp en het Amsterdam-Rijnkanaal, opvolger van het eerdere Merwedekanaal. Achter de bebouwing aan het Verlengd Buitenveer heeft het terrein rond het gemaal een groen en waterrijk karakter. Dit ondersteunt de leesbaarheid van het gebouw als poldergemaal. De onregelmatige waterpartij langs de Verlengde Rijnkade is vermoedelijk ontstaan bij de aanleg van het wegtalud van de N236.
3
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Behalve de reeds genoemde (monumentale) bebouwing in het gebied is het trafohuisje naast de dubbele brugwachterswoning nr. 24-25 vermeldenswaard. Het huisje, vermoedelijk van voor 1930, houdt mogelijk verband met de aandrijving van de verdwenen draaibrug over het Merwedekanaal.
4
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
2
Beleidskader
Naar aanleiding van de Modernisering van de Monumentenwet en de wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, d.d.17 juni 2011, Staatsblad 5 juli 2011, nr. 339) dient per 1 januari 2012 bij het maken van bestemmingsplannen een beschrijving te worden opgenomen “van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden”. In de toelichting van de Bro staat dat dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Dit vermindert de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten omdat aan het belang van de cultuurhistorie dan waarde wordt toegekend via het proces van de ruimtelijke ordening. Voor Amsterdam komt het verankeren van de cultuurhistorie in het proces van ruimtelijke ordening en transformatieopgaven ook aan bod in de Beleidsnota ‘Ruimte voor Geschiedenis’ (vastgesteld 13 april 2005), ‘Spiegel van de Stad, visie op het erfgoed van Amsterdam’ (vastgesteld 14 november 2011) en in ‘Erfgoed voor de stad, agenda voor het erfgoed in een groeiend Amsterdam’ (vastgesteld 5 juli 2016) .
De Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland is een geografische uitwerking van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018). De kaart geeft in zijn algemeenheid informatie over landschapstypen, aardkundige waarden, cultuurhistorische objecten/monumenten, archeologische verwachtingen en structuurdragers als militaire structuren en historische dijken. Deze informatiekaart is voor wat betreft bovengrondse cultuurhistorische waarden vooral gericht op gemeenteoverschrijdende zaken. Het is daarom niet gericht op de specifiek Amsterdamse waarden, en het geeft daar dan doorgaans ook geen beeld van – hetgeen niet wil zeggen dat er geen waarden zijn.
5
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
3
Historisch stedenbouwkundige analyse
3.1 Ontwikkelingsgeschiedenis van de Middeleeuwen tot rond 1850 In de Middeleeuwen is vanaf circa 1100 het veen- en klei-op-veengebied, waartoe het grondgebied van Weesp behoort, ontgonnen. Dit gebeurde voor een groot deel vanuit de rivier de Vecht en vanuit het veenriviertje de Gaasp. In het zuidwesten werd ook ontgonnen vanaf de oostelijke Geinoever. Het gebied Aetsveld, gelegen tussen deze waterlopen, is vanuit alle drie ontgonnen. De grond werd in min of meer haaks op de rivier staande stroken verkaveld. Voortkomend uit het beloop van de ontginningsbases en de strokenverkaveling kwamen verschillende verkavelingsrichtingen tot stand. De ontginningen vormden later in de Middeleeuwen de basis voor de indeling in polders, waterstaatkundige eenheden vooral ten behoeve van de afwatering. Op de kaart van Covens en Mortier uit 1749 staan de verschillende polders aangegeven.
Afbeelding 2: Deel van de kaart van Covens en Mortier uit 1749.
6
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
De Topografisch-militaire kaart van rond 1850 laat de situatie van midden negentiende eeuw zien. Het gebied is agrarisch (weiland), afgezien van het dorp Nigtevecht, de stad Weesp en de buitenplaatsen, vooral langs de oevers van de Vecht.
3.2 De periode van 1870 tot de jaren 30 van de twintigste eeuw In 1873 werden de polders Overaetsveld, Binnenaetsveld en de Polder Romolen samengevoegd tot de Polder Aetsveld. Deze werd vanaf dat ogenblik bemalen met een stoomgemaal aan Verlengd Buitenveer 19. Het gemaal verving de molens van de drie genoemde polders en werd gebouwd ter plaatse van molen De Geldzak van Overaetsveld. Het gemaal ging, net als de molen, afwateren op het Smal Weesp en werd in 1923 geëlektrificeerd.
Afbeelding 3: De Topografisch-militaire kaart van rond 1850.
Door de aanleg van het Merwedekanaal tussen 1884 en 1893 werd de Aetsveldsche Polder in tweeën gedeeld. De afwatering van de volledige polder via het gemaal kon echter blijven bestaan, omdat beide delen met duikers onder het kanaal door verbonden werden. Pas met de verbreding van het Merwedekanaal tot Amsterdam-Rijnkanaal (1953) kwam aan deze situatie een eind. Ten zuiden van Driemond werd aan de oostelijke Geinkade, op de oude plek van de molen van de Polder Romolen, een nieuw gemaal
7
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
gebouwd. Dit ging functioneren voor het deel van de Polder Aetsveld tussen het Gein en het AmsterdamRijnkanaal. Bij de aanleg van het Merwedekanaal was ook voorzien in een draaibrug over het kanaal om de verbinding langs het Smal Weesp tussen het Verlengd Buitenveer en het Sluispad in Driemond in stand te houden. Bij de brug werd aan Verlengd Buitenveer een dubbele dienstwoning gebouwd: een woning voor de brugwachter (nr. 25) en een woning voor de assistent-brugwachter (nr. 24). De draaibrug werd in 1934 verwijderd, nadat de Gooilandseweg/N236 was voltooid. Deze weg, even ten zuiden van de draaibrug, kreeg een vaste verkeersbrug over het Merwedekanaal, de Weesperbrug. De draaibrug werd vanwege de nieuwe verbinding overbodig geacht. Hierdoor verloor het Verlengd Buitenveer de verbinding met het Sluispad. Ook raakte de brugwachterswoning buiten functie. De aanleg van de Gooilandseweg had als verder gevolg dat het gebied tussen het Verlengd Buitenveer en de weg, met daarin het gemaal, min of meer van de omgeving werd afgesneden. Het hierdoor ontstane karakter van enclave werd nog sterker na de aanleg van de Verlengde Rijnkade, de verbinding tussen de Rijnkade ten noorden van het Smal Weesp en de Gooilandseweg. Het gebied werd daardoor aan alle kanten omsloten.
8
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Afbeelding 4: Topografische kaart 1:25.000, 1918, omgeving Weesp en detail met brug over het Merwedekanaal en het gemaal.
9
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Afbeelding 5: Topografische kaart 1:25.000, 1950, met daarop de Gooilandseweg/N236.
Afbeelding 6: Het gemaal met aangebouwd trafohuisje.
10
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
4
Cultuurhistorische waarden
4.1 In beleid vastgelegde cultuurhistorische waarden Ruimtelijke structuren Het gebied omsloten door Verlengd Buitenveer, Verlengde Rijnkade en de N236/Gooilandseweg valt buiten het rijksbeschermd stadsgezicht Weesp en is welstandsvrij op grond van beleidswijzing van de gemeente Weesp in 2017. Gebouwen Verlengd Buitenveer 24-25, een vrijstaande dubbele brugwachterswoning uit 1890 is een rijksmonument (monumentnr. 512912). Zie bijlage voor de monumentbeschrijving. Tevens is een provinciaal monument aanwezig, het nog in functie zijnde gemaal Aetsveld-Oost aan Verlengd Buitenveer 19. Ook het spuikanaal naar het Smal Weesp hoort bij het monument; de sluis in de weg is verdwenen. Het met tuitgevels en klimmende boogfriezen gebouwde gemaal is gebouwd in 1873. Het was oorspronkelijk een stoomgemaal met scheprad, bedoeld voor de bemaling van de Aetsveldsche Polder. Ontwerpers waren B. de Vries en Th.E.B. Honders. Bij de elektrificatie in 1927 is een trafohuisje aangebouwd.
4.2 Overige cultuurhistorische waarden Ruimtelijke structuren De noordelijke en westelijke rand van het gebied zijn historisch-landschappelijk waardevol door de structuur van de historische waterwegen het Smal Weesp en het Amsterdam-Rijnkanaal, opvolger van het eerdere Merwedekanaal. Achter de bebouwing aan het Buitenveer heeft het terrein rond het gemaal een groen en waterrijk karakter. Dit ondersteunt de leesbaarheid van het gebouw als poldergemaal. De onregelmatige waterpartij langs de Verlengde Rijnkade is vermoedelijk ontstaan bij de aanleg van het wegtalud van de N236. Gebouwen Naast de dubbele brugwachterswoning op nr. 24-25 staat een trafohuisje. Het huisje, vermoedelijk van voor 1930, houdt mogelijk verband met de aandrijving van de verdwenen draaibrug over het Merwedekanaal.
11
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Afbeelding 7: Dubbele brugwachterswoning, Verlengd Buitenveer 24-25.
Afbeelding 8: Trafohuisje rechts van de brugwachterswoning.
12
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Bronnen Publicaties •
Weesp Gemeentebeschrijving, herziene versie, april 1992. Monumenten Inventarisatie Project Noord-Holland. Haarlem 1993 (Provincie Noord-Holland).
•
Zondergeld-Hamer, A.J. en G.R. Zondergeld, Geschiedenis van Weesp, 3 dln. 1990-2016.
Websites •
https://www.gemalen.nl/gemaal_detail.asp?gem_id=715
•
https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Cultuur_en_Erfgoed/Monumenten_en_herbestemming/Publicaties/Provinciale_monumentenlijst.org
13
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
Bijlage Rijksmonument Verlengd Buitenveer 24-25 Monumentnummer: 512912 (https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/512912)
Omschrijving van Vrijstaande dubbele brugwachterswoning, thans in gebruik als twee woningen Inleiding Vrijstaande dubbele BRUGWACHTERSWONING, thans in gebruik als twee woningen. Het pand ligt aan de dijk van het Merwedekanaal (nu Amsterdam-Rijnkanaal) en is bij de aanleg van het Merwedekanaal (1884-1893) gebouwd als dubbele dienstwoning voor de brugwachter (huisnr. 25) en een assistent-brugwachter (huisnr. 24). In 1934 werd de brug over het kanaal gesloopt. Het woningblok dateert uit ca. 1885 en is opgetrokken in neo-renaissancistische bouwtrant. De leilinden langs de voorgevel dragen bij aan het karakteristieke beeld. N.B. De achteraanbouw (noordoostelijke hoek) valt niet onder de bescherming. Omschrijving Woningblok op rechthoekige plattegrond, bestaande uit één bouwlaag onder een zadeldak met zwarte gesmoorde kruispannen. Het dak ligt verzonken tussen de twee kopgevels, uitgevoerd als trapgevels. De noklijn wordt doorsneden door drie, in oorsprong vierkante, bakstenen schoorstenen. De noklijn loopt evenwijdig aan de weg. In het midden van de voorgevel bevindt zich een middenrisaliet met trapgevel onder ingestoken zadeldak. Op de nok van de trapgevel is een smeedijzeren windvaan geplaatst. Het dubbele pand is opgetrokken in rode baksteen boven een uitgemetselde plint. De gevels zijn gemetseld in kruisverband en afgewerkt met een geknipte voeg.
In het muurwerk zijn verschillende sierankers aangebracht. Ter hoogte van de onder- en bovendorpels van de vensters zijn rondomlopende gepleisterde banden aangebracht. Op de hoeken en in de rondboogvormige ontlastingsbogen zijn enkele blokken gepleisterd. Tenzij anders vermeld, bevatten de vensterassen een rechthoekig houten T-schuifvenster met rondboog- of korfboogvormige ontlastingsboog erboven. De boogvelden zijn gevuld met siermetselwerk. De lekdorpels zijn van hardsteen, de loodstrippen boven de vensters zijn gekarteld. De vensters zijn voorzien van houten luiken. De voorgevel (NW) heeft een breedte van zeven traveeën. De nadruk ligt op de middelste travee die risaleert en die wordt afgesloten door een trapgevel. De middentravee bevat twee vensters, gekoppeld door een korfboog. Daarboven, in de kapverdieping, bevindt zich een klein rechthoekig venster met twee draairamen. De trapgevel heeft geprofileerde dekstenen. De geveldelen aan weerszijden van het middenrisaliet hebben een breedte van drie vensterassen en bevatten van twee vensters en in het midden een entree. De entrees bestaan uit een rechthoekige opgeklampte deur met zwaar smeedijzeren beslag. De deuren hebben een rechthoekig bovenlicht en terugliggende boogtrommel met siermetselwerk. De voorgevel wordt afgesloten door een gootlijst, waaronder zich een fries met siermetselwerk bevindt.
De rechterzijgevel (ZW) heeft een breedte van één vensteras en bevat op de begane grond een venster met luiken, in de kapverdieping een klein rechthoekig venster met twee draairamen. De gevel wordt afgesloten door een trapgevel op schouderstukken. De trapgevel heeft geprofileerde dekstenen. De linkerzijgevel (NO) heeft een zelfde opbouw en indeling als de rechterzijgevel. De achtergevel (ZO) heeft twee vensters en twee kleine uitbouwen met verzonken lessenaarsdak. De gevel wordt afgesloten door een houten gootlijst boven een fries met siermetselwerk. Het interieur van beide woningen is nog gedeeltelijk intact en bevat onder andere de oorspronkelijke ruimtelijke indeling en enkele details, zoals de vele paneeldeuren. Waardering De dubbele dienstwoning is van algemeen belang uit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een dubbele brugwachterswoning uit het vierde kwart van de 19de 14
C 21-098 November 2021
Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie
Definitief
eeuw in neo-renaissancistische bouwtrant. Tevens heeft de woning ensemblewaarde vanwege de beeldbepalende ligging langs het huidige Amsterdam-Rijnkanaal.
Colofon Datum: Status: Tekst en onderzoek: Redactie:
november 2021 definitief Marinus Kooiman Jeroen Schilt
© Monumenten en Archeologie, Gemeente Amsterdam, 2021 Postbus 10718, 1001 ES Amsterdam, erfgoed@amsterdam.nl De kennis uit deze uitgave mag door derden gebruikt worden voor niet-commerciële doeleinden mits van bronvermelding sprake is. Bij vermenigvuldiging op enigerlei wijze voor commerciële doeleinden voorafgaande schriftelijke toestemming van MenA nodig. MenA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. MenA doet zelf altijd haar uiterste best rechthebbende te vermelden en waar nodig om toestemming voor gebruik te vragen. Mocht u van mening zijn dat uw copyright geschaad is dan verzoeken we contact met ons op te nemen.
15