Bijlage 3 bij RIB 2021 145 - Talent Primair
Tekst van het document
FINANCIËLE KWARTAALRAPPORTAGE 2021 1 KWARTAAL E
1
INHOUDSOPGAVE
1
Inleiding
2
Financiële begroting
2.1
Kwartaalcijfers
2.2
Jaarbegroting
2.3
Financiële kengetallen
3
Personeel
3.1
Verloop Ziekteverzuim
2
1.
FINANCIËLE SAMENVATTING
In deze kwartaalrapportage geven we een samenvattend overzicht van onze financiële huishouding in het 1e kwartaal van 2021. Tevens doen we een voorspelling omtrent het te verwachten jaarresultaat in relatie tot onze begroting 2021. Ziekteverzuim Met het opstellen van de begroting 2021 is er veel zorg geweest rondom de kosten voor het ziekteverzuim. Het actuele ziekteverzuim tot en met maart 2021 is 7,9%. Dit is helaas nog steeds heel erg hoog. In deze rapportage zullen we de tussentijdse resultaten daarover weergeven en toelichten in hoofdstuk 3. Resultaat 1e kwartaal -/- 222.355 (neg) Het resultaat is conform de begroting. Echter in de afwijkingen op de onderlinge inkomsten- en de uitgaven posten zijn er verschillen die nader worden toegelicht bij de onderstaande kwartaalcijfers. Raming verwachte jaarresultaat -/- 517.591 (neg) Het resultaat van het 1e kwartaal is niet zomaar te vermenigvuldigen met 4 om het jaarresultaat in te schatten. De verwachting is, dat de uitgaven en inkomsten conform onze begroting verlopen. Het verwachte jaarresultaat blijft dus ook ook rond de 500.000 negatief. In de halfjaarcijfers beoordelen we opnieuw de begrote verwachtingen van de scholen o.b.v. inzet formatie. Additionele gelden Er worden op het moment veel subsidieregelingen naar het onderwijs toegebracht.
NPO = Nationaal Programma Onderwijs Voor elke leerling wordt 700 euro ter beschikking gesteld. Om dit geld te ontvangen maken scholen een schoolscan en analyseren waar vertragingen en achterstanden zijn opgelopen door corona. Vervolgens maken ze een ontwerpen en kiezen ze bewezen effectieve interventies die aansluiten bij de menukaart die is opgesteld door de overheid. Uiteindelijk wordt er, in overleg met de ouders, door de scholen een breed gedragen schoolprogramma geschreven. Het bedrag van 700 euro per leerling wordt uitgekeerd, voor het schooljaar 21/22 en 500 euro per leerling voor 22/23. In totaal ontvangen we dus 1200 euro per leerling voor 2 schooljaren. Voor Talent Primair betekent dit ong. 6 miljoen voor 2 schooljaren. Het is nog niet duidelijk of dit bedrag ook over meerdere jaren uitgestreken mag worden. Ook is niet duidelijk wanneer het bedrag precies wordt overgemaakt naar Talent Primair. Wel is duidelijk dat het geld ten goede moet komen aan de kinderen en dat het niet in de reserves van stichtingen terecht mag komen. Hoe dit precies gereguleerd gaat worden is nog niet bekend. EHK = Extra Hulp Voor de Klas Dit is de een eerdere subsidie uitgegeven om scholen meer middelen te geven waardoor er extra personeel ingezet kan worden om de leerkrachten te ontlasten. In totaal gaat het voor deze subsidie om 30 euro per leerling.
Voor Talent Primair gaat het hier om ong. 150.000 euro. IOP = regeling Inhaal- en ondersteuningsprogramma's onderwijs Scholen, die zich aangemeld hebben, ontvangen een subsidie om inhaal- en ondersteuningsprogramma’s op te zetten. Daar valt onder andere een zomerschool of een verlengde schooldag (= na schooltijd extra lessen). Dit gaat om ong. 20 euro per leerling, voor Talent Primair dus om 100.000 euro.
3
Hoe om te gaan met subsidies? Talent Primair hanteert het allocatiebeleid van Brin = Bron. Het doel daarbij is dat de scholen zelf de financiële regie voeren en de bekostiging zoveel mogelijk en zo direct mogelijk naar de kinderen gaat. Met deze huidige subsidiestromen verandert er niks aan dat uitgangspunt van Talent Primair. Wel zal er een bedrag van de subsidies teruggevraagd worden om de extra gemaakte kosten om de subsidies te krijgen, te verwerken en te verantwoorden. Over het bedrag dat daarvoor nodig is wordt uiteraard in volledige transparantie verantwoording afgelegd. Roel Hoogendoorn, vz. CvB April 2021
4
2. FINANCIËLE BEGROTING In de tabel van 2.1 worden de kwartaalcijfers weergegeven ten opzichte van de begroting. Daarbij staat ook afwijking en de afwijking in percentages. Onder de tabellen wordt er een specificatie met toelichting gegeven op het perioderesultaat per opvallende afwijking.
2.1.
Kwartaalcijfers
1ekwartaal
Begroting 2021
Werkelijke 2021
Afwijking
Afwijking%
Baten Rijksbijdragen OCW Gemeenten Overige baten
7.807.958 42.500 191.950
7.729.166 16.147 264.351
-78.792 -26.353 72.401
-1,01 -62,01 37,72
Totaal baten
8.042.408
8.009.664
-32.744
-0,41
Lasten Directe personele lasten Indirecte personele lasten
-6.512.218 -310.078 -6.822.296
-79.285 51.070 0 -28.216
1,22 -16,47
Totale personele lasten
-6.591.503 -259.008 0 -6.850.511
Afschrijvingen Huisvestingslasten Leermiddelen / ICT Overige lasten Totale materiele lasten
-197.046 -669.740 -231.363 -346.255 -1.444.403
-187.956 -659.838 -258.083 -275.631 -1.381.508
9.090 9.902 -26.721 70.624 62.895
-4,61 -1,48 11,55 -20,40 -4,35
Totaal lasten
-8.266.699
-8.232.019
34.680
-0,42
-224.291
-222.355
1.936
-0,86
0
0
0
-224.291
-222.355
1.936
Saldo baten en lasten Financiële baten Resultaat
0,41
-0,86
5
Toelichting perioderesultaat
Rijksbijdragen Rijk: deelbudgetten
begroting
werkelijk
verschil
Reguliere salaris inkomsten
4.995.666
5.000.341
4.675
Personeel en arbeidsmarktbeleid
1.142.413
1.144.703
2.290
Prestatiebox
253.433
253.862
429
Samenwerkingsverbanden UNITA+PW
212.069
197.729
-14.340
Materiële vergoeding
991.955
1.000.972
9.018
Overige
111.742
36.427
-75.315
Oab gelden(onderwijs achterstanden) Totaal rijk
100.680
95.132
-5.548
7.807.958
7.729.166
-78.792
afwijking% 0,09 0,20 0,17 -6,76 0,91 -67,40 -1,01
Samenwerkingsverbanden Unita / Passenderwijs We verwachten in de komende maanden nog aanvullende gelden voor de plus arrangementen. Dat zijn extra gelden voor de specifieke leerling met ontwikkelingsachterstanden en leerproblemen. Deze gelden zijn al toegekend en zullen zeker binnen komen. Prestatiebox. De prestatiebox komt te vervallen per 1/8/21. Deze gelden worden op een andere wijze uitgekeerd, namelijk via de budgetten ‘professionalisering en begeleiding startende leraren en schoolleiders’. Tevens komt er een aanvullende ophoging van de baten via het budget personeel-en arbeidsmarktbeleid. Overige Onder deze post vallen o.a. de corona gelden, de naverrekening van de Gemiddelde Personeels Last (GPL) en de inhoudingen / en verrekeningen voor uitkeringen. In deze begrote post overige zijn ook de corona gelden ad 83.575 opgenomen. Voor de uitvoering van de inhaal- en ondersteuningsprogramma’s aanvullend op de ontstane leerachterstanden ontvangen we subsidies. Scholen dienen dit afzonderlijk te verantwoorden via een onderbouwing van deze doelbestedingen. De programma’s worden afzonderlijk gecoördineerd via een projectbegeleiding. We verwachten in de komende perioden nog aanvullende inkomsten voor de nabetaling GPL. Dit verklaart ook het de afwijking in de rapportage. Het Rijk compenseert Talent Primair voor de ophoging van premiestijgingen achteraf.
Gemeentelijke gelden Deze inkomsten worden pas meegenomen in het resultaat, na de ontvangst van deze gelden. De gelden zijn wel al toegekend. Overige baten
Overige baten
begroting
werkelijk
verschil afwijking%
6
Aanvullende zorggelden rugzak lln, Visio/Auris Verhuur
10.750
7.333
-3.417
-31,79
91.915
93.905
1.991
2,17
Ouderbijdragen
25.050
37.450
12.400
49,50
Detacheringen
26.585
74.681
48.096
180,91
Diversen
37.651
50.982
13.332
35,41
Totaal overige
191.950
264.351
72.401
37,72
Detacheringen In 2021 is een werknemer extra gedetacheerd, deze is dus niet begroot. Lasten
Directe personele kosten payroll plus vervangingen inzet vrijwilligers inhuur derden en overige Onvoorziene + dotatie voorziening
begroting
werkelijk
verschil
-6.384.718 -6.408.690 -8.750 -5.691 -75.000 -158.372 -43.750 -18.750
-23.972 3.059 -83.372 25.000
afwijking% 0,38 -34,96 111,16 -57,14
Totaal
-6.512.218 -6.591.503
0 -79.285
1,22
Payroll en inhuur derden We zien een stijging in de payroll kosten. Dit wordt veroorzaakt door een verschuiving naar meer inhuur via derden, door de vervangingen. We monitoren wekelijks het ziekteverloop op de scholen in samenwerking met de arbo arts en begeleiding en ondersteuning door bureau Sync. Per augustus ‘21 verwachten we bij de opstart van het nieuwe schooljaar een lagere inzet van de schoolse formatie, waardoor het tekort kan worden ingelopen. In de periodieke begrotingscyclus is hier rekening mee gehouden.
begroting
werkelijk
verschil
afwijking%
Arbo
-27.544
-40.089
-12.545
45,55
GMR
-11.250
-2.555
8.695
-77,29
Scholing/professionalisering
-166.444
-132.994
33.450
-20,10
Derden/rvt/werving
-45.534
-14.625
30.909
-67,88
Zorggelden/lln begeleiding
-59.306
-68.745
-9.439
15,92
Totaal
-310.078
-259.008
51.070
-16,47
Indirecte personele kosten
7
Arbo In Q1 is voor relatief veel medewerkers een arbeidsdeskundig onderzoek na één jaar ziekte ingezet. Er is een direct verband met verdere extra kosten, zoals het opstellen van een Functiemogelijkhedenlijst (FML) en starten van een tweede spoor traject. Hierdoor zijn er meer kosten gemaakt dan begroot was. We verwachten in Q2 minder van dat soort trajecten. Scholing/professionalisering Opleidingen starten in september van een jaar. Het ligt in de lijn de verwachting dat tegen die tijd hogere kosten zullen ontstaan. Daarnaast zullen de komende maanden een aantal projecten vanuit de Binnenkring Professionalisering en Binnenkring P&O worden vormgegeven. Daardoor zullen de kosten in Q2 naar verwachting hoger gaan uitvallen dan in Q1. We verwachten dat we nog op koers liggen conform de begroting.
begroting
werkelijk
verschil
afwijking%
Verbruiksmaterialen
107.875
31.856
-76.019
-70,47
Leermiddelen, digitale
65.850
115.782
49.932
75,83
ICT
57.638
110.445
52.808
91,62
Totaal
231.363
258.083
26.721
11,55
Verbruiksmaterialen De afwijkingen bij deze post ontstaan door het ‘’vaste bestelritme’’ bij de half- en jaarlijkse inkopen van de scholen.
4310 Onderhoud invent. en meubilair
3.500
begr kwartaal 875
4311 Aanschaf kleine inventaris
18.250
4.563
4.244
4316 Abonn./lectuur/tijdschriften
24.000
6.000
7.734
4320 Reproductiekosten/Drukwerk
149.460
37.365
39.528
4401 Kantoorbenodigdheden+porto
16.260
4.065
5.307
4405 Kosten telecommunicatie
47.525
11.881
12.656
4415 Corona
66.175
16.544
2.453
4416 Toetsen en testen
27.750
6.938
4.730
4425 Culturele vorming
107.600
26.900
32.118
4430 Kosten bijzondere activiteiten
3.000
750
7.717
4436 Kantinekosten
47.000
11.750
11.313
4439 Tussen-/Naschoolse opvang
90.500
22.625
4440 Dienstreizen
2.050
513
4442 Kosten t.b.v. ouderbijdragen
2.000
500
4445 Kosten MR
60.661
15.165
4495 Overige algemene kosten
88.012
22.003
12.045
4500 Uitbesteding administratie+acc
300.000
75.000
75.012
4510 Bestuurs/managementondersteun
75.000
18.750
25.248
4515 Contributies
31.000
7.750
8.268
4520 Verzekeringen
15.100
3.775
3.775
Spec. overige kosten
begroot 2021
realisatie
verschil -875 -319 1.734 2.163 1.242 775 -14.091 -2.208 5.218 6.967 -437 -22.625 -513 -500 -15.165 -9.958 12 6.498 518 0
8
11.000
2.750
425
4545 Representatiekosten
148.150
37.038
18.596
4546 Kosten Public Relations
42.400
10.600
1.877
4570 Bankkosten
8.625
2.156
1.385.018
346.255
2.585 275.631
4535 Vergaderkosten
Totale kosten
-2.325 -18.442 -8.723 429 -70.624
De tabel Specificatie overige kosten is toegevoegd om inzicht te geven in deze verzamelpost.
2.2.
Jaarcijfers
9
In de onderstaande tabel zijn de cijfers uit de begroting weergeven ten opzichte van de raming. Het is na het eerste kwartaal ingewikkeld om al een raming te maken. De analyse van het eerste kwartaal leert ons dat we conform de begroting draaien en de inschatting is dat de raming daar op uit komt. Jaarbegroting
Begroting * versie '21
Begroting 2021
Raming 2021
Baten Rijksbijdragen OCW Gemeenten Overige baten
31.229.767 170.000 641.340
31.231.832 170.000 767.800
31.231.832 170.000 767.800
Totaal baten
32.041.107
32.169.632
32.169.632
Lasten Directe personele lasten
-25.543.296
-25.654.300
-25.654.300
Indirecte personele lasten
-1.291.000
-1.240.310
-1.240.310
Totale personele lasten
-26.834.296
-26.894.610
-26.894.610
Afschrijvingen Huisvestingslasten* Leermiddelen / ICT Overige lasten Totale materiele lasten
-788.185 -2.600.000 -920.000 -1.383.628 -5.691.813
-788.185 -2.678.960 -925.450 -1.385.018 -5.777.613
-788.185 -2.678.960 -925.450 -1.385.018 -5.777.613
Totaal lasten
-32.526.109
-32.672.223
-32.672.223
Saldo baten en lasten
-485.002
-502.591
-502.591
Financiële lasten
-15.000
-15.000
-15.000
Resultaat
-500.002
-517.591
-517.591
* Afwijking in begroting ‘21 = Huisvestingslasten Hier zien we een afwijking t.o.v. de begroting omdat we nu in tweede instantie wel de administratie blijven voeren van het complex te Eemnes. Hierdoor valt het aandeel kosten derden in de huisvesting hoger uit. Dit zijn de doorbelaste kosten, daar staan ook weer baten van de overige gebruikers tegenover.
10
2.3. Financiële kengetallen
In de onderstaande tabel zijn de kengetallen weergeven zoals behaald in 2020. Deze zijn ook afgezet tegen de kengetallen na het eerste kwartaal van 2021 en de landelijke benchmark. We kunnen hieruit opmaken dat Talent Primair ‘in control’ is. Kengetallen*
Liquiditeit Solvabiliteit (ex voorzieningen) Weerstandsvermogen EV/ tot baten
3.
2020 Jaarverslag
2021 Actueel
Benchmark
2 55
2 55.5
>1 >30
19
17,3
>10%
PERSONEEL
Het ziekteverzuimpercentage voor 2020 binnen Talent Primair bedraagt 6,6%. Landelijke cijfers voor het primair onderwijs in Nederland zijn nog niet bekend gemaakt. In het eerste kwartaal van 2021 zien wij helaas nog geen terugloop in de verzuimcijfers. Het verzuimpercentage over de eerste drie maanden 2021 is 7,77% (zie afbeelding 1). Gezien de ontwikkelingen aan het eind van 2020 is dit conform onze verwachtingen (zie afbeelding 2). Waarmee we niet bedoelen dat we hiermee tevreden zijn. Van de negen nieuwe ziekmeldingen sinds januari 2021 gaat het in één geval om corona gerelateerd verzuim, in drie gevallen verwachten wij dat de medewerkers binnenkort weer volledig inzetbaar zijn en in vijf gevallen maken we ons zorgen dat het langdurig verzuim kan worden. Zoals verwacht is ons langdurig verzuim gestegen naar 6,27% in het eerste kwartaal 2021. Het korte en middellange verzuim bedraagt 1,5%. Onze verzuimfrequentie blijft onveranderd laag met 0,14% in het eerste kwartaal van 2021. Het nulverzuim binnen onze stichting is in het eerste kwartaal hoog te noemen met ruim 80%. Circa 55 % van ons verzuim, dus een relatief groot gedeelte, wordt veroorzaakt door fysieke redenen. Hierbij gaat het om medische problematiek en corona gerelateerde langdurige klachten. Daarop sturen is lastig, voor een groot deel is het "pech".
Ten aanzien van re-integratie gaan we in overleg met de bedrijfsarts op zoek naar bij de beperkingen passende oplossingen voor onze medewerkers. We merken bij gesprekken met onze scholen dat de extra belasting rondom corona zijn tol eist. Dat heeft te maken met werk gerelateerde oorzaken doordat er veel onzekerheden gevoeld worden, zoals scholen open/dicht, kinderen positief getest, collega's wel/niet positief getest etc.. Daarnaast merken we in heel Nederland dat we "corona-moe" zijn. Desondanks zien wij bij onze collega's een onveranderd hoge inzet om er zo goed als mogelijk voor de kinderen te zijn. Via de Talent Academie blijven we de corona gerichte ondersteuning/coaching aanbieden.
11
Onze directeuren ondersteunen wij onder andere door informatievoorziening over de focus op leidinggeven in online/corona tijd. In januari 2021 hebben we een online cursus voor onze directeuren georganiseerd waarin naast wet- en regelgeving rond ziekteverzuim ook het oefenen van verzuimgesprekken aan de orde kwam. Zodra het kan willen we deze training fysiek verzorgen. Daarnaast werken wij sinds half januari 2021 met een inzetbaarheidscoach vanuit Zorg van de Zaak. De coach belt de leidinggevenden rond de 8ste dag van het verzuim om de vervolgstappen met elkaar door te nemen. Begin april 2021 is een SMT tussen leidinggevenden en de bedrijfsarts georganiseerd. In de loop van het tweede kwartaal 2021 starten wij met een intervisiegroep voor directeuren waarin we aandacht geven aan begeleiding van verzuimende medewerkers. In onderstaande afbeelding 1 wordt het verzuim weergegeven in het eerste kwartaal van 2021. Hieruit kunnen wij opmaken, dat het verzuim met name hoog is onder de directeuren. De analyse daarvan is, dat dit veelal niet werkgerelateerd is, maar pechgevallen op fysiek-medisch gebied.
Afbeelding 1: Verzuimpercentage Q1 van 2021
In afbeelding 2 is het verzuimpercentage zichtbaar voor een langere periode, namelijk van april 2020 tot en met maart 2021. In deze afbeelding is terug te zien dat het verzuim is toegenomen in 12
de maanden na de zomervakantie van 2020. Hier is ook direct het verband te leggen met de hoge kosten voor ziekteverzuim. Het percentage is namelijk niet op korte termijn naar beneden te brengen.
Afbeelding 2: Het verzuimpercentage van april 2020 t/m maart 2021
13