Bijlage 2 bij RIB 2021 70 - Verkenning Naar een financieel gezond Sociaal Domein
Tekst van het document
13
Grip op kosten in het sociaal domein: Wmo en Jeugdhulp, Berg en Dal, 2018 Interventieprogramma Sociaal Domein, gemeente Hengelo, 2018 15 VNG analyse ten behoeve van de voortgangsrapportage Wmo, VNG, 2016 16 Bezuinigingsvoorstellen, Gemeente Midden Groningen, 2019 17 Gemeentelijk dienstverleningsconcept Sociaal Domein, HBEL, 2016 14
25
Begeleiding & dagbesteding Begeleiding is de afgelopen jaren flink gegroeid qua kosten. Het aantal cliënten is sterk gestegen, terwijl de kosten per cliënt nagenoeg gelijk blijven. Bij de meeste cliënten wordt lichte begeleiding als voorziening ingezet. Bij specialistische begeleiding is vaak sprake van een stapeling of aaneenschakeling van zorginterventies. Deze cliënten hebben naast begeleiding, vaak ook nog andere hulp en ondersteuning. Hier is het advies om één zorgorganisatie te contracteren en zo de versnippering tegen te gaan. Hoewel dagbesteding laatste jaren redelijk stabiel is gebleven, zien we daar twee ontwikkelingen die van belang zijn. Ten eerste zien we meer inwoners die in begeleiding/dagbesteding zitten, terwijl voor hen misschien ook (sociaal) werk mogelijk is. Ten tweede zien we dat voorliggende dagbesteding (dus geen maatwerkvoorziening) mogelijk moet zijn, maar onvoldoende in de uitvoeringspraktijk van de grond komt.
Eenvoudige zorg bij complexe situaties Analyse De pareto coëfficiënt geeft aan dat een kleine groep inwoners verantwoordelijk is voor een substantieel van de gemeentelijke zorguitgaven. Bij deze inwoners werken veel bestaande oplossingen niet. Meerdere partijen zijn betrokken en proberen met specialistische interventies tot een oplossing te komen. Verwijzingen en hulpverleners zijn in een lange keten aangesloten bij het zorgtraject van het huishouden. De huidige inkoop in Gooi en Vechtstreek is onvoldoende gericht op deze kleine en kwetsbare groep huishoudens. Interventies worden los van elkaar gecontracteerd, terwijl de oplossing waarschijnlijk gelegen is in een samenhangende aanpak voor de meest complexe situatie. Door één partij in te schakelen voor deze kwetsbare groep in plaats van vele losse partijen, wordt de zorg niet alleen goedkoper maar ook effectiever. Oplossingsrichting De gemeenten starten naast de huidige zorginkoop een pilot/experiment voor de inkoop van (jeugd)zorg en ondersteuning voor de meest kwetsbare gezinnen. Het uitgangspunt daarbij is dat de regie op deze (jeugd)zorg en ondersteuning bij één partij komt te liggen. Door de (jeugd)zorg en ondersteuning bij deze groep inwoners lijkt aan doelmatigheid te kunnen winnen, waarbij zowel kosten bespaard kunnen worden als zorg verbeterd kan worden. Deze pilot zal worden uitgevoerd met 50 cliënten.
Er zal nader onderzoek plaatsvinden naar de omvang van de populatie de wordt geselecteerd voor de pilot. Voor een financiële schatting wordt er momenteel uitgegaan van een controlegroep van 25 personen en een testgroep van 25 personen. Huizen, Blaricum, Eemnes, en Laren hebben onlangs gevraagd om de mogelijkheden te verkennen om specialistische begeleiding Wmo en Jeugd binnen de bestaande regionale inkoopafspraken te organiseren via het systeem van lumpsumafspraken met een aanbieder voor jeugd en een aanbieder voor Wmo. Zij zien een aanleiding in de stijgende kosten voor dit type begeleiding en willen deze mogelijkheden verkennen om goedkopere trajecten te organiseren. Met deze pilot hopen de gemeenten hieraan te voldoen. Indien de evaluatie het experiment een positieve uitkomst laat zien, wordt voorgelegd aan de gemeenten de uitkomsten structureel te borgen in de financiering en contractering van de begeleiding en aanverwante voorzieningen. Maatregelen 8. Experiment uitvoeren door: a. nader onderzoek te doen naar de grootte van de populatie die aan de pilot mee kan doen; b. op basis van dossieronderzoek een selectie te maken van een interventie- en een 18 controlegroep ; c. één aanbieder te contracteren voor de interventiegroep die in staat is om bij deze populatie 19 de noodzakelijke (jeugd)zorg en ondersteuning te leveren . d.
de pilot minimaal twee jaar uit te voeren, waarbij jaarlijks wordt geëvalueerd.
18 19
De controlegroep het aanbod dat reeds is toegewezen. De interventiegroep ontvangt nieuw gecontracteerd aanbod Het nieuwe aanbod vervangt het bestaande aanbod. 26
Aanscherpen toegang Analyse Inwoners wonen steeds langer zelfstandig thuis. Vaak is dat goed, maar soms ook niet. Gemeenten zien regelmatig dat inwoners nog thuis hulp en ondersteuning krijgen, terwijl eigenlijk hulp vanuit de wet langdurige zorg nodig is. Redenen om hier geen gebruik van te maken zijn vaak onbekendheid, financiële redenen (een eigen risico of een hogere eigen bijdrage) of onvoldoende inzicht in de persoonlijke situatie (verwaarlozing, gevaarrisico, etc.). Oplossingsrichting Het Nederlandse zorgstelsel met de Zorgverzekeringswet, het sociaal domein en de langdurige zorg is complex georganiseerd. Gemeenten kunnen de inzet van begeleiding en dagbesteding scherper afbakenen met de inzet vanuit de Zorgverzekeringswet en de langdurige zorg. Gemeenten kunnen kiezen voor een verscherpte toetsing van toekenningen, waarbij ook gekeken wordt naar de juiste toepassing van de juiste wet, kortere indicaties bij een niet-chronische zorgbehoefte en frequentere toetsing of de geleverde zorg of ondersteuning nog passend is. Dit vergt een investering in de capaciteit van het gemeentelijk team. Met de huidige beschikbare tijd per melding is daar te weinig ruimte voor. Hier gaan de kosten dus voor de baat uit.
Het beperken van de toegang tot begeleiding en dagbesteding kan door: a) een extra check in te bouwen in het indicatieprotocol, waarbij wordt toegezien op de juiste toepassing van de juiste wetten (afbakening Wlz, Wmo, Zvw). Hierdoor worden structureel kosten geremd omdat cliënten– daar waar passend – geïndiceerd en vervolgens bekostigd krijgen vanuit flankerende wetten. b) chronische beperking als indicatie mee te nemen in het werkproces. In de praktijk worden beschikkingen vaak voor een kortdurende periode afgegeven. Dit sluit aan bij de bedoelingen van de wetgever, die de eigen kracht van de inwoner centraal stelt en bij een ondersteuningsbehoefte (kortdurende) zorgverlening dient te worden ingezet met het doel deze in de toekomst weer af te bouwen in het geval het beter gaat met de desbetreffende inwoner. Echter kan er onderscheid worden gemaakt in zorg die afgeschaald kan worden en cliënten met een chronische beperking, welke zijn aangewezen op meer langdurige voorzieningen. Zij krijgen van gemeenten veelal kortdurende voorzieningen toegewezen, waarbij een onderbouwing voor de duur in die gevallen ontbreekt. Dit geeft voor zowel cliënten als gemeenten extra administratieve lasten. c) financiële draagkracht mee te nemen in het werkproces. Er kan gevraagd worden in hoeverre inwoners over eigen kracht/ondersteuning vanuit de omgeving beschikken.
Hoewel gestuurd kan worden richting financiering, kan inkomen-vermogen niet als uitsluitende factor gebruikt worden. Hier moet zeer streng op gelet worden bij het uitwerken van deze maatregel. d) nadrukkelijk te vragen naar eigen kracht of hulp van de omgeving, waardoor een (zwaardere) indicatie misschien niet nodig is. Dit kan bijdragen aan betere uitkomsten voor inwoners en het dalen van de maatschappelijke kosten door te verwijzen naar een voorziening waarbij de eigen kracht van de inwoner en zijn netwerk volledig benut is. Maatregelen 9. Aanscherpen toegang begeleiding en dagbesteding uitvoeren door: a. werk- en uitvoeringsprocessen toegang aan te passen; b. consulenten te trainen in nieuwe werkprocessen; c. een uitvoeringsoperatie voor herindicaties door te voeren (kan gezamenlijk met andere maatregel herindicaties).
Algemene voorziening Analyse Een knop waar de gemeente invloed op heeft om kostenbesparing te realiseren is het type ondersteuning: licht, middel of zwaar. Door meer ondersteuningsbehoeften op te vangen binnen de basisvoorzieningen, kan de druk op de maatwerkvoorzieningen (en daarmee het benodigde budget) afnemen. Het is van belang te kijken hoe in het beleid de focus gelegd kan worden op de verschuiving van zwaardere naar lichtere vormen van ondersteuning. Oplossingsrichting Het aanbieden van lichte begeleiding en dagbesteding als algemene voorzieningen. Bijvoorbeeld door een breder aanbod van basisvoorzieningen te ontwikkelen en afspraken te maken met partners om 27
van deze voorzieningen gebruik te maken. De voorstelde maatregel is om lichte begeleiding en dagbesteding als algemene voorziening aan te bieden en waar mogelijk te koppelen aan de inloop en ontmoeting. Cliënten die momenteel door een traject moeten om lichte begeleiding of dagbesteding te ontvangen, hoeven dan geen indicatietraject meer te doorlopen en kunnen zich rechtstreeks tot de aanbieder wenden. Dit leidt tot een snellere en flexibelere inzet. Daarnaast heeft het vormen van lichte begeleiding en dagbesteding ook effect op de kosten van Wmo vervoer, omdat het vervoer bij een algemene voorziening niet door de aanbieder geregeld wordt. Om welk deel van de begeleiding en dagbesteding het gaat, moet worden onderzocht. Dit is nodig om een startsituatie te creëren waarmee de bedragen voor de voorziening kunnen worden bepaald. Belangrijk is dat er dan ook gestopt wordt met het aanbieden van lichte begeleiding als maatwerkvoorziening, omdat anders van beiden gebruik zal worden kunnen gemaakt, waardoor geen kostenbesparing op zal treden. Maatregelen 10. Algemene voorziening lichte begeleiding en dagbesteding vormen door: a. een projectgroep te vormen; b. de verordening en beleidsregels aan te passen (raad/college); c. overeenkomsten voor de levering van algemene voorzieningen op te stellen; d. informeren van aanbod begeleiding en dagbesteding over nieuw aanbod; e.
aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang f. consulenten en aanbieders trainen in nieuwe werkprocessen
Arbeid in plaats van zorg Analyse Een groot gedeelte van begeleiding wordt verzorgd voor beroepsbevolking volgens onze analyse. Van alle cliënten die begeleiding ontvangen is 77,45% tussen de 20 en 65 jaar. Dit geldt ook voor 38,34% van de cliënten die dagbesteding ontvangen. Cliënten die op jonge leeftijd een indicatie hebben ontvangen, ontvangen dit veelal voor langere periode. Het zou kunnen dat er te weinig wordt gekeken naar het werk dat zij kunnen verzetten. Sommige cliënten hebben Wmo begeleiding nodig in hun persoonlijke leven maar kunnen daarnaast best werk tegen loonwaarde verzetten omdat ze arbeidsvermogen hebben. Oplossingsrichting Wanneer wordt geïnvesteerd om een aantal van deze cliënten door te laten stromen naar andere vormen van daginvulling (bijv. vrijwilligerswerk, beschut werk of betaald werk) zorgt dit voor een afname van het zorgvolume en een groei van de arbeidsproductiviteit. Door dit mee te nemen in het keukentafelgesprek en regelmatige gesprekken met de klant te voeren kan beter gekeken worden of deze persoon richting arbeid kan gaan. Maatregelen 11. Sturen op arbeid in plaats van zorg door:: a. verordening, beleidsregel en indicatieprotocol aan te passen (raad, college); b. werk- en uitvoeringsprocessen toegang aan te passen; c. het aanbod sociale en beschutte werkplekken uit te breiden; d. consulenten trainen in nieuwe werkprocessen; e.
uitvoeringsoperatie voor herindicaties (kan gezamenlijk met andere maatregel herindicaties).
28
Maatregelentabel Dagbesteding & Begeleiding Cliënten 2019 2.284 (begeleiding) 819 (dagbesteding) Maatregel 8. Eenvoudige zorg bij complexe situaties (pilot)
9. Toegang aanscherpen
10. Algemene voorziening
11. Sturen op arbeid in plaats van zorg
Maatregel 8. Eenvoudige zorg bij complexe situaties
Acties / organisatorische impact a. Nader onderzoek doen naar de grootte van de populatie b. Op basis van dossieronderzoek een selectie te maken van een interventie- en een controlegroep c. Eén aanbieder contracteren voor de interventiegroep d. De pilot minimaal twee jaar uit te voeren met jaarlijkse evaluatie a. Aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang b. Consulenten trainen in nieuwe werkprocessen c. Uitvoeringsoperatie voor herindicaties a. Vormen projectgroep b. Aanpassen verordening en beleidsregels (raad/college) c. Contracteren van aanbod voor algemene voorzieningen begeleiding en dagbesteding d. Informeren van aanbod begeleiding en dagbesteding over nieuw aanbod e. Aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang f. Consulenten en aanbieders trainen in nieuwe werkprocessen a. Aanpassen beleidsregel en indicatieprotocol (college) b. Aanpassen werk- en uitvoeringsprocessen toegang c. Contracteren aanbod extra sociale werkplekken d. Consulenten trainen in nieuwe werkprocessen e. Uitvoeringsoperatie voor herindicaties Maatschappelijk effecten a. b. a. b.
9. Toegang aanscherpen c. c. a. b. 10. Algemene voorziening c.
11. Sturen op arbeid in plaats van zorg Maatregel
Uitgaven 2019 €11.612.185 (begeleiding) €3.812.597 (dagbesteding)
d. e. a. b. a.
Cliënten met een grote zorgvraag hebben te maken met een enkele aanbieder. Meer ruimte voor maatwerk en flexibiliteit onder cliënten. Nieuwe cliënten ontvangen minder begeleiding (bij keuze voor herindicatie ontvangen ook huidige cliënten minder begeleiding). Meer inwoners moeten langer beroep doen op voorliggende of particuliere voorzieningen. Inwoners kunnen te maken krijgen met een hoger eigen risico en mogelijke zorgval. Inwoners krijgen zorg die gefinancierd wordt vanuit de juiste financiering Bestaande cliënten behouden hun rechten: geen effect Meer inwoners moeten langer beroep doen op voorliggende en particuliere oplossingen (verhoogde druk op mantelzorg en particuliere uitgaven) Grote(re) groep inwoners (met beperkingen) doet beroep op algemene voorzieningen Meer flexibiliteit en sneller handelen als inwoners hulp nodig hebben. Minder uitvoeringskosten indiceren inwoners Nieuwe en bestaande cliënten ontvangen minder begeleiding Er wordt gekeken naar een nuttige invulling van tijd van cliënten Er zal meer werkgelegenheid met betrekking tot begeleiding werk zijn
8. Eenvoudige zorg bij complexe situaties (pilot)
Financieel effect 20 Kosten 21 Opbrengst Resultaat
9. Toegang aanscherpen
Kosten
2021
2022
2023
2024
80.000 -312.500 -232.500
60.000 -312.500 -232.500
40.000 -625.000 -585.000
40.000 -625.000 -585.000
50.000
10.000
10.000
10.000
20
Projectkosten pilot Aanname zorgtraject: 50.000 per cliënt per jaar. Besparing 25% per cliënt (praktijkonderzoek IPW). Eerste 2 jaar pilot met 25 cliënten. Daarna borgen voor ongeveer 50 cliënten 21
29
Opbrengst
10. Algemene voorziening
11. Sturen op arbeid in plaats van zorg
Resultaat
-154.248 -104.248
-308.496 -298.496
-308.496 -298.496
-308.496 -298.496
Kosten Opbrengsten Resultaat
280.000 -656.991 -376.991
280.000 -965.487 -685.487
180.000 -1.273.983 -1.093.983
180.000 -1.582.478 -1.402.478
Kosten Opbrengst Resultaat
450.000 0 450.000
450.000 -375.000 75.000
450.000 -750.000 -300.000
450.000 -750.000 -300.000
Financiële toelichting 8.
Eenvoudige zorg bij complexe situaties (pilot)
Een complex zorgtraject kost ongeveer €50.000 per cliënt per jaar. Er zal ongeveer 25% bespaard 22 worden naar onze verwachting. De eerste twee jaar zal de pilot uitgevoerd worden met 25 cliënten. In het derde en vierde jaar zullen opbrengsten project geborgd worden voor 50 cliënten. Hiermee zal dus structureel €625.000 opgebracht kunnen worden. Bij succesvolle resultaten kan nagedacht worden over opschaling, waarbij opbrengsten ook groter zullen zijn. De projectkosten voor de pilot zullen circa €80.000 zijn in het eerste jaar, aflopend naar €40.000 in het vierde jaar. De besparingen zouden hiermee €585.000 bedragen. 9.
Toegang aanscherpen 23
24
25
Een aanscherping van de toegang staat genoteerd in plannen van Hengelo , Meppel , Aalten , 26 27 28 Oisterwijk , Berg en Dal , Waterland . Door de hoeveelheid plannen waarin deze maatregel genoemd wordt verwachten wij een zekere besparing. Aalten geeft als enige relatieve besparing op (namelijk 1%) voor afbakening Wlz/Wmo/Zvw. Deze verwachting nemen wij over. Een verdere besparing van aanscherping gaat in elk plan hand in hand met additionele maatregelen, bijvoorbeeld een omgekeerde toets. Minimale besparingen van 1% (zoals Oisterwijk aangeeft) moet haalbaar zijn voor aanscherping als losse maatregel. In totaal is de opbrengst dan een voorzichtige 2%, ofwel €308.496 De kosten om deze maatregel uit te voeren zijn laag. We houden 0,5 fte aan voor het aanscherpen van de indicatierichtlijn. In principe kunnen consulenten getraind worden in aanscherping van indicatieprotocol (€10.000). Passendheid van voorzieningen kan steekproefsgewijs worden getest in volgende jaren. De structurele besparing wordt geschat op €298.496 10. Algemene voorziening 29
30
31
32
33
34
De notitie ombuigingen , Aalten , Hengelo , Midden Groningen , Berg en Dal , Heerde en 35 Leeuwarden noemen het vormen van lichte begeleiding en dagbesteding naar een algemene (collectieve) voorziening als maatregel. Door de hoeveelheid plannen waarin deze maatregel genoemd wordt verwachten wij een zekere besparing. De besparingen in voorgenoemde actieplannen lopen op van 3% tot 13%. Gezien het grote aantal cliënten dat lichte begeleiding ontvangt binnen Gooi en
22
Praktijkonderzoek IPW Interventieprogramma Sociaal Domein, gemeente Hengelo, 2018 24 Interventieplan Sociaal Domein: Grip op het sociaal domein in Meppel, Gemeente Meppel, 2018 25 Transformatieplan Sociaal Domein, gemeente Aalten, 2020 26 Strijdplan sociaal domein, Oisterwijk 2020 27 Grip op kosten in het sociaal domein: Wmo en Jeugdhulp, Berg en Dal, 2018 28 Betere financiële beheersbaarheid sociaal domein, gemeente Waterland, 2019 29 Notitie ombuigingen sociaal domein, 2019 30 Transformatieplan Sociaal Domein, gemeente Aalten, 2020 31 Interventieprogramma Sociaal Domein, gemeente Hengelo, 2018 32 Bezuinigingsvoorstellen, Gemeente Midden Groningen, 2019 33 Grip op kosten in het sociaal domein: Wmo en Jeugdhulp, Berg en Dal, 2018 34 VNG analyse ten behoeve van de voortgangsrapportage Wmo, VNG, 2016 35 Uitvoeringsplan herijking ondersteuning Wmo Leeuwarden, 2019 23
30
Vechtstreek, lijkt 10% zeker haalbaar in 4 jaar. Hierbij komt ook een kostenbesparing van 10% op Wmo-vervoer. De kosten hiervoor zijn €400.000 euro, wat een extra besparing van €40.000 oplevert. In totaal verwachten we een structurele opbrengst van €1.582.478 Om deze maatregel tot uitvoer te brengen, verwachten wij het 1e en 2e jaar ontwikkelkosten (d.w.z. projectleider, inkoop, en monitoring). Dit betreft 3 fte en trainingskosten (€10.000). Het derde en vierde jaar verwachten wij minder kosten, namelijk 0,5 fte voor inkoop en monitoring en 0,5 fte voor dataanalisten. Ook een nieuwe training consulenten (€10.000) behoren tot kosten in het derde en vierde jaar. De besparing zal hiermee naar verwachting structureel €1.402.478 zijn. 11. Sturen op arbeid in plaats van zorg 36
37
Het sturen op arbeid in plaats van zorg staat genoemd in plannen van Aalten en Hengelo . De verwachting is dat 150 personen kunnen worden bereikt. Gebaseerd op besparingen die genoemd worden in Aalten levert dit €5000 per persoon op. De kosten hiervoor zijn ongeveer € 3000, gebaseerd op plannen van Aalten. Het effect blijft uit op de kosten. Dat betekent dat wij vanaf het eerste jaar €3000 per persoon kwijt zijn, maar naar schatting pas vanaf het derde jaar het volledige effect hiervan zien. De besparing komt hierdoor neer op €300.000 structureel per jaar.
36 37
Transformatieplan Sociaal Domein, gemeente Aalten, 2020 Interventieprogramma Sociaal Domein, gemeente Hengelo, 2018 31
Beschermd wonen Gemeenten vormen de toegang tot beschermd wonen. De Regio voert de beleidsvoorbereiding, inkoop en het beheer uit. De uitgaven beschermd wonen stijgen mee in lijn met de ontwikkeling van het budget in het Gemeentefonds. Dit komt doordat gemeenten voor beschermd wonen een budgetplafond hebben ingesteld. De laatste jaren stijgt de wachtlijst voor beschermd wonen sterk, veroorzaakt door een hoge instroom en een lage uitstroom. Krapte op de arbeidsmarkt en het onvoldoende benutten van voorliggende alternatieven (beschermd thuis wonen) lijken de voornaamste oorzaak voor de stijging van de wachtlijst. De wachtlijst beschermd wonen komt op onhoudbaar niveau. Er is nog nauwelijks ruimte voor nieuwe instroom, waarbij acute bescherming nodig is.
Heronderzoeken van de wachtlijst en bestaande cliënten Analyse Beschermd wonen is nooit bedoeld als oplossing voor structurele problemen op de woningmarkt. Toch zien we dat beschermd wonen soms wel als zodanig wordt ingezet of dat mensen vanwege krapte op de woningmarkt moeilijk uit beschermd wonen stromen. Op dit moment is er een wachtlijst voor beschermd wonen. Oplossingsrichting Zowel de wachtlijst als de mensen die nu gebruik maken van beschermd wonen kunnen opnieuw onderzocht worden. Daarbij moet gekeken worden naar: 1. oplossingsmogelijkheden met voorliggende voorzieningen, bekostigd vanuit de Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg of vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning; 2. oplossingsmogelijkheden op het terrein van huisvesting door mogelijkheden van urgentieverlening, terug naar thuis of alternatieve woonvormen (kamerbewoning, etc.) te onderzoeken; 3. oplossingsmogelijkheden op het terrein van werk, zodat zorgkosten (beschermd wonen pakketten) verlaagd kunnen worden. De gemeentelijke doelgroep beschermd wonen gaat door een overgang van een groot deel van de huidige groep naar de Wet langdurige zorg fors veranderen Een deel van de mensen die nu een indicatie hebben voor beschermd wonen, zal in 2021 overgaan naar de Wet langdurige zorg, omdat deze vanaf 2021 opengesteld wordt voor inwoners met langdurige psychische klachten.
Een inschatting van het Rijk is dat enerzijds ongeveer 30% van de mensen in beschermd wonen overgaat naar de Wet langdurige zorg. De uitkering in het gemeentefonds daalt met de uitname Wet langdurige zorg. Naar verwachting wordt het gemeentefonds met € 495 miljoen verlaagd. Voor de Regio komt dit neer op ongeveer €4,6 miljoen. Bij de beweging richting langdurige zorg hoort ook een beweging richting meer ambulante zorg. Een gedeelte van de mensen die nu een indicatie beschermd wonen heeft, zou meer ambulante zorg (begeleiding) kunnen ontvangen: (semi)zelfstandige woonruimte met zorg aan huis. Dat is goedkoper, maar vereist ook juiste woonruimte. Onderzoek kan duidelijk maken voor welke groep dit mogelijk is. Met deze voorziene ambulantiseringsopgave, moet er ook een discussie gevoerd worden over wat precies valt onder beschermd wonen (en welke kosten hierbij horen). Zowel in Hengelo als Arnhem heeft afgelopen jaar een herindicatieronde plaatsgevonden, waaruit bleek dat de indicaties fors naar beneden bijgesteld kunnen worden of alternatieve vormen van hulp passend zijn. Ook is het zinvol om te verkennen in hoeverre inwoners met beschermd wonen/op de wachtlijst arbeidspotentieel hebben. Wanneer hier sprake van is, is het advies een traject voor arbeidsinschakeling in te zetten.
Dit versterkt niet alleen de zelfredzaamheid van deze inwoners doordat het hun kansen op zelfstandig wonen vergroot, werk heeft ook een significant effect op het verminderen van de zorgbehoefte. Het lijkt nuttig pas uitspraken te doen over maatregelen te doen, als het beeld van de nieuwe situatie duidelijk is. Een onderzoek naar omvang, typering, en ondersteuningsbehoefte van cliënten kan hierbij helpen.
32
Maatregelen 12. Heronderzoek van de wachtlijst en bestaande cliënten vormgeven door de volgende stappen te doorlopen: ste a. uitvoeren van een grondige data-analyse (1 selectie van de populatie); b. uitvoeren van een dossieronderzoek beschermd wonen, waarbij dossiers van de de gemeentelijke toegang en de zorgorganisaties opgevraagd worden voor onderzoek (2 selectie populatie) c. openen van het heronderzoek op de onder a en b geselecteerde populatie, waarbij het onderzoek wordt uitgevoerd middels een huisbezoek (videobellen tijdens corona).
Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot beschermd wonen Analyse Beschermd wonen kost de gemeente ongeveer € 55.000 per jaar per inwoner. Het is een dure en specialistische voorziening waar mensen langdurig gebruik van maken. Vraag is dan ook in hoeverre het verstandig is om alle consulenten bij een gemeente de mogelijkheid te geven beschermd wonen ste de toe te wijzen. Hierbij kan een vergelijking getrokken worden met de 1 en 2 lijns zorg. Een huisarts kan wel verwijzen naar het ziekenhuis, maar kan niet direct naar een dure hartoperatie verwijzen. Dat is een afweging die de specialist maakt. Er is veel kennis en expertise nodig om beschermd wonen goed toe te wijzen. Het vraagt een bepaalde mate van specialisatie (kennis van de populatie, het zorgaanbod en de woningmarkt) die op dit moment onvoldoende geborgd is in de gemeentelijke toegang. Om te voorkomen dat er een scheve verdeling tussen gemeenten ontstaat (ondermijning solidariteit), is het van belang de toegang tot beschermd wonen eenduidig en uniform vorm te geven. Door gezamenlijk toegang te organiseren wordt kennis geborgd en toegang geüniformeerd, waardoor een indicatie voor beschermd wonen alleen zal worden gegeven wanneer deze echt noodzakelijk is. Op deze wijze blijft de solidariteit tussen gemeenten gehandhaafd.
Oplossingsrichting Advies is dan ook om bij een gezamenlijke bekostiging ook te zorgen voor een gezamenlijke toegang. Een gezamenlijke toegang biedt ook een (extra) drempel, waarmee de instroom beperkt kan worden. Maatregelen 13. Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot beschermd wonen door: a. onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de toegang tot beschermd wonen gezamenlijk uit te voeren; b. in 2021 een raadsvoorstel beschermd wonen voor te leggen voor een gezamenlijke toegang tot beschermd wonen; c. op basis van dit raadsbesluit de implementatie van de toegang voor te bereiden in de tweede helft van 2021 (uitgangspunt is dat lokale consulenten waar mogelijk mee gaan naar een gezamenlijke toegangsorganisatie); d. vanaf 1 januari 2022 de toegang beschermd wonen gezamenlijk uit te voeren.
33
Maatregelentabel Beschermd wonen Cliënten 2019 320 Maatregel
12. Heronderzoek wachtlijst + bestaande cliënten
13. Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot beschermd wonen
Maatregel
12. Heronderzoek wachtlijst + bestaande cliënten
13. Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot beschermd wonen Maatregel 12. Heronderzoek wachtlijst + bestaande cliënten 13. Gezamenlijke bekostiging en toegang beschermd wonen
Uitgaven 2019 13.789.281
Volume 2019 97.973 etmalen
Prijs 2019 Pakketprijzen variëren
Acties / organisatorische impact ste a. uitvoeren van een grondige data-analyse (1 selectie van de populatie); b. uitvoeren van een dossieronderzoek beschermd wonen, waarbij dossiers van de gemeentelijke toegang en de zorgorganisaties opgevraagd de worden voor onderzoek (2 selectie populatie) c. openen van het heronderzoek op de onder a en b geselecteerde populatie, waarbij het onderzoek wordt uitgevoerd middels een huisbezoek (videobellen tijdens corona). a. onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de toegang tot beschermd wonen gezamenlijk uit te voeren b. in een raadsvoorstel beschermd wonen voor te leggen voor een gezamenlijke toegang tot beschermd wonen; c. op basis van dit raadsbesluit de implementatie van de toegang voor te bereiden in de tweede helft van 2021 (uitgangspunt is dat lokale consulenten waar mogelijk mee gaan naar een gezamenlijke toegangsorganisatie); d. vanaf 1 januari 2022 de toegang beschermd wonen gezamenlijk uit te voeren. Maatschappelijk effecten a. Onrust onder wachtlijst en bestaande cliënten. Deel stroomt in bij beschermd wonen. Deel stroomt uit en een deel gaat van de wachtlijst af. b. Meer inwoners moeten langer beroep doen op voorliggende en particuliere oplossingen (verhoogde druk op gemeenten en WLZ) c. Extra uitvoeringscapaciteit op heronderzoek beschermd wonen en wachtlijst. d.
Substantiële afname van de wachtlijst (huidige niveau 133, gewenst niveau rond de 20) a. b.
Lagere instroom door hogere drempels Expertiseopbouw rondom complexe verblijfsvraagstukken
Financieel effect Kosten Opbrengsten Resultaat Kosten Opbrengst Resultaat
2021 150.000 -
2022
2023
2024
-
-
-
-600.000 0 -600.000
-400.000 0 -400.000
-400.000 0 -400.000
-400.000 0 -400.000
Financiële toelichting 12. Heronderzoek wachtlijst+ bestaande cliënten De kosten voor dataonderzoek (400 cliënten), dossieronderzoek (200 cliënten) en herindicatieproces (100 cliënten) worden geschat op €150.000. De dekking voor deze kosten komt uit de middelen voor bescherming en opvang (Regiobegroting). Er zal niet per se een financieel effect zijn, omdat het aantal te bekostigen plekken beschermd wonen gelijk blijft (budgetplafond). Het doel is het verkorten van de wachtlijst voor beschermd wonen. De verwachting is de wachtlijst in te korten van 130 inwoners naar 30 inwoners.
34
13. Gezamenlijke bekostiging van en toegang tot beschermd wonen Er zal een verschuiving van kosten plaatsvinden van de gemeentebegroting naar de regiobegroting voor de uitvoering. Gemeenten zullen daarmee wel besparen op kosten voor uitvoering. Budgetten voor bescherming en opvang blijven verder gelijk Het eerste jaar verwachten wij €200.000 projectkosten om overgang voor te bereiden.
35
Wmo vervoer 12.000 inwoners - jong en oud - uit Gooi en Vechtstreek zijn dagelijks afhankelijk van gemeentelijke ondersteuning bij het reizen. In landelijke gebieden is er sprake van een krimp van het openbaar vervoer. Niet alleen vanwege deze krimp, ook vanwege een groeiend aantal inwoners met beperkingen zien gemeenten zich geconfronteerd met een stijgende vervoersvraag. En dat tegen een achtergrond van toenemende krapte op de arbeidsmarkt, minder geld vanuit het Rijk, kostprijsverhoging als gevolg van fiscale maatregelen en toenemende verkeersdrukte. Analyse Om gebruik te maken van Wmo vervoer, betalen inwoner in 2020 € 0,65 cent per zone plus het 38 basistarief € 0,65 . De eigen bijdrage van inwoners voor Wmo vervoer ligt momenteel een stuk lager dan de bijdrage die men zou betalen als zij met het openbaar vervoer zouden reizen. Medische begeleiding wordt apart toegewezen en betaald geen eigen bijdrage. Echter mensen die meereizen met de pashouder (medereizigers) betalen een dubbele eigen bijdrage. De gemeente betaalt voor medereizigers dus ook een groot deel van de reis (ongeveer € 3,70 per zone). Door de lage eigen bijdrage en het aantrekkelijke medereizigers tarief wordt het gebruik van openbaar vervoer onvoldoende gestimuleerd.
Oplossingsrichting Door de eigen bijdrage voor het Wmo vervoer te verhogen, wordt het nemen van openbaar vervoer als alternatief voor vervoersvoorzieningen meer gestimuleerd. Dit gebeurt op verschillende manieren: de eigen bijdrage voor Wmo vervoer gelijktrekken met de bijdrage voor openbaar vervoer en daarbij te werken met een piek- en daltarief, zodat het vervoer beter gespreid kan worden; medereiziger alleen toestaan, indien zij een volledig kostendekkend tarief betalen. Maatregel 14. Het verhogen van de eigen bijdrage van Wmo-vervoer kan door: a. In de eerste helft van 2021 een raadsvoorstel verhogen eigen bijdrage Wmo-vervoer voor te leggen voor een gezamenlijke toegang tot beschermd wonen; b. op basis van dit raadsbesluit de implementatie voor te bereiden; c. vanaf 1 januari 2022 de eigen bijdrage Wmo-vervoer te verhogen.
Maatregelentabel Wmo Vervoer Cliënten 2019 225.000 ritten Maatregel 14. Verhogen eigen bijdrage Wmo vervoer
Maatregel 14. Verhogen eigen bijdrage Wmo vervoer Maatregel 14. Verhogen eigen bijdrage Wmo vervoer
38
Uitgaven 2019 €3.304.000
Acties / organisatorische impact a. In de eerste helft van 2021 een raadsvoorstel verhogen eigen bijdrage Wmo vervoer voor te leggen voor een gezamenlijke toegang tot beschermd wonen; b. Op basis van dit raadsbesluit de implementatie voor te bereiden c. Vanaf 1 januari 2022 de eigen bijdrage Wmo-vervoer te verhogen Maatschappelijk effecten a. Cliënten betalen voor Wmo ritten dezelfde prijs als in het openbaar vervoer b. Minder cliënten zullen gebruik maken van Wmo vervoer. Financieel effect 2021 2022 2023 2024 Kosten -80.000 0 0 0 Opbrengst 314.263 314.263 314.263 314.263 Resultaat 234.263 314.263 314.263 314.263
https://www.wmo-taxi.nl/hoe-werkt-het/kosten-en-betalen/ 36
Financiële toelichting 14. Verhogen eigen bijdrage Wmo-vervoer De opbrengst van de eigen bijdrage bedraagt nu €475.000. De kosten voor Wmo-vervoer bedragen nu €3.304.000. Wij gaan uit van een opbrengst door het tarief met 25% te verhogen, waardoor het gebruik volgens ons met 5% daalt. Daarnaast gaan we uit van een opbrengst van €30.000 euro voor het invoeren van een kostendekkend tarief voor medereizigers. Ook het invoeren van een piek/daltarief zal volgens ons €30.000 opleveren. Wij stellen voor gedurende 1 jaar 1 fte in te zetten om deze maatregelen verder vorm te geven. De kosten hiervoor zijn €80.000. Deze collega zal zich bezig houden met het doorvoeren van een hogere eigen bijdrage, kostendekkend tarief voor medereizigers en het invoeren van een piek/daltarief. De besparing zal naar schatting structureel €314.263 per jaar behelzen.
Deel 3 Kostenbeheersing
37
Kostenbeheersing Gemeenten ervaren onvoldoende grip op de ontwikkeling van de inkomsten en uitgaven in het sociaal domein. De uitdaging is om informatie en data uit het zorglandschap om te zetten naar goede sturingsinformatie voor gemeenten. Alleen door informatie op alle niveaus in te zetten, kan de sturing worden versterkt tussen inwoner, consulent & zorgprofessional en tussen zorgmanagement, toegangsmanagement & contractmanagement en tussen zorgdirectie, gemeentebestuur & gezamenlijke beleidsvoorbereiding.
Grip op de uitgaven Analyse Probleem op dit moment is dat gemeenten onvoldoende grip hebben op de ontwikkeling van de uitgaven in het sociaal domein. Dit komt omdat de informatie op de kostenontwikkeling in het sociaal domein vanuit vele bronnen bij elkaar gebracht moet worden. Afgelopen jaren waren er geen tekorten en dus was er ook geen noodzaak om tussentijds de kostenontwikkeling in het gehele sociaal domein op elk moment te kunnen monitoren. Inmiddels is die noodzaak er wel en dient data vanuit lokale subsidies, de gemeentelijke toegang en het regionale contractmanagement continue bij elkaar gebracht te worden om zo over de adequate sturingsinformatie te kunnen beschikken. Oplossingsrichting Het omzetten van data naar geschikte sturingsinformatie zal helpen met het geven van het inzicht in de kosten. Op basis van de sturingsinformatie zal er ruimte zijn om tijdig maatregelen te kunnen nemen. De data dient lokaal (op de schaal van de gemeente) bij elkaar gebracht te worden. Hiervoor kunnen gemeenten lokaal een data wharehouse inrichten, waarmee gemeenten in staat zijn om op basis van verschillende bronnen realtime datagedreven te werken en te vertalen naar adequate sturingsinformatie op elk gewenst niveau: a. Inzicht/benchmark in ontwikkeling zorgvraag b. Inzicht/benchmark in ontwikkeling zorgtoewijzing c. Inzicht/benchmark in ontwikkeling zorgaanbod d.
Inzicht in werkbegroting per voorziening e. Inzicht in realisatie per voorziening f. Inzicht in prognose/forecast per voorziening Maatregelen Om kwalitatief goede sturingsinformatie te geven aan deze partijen, moeten de volgende maatregelen worden genomen: a. De Regio stelt de data uit het digitaal leefplein beschikbaar aan de gemeentelijke data wharehouses en ondersteunt waar nodig bij het omzetten van data naar sturingsinformatie. b. Gemeenten richten (boven)lokaal data wharehouses in om de data vanuit de Regio, de toegang het voorveld (veel lokale inkoop en/of subsidies) om te zetten naar geschikte sturingsinformatie voor directie en bestuur.
38
Maatregelentabel Maatregelen kostenbeheersing Maatregel
15. Grip op uitgaven
Acties / organisatorische impact a. De regio stelt de ruwe data beschikbaar en ondersteunt gemeenten bij het omzetten van data naar sturingsinformatie. b. Gemeenten richten (boven)lokaal data wharehouses in om data vanuit de Regio, de toegang en het voorveld te bundelen en om te zetten naar adequate sturingsinformatie voor directie en bestuur.
Maatregel 15. Grip op uitgaven
Maatschappelijk effecten a. Geen direct aanwijsbare maatschappelijke effecten
Maatregel
Financieel effect Kosten Opbrengst Resultaat
15. Grip op uitgaven
2021 -80.000 0 -80.000
2022
2023 0 0 0
2024 0 0 0
0 0 0
Financiële toelichting 15. Grip op uitgaven Een betere kostenbeheersing zal niet direct een besparing opleveren. Wel zorgt het ervoor dat hogere kosten niet meer als een verrassing zullen komen. Hogere kosten zullen eerder opgemerkt worden en er kunnen eerder maatregelen worden genomen om deze kosten te beheersen. Voorgesteld wordt om gedurende één jaar 0,5 fte projectleiding en 0,5 fte (data analisten) in te zetten om de maatregel vorm te geven en aan te jagen. Verder zullen er ook kosten voor gemeenten zijn die hier niet weergegeven worden.
39
Kostenbewustzijn De inwoner, de zorgprofessional en de consulent maken elke dag financiële keuzes die grote invloed hebben op de gemeentelijke uitgaven. Het is voor de gemeente van groot belang hen goed te informeren over de kosten en baten van interventies, zodat zij keuzes goed onderbouwd kunnen maken. Daarbij kunnen prikkels ingebouwd worden om meer bewust om te gaan met de schaarste van gemeentelijke voorzieningen in het sociaal domein. Advies is om binnen de huidige vormgeving van de maatwerkvoorzieningen en jeugdzorg maatregelen te onderzoeken die leiden tot meer kostenbewustzijn bij inwoners, zorgprofessionals en consulenten.
Versterken kostenbewustzijn Analyse Drie verschillende perspectieven rondom kosten op individueel niveau: 1. De inwoner heeft nu beperkt inzicht in de begrootte kosten, de realisatie en de forecast van het toegewezen zorgtraject. Daarbij betaalt de inwoner weinig of geen bijdrage om deze zorg te verkrijgen. 2. De consulent heeft weinig inzicht in kosten van individuele trajecten en de impact van trajecten op de ontwikkeling van de gemeentefinanciën. 3. De zorgprofessionals wordt vooral gestimuleerd om zorg leveren op basis van ´uurtje factuurtje´. Er zijn weinig tot geen prikkels om minder of anders zorg te verlenen dan toegewezen. Daarbij hebben zorgorganisatie weinig beeld van goede voorbeelden en initiatieven bij andere zorgorganisaties. Er is dus op individueel niveau nog weinig bewustzijn van kosten van zorg en daarnaast ook weinig prikkels om geleverde zorg te verminderen. Oplossingsrichting Inzicht in de kosten kan leiden tot ander keuzes en gedrag binnen het sociaal domein. Dit inzicht moet gecreëerd worden op het niveau waarop de zorg tot stand komt: tussen de inwoner, de consulent en de zorgprofessional. Daar moet een goed begrip ontstaan van de (kosten van) toegewezen zorg, de geleverde zorg en de nog te verwachten zorg. Zo worden partijen zich meer bewust van de schaarste en gezamenlijk in staat gesteld om op maat de juiste (financiële) keuzes te maken.
Gemeenten dienen aanvullend onderzoek te doen naar mogelijkheden om prikkels binnen het huidige beleid en financiering in te bouwen die inwoners, consulenten en zorgprofessionals meer kostenbewust maken. Hierbij wordt gedacht aan: 1. Benchmarken en sturen op gemiddelde inzet van hulpverlening (per aanbieder/sector doelen stellen om behandelgemiddelden omlaag te krijgen) 2. Bonus op afschalen van de zorg met resultaat voor de inwoner 3. Staffelkorting voor bewezen effectieve hulpverlening die langdurig wordt ingezet 4. Automatische stand still termijn na afloop indicatieperiode 5. Instellen van een persoonsvolgend budgetplafond (zit in contractering 2021) 6. Werken met basispakketten (minimaal noodzakelijk) en pluspakketten (voor uitzonderlijke situaties) (zit deels in contractering 2021) 7. Kortdurende persoonsvolgende contractering (geen langdurige toewijzingen) (zit deels in contractering 2021) Het inzicht geven in kosten, zal een kleine verandering in gedrag laten plaatsvinden. Echter, om meer vervolg te geven aan dit inzicht, is het nodig dat er in gesprek gegaan wordt. Consulenten kunnen aan de hand van inzicht in kosten wel met inwoner en consulent in gesprek gaan over effectiviteit van zorg (ten opzichte van de kosten). Hiervoor heeft de consulent meer ruimte nodig binnen zijn werkzaamheden.
Welke informatie moet worden verschaft om inzicht te verkrijgen op individueel niveau? 3. Inwoner inzicht geven in eigen data door goede (digitale) informatievoorziening: a. Financieel: Toegewezen zorg Gerealiseerde zorg Nog te verwachten zorg
40
b.
Eigen bijdrage
Inhoudelijk Gewenste resultaat, inclusief tijdsplanning Eigen inzet
4.
Consulent inzicht geven door goede (digitale) informatievoorziening: a. Financieel: Toegewezen zorg Gerealiseerde zorg Nog te verwachten zorg b. Inhoudelijk Welke en hoeveel inwoners melden zich bij de gemeente? Wie ontvangen er hoeveel (jeugd)zorg? Inzicht in informatie van de inwoner Wat is er beschikbaar voor deze (jeugd)zorg? Hoe doe ik het ten opzichte van collega consulenten? (toewijzingsgemiddelden)
5.
Professional inzicht geven door goede (digitale) informatievoorzieningen: a. Financieel: Toegewezen zorg Gerealiseerde zorg Nog te verwachten zorg b. Inhoudelijk Welke en hoeveel inwoners melden zich bij de aanbieder? Wie ontvangen er hoeveel (jeugd)zorg? Inzicht in informatie van de inwoner Wat is er beschikbaar voor deze (jeugd)zorg? Hoe doe ik het ten opzichte van andere professionals? (behandelgemiddelden)
Maatregelen Het bewerkstelligen van ander gedrag van consulenten, aanbieders en inwoners door inzicht in kosten van zorg kan gebeuren door: 1. Het aanstellen van een projectleider en een data-analist, welke zorgen dat sturingsinformatie op een juiste manier terecht komt bij aanbieder, inwoner en consulent. 2. Onderzoek doen naar innovaties in de inkoop en contractering om inwoners, consulenten en zorgprofessionals meer kostenbewust maken. 3. Innoveren van het dienstverleningsproces om inwoners, zorgprofessionals en consulenten meer kostenbewust te maken.
Maatregelentabel Maatregelen kostenbeheersing Maatregel 16. Versterken kostenbewustzijn
Maatregel
16. Versterken kostenbewustzijn
Maatregel 16. Versterken
Acties / organisatorische impact a. Aanstellen van een projectleider en data-analist b. Onderzoek doen naar innovaties in de inkoop en contractering om inwoners, consulenten en zorgprofessionals meer kostenbewust te maken. c. Het kostenbewust innoveren van het dienstverleningsproces bij gemeenten en zorgorganisaties Maatschappelijk effecten a. Meer duidelijkheid bij inwoner over kosten die gemeente maakt voor dienst. Eventuele gedragsverandering bij inwoner over noodzaak dienst. b. Meer duidelijkheid bij consulent en professional over kosten diensten. Eventuele gedragsverandering in (toekennen) zorg.
Financieel effect Kosten
2021 80.000
2022 80.000
2023
2024 0
0 41
kostenbewustzijn
Opbrengst Resultaat
ntb Ntb
Ntb Ntb
Ntb Ntb
Ntb Ntb
Financiële toelichting 16. Versterken kostenbewustzijn Er wordt verwacht dat het versterken van kostenbewustzijn een besparing oplevert. Er is echter nader onderzoek nodig om de omvang van deze opbrengst te kunnen bepalen. Dit is ook zeer afhankelijk van de maatregelen die worden doorgevoerd. Voorgesteld wordt om gedurende twee jaar 0,5 fte projectleiding en 0,5 fte data-analisten in te zetten om deze maatregel verder vorm te geven. De kosten hiervoor zijn €80.000 per jaar. Verder zullen er ook kosten voor gemeenten zijn die hier niet weergegeven worden.
42
Bijlage 1 Niet opgenomen maatregelen
43
Er is een lijst van maatregelen verkend en besproken door de gemeenten die niet is opgenomen in deze verkenning, omdat er onvoldoende ambtelijk en bestuurlijk draagvlak was voor deze maatregelen. Hieronder valt te lezen welke maatregelen geschrapt zijn, als ook waarom wij deze maatregelen niet adviseren.
Budgetplafonds Analyse De kosten voor begeleiding en verzorging (Wmo) is van 2015 tot en met 2019 gegroeid van 5.86 miljoen tot 11.61 miljoen. Binnen de voorziening is eenzelfde trend te zien, ondanks dat deze stijging minder groot is. Van 2015 tot en met 2019 zijn de kosten voor deze voorziening gestegen van 3.16 miljoen naar 3.81 miljoen. Binnen de Jeugdwet laat begeleiding en verzorging zelfs een zeer zorgelijke trend zien. Kosten stegen daar van 1.12 miljoen naar 6.05 miljoen in dezelfde tijdsperiode. Als laatste steeg de voorziening dagbesteding en vervoer binnen de jeugdwet 0.85 miljoen naar 2.22 miljoen van 2015 tot en met 2019. Kosten blijven voor gemeenten komen als een verrassing, terwijl deze stijging structureel doorzet. Oplossingsrichting Door het opleggen van een budgetplafond voor een voorziening kunnen financiële grenzen in principe niet worden overschreden. Dit budgetplafond zou door vertaald kunnen worden naar een budgetindicatie per aanbieder; per aanbieder wordt een budget bepaald. Daarmee wordt aan de omzetprikkel (zoveel mogelijk zorg factureren) een einde gemaakt: Het plafond is een middel om de transformatie te bevorderen en aanbieders te stimuleren om de best passende zorg (zo licht als mogelijk) in te zetten.
Een van de nadelen is namelijk dat er wachtlijsten kunnen ontstaan als het budgetplafond bereikt is, waardoor inwoners zorg als beperkt kunnen ervaren. Er zijn dus wel enkele randvoorwaarden waaraan voldaan zal moeten worden. Hoofdzaak is dat, wanneer je wachtlijsten als instrument hanteert, investeren in lichtere hulp en preventie ook deel van het plan moet zijn.’ Daarnaast goed monitoren wie er op de wachtlijst staan, een analyse van gezondheid van mensen op wachtlijst is mogelijkheid. Een andere mogelijkheid is het budgetplafond een indicatie te laten zijn in plaats van een harde stop. Door met aanbieders in gesprek te gaan op het moment dat zij het budgetplafond naderen, kan er eventueel ook bespaard worden. Dit is een minder gevoelige maatregel, waarbij gemeenten nog steeds beter zicht houden op de kosten. Maatregelen Budgetplafond kan ingesteld worden door: a. Aanpassen verordening en beleidsregels (raad/college) b. Contracteren van aanbod voor thuisondersteuning c. Informeren van aanbieders d. Gesprekken aanbieders over verloop budget
Waarom nemen wij deze maatregel niet op? Voor de meeste gemeenten is een budgetplafond niet acceptabel om door te voeren. Een budgetplafond zorgt voor wachtlijsten voor de voorziening begeleiding en dagbesteding, terwijl er een plicht tot compenseren is vastgesteld voor de gemeente. De gemeenten willen uitgaan van maatregelen die zoveel als mogelijk in lijn zijn met het beleid dat de gemeenten hebben vastgelegd.
Combinatiegraad vervoer Er is geen begeleidende tekst geschreven bij deze maatregelen.
44
Waarom nemen wij deze maatregel niet op? De maatregelen ‘aanscherpen toegang leerlingenvervoer’ en ‘verhogen combinatiegraad’ zijn geschrapt voordat deze uitgewerkt konden worden. De reden voor het schrappen van deze maatregelen is dat zij al uitgevoerd worden met het raadsbesluit tot het inbesteden van het doelgroepenvervoer.
Preventie Analyse Meer dan 10% van de zorgkosten ontstaat door een ongezonde manier van leven. Investeren in 39 preventie levert maatschappelijk rendement op . Zo kan ook rendement verwacht worden bij het sociaal domein. Van belang is om gericht te investeren op opgaven die in Gooi en Vechtstreek 40 aanwezig zijn. Gooi en Vechtstreek kent een aantal opgaven : 1. veel ouderen met lichamelijke beperkingen, waarbij eenzaamheid, mantelzorg, en alcohol- en middelengebruik belangrijke aandachtspunten zijn; 2. bij volwassenen zijn huiselijk geweld, eenzaamheid en alcoholgebruik belangrijke aandachtspunten; 3. onder jongeren is de prestatie- en (digitale) sociale druk hoog en komt ook alcohol- en middelengebruik veel voor. Oplossingsrichting Preventie bestaat op dit moment vaak uit een verzameling van losse projecten en interventies, zonder gerichte afstemming. De kracht zit in het creëren van samenhang in preventieve maatregelen vanuit verschillende disciplines (verzekeraar, GGD, Jeugd en Gezin, gemeenten, huisartsen, ziekenhuizen, scholen, verenigingen, etc.), waarbij partijen structureel investeren in maatregelen die een gezonde leefstijl onder kinderen, volwassenen en ouderen bevorderen.Gemeenten ontvangen van het Rijk uitvoeringsbudget voor 2021, 2022 en 2023 om te komen tot lokale 41 Preventieakkoorden.
Dit uitvoeringsbudget kunnen gemeenten inzetten, waarmee gemeenten en verzekeraars kunnen besparen op zorgkosten. Maatregelen Selectieve preventie kan worden gewaarborgd door de volgende maatregelen: a. Opzetten projectgroep met projectleider die gericht preventiebeleid opstelt b. Na besluitvorming uitwerken van richtlijnen en protocollen ter voorbereiding van implementatie c. Implementeren van nieuwe/bestaande projecten d. Jaarlijks resultaten evalueren per gemeente. Generieke maatregelen Cliënten 2019 Maatregel 17. Investeren in selectieve preventie
Maatregel c. Investeren in selectieve preventie Maatregel 17. Investeren in selectieve
Uitgaven 2019 €
Acties / organisatorische impact c. Opzetten projectgroep met projectleider die gericht preventiebeleid opstelt d. Na besluitvorming uitwerken van richtlijnen en protocollen ter voorbereiding van implementatie e. Implementeren van nieuwe/bestaande projecten f. Jaarlijks resultaten evalueren per gemeente. Maatschappelijk effecten c. Meer samenhang in preventieve maatregelen d. Inwoners die te maken hebben met specifieke problemen benoemd in paragraaf hoeven minder snel door te stromen naar maatwerkvoorzieningen. Financieel effect 2021 2022 2023 2024 42 Kosten 90.000 180.000 180.000 180.000
39
Pwc, prevention pays for everyone Gezondheidsmonitor GGD gooi en vechtstreek 41 https://vng.nl/nieuws/uitvoeringsbudget-2021-2023-voor-lokale-preventieakkoorden 42 Gebaserd op bedragen uit https://vng.nl/nieuws/uitvoeringsbudget-2021-2023-voor-lokale-preventieakkoorden 40
45
preventie
Opbrengsten Resultaat
43
180.000 -90.000
360.000 -180.000
360.000 -180.000
360.000 -180.000
Waarom nemen wij deze maatregel niet op? Gemeenten willen preventie lokaal aanpakken en inbedden. Het budget voor selectieve preventie wordt daarom bij voorkeur ook lokaal gebruikt, waardoor er lokaal besparingen kunnen worden gerealiseerd.
43
Voor elke euro geinvesteerd, komt er 1 euro terug volgens PWC, Prevention pays for everyone. Eerste jaar heflt van de opbrengst wegens opstart. 46