CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij RIB 2021 38- Foto RES Februari 2021

Commissie SOB 13 april 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Vragen naar aanleiding van Raadsinformatiebrieven4.826 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Foto Februari 2021

Kernboodschap

In het Klimaatakkoord is bewust gekozen voor het schaalniveau van de regio’s. Dit werpt zijn vruchten af. De RES’en leiden tot samenwerking en flinke stappen vooruit in het uitwerken van de gezamenlijke ambiBes.

Ook is gekozen voor een samenhangende belangenafweging: past het in de ruimte en op het energienet? Is het acceptabel voor inwoners? We zoeken met elkaar de gulden middenweg.

De ambitie lijkt groot Er zijn stevige genoeg om samen deze uitdagingen en gulden middenweg te belemmeringen. Deze kunnen vinden. Het RESvragen om acBe en doel van 35 TWh vraagt keuzes van álle parBjen. nog veel inspanning van Het is belangrijk de ons allemaal. ingezeJe samenwerking door te zeJen.

De RES 1.0 is een belangrijke stap, maar parBcipaBe, ruimte en systeemefficiënBe vragen om langjarige aandacht. De RES stopt niet na 1 juli 2021. Dit vraagt om conBnuering van de RESondersteuning. 2

Inhoudsopgave I – Inleiding

Deel III – Kansen en belemmeringen

Over deze foto

5

Over de RES’en

6

Deel II – Stand van zaken in de regio’s

Ne;mpact

21

Energie, natuur en landschap

23

SDE en maatschappelijke kosten

25

Zon op daken

27

Algemeen

10

Kwan;teit

11

Ruimte

12

Deel IV – Vooruitblik

Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak

13

Aanbevelingen van PBL

30

Energiesysteemefficiën;e

15

Het advies van NPRES

31

Warmte

17

Het vervolgproces

35

De RES’en in de media

18

3

Deel I - Inleiding

4

Over deze foto Foto februari 2021 • Stand van zaken van de 30 Concept-RES’en • Vooruitblik rich<ng RES 1.0 en 2025/2030 • Algemeen overzicht, niet regio-specifiek • Opgesteld door Na<onaal Programma RES • Gebruikgemaakt van: PBL-analyse, analyses par<cipa<e, ruimte en kosten i.o.v. het NP RES, gesprekken met de 30 regio’s, media-ar<kelen over de RES, aangevuld met input VNG, IPO, UvW, BZK en EZK.

Bron: PBL

5

Over de RES’en

De decentrale overheden hebben 30 regio’s gevormd die een Regionale Energiestrategie (RES) maken

Gemeenten, provincies en waterschappen werken in de RES’en samen met stakeholders, inwoners, netbeheerders en het rijk

Primaire focus: Regio’s werken op dit hernieuwbare energie moment aan de op land (35 TWh in RES 1.0. De opgave reikt 2030) & de regionale tot 2030 en 2050 component van de warmtetransiBe

De 30 RES’en worden ondersteund door het Nationaal Programma RES (NP RES)

6

De RES stopt niet na 1 juli 2021 gaat door

• De energietransi<e reikt verder dan 2021: tot 2030, 2050 en verder • Ook het RES-proces loopt door na 1 juli 2021: na de RES 1.0 wordt de RES iedere 2 jaar herijkt • Het gesprek en het afwegen van belangen samen met de omgeving gaat door na de RES 1.0

7

Afwegen belangen

• De RES vraagt om zorgvuldige afwegingen. • Die maken regio’s samen met met maatschappelijke par<jen, ondernemers en inwoners. • Dat is geen simpele puzzel. • Belangen en perspec<even van betrokkenen kunnen haaks op elkaar staan. De ideale oplossing bestaat hier niet. Samen zoeken we naar de gulden middenweg. • Daarbij wegen we de ambi<e voor de hoeveelheid op te wekken duurzame energie af tegen factoren als haalbaarheid, betaalbaarheid, inpassing in de ruimte en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak.

8

Deel II - Beeld van de 30 Concept RES’en In dit deel van de foto geeft NPRES een stand van zaken van de Concept-RES’en. De basis hiervoor is de PBL-analyse van de Concept-RES’en, die PBL op 1 februari 2021 heeft gepubliceerd. Het PBL legde hiervoor de 30 Concept RES’en, zoals die op 1 oktober 2020 waren gepubliceerd, naast elkaar en construeerde hieruit een totaalbeeld. Ook de wensen en bedenkingen die zijn ingediend op de Concept RES’en zijn hierin meegenomen. De focus van de PBL analyse ligt bij deze analyse op de kwantitatieve doelstelling, in aanvulling op de eerdere kwalitatieve analyse. Ondertussen werken de regio’s verder aan de RES 1.0. Dit betekent dat regio’s in de praktijk verder gevorderd zijn dan de foto weergeeft. Het NPRES heeft de PBL-analyse aangevuld met nadere analyses op het vlak van participatie, ruimte en kosten. Ook heeft het NP RES de inzichten verrijkt met de input uit bestuurlijke adviesgesprekken met bestuurlijk trekkers van de 30 regio, waaraan ook de koepels en het Rijk hebben deelgenomen.

Bron: PBL

Deze foto maakt gebruik van een uitsnede uit de PBL-analyse. Voor de totale inhoud van de PBL-analyse, raadpleeg deze link.

9

Beeld van de 30 Concept RES’en

Algemeen • De 30 RES-regio’s hebben veel werk verzet met als resultaat goed onderbouwde documenten met daarin alle gevraagde hoofdingrediënten. • De regio’s laten in de Concept-RES’en grote bereidheid en ambiCe zien om bij te dragen aan de doelen van het Klimaatakkoord. • Sinds de tussenCjdse analyse van 1 juli is er door alle parCjen met veel energie verder gewerkt. Discussies over hoe regio’s hun ambiCes kunnen vormgeven worden scherper. Dat is ook nodig om de RES’en concreter te maken. • Het doel van 35 TWh valt binnen de bandbreedte die door PBL is benoemd. De realisaCe is wel aOankelijk van de mate waarin het lukt om de plannen ook daadwerkelijk te realiseren. De hernieuwbare elektriciteitsproducCe in 2030 ligt naar schaQng tussen de 31,2 TWh en de 45,7 TWh, met een middenwaarde van 38,2 TWh. • Alle regio’s zijn gestart met het opstellen van de Regionale Structuur Warmte, maar de mate van uitwerking verschilt.

10

Kwantiteit Doelbereik elektriciteit •

De ambi;es van de 30 Concept RES’en tellen op tot 52,5 TWh: 9,9 TWh bestaande projecten, 16,9 TWh pijplijn, en 26,7 TWh aanvullende ambi;e.

•

Naar schaZng wordt uiteindelijk tussen 31,2 TWh en 45,7 TWh gerealiseerd, met een middenwaarde van 38,2 TWh. De bandbreedte komt voort uit onzekerheden omtrent realisa;e. De onzekerheden omtrent ruimte, draagvlak en systeem zijn hierin (impliciet) verdisconteerd.

•

Het doel van 35 TWh valt binnen de bandbreedte. Het is wel nodig dat ambi;es overeind blijven.

•

De uiteindelijke realisa;e is ook a^ankelijk van de mate waarin oplossingen worden gevonden voor knelpunten rondom thema’s ruimtegebruik, draagvlak en energiesysteem.

•

De totale biedingen van de regio’s bestaan voor ongeveer de hel_ uit wind en de hel_ uit zon, terwijl de verhouding wind:zon nu ongeveer 2:1 is. De grote hoeveelheid nieuw zon betekent een extra belas;ng van het netwerk. Bron: PBL 11

Ruimtegebruik Ruimte •

Ruimtegebruik heeft in alle regio’s aandacht. En in het algemeen is een goede eerste stap gezet op ruimtelijke kwaliteit.

•

Veel regio’s benoemen ruimtelijke principes voor de integrale afweging, maar de mate van toepassing verschilt. Ook de mate van uitwerking van zoekgebieden verschilt. De zoektocht naar meekoppelkansen en integraliteit met andere thema’s en transities staat vaak nog aan het begin.

•

Vrijwel alle regio’s benoemen een voorkeursvolgorde voor zon en willen daken (maar ook parkeerplaatsen, stortplaatsen etc.) maximaal benutten. Andere functiecombinaties staan nog in de kinderschoenen.

•

Niet overal zijn de ruimtelijke collega’s van deelnemende organisaties even intensief aangehaakt. Ook de tijdige verankering van de RES in het ruimtelijk juridisch kader vraagt aandacht.

•

Ook moeten RES’en en het landelijk, provinciaal en/of gemeentelijk beleid op sommige plekken nog meer op elkaar worden afgestemd. Dit geldt ook voor de afstemming tussen de buurregio’s over regiooverschrijdende gebieden en landschappen.

Bron: PBL

12

Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Bestuurlijke participatie

Reac%es van volksvertegenwoordigers

• Er is een grote diversiteit in de manier waarop regio’s hun RESproces hebben ingericht. De par;cipa;e-aanpakken zijn daarmee ook sterk verschillend.

De volgende onderwerpen kwamen veel voor in de wensen en bedenkingen, zienswijzen, amendementen en mo;es van gemeenteraden, provinciale staten en waterschappen op de Concept RES’en:

• In alle regio’s is contact gezocht met volksvertegenwoordigers. In sommige regio’s alleen via de officiële besluitvormingsstructuren, in de meeste regio’s ook via aanvullende bijeenkomsten en ac;viteiten. • De besluitvorming over de RES wordt ervaren als een snel en complex proces, waarbij grote stappen in korte ;jd gemaakt moeten worden. • Veel volksvertegenwoordigers worstelen met de invloed die ze hebben, omdat ze met veel verschillende par;jen tegelijk een besluit moeten nemen. Een uitdaging is het bieden van de juiste kennis, informa;e en inzicht om hun besluitvormende rol goed in te kunnen vullen.

•

Loca;ekeuze en landschap: De RES zou het landschap en natuurwaarden kunnen aantasten. En vaak wordt het vraagstuk naar voren gebracht of de RES zou moeten vastleggen dat er geen zonneparken komen op vruchtbare landbouwgrond.

•

Par;cipa;e in het proces: In veel regio’s is opgeroepen de par;cipa;e bij het opstellen van de RES’en te verbeteren, met name wanneer het gaat om burgers.

•

Keuzes voor technieken: Vaak wordt gevraagd waarom in de RES alleen wordt ingezet op wind en zon, en niet bijvoorbeeld op energiebesparing of kernenergie.

• In veel regio’s hebben gemeenteraden, provinciale staten en waterschappen inmiddels wensen en bedenkingen, zienswijzen, en amendementen ingediend (zie hiernaast). 13

Maatschappelijk enHO bestuurlijk draagvlak Maatschappelijke parLcipaLe

Financiële parLcipaLe

• Tot 1 oktober lag in veel regio’s de nadruk op het betrekken van ‘professionele’ stakeholders, bij het verzamelen van feiten en het zoeken naar locaties waar de opwek van duurzame energie mogelijk kan zijn: de ‘zoekgebieden’. De afgelopen maanden vindt een verschuiving plaats naar inwonersparticipatie.

Het overgrote deel van de regio’s (90%) is van plan om in de RES 1.0 ambi=es voor 50% lokaal eigendom op te nemen. Naast dat er in de prak=jk al veel mogelijk is komen er ook verschillende dilemma’s naar voren:

• In veel regio’s wordt het gesprek van de afgelopen maanden gezien als het begin van een langer gesprek over de energietransitie, dat doorloopt na 1 juli. • COVID-19 heeft in veel regio’s het participatieproces flink gehinderd. Toch zijn bijna alle regio’s het gesprek gestart. Er zijn veel creatieve digitale oplossingen bedacht. Deze zijn te vinden op www.energieparticipatie.nl. Bijvangst van de grote diversiteit aan online participatievormen is dat méér mensen en soms nieuwe doelgroepen zijn aangesproken. • Belangrijke opgave is het transparant en herkenbaar verwerken van de uitkomsten van de participatieprocessen. • Jongeren hebben, via JongRES, steeds vaker een plek in werk- en stuurgroepen.

• Lokaal eigendom vraagt veel van inwoners. De bereidheid van inwoners om financieel te par=ciperen is in sommige gevallen beperkt. En sommige regio’s hebben de zorg of het wenselijk is om inwoners financieel risico te laten lopen. • Financiële par=cipa=e wordt regelma=g beleidsma=g verankerd, maar is niet juridisch afdwingbaar. Regionale overheden kunnen nu alleen een inspanningsplicht opnemen in hun beleid. • Het is in sommige regio’s een uitdaging om energiecoöpera=es goed te betrekken. • Er zijn bij veel gemeenten beperkte middelen en capaciteit om aan de ambi=es uitvoering te geven.

14

EnergiesysteemefficiënLe Energiesysteem en -netwerk • De RES-projecten vragen om extra capaciteit in het energiesysteem. Het grote aandeel nieuwe zonne-energie ten opzichte van windenergie is onguns;g voor het energiesysteem. • Regionale netbeheerders verwachten hun netwerken stevig te moeten uitbreiden. Dit zijn grote investeringen en grote projecten. • Netbeheerders an;ciperen op 35 TWh. De kosten kunnen flink verschillen, a^ankelijk van de vormgeving (plaats, ;jd, technieken). • De onderkant van de bandbreedte (31,2 TWh) lijkt realiseerbaar voor 2030 qua netcapaciteit. Bij de middenwaarde (38,2 TWh) en de hoge waarde (45,7 TWh) is dit niet vanzelfsprekend. Veel zal a^angen van de opbouw van het bod: loca;ekeuzes en de zon/wind-verhouding. • Er is nog geen gedragen afwegingskader voor prioritering van netaanslui;ngen voor projecten. Prioritering vindt nu plaats op grond van ;jds;p van aanvraag. Dit kan leiden tot subop;male oplossingen voor de RES-opgave.

15

EnergiesysteemefficiënLe Maatschappelijke kosten • Vrijwel alle regio’s hebben zicht op de kosten voor de ne;nfrastructuur vanwege de ne;mpactanalyses die de netbeheerders hebben uitgevoerd. Zo’n 25-30% van de regio’s hee_ inzicht in de projectkosten voor zon en wind. • De hel_ van de regio’s gee_ aan globaal zicht te hebben op de maatschappelijke baten: werkgelegenheid, vermindering energielasten en behoud van geldstromen voor de regio. Deze baten zijn veelal nog niet doorgerekend. • In de meeste regio’s is nog niet scherp hoe de financiering van de RES-plannen vorm krijgt. Sommige regio’s willen zelf instrumenten ontwikkelen, zoals subsidies of ontwikkelfondsen, andere regio’s vinden dit een verantwoordelijkheid van anderen (ini;a;efnemers, gemeenten, Rijk). • De meeste regio’s besteden aandacht aan de verdeling van lusten en lasten, vooral door het streven naar (minstens) 50% lokaal eigendom.

16

Warmte Regionale Structuur Warmte • Alle regio’s zijn gestart met het opstellen van de Regionale Structuur Warmte, maar de mate van uitwerking verschilt. Warmte is vaak een nieuw thema in de bovengemeentelijke samenwerking. • Slechts een beperkt aantal regio’s maakt expliciet een brede afweging tussen warmteop;es. Er lijkt een voorkeur voor warmtenelen. • 40% van de regio’s doet voorstellen voor bovengemeentelijke warmte-infrastructuur in de RES, meer dan de hel_ verkent (vaak bovenregionale) restwarmtebronnen. • Er zijn nog veel knelpunten voor warmtenelen: de business case, koplopers die tegen belemmeringen aanlopen, en de verschillen tussen huur- en koopwoningen. • Het ;jdschema voor de Transi;evisie Warmte (eind 2021) sluit niet goed aan op dat van de RES 1.0 (juli 2021). De landelijke visie op de energie-infrastructuur II3050 en het Programma Energie Hoofdstructuur zijn nog in ontwikkeling. Sommige regio’s wachten daarom tot de RES 2.0 met verdere uitwerking. 17

De RES’en in de media

18

Deel III – Kansen en knelpunten

19

Aanpak kansen en knelpunten • Regio’s, PBL, netbeheerders, maatschappelijke partijen, Tweede Kamer en anderen signaleren kansen en knelpunten ten aanzien van de uitvoering van de RES’en. NP RES heeft een overzicht gemaakt van zeven onderwerpen met de belangrijkste issues die nationaal aandacht behoeven: Energie, natuur en landschap, Energie op overheidsgronden en gebouwen, Netcapaciteit, SDE en maatschappelijke kosten, Warmte, Windbelemmeringen (Radar, Hoogte, Veiligheid, Geluid), en Zon op daken. • NP RES heeft als onafhankelijke tussenpartij de belangrijkste belanghebbenden (o.a. ministeries, netbeheerders, regio’s, koepels, energieontwikkelaars, natuur- en milieuorganisaties) bij elkaar gebracht in werkgroepen, voor de onderwerpen waar geen bestaande trajecten lopen. De werkgroepen Netcapaciteit, Energie natuur en landschap, SDE en maatschappelijke kosten en Zon op daken worden voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter en secretaris. Ook de deelnemers zitten op persoonlijke titel aan tafel. De andere werkgroepen sluiten zo veel mogelijk aan bij bestaande trajecten. • Binnen veel van deze onderwerpen spelen beleidsmatige en politiek-bestuurlijke issues. Die kunnen niet altijd binnen de bestaande kaders en randvoorwaarden worden opgelost.

Daarom wordt in een breed team, met kennisexperts, intensief gewerkt aan mogelijke oplossingsrichtingen voor middellange en lange termijn. Voor sommige onderwerpen zal mogelijk (voorlopig) geen oplossing voorhanden zijn. Ook hierover wordt helderheid gegeven. • In deze foto zijn van de vier werkgroepen Netcapaciteit, Energie natuur en landschap, SDE en maatschappelijke kosten en Zon op daken de eerste richting van de adviezen weergegeven. Over de opvolging van de adviezen zijn nog geen besluiten genomen. • De sheets hierna bevatten de hoofdlijnen en kernboodschappen van de adviezen van de onafhankelijke werkgroepen. De adviezen van de werkgroepen zullen eind februari in zijn geheel worden gepubliceerd. Eind maart liggen de adviezen ter besluitvorming voor in het Opdrachtgevend Beraad van het NPRES. Daarnaast worden ze ingebracht bij onder andere de Uitvoeringstafel Elektriciteit. Op basis van de besluitvorming worden concrete oplossingen en maatregelen voorgesteld.

20

OnaRankelijke werkgroep NeLmpact

21

OnaRankelijke werkgroep HO NeLmpact Hoofdknelpunten • Onvoldoende wederzijds gedeeld inzicht en daardoor onvoldoende inzicht in de effecten van de voorlopige zoekgebieden en plannen op de netcapaciteit • Onvoldoende gezamenlijke zekerheden: • Voor netbeheerders om te komen tot voorinvesteringen • Voor onwikkelaars om plannen te kunnen realiseren • Voor overheden in de regio om achter plannen te staan

• Nog onvoldoende anBciperende prikkels om andere werkwijzen te ondersteunen

Kernboodschappen • Versterken van de programmering op drie schaalniveaus (rondom staBons, in verzorgingsgebieden van de netbeheerders en naBonaal) gericht op integraler afwegen: sterkere sturing op duurzame energie-iniBaBeven om in een situaBe van schaarste aan transportcapaciteit de opgave voor duurzame energie te realiseren • Draag zorg voor een betere benuang van capaciteit op de bestaande en nieuw aan te leggen infrastructuur: technische oplossingen voor beter benuJen transportcapaciteit kunnen verlichBng brengen • Ontwikkel en introduceer vernieuwende prikkels: (financieel, juridisch) voor zowel overheden, netbeheerders als marktparBjen, die beter anBciperen op de transiBe

22

Onafhankelijke werkgroep Energie, Natuur en Landschap

23

OnaRankelijke werkgroep Energie, Natuur en Landschap Hoofdknelpunten • Energieontwikkeling loopt tegen beperkingen aan door bescherming van natuur en landschap. • Beperkte doorwerking richtlijnen, beleid en gedragscodes in de RES’en. • Natuurwaarde onvoldoende in afwegingskader RES. • Financieel instrumentarium onvoldoende toegesneden op natuur en landschap.

Kernboodschappen • Kennis: Er is al veel informaBe beschikbaar, daarvan kan meer gebruik worden gemaakt. Ook de handreiking en het afwegingskader van NP RES kunnen natuur en landschap een prominentere rol geven. • Inzicht in effecten: De meeste regio’s hebben effecten op natuur en landschap nog niet grondig onderzocht. Er is meer inzicht nodig in de impact, knelpunten en (regiooversBjgende) afwegingen. • Schaalniveau: Voorstellen en afwegingen hebben consequenBes voor de andere regio’s. Een regio-oversBjgend afwegingsmechanisme is nodig.

24

OnaRankelijke werkgroep SDE en maatschappelijke kosten

25

OnaRankelijke werkgroep SDE HO en maatschappelijke kosten Hoofdknelpunten • Weinig inzicht in kosten gepaard met maatschappelijke randvoorwaarden. • Geen mechanisme om kostenverhogende maatregelen in de SDE onder te brengen. • Nog geen spelregels voor het verdelen van de lusten en lasten binnen en tussen regio’s en Rijk. • Mismatch tussen het SDE-proces en het RES-proces.

Kernboodschappen • Versterk de sturing vanuit de RES door afspraken over regionale en integrale programmering vast te leggen in een RES-omgevingsprogramma en sluit hier met de SDE bij aan. • Maak ruimte om de generieke randvoorwaarden uit de RES’en door te vertalen naar een financieringsgrondslag in de SDE. Voer op korte termijn al een aantal aanpassingen door. • Overweeg de introducBe van een kwaliteitsbudget, los van de SDE, gericht op de financiering van de ‘extra onrendabele top’ die ontstaat door het verbinden van specifieke regionale maatschappelijke wensen aan de projecten.

26

Onafhankelijke werkgroep Zon op daken

27

OnaRankelijke werkgroep HO Zon op daken Hoofdknelpunten • Zon op daken kent een grote variëteit aan situa;es (ook stortplaatsen, waterbassins, parkeerplaatsen, etc.), ini;a;efnemers en knelpunten. • Een aantal knelpunten is inmiddels al opgelost. Dit is niet al;jd bekend bij stakeholders. • Er resteren echter nog veel knelpunten die er gezamenlijk toe leiden dat de voorkeursvolgorde zon onvoldoende prak;jk kan worden. • De gemene deler van veel knelpunten is de 'gedoe-factor', allerlei kleinere hobbels waardoor een idee uiteindelijk niet tot realisa;e komt. • Daarnaast zijn er financiële prikkels en regels die zon op daken niet s;muleren of soms zelfs tegenwerken. • Nieuwe technieken (lichtgewicht zonnepanelen, opslag van elektriciteit, etc.) bieden kansen, maar zijn nog beperkt marktrijp. • Knelpunten met betrekking tot netcapaciteit en kosten hebben impact op mogelijkheden tot versnelling.

Kernboodschappen • Maak per RES-regio een uitvoeringsstrategie zon op daken, met keuzes over instrumenten en het stimuleren van initiatiefnemers. • Investeer in gebiedsgerichte, integrale ontzorgingsaanpak. Neem hierin andere opgaven mee (energiebesparing, elektrisch rijden). • Beschouw daken als maatschappelijke ruimte. Ontwikkel regelgeving waarmee wordt gestimuleerd of verplicht dat daken een dubbelfunctie (energie, klimaat, biodiversiteit, etc.) krijgen. • Geef als overheden het goede voorbeeld: Spreek af dat 80% van geschikte overheidsdaken in 2030 een tweede functie heeft. • Voorkom bijkomende kosten die business case (te ver) verslechteren. Pas als gemeenten tijdelijke ontheffing OZB toe voor zon op daken. • Stel afgebakend subsidiebedrag beschikbaar voor tijdelijke vergoeding van kostenverhogende aspecten bij zon op daken. • Stimuleer innovaties. • Intensiveer de communicatie over zon op daken en geef ook brancheorganisaties hierin een rol. 28

Deel IV – Vooruitblik In dit deel van de foto geeO NPRES een vooruitblik. Na de aanbevelingen van het PBL geeO NP RES haar advies aan de regio’s en andere parPjen, en wordt een beknopte vooruitblik naar de periode na de RES 1.0 geboden. In dit hoofdstuk zijn uitdagingen en kansen benoemd, die voortkomen uit de analyse van het PBL, gesprekken met de bestuurlijk en ambtelijk trekkers van de 30 regio’s, de bevindingen van NPRES, aangevuld met input van VNG, IPO, UvW, BZK en EZK. Deze uitdagingen zijn agenderend bedoeld: het zijn vraagstukken die het NPRES signaleert. De keuze om hier al dan niet acPe op te ondernemen is uiteraard aan de verantwoordelijke organisaPes.

29

Aanbevelingen van PBL* o.b.v. de concept RES’en Voor de regio’s

Voor het Rijk en andere parLjen

• Leer van elkaar Regio’s verschillen qua aanpak en mate van uitwerking, maar er zijn ook veel overeenkomsten. Regio’s kunnen veel van elkaar leren over toepassingen rondom netwerk, ruimtegebruik, organisa=evormen en draagvlak.

• Houd rekening met hoge én lage realisaPe van het totaalbod De grote bandbreedte voor realisa=e maakt dat Rijk en netbeheerders ook rekening moeten houden met realisa=e van meer dan 35 TWh. Tegelijker=jd moeten zij de RES’en faciliteren om voldoende concreet te worden om de 35 TWh te behalen.

• Houd de afstemming acPef met andere bestuurslagen Het gevolg van de regionale aanpak kan zijn dat er voornamelijk decentrale oplossingen komen. Dat is deels de bedoeling, maar er zijn ook belangen die op een bovenregionaal, na=onaal of zelfs hoger bestuurlijk schaalniveau behar=gd worden.

• Geef een scherpere omschrijving van de rol van de RSW Wat de RSW als concreet resultaat moet opleveren bovenop de TVW is nog onvoldoende duidelijk. Het is verstandig om duidelijkere processtappen en mijlpalen te ontwikkelen waarmee gemeenten en regio’s aan de slag kunnen.

• Organiseer burgerparPcipaPe Om draagvlak te krijgen is het van belang dat zoekgebieden het resultaat zijn van een poli=eke afweging, waarover burgers op het juiste moment hebben kunnen meepraten. Geef duidelijk aan hoe proces- en financiële par=cipa=e zijn geregeld.

• Verbeter de gegevensbasis voor monitoring van de biedingen Het is nu niet mogelijk om de na=onale optelsom goed te analyseren op het niveau van de individuele regio’s door de grote verschillen in hoe de biedingen zijn opgebouwd. Dit vraagt om concretere afspraken over gebruik van defini=es en gegevens door regio’s, en om publica=e van gegevens van CBS en RVO op regioniveau.

• Kijk integraal naar het gas-, elektriciteits- en warmtenetwerk Netwerken worden nog vaak los van elkaar bekeken. Een geïntegreerde benadering is nodig bij een verdergaande energietransi=e.

* Deze adviezen zijn overgenomen uit de PBL-analyse van de Concept-RES’en. Voor het hele rapport, zie deze link. 30

Het advies van NP RES Con$nueer de ondersteuning, houd de ambi$e vast en durf keuzes te maken om de ambi$es te realiseren • De Concept-RES en ook RES 1.0 zijn belangrijke stappen, maar de RES stopt niet na 1 juli 2021. De RES moet fullswing door. Par<cipa<e, ruimtelijke inpassing en energiesysteemefficiën<e vragen om langjarige aandacht. De ondersteuning van de RES in de regio’s en na3onaal via NP RES moet worden voortgezet om de ambi<es voor 2030 ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Een succesvolle RES-aanpak vraagt om con<nuïteit en stabiliteit. • De ambi<e is hoog. Tegelijker<jd is de realisa<e omgeven met veel onzekerheden. Dit maakt dat de realisa<e van de ambi<es nog lang geen ‘gelopen race’ is. Het is belangrijk dat in de besluitvorming volksvertegenwoordigers (en anderen) de ambi3e en de wil vasthouden om de doelen te halen. • Er zijn stevige uitdagingen en knelpunten. Deze vragen om ac<e en het maken van (poli3eke) keuzes en ac3es. In de regio’s, maar ook op na<onaal niveau. Het is belangrijk dat die keuzes daadwerkelijk worden gemaakt, en niet vooruit worden geschoven.

31

Het advies van NP RES Continueer het open gesprek en houd de samenwerking vast, zowel binnen als tussen de regio’s • Naarmate de RES concreter wordt, wordt het ook in de regio’s spannender. Want het gaat over verandering: in hoe we werken, over hoe ons huis eruit ziet, en over onze steden, dorpen en landschappen. Het is het belangrijk om met elkaar de durf te hebben een open en eerlijk gesprek aan te blijven gaan, ook als dat tot conflicten leidt. Daarbij moeten we gebruik blijven maken van nieuw ontwikkelde (digitale) werkvormen met een groot en divers bereik, en jongeren expliciet betrekken, via JongRES en via school. • Ook na de RES 1.0. gaat het gesprek met de omgeving door. Zoekgebieden worden locaties en locaties worden concrete initiatieven. Participatie is van belang bij iedere stap. Het is van belang dat we met elkaar zorgen voor transparantie en betrokkenheid. Dit vraagt om een zorgvuldig proces, met betrokkenheid van verschillende organisaties, van mensen van jong tot oud, en mensen met verschillende achtergronden. Transparantie over de verwerking van de inbreng is hierbij van groot belang. • Het is van belang om, meer nog dan nu al wordt gedaan, processen niet alleen binnen maar ook tussen RESregio’s vorm te geven, en afstemming te zoeken met buurregio’s.

Dit geldt in het bijzonder voor daar waar zoekgebieden over de regiogrenzen heen gaan, en voor een aantal regio-overschrijdende gebieden: Groene Hart, IJsselmeer, Veluwe en de NOVI-gebieden. Ook bestaande bestuurlijke structureren kunnen hierbij worden benut.

32

Het advies van NP RES Omarm de diversiteit van de regio’s, en zoek tegelijker$jd naar gezamenlijkheid en integraliteit • Er is geen ‘one size fits all benadering’ die overal werkt: regio’s verschillen, en daarmee verschilt ook wat goed werkt en wat minder. We moeten de onderlinge verschillen koesteren en van elkaar blijven leren. Er ontstaan innovaCes in de techniek, vernieuwingen in bestuurlijke samenwerking, en veranderingen in manieren van parCciperen. Overheden moeten ruimte (blijven) bieden voor vernieuwingen, verschillen en innova8es. • Samenhang tussen naConale, provinciale en gemeentelijke schaal vraagt om een heldere koers en bijbehorende middelen. Dit vraagt om gezamenlijke betrokkenheid van alle overheden. Centrale sturing doet geen recht aan de complexiteit van de regioprocessen. Een gebiedsgerichte benadering waarin door alle parCjen vanuit integraliteit naar sectorale opgaven wordt gekeken is essenCeel. • Ruimtelijke kwaliteit is en blij[ een belangrijk element in de RES’en. Deze problemaCek is te complex om te vangen in één mooie tekening of in één sterke oneliner. Ruimtelijke kwaliteit vraagt om conCnue ruimtelijke afwegingen en gesprekken, op alle schaalniveaus. • Om de integrale afwegingen te borgen, ook over de regio’s heen, is afstemming met andere programma’s en projecten noodzakelijk.

De RES raakt aan veel andere trajecten: Omgevingsvisies, Regionale Mobiliteitsprogramma’s, Cluster Energie Strategieën, het Programma Energiehoofdstructuur (PEH), de landbouwtransiCe, woningbouwopgaven, NOVI-gebieden, etc. RealisaCe van de RES vraagt om integrale aanpakken en het benucen van koppelkansen.

33

Het advies van NP RES Creëer de juiste randvoorwaarden en instrumenten • Het overgrote deel van de regio’s neemt ambi<es op in de RES 1.0 over het streven naar 50% lokaal eigendom. Financiële par<cipa<e wordt regelma<g beleidsma<g verankerd, maar is niet juridisch afdwingbaar. We onderzoeken nu, samen met het Rijk, of extra juridisch instrumentarium wenselijk en nodig is om dit streven te realiseren in de prak<jk. • Om de RES-projecten tot uitvoering te kunnen brengen zijn voldoende passend geschoolde arbeidskrachten nodig. Dit vraagt om inzet op een toekomstgerichte arbeidsmarkt en scholing voor de banen van morgen, zowel in de RES-regio’s als op na<onale schaal. • Ook de financiering van de energietransi3e behoee bijzondere aandacht. Op korte termijn is zicht nodig op financiële ondersteuning voor RES en NP RES voor het vervolg naar de RES 2.0 en verder. Daarnaast is het voor de con<nuïteit van de uitvoering van de RES noodzakelijk dat er helderheid komt over de brede financiering van de energietransi<e willen we voldoende tempo kunnen maken.

34

Het vervolgproces Tot de RES 1.0 • Regio’s zijn druk bezig om in juli 2021 een zo goed en concreet mogelijke RES 1.0 op te leveren. Dit vraagt onder andere om: • Een transparante, navolgbare besluitvorming waarin de inbreng uit par=cipa=eprocessen herkenbaar is afgewogen. • Een duidelijk traject voor de afweging en verankering van de RES in het juridisch-ruimtelijk instrumentarium. • Een heldere uitvoeringsstrategie waarin aangegeven wordt hoe de RES 1.0 tot uitvoering gaat komen, inclusief afspraken over de programmering van de aanpassingen aan het energiesysteem. • Het met elkaar vasthouden en borgen van voldoende kennis, kunde en capaciteit voor het vervolg na de RES 1.0.

• Een zorgvuldig proces tot 1 juli, regionaal en lokaal met volksvertegenwoordigers en inwoners, is belangrijk. Daardoor hebben we op 1 juli een zo goed mogelijk totaalbeeld van de – door volksvertegenwoordigers vastgestelde – regionale ambiBes en plannen.

Rich3ng de RES 2.0 en verder • TegelijkerBjd weten we dat we op 1 juli niet helemaal klaar zijn. Lang niet alles zal zijn uitgekristalliseerd. De energietransiBe, en daarmee ook de RES, gaat door na 1 juli 2021. Ook het gesprek met de omgeving en het afwegen van belangen gaat door. • Langjarige samenwerking op de schaal van de regio is nodig om de ambiBes tot realisaBe te brengen en om knelpunten op te lossen. Maar ook om een ruimtelijk goede uitwerking te maken, draagvlak te creëren en de aanpassing aan het netwerk en de kosten beheersbaar te houden. Alleen samen brengen we de RES’en van ambiBe naar uitvoering.

35

npres.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9996860/1