Bijlage 1 - Speelruimteplan Weesp 2021
Tekst van het document
Speelruimteplan Weesp Actualisatie 2021
Najaar 2021 www.speelplan.nl
Inhoudsopgave
1. Inleiding
1. Inleiding 1.1 Aanleiding 02 1.2 Doel en scope 02 1.3 Proces 02 1.4 Leeswijzer 03 1.5 Actualisatie 2021 03 2. Het belang van spelen 2.1 Ontwikkelen en ontmoeten 04 2.2 Informele speelruimte 04 2.3 Formele speelplek 05 2.4 Uitgangspunten voor speelruimte 06 3. Kaders en richtlijnen 3.1 Nationale wetgeving 3.2 Gemeentelijke kaders 3.3 Buitenspelen in Weesp
08 08 09
4. Inventarisatie en analyse 4.1 Analyse speelruimte 4.2 Beoordeling speelruimte 4.3 Informele speelruimte 4.5 Wijkwandelingen 4.6 Enquête 4.7 Update speelruimte 2021
10 10 11 11 12 13
5. Uitgangspunten speelruimtebeleid 5.1 Netwerk van buurtplekken 5.2 Diversiteit in het speelaanbod 5.3 Aantrekkelijk spelen voor elk kind 5.4 Samenwerken voor kwaliteit 5.5 Beweegvriendelijke leefomgeving 5.6 Een inclusieve speelruimte 5.7 Een klimaatadaptieve speelruimte
14 14 15 15 16 16 17
6. Uitvoeringsplan 6.1 Plankaart 6.2 Plan van uitvoering 6.3 Kaders voor uitvoering 6.4 Kaders voor beheer 6.5 Kaders voor participatie 6.6 Toepassing per wijk
18 18 20 21 21 22
1.1
Aanleiding
In de herfst van 2016 heeft de gemeente Weesp adviesbureau Speelplan verzocht om samen te werken om een speelruimteplan op te stellen om meer inzicht te krijgen in de speelruimte (kwantiteit en kwaliteit) en de benodigde ingrepen voor de komende jaren. Na vaststelling van dit plan in het voorjaar van 2017 is de speelruimte in het najaar van 2021 opnieuw tegen het licht gehouden en is het plan uit 2017 geactualiseerd. Hierbij zijn thema’s voor speelruimte toegevoegd en is het uitvoeringsplan voor de komende jaren geüpdatet.
1.2 Doel en scope Het doel van het speelruimteplan is om het huidige openbare speel- en sportaanbod in kaart te brengen en inzichtelijk te maken wat de behoeften van verschillende doelgroepen zijn. Op basis hiervan worden fysieke ingrepen gekoppeld aan een uitvoeringsplan voor de komende jaren. Met dit plan willen we daarnaast breder kijken naar de speelruimte en verbindingen maken met andere beleidsterreinen om zo verbeteringen in de openbare speel- en sportruimte door te voeren. In dit plan zijn zowel de formele speelplekken meegenomen als de informele speelruimte. Daarnaast is onderscheid gemaakt tussen speel- en sportplekken en wordt gestreefd naar een optimale diversiteit binnen door barrières omsloten buurten. Dit resulteert in doelstellingen en beleidsambities voor de korte en middellange termijn.
2
Speelruimteplan Weesp
1.3 Proces Dit speelruimteplan is deels het resultaat van leidende, relevante kaders en richtlijnen. Denk hierbij aan gemeentelijke beleid, financiële kaders en de demografische opbouw in de wijken. Er is daarnaast een uitgebreid speelruimteonderzoek uitgevoerd (herfst 2016), waarmee zowel het aanbod van, als de vraag naar, openbare speel- en sportruimte in kaart is gebracht.
vervolgens beoordeeld door Speelplan, maar nog belangrijker is dat de gebruikers dit ook hebben beoordeeld. In hoofdstuk 4 is tevens een update te vinden vanuit het onderzoek in 2021. In hoofdstuk 5 zijn de uitgangspunten voor Weesp uitgewerkt en gekoppeld aan een uitvoeringsplan voor de komende jaren (20222026) in hoofdstuk 6. Hierin ook een doorkijk naar de periode ná 2026.
•
Inzetten op een beweegvriendelijke leefomgeving • Inzetten op een inclusieve speelruimte • Inzetten op een klimaatadaptieve speelruimte Met de actualisatie van het speelruimteplan is uiteraard de nadruk ook gelegd op het updaten van het uitvoeringsplan voor de komende jaren.
Momenteel zijn zes speelplekken nog in het traject van herinrichting en in lijn met het programma 2017-2021. In het nieuwe uitvoeringsplan ligt de focus voor de korte termijn op de vervangingsopgave 2022-2026 inclusief bijbehorende uitvoeringskaart.
Een groot deel van de onderzoeksresultaten is 1.5 Actualisatie 2021 zodoende verkregen uit het participatietraject met bewoners en gevoerde gesprekken met De afgelopen jaren is gewerkt met het ketenpartners. speelruimteplan uit 2017. Dit is leidend geweest voor de herinrichting van de In het najaar van 2021 is het veldwerk-deel speelruimte. Wel zijn de afgelopen jaren van het speelruimteonderzoek nogmaals een aantal knelpunten ontdekt waar het uitgevoerd en is het uitvoeringsplan voor de speelruimteplan nog onvoldoende aandacht komende jaren (2022-2026) bijgesteld. voor had:
1.4 Leeswijzer
•
Dit speelruimteplan bestaat uit verschillende onderdelen. Ten eerste wordt in hoofdstuk 2 het belang van spelen toegelicht. Hierbij gaat het om buitenspelen in het algemeen, de formele speelplekken, maar ook de informele (vrije) speelruimte. In hoofdstuk 3 worden vervolgens de relevante kaders en richtlijnen beschreven die van toepassing zijn op dit speelruimteplan.
•
In hoofdstuk 4 is de speelruimte van Weesp geïnventariseerd en geanalyseerd. Hier is per speelbuurt gekeken welke speelvoorzieningen aanwezig zijn voor verschillende doelgroepen. De speelwaarde van deze voorzieningen is
•
Ontbreken van een duidelijke kaders voor uitvoering en initiatieven Beperkte integrale aanpak speelplekken (spelen/groen/infra) Ontbreken koppeling fysiek en sociaal domein
In hoofdstuk 6 wordt a.d.h.v. kaders voor uitvoering meer aandacht geschonken aan deze knelpunten. Ten opzichte van 2017 zijn er ook thema’s opgekomen die aan belang hebben gewonnen als het gaat over de inrichting van speelruimte. Deze zijn toegevoegd aan de oorsrponkelijke uitgangspunten voor de openbare speelruimte: Afbeelding 01: speelplek Heemraadweg in Hogewey
3
2. Het belang van spelen Het ontwikkelen van een gedegen speelruimteplan is onmisbaar voor een goed functionerende openbare speelruimte. In dit hoofdstuk wordt toegelicht wat het belang is van buitenspelen voor kinderen en hun (groot)ouders en welke rol de formele en informele speelruimte hierin spelen. In het speelruimteplan wordt de term speelplek gebruikt, onder deze noemer valt ook de sportplek, tenzij specifiek anders wordt vermeld.
2.1. Ontwikkelen en ontmoeten Spelen is voor de ontwikkeling van kinderen van groot belang. Door te spelen ontwikkelen kinderen motorische, cognitieve, sociale, creatieve en emotionele vaardigheden die belangrijk zijn om deel te nemen aan de samenleving. Buitenspelen is gezond, versterkt het immuunsysteem op jonge leeftijd, dringt overgewicht bij kinderen terug, draagt bij aan de sociale contacten in de buurt en biedt spelmogelijkheden die binnen niet mogelijk zijn. Het is niet voor niets dat de overheid daarom al decennia lang een rol speelt in het voorzien van voldoende en aantrekkelijke, veilige speelplekken. Naast dat buitenspelen goed is voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren, is voldoende en aantrekkelijke speelruimte tevens goed voor de positieve beleving en leefbaarheid van een wijk en de sociale integratie van haar bewoners. Vooral jonge kinderen spelen veelal onder toezicht van hun (groot)ouders waardoor ook zij met elkaar in contact komen. Oudere kinderen
4
Speelruimteplan Weesp
kunnen goed ingerichte speelplekken of trapveldjes gebruiken als ontmoetingsplek om na schooltijd af te spreken, samen lekker buiten te spelen of op ontdekkingstocht te gaan. Hiermee hebben speelplekken ook een belangrijke ontmoetingsfunctie. Hoe beter deze ontmoetingsfunctie wordt gefaciliteerd en gestimuleerd, hoe beter de speelplekken worden gebruikt. Juist voor kinderen, maar ook voor ouders/ begeleiders met een beperking is een goed ingerichte speelplek in de directe woonomgeving van groot belang. DIt stelt hen immers in staat om ook gewoon deel te nemen aan het buiten spelen en zorgt voor ontmoeting en een inclusievere samenleving. In de actualisatie van 2021 is dit ook verder uitgewerkt in de uitgangspunten voor goede speelruimte.
2.2 Informele speelruimte
informele speelruimte1. Verder wijzen ze andere gebruikers van de openbare ruimte De informele of vrije speelruimte is de ruimte erop dat er gespeeld kan en mag worden. die kinderen gebruiken om te spelen, maar die daarvoor niet doelbewust is ingericht Veel en goede informele speelruimte geeft zoals brede stoepen, pleinen, verkeersluwe kinderen de gelegenheid om het publieke straten, parken en bermen. Ook gaat het om domein als geheel te gebruiken. Dit is van (al dan niet bewuste) speelaanleidingen die belang voor de participatie van kinderen in terugkomen in de openbare ruimte, zoals de samenleving. Zij worden niet afgezonderd natuurlijke elementen als een kei, bosjes, op speciaal voor hen ingerichte speelplekken reliëf, een boomstam of juist stedelijke maar nemen deel in het verkeer en gebruik elementen als speelse bestrating op een van de stad of het dorp. Kinderen komen pleintje (afb. 02). hierdoor in contact met allerlei aspecten van de openbare ruimte en de samenleving. Deze speelaanleidingen kunnen dienen als ankerpunt en ontmoetingsplek in de
Kinderen zijn, om lekker buiten te spelen, met name aangewezen op de directe woonomgeving, waar zij hun spel niet beperken tot de formele speelplekken die in beheer van de gemeente zijn. Kinderen spelen overal, zij zien de hele woonomgeving als speelruimte. Spelen kent geen begin en geen einde en is als zodanig ook niet plaats gebonden. Een kind kan spelen terwijl deze op weg is naar school, de sportclub, de bibliotheek, de winkel of op weg naar een vriendje of vriendinnetje. Voor een kindvriendelijke inrichting van de woonomgeving is het daarom belangrijk om aandacht te schenken aan de totale woonomgeving; de informele speelruimte en de formele speelplekken.
Afbeelding 02: voorbeeld van informele speelruimte in Weesp
Of de informele ruimte veilig door kinderen gebruikt kan en mag worden om te spelen hangt van een aantal factoren af. Fysieke factoren zijn hierbij van belang, zoals het type bebouwing (villawijk, rijwoningen, grote tuinen, centrum‐stedelijk), de beschikbare vrije ruimte, de verkeerstructuur en rol en de invulling van het openbaar groen. Maar ook niet‐fysieke factoren, zoals de mate van sociale controle, de demografische opbouw van een buurt en de culturele achtergrond spelen hier een rol. Een veilige informele speelruimte kan kinderen routes bieden naar locaties die zij vaak bezoeken.
2.3 Formele speelplek Afbeelding 03: speelobject dat de verbeelding van kinderen prikkelt in de Anna Horstinkstraat in Leeuwenveld
Uit onderzoek2 blijkt dat een speelplek met speeltoestellen kinderen aantrekt. Er wordt meer gespeeld dan op een open speelveld zonder speeltoestellen, al zorgen juist de open speelvelden voor meer beweging. Om beweging te stimuleren, is het belangrijk dat speelplekken ontworpen worden met een gevarieerd en veelomvattend aanbod. Het gaat daarbij dus niet alleen om het plaatsen van zoveel mogelijk toestellen, maar juist ook om het faciliteren van vrij spel en samenspel door te voorzien in voldoende open ruimte en bijvoorbeeld verstopplekken.
De formele speelplekken zijn de locaties die specifiek zijn aangewezen en ingericht voor spel en/of sport. Het zijn plekken die gereserveerd zijn voor kinderen om veilig samen te komen en te spelen. Zeker in een wijk waarin de informele speelruimte beperkt is door intensieve bebouwing of een dominante rol voor de auto, is goede formele Een formele speelplek kan ook fungeren als speelruimte van belang. ‘totempaal’3. Wanneer een speelplek ruim, Leeftijd
0 t/m 4 jaar 5 t/m 9 jaar
10 t/m 14 jaar
15 t/m 19 jaar Afbeelding 04: Formele speelplek Aetsveldselaan in Weesp Zuid
Formele speelvoorzieningen dienen, als aanvulling op de informele speelruimte, kinderen uit te dagen om op ontdekking te gaan in hun eigen buurt en samenspel met andere kinderen en ontmoeting tussen ouders te stimuleren. Een gelijkmatige spreiding van locaties door de wijk en diversiteit in inrichting en vormgeving zijn daarbij belangrijke voorwaarden.
Speelkwaliteit
ontdekken en exploreren van ruimtes, materialen en vaardigheden; rollenspel en fantasiespel samenspel, regelspel en balspelen gevarieerder en wilder bewegingsspel ontdekking en grensverlegging samenspel, ontmoeting, creatie en sport competitiever, opzoeken risico’s en onderzoekend spelgedrag, minder regelspel ontmoeting en sport, uitrusten en chillen; vrijetijdsbesteding met sterke sociale waarde; fysieke grensverlegging
Inrichting formele speelruimte
kleine, gemakkelijk toegankelijke speeltoestellen; zand en water; kleurgebruik; beschutting en zitmogelijkheden voor ouders/begeleiders toestellen die samenspel stimuleren; klimmen, schommelen; hogere glijbanen; open en besloten ruimtes, verhard en onverhard trapveldje en andere sportplekken; fysiek uitdagende toestellen, minder gedefinieerd om zelf spel te ontwikkelen; natuurlijke, avontuurlijke inrichting om vorm te geven aan de speelruimte voetbalveld, skatepark, basketbalveld, fietscross, freerunning, bootcamp, al dan niet in combinatie met ontmoetingsplek
Tabel 01: speelkwaliteit en inrichting speelruimte per leeftijdscategorie Tabel 1 ‐ Speelkwaliteit en inrichting speelruimte per leeftijdscategorie
5
Type speelplek
Bereik
Leeftijdsgroepen
Omschrijving
Blokplek
Direct
Meestal
Vaak beperkt in aanbod en omvang. Ze
exclusief
10 t/m 14 jaar
2. Het belang van spelen centraal gelegen en bereikbaar is, heeft deze plek aantrekkingskracht op de kinderen. Hier zijn bijna altijd kinderen, hier spreekt men af en van hieruit trekt men verder.
15 t/m 19 jaar
samenspel, ontmoeting, creatie en sport competitiever, opzoeken risico’s en onderzoekend spelgedrag, minder regelspel ontmoeting en sport, uitrusten en chillen; vrijetijdsbesteding met sterke sociale waarde; fysieke grensverlegging
trapveldje en andere sportplekken; fysiek uitdagende toestellen, minder gedefinieerd om zelf spel te ontwikkelen; natuurlijke, avontuurlijke inrichting om vorm te geven aan de speelruimte voetbalveld, skatepark, basketbalveld, fietscross, freerunning, bootcamp, al dan niet in combinatie met ontmoetingsplek
Tabel 1 ‐ Speelkwaliteit en inrichting speelruimte per leeftijdscategorie
In veel gemeenten wordt de hoeveelheid Type Bereik Leeftijdsgroepen Omschrijving benodigde speelplekken vaak bepaald aan speelplek Meestal exclusief Vaak beperkt in aanbod en omvang. Ze liggen vaak de hand van speelruimtenormen. Aan de Blokplek Direct omwonenden gericht op jonge beschut in de woonomgeving en dicht op de hand van uitspraken over de actieradius van kinderen (0-9 jaar) woningen, waardoor er goede sociale controle kinderen van verschillende leeftijdsgroepen aanwezig is. Uit onderzoek van Farley en Karsten blijkt wordt berekend hoeveel formele speelplekken Buurtplek De gehele buurt Gericht op brede Centrale plek in de buurt met een uitgebreider dan ook het belang van formele speelplekken nodig zijn in een wijk en wat de minimale doelgroep (0-12 jaar of aanbod dan de blokplek. De buurtplek heeft een in de woonomgeving. Bij de inrichting van afmeting moet zijn. 6-19 jaar) belangrijke ontmoetingsfunctie en er is vaak een formele speelplekken moeten speelfuncties combinatie van sport en spel aanwezig. en –mogelijkheden worden afgestemd op Wij constateren echter dat veel gemeenten Wijkplek De gehele kern/ Gericht op brede Een speel- of sportplek met een onderscheidend de beoogde doelgroep en de verschillende en buurten, maar vooral ook kinderen, zich wijk of zelfs doelgroep (5-19 jaar) aanbod.
Deze plekken hebben vaak een duidelijke ontwikkelingsfases die daarbij horen niet laten vangen in algemene, kwantitatieve daarbuiten. verblijfsfunctie. (tabel 1). Speelplan werkt hierbij met vier normen. Zeker om ook enkele jaren na Tabel 2 ‐ Type speelplekken leeftijdscategorieën, omdat uit onderzoek vaststelling nog relevant en bruikbaar te Tabel 02: type speelplekken van Jantje Beton en TNS NIPO4 blijkt dat zijn is het wenselijk dat een plan voor de vooral rondom de leeftijd van 10 jaar een speelruimte juist flexibel is en maatwerk 2.4 Uitgangspunten voor speelruimte verandering in behoeftes plaats vindt. Hierbij mogelijk maakt voor uitzonderlijke situaties, maakt het regelspel meer plaats voor het vrij bijzondere buurten of veranderende trends, Speelplan is al jaren actief bezig met het speelruimtebeleid bij gemeenten in Nederland, door deze ervaring heeft spel en sport. behoeftes en doelgroepen. Doordat de verschillende leeftijdscategorieën, verschillende wensen hebben, is niet elke locatie geschikt voor elke doelgroep of type spel. Zo hebben kinderen naarmate ze ouder worden meer ruimte nodig en vraagt het spel voor hele jonge kinderen juist om kleinere, beschutte plekken. Speelplan maakt daarom onderscheid in drie types locaties (tabel 2): de blokplek, buurtplek en wijkplek (afb. 5-7).
2.4 Uitgangspunten voor speelruimte Speelplan hanteert voor het opstellen van speelruimteplannen een eigen visie op het buitenspelen en eigen uitgangspunten (in paragraaf 3.3 wordt dit verder toegelicht).
6
Speelruimteplan Weesp
Speelplan een eigen visie op het buitenspelen. De hoeveelheid benodigde speelplekken in gemeenten worden vaak bepaald aan de hand van universele speelruimtenormen. Aan de hand van uitspraken over de actieradius van kinderen van verschillende leeftijdsgroepen wordt berekend hoeveel formele speelplekken nodig zijn in een wijk en wat de minimale afmeting moet zijn.
In dit speelruimteplan wordt daarom vooral buurtgericht gekeken en worden de formele speelplekken beoordeeld als onderdeel van haar ruimtelijke context. Zo ontstaan Wij constateren echter dat veel gemeenten en buurten, maar vooral ook kinderen, zich niet laten vangen in meer buurtgerichte uitgangspunten en een universele, kwantitatieve normen. Een normgerichte benadering is niet flexibel en leidt tot oppervlakkige beter beeld van de gewenste vorm, type en oplossingen en vaak starre eenheidsworst zonder rekening te houden met culturele verschillen en ruimtelijke eisen aan (formele) speelruimte. De toetsing van deze bevindingen aan de buurtgerichte uitgangspunten leidt tot aanbevelingen voor het speelruimtebeleid.
omgevingsvariabelen. De ruimtelijke en sociale context is bij elke opgave verschillend wat betekent dat een plan 1 Karsten, L., Kuiper, E., & Reubsaet, H. (2001). Van de voor de speelruimte veel flexibeler moet zijn. straat?: de relatie jeugd en openbare ruimte verkend. Assen: Uitgeverij Van Gorcum. Ook Speelplan kijkt bij het opstellen van speelruimteplannen naar de spreiding en actieradius van kinderen en 2 Farley, L. et al. (2008) Where do the children play? The de demografische opbouw in de gemeente. Echter, de resultaten worden vervolgens gebruikt om buurtgerichte influence of playground equipment on physical activity of uitgangspunten te formuleren voor speelruimte volgens de schijf van vijf voor buitenspelen. Speelplan kijkt dus children in free play. In: Journal of Physical activity and health. 2008:5 pp 319‐321. 3 Karsten, L. (2002) Oases in het beton, aandachtspunten voor een jeugdvriendelijke ruimte. Assen: Koninklijke van Gorcum. 4 Snel, N. (2011). Buitenspelen: kwaliteit van de speelomgeving in de eigen buurt. TNS NIPO.
Afbeelding 05: blokplekken in Weesp, boven Reguliershof in Aetsveld, onder Waarschapsstraat in Hogewey
Afbeelding 06: buurtplekken in Weesp, boven Aquamarin in Hogewey, onder Eva de Wildeplantsoen in Leeuwenveld
Afbeelding 07: wijkplekken in Weesp, boven Aetsveldseweg in Aetsveld, onder Achter ‘t Vosje in het centrum van Weesp.
7
3. Kaders en richtlijnen Aan het speelruimteplan liggen naast wensen en behoeftes van inwoners ook diverse kaders • ten grondslag. Dit betreft zowel wetgevende kaders met betrekking tot speelvoorzieningen als ook gemeentelijke beleidsnota’s en meer • proces gerelateerde richtlijnen.
3.1 Nationale wetgeving Er bestaat geen wettelijke verplichting voor gemeentes om speelplekken aan te leggen. Buitenspelen zelf is wel (en niet voor niets) een recht! Jeugdigen hebben net als volwassenen behoefte aan en recht op mogelijkheden om te ontspannen en te recreëren. • Dit recht is vastgelegd in artikel 31 van het Internationale Verdrag voor De Rechten van het Kind, dat in 1995 door de Nederlandse • overheid is geratificeerd. “Artikel 31 van de Rechten van het Kind (VN): Het kind heeft recht op rust en vrije tijd, om te spelen en op recreatie, en om deel te nemen aan kunst en cultuur.” Het voorzien in formele speelplekken is een aanbeveling om buitenspelen te faciliteren en te stimuleren. Een gemeente is vrij om hier invulling aan te geven. Voor de inrichting van de formele speelplekken is wel specifieke wetgeving vastgesteld in de vorm van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Hierin staat onder andere: •
8
moet zich aan het WAS houden. In het WAS staat dat speelplekken en de toestellen veilig moeten zijn, bij plaatsing en in beheer. Hierbij wordt verwezen naar de Europese normen voor speeltoestellen (o.a. EN 1176). Als een toestel voldoet aan de gestelde normen, wordt verondersteld dat het toestel veilig is. Een producent of beheerder kan ook op een andere wijze voldoen aan het vereiste veiligheidsniveau (bijvoorbeeld door een risicoanalyse uit te laten voeren). Dit dient dan wel te worden geregistreerd. Om tijdens de levensduur van een speelplek te voldoen aan het WAS moeten speeltoestellen periodiek geïnspecteerd en goed onderhouden worden. Van elke speelplek en elk speeltoestel moet een registratie bijgehouden worden van de inspecties en het onderhoud maar ook van bijvoorbeeld reparaties en ongevallen.
middel van een online enquête, wandelingen langs speelplekken en overleggen of bijeenkomsten. Door het opnemen van de beleving, ervaringen en suggesties van bewoners ontstaat een gedragen plan. In het speelruimteplan zullen tevens richtlijnen en handvaten worden opgenomen voor de rol van bewoners met betrekking tot participatie in de uitvoering van het speelruimteplan.
Thema duurzaamheid: De gemeente Weesp hecht veel waarde aan een duurzame samenleving en dus ook speelruimte. Waarmee rekening dient te worden gehouden bij de aanschaf van type speeltoestellen of materiaalkeuzes. Verder wordt gestreefd naar inrichtingsvormen die leiden tot een bewuster gebruik van de openbare ruimte. Integratie van groen op de speelplek (of juist andersom), het versterken van de ontmoetingsfunctie van een speelplek (sociale duurzaamheid van de wijk) door een goede verblijfswaarde (bijvoorbeeld door voldoende schaduw op hete zomerdagen) of meer technisch door de integratie van de waterafvoer of -berging in een speelplek.
Thema natuurlijk spelen: De gemeente heeft de ambitie om een natuurlijk speelplek te realiseren. Een plek waar kinderen zelf vorm kunnen geven aan avontuurlijk spel in het groen en met levende materialen en natuurlijke elementen, al dan niet gecombineerd met een natuureducatieprogramma (thema Speelruimteplan 2002 Gemeente Weesp. duurzaamheid). De gemeente Weesp beschikt over een speelruimteplan dat dateert uit 2002. De
3.2 Gemeentelijke kaders Bij de start van de ontwikkeling van het speelruimteplan is een inventarisatie gemaakt van relevante beleidsdocumenten om uitgangspunten en algemene kaders vast te stellen. Daarnaast heeft de gemeente drie specifieke thema’s benoemd als speerpunt voor het speelruimtebeleid, namelijk:
Thema participatie: Bewoners, gebruikers en ketenpartners dienen Iedereen die te maken heeft met de te worden geraadpleegd bij het opstellen ontwikkeling, het beheer of de (veiligheid) van het speelruimteplan en bij de uitvoering inspecties van speelruimte en -toestellen van het plan betrokken te worden. Door Speelruimteplan Weesp
Afbeelding 08: Sportparklaan, ter herinrichting in 2021-2022 na afstemming en ontwerptraject met de buurt.
ambitie was op de beleidsuitvoering voor de speelruimte in Weesp te verbeteren. Door nadruk te leggen op de verbetering in de keuze, • de locatie en het beheer van de speelplekken. Ook toen werden daarbij dwarsverbanden aangebracht tussen de fysieke kenmerken van de speelruimte, de belevingswereld van kinderen, de ruimtelijke mogelijkheden en de beschikbare middelen.
•
De speelvormen vullen elkaar aan en zorgen voor diversiteit. De speelroute speelt hierin een verbindende rol. Zeker in buurten met een forse druk op de openbare ruimte (smalle stoepen, parkeer- en autodrukte en weinig groen) zijn duidelijke routes nodig om gebruik te kunnen maken van een divers aanbod.
Met betrekking tot spelen heeft de gemeente Weesp de ambities als volgt geformuleerd:
Deze ambities sluiten aan op de ‘Schijf van Vijf voor Buitenspelen’ die door Speelplan gehanteerd wordt voor het visualiseren van de speelbehoefte in een buurt (afb. 09). Deze schijf bevat de vijf belangrijke speelvormen die nodig zijn voor een kindvriendelijk buurt. Voor elke buurt of barrièregebied wordt gestreefd naar het onderstaande aanbod aan speelruimte:
Een ambitie van de gemeente Weesp is om zich sterk te maken voor voldoende attractieve voorzieningen voor jongeren, door het ontwikkelen van betere • voorzieningen op enkele plekken in de openbare ruimte. • Een andere ambitie is dat de gemeente Weesp zich sterk wil maken voor het vitaal • blijven van bestaande stadswijken in de
De traditionele speelplek: uitdagende speeltoestellen en ontmoeting. De ravotplek: bespeelbaar groen om lekker vies te worden en te ontdekken. Het speelpleintje: verharde ruimte voor vrij spel, fietsen, steppen of knikkeren.
e sp
tra
pve
e
t ou
elr
ldje
SCHIJF VAN el tione
• •
Voldoende speel- en sportaanbod voor de verschillende doelgroepen en binnen het bereik van elk kind. Voldoende diversiteit in de speelplekken. Uitdagende voorzieningen voor de verschillende doelgroepen.
tradi
•
VIJF
n knieë
•
•
Het trapveld: ruimte voor sport, fysieke uitdaging en ontmoeting. De speelroute: verbindende en veilige, kindvriendelijke route door de buurt.
‘t pleintje
Structuurvisie Weesp (2013 – 2030) In de structuurvisie komt het onderwerp spelen niet specifiek aan bod, wel zijn er verschillende raakvlakken:
3.3 Buitenspelen in Weesp
•
vieze
De voornaamste aanbeveling was om het aantal formele speelplekken in 5 jaar fors terug te brengen naar een beheersbaar en acceptabel aantal. Een aantal speelplekken moesten verdwijnen, een aantal moesten worden samengevoegd en waar nodig nieuwe speelplekken worden aangelegd. Terugkijkend kan worden vast gesteld dat het aantal speelplekken inderdaad fors is afgenomen. Tijdens het vaststellen van dit plan (2002) had de gemeente Weesp 74 speelplekken, in 2017 waren dat er nog 42. Door de uitbreiding van Weesp (Leeuwenveld) zijn dat er in 2021 inmiddels 50.
toekomst. Een opgave waar ze samen met bewoners, vastgoedeigenaren en maatschappelijke organisaties voor staan. In deze ambitie moeten burgers meer ruimte krijgen om invloed te hebben op de openbare ruimte. De gemeente geeft ruimte aan burgerinitiatieven om de openbare ruimte anders te gebruiken, te herinrichten en te beheren met het doel om de wijk vitaal te maken.
Afbeelding 09: de Schijf van Vijf voor Buitenspelen (Speelplan)
9
4. Inventarisatie en analyse In het najaar van 2016 en het voorjaar van 2017 heeft een uitgebreide inventarisatie van de speelruimte plaatsgevonden. Alle speel- en sportplekken zijn beoordeeld op onder andere vervangingsduur en bespeelbaarheid. Ook is met kinderen in de basisschoolleeftijd door de verschillende wijken gewandeld en is door middel van een online enquête gevraagd naar de waardering en ervaringen van bewoners met betrekking tot het huidige aanbod. Tijdens de zomer van 2021 zijn de speelplekken opnieuw bezocht. Er is een geactualiseerde analyse gemaakt en de verschillen ten opzichte van 2021 zijn in kaart gebracht.
4.1 Analyse speelruimte 2016 In Weesp liggen 42 speelplekken met daarop 223 speel- en sporttoestellen. Van alle formele speelplekken is 67% een buurtplek (28 locaties), 29% is een blokplek (12 locaties) en 5% is een wijkplek (2 locaties). De buurtplekken bevinden zich voornamelijk in de wijken Hogewey en Aetsveld, het overgrote deel van de blokplekken liggen in Aetsveld. Daarnaast zijn er verschillende plekken aanwezig waar alleen gesport kan worden, zoals voetbal, skaten of basketbal. Verder zijn er veel trapveldjes of basketbalpalen aanwezig bij de speelplekken. Veruit het grootste deel van de locaties is ingericht voor de doelgroepen 5-9 jaar (83%) en 10-14 jaar (81%). Ongeveer de helft van de speelplekken is ingericht voor de doelgroep 0-4 jaar en ongeveer een kwart voor 15-19 jarigen. Veel speelplekken hebben een breed
10
Speelruimteplan Weesp
bereik, zo bedienen 19 speelplekken (45%) gaan en oudere kinderen minder barrières tenminste 3 leeftijdsgroepen. kennen. De actieradius van een speelplek is afgesneden bij grote barrières, zoals (water) Het is positief dat er veel speelplekken wegen. Daarnaast zijn de wijkgrenzen ook aanwezig zijn voor de doelgroep 5-14 jaar, meegenomen als barrières, dit zijn in veel want juist voor de groep is de formele geval fysieke, maar ook mentale begrenzingen. speel- én sportplek erg belangrijk. Niet alleen vanwege de aangeboden spelfuncties, In het algemeen geldt dat Weesp een maar ook omdat de speelplek bij een goede behoorlijk goede dekkingsgraad heeft, inrichting de fantasie prikkelt, beweging al op alleen een deel van het centrum wordt niet jonge leeftijd stimuleert en ontmoeting tussen bereikt door de huidige speelplekken. Een leeftijdsgenootjes faciliteert. Deze doelgroep belangrijke bevinding is dat de spreiding van heeft meer uitdaging en ruimte nodig dan de de speelplekken niet optimaal is. In Aetsveld doelgroep van 0-4 jaar, blokplekken zijn vaak is een overmaat van speelplekken aanwezig te beperkt (omvang, capaciteit) voor deze waardoor deze overlappen in het bereik. In het doelgroep. centrum en Noord spelen de schoolpleinen De speelplekken voor de oudste doelgroep een belangrijke rol in de dekkingsgraad.
bestaan allemaal uit sportvoorzieningen, soms in combinatie met spelen. Met name in het centrum zou een ‘witte vlek’’ aanwezig zijn in dekking wanneer de Deze doelgroep heeft vooral veel ruimte nodig, schoolpleinen niet worden meegenomen. daarnaast wordt hun aanwezigheid niet altijd gewaardeerd op speelplekken bestemd voor Sportplekken jongere doelgroepen. De jongeren kennen De gemeente Weesp kent zes plekken die nauwelijks beperkingen in afstand of barrières, specifiek zijn ingericht als sportplek, hier verder is voor deze groep het sociale aspect worden de sporten voetbal en basketbal (ontmoeting) het belangrijkst. Voor specifieke gefaciliteerd. Ten westen van Aetsveld is groepen (skaters, voetballers, freerunners) is een skateplek aanwezig met een wijkbreed, juist het competitieve of sportieve aspect van mogelijk zelfs een gemeentebreed bereik. belang. Een van de sportvelden in Noord openbaar toegankelijk. Verder is er een groot aantal Spreiding speelplekken trapvelden en tafeltennistafels aanwezig. Er is ook gekeken naar de ligging van Driekwart van de sportvoorzieningen ligt de speelplekken en de bijbehorende in Hogewey en Aetsveld, de andere wijken dekkingsgraad. In deze analyse is een hebben tenminste één trapveld en/of een actieradius van 300 meter aangehouden. basketbalvoorziening. Deze actieradius is voornamelijk relevant voor de doelgroep 5-9 jaar.
Aangezien jongere In het algemeen kan geconcludeerd worden kinderen veelal niet zelfstandig op pad dat het sportaanbod goed is in Weesp.
Wel is verbetering mogelijk wat betreft de spreiding van de sportplekken, deze zijn niet optimaal verdeeld over de gemeente. Noord en Centrum hebben relatief weinig sportvoorzieningen, daarnaast is de variatie in type sporten beperkt. Overige speelvoorzieningen In de gemeente Weesp zijn verschillende sportvelden en schoolpleinen gelegen welke eveneens worden bespeeld door de jeugd en daarmee behoren tot het totale speelruimteaanbod. De meeste schoolpleinen zijn openbaar, maar niet in het beheer van de gemeente. Uit de dekkingsanalyse blijkt dat deze locaties een belangrijke aanvulling zijn op de gemeentelijke speelvoorzieningen. Met uitzondering op het sportveld in Noord, zijn de meeste sportvelden in Weesp niet openbaar. Toch worden deze buiten schooltijden en trainingstijden bespeeld, omdat ze gemakkelijk toegankelijk zijn. Veelal wordt dit gedoogd, maar dit geldt niet voor alle voorzieningen. Verder is speeltuin de Don Bosco, ten oosten van het centrum, niet openbaar en niet het gehele jaar geopend. De speeltuin is geen onderdeel van het dagelijks spelen vanwege de afgelegen ligging, kinderen gaan hier vooral naar toe als ‘uitje’.
4.2 Beoordeling speelruimte 2016 Tijdens het veldwerk is elke buurt en speelplek beoordeeld. Voor de kwalitatieve beoordeling van de formele speelruimte worden de volgende criteria gebruikt:
• • • • •
Goede situering; ligging, zichtbaarheid, omvang, beschutting, toegankelijkheid. Aantrekkelijke vormgeving; thematiek, kleurgebruik, niveauverschillen. Voldoende speelkwaliteit; speelwaarde, vrije ruimte, bespeelbaarheid, diversiteit. Goed onderhoud; beeldkwaliteit, veilig. Positieve externe invloeden; betrokken buurt.
4.3 Informele speelruimte 2016 Naast de formele speelruimte is ook de bespeelbaarheid van de gehele openbare ruimte beoordeeld. Hierbij wordt gelet op de aanwezigheid van: • • •
Aantrekkelijk en toegankelijk groen Veilig en bespeelbaar water Speelse, bespeelbare verharding of de toepassing van speelaanleidingen Veilige routes naar speelplekken en de aanwezigheid van barrières
Op buurtniveau is ook gekeken naar de diversiteit van het gehele speelruimteaanbod. • Op basis van de analyse van het aanbod worden de volgende conclusies getrokken: Gebaseerd op het veldwerk valt te • De meeste speelplekken zijn goed tot concluderen dat de informele speelruimte sterk gesitueerd, ze hebben een duidelijke van Weesp divers en aantrekkelijk is. positionering in de wijk. Wanneer In het centrum en in Leeuwenveld is vooral gekeken wordt naar de ligging van de informele speelruimte aanwezig met een sterk speelplekken ten opzichte van elkaar dan stedelijk karakter. Elementen als pleintjes, valt op dat de spreiding goed is. Wel is er stoepen en steegjes zijn volop aanwezig, hier in sommige wijken, zoals Aetsveld, sprake kan goed en veilig gespeeld worden. van een overmaat aan speelplekken. • De vormgeving en speelwaarde van Daarnaast is de natuurlijke informele de meeste speelplekken is matig tot speelruimte uitgebreid aanwezig en in voldoende. Dit is gebaseerd op het feit dat diverse verschijningsvormen. Aetsveld heeft er weinig variatie en uitdaging aanwezig als bloemkoolwijk een sterke hofjesstructuur is in de speelplekken (materiaalkeuzes, met veel speelgroen. Tussen de portiekflats toesteltypes, ondergronden).
Elke in Hogewey en Noord is veel semiopenbaar buurt kent wel één of meerdere grote groen aanwezig, maar ook de schansen speelplekken voor een brede doelgroep, bieden mogelijkheden tot spelen in het groen. met veel vrije speelruimte rondom de In het algemeen zijn de wijken ruim opgezet, speelplekken. waardoor veel informele ruimte aanwezig • De staat van de speelplekken is in het is. De verschillende buurten hebben groene algemeen goed tot redelijk. randen, vaak in combinatie met water, waar • De externe invloeden van de speelplekken gespeeld kan worden. zijn in het algemeen goed. Zo vindt er weinig vandalisme plaats, maar er is ook Gezamenlijk vormen deze ruimtes een weinig participatie vanuit de buurt. veilige route door de buurt. Wel vormen de
hoofdwegen en waterwegen een fysieke, en verschillende basisscholen. Met jongeren in sommige vallen ook, een mentale barrière. zijn geen wandelingen gehouden, omdat zij de vrijheid hebben om zich door heel Weesp Gezamenlijk vormen deze ruimtes een te verplaatsen en niet beperkt zijn tot een veilige route door de buurt. Wel vormen de (speel)buurt. hoofdwegen en waterwegen een fysieke, en in sommige vallen ook, een mentale barrière. Hoewel de kinderen (5-12 jaar) vooral veel opmerkingen hebben over hun eigen buurt 4.4 Wijkwandelingen 2016 en speelplekken (zie fotoboek) zijn ook een aantal algemene punten te noemen: Basisschool leerlingen zijn de belangrijkste doelgroep voor de formele speelruimte. Vier • Kinderen uit het centrum geven aan dat wijkwandelingen zijn georganiseerd om deze hier weinig ruimte is om te spelen, zij doelgroep op een laagdrempelige manier te spelen vooral op de schoolpleinen. bevragen én te observeren. Deze wandelingen • Een deel van de kinderen speelt graag in zijn georganiseerd in samenwerking met de het groen. Dit kan maar beperkt.
Afbeelding 10-11: stedelijke, informele speelruimte
Afbeelding 12-13: natuurlijke informele speelruimte
11
4. Inventarisatie en analyse • • • • •
• •
In de buurt rondom de Jozefschool is niet veel mogelijkheid om op straat te spelen. Andere kinderen geven juist aan wel veel voor de deur, op straat te spelen. De kinderen voetballen graag. Veel kinderen geven aan dat de speelplekken saai of kinderachtig zijn ingericht. De kinderen zien graag één of enkele grote speelplekken zoals Achter ’t Vosje of de Meidoornlaan in plaats van het huidige aantal kleine, kinderachtige speelplekjes. De kinderen maken ook na schooltijd veel gebruik van de schoolpleinen. De Groene Punt is een echt begrip bij de kinderen, hier gaan ze in de zomer naar toe om te zwemmen en te spelen.
kinderen, jongeren en volwassenen gevraagd naar hun mening over het buitenspelen en • sporten in hun buurt. De enquête is vooral ingevuld door volwassenen (196 van de 210), waarbij de meeste respondenten in Hogewey wonen • (43%), Leeuwenveld (30%) en Centrum/Zuid (17%). De volwassen hebben voornamelijk jonge kinderen (0-4 jaar 48% en 5-9 jaar 39%). • De wijk Leeuwenveld heeft een opvallend hoge respons, waarschijnlijk doordat het een nieuwbouwwijk is, daar is de betrokkenheid vaak hoog. Verder is de respons uit Aetsveld erg laag is (6%), terwijl in deze wijk veel • speelplekken aanwezig zijn. De belangrijkste bevindingen uit de enquête zijn:
• Het is opvallend dat de kinderen de speelplekken saai en kinderachtig vinden, aangezien dat ruim 80% van de speelplekken • is ingericht voor de doelgroep 9-14 jaar. Dit houdt in dat tenminste één toestel voor deze doelgroep aanwezig is op de speelplek. • Dat kinderen de speelplek als kinderachtig ervaren, kan te maken hebben met de vormgeving of indeling van de speelplek.
4.5 Enquête
• De gemeente Weesp hecht veel waarde aan de betrokkenheid en zeggenschap van bewoners. Om het speelruimteonderzoek te • verrijken is een online vragenlijst verspreid. Op deze manier kunnen de ervaringen en kennis van gebruikers worden geïntegreerd in het • speelruimteplan. In de online vragenlijst is aan
12
Speelruimteplan Weesp
Een groot deel van zowel de kinderen als de ouders geeft aan dat de kinderen (bijna) elke dag buiten spelen. De kinderen spelen voornamelijk voor de deur, op straat, op de speelplekken en op de sportplekken. De kinderen geven aan vooral te willen fietsen, klimmen, skaten en te spelen met een bal of water. Deze voorkeur hangt samen met het feit dat de enquête voornamelijk is ingevuld door kinderen ouder dan 10 jaar. Bijna de helft van de kinderen geeft aan dat het niet veilig spelen of sporten is op de straat. Meer dan 90% van de kinderen geeft aan dat er geen natuur is om in te spelen in hun buurt. Ongeveer de helft (46%) van de kinderen vindt de speel- en sportplekken niet leuk of saai. Bijna 30% vindt de plekken
•
•
‘gewoon leuk’. Twee derde van volwassen vindt het aantal speel- en sportplekken in de buurt onvoldoende. Daarnaast vindt driekwart dat de plekken niet aantrekkelijk zijn voor de leeftijdscategorie van hun kind. Driekwart van de ouders geeft ook aan dat er in hun buurt weinig tot geen natuur is waar hun kind in kan spelen. Meer dan de helft (53%) van de kinderen mag alleen onder begeleiding buitenspelen, dit is te verklaren doordat de enquête overwegend is ingevuld door ouders van jonge kinderen. 43% van de volwassenen vindt dat hun kind de speelplekken in de buurt via veilige routes kan bereiken, 53% vindt dit niet, voornamelijk door de verkeerssituatie. 80% van de volwassenen geeft ook aan dat hun kind bepaalde straten niet mag oversteken. Met name meer groen om in te spelen en een speelplek met speeltoestellen zou het buiten spelen in de buurt het meest verbeteren, volgens de volwassenen (beide ruim 40%). Een derde geeft aan dat dit kan door meer uitdagende speeltoestellen of een sportplek. De ouders geven aan graag te willen meedenken over de inrichting van speelplekken in de buurt (82%), te willen helpen met het onderhoud (35%) en te helpen met de aanleg (28%).
De bevindingen van de wijkwandelingen en de enquête vertonen veel overeenkomsten. Vooral het punt dat de speelplekken niet aansluiten bij de vraag vanuit de buurt wordt in de enquête bevestigd.
4.6 Update analyse speelruimte 2021 Anno 2021 kent Weesp 50 speelplekken met daarop 239 speel- en sporttoestellen. Van alle formele speelplekken worden 32 locaties gezien als een kleine speelplek, waarvan 6 locaties bestaan uit een los toestel. 11 locaties worden gerekend tot een buurtplek, met vaak een combinatie van spelen en sporten en op 7 locaties kan alleen gesport worden. Tijdens de nieuwe rondgang zijn de speelplekken vooral beoordeeld op de huidige staat om zodoende een goede actualisatie van het uitvoeringsplan te maken. Hierbij is vooral ook gelet op de aantrekkelijkheid van de speelplekken en de mate waarin de plekken nog gebruikt worden (a.d.h.v. speelsporen en observaties).
nog 6 locaties op de planning om heringericht te worden. Dit gaat om de locaties: • • • • • •
Sportparklaan Meidoornlaan Staalmeesterpad Achter het Vosje Achtergracht J.A.Fijnvandraatlaan
In samenwerking met bewoners is voor deze plekken een nieuw ontwerp gemaakt, welke momenteel in uitvoering zijn. Alle 6 de plekken blijven behouden als formele speelplek en krijgen een impuls a.d.h.v. de uitgangspunten van het speelruimteplan uit 2017.
Afbeelding 14: Beachvolleybal op het sportcomplex aan de Papenlaan.
Deze plekken zijn buiten beschouwing gelaten in het nieuwe uitvoeringsplan.
Ten opzichte van 2016 zijn er 8 nieuwe locaties. Deze liggen met name in de wijk Leeuwenveld. Hier is afgelopen jaren veel gebouwd, waarbij ook direct nieuwe speelplekken zijn gerealiseerd. Afbeelding 15: Nieuwe speelplek (#43) aan het Jacob Slegthof
Een andere grote wijziging zien we op het sportcomplex aan de Papelaan. Hier is een openbaar toegankelijk sportcomplex gerealiseerd met kunstgrasvelden en een beachvolleybalveld. Dit betekent met name een boost voor het aanbod voor jongeren en sportende volwassenen. Tussen 2016 en 2021 zijn ook een aantal speelplekken opgeknapt, waarbij onder andere de ondergronden compleet zijn ververst. Verder zijn twee speelplekken heringericht/aangepast. Voor 2021 staan er Afbeelding 16: Nieuwe speelplek (#51) aan Fort Hinderdamstraat
13
5. Uitgangspunten speelruimtebeleid (2016) De belangrijkste conclusie van het veldwerk is dat huidige speelsituatie in Weesp goed is. Wel ligt er een uitdaging om dit speelniveau vast te houden of te verbeteren in de toekomst. Dit hoofdstuk begint daarom met uitgangspunten waar de openbare speelruimte tenminste aan moeten voldoen.
Vervolgens worden verschillende toekomstscenario’s geschetst voor het speelruimtebeleid in de gemeente Weesp. Uiteindelijk wordt het optimale scenario uitgewerkt tot het speelruimteplan. Dit bestaat uit zowel een plankaart als een uitvoeringsplan.
5.1 Netwerk van buurtplekken (2016)
5.2 Diversiteit in het speelaanbod (2016)
Een netwerk van uitdagende, centrale buurtplekken voor een brede doelgroep mét een goede bereikbaarheid.
Diversiteit in het (formele) speelruimteaanbod behouden, en waar mogelijk vergroten, om zo meer uitdaging te bieden en exploratief gedrag te stimuleren.
Toelichting: • Weesp heeft in de huidige situatie een hoge dekkingsgraad van buurspeelplekken. In sommige buurten is zelfs een overmaat aan speelplekken aanwezig. • Een hoge dekkingsgraad behouden, op basis van een actieradius van 300 meter rondom elke buurtspeelplek. Waardoor binnen elk barrièregebied tenminste één centraal gelegen buurtspeelplek behouden blijft om ieder kind een veilig bereikbare speelplek te bieden. • Een centrale buurtplek wordt gekenmerkt door een aantrekkelijk aanbod van speeltoestellen voor een brede doelgroep (tenminste de doelgroep 5-14 jaar). Hierbij gaat het niet alleen om de toestellen, maar ook de uitstraling van de speelplek. De huidige speelplekken zien er vaak kinderachtig uit, waardoor oudere kinderen er niet spelen. • Op de centrale buurtplek wordt het sociale aspect benadrukt, ontmoeting van kinderen en hun (groot)ouders of verzorgers wordt gefaciliteerd. Dit uit zich door bankjes, afvalbakken en toestellen die uitnodigen tot samenspel en een langere verblijfsduur.
Toelichting: • Momenteel is de diversiteit in het aanbod (vormgeving, speelwaarde) beperkt. • Het is wenselijk dat een kind binnen zijn bewegingsvrijheid kan kiezen tussen verschillenden speelvormen, zoals een uitdagende speelplek of sportplek en dat er ruimte is voor vrij spel in de vorm van ravotplekken of speelpleintjes. • Ravotplekken zijn speelplekken zonder speeltoestellen en met een natuurlijk karakter. Diverse speelaanleidingen kunnen aanwezig zijn, bijvoorbeeld stapstammen, crossbaan of een palenbos. • Speelpleintjes hebben een stedelijk karakter en bestaan bijvoorbeeld uit speelaanleidingen als gekleurde poefs, (fiets)parcours of speelse verharding. • Zowel de kinderen als de volwassenen herkennen niet de mogelijkheid om gebruik te maken van de informele speelruimte, terwijl deze ruim aanwezig is in Weesp.
Acties: • Versterken van speel- en sportaanbod op huidige (buurt)speelplekken en afstemmen op een brede doelgroep van 4-19 jaar. • Het faciliteren van ontmoeting (meubilair) en vergroten verblijfsduur (samenspel, speelwaarde) op bestaande en beoogde buurtspeelplekken. • Speelroutes of beweeglinten inzetten om een goede bereikbaarheid van de buurtplekken en om uitwisseling en ontmoeting verder te stimuleren. Waar nodig barrières beslechten of verkleinen door extra aandacht te schenken aan veilige oversteekplekken bij de hoofdwegen.
14
Acties: • Het vergroten van de diversiteit zal voornamelijk plaats vinden door speelplekken met weinig speelwaarde om te vormen. De keuze voor omvormen naar ravotplek of speelpleintje is voornamelijk afhankelijk van de ruimtelijke context. • Het ontwikkelen van een grote, centrale natuurspeelplek ter promotie van het vrij spelen in het groen. Hier worden kinderen uitgedaagd om zelf vorm te geven aan hun spel, op ontdekking te gaan en lekker te ravotten. • De ravotplekjes en speelpleintjes ondersteunen bovenstaande gedachte, deze plekken prikkelen kinderen en volwassen om in het spelen verder te kijken dan de traditionele speeltoestellen.
5.3 Aantrekkelijk spelen voor elk kind (2016)
5.4 Samenwerken om bestaande kwaliteiten te behouden (2016)
Veel speel- en sportplekken zijn ingericht voor de jongere kinderen, deze dienen aantrekkelijk te worden ingericht voor een brede doelgroep, zodat deze gestimuleerd wordt om actief te zijn.
De hoge kwaliteit van de speelruimte behouden en versterken door samenwerking met bewoners, gebruikers en ketenpartners. Waardoor meer draagvlak ontstaat en de kennis en ervaring van bewoners wordt benut.
Toelichting: • In de huidige situatie zijn te weinig speelplekken aantrekkelijk voor kinderen van 10 jaar en ouder. Deze doelgroep ervaart hierdoor te weinig uitdaging en stimulans om buiten te gaan spelen of sporten. • Jonge kinderen en hun ouders zijn juist op zoek naar een beschutte plek, waar hun kind veilig kan spelen. • Wanneer speelplekken worden heringericht voor een brede doelgroep, dan ook rekening houden met voorzieningen voor volwassenen. Uit de enquête is naar voren gekomen dat in de doelgroep van 20+ ook behoefte is aan sportvoorzieningen in de openbare ruimte.
Toelichting: • Bewoners, vooral de kinderen en jongeren, weten heel goed hoe leuke speel- of sportruimte eruit zou moeten zien. Het verwerken van de beleving en ervaringen van bewoners in het uitvoeringsplan zorgt voor draagvlak. Bewoners hebben aangegeven graag mee te denken over spelen en sporten en ook mee te willen helpen bij onderhoud en aanleg. • Het is positief dat bewoners meedenken en met initiatieven komen. Echter beschikt de gemeente over beperkte financiële middelen om het speelruimteplan uit te voeren. De ruimte om initiatieven financieel te ondersteunen is daardoor ook beperkt. • Samenwerking met andere beleidsterreinen, relevante organisaties zoals scholen en verenigingen kan zorgen voor een kwalitatiever speelaanbod en programmering.
Acties • Speelplekken inrichten met een aanbod voor verschillende leeftijdsgroepen. Een zonering is wenselijk, zodat de ‘kinderachtige’ inrichting van de speelplek voor de jongere kinderen niet botst met het spel van de oudere kinderen. • Sportaanbod gericht op kinderen en volwassenen, vanuit beide groepen is vraag naar openbare sportvoorzieningen. • Ook binnen de sportplekken is diversiteit gewenst, zo zijn er naast voetbal nog verschillende balsporten waar aan gedacht kan worden zoals: basketbal, beachvolleybal, tennis, hockey, maar ook niet-balsporten als bootcamps, skaten of freerunning.
Acties: • Bewoners van jong tot oud betrekken bij de herinrichting van speelruimte door bewonersbijeenkomsten of ontwerpwedstrijden. • speel- en sportinitiatieven ondersteunen met kennis en middelen. Daarbij kan de gemeente als wegwijzer fungeren als het gaat om het leggen van contact met (lokale) partnerorganisaties en fondsen • Geplande herinrichtingen afstemmen met andere beleidsterreinen om mogelijke raakvlakken te benutten in een gezamenlijk uitvoeringstraject. • Actief stimuleren van samenwerking met scholen en sportverenigingen in buurten waar een gebrek is aan respectievelijk buurt- of sportplekken en waar deze voorzieningen een oplossing kunnen betekenen in het streven naar voldoende diversiteit en spreiding. • Randvoorwaarden opstellen voor bewonersinitiatieven.
15
5. Uitgangspunten speelruimtebeleid (2021) De in 2016 beschreven uitgangspunten voor het speelruimtebeleid zijn nog steeds relevant. Ook kunnen we na het recente veldwerk concluderen dat de huidige situatie in Weesp nog steeds goed is. Er zijn de laatste jaren wel nieuwe relevante uitgangspunten bij gekomen. Deze punten worden hier onder beschreven.
5.5 Een beweegvriendelijke leefomgeving (2021) Vanuit de uitgangspunten 5.2 en 5.3 is het belang van een beweegvriendelijke leefomgeving sterk toegenomen. Om alle inwoners te stimuleren om meer te gaan sporten en bewegen en jeugd meer uitdaging te bieden is het van belang om de diversiteit van het sport- en beweegaanbod gerichter te vergroten en in te zetten op een beweegvriendelijke openbare ruimte voor jong tot oud. Toelichting: • Naast spelen en de ontwikkeling op verschillende vlakken, draagt een goede openbare ruimte ook bij aan voldoende beweging. Dit geldt niet alleen voor kinderen, maar zeker ook voor volwassenen en ouderen. • In de beweegrichtlijnen van de gezondheidsraad (2017) is aangegeven dat volwassenen wekelijks tenminste 2,5 uur matig intensief zouden moeten bewegen en kinderen dagelijks minstens een uur. Dit verlaagt het risico op chronische ziektes als diabetes, hart- en vaatziekten, depressiviteit en, bij ouderen, botbreuken. • Door kinderen van jongs af aan te stimuleren dat voldoende beweging een vast onderdeel van de dag is, wordt het voor hen als volwassenen en ouderen ook vanzelfsprekender om op latere leeftijd voldoende te blijven bewegen. • Waar kinderen nog een vanzelfsprekende beweegdrang hebben, lijkt deze bij jongeren af te nemen en als volwassen maar met moeite terug te winnen.
Juist voor jongeren en jongvolwassenen is het daarom van belang om te voorzien in kwalitatief goede beweegplekken en routes gericht op de gebruiker, programmering en bekendheid van zowel de voorzieningen als activiteiten. Acties: • Bij de herinrichting van de grotere buurtplekken is sport en beweging voor een brede doelgroep een standaard uitgangspunt voor (her)inrichting. • In de openbare ruimte worden beweegroutes gestimuleerd. Hierbij kan worden geadviseerd vanuit het speelbeleid m.b.t. veiligheid, geschikte routes, het koppelen van locaties en/of het faciliteren van activiteiten. • Om meer bekendheid te verkrijgen voor de speel- en sportmogelijkheden zijn alle speelplekken in Weesp terug te vinden op een online speelruimtekaart.
16
5.6 Een inclusieve speelruimte (2021) Speel- en sportplekken dienen ingericht te worden voor een brede doelgroep. In het speelruimtebeleid is als uitgangspunt genomen dat spelen en sporten aantrekkelijk gemaakt moet worden voor iedereen; ook kinderen met een beperking hebben behoefte aan speelruimte. Inclusiviteit was tot dusver een onderbelicht thema. Toelichting: • Bij de inrichting van speelplekken wordt nu nog onvoldoende rekening gehouden met kinderen en verzorgers met een handicap. • Juist voor deze doelgroep is het ontmoetingsaspecten en de mogelijkheid om samen te spelen van groot belang vanuit de inclusie-gedachte. • Naast fysieke, loopt deze doelgroep ook tegen sociale drempels aan om buiten te spelen. Het is daarom belangrijk dit thema ook vanuit het sociaal domein op te pakken. • Bij de (her)inrichting van een speelplek moet vooral niet gedacht worden aan aparte hoekjes of toestellen, maar moet het juist gericht zijn op samen spelen en inclusiviteit. Om dit belang te benadrukken is eind 2019 ook het SamenSpeelAkkoord getekend door onder andere de branchevereniging Spelen en Bewegen en het ministerie van VWS. Ter inspiratie voor toepassing van het Samenspeelakkoord heeft de VNG een bundel uitgebracht “Aan de slag met samenspelen” (VNG: 2019). Hierin wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde 100-70-50-richtlijn: • • •
Een kind of inwoners met een handicap moet zich 100% welkom voelen. 70% van de speelplek moet voor iedereen toegankelijk zijn (paden, ondergronden) 50% van de speelaanleidingen moet bespeelbaar zijn voor ieder kind.
Deze richtlijn is geen verplichting, maar een voorbeeld van hoe toegankelijkheid in de openbare speelruimte kan worden toegepast. Het gaat daarbij dus om meer dan alleen het plaatsen van rolstoelvriendelijke speeltoestellen. Acties: • Bij het herinrichten (behoud of omvormen) van speelplekken wordt er rekening gehouden met de inclusiviteit van de speelplek. De primaire focus ligt daarbij op het vergroten van de toegankelijkheid van de speelplek en de diversiteit van speelaanleidingen. • Met sociaal domein wordt gekeken naar de mogelijkheid om bepaalde buurtplekken aan te wijzen als inclusieve ‘hotspots’ waar ook ingezet wordt op activiteiten en het betrekken van belangenorganisaties bij de (her)inrichting ervan.
5.7 Een klimaatadaptieve speelruimte (2021) In uitgangspunt 5.2 werd in het speelruimteplan uit 2017 al ingezet op het vergroten van de diversiteit van het speelaanbod door onder meer te vergroenen. In 2021 is dit nog belangrijker geworden; naast vergroening voor speelwaarde ligt de nadruk nu echter vooral op het klimaatadaptiever maken van de openbare ruimte. Toelichting: • De zomers worden steeds warmer en de regenbuien steeds intensiever. Een klimaatadaptieve openbare ruimte is daarom belangrijk. Dit kan worden bereikt door het vergroenen van de speelruimte door het plaatsen van (extra) bomen en beplanting voor schaduw maar ook door verhardingen te vervangen voor infiltrerende ondergronden. • Overschotten van hemelwater kunnen opgeslagen worden door wadi’s aan te leggen of infiltratiekratten te plaatsen. Klimaatadaptieve speelplekken dragen daarnaast ook bij aan de verblijfswaarde en daarmee ook de ontmoetingswaarde van speelplekken. • Door het vergroenen van de speelruimte wordt ook de biodiversiteit vergroot. Dit kan bijvoorbeeld door bloemen en struiken te plaatsen die bijen, vlinders en andere insecten aantrekken. Ook het minder vaak maaien van het gras is goed voor de biodiversiteit. • Naast het klimaatadaptiever maken van de speelruimte en het vergroten van de biodiversiteit, stimuleert het vergroenen van de speelruimte ook het natuurlijk spelen.
Naast het spelen in de bosjes kan er op de speelplekken gekozen worden voor het gebruik van natuurlijke speelaanleidingen zoals zwerfkeien, klimbomen en stapstammetjes. Acties: • Bij de (her)inrichting van speelplekken inzetten op vergroening waar mogelijk. Dit uiteraard in goede afstemming met beheer om te voorkomen dat in de praktijk dergelijke plekken niet goed onderhouden kunnen worden (capaciteit, budget, kennis). • Inzetten op het planten van extra bomen op speelplekken. Deze geven niet alleen beschutting (op termijn) en verhogen zo de verblijfswaarde, maar dragen ook bij aan wateropvang en het versterken van de biodiversiteit. Ook hierbij is afstemming met groen en (boom)beheer onmisbaar. • Met beheer de klimaatadaptieve ambities afstemmen (o.a. maaibeheer, snoeiafval).
17
6. Uitvoeringsplan 6.1 Plankaart In de plankaart op de volgende pagina is het uitvoeringsplan voor de periode 2022 tot en met 2026 uitgewerkt. In de gemeente Weesp ligt de opgave om enerzijds een goede dekkingsgraad te behouden wat betreft de formele speelvoorzieningen en anderzijds een uitdagend en variërend speelaanbod aan te bieden. Om die reden is er, zeker ten opzichte van 2017, meer ingezet op impulsbudget naast het reguliere vervangingsbudget. Dit impulsbudget is bedoeld als toevoeging op de reguliere vervanging en gericht op het verbeteren van de bestaande speel- en sportplek. Dit wordt nader toegelicht in de uitvoeringskaders.
Basisdata ABSweb locatie Locatie: 003 - Simon Vestdijkstraat 12 Locatie: 026 - Chirurgijnsweg 78 Locatie: 033 - Reigersweide 29 Locatie: 001 - Eva de Wildeplantsoen 6 Locatie: 020 - Aetsveldselaan 46 Locatie: 028 - Blauwschildershof 48 Locatie: 038 - De Kleine Weer Locatie: 039 - Reguliershof 24/Kruisland t.o nr 40 Locatie: 040 - Blokland Locatie: 006 - Gemeenschapspolderweg 101 Locatie: 008 - Aquamarin 28 Locatie: 009 - Keulsevaartstraat 155 Locatie: 009A - Keulsevaartstraat 129 Locatie: 012 - Waarschapsstraat 9 Locatie: 013 - Vondelpark nabij Waarschapsstraat 91 Locatie: 022 - Buhrmannlaan 13 Locatie: 025 - Korendragershof 12 Locatie: 027 - Brouwershof 61 Locatie: 030 - Kievitshof Locatie: 032 - Klein Dijkland 15 Locatie: 042 - Diemerdijkstraat 11
18
In de plankaart is rekening gehouden met de uitgangspunten van 2016 en 2021 en wordt de basis van het plan uit 2016 doorgezet. Dit vertaalt zich naar een toekomstsituatie waar tenminste één uitdagende speelplek per barrièregebied behouden blijft of juist wordt ingericht. Zo wordt een netwerk gevormd van uitdagende, formele, inclusieve en klimaatadaptieve speelplekken aangevuld met aantrekkelijke informele (vrije) speelruimte.
- Achtergracht , 021 - Fijnvandraatlaan, 024- worden omgevormd naar een ravotplek of Staalmeesterspad en 029 - Meeuwenveld) zijn speelpleintje zonder toestellen. Hier wordt hierin al verwerkt als zijnde recent ingericht. gewerkt met speelaanleidingen.
6.2 Uitvoeringsprogramma
Voor de herinrichting van de 21 locaties is een regulier vervangingsbudget van in totaal €570.000,- nodig verdeeld over 5 jaar. Daarnaast wordt voorgesteld om speelplekken gericht te verbeteren met impulsbudgetten op het gebied van spelen, sport, klimaat en inclusiviteit. Dit in lijn met de uitgevoerde analyses uit 2017 én 2021 en de ambities in dit speelruimteplan. Hiervoor is € 220.000,- nodig. Dit impulsbudget vervangt niet de rol van andere beleidsdomeinen, maar is bedoeld om de speel- en/of sportplek zelf te verbeteren door andere materialen of toestellen toe te kunnen passen.
Op basis van het nieuwe onderzoek in 2021 is het uitvoeringsprogramma uit 2017 opnieuw kritisch nagelopen. Hierdoor is een verschuiving opgetreden van ingrepen, adviezen en ambities per plek. Het aantal locaties (21) voor het tijdvak 2022-2026 is wel Dit plan is geen leidend of vaststaand gelijk gebleven. programma, maar een verbeelding van de mogelijkheden en de bijbehorende Korte termijn budgetten. De 6 speelplekken die momenteel In tabel 3 is het uitvoeringsplan voor de in uitvoering zijn (019 - Achter ‘t Vosje, 004 periode 2022-2026 nader uitgewerkt. Er - Sportparklaan, 014 - Meidoornlaan, 018 worden 21 locaties heringericht, waarvan 6 planning 2022 2022 2022 2023 2023 2024 2024 2024 2024 2025 2025 2026 2026 2026 2026 2026 2026 2026 2026 2026 2026
Basisuitvoeringsplan type ingreep kleine speelplek behoud buurtspeelplek behoud buurtspeelplek behoud buurtspeelplek behoud buurtspeelplek behoud kleine speelplek behoud kleine speelplek behoud kleine speelplek omvormen buurtspeelplek behoud kleine speelplek behoud kleine speelplek behoud buurtspeelplek behoud sportplek omvormen kleine speelplek omvormen sportplek behoud buurtspeelplek behoud kleine speelplek omvormen kleine speelplek behoud kleine speelplek omvormen kleine speelplek omvormen kleine speelplek behoud