CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij RIB 2021 63 - Beleidskader voor het toetsen van ingrepen of herstel van monumenten

Commissie SOB 13 april 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Vragen naar aanleiding van Raadsinformatiebrieven13.031 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

68

Gemeente Amsterdam

3.5

IJzer en staal

Vergunningsplicht  Constructieve aanpassingen zijn vergunningsplichtig.  Het herstellen en ontroesten van onderdelen van een staalconstructie is vergunningsvrij. Het vervangen van aangetaste onderdelen is vergunningsplichtig.  Het schilderen van een historische staalconstructie met een brandwerende verf is vergunningsplichtig. De verf kan het beeld en de uitstraling wijzigen en daardoor de constructie ontsieren.

69

Gemeente Amsterdam

4

GEVELS

4.1

Algemeen

Toelichting  In geval van schade of calamiteiten bij gevels moet eerst de oorzaak van de schade worden vastgesteld en verholpen alvorens tot reparatie wordt overgegaan. Vaak wordt te snel een oorzaak aangewezen die achteraf niet juist blijkt te zijn.

70

Gemeente Amsterdam

4.2

Reiniging

Vergunningsplicht  Gevelreiniging is vergunningsplichtig. Het reinigen van een gevel kan de technische conditie en het uiterlijk van een gevel aantasten. De technische en esthetische gevolgen van de gevelreiniging moet worden getoetst. Uitvoeringseisen  Voorafgaand aan een reiniging moet een reinigingsproef ter goedkeuring worden overlegd.  De oppervlaktelaag van een baksteen, natuursteen of een voeg mag niet worden aangetast als gevolg van de reiniging.  Mechanisch reinigen (stralen) van verblendstenen, geglazuurde bakstenen of keramische tegels is niet toegestaan. Dit beschadigt de oppervlakte en heeft gevolgen voor de conditie van de gevel.  Het reinigen van reliëfs mag niet leiden tot een verlies aan scherpte van de voorstelling. Reliëfs of sculptuurwerk verliezen (vooral bij zand-, kalk- en tufsteen) door reiniging snel scherpte en/of profiel. De reinigingsmethode moet voor deze onderdelen extra terughoudend zijn. Een methode die voor het gevelvlak acceptabel is, is dat niet altijd voor reliëfs.  Het verwijderen van olie- of verflagen van een gevel kan niet plaatsvinden door middel van mechanisch reinigen.

71

Gemeente Amsterdam

4.3

Graffiti

Vergunningsplicht  Het verwijderen van graffiti is vergunningsvrij. Uitvoeringseisen  De oppervlaktelaag van baksteen, natuursteen of voegwerk mag niet worden aangetast als gevolg van de reiniging.  Het verwijderen van graffiti door middel van stralen is niet toegestaan. De methode is niet geschikt voor het verwijderen van verf. Reinigen met een straalmiddel (mechanisch reinigen) kan de oppervlakte beschadigen en ondermijnt de conditie van de gevel. Toelichting  Graffiti is het meest eenvoudig te verwijderen binnen 24 uur na het aanbrengen. Indien een monumentale gevel met graffiti is beklad, moet eerst worden vastgesteld welk type verf is gebruikt. Vervolgens kan de reinigingstechniek worden bepaald, waarbij in ogenschouw moet worden genomen welke schade de reinigingsmethode kan veroorzaken.

72

Gemeente Amsterdam

4.4

Voegwerk

Vergunningsplicht  Het geheel of grotendeels vervangen van voegwerk is vergunningsplichtig. Plaatselijk voegwerkherstel tot 30% van het gevelmetselwerk met een maximum van 15 m² is vergunningsvrij. Uitvoeringseisen  Voorafgaand aan de werkzaamheden moet een uithak- en voegproef ter goedkeuring worden overlegd. Het proefstuk moet tijdens de werkzaamheden aanwezig blijven.  Het verwijderen van voegen mag niet leiden tot schade aan het metselwerk. Bij ondeskundig uithakken van een voeg beschadigt de steen. De voeg moet worden verwijderd met gereedschap dat geen schade toebrengt aan het historisch metselwerk of natuursteen. Het gebruik van bijvoorbeeld een slijptol voor het verwijderen van voegwerk is niet toegestaan.  Een stootvoeg smaller dan 1,5 mm mag niet worden verwijderd. De voeg wordt onherroepelijk breder dan bestaand waardoor het beeld wijzigt en de gevel wordt ontsierd.  Een nieuwe voeg moet hechten aan de bakstenen en niet aan de oude voegmortel. Wanneer de nieuwe voeg hecht aan de oude mortel kan deze zijn functie, zoals het waterwerend maken van de gevel, niet goed vervullen. Een goed uitgehakte voeg is ‘vierkant’ uitgehakt, waarbij geen noemenswaardige specieresten aan de bakstenen achterblijven.  De nieuwe voegafwerking moet identiek zijn aan het bestaande werk.

 De voegmortel moet qua samenstelling aangepast zijn aan de hardheid en vochtopname van het bestaande metselwerk. Een veel voorkomend verschijnsel is het vervangen van een kalkmortel door cement. Cement is te star voor kalkhoudend metselwerk waardoor de hechting vaak niet goed is. De voeg kan dan los komen en/of schade aan het omliggende werk veroorzaken.  Het metselwerk moet dusdanig bevochtigd zijn dat er geen wateronttrekking aan de voegspecie optreedt. Het uitdrogen van vers voegwerk dient te worden voorkomen.  Het is niet toegestaan voegen met kalk of een basterdmortel aan te brengen in een periode waarin vorst kan optreden. Het risico bestaat dat het water in de verse voeg bevriest waardoor de voeg kapot wordt gedrukt.  Er mag geen noemenswaardige smet optreden. Eventuele smet mag niet met zoutzuur (ook niet verdund) worden verwijderd als de gevels met een kalkmortel zijn uitgevoerd en/of kalk- of zandsteensoorten bevatten. Toelichting  Voegen moeten met een naaldbeitel worden uitgehakt. Voorafgaand aan het uithakken mogen lintvoegen tot op de gewenste uithakdiepte ingezaagd worden met een op lage toeren draaiende diamantzaag die langs een rei wordt geleid.

73

Gemeente Amsterdam

4.5

Reparatie en inboeten van metselwerk

Vergunningsplicht  Plaatselijk inboeten van gevelmetselwerk is tot maximaal 1 m² per gevel vergunningsvrij. Het vervangen van grotere delen metselwerk is vergunningsplichtig. Uitvoeringseisen  De nieuwe stenen moeten qua hardheid hygroscopische eigenschappen, formaat, kleur en textuur aansluiten bij het bestaande metselwerk. Stenen die qua hardheid en hygroscopische eigenschappen afwijken kunnen het omliggende muurwerk beschadigen.  Bij schoon metselwerk moeten nieuw in te boeten bakstenen worden bemonsterd alvorens ze worden verwerkt.  Het verband waarin de stenen worden verwerkt moet hetzelfde zijn als in de bestaande situatie.  De metselmortel moet qua samenstelling aangepast zijn aan de hardheid en vochtopname van het bestaande metselwerk. Een veel voorkomend verschijnsel is het vervangen van een kalkmortel door cement. Cement is te star voor kalkhoudend metselwerk waardoor de hechting vaak niet goed is. De voeg kan dan los komen en/of schade aan het omliggende werk veroorzaken.  Roestende metalen elementen in de gevel moeten worden ontroest en metalen restanten zonder functie (of decoratieve waarde) moeten worden verwijderd. Roestend metaal zet uit en kan het metselwerk kapot drukken en daarmee de gevel beschadigen.

 De nieuw in te brengen metselstenen en de bestaande gevel moeten dusdanig vochtig zijn of worden bevochtigd dat er geen vochtuitwisseling met het bestaande metselwerk optreedt.

74

Gemeente Amsterdam

4.6

Natuursteen

Vergunningsplicht  Vervangen van natuurstenen onderdelen is vergunningsplichtig. Kleine reparaties tot 4 dm³ zijn vergunningsvrij. Uitvoeringseisen  Bij reparatievlakken groter dan 3 dm³ moet in principe een nieuw stuk natuursteen van dezelfde soort worden ingeschoten; een reparatiemortel is dan niet toegestaan. Dezelfde soort natuursteen biedt de meest duurzame oplossing en sluit op lange termijn qua kleur, textuur en fysische eigenschappen het beste aan bij het oorspronkelijke werk. Grotere oppervlakken mortel kunnen door veroudering afsteken tegen hun omgeving. Als een natuursteensoort niet meer voorhanden is, kan in overleg met Monumenten en Archeologie een andere natuursteensoort worden toegepast.  Nieuwe in te schieten of in te passen natuursteen moet qua hardheid, porositeit en kleur verenigbaar zijn met het bestaande werk. De onderlinge naden tussen het ingeschoten werk en het bestaande blok dienen zo klein mogelijk te zijn.  Reparatiemortels moeten qua vochthuishouding, structuur, kleur en oppervlakteafwerking aansluiten bij de bestaande natuursteen en worden aangebracht op een gezonde ondergrond.  Nieuw aan te brengen natuursteen of het oppervlak van een reparatiemortel dient dezelfde afwerking te krijgen als in de bestaande situatie.  Het toepassen van steenverstevigers is niet toegestaan.

Deze zijn niet te verwijderen zonder schade en dienen in verband met verwering na circa acht jaar opnieuw aangebracht te worden, waardoor de textuur van het natuursteen volledig verloren gaat. Indien de laag verweert en er vocht achter komt, kan door vorst of afschilfering ernstige schade ontstaan.

75

Gemeente Amsterdam

4.7

Pleisterwerk

Vergunningsplicht  Het repareren van pleisterwerk is vergunningsvrij tot 30% van het gevelvlak met een maximum van 25 m². Het geheel of grotendeels vervangen van pleisterwerk is vergunningsplichtig. Uitvoeringseisen  Het nieuw aan te brengen pleisterwerk moet qua eigenschappen en oppervlakteafwerking aansluiten bij het bestaande pleisterwerk. Nieuw pleisterwerk moeten dampopen zijn. Pleisterwerk dat qua hardheid of dampdoorlatendheid afwijkt, kan het omliggende pleisterwerk of muurwerk beschadigen. Daarnaast kan de hechting onvoldoende zijn of kan de reparatie los raken. Kunststofgebonden pleisters zijn derhalve niet toegestaan.  De toepassing van hoekbeschermers is niet toegestaan.

76

Gemeente Amsterdam

4.8

Gevelbehandeling

Vergunningsplicht  Het hydrofoberen van gevels is vergunningsplichtig.  Het oliën of schilderen van een reeds geoliede of geschilderde gevel in dezelfde kleur en in hetzelfde materiaal is vergunningsvrij. Uitvoeringseisen  In het uitzonderlijke geval dat een gevel gehydrofobeerd mag worden, dient de gevel technisch in goede staat te verkeren. Er mogen geen (haar)scheuren aanwezig zijn en het voegwerk etc. moet in goede conditie verkeren. Wanneer een gevel technische mankementen vertoont, kan inwatering optreden. Water achter de hydrofobeerlaag kan tot gevolgschade leiden.  Bij gevelolie dient met half rauwe/half gekookte lijnolie met maximaal 2 % siccatieven te worden gewerkt.  Na voegwerkherstel of inboetwerk moet minimaal 8 weken gewacht worden met oliën. Als een voeg niet volledig is uitgehard zal verzeping van de voegmortel optreden  Er moet met een damp-open product worden geschilderd. Een dampdichte verf hindert het vochttransport door de constructie en kan daardoor tot schade leiden. Bij een steenachtige ondergrond wordt bij voorkeur een minerale verf, olieverf of eventueel een zuivere siliconenhars-emulsieverf toegepast. Een product is voldoende dampopen wanneer de Sd-waarde kleiner is dan 300 mm. Een Sd-waarde van 150 mm voor het verfsysteem wordt als dampopen beschouwd.

77

Gemeente Amsterdam

4.9

Nieuwe voorzieningen

Vergunningsplicht  Het aanbrengen van voorzieningen in of tegen een gevel is vergunningsplichtig.

78

Gemeente Amsterdam

5

KOZIJNEN RAMEN EN DEUREN

5.1

Algemeen

Vergunningsplicht  Het repareren van ramen, deuren en kozijnen is vergunningsvrij. Het vervangen is vergunningsplichtig.  Het aanbrengen van een doorvalbeveiliging is vergunningsplichtig. Een doorvalbeveiliging wijzigt het beeld van het monument.

79

Gemeente Amsterdam

5.2

Houten kozijnen, ramen en deuren

Vergunningsplicht  Het repareren van ramen, deuren en kozijnen is vergunningsvrij. Het vervangen is vergunningsplichtig. Onderdelen vervangen, zoals het aanbrengen van een nieuwe onderdorpel, is vergunningsvrij. Het integraal vervangen van een raam, deur of kozijn valt niet onder regulier onderhoud en is derhalve vergunningsplichtig. Uitvoeringseisen  Vervangende onderdelen moeten eenzelfde profilering hebben als het te vervangen onderdeel en uitgevoerd zijn in een houtsoort met eenzelfde textuur. Dezelfde houtsoort heeft de voorkeur. Aangezien deze niet altijd in de juiste kwaliteit voorradig is, kan voor een alternatieve houtsoort met eenzelfde textuur worden gekomen. Meranti bijvoorbeeld heeft een duidelijk andere textuur dan grenen en is derhalve niet geschikt als vervanging voor grenen.  Reparaties van gedeelten van een historisch venster- of deurpartij moet gebeuren door uitstukken of aanlassen door middel van een schuine of liplas. De las loopt schuin en afwaterend. Een stompe las is een ondeugdelijke methode die niet aansluit bij de vereiste restauratieve aanpak.  Het is niet toegestaan om openingen tussen kozijn en muur met kit of PUR-schuim af te dichten. De naden tussen kozijn en gevel moeten met een damp-open voeg van kalkspecie worden afgedicht. Kit kan het uittreden van vocht blokkeren.

Toelichting  Vaak wordt onnodig overgegaan tot het vervangen van onderdelen die nog eenvoudig gerepareerd kunnen worden. Door bijvoorbeeld uitstukken, aanscherven of aanlassen kunnen aangetaste elementen vaak worden hersteld. Historisch hout is veelal van een betere kwaliteit dan hedendaags hout.

80

Gemeente Amsterdam

5.3

Stalen en ijzeren kozijnen, ramen en deuren

Vergunningsplicht  Het vervangen van stalen of gietijzeren kozijnen, ramen of deuren is vergunningsplichtig.  Het demonteren van elementen om in een werkplaats te restaureren en te herplaatsten is vergunningsplichtig. Uitvoeringseisen  Als alle onderdelen worden aangepakt, moet voor de restauratie kleuronderzoek plaatsvinden. Stalen onderdelen worden bij restauratie gewoonlijk gestraald waardoor de oorspronkelijke kleurafwerkingen verloren gaan. Toelichting  Reparatie in het werk is alleen geschikt voor kleine reparaties. Restauratie in een werkplaats geeft in de regel de beste resultaten.  Het lassen van gietijzeren onderdelen is werk voor specialisten.

81

Gemeente Amsterdam

5.4

Kleurgebruik

Vergunningsplicht  Het overschilderen in dezelfde kleur en in een bijpassend verfsysteem is vergunningsvrij. Het wijzigen van een kleur is vergunningsplichtig. Uitvoeringseisen  Bij kozijnen in steens muren moet voor schilderwerk aan de buitenzijde een damp-open verfsysteem worden gebruiken. Aangezien oudere houtconstructies vanwege de aard van de omliggende constructie vaak meer vochtbelast zijn dan de tegenwoordige constructies, is het beter een damp-open verfsysteem toe te passen. Aan de binnenzijde is een dampdicht systeem het beste. Als richtlijn kan worden genomen dat een product als voldoende damp-open is wanneer de Sd-waarde kleiner is dan 300 mm. Een Sd-waarde van 150 mm voor het verfsysteem wordt als damp-open beschouwd.  Oude verflagen mogen niet worden verwijderd maar dienen te worden overgeschilderd, zodat in de toekomst kleuronderzoek kan plaatsvinden. Als de aanwezige verflagen gezamenlijk dampdicht zijn, kunnen vochtproblemen ontstaan; in dergelijke gevallen is verwijdering van verflagen bespreekbaar. In dat geval dient kleuronderzoek plaats te vinden en een representatief deel van het verfpakket op enkele plaatsen te worden gehandhaafd.

82

Gemeente Amsterdam

5.5

Beglazing

Vergunningsplicht  Het integraal vervangen van glas is vergunningsplichtig. Het vervangen van een gebroken ruit is vergunningsvrij. Het vervangen van bestaand glas door bijvoorbeeld isolerende beglazing is vergunningsplichtig. Historisch glas kan een monumentale waarde vertegenwoordigen die bij vervanging verloren gaat. Moderne beglazing heeft een andere uitstraling en kan het monument ontsieren.  Het opnieuw verloden van glas in lood is vergunningsplichtig.  Het aanbrengen van beschermende beglazing bij glas in lood is vergunningsplichtig.  Vervangen van ruitjes bij gebrandschilderd glas is vergunningsplichtig. Uitvoeringseisen  Het gebruik van siliconenkit bij glas in lood is niet toegestaan. Het waterdicht maken van glas in lood moet op de traditionele manier door middel van zogenaamd kitten. Traditioneel is dit een mengsel van lijnolie met krijt (lijnoliestopverf). Er zijn ook speciale zuurvrije kitten in de handel voor glas in lood. Niet-zuurvrije kitten tasten het lood aan.  Uitbuikend glas in lood mag niet in situ vlak worden geduwd. De kans op schade aan het glas in lood is erg groot.  Nieuwe loden profielen moeten overeenkomstig de bestaande zijn. Daarnaast moeten eventueel te vervangen ruitjes eenzelfde kleur hebben als bestaand. In veel gevallen hoeft een gebroken ruitje niet te worden vervangen maar kan een breukloodje worden toegepast.

 Laklagen ter bescherming van het glas zijn niet toegestaan. De laklaag is niet reversibel en op termijn niet waterdicht, waardoor schade kan ontstaan.  Bij gebrandschilderd glas mogen alkalische of ionogene reinigingsmiddelen niet worden gebruikt.

83

Gemeente Amsterdam

5.6

Hang- en sluitwerk

Vergunningsplicht  Het vervangen van historisch hang- en sluitwerk is vergunningsplichtig. Als hang- en sluitwerk niet meer te repareren is, mag het worden vervangen.

84

Gemeente Amsterdam

6

DAKEN

6.1 Algemeen Voor specifieke technische aanwijzingen over dakbedekkingen en voorzieningen in of op daken zie 6.1 t/m 6.6. Voor technische aanwijzingen over zonnepanelen zie 9.7

85

Gemeente Amsterdam

6.2

Pannen

Vergunningsplicht  Het vervangen van pannen van een dakvlak is vergunningsvrij tot 25% van de oppervlakte met een maximum van 25 m².  Het afnemen van alle pannen om de bruikbare exemplaren te sorteren is een ingrijpende handeling en derhalve vergunningsplichtig, ook wanneer het verlies van pannen minder is dan 25%.  Het wijzigen van dakaansluitingen of -afdekkingen is vergunningsplichtig. Uitvoeringseisen  Bij vervanging moet dezelfde pan en vorstpan (type, kleur en vorm) op het dak worden gebruikt als bestaand. De nok en hoekkeper moeten op eenzelfde wijze als bestaand worden afgedekt.  Voor het aansmeren van nok- en hoekkepervorsten mag alleen (gewapende) kalkspecie worden toegepast. Het gebruik van cement of flexibele kant-en-klare dakmortels is niet toegestaan. Het aansmeren van pannen is alleen toegestaan bij noodherstel of reparatie van incidentele lekkages. Het gebruik van portlandcement is niet toegestaan. Bij het aansmeren van het dak moet voorkomen worden dat de kalkspecie niet voortijdig uitdroogt; tijdens het proces van uitharding kan de specie worden verneveld of met natte doeken worden beschermd tegen uitdroging. Het is niet toegestaan kalkspecie aan te brengen in een periode waarin vorst kan optreden.

Toelichting  Bij het afnemen van de pannen dienen deze gesorteerd te worden en de bruikbare exemplaren, dat wil zeggen pannen waarvan levensverwachting 15 jaar of langer is, te worden hergebruikt. De voorkeur gaat uit naar een tweedehands oude pan in plaats van een nieuwe, industrieel vervaardigde pan. Het verdient de aanbeveling zowel de bestaande pannen als de nieuwe pannen bij elkaar te leggen. Bij veel materiaalverlies is het raadzaam met de overgebleven goede pannen één dakvlak te dekken. Verder is het aanbevelenswaardig onder oudhollandse pannen een dampdoorlatende folie aan te brengen.

86

Gemeente Amsterdam

6.3

Leien

Vergunningsplicht  Het vervangen van 25% van een leien dakvlak is vergunningsvrij tot een maximum van 25 m². Indien meer wordt vervangen, is een vergunning noodzakelijk.  Het wijzigen van dakaansluitingen of afdekkingen is vergunningsplichtig. Uitvoeringseisen  Op een monument mogen alleen leien worden toegepast die voorzien zijn van een keuringsrapport. Het keuren van leien op fysische, chemische en petrografische kenmerken van duurzaamheid en kwaliteit is van belang voor de instandhouding van daken. Bij vernieuwing is een keuring van elke voor één specifiek object bestemde partij leien verplicht. Deze keuring moet door een onafhankelijk onderzoeksinstituut worden verricht. De op basis van deze keuring te verwachten levensduur van een natuurlei dient tenminste 80 jaar te zijn.  Uitgangspunt is de bestaande wijze van dekken.  Bij vervanging moet er eenzelfde vorm, grote en kleur lei worden toegepast als bestaand.  Kunstleien of andere producten ter vervanging van natuurleien zijn niet toegestaan.  Alleen roestvrij stalen of koperen leihaken of nagels mogen worden toegepast.  Onder een leibedekking mag geen dampdichte waterkerende laag worden toegepast. Gebitumineerd papier of dampdichte folie bijvoorbeeld vormen een hermetische afdichting waardoor de bebording aan condens wordt blootgesteld die daardoor kan verrotten.

De leibedekking wordt door het gebrek aan ventilatie ook overmatig aan vocht blootgesteld.  De nok en hoekkeper moeten op dezelfde wijze als bestaand worden afgedekt. Toelichting  Bestaande leien worden over het algemeen niet hergebruikt. Wanneer de gebreken worden veroorzaakt door corroderende nagels of leihaken is herleggen van de bestaande leien een optie.

87

Gemeente Amsterdam

6.4

Zink, koper en lood op daken

Vergunningsplicht  Het vervangen van 25% van een met metaal bedekt dakvlak is vergunningsvrij tot een maximum van 25 m². Indien meer wordt vervangen, is een vergunning noodzakelijk.  Indien herstel niet meer mogelijk is, is het vervangen van goten en klein metaalwerk in hetzelfde materiaal en dezelfde detaillering vergunningsvrij. In de regel worden goten en klein metaalwerk vervangen vanwege lekkage. Het is aan te bevelen lekkage zo snel mogelijk te verhelpen ter voorkoming van gevolgschade. Uitvoeringseisen  De wijze van metaalbewerking en de verbindingstechniek moet op een ambachtelijke manier worden uitgevoerd. Koper en zink mag niet worden gefelst maar moet worden gezet. Bijvoorbeeld een roevendak mag bij vervanging niet als een gefelst dak worden uitgevoerd.  Een kraal moet eenzelfde vorm krijgen als bestaand. Een platte kraal bijvoorbeeld mag niet worden vervangen door een ronde kraal.  Het dilateren van goten moet met behulp van een broekstuk. Een expansiestuk is minder duurzaam en derhalve in beginsel niet toegestaan. Een expansiestuk mag alleen worden toegepast als er geen mogelijkheden zijn om een broekstuk toe te passen, bijvoorbeeld omdat het stromingsprofiel gehandhaafd moet blijven of omdat er onvoldoende afvoermogelijkheden aanwezig zijn.  Bij solderen moet rekening worden gehouden met brandpreventie.

Het onderliggende hout moet voor het solderen bevochtigd worden en na afloop moet gecontroleerd worden of er geen sprake is van smeulend hout.  Metaalwerk mag niet worden gelijmd.  Het toe te passen zink is minimaal 1,0 mm dik.  Voor een koperen dak is de dikte van het koper minimaal 0,7 mm. Voor een koperen goot moet minimaal 0,8 mm worden toegepast. Bij een gootbreedte van meer dan 700 mm moet minimaal een dikte van 1,0 mm worden toegepast.  Bij het solderen van koper moet van koper of zilverhoudend tinsoldeer gebruik worden gemaakt. Ander soldeer is als gevolg van elektrolytische corrosie minder duurzaam.  Koperen onderdelen mogen niet afwateren op zinken elementen. Als gevolg van elektrolyse zal het water met koperionen het zink laten corroderen. Omgekeerd is wel mogelijk.  Bij loden loketten moet minimaal 16 kg/m², loden nokken minimaal 25 kg/m² en loden goten minimaal 30 kg/m² lood worden toegepast.  Bij de toepassing van lood op een ondergrond van bijvoorbeeld eiken, teak of Oregon pine moet een beschermende laag tussen het lood en hout worden aangebracht. Bij rechtstreeks contact kan het zuur in het hout het lood aantasten. Toelichting  Ondanks het beschermende patina kunnen er zink-, koper- of loodionen in het regenwater terecht komen.

Een oplossing is het coaten van het metaal, wat echter van invloed is op de uiterlijke verschijningsvorm; voor onderdelen die in het zicht liggen is coaten een onwenselijke oplossing. Voor lood kan traditionele loodpatineerolie worden

88

Gemeente Amsterdam

toegepast. Een andere oplossing is het aanbrengen van filters in het hemelwaterafvoersysteem. Overigens bevat de Nederlandse wetgeving geen bepalingen die het gebruik van zink, koper of lood verbieden. Het bevoegd gezag kan op grond van de Wet Milieubeheer nadere eisen stellen; bij woonhuizen mogen geen nadere eisen worden gesteld.

89

Gemeente Amsterdam

6.5

Rieten daken

Vergunningsplicht  Het vervangen van 25% van een rieten dak tot een maximum van 25 m² is vergunningsvrij. Blank verstoppen of opstoppen is vergunningsvrij.  Het wijzigen van de dekking is vergunningsplichtig. Uitvoeringseisen  Het toe te passen riet dient van eerste kwaliteit te zijn.  De dikte van het rietpakket en de contouren van het dak moeten conform de historische maat en vorm zijn.  De dakconstructie mag niet door uitvullen vlakker worden gemaakt. De vorm van het dak vormt een wezenlijk onderdeel van het historisch karakter en het beeld van het pand. Eventuele glooiingen en zegen in het dak moeten worden gehandhaafd.

90

Gemeente Amsterdam

6.6

Voorzieningen op of in daken

Vergunningsplicht  Het aanbrengen of vervangen van voorzieningen in daken is vergunningsplichtig.

91

Gemeente Amsterdam

7

STRUCTUUR

7.1

Algemeen

Vergunningsplicht  Ingrepen in de historische structuur zijn vergunningsplichtig.

92

Gemeente Amsterdam

7.2

Kelders en souterrains

Uitvoeringseis  Bij ontgraving moet de mogelijkheid voor archeologisch onderzoek geboden worden.

93

Gemeente Amsterdam

7.3

Plattegrond

Zie algemene technische aanwijzingen onder 7.1

94

Gemeente Amsterdam

7.4

Trappen

Uitvoeringseis  Uitgesleten traptreden moeten worden gehandhaafd en voorzien van een nieuwe opdektrede.

95

Gemeente Amsterdam

7.5

Liften Zie algemene technische aanwijzingen onder 7.1

96

Gemeente Amsterdam

8

INTERIEURS

8.1

Algemeen

Vergunningsplicht  Ingrepen in een historisch interieur zijn vergunningsplichtig. Het verwijderen van interieuronderdelen zonder monumentale waarden en zonder constructieve functie is vergunningsvrij. Voor het aanpassen of verwijderen van alle overige onderdelen is een vergunning vereist. Een modern systeemplafond bijvoorbeeld kan zonder vergunning verwijderd worden, het verwijderen van restanten van stucplafonds en lambriseringen is vergunningsplichtig.

97

Gemeente Amsterdam

8.2

Vloeren en vloerafwerking

Vergunningsplicht  Het uitnemen of vervangen van een aanzienlijk deel van een vloer (hout, natuursteen, tegels of terrazzo) is vergunningsplichtig.  Het vervangen van een natuurstenen plavuis of natuurstenen plaat die onderdeel uitmaakt van een open boekvloer (à livre ouvert) is altijd vergunningsplichtig. Uitvoeringseisen  Bij het uitnemen mogen historische vloerdelen niet beschadigen. Het gebruik van een koevoet om een willekeurige plank te liften, kan veel schade opleveren. Bij vloerdelen die met smeedijzeren nagels zijn gespijkerd is het aan te bevelen deze eerst te ontspijkeren.  Gespleten oude vloerdelen mogen in beginsel niet worden vervangen. Vaak zijn scheuren en spleten in planken goed te lijmen. Pas wanneer een vloerdeel niet redelijkerwijs te herstellen is (meerdere spleten), is vervanging toegestaan.  Parketvloeren moeten op een deskundige manier worden gerestaureerd waarbij de eventueel in te passen elementen aansluiten bij de kleur en textuur van de vloer. Restauratie van een oude parketvloer is werk van specialisten. Het ondeskundig vervangen, loshalen en schuren kan een historische vloer ruïneren. Bij een relatief dunne vloer kan schuren het einde van de parketvloer betekenen.  Plavuizen vloeren die in schelpen zijn gelegd moeten mogen niet worden gelijmd maar moeten opnieuw in schelpen worden gelegd.

 Vervanging van plavuizen of platen in een natuurstenen vloer geschiedt in dezelfde natuursteensoort en moet in formaat, kleur en textuur aansluiten bij de bestaande vloer.  De voegafwerking moet de bestaande toestand volgen. Natuurstenen plavuizen of tegels worden koud tegen elkaar aangelegd zonder wezenlijke voeg. Het aanbrengen van een voeg verandert het beeld en het karakter van de vloer.  Eventueel ontbrekende plavuizen of tegels in een vloer mogen niet met cement worden aangesmeerd. Cementmortel is ook niet geschikt voor een tijdelijke reparatie. De mortel is lastig te verwijderen en de kans op beschadiging van aangrenzende tegels is groot. Daarnaast kan het gebruik van cement leiden tot aantastingen en verkleuringen bij lichte marmersoorten. Het is beter om tijdelijk een afwijkende tegel te gebruiken of een schrale mortel aan te brengen die eenvoudig te verwijderen is, zoals een kalkmortel.  Bij vervanging van gebroken tegels moeten nieuwe tegels zo goed mogelijk aansluiten bij de omgeving. Moderne tegels sluiten qua kleur en grootte vaak niet aan bij historische tegelvloeren. In zijn algemeenheid en zeker bij tegelvloeren met motieven vraagt dit om maatwerk. In sommige gevallen kunnen historische bouwmaterialen nog een uitkomst bieden. Afhankelijk van de waarde van een vloer kan een nieuwe tegel worden gemaakt.

 Moderne tegellijmen zijn niet geschikt voor het opnieuw plakken van tegels. Tegellijm is in tegenstelling tot de oude tegelmortels nauwelijks of niet van de tegels te verwijderen en daarmee niet reversibel. Met een traditionele (kalk)mortel zijn de tegels nog los te krijgen. Kant-en-klare voegmortel is niet geschikt voor het inwassen van

98

Gemeente Amsterdam

 

oude tegelvloeren. De kunststof toevoegingen zetten zich af op het oppervlak van de oude tegel en kunnen een onverwijderbare smet achterlaten. Bij terrazzovloeren moet de reparatie in kleur en korrelgrote aansluiten bij het omliggende werk. Een reparatie mag enigszins zichtbaar zijn, maar niet wezenlijk afwijken van het bestaande werk. Bestaande natuursteenvloeren mogen niet worden gepolijst.

Toelichting  Vaak kunnen gebroken tegels of plavuizen nog worden gelijmd en is vervanging niet noodzakelijk.

99

Gemeente Amsterdam

8.3

Pleisterwerk

Vergunningsplicht  Het vervangen van pleisterwerk is vergunningsplichtig. Ook wanneer een wand niet voorzien is van ornamenten kan het pleisterwerk een belangrijke historische waarde hebben. Vaak is oud pleisterwerk goed te herstellen. Plaatselijk herstel is vergunningsvrij.  Het infrezen van leidingen in historische gepleisterde wanden is vergunningsplichtig. Uitvoeringseisen  Het aanbrengen van dampdichte afwerklagen op historische binnenwanden is niet toegestaan. Oude dikke muren in een historisch vertrek hebben vaak een bufferfunctie wat betreft het opnemen van vocht. Het verloren gaan van deze bufferfunctie kan een verhoogd risico opleveren voor de vensters. Bij een damp-open afwerking zal de kans op schimmels sterk worden verminderd.  De toepassing van hoekbeschermers in historische interieurs is niet toegestaan.  Op historisch pleisterwerk mag geen latex of andere verfsoorten met elastomeren worden toegepast.  Bij historisch pleisterwerk dient de verf met de kwast te worden aangebracht. Toelichting  Het aanbrengen van dampdichte afwerklagen op historische binnenwanden is niet toegestaan. Oude dikke muren in een historisch vertrek hebben vaak een bufferfunctie wat betreft het opnemen van vocht. Het verloren gaan van deze bufferfunctie kan een verhoogd risico opleveren voor de vensters.

Ook zal bij een damp-open afwerking de kans op schimmels sterk worden verminderd.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9996885/1