Bijlage 1 bij RIB 2021 172 - Ontwikkelplan Restwarmte Weesp
Tekst van het document
Rapportage
Weesp restwarmte ontwikkelplan
Wij maken duurzame warmte beschikbaar voor iedereen
Gemeente Weesp T.a.v. Wendy Springer Auteur
Paul Valk 06 19 82 46 61 paul.valk@greenvis.nl
Datum
30-07-2020
Gecontroleerd
Rik Koppelaar
Kenmerk
GV20025 - GWE - Restwarmte ontwikkelplan
Samenvatting & Team
In gemeente Weesp ligt een unieke kans om de warmtetransitie voortvarend te doorlopen. In tegenstelling tot veel andere gebieden in Nederland is er voldoende restwarmte beschikbaar in de nabijheid van de gebouwde omgeving waar ze gebruikt kan worden. Het benutten van deze warmte vraagt om het ontwikkelen van een warmte-infrastructuur die de warmte van bronnen naar gebruikers vervoert. Gemeente Weesp bepaalt hoe ze om wil gaan met deze situatie. Deze rapportage en bijbehorende presentatie geven handvatten voor deze positionering. De bedrijven Abbott en Equinix hebben samen grote hoeveelheden
Paul Valk - Ontwikkelaar
restwarmte over en zijn bereid die op korte termijn beschikbaar te stellen Gemeente Weesp heeft de kans om zich te onderscheiden in het maatschappelijk benutten van deze restwarmte voor de verduurzaming van de warmtevoorziening. In de uitwerking van een dergelijk warmtesysteem zijn betrouwbaarheid, betaalbaarheid, veiligheid en duurzaamheid de kernwaarden. Gemeente Weesp kan op dit moment de regie over deze ontwikkeling naar zich toe trekken om de beschikbare warmte met de hoogste maatschappelijke
meerwaarde
in
te
zetten.
Vervolgens
hebben
marktpartijen een rol om hun kennis en ervaring in te zetten om het warmtesysteem te realiseren en betrouwbaar te exploiteren. Deze rapportage geeft: •
Een beeld van het verloop van de ontwikkeling van een warmtenet
•
Een overzicht van de rollen die gemeente Weesp kan kiezen
•
Een advies gebaseerd op de specifieke situatie in Weesp
Rik koppelaar - Consultant
Inhoudsopgave 1
Inleiding
5
2
Huidige situatie
6
3
4
5
2.1
Voorgaand onderzoek
6
2.2
Stakeholders Weesp
7
Weesp voorwaarts
9
3.1
Overdracht aan de markt
10
3.2
Fase 2: Idee-uitwerking
10
3.3
Fase 3 Haalbaarheidsonderzoek
12
3.4
Fase 4 Concretiseren
13
3.5
Fase 5 Financial close
14
3.6
Fase 6 t/m Fase 8 Realisatie en exploitatie
14
3.7
Ontwikkelkosten en doorlooptijd
15
Marktmodellen en wetgeving
16
4.1
Wettelijk kader
16
4.2
Marktmodellen
17
Rolkeuze gemeente Weesp
20
5.1
Overdracht aan marktpartijen
21
5.2
Bezien vanuit een ander perspectief
24
5.3
Het maken van een rolkeuze
25
5.4
Advies voor gemeente Weesp
26
6
Conclusies
28
7
Aanbevelingen
29
GV20025 – GWE – Restwarmte ontwikkelplan
4
1 Inleiding Dit ontwikkelplan maakt inzichtelijk hoe de restwarmte in Weesp kan worden benut en concretiseert mogelijke rollen, taken en verantwoordelijkheden van de gemeente. In 2018 heeft Greenvis op eigen initiatief en kosten een onderzoek uitgevoerd naar het benutten van restwarmte in Weesp. Daaruit blijkt dat: •
Abbott, RWZI en een nieuw te bouwen datacenter hun restwarmte beschikbaar stellen.
•
Deze restwarmte de potentie heeft om te worden benut in de gebouwde omgeving van Weesp
•
Belangrijke stakeholders enthousiast zijn om aan de slag te gaan met deze restwarmte
•
Deze restwarmte het best ingezet kan worden voor een duurzaam warmtenet
Het ontwikkelen van een door restwarmte gevoed warmtenet past binnen de plannen van de gemeente om te verduurzamen. De gemeente heeft een belangrijke rol in de energietransitie gekregen van het Rijk. Met de komst van de warmtewet 2.0 zal deze rol belangrijker worden. Bovenop de rijksdoelstellingen heeft de gemeente de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn. De gemeente heeft met dit ontwikkelplan twee doelen: •
De gemeente wil de algemene principes van de ontwikkeling van het warmtenet leren kennen
•
De gemeente wil bepalen hoe ze zich wil verhouden tot deze ontwikkeling door het kiezen van een rol
In dit ontwikkelplan beschrijven we: •
De huidige situatie
•
Het beoogde ontwikkeltraject
•
De drie mogelijke rollen voor de gemeente
5
2 Huidige situatie In dit hoofdstuk beschrijven we de huidige situatie in Weesp. De huidige situatie is in beeld gebracht door middel van een voorgaand onderzoek en interviews met stakeholders.
2.1
Voorgaand onderzoek
In 2018 heeft Greenvis een ontwikkeling in Weesp gestart. Daarbij is gekeken hoe restwarmte van Abbott kan worden ingezet om woningen van warmte te voorzien. De verkenning leverde drie scenario’s, beredeneerd vanuit de economische en technische aspecten (figuur 1), als basis voor gesprekken met de stakeholders.
Figuur 1: Resultaat van de verkenning 2018: Drie scenario’s voor Weesp o.b.v. restwarmte Abbott. Businesscase (WE15) voor 2e scenario.1
Uit de verkenning blijkt dat levering van restwarmte aan een nabijgelegen gebied met hoogbouw het beste financiële resultaat geeft. Daarnaast blijft er dan ook nog restwarmte over die benut kan worden in gebieden met een minder aantrekkelijke businesscase.
1
WE-15 = Business Case Scenario 15 Weesp, WW = Warmte Wisselaar, TVT = Terugverdientijd, IRR = Internal Rate of Return, WEQ = Woning Equivalent, AWZI = Afvalwaterzuiveringsinstallatie.
6
2.2
Stakeholders Weesp
Betrokken en bereidwillige stakeholders vormen een belangrijk onderdeel van een warmteontwikkeling. Met een vooronderzoek zijn deze stakeholders opgedeeld in vier categorieën: •
Gemeente
•
Bronnen van warmte
•
Afnemers van warmte
•
Exploitant/ontwikkelaar waarbij de exploitatie opgedeeld kan, maar hoeft niet, worden in Netbeheerder en Leverancier
Figuur 2: Vereenvoudigde rollen in de keten van warmtelevering via een warmtenet
2.2.1
Gemeente
De gemeente heeft de ambitie in 2030 energieneutraal te zijn. Op het gebied van duurzame warmte wordt op moment van schrijven, juli 2020, gewerkt aan het opstellen van een Transitievisie Warmte. 2.2.2
Bronnen
In de gemeente zijn meerdere bronnen van restwarmte. Het onderzoek richt zich op drie mogelijke bronnen, welke verschillen in beschikbare hoeveelheid restwarmte. Deze bronnen zijn: •
Abbott (farmaceutische industrie) stelt restwarmte beschikbaar
•
Equinix (datacenter-exploitant) stelt in de toekomst veel restwarmte beschikbaar
•
RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie) heeft beperkte restwarmte beschikbaar
Vanwege de timing en temperatuur van de warmtevraag gedurende het jaar is voorzien dat er naast de genoemde (rest)warmtebronnen ook aanvullende voorzieningen nodig zijn. Hierbij kan worden gedacht aan piek, back-up en buffering van warmte. Veelal zijn deze voorzieningen in beheer van een warmte exploitant, zodat hiermee leveringszekerheid kan worden geboden voor de aangesloten afnemers. Hiervoor zijn nog geen bronnen in beeld.
7
2.2.3
Afnemers
In de gemeente zijn verschillen categorieën afnemers: •
Woningbouwcorporatie Ymere moet eigen bezit verduurzamen, wil graag meedoen, heeft ervaring met warmtenetten en is bereid om financieel bij te dragen
•
De gemeente kan en wil gemeentelijk vastgoed verduurzamen
•
Nieuwbouw in woningbouwontwikkelingen moet al aardgasvrij gebouwd worden.
•
MKB moeten CO2 reductie gaan bewerkstelligen
•
Particuliere woningeigenaren spelen een sleutelrol in de warmtetransitie, omdat het lastig is om individuele keuzevrijheid en collectief belang met elkaar in lijn te brengen. De gemeente speelt hierin een stimulerende rol met het definiëren van gemeentelijke warmtekavels en organiseren van een maatschappelijke bijdrage
2.2.4
Expoitant/ontwikkelaar warmtenet
Als exploitant en ontwikkelaar van het warmtenet zijn er meerdere partijen en combinaties daarvan mogelijk. De volgende vier partijen hebben al lokale betrokkenheid in Weesp: • Greenvis als (onafhankelijk) ontwikkelaar geen exploitant • Firan is de warmteinfra exploitant, commerciële dochter van Alliander die met gereguleerde dochter Liander netbeheerder voor elektriciteit en gas is in Weesp o Rol warmtenet Weesp: netbeheerder • Waternet als netbeheerder en leverancier voor drinkwater o Rol warmtenet Weesp: leverancier en netbeheerder • Vattenfall als energiebedrijf en eigenaar van de warmte transportleiding vanuit Diemen naar Almere o Rol warmtenet Weesp: leverancier en netbeheerder Voor zover bekend zijn er daarnaast ook circa zes andere warmtebedrijven die competent en geïnteresseerd zijn in een rol als netbeheerder en/of leverancier van warmte. Greenvis is de initiatiefnemer en eigenaar van deze warmteontwikkeling en heeft uit eigen middelen de investering gedaan om deze kans voor duurzame warmte te verkennen. Greenvis heeft geen interesse in een rol in de aanleg en exploitatie van het warmtenet. Om die reden biedt Greenvis aan om de ontwikkeling (gefaseerd) over te dragen aan gemeente en/of marktpartijen.
8
3 Weesp voorwaarts Elke warmte ontwikkeling doorloopt een aantal fases. Greenvis heeft dit inzichtelijk gemaakt met het Ontwikkelwiel (figuur 2). Het Ontwikkelwiel beschrijft acht fases, deze zijn hieronder weergegeven.
Figuur 3: Het Greenvis Ontwikkelwiel
Na de verkenning in 2018 bevindt het ontwikkeltraject zich nu in de 2e fase: Idee-uitwerking. Een ontwikkeling verloopt dikwijls met een aantal wijzigingen van de scope. Dit ontwikkelplan is daarom veel uitgebreider in het omschrijven van Fase 2 en beschrijft Fase 3 en Fase 4 in redelijk detail. De beschrijving van daaropvolgende Fase 5 tot en met Fase 8 is gebaseerd op onze ervaring met vergelijkbare ontwikkelingen en hun verloop. Na elke fase kan er gekozen worden om het project (gefaseerd) over te dragen aan de markt. Dit proces van overdracht is wordt eerst beschreven. 0
9
3.1
Overdracht aan de markt
Een ontwikkeling waarover de gemeente de zeggenschap heeft, kan (gefaseerd) worden overgedragen aan marktpartijen. Aan het einde van elke ontwikkelfase kan de gemeente opnieuw besluiten wat haar rol gaat zijn in de volgende fase. Bij een overdracht of gedeeltelijke overdracht van het ontwikkelproject aan marktpartijen zal die overdracht transparant en in samenspraak met stakeholders en belanghebbenden moeten plaatsvinden. De belangen en daaruit volgende wensen en eisen worden vastgelegd in een Programma van Eisen en selectiecriteria. Samen met alle informatie over de ontwikkeling vormt dit het totale informatiepakket voor de selectie van één of meerdere marktpartijen. Hoe verder de ontwikkeling van een warmtenet is, hoe gedetailleerder en completer dit informatiepakket zal zijn. Met meer detail en kennis kan de gemeente specifieker een passende marktpartij selecteren. De basis van elke (gedeeltelijke) overdacht is hieronder weergegeven in een tabel.
Overdracht
3.2
Overdracht aan de markt • Marktconsultatie • Informatiepakket • Programma van Eisen (PvE) • Selectiecriteria • Stand van de ontwikkeling • Marktselectie
Fase 2: Idee-uitwerking
In deze fase zal het idee uit Fase 1 verder uitgewerkt worden. Om deze projectfase goed te doorlopen zijn een aantal rollen nodig: 1.
Gemeente kiest een rol voor deze fase. Vervolgens zal de gemeente per fase haar rol kunnen evalueren en ervoor kiezen om een andere rol aan te nemen:
2.
•
Faciliterende rol
•
Verkennende rol
•
Ontwikkelpartner rol
•
Warmtebedrijf rol
Voor de bewaking van de scope, planning en kosten van het project zal een projectleider of kartrekker worden aangesteld.
Het projectplan zal worden opgesteld aan het begin van de fase. Hierbij worden in detail de kosten, deliverables en milestones uitgezet in de tijd. Een heldere scope en risicoanalyse helpt bij het goed beheersen van het project. Tijdens het project zal het plangebied worden bepaald, waarin de restwarmte optimaal wordt benut. Uit het vooronderzoek blijkt dat de volgende afnemers moeten worden meegenomen om een gezonde businesscase te krijgen: •
Hoogbouw aan de Sinnigvelderstraat en Keulsevaartstraat
•
Het verpleeghuis Hogewey
•
Vechtstede College.
Vanuit deze basis aan afnemers kunnen er minder rendabele clusters toegevoegd worden tot een compleet plangebied. Er is immers veel meer restwarmte beschikbaar. De uitkomst is een ontwikkelplan op hoofdlijnen en een afgestemd plangebied.
10
Met een bronanalyse en een conceptontwerp (CO) voor het warmtenet maken we een technoeconomische optimale combinatie van warmtevraag en warmtebronnen: •
Koelwarmte van het datacenter van Equinix.
•
Industriële restwarmte van Abbott.
•
Thermische energie uit afvalwater van de RWZI van Waternet.
Met dit conceptontwerp en kengetallen wordt een businesscase gemaakt. Daarbij zal een gevoeligheidsanalyse laten zien hoe de verschillende parameters invloed hebben op de businesscase. Er zijn veel partijen betrokken bij het realiseren van een warmtenet. Daarvan zijn de afnemers de belangrijkste. In Weesp zijn dit particuliere eigenaren, Ymere en de gemeente. Voor de goede fasering en optimale betrokkenheid stellen we een participatiestrategie op en bepalen we de kaders voor de afnemers. Voor de andere stakeholders is participatie grotendeels een intern proces. Dit proces strekt zich van meedenken tot het inrichten en/of uitbreiden van de organisatie. In een Letter Of Intent (LOI) leggen we in deze fase de intenties en voorwaarden van de stakeholders vast.
Fase 2: Idee-uitwerking Technisch
Plangebied Conceptontwerp (CO) Netanalyse Bronanalyse
Financieel
Businesscase Gevoeligheidsanalyse Subsidiescan Duurzaamheidsanalyse Onrendabele top en dekking bepaling
Stakeholdermanagement
Participatiestrategie Letter of Intent (LOI) Rol gemeente Kaders afnemers Politieke afstemming
Projectmanagement
Projectplan Fase 2 (bij aanvang) Risicoanalyse Vooruitblik Fase 3
11
3.3
Fase 3 Haalbaarheidsonderzoek
Voorafgaan aan de start van Fase 3 bepaalt de gemeente de door haar gewenste rol in de volgende fase. Met stakeholders worden wensen, verwachtingen en het commitment in detail vastgelegd. De intentieverklaring van Fase 2 biedt daarvoor houvast. In Fase 3 gaan we op pad om een duidelijke Samenwerkingsovereenkomst (SOK) te sluiten. Fase 3 start met het opstellen van een gedetailleerd projectplan en het uitvoeren van een uitgebreide risicoanalyse. Dit projectplan is leidend voor Fase 3 en reflecteert de behoefte van de samenwerkende partijen. In Fase 3 wordt het conceptontwerp uitgewerkt tot een schetsontwerp (SO). Dit schetsontwerp zal in meer detail beschrijven hoe het warmtenet eruit komt te zien en daarmee ook de bijbehorende businesscase een hogere mate van zekerheid geven. Deze detaillering maakt het mogelijk om in de SOK duidelijke afspraken vast te leggen over het gezamenlijk realiseren van een duurzaam warmtenet. Aan de hand van de gedetailleerdere businesscase zal opnieuw een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd worden als onderdeel van de risicoanalyse. Met de gemeente en stakeholders worden de doelen en ambities besproken voor onder andere: •
De rolverdeling onderling en ruimte voor marktpartijen
•
Het besluitvormingsproces
•
De duurzaamheid
•
Het marktmodel
•
De selectie van marktpartijen
•
De projectplanning
Fase 3: Haalbaarheidsonderzoek Technisch
Aansluit concept Schetsontwerp (SO) Inventarisatie vergunningen Basis of Design (BOD)
Financieel
Businesscase Gevoeligheidsanalyse Subsidie aanvraag
Stakeholdermanagement
Samenwerkingsovereenkomst - Fase 3 (SOK) Betrekken aanvullende marktpartijen Politieke afstemming
Projectmanagement
Projectplan Fase 3 (bij aanvang) Risicoanalyse Vooruitblik Fase 4
12
3.4
Fase 4 Concretiseren
In Fase 4 zal het schetsontwerp tot een maakbaar, financierbaar en haalbaar plan uitgewerkt worden. Ook hier kan de gemeente voor de start opnieuw haar gewenste rol bepalen. Een projectplan en risicoanalyse zal wederom de basis zijn om tijdens het project controle te houden over de kosten, planning en kwaliteit. Een belangrijk element tijdens deze fase is het plan voor het aantrekken externe financiering en dekking voor de onrendabele eerste jaren. Om deze inschatting gedegen te kunnen onderbouwen wordt het schetsontwerp verder uitgewerkt tot een voorlopig ontwerp (VO) met bijbehorende detaillering van de businesscase. In het VO worden al veel zaken in overleg met de gemeente en stakeholders concreet gemaakt, waaronder: •
De keuzes hoe de bronnen het warmtenet voeden
•
De verschillende locaties van het warmtenet zijn afgestemd met de gemeente
•
Verkenning van de benodigde vergunningen is gedaan
•
De grote componenten zijn met offertes geraamd
•
De belangrijkste (infrastructurele) knelpunten in het warmtenet zijn opgelost
•
De energiebalans in het warmtenet is in grote mate geborgd
•
De voorwaarden van de verschillende stakeholders zijn meegenomen
De uitkomst van de politieke afstemming, afstemming met de stakeholders en afnemers zal worden vastgelegd in een concessieovereenkomst, contractvoorstel en aansluitvoorstel. Hierbij zullen de laatste detailaanpassingen aan het voorlopig ontwerp en de businesscase worden gemaakt, op het gebied van: •
Systeem
•
Duurzaamheid
•
Rendement
•
Risico
•
Investeringen
•
Operationele kosten
Fase 4: Concretiseren Technisch
Aansluit voorstel Voorlopig ontwerp (VO) Verkenning benodigde vergunningen Basis of Design (BOD)
Financieel
Businesscase Gevoeligheidsanalyse Subsidie aanvraag Investeringsplan
Stakeholdermanagement
Contractvoorstel (te ondertekenen in Fase 5) Politieke afstemming
Projectmanagement
Projectplan Fase 4 (bij aanvang) Risicoanalyse Vooruitblik Fase 5
13
3.5
Fase 5 Financial close
In Fase 5 worden eerder vastgelegde intenties en samenwerking omgezet in contracten. In deze fase wordt het investeringsvoorstel van zekerheden voorzien door het sluiten van overeenkomsten tussen de rechtspersonen. Bij contractering van voldoende warmteafname, zullen de projectpartners verder gaan met Fase 6 tot en met Fase 8. Daarvoor zal een volledig juridisch en organisatorisch pakket liggen (o.a. overeenkomsten, oprichting entiteiten, aantrekken van personeel).
3.6
Fase 6 t/m Fase 8 Realisatie en exploitatie
In Fase 6 tot en met Fase 8 worden de contracten gesloten voor de uitvoering en de vergunningen voor de aanleg verleend. Daarbij wordt ook de exploitatie organisatie ingericht en gaat het warmtenet de grond in. Na de bouw zal er een werkend warmtenet gerealiseerd zijn en gaat het warmtenet over van realisatie naar exploitatie. In de exploitatiefase kan er gekeken worden naar optimalisatie en uitbreiding van het bestaande warmtenet. Samengevat: •
Detailengineering
•
Aanleg van het warmtenet
•
Eerste jaren volloop
•
Meerjarige exploitatie van het warmtenet
14
3.7
Ontwikkelkosten en doorlooptijd
De ontwikkeling van een warmtenet verloopt volgens een duidelijke fasering. Aan het eind van elke fase wordt bepaald of, en in welke vorm, het project doorgang vindt. Op basis van dat besluit wordt ook het budget voor de volgende fase vastgesteld. Aan begin van elke fase wordt een gedetailleerd projectplan uitgewerkt voor de betreffende fase. Voor de ontwikkeling van een warmtenet met Abbott als restwarmtebron en een aantal hoogbouwflats als afnemers geldt de volgende omvang: •
Warmtenet voor 1.000 woningen
•
Projectinvestering 10.000.000,- euro voor de aanleg van een compleet werkend warmtenet
Op basis van deze scope hebben we per fase een inschatting gemaakt van de ontwikkelkosten, samengevat in onderstaande tabel.
Fase
Doorlooptijd
Kosten
[maanden]
[x1.000 Euro]
Type
6
21
Fase 2: Idee-uitwerking Fase 3: Haalbaarheidsonderzoek Fase 4: Concretiseren Fase 5: Financial close Fase 6: Voorbereiding realisatie
4-6 6-9 6-9 4-6 9-12
40 80 150 60 400
Overdracht zeggenschap van gemeente naar markt
6-9
10-30
gemeentelijke proceskosten
Fase 7: Realisatie Fase 8: Exploitatie
18-24 -
10.000 -
aanlegkosten
Fase 1: Verkenning (afgerond)
ontwikkelkosten ontwikkelkosten ontwikkelkosten ontwikkelkosten ontwikkelkosten ontwikkelkosten
-
De daadwerkelijke ontwikkelkosten kunnen veranderen door: •
Onvoorziene complexiteit m.b.t. stakeholders. Bijvoorbeeld een uitgebreide focus op particuliere woningeigenaren en bijbehorende participatietraject is niet voorzien
•
Uitbreiding of inkrimping van de scope. Er is veel meer restwarmte beschikbaar, het plangebied uitbreiden om al die warmte te benutten betekent een grotere complexiteit, hogere ontwikkelkosten en hogere investering
Het is gebruikelijk dat de ontwikkelkosten worden verdeeld over de projectpartners. Op het moment dat een marktpartij de zeggenschap over de ontwikkeling krijgt, zal ook het grootste deel van de ontwikkelkosten door die partij gedragen worden. De exploitant verdient de ontwikkelkosten tijdens de exploitatie terug.
15
4 Marktmodellen en wetgeving Wetgeving heeft een belangrijke rol in de keuzes die gemaakt worden. Dit hoofdstuk is dan ook opgedeeld in de paragrafen “4.1 Wettelijk kader” en “4.2 Marktmodellen”. Dit hoofdstuk geeft algemeen begrip van relevante wetgeving en marktmodellen die gehanteerd worden. Aanvullende informatie vanuit de rijksoverheid en relevante (onderzoeks-)rapporten zijn als link bijgevoegd.
4.1
Wettelijk kader
Voor collectieve levering van warmte is de Warmtewet van toepassing op levering van warmte aan verbruikers. In een systeem dat gebruik maakt van warmte- en koudeopslag (WKO) in de ondergrond is aanvullend het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. Deze stelt als verplichting dat periodiek de hoeveelheid onttrokken en opgeslagen energie in balans blijft. 4.1.1
Nut van de Warmtewet
In tegenstelling tot de elektriciteits- en gasmarkt is er voor collectieve warmtelevering geen sprake van een verplichte splitsing tussen productie en levering en distributie (publieke infrastructuur). De bedrijfseconomische eigenschappen van collectieve warmtesystemen zorgen ervoor dat ze in praktische zin leiden tot een lokaal monopolie. Ter bescherming van de gebruikers is in de Warmtewet het wettelijk kader vastgesteld waarbinnen de exploitanten van een warmtenet moeten opereren. Belangrijke onderdelen zijn leveringszekerheid, informatievoorziening,
professionaliteit
van
leverancier,
toegang
voor
warmtebronnen,
compensatieregelingen, geschillenbehandeling, leveringsverplichting, mogelijkheid tot opzegging, vergunningsplicht en tarifering. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is belast met handhaving van de Warmtewet die onder andere gaat over: • Maximum tarieven; Bescherming tegen te hoge kosten voor warmte
Ter bescherming van de consument stelt de ACM jaarlijks de ‘Niet-Meer-Dan-Anders’ (NMDA) maximumtarieven vast voor warmte, vastrecht, huur van de afleverset en het meettarief. •
Vergunningsplicht
Voor de levering van warmte dient de partij die belast is met de taak van warmtelevering in bezit te zijn van een vergunning van ACM indien warmte wordt geleverd aan meer dan 10 klanten tegelijkertijd én meer dan 10.000 GJ per jaar (ca. 300 woningequivalenten). •
Leveringszekerheid
De warmteleverancier is wettelijk verplicht altijd warmte te kunnen leveren. Klanten op een collectief warmtesysteem ontvangen een financiële compensatie van de leverancier wanneer een storing langer duurt dan 8 uur.
16
4.1.2
Een nieuwe Warmtewet in de maak
Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuwe warmtewet die begin 2022 in werking moet treden. De contouren van deze wet zijn kenbaar gemaakt door het ministerie van EZK. Drie relevante contouren van de nieuwe wet zijn: •
•
Waarborgen en stimuleren van de efficiëntie o
Behouden integraliteit van de warmteketen
o
Eén (rechts)persoon is integraal verantwoordelijk van duurzame productie tot
betrouwbare levering Kosten gebaseerde tarieven gecombineerd met investeringszekerheid o
Er komt een alternatief voor de huidige tarieven met aardgasreferentie
o
Het nieuwe model wordt (meer) kosten gebaseerd
o
Er
komen
afspraken
voor
navolgbaarheid
van
kasstromen
(Regulatorische
Accountingregels, RAR) o •
Er komt een redelijke overgangsperiode
Gemeente bepaalt het gebied en wijst een warmtebedrijf aan De gemeente (of meerdere gemeenten gezamenlijk) krijgt de bevoegdheid om: o Een warmtekavel (gebied) vast te stellen, en o
Op basis van een transparante procedure een warmtebedrijf aan te wijzen voor dit warmtekavel
o
In een warmtekavel is terugval op gas geen optie. Een opt-out voor gebruikers kan alleen als wordt aangetoond dat het alternatief minstens even duurzaam is.
Op moment van schrijven, juli 2020, is deze nieuwe warmtewet onderwerp van internetconsultatie. Wijzigingen en detaillering van de wetteksten worden op de termijn van enkele maanden verwacht.
4.2
Marktmodellen
Met de term marktmodel wordt meestal de verdeling van eigendom en zeggenschap in een warmtesysteem bedoeld. Hierin is van belang welke assets er allemaal onderdeel uitmaken van het warmtesysteem, welke rollen er in de systeemwerking zijn en hoe besluiten worden genomen. In de praktijk is de wetgeving sterk richtinggevend en zijn er een beperkt aantal modellen mogelijk. In de afweging van het meest wenselijke marktmodel spelen de verdeling van eigendom en zeggenschap een belangrijke rol. Met helder gedefinieerde demarcatielijnen, zoals het leveringspunt, kunnen afspraken worden gemaakt tussen stakeholders over eigendom en zeggenschap. De praktijk leert dat een spreiding van eigendom en zeggenschap over meerdere partijen de complexiteit van een marktmodel verhoogt. Daarentegen kan spreiding van eigendom en zeggenschap zorgen voor lokaal eigendom en/of zeggenschap en daarmee positief bijdragen aan het draagvlak onder lokale stakeholders.
17
Eigendom en verantwoordelijkheden Het eigendom van systeemonderdelen kan worden belegd bij één of meerdere partijen, afhankelijk van het gekozen marktmodel. In principe is de eigenaar van een systeemonderdeel ook verantwoordelijk voor het (correct) functioneren en onderhoud van dit onderdeel, hoewel een eigenaar ervoor kan kiezen om dit uit te besteden. Het eigendom komt voort uit een investering die gedaan is. Daarom staat eigenaarschap in nauw verband met een (financiële) rendementsverwachting. Dit rendement dient ter terugbetaling van gedane investeringen, voldoening van eventuele kapitaallasten en dekking voor risico’s. Zo is de eigenaar van een energie producerend systeemonderdeel ook eigenaar van de daaruit geproduceerde warmte en elektriciteit. Met (eigen)gebruik of verkoop van deze energie of het uitgeven van gebruiksrecht verdient de eigenaar op termijn de investering in het systeem terug. Zeggenschap en participatie De partij(en) die eigenaar zijn van systeemonderdelen hebben daar over het algemeen ook de zeggenschap over. Eigenaren kunnen besluiten het zeggenschap te delen met andere belanghebbende(n). Redenen om het zeggenschap te delen kunnen zijn om het lokale draagvlak te vergroten (participatie), risico’s te delen of het aantrekken van financiering. 4.2.1
Geïntegreerd marktmodel
Meest voorkomend marktmodel gaat uit van één warmtebedrijf dat verantwoordelijk is voor inkoop, balancering, distributie en levering van warmte. Eén partij is verantwoordelijk daardoor kan dit warmtebedrijf de gehele “keten” optimaal inrichten en optimaliseren. Consumentenbescherming en leveringszekerheid is geregeld in de Warmtewet en geborgd bij de warmteleverancier. 4.2.2
Gesplitst marktmodel
Distributie wordt afgesplitst van de warmteleverancier waardoor één partij als netbeheerder optreedt en de andere partij als warmtebedrijf. De netbeheerder is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van transportcapaciteit. De leverancier is verantwoordelijk voor de balancering van vraag en aanbod, transport van warmte, afrekening en contracteren van de warmtebronnen. Deze splitsing is interessant omdat zo gekozen kan worden om de infrastructuur in publieke handen te houden en op die publieke infra, marktpartijen te laten opereren. Nadelig is de kosten die gemaakt worden voor de regulering, het toezicht en extra administratieve kosten die nodig zijn om de afstemming tussen warmtebedrijf en netbeheerder te organiseren. 4.2.3
Individueel marktmodel
Meest voorkomend aardgasvrij alternatief is een eigen individuele oplossing. Dat kan een warmtepomp zijn, een houtkachel, groen gas in een cv-ketel, zonthermisch systeem of zelfs infrarood verwarming. In al die gevallen wordt gebruik gemaakt van het gas- of elektriciteitsnet. Daardoor is het marktmodel gesplitst en biedt veel ruimte voor individuele keuze. Zo kiest een consument zelf zijn leverancier van een warmtepomp en kan hij regelmatig overstappen van elektriciteitsleverancier voor de benodigde stroom.
18
Marktmodellen overzicht Onderstaand schema geeft vereenvoudigd de rolverdeling weer in de drie marktmodellen.
Onderdeel
Geïntegreerd
Gesplitst
Inkoop/productie van warmte
Warmtebedrijf
Warmtebedrijf
Balancering, piek en back-up
Warmtebedrijf
Warmtebedrijf
Distributie
Warmtebedrijf
Netbeheerder
Levering van warmte
Warmtebedrijf
Warmtebedrijf
Individueel
Aanschaf/lease warmtepomp
Individu
Contracteren E-leverancier
Individu
Natuurlijk is verregaander splitsing mogelijk, hebben netbeheerders ook een rol in de levering van elektriciteit en kunnen warmtebedrijven individuele warmtevoorzieningen aanbieden. Voor de situatie in Weesp zijn ze op dit moment niet heel relevant. Uitgebreider smaken en buitenlandse lessen De marktordening van warmtenetten is een veel bestudeerd onderwerp. Eén van de beter omschreven onderzoeken is van Alexander Oei, die daar een uitgebreide thesis over heeft geschreven.
19
5 Rolkeuze gemeente Weesp
•
Het ontwikkelen van een warmtenet kent een verloop tussen ideevorming en exploitatie. Gedurende het verloop van die fases verandert de rolverdeling tussen publieke en private partijen.
•
Het is gebruikelijk dat overheden een rol spelen in het initiëren van een lokale warmteontwikkeling en het initiatief gedurende de ontwikkelfases aan marktpartijen overdragen voor een succesvolle realisatie en exploitatie. Tenzij de gemeente een eigen warmtebedrijf begint.
•
De rol van een gemeente is overal hetzelfde; het vertegenwoordigen van het maatschappelijk belang. Op welke manier dat ingevuld wordt verschilt per gemeente en per warmteontwikkeling.
•
De keuze voor een gemeentelijke rol heeft invloed op beschikbare marktmodellen voor de exploitatie.
Vanuit het maatschappelijk belang kiest de gemeente haar rol, op een manier die de kans van slagen van het warmtenet ten goede komt, verduurzaming realiseert en die inwoners betrouwbaar en betaalbaar warmte levert. In een ontwikkeling heeft een gemeente niet alle keuzevrijheid. Ze heeft het te doen met de omstandigheden en stakeholders in het gebied. De toekomstige klanten van duurzame warmte staan vast; Ymere, vastgoedeigenaren, eigen gemeentelijk vastgoed, MKB en particuliere woningeigenaren. Lokale warmteproducenten Abbott, Equinix en Waternet lijken de interessantste partijen om de warmte van te betrekken. Greenvis is als ontwikkelaar van warmte initiatiefnemer van deze ontwikkeling. Hoe de gemeente zich wil verhouden tot marktpartijen die de exploitatie willen doen zal het belangrijkste onderwerp van keuze zijn. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe gemeente tot een keuze kan komen. Allereerst worden een aantal mogelijke rollen en timing van de overdracht aan marktpartijen besproken. Vervolgens is er ruimte voor een tweetal andere perspectieven op de rol van de gemeente. Als laatste wordt uitgewerkt hoe gemeente Weesp tot een keuze kan komen en welke rolkeuze geadviseerd wordt op basis van gesprekken en de specifieke eigenschappen van de Weesper warmtekans.
20
5.1
Overdracht aan marktpartijen
De rolkeuze van de gemeente hangt sterk samen met de gewenste controle over de ontwikkeling. Evenals de selectie van, en overdracht aan marktpartijen. In verkennende gesprekken met wethouder Maarten Miner (gemeente Weesp) is naar voren gekomen dat gemeente Weesp niet zelf een warmtebedrijf wil starten. Gezien de samenvoeging met gemeente Amsterdam en koers die daar gevaren wordt, is in onderstaand overzicht geen model met gemeentelijke exploitatie opgenomen. De rolkeuze geldt voor fase 2 t/m 8, aangezien Greenvis op eigen initiatief en rekening fase 1 van de ontwikkeling heeft afgerond. Greenvis biedt gemeente Weesp de gelegenheid de regie over te nemen. 5.1.1
Commerciële partij neemt direct de ontwikkeling in handen (markt 2 t/m 8)
Na de al afgeronde fase 1 verkenning, kiest de gemeente niet te participeren in de ontwikkeling. Greenvis zal met hulp van marktpartijen de rest van de ontwikkeling uitvoeren en vervolgens een interessant en rendabel project overdragen aan een warmtebedrijf. Het belang van marktpartijen is om de meest rendabele combinatie van vraag en aanbod van warmte met elkaar te verbinden. De gemeente speelt een faciliterende en verbindende rol, maar heeft beperkte medezeggenschap in de uitwerking van het warmtenet. Rollen gemeente Weesp: Verbinder, facilitator, infrastructuurplanner, vergunningverlener, klant voor warmteafname gemeentelijk vastgoed. Voordelen: •
Gemeente hoeft weinig inspanning te leveren en risico te lopen om realisatie van een warmtenet voor elkaar te krijgen
•
Gemeente hoeft niet te beschikken over inhoudelijke kennis over het onderwerp, aanleggen, beheren of exploiteren van warmtenetten
•
Door het beperken van gemeentelijke besluitvormingsmomenten, kan de kans snel ontwikkeld worden
Nadelen: • Gemeente heeft beperkte middelen om aanvullende eisen te stellen om aan eigen beleidsdoelen en voorkeuren te voldoen 5.1.2
Gemeente ontwikkelt tot ze zich goed kan verhouden tot de markt (gemeente 1-2 en markt 3 t/m 8)
Gemeente neemt de regie van Greenvis over om in fase 2 van uitwerking nader te bepalen welk doel de restwarmte maatschappelijk gezien het best kan dienen en hoe gemeente zich wil verhouden tot marktpartijen. Daarin wordt onder leiding van de gemeente de interesse in duurzame warmte bij potentiële afnemers verder verkend, een LOI gesloten en de haalbaarheid aangetoond. Daarna wordt aan de markt gevraagd om het initiatief over te nemen en als kartrekker met een commercieel belang de haalbaarheid te gaan onderzoeken en vergroten (fase 3-8). Belangrijke reden voor marktpartijen om pas na fase 2 in actie te
21
komen is dat daarmee de door de gemeente gewenste rol duidelijk is en er een meer concreet uitgewerkt plan ligt. Een commerciële partij is tijdens de ontwikkeling namelijk op een groot aantal vlakken afhankelijk van een stimulerende en meewerkende lokale overheid. Het sluiten van een LOI tussen partijen biedt marktpartijen de zekerheid van een samenwerkende groep stakeholders. De overdracht van gemeente naar marktpartijen wordt vanuit maatschappelijk belang gestuurd en transparant vastgelegd. Rollen
gemeente:
Vooronderzoeker,
marktverkenner,
aanbesteder,
verbinder,
facilitator
infrastructuurplanner, vergunningverlener, klant voor warmteafname gemeentelijk vastgoed. Voordelen: •
Met een beperkt risico wordt door de gemeente toch de realisatiekans van een warmtenet vergroot en kan ze haar eigen wensen in de uitwerking meegeven
•
Door de ontwikkeling naar een volgende, meer concrete, fase te brengen neemt de kans op een succesvolle ontwikkeling toe en het afbreukrisico af
•
Door overdracht naar marktpartijen in een vroeg stadium te doen, wordt het aantal (politieke) besluitvormingsmomenten beperkt. Daarmee kan de kans snel ontwikkeld worden
Nadelen: • Gemeente heeft, na overdracht aan de markt, beperkte middelen om aanvullende eisen te stellen om aan de beleidsdoelen te voldoen 5.1.3
Gemeente houdt regie als ontwikkelpartner (gemeente 1 t/m 5, markt 3 t/m 8)
Een gemeente kan ervoor kiezen om de controle over de ontwikkeling niet helemaal over te dragen aan de markt. Dat kan bijvoorbeeld door een samenwerking met marktpartijen aan te gaan in een gezamenlijke ontwikkelorganisatie. Of door duidelijke afspraken te maken bij de overdracht van het project aan de markt over de medezeggenschap in het ontwikkeltraject. Rollen gemeente: Vooronderzoeker, marktverkenner, ontwikkelaar, aanbesteder,
verbinder,
facilitator
infrastructuurplanner,
vergunningverlener, klant voor warmteafname gemeentelijk vastgoed. Voordelen: •
Door de gedeeltelijke beslissingsbevoegdheid bij de gemeente, kan de ontwikkeling voorzien worden van de juiste maatschappelijke uitgangspunten
•
De gemeente zal gedurende de ontwikkeling meer kennis krijgen van duurzame warmte
Nadelen: • Kennis is vereist over wat er precies in de markt gezet wordt •
Gemeente deelt mee in risico van de ontwikkeling
22
5.1.4
Gemeente ontwikkelt onafhankelijk (1 t/m 5, markt 5 t/m 8)
Op een groeiend aantal plekken neemt een lokale overheid niet alleen het initiatief om een warmtekans tot ontwikkeling te brengen, maar ook om die verregaand te ontwikkelen en soms zelfs te exploiteren. Dat laatste lijkt niet aan de orde in Weesp, maar langer voortouw nemen in de ontwikkeling van een warmtenet kan voordelen hebben. Een gemeente kan op eigen regie een groot deel van de ontwikkeling uitvoeren wat een groot aantal voordelen heeft. •
Zo zijn afnemers van warmte vaak eerder bereid deel te nemen aan een maatschappelijk initiatief dan aan een commercieel project
•
De verhouding tussen rendement, duurzaamheid en aan te sluiten gebied kan anders gekozen worden
•
De keuze voor marktpartijen en bijbehorend marktmodel kan uitgesteld worden tot een later moment
Figuur 4: Rollenoverzicht, gemeente kiest tussen controle en ontzorging
23 6
5.2
Bezien vanuit een ander perspectief
Vanuit een traject voor Programmabureau Warmte- koude Zuid-Holland, is onderstaande procestekening gekomen die wat minder ingaat op de effecten van een rolkeuze, timing van de overdracht naar marktpartijen en de specifieke eigenschappen van de lokale situatie.
Niettemin geeft de rapportage aanvullende achtergronden en verduidelijking op de rollen Facilitator, Partner, Aanbesteder, Eigenaar. Bovenstaande fasering van overdracht naar marktpartijen komen overeen met die drie rollen zoals aangegeven in onderstaande tabel.
5.1.1
5.1.2
5.1.3
5.1.4
Facilitator
Eigenaar,
Eigenaar,
Eigenaar,
aanbesteder,
partner,
aanbesteder,
facilitator
aanbesteder,
facilitator,
facilitator
Exploitatiepartner
Als laatste geeft het Expertisecentrum Warmte een drietal rollen die ingenomen kunnen worden; Vergunningverlener, Concessieverlener of zelf Warmteleverancier worden. Deze rollen zijn nog iets basaler en geven vooral weer welke instrumenten ingezet worden.
24
5.3
Het maken van een rolkeuze
Als gemeente een rol kiezen is niet eenvoudig. Het vraagt om het afwegen van verschillende belangen en het vormen van een visie op een duurzame toekomst. Het kiezen van een rol heeft geen definitief karakter. Na afloop van elke ontwikkelfase evalueert de gemeente haar rol en bepaalt of aanpassing daarvan in een volgende fase wenselijk is. Het overdragen van steeds meer zeggenschap van gemeente aan marktpartijen is een logisch verloop. Met de aanname dat, eenmaal overgedragen zeggenschap niet snel terugkomt bij de gemeente. Dit maakt dat het bepalen van een gemeentelijke rolkeuze; •
Een repeterende actie is, in elk geval ter afsluiting van elke ontwikkelfase
•
Moet passen bij het gewenste eindbeeld, maar slechts een keuze is voor één ontwikkelfase
•
Reflecteert hoeveel zeggenschap de gemeente wil hebben over de ontwikkeling
5.3.1
Belangen en afwegingskader
De warmtetransitie is onderdeel van meerdere transities in het fysiek domein. Het verbinden van verschillende ruimtelijke verbeteropgaven is vanuit maatschappelijk oogpunt wenselijk maar verhoogt ook de complexiteit van de individuele opgaven. In het maken van een rolkeuze zijn er meerdere belangen die afgewogen worden. Het gewicht van elk van die belangen is een gecombineerde ambtelijke en bestuurlijke afweging. Een overzicht van de belangen, het gewicht daarvan, mogelijke keuzes en no-regret maatregelen samen vormen het afwegingskader op basis waarvan gemeente Weesp haar rol kiest. Maatschappelijk •
Zoveel mogelijk inwoners en bedrijven helpen met een warmtenet wat een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam alternatief voor aardgas biedt
•
De beschikbare warmte daar inzetten waar ze het meeste waarde heeft, bijvoorbeeld om dat op een andere manier verduurzamen niet mogelijk is
•
Overlast voor inwoners beperken als de straat opengaat. Kunnen we direct alle infra toekomstbestendig maken?
Techno-economisch •
Betaalbare en betrouwbare warmte, met ruimte voor een gezond rendement voor een marktpartij. Op zichzelf al een uitdagende balans, welk rendement mag een marktpartij maken?
•
Welke maatschappelijke bijdrage is te verantwoorden om invulling te geven aan het bereiken van maatschappelijke doelen? Welke ondersteuning biedt de rijksoverheid daarin?
Ritme •
In welk tempo verloopt het aardgasvrij maken van Weesp?
•
Welke voortgang verwachten belanghebbenden?
•
Wat zijn cruciale momenten voor gezamenlijk optrekken (bijv. met rioolvervanging)?
Controle versus de zorg uit handen laten nemen •
Wat is de minimale controle die ik als gemeente wil behouden? Wat wil ik voorkomen?
•
Hoeveel controle kan ik zelf houden? Heb ik daar de kennis voor? Kan ik die betrekken?
•
Welke doelen heb ik zelf met deze restwarmte? Hoe zorg ik dat die door/met een marktpartij gerealiseerd worden?
25
5.4
Advies voor gemeente Weesp
Het advies is gebaseerd op: •
Gesprekken met wethouder Maarten Miner
•
Gesprekken met ambtenaren van gemeente Weesp en Amsterdam
•
Gesprekken met stakeholders Ymere, Waternet, Abbott en Equinix
•
De specifieke eigenschappen van de warmteontwikkeling in Weesp
•
De ervaring van Greenvis met ontwikkeltrajecten in heel Nederland
De kern van het advies luidt als volgt:
“Neem nu de controle over deze ontwikkeling, om die gefaseerd aan de markt terug te geven.” In de tijd dat gemeente Weesp de controle neemt, kan ze; •
Bepalen welke doelen ze zelf heeft met de beschikbare restwarmte en die een plek geven in de scope van de ontwikkeling
•
Vanuit haar maatschappelijke rol belanghebbenden verbinden rondom een LOI
•
Samen met stakeholders bepalen hoe zich te verhouden tot marktpartijen
•
Een selectieprocedure opzetten om onder heldere voorwaarden, gefaseerd, zeggenschap over te dragen aan marktpartijen
Harmonisatie met beleid gemeente Amsterdam Het advies geeft de Gemeente Weesp een positie waarin de verschillende activiteiten elkaar logisch opvolgen zo als weergegeven in de planning hieronder. Dit levert een aantal voordelen op: -
Deze warmtenet ontwikkeling is complementair aan de Transitievisie Warmte doordat er concrete kennis mee wordt vergaard.
-
Uitkomsten
van
de
Transitievisie
Warmte
kunnen
toegepast
worden
in
Fase
3:
Haalbaarheidsonderzoek. -
Gemeente Amsterdam is nu zelf nog aan het bepalen hoe ze zich wil verhouden tot marktpartijen. Medio 2021 verwachten we daarover meer duidelijkheid. In die periode zal gemeente Weesp de regie nog in handen hebben en kunnen sturen zodat de uitgangspunten overeenkomen met die van gemeente Amsterdam.
-
Gedetailleerder uitwerking zal in Fase 4 plaatsvinden. In geoptimaliseerde planning is dat na de bestuurlijke fusie met Amsterdam. Aansluiting bij het aardgasvrij-team van Amsterdam is al voorzien, evenals bestuurlijk overleg mocht dat rondom besluitvorming noodzakelijk zijn.
26
Onderbouwing De rolkeuze van de gemeente is het zoeken naar een complex compromis tussen (maatschappelijke) belangen. De situatie in Weesp is uniek gezien de beschikbaarheid van meerdere warmtebronnen die restwarmte op lage temperaturen gratis beschikbaar hebben. Aan de kant van warmtevraag is er een beperkte concentratie van hoogbouw met veel warmtevraag, grote gebieden met grondgebonden woningen, waarvan een deel zich bevindt in een moeilijk te verduurzamen historische kern. Gemeente Weesp is op dit moment een Transitievisie Warmte aan het maken waarin duidelijker wordt welke gebieden geschikt zijn om als eerste, voor 2030, aardgasvrij te maken, welke gebieden gebaat zijn bij een collectieve oplossing en waar de beschikbare warmtebronnen het meest waardevol ingezet kunnen worden. Belanghebbenden bij deze ontwikkeling van een warmtenet zijn positief en geactiveerd om deel te nemen aan de ontwikkeling. Er wordt naar de gemeente gekeken voor het kiezen van een duidelijke richting. Het nu overnemen van de zeggenschap over deze warmteontwikkeling heeft als voordeel dat stakeholders een duidelijke maatschappelijke partner hebben waarmee ze samen kunnen bepalen hoe de beschikbare warmte ingezet kan worden tegen de hoogste maatschappelijke meerwaarde. Op basis van die gesprekken worden de gezamenlijke intenties vastgelegd in een Letter of Intent (LOI).
Gemeente Weesp koopt hiermee tijd om gedurende het bijeenbrengen van partijen te verkennen hoe de wensen en eisen van gemeente en andere stakeholders zich vertalen in een realiseerbare warmtevoorziening. Deze uitwerking geeft waardevolle verdieping aan de Transitievisie Warmte en geeft de gemeente de mogelijkheid gedetailleerder te bepalen welke eisen ze wil stellen aan de ontwikkeling en exploitatie van een warmtenet in Weesp. Voor het borgen van het maatschappelijk belang wordt een gedegen Programma van Eisen opgesteld voordat de overdracht aan marktpartijen plaatsvindt. Hoe langer de gemeente zeggenschap houdt, hoe meer kennis gemeente vergaart en hoe gedetailleerder het Programma van Eisen marktpartijen richting geeft in de ontwikkeling en exploitatie. Op dit moment zijn de stakeholders enthousiast en geactiveerd om aan de slag te gaan met deze warmtenet ontwikkeling. Het benutten van deze aandacht en goede intenties vraagt om daar vervolg aan te geven met een helder ontwikkelplan, het betrekken van stakeholders en hun belangen en het maken van afspraken over de ontwikkeling. Als gemeente, tijdelijk, het voortouw nemen laat betrokkenheid zien en het nemen van verantwoordelijkheid over dit complexe maatschappelijke vraagstuk.
Door als gemeente de controle te nemen wordt voorkomen dat het een marktinitiatief blijft, waarbij het primair belang is om een economisch optimaal warmtenet te realiseren. Als gemeente kan dit economisch denken worden verrijkt tot het ontwikkelen vanuit een gebalanceerd maatschappelijk en economisch optimum. Als gemeente nu de controle nemen om helder te formuleren wat de gemeentelijke eisen zijn aan een lokaal duurzaam warmtenet is ook voor marktpartijen fijn, omdat ze daarmee duidelijkheid krijgen over de intenties van één van de belangrijkste stakeholders in een warmteontwikkeling, de gemeente zelf. Het nu helder definiëren van de gebieden die verduurzaamd worden met de beschikbare warmte maakt dat die direct in de ontwerpen van de ontwikkeling meegenomen worden. Later gebieden toevoegen frustreert het proces en is daarmee lastig dan aan de voorkant goed afbakenen.
27
6 Conclusies In gemeente Weesp ligt een unieke kans om de warmtetransitie voortvarend te doorlopen. In tegenstelling tot andere gebieden is er voldoende warmte beschikbaar in de nabijheid van de gebouwde omgeving waar ze gebruikt kan worden. Het benutten van deze warmte vraagt om het ontwikkelen van een warmteinfrastructuur die de warmte van bronnen naar gebruikers vervoert. Belangrijkste partijen in het gebied zijn geactiveerd en bereid mee te werken aan een aardgasvrije warmtevoorziening. Marktpartijen met een belang bij exploitatie van het warmtenet zijn geïnteresseerd maar hebben nog geen positie gekregen. Gemeente Weesp bepaalt op dit moment hoe ze om wil gaan met deze situatie. Deze rapportage en bijbehorende presentatie geven handvatten voor deze positionering. De bedrijven Abbott en Equinix hebben grote hoeveelheden warmte over en stellen die graag op korte termijn beschikbaar voor de verduurzaming van Weesp. Gemeente Weesp heeft de kans om zich te onderscheiden in het maatschappelijk benutten van deze restwarmte voor de verduurzaming van de warmtevoorziening. In de uitwerking van een dergelijk warmtesysteem zijn betrouwbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid de kernwaarden. Woningcorporatie Ymere is op haar eigen tempo bezig met toekomstbestendig maken van haar woningbezit.
Ze heeft ervaring met duurzame warmte uit een warmtenet en dat zou een passende aanvulling zijn op bestaande verduurzamingsplannen. Gemeente Weesp stelt op dit moment een Transitievisie Warmte op die verwacht wordt halverwege 2021 opgeleverd te worden. In die visie wordt gekeken naar de mogelijkheden om de warmtetransitie met lage maatschappelijke kosten plaats te laten vinden. Gemeente Weesp kan op dit moment de regie over deze ontwikkeling naar zich toe trekken om de beschikbare warmte met de hoogste maatschappelijke meerwaarde in te zetten. Vervolgens hebben marktpartijen een rol om hun kennis en ervaring in te zetten om het warmtesysteem te realiseren en betrouwbaar te exploiteren.
28
7 Aanbevelingen Elke gemeente moet in de komende jaren ervaring opdoen met het aardgasvrij maken van wijken en buurten. In eigen tempo kennis en ervaring opdoen over de mogelijkheden en grenzen van warmtenetten is een veilige manier om dat leerproces te doorlopen. Door nu te kiezen voor een actieve rol in deze ontwikkeling, wordt het onderwerp gedurende een aantal maanden echt doorleefd samen met lokale belanghebbenden. In deze ontwikkelfase is de investering nog beperkt en de resultaten leveren directe input voor het vormen en detailleren van een Transitievisie Warmte. Het overdragen van het initiatief van deze ontwikkeling aan een marktpartij kan in elke volgende fase. Op dat moment is dat een bewuste keuze waarbij gemeente voorwaarden aan de markt mee kan geven over de uitwerking van een duurzaam warmtenet. Vervolgstappen • Gemeente maakt een rolkeuze voor de huidige ontwikkelfase – Q4 •
Daarna gaat de ontwikkel fase 2 verder met het bijeenbrengen van de belanghebbenden, het op papier zetten van eisen en wensen, het tekenen van een Letter of Intent, het bepalen van de rol in de volgende ontwikkelfase, bijeenbrengen ontwikkelbudget voor een volgende ontwikkelfase – Q1 2021
•
We verwachten dat het als gemeente uitspreken over bereidheid haar maatschappelijke rol te spelen en dit vast teleggen in een LOI ongeveer 40 interne uren kost.
Ondersteuningsmogelijkheden Greenvis biedt gemeente Weesp de volgende ondersteuning met bijbehorende richtbedragen: •
Overdragen zeggenschap over de huidige ontwikkeling - afspraak te maken over gedane investering á € 21.000,-
•
Masterclass warmtetransitie voor college/raad – € 4.500,- per sessie
•
Tussentijds regie nemen over het sluiten van een LOI met lokale betrokkenen, het doorlopen van ontwikkelfase 2 – Op basis van regie, geschat budget € 30.000,-
•
Marktconsultatie geïnteresseerde partijen voor ontwikkeling in Weesp – € 7.500,-
Ontwikkelkosten kunnen in latere ontwikkelfases worden gedeeld met lokale belanghebbenden, marktpartijen en passen vaak binnen (landelijke of Europese) subsidietrajecten.
29