CConstaterende datWeesp
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij RIB 2021 07 - Subsidieaanvraag

Commissie WZ 28 januari 2021, gemeente WeespBij agendapunt: Vragen naar aanleiding van Raadsinformatiebrieven6.116 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend plan van aanpak terugdringen dak- en thuisloosheid Bestuurlijk vastgesteld door regionaal portefeuillehoudersoverleg SD

Ons kenmerk Versie Datum Contactpersoon E-mail

20.0004111 Definitief 31 augustus 2020 Tjolina Proost t.proost@regiogv.nl

Inleiding Gemeenten en partners zetten met het beleidsplan Bescherming & Opvang 2017-2020 en bijbehorend Versnellingsplan in op de voorkoming van, tijdige toeleiding naar, beschikbaarheid en hoogwaardige ondersteuning van dak- en thuislozen in de regio Gooi en Vechtstreek. Zodat deze kwetsbare inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen (blijven) wonen in de wijk en anders adequaat worden opgevangen. Het Rijk heeft in de meicirculaire 2020 €45,5 miljoen aan impulsgelden beschikbaar gesteld voor de centrumgemeenten om de dak- en thuisloosheid in 2021 terug te dringen. Om aanspraak te maken op deze gelden moet een centrumgemeente/Regio voor 1 september een aanvullend, regionaal plan van aanpak indienen. Dit geeft ons de gelegenheid om ons huidige beleid een extra impuls te geven voorafgaand aan het nieuwe beleidsplan Bescherming & Opvang 2021-2024. De bestuurlijk vastgestelde evaluatie van het huidige beleidsplan Bescherming & Opvang 2017-2020 biedt hierbij waardevolle input.

Voorwaarden Om aanspraak te maken op de incidentele Rijksmiddelen voor 2021 moet het plan voldoen aan de volgende voorwaarden:       

Het betreft Nederlandse staatsburgers die gebruik maken van de maatschappelijke opvang of op niet-structurele basis bij familie of vrienden slapen, zonder vaste verblijfplaats. Het betreft extra en regionale maatregelen bovenop de huidige plannen De maatregelen dragen bij aan de realisatie van de landelijke doelstellingen (De uitvoering van) het plan komt tot stand in afstemming met woningcorporaties, cliëntenorganisaties, zorgaanbieders en andere relevante partijen Het plan bevat een begroting en kwantitatieve resultaten voor woon- en opvangplekken Helder moet zijn of het plan van aanpak alleen door de centrumgemeente of met bestuurlijk commitment van (een aantal) regiogemeenten wordt ingediend. Gezien de mogelijkheden tot afstemming voorafgaand aan de deadline van 1 september kunnen alleen zaken worden ingediend die passen binnen de huidige beleidskaders. Aanvragen die na 1 september bij het Rijk worden ingediend, worden niet gehonoreerd.

Doelgroep & aard van problematiek De populatie dak- en thuislozen in onze regio is divers. Reikend van thuisloze jongeren met nog lichte problematiek tot aan volwassenen met ernstige psychiatrische aandoeningen. Daarnaast is een toename te zien van economisch dak- en thuisloze gezinnen. Volgens landelijke onderzoeken behoort het overgrote deel van de inwoners, die nu dakloos worden, al langer tot de meest kwetsbare groepen. Ook zijn het mensen die voorafgaand aan dakloosheid uitkeringsafhankelijk waren. Financiële problemen, al dan niet in combinatie met GGZ/verslavingsproblematiek en geen/klein (uitgeput) sociaal netwerk, zijn de grootste risicofactoren voor dakloosheid. Daarbij stijgen de levenskosten meer dan de lage inkomens en kunnen steeds minder inwoners meekomen met de complexer wordende samenleving. Ook de enorme wachtlijsten in de GGZ en de beschikbaarheid van onvoldoende, betaalbare huisvesting spelen mee in de stijging van het aantal dak- en thuislozen.

Opgave Het aantal dak- en thuislozen is in Nederland in minder dan tien jaar tijd meer dan verdubbeld: van 18.000 in 2009 naar bijna 40.000 mensen in 2018. In 2019 kende de regio Gooi en Vechtstreek 296 daklozen en naar schatting 225 thuislozen. Deze laatste categorie is gebaseerd op het aantal briefadressen en is daarmee een onderschatting. Er zijn namelijk ook thuisloze inwoners, die inwonen bij familie of vrienden, en op dat adres zijn ingeschreven. Gemiddeld verblijven daklozen 3-6 maanden in de opvang, waarbij de uitschieters naar boven voornamelijk gezinnen betreffen. Ondanks de genomen maatregelen op de kwaliteit, in- en uitstroom, zit de maatschappelijke opvang met ruim 54 opvangplaatsen nagenoeg altijd vol. Op basis van de vraag is de daklozenopvang in de afgelopen vijf jaar in capaciteit bijna verdubbeld van 16 naar 30 plekken, waarbij het huidige aantal aanmeldingen per dag fluctueert rondom de 30. Ook de crisisopvang zit altijd vol, waarbij er soms sprake is van een wachttijd van een aantal weken voor gezinnen die steeds moeilijker (veilig) kunnen

worden opgevangen in hun eigen netwerk. Hetzelfde beeld ontstaat rondom de jongerenopvang die eind 2018 geopend is.

Begin 2020 is met een uitvraag onder de gemeenten in kaart gebracht wat naar schatting de woonbehoefte van de dak- en thuisloze inwoners uit onze regio per jaar is: Woonbehoefte Behoefte aan onzelfstandige woonruimten (kamers) met begeleiding. Behoefte aan zelfstandige woonruimten, al dan niet met begeleiding Behoefte aan begeleid wonen in een geclusterde woonvorm in een onzelfstandige woonruimte. Behoefte aan plekken voor beschermd wonen

Aantallen 60 413 20 28

De grote behoefte aan zelfstandige woonruimten wordt voornamelijk opgedreven door het aantal thuislozen, die nu verblijven bij familie en/of vrienden. Het betreft hierbij zowel individuen als meerpersoonshuishoudens. Een deel van deze 521 dak- en thuislozen vindt binnen het huidige (private) aanbod en (urgentie) regelingen een woning. Naar schatting zo’n 225 dak- en thuislozen, waarmee het tekort aan eenheden voor deze doelgroep op circa 300 aan diverse eenheden komt.

Toekomstperspectief Met mogelijkheden tot tijdelijke, alternatieve opvang is het tot nu toe mogelijk gebleken om iedereen volgens de geldende wet- en regelgeving op te vangen. Daarnaast wordt onder andere ingezet op preventie binnen het onderwijs, integrale hulpverlening en vroegsignalering door professionals en inwoners. Alsook op nazorg, herstel, meer en passende huisvesting. Voor de taken die behoren tot de decentralisatie uitkering Maatschappelijke Opvang (opvang, oggz, ed) wordt jaarlijks €3.945.026,- uitgegeven. Om dit mogelijk te maken, moet voor €1.423.777,- (36%) aanspraak worden gemaakt op de Rijksuitkering voor Beschermd Wonen. Daarmee zijn de maatregelen die voorgesteld worden in dit plan voor het overgrote deel afhankelijk van de toekenning van extra Rijksfinanciering om te kunnen worden uitgevoerd. Hierbij moet worden opgemerkt dat om het dak- en thuisloze probleem in onze regio structureel aan te pakken meer structurele middelen van het Rijk nodig zijn. Zeker, omdat het budget voor Beschermd Wonen de komende jaren de nodige risico’s kent met de doordecentralisatie en uitstroom naar de Wlz. Daarnaast blijft het aantal daklozen toenemen met zo’n 3% per jaar. Wat neerkomt op 1-2 extra opvangplaatsen per jaar. Voor deze uitbreiding is fysiek gezien echter geen plaats meer binnen het huidige gebouw van de maatschappelijke opvang.

Een uitbreiding betekent daarmee ook het vinden van nieuwe locaties (liefst kleinschalig en in de wijk). Met een ontoereikende Rijksuitkering en krappe budgetten in het sociaal domein staan we als gemeenten daarmee voor een dilemma. Daarbij willen de gemeenten – conform het beleid van Bescherming & Opvang - ook liever inzetten op het voorkomen van dakloosheid, de uitstroom van de opvang bevorderen en opvang in de eigen omgeving realiseren. Om daarmee onze meest kwetsbare inwoners het meeste perspectief op deelname aan onze samenleving te geven.

1

Uitgangspunten Met het beleidsplan Bescherming & Opvang 2017-2020 hebben de gemeenteraden uit de regio Gooi en Vechtstreek de volgende principes meegegeven ten aanzien van dak- en thuisloosheid: 1. Kwetsbare inwoners hebben een zinvol leven, groeien op en leven in een veilige omgeving 2. Kwetsbare inwoners leven zo zelfstandig mogelijk en overlast omgeving wordt beperkt 3. Echte betrokkenheid van gemeenten en partners bij de bescherming en opvang van kwetsbare inwoners. 4. Dak- en thuislozen moeten zo snel als mogelijk (gedeeltelijk) zelfstandig gaan wonen en hun bijdrage leveren aan de samenleving. 5. Niemand slaapt onvrijwillig op straat.

Landelijke inhoudelijke kaders Bovenstaande principes sluiten aan bij de ingezette ambitie van het kabinet dat niemand tegen zijn zin op straat slaapt en dat voor alle dak- en thuisloze mensen zo snel mogelijk een eigen woonplek met begeleiding beschikbaar is. Alleen als er echt geen andere mogelijkheid is, verblijven mensen in de maatschappelijke opvang, maar idealiter nooit langer dan drie maanden. Hierbij wordt uitgegaan van het advies van de commissie Dannenberg ‘van beschermd wonen naar beschermd thuis’: “Kwetsbare burgers […] hebben een voorkeur voor zelfstandig wonen in een wijk. Deze woonwens is intrinsiek en een belangrijke voorspeller voor het realiseren van zelfstandig wonen. Het merendeel van de mensen met een verstoorde zelfregulatie wil en kan dit ook.” Het Rijk streeft haar ambitie na middels drie actielijnen: 1. Preventie Middels preventie en vroegsignalering wil het Rijk dak- en thuisloosheid voorkomen. Voornamelijk met de inzet op (het voorkomen van) schulden en daarmee ook huisuitzettingen. Alsook met de inzet van ervaringsdeskundigen en het voorkomen van dakloosheid na uitstroom uit een instelling. 2. Vernieuwing opvang Als inwoners dan toch dakloos worden en niet terecht kunnen in hun eigen netwerk dienen zij zo kort als mogelijk te worden opgevangen. Het liefst in de eigen omgeving op een 1-2 persoons slaapkamer met adequate begeleiding. 3.

Wonen met begeleiding Tenslotte streeft het Rijk de ambitie na om voor alle dak- en thuisloze mensen zo snel mogelijk een eigen woonplek met adequate begeleiding beschikbaar te hebben met aandacht voor sociale netwerken, inclusie in de wijken en (arbeid)participatie. Het bieden van perspectief op volwaardige participatie aan de maatschappij aan (dreigend) dak- en thuisloze mensen staat binnen alle drie de thema’s centraal. Op al deze actielijnen draagt het Rijk ook bij middels stimuleringsprogramma’s, onderzoeken en incidentele financiële middelen.

2

Invulling actielijnen 2021 Onderstaande aanvullende maatregelen zijn gebaseerd op: De door raden meegegeven uitgangspunten uit het beleidsplan Bescherming & Opvang 20172020 en bijbehorend Versnellingsplan Ambulantisering Voorwaarden die door het Rijk aan het aanvullend plan van aanpak worden gesteld Succesvolle toekenningen door het Ministerie van VWS aan andere regio’s Afstemming met het Ministerie van VWS over de richting van het plan Gesprekken met ervaringsdeskundigen, zorgaanbieders, woningcorporaties en andere relevante partners. De bestuurlijk vastgestelde richting op 10 juli j.l.

Actielijn 1: Preventie Maatregel 1 Opgave

Extra inzet

Beoogd effect 2021

Relatie tot huidig beleid en landelijke voorwaarden Doelgroep Benodigde financiering

Vroegsignalering van en inzet op ernstige schulden ter voorkoming van dakloosheid Dak- en thuisloosheid wordt vaak veroorzaakt door (oncontroleerbare) schulden. Het tegengaan hiervan kan door het ontstaan van schulden zo vroeg mogelijk te signaleren. Hiervoor moeten inwoners, hun naasten, werkgevers en maatschappelijke instellingen weten waar ze terecht kunnen met hun meldingen. Daarna is snel en adequaat handelen van belang om verdere schulden te voorkomen. Binnen dit plan wordt ingezet op de groep hierbinnen, waarbij ernstige schulden en aanpalende problematiek een grote kans hebben om te leiden tot dak- en thuisloosheid en snel handelen nodig is om dit te voorkomen. Om ernstige schulden zo vroeg mogelijk te signaleren en dak- en thuisloosheid te voorkomen, willen de gemeenten in 2021 bovenop het huidige beleid inzetten op: Na melding huisbezoeken aan huishoudens doen met ernstige betalingsachterstanden en grote signalen van afglijden naar dak- of thuisloosheid voor het in kaart brengen van de situatie en toeleiding naar hulp. Twee wekelijkse laagdrempelige spreekuren in vijf buurthuizen verspreid over de regio, zodat inwoners met ernstige schulden kunnen worden voorgelicht, geholpen met hun financiële administratie en doorverwezen kunnen worden naar aanpalende hulp en/of gemeente.

Informering en ondersteuning van kleine ondernemers met zeer risicovolle schulden, zodat faillissementen worden voorkomen en waarbij het faillissement ook een grote kans geeft op dak- of thuisloosheid. De begeleiding naar en bij schuldhulpverlening van voormalig dakloze chronisch verslaafden om terugval in de verslaving en dakloosheid te voorkomen en specialistische kennis vanuit de verslavingszorg voor nodig is. Voorkomen en tijdig inzetten op ernstige schulden en aanpalende problematiek, zodat circa 1000 extra huishoudens met ernstige schulden worden bereikt en 300 extra worden geholpen om weer grip krijgen op hun financiën en dak- en thuisloosheid wordt voorkomen. Zowel landelijk als in onze regio worden de vroegsignalering en inzet op schulden gezien als een van de belangrijkste methoden om dak- en thuisloosheid te voorkomen.

Inwoners die de grip op hun financiën compleet (dreigen te) verliezen met de kans op daken thuisloosheid - Afspraken met partners over huishoudens met ernstige betalingsachterstanden en verhoogde kans op dak- en thuisloosheid – inregelingsgelden WSG 2021 - Laagdrempelige spreekuren op vindplaatsen voor inwoners met ernstige schulden en gerede kans op dak- of thuisloosheid (bezetting, opleiding vrijwilligers, vrijwilligersvergoedingen, materieel, huur) €69.750,- Huisbezoeken aan inwoners met ernstige betalingsachterstanden en gerede kans op dak- of thuisloosheid (voorbereiding, gesprek, verslaglegging, toeleiding schuldhulp of aanpalende regelingen) 120 casussen, 15u per casus, €70,- per uur = €126.000,- Informering en ondersteuning van kleine ondernemers met zeer risicovolle schulden middels 150 informerende gesprekken van 2 uur, €80,- per uur = €24.000,- en 80 diepgaandere gesprekken voor toeleiding naar hulp a 7 uur, €80,- per uur = €44.800,-. - Begeleiding van 30 voormalig dakloze verslaafden naar en bij schuldhulpverlening. Een maatschappelijk werker met verslavingsexpertise kost €88,- per uur. Gemiddeld besteden zij 25 uur per casus. Voor 30 casussen betekent dit €66.000,-.Voor de inkoop en beheer van deze voorziening is €5.700,- nodig. Totaal benodigde financiering vanuit Rijk voor de uitvoering van deze maatregel: €336.250,3

Borging kosten na 2021

Maatregel 2 Opgave Inzet

Doelgroep Relatie tot huidig beleid en landelijke voorwaarden Beoogd effect Benodigde, aanvullende financiering vanuit Rijk

Op basis van een evaluatie van de resultaten en het effect van deze aanvullende maatregelen in het najaar van 2021 besluiten gemeenten over het doorzetten van de diverse maatregelen. Daarbij is de hoop dat door een verminderde instroom in de schuldhulp deze meer preventieve inzet blijvend kan worden bekostigd. Het is de vraag of dat na een jaar al mogelijk is. Uitgangspunt is het dan beschikbare budget vanuit het Rijk voor schuldhulpverlening. Doorontwikkeling pilot time out voorziening De gemeenten streven ernaar om kwetsbare inwoners zo lang en zelfstandig mogelijk thuis te laten wonen. Een van de grootste risicofactoren voor dakloosheid is een onstabiele (ernstige) psychische kwetsbaarheid. Om kwetsbare inwoners zoveel mogelijk thuis te laten wonen en te ondersteunen, is in de zomer van 2020 een time out voorziening met vier plekken gestart. Binnen een veilige, herstelgerichte, huiselijke omgeving kunnen mensen met een psychische kwetsbaarheid of psychosociale problematiek daar tijdelijk (maximaal 2 weken) terecht om een crisis en/of klinische opname te voorkomen. Deze voorziening wordt gerund door professioneel ervaringsdeskundigen met een achterwacht van psychiaters en verpleegkundigen. Al in de voorbereiding is duidelijk geworden dat een jaar te kort is om het effect van deze voorziening vast te stellen en daarmee bestuurlijk draagvlak te creëren voor het behoud ervan.

Daarbij willen we in het tweede jaar meer inzetten op de zelfstandigheid van de professioneel ervaringsdeskundigen en de voorziening doorontwikkelen naar een zelfregiecentrum waar inwoners met een kwetsbaarheid elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten kunnen volgen. Om dit mogelijk te maken dienen de professioneel ervaringsdeskundigen: - getraind te worden in het zelfstandig runnen van een voorziening - dienen zij contact te leggen met een breder netwerk aan kwetsbare inwoners en diverse initiatieven - Herstelgerichte initiatieven te stimuleren en te verbinden aan de time-out voorziening Zelfstandig wonende inwoners (18+) met een psychische of sociaal maatschappelijke kwetsbaarheid die het om uiteenlopende redenen thuis even niet redden De 1-jarige pilot is onderdeel van het Versnellingsplan Bescherming & Opvang. De doorontwikkeling niet. De voorziening wordt door het Rijk als good practise benoemd in het voorkomen van dak- en thuisloosheid. Voorziening doorontwikkelen naar een zelfregiecentrum, waar inwoners met een kwetsbaarheid elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten kunnen volgen, zodat zij zich meer onderdeel voelen en kunnen zijn van de samenleving. Voor het potentiele tweede jaar is afgesproken om te rekenen met een beschikbaarheidsfinanciering van 3 van de 4 time-outbedden, waarbij training en werken buiten de voorzieningen in zijn opgenomen.

Hierbij wordt gerekend met €176,1 euro per dag. Voor 3 bedden komt dit neer op 176,1*365*3= €192.850,40.Voor de doorontwikkeling van de inkoop en beheer van de voorziening is €14K nodig.

Borging kosten na 2021 Maatregel 3 Opgave Inzet

Totaal kosten maatregel: €208.850,40. Deze gelden zullen worden ingezet in 2021, waarmee de pilot nog een half jaar in 2022 met gelden uit de regionale begroting kan doorlopen om de doorontwikkeling van de time-out voorziening stevig neer te zetten, goed te evalueren en structureel neer te zetten. Bij positieve evaluatie zal de time-out voorziening structureel moeten worden ingepast in de regionale begroting voor Bescherming & Opvang. Doorstart project Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen Voorkomen van huisuitzettingen als gevolg van betalingsproblematiek, overlast en vervuiling In samenwerking met woningcorporaties, gemeenten en zorgaanbieders wordt ingezet op de voorkoming van huisuitzettingen en het huisvesten van inwoners met slecht huurderschap. Begin 2019 is een project gedraaid en zijn (bestuurlijke) afspraken gemaakt over het acteren op huurachterstanden, overlast en vervuiling. Alsook het preventief en breder inzetten van het instrument huren onder voorwaarden. Onder voorwaarden is tevens urgentie mogelijk voor cliënten die verblijven binnen een wmo gefinancierde instelling en het binnen een jaar niet lukt om via de reguliere route een sociale huurwoning toegekend te krijgen. Dit beleid loopt inmiddels een jaar en de eerste ervaringen zijn bij alle betrokkenen 4

Doelgroep Relatie tot huidig beleid en landelijke voorwaarden Beoogd effect 2021 Benodigde, aanvullende financiering vanuit Rijk

Borging kosten na 2021

Maatregel 4 Opgave Extra inzet

Doelgroep

Relatie tot huidig beleid en landelijke voorwaarden Beoogd effect 2021 Benodigde, aanvullende financiering vanuit Rijk Borging kosten na 2021

Maatregel 5 Opgave Extra inzet

overwegend positief. Doorontwikkeling en incorporatie van de gemaakte (bestuurlijke) afspraken en instrumenten bij betrokken partijen blijkt echter nodig om schulden, huisuitzettingen en overlast nog verder terug te dringen en uitstroom van de opvang verder te bevorderen. Ook eenduidige wonen-zorgcontracten en communicatie dragen hieraan bij. Deze moeten worden opgesteld en afgestemd met het grote aantal betrokken partijen. Breed, zowel psychisch als economisch kwetsbare (dreigend) daklozen Zowel gemeenten als het Rijk hechten veel waarde aan het voorkomen van huisuitzettingen en het zelfstandig laten wonen van kwetsbare inwoners in de wijk als methode voor het terugdringen van dak- en thuisloosheid. Circa 500-700 inwoners beter en sneller helpen, zodat zij – met de nodige ondersteuning – (opnieuw) veilig thuis kunnen blijven wonen, minder schulden opbouwen en overlast in de buurt wordt voorkomen of beperkt. Regionaal projectleider voor twee dagen per week is €45.600,- per jaar op basis van schaal 9, trede 11 inclusief 14% overhead. N.B. Samen met de regiogemeenten is gekeken of de door het Rijk lokaal toegekende projectleidingsgelden hiervoor konden worden ingezet. De regiogemeenten gaven daarbij aan dat zij deze gelden hard nodig hebben om lokaal in te zetten op het terugdringen van dak- en thuisloosheid middels projecten voor vroegsignalering en inclusie.

Daarbij zetten zij deze gelden in om de essentiële verbinding te leggen met de regionale opgaven die gecoördineerd worden door de Regio. Om deze regionale maatregel uit te voeren, zijn daarom aanvullende regionale projectleidersgelden nodig. Met de doorstart en oplossen van de knelpunten zouden er geen kosten meer moeten zijn na 2021. Anders moeten er keuzes gemaakt worden binnen de regionale begroting Bescherming & Opvang. Uitbreiding ambulant team jongerenopvang Terugdringen van dak- en thuisloosheid onder (zorgmijdende) jongeren in risicovolle thuissituaties en instellingen De regio heeft een groep van zo’n 125 dak- en vooral thuisloze, zorgmijdende jongeren in beeld, die door een opeenstapeling van problematiek zich van bank naar bank verplaatsen of binnen een andere klinische setting geen zorg meer accepteren. Om ervoor te zorgen dat zij niet verder afglijden is eind 2018 een jongerenopvang met ambulant team gestart. Het ambulante team zet in op de toeleiding en nazorg van de opvang, maar kan preventiever worden ingezet om dakloosheid onder deze jongeren te voorkomen. Onder andere door meer contact met de uitvoeringsdiensten, jeugdzorginstellingen, jeugdboa’s en jongerenwerk. Uitbreiding van het ambulante team is dan nodig. Daar waar mogelijk zullen ook meer jongeren met ervaring worden ingezet.

Vanuit hun ervaring kunnen zij de hulpverlening ondersteunen om zorgmijdende, dak- en thuisloze jongeren te motiveren weer hulp te accepteren. Jongeren tussen de 16 en 27 jaar die geen vaste woon- of verblijfplaats hebben en een (onuitgesproken) hulpvraag hebben. Het gaat om jongeren met (ernstige) psychiatrische-, verslavings- en/of gedragsproblematiek. Soms in combinatie met een verstandelijke beperking. Het beleidsplan voorziet in de jongerenopvang en bijbehorend team, maar niet in het outreachend en preventief werken ervan. Het Rijk ziet in dergelijke inzet een grote meerwaarde om dak- en thuisloosheid te voorkomen. 35 extra thuisloze, zorgmijdende jongeren sneller en adequater helpen om verdere problemen en dakloosheid te voorkomen Tarief voor ambulante, specialistische wmo begeleiding is €65,4 per uur met een productiviteit van 1208 uren per jaar. Voor 1fte betekent dit €79.003,- per jaar. Voor de aanvullende inkoop en beheer is €5.700K nodig. Het totaal aan kosten komt hiermee op €84.703,Middels een evaluatie in het najaar van 2021 naar deze maatregel dienen gemeenten een keuze te maken of ze het team permanent van een uitbreiding willen voorzien. Hiervoor moeten keuze gemaakt worden binnen de regionale begroting voor Bescherming & Opvang bij gelijkblijvend Rijksbudget. Uitbreiding herstelteam t.b.v.

jongeren Veel kwetsbare inwoners hebben ondersteuning nodig in hun herstel en tegengaan van (zelf)stigma om (weer) mee te kunnen doen aan onze samenleving. Met het regionale Herstelnetwerk zetten gemeenten en partners in op de inclusie van kwetsbare inwoners middels de inbreng van expertise, stimulering van 5

Doelgroep Relatie tot huidig beleid en landelijke voorwaarden

Beoogd effect 2021 Benodigde, aanvullende financiering vanuit Rijk Borging kosten na 2021

herstelgericht werken en organiseren van herstelgerichte activiteiten. Een regionaal team bestaande uit professioneel ervaringsdeskundigen stimuleert en ondersteunt in de adequate verbinding met kwetsbare inwoners en het betrekken van hen bij het netwerk. Binnen het netwerk willen gemeenten meer inzetten op kwetsbare jongeren middels het starten van een inloop in Huizen en organiseren van herstelactiviteiten speciaal voor deze jongeren. Dit zal worden georganiseerd door een professioneel ervaringsdeskundige die nauw samen zal gaan werken met het regionale herstelteam, jongerenwerk, uitvoeringsdienst, scholen en zorgorganisaties die kwetsbare jongeren ondersteunen. De gemeente Huizen zal in de eerste instantie de uitvalsbasis voor deze maatregel zijn gezien hun relatief grote populatie kwetsbare jongeren en behoefte onder deze doelgroep naar deze voorziening. Jongeren uit de hele regio zijn echter welkom bij de inloop en activiteiten. Deze maatregel zal aan het einde van het jaar worden geëvalueerd en indien wenselijk en mogelijk gecontinueerd en uitgebreid worden naar andere gemeenten. Jongeren met een psychische kwetsbaarheid Het regionale beleidsplan voorziet al in de ondersteuning van het netwerk en aanstelling van de ervaringsdeskundigen (1fte).

Deze inzet is echter niet specifiek gericht op jongeren en onvoldoende voor het organiseren van een speciale inloop en activiteiten voor hen. Het Rijk hecht ook veel waarde aan de inzet van ervaringsdeskundigheid om kwetsbare jongeren te laten meedoen in de samenleving. 120 jongeren ondersteunen bij hun herstel zodat zij sneller weer kunnen meedoen aan onze samenleving en minder aanspraak hoeven te maken op (specialistische) ondersteuning en zorg. - Het tarief voor een professioneel ervaringsdeskundige is €63,6 per uur met een productiviteit van 1208 uren per jaar. Voor 0,5 fte betekent dit €38.414,- per jaar. - De inkoop en beheer van deze dienstverlening bedraagt €5.700,- , waarmee de totale kosten voor deze maatregel komen op €44.114,De huidige Rijksbudgetten bieden geen ruimte voor permanente uitbreiding van het herstelteam in deze. Keuzes binnen de regionale begroting Bescherming & Opvang zullen moeten worden gemaakt.

Actielijn 2: Vernieuwing opvang Maatregel 6 Opgave Extra inzet

Doelgroep Relatie tot huidig beleid en landelijke voorwaarden Beoogd effect 2021

Benodigde, aanvullende financiering vanuit Rijk

Bewerkstelligen kleinschalige opvang Daklozen passend opvangen, zodat zij sneller klaar zijn om te werken aan hun herstel Samen met de zorgaanbieder voor de maatschappelijke opvang hebben de gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek de afgelopen jaren al ingezet op het passender, kleinschaliger en hoogwaardig opvangen van daklozen. Onder andere met de inzet op meer en betere begeleiding, vervangen van slaapzalen voor tweepersoonskamers en scheiden van doelgroepen. Momenteel worden daklozen met verschillende, uiteenlopende problematieken echter nog in hetzelfde gebouw opgevangen, inclusief kinderen. De verplichte uitdunning van de opvang gedurende Corona heeft nogmaals aangetoond dat daklozen gebaat zijn bij een eigen plek. Onder normale omstandigheden moeten cliënten nog een kamer in de daklozenopvang delen. Deze maatregel zet daarom in op twee pijlers: 16 tweepersoonskamers ombouwen naar 1 persoonskamers. 16 opvangplekken voor gezinnen kleinschalig organiseren in de wijk. Doordat de gezinnen dan uit de opvang verhuizen, wordt ruimte gemaakt voor bovenstaande 1 persoonskamers. Cliënten maatschappelijke opvang Het huidige beleidsplan voorziet in het passend en adequaat opvangen van daklozen, maar niet in de kleinschaligheid ervan. Deze ambitie willen Rijk en gemeenten wel nastreven.

Alle 296 daklozen uit de Gooi en Vechtstreek hebben een eigen plek (in de wijk) van waaruit zij kunnen werken aan hun herstel. Hierdoor kunnen zij de stap naar het aanpakken van hun problematiek eerder en beter maken en sneller hun plek in de samenleving terugvinden. - €50K aan additionele huisvestings- en begeleidingskosten i.v.m. spreiding opvang - €14K kosten inkoop en bedrijfsvoering 6

Aanvullende voorwaarden & borging

Maatregel 7 Opgave Extra inzet

Doelgroep Relatie tot huidig beleid en landelijke voorwaarden Beoogd effect 2021 Benodigde, aanvullende financiering vanuit Rijk Borging kosten na 2021

Totaal kosten maatregel: €64.000,Beschikbaarheid alternatieve locaties in 2021 Voor het opvangen van gezinnen in de wijk uitgaan van regionale spreiding en solidariteit Opname van €50K aan structurele kosten in de regionale begroting voor Bescherming & Opvang Uitbreiding ervaringsdeskundige en (financiële) begeleiding opvang Duurzame uitstroom opvang realiseren Momenteel is het niet mogelijk om alle cliënten van de passantenopvang een begeleidingstraject aan te bieden, wat leidt tot latere uitstroom en (herhaalde) daken thuisloosheid. Daarnaast is er behoefte aan meer inzet van ervaringsdeskundigen om de brug nog beter naar cliënten te slaan en hen van integrale hulpverlening te voorzien. Alsook de vroegtijdige inzet op het op orde brengen van de financiën en toeleiding naar de schuldhulpverlening. Cliënten maatschappelijke opvang Het huidige beleid heeft de visie om adequate en hoogwaardige begeleiding gedurende de opvang van inwoners, maar mist de financiële middelen hiervoor. Zowel Rijk als gemeenten zien echter het bieden van adequate begeleiding binnen de opvang als voorwaarde voor duurzame uitstroom. 50 cliënten meer en passender begeleiden, zodat zij eerder en beter voorbereid duurzaam kunnen uitstromen uit de opvang. - Het tarief voor wmo begeleiding is €55,2 per uur met een productiviteit van 1208 uren per jaar. Voor 2 fte betekent dit €133.364,- per jaar.

De inkoop en beheer van deze dienstverlening bedraagt €5.700,-. Totaal maatregel: €139.064,De huidige Rijksbudgetten bieden nu geen ruimte voor de permanente uitbreiding van deze dienstverlening. Wel kan worden gekeken of met de nieuwe inkoop van de maatschappelijke opvang per 2022 de inhoudelijke eisen ingepast kunnen worden.

Actielijn 3: Wonen met begeleiding Maatregel 8 Opgave

Organiseren van meer betaalbare en passende huisvesting Jaarlijks bouwen woningcorporaties in de regio Gooi en Vechtstreek circa 750 extra wooneenheden, waarvan ongeveer 1/3 voor de lagere inkomens, variërend van een tot meerpersoonshuishouden. Daarnaast komen zo’n 1500 tot1800 eenheden vrij voor de 38.000, waarvan 12.500 actief, woningzoekenden. Op deze wooneenheden zijn dak- en thuislozen aangewezen. Meer en creatievere oplossingen zijn nodig en mogelijk. Tevens om zwaardere doelgroepen te huisvesten. Dit moet georganiseerd worden. Zoals benoemd in de inleiding, is er behoefte aan: Woonbehoefte Behoefte aan onzelfstandige woonruimten (kamers) met begeleiding Behoefte aan zelfstandige woonruimten, al dan niet met begeleiding Behoefte aan begeleid wonen in een geclusterde woonvorm in een onzelfstandige woonruimte Behoefte aan plekken voor beschermd wonen

Extra inzet

Aantallen 60 413 20 28

Een deel van deze 521 dak- en thuislozen vindt binnen het huidige (private) aanbod en (urgentie) regelingen een woning. Naar schatting zo’n 225 dak- en thuislozen, waarmee het tekort aan eenheden voor deze doelgroep op circa 300 eenheden komt. Samen met woningcorporaties, provincie en gemeenten wil de Regio inzetten op de bouw, behoud en transformatie van nog meer betaalbare eenheden via een aanvullend regionaal woonakkoord 2021 – 2026. Vanuit het sociaal domein wordt daarbij uitgegaan van de volgende opgave: Voor dak- en thuislozen met lichte begeleidingsbehoefte een voorziening met 50 eenheden als tussenstap naar permanent zelfstandig wonen. Voor dezelfde doelgroep 200 eenheden meer betaalbare woningen en 7

kamers voor wie de stap meteen kan maken Naast het creëren van meer eenheden moeten 50 meer (geclusterde) eenheden worden gecreëerd voor de doelgroep met zwaardere problematiek. Uit een eerdere inventarisatie blijkt dat dit mogelijk gemaakt kan worden door het matchen van vraag en aanbod van (tijdelijk) zorgvastgoed. Hiervoor is wel een projectleider nodig die vraag en aanbod bij elkaar weet te brengen en vervolgens daarop de randvoorwaarden, processen en (bestuurlijke) afspraken weet te organiseren. Deze projectleider is tevens nodig om de huidige voorziening voor de top X van 6 zeer zorgmijdende daklozen met multiproblematiek te behouden. Onder andere als het gaat om het regelen van een nieuw convenant per september 2021 met bijbehorende vergunningen en (herijkte) samenwerkingsafspraken.

Doelgroep Relatie tot huidig beleid en landelijke voorwaarden

Beoogd effect 2021

Benodigde, aanvullende financiering vanuit Rijk

Tenslotte is er behoefte aan een huisvestingsoplossing voor 15 zorgmijdende daklozen met multiproblematiek. Nader onderzoek naar de mogelijkheden en kosten is hierbij nodig om tot besluitvorming hierover te komen. Brede doelgroep van dak- en thuislozen in de regio Het huidige beleidsplan Bescherming & Opvang en Versnellingsplan Ambulantisering zetten al in op het passend huisvesten van kwetsbare doelgroepen. Dit is tevens verankerd in de regionale woonvisie 2016-2030, waarbij ook wordt ingezet op meer betaalbare huur- en koopwoningen. Ook het Rijk hecht veel waarde aan het bewerkstelligen van voldoende, passende huisvesting voor dak- en thuislozen. Bovenstaande acties maken daar echter geen onderdeel van uit. - 6 eenheden top X, 50 tijdelijke eenheden, 200 betaalbare reguliere wooneenheden, 50 (geclusterde) eenheden, (zicht op) 15 eenheden voor (overlastgevende) zorgmijders, waardoor nog eens 321 dak- en thuisloze een solide basis kunnen krijgen en van daaruit verder kunnen werken aan hun problematiek en herstel. - €115.200,- inhuur projectleider op basis van €100,- per uur inclusief 14% overhead voor 24 uur per week, 48 weken voor 6 top X, 50 (geclusterde) eenheden en (zicht op) 15 eenheden voor (overlastgevende) zorgmijders. N.B.

Samen met de regiogemeenten is gekeken of de door het Rijk lokaal toegekende projectleidingsgelden voor het regionale projectleiderschap konden worden ingezet. De regiogemeenten gaven daarbij aan dat zij deze gelden hard nodig hebben om lokaal in te zetten op het terugdringen van dak- en thuisloosheid middels projecten voor vroegsignalering en inclusie. Daarbij zetten zij deze gelden in om de essentiële verbinding te leggen met de regionale opgaven die gecoördineerd worden door de Regio. Om deze regionale maatregel uit te voeren, zijn daarom aanvullende regionale projectleidersgelden nodig. - €200K materiele bovenreguliere exploitatiekosten voor organiseren (geclusterde) en top X eenheden (o.a. extra mutatiekosten, inrichten en beheer van gezamenlijke ruimten. Dit zijn kosten die niet kunnen worden gedekt uit de reguliere budgetten van woningcorporaties, gemeenten of criteria/volume van het provinciale woonfonds (€2mjn hele provincie NH), maar wel nodig zijn om de realisatie mogelijk te maken) - Kosten voor de bouw van de extra 50 tijdelijke en 200 permanente wooneenheden worden gefinancierd uit de reguliere investeringsbudgetten van woningcorporaties, Regio en woonfonds van provincie Noord-Holland. Voor de proceskosten, extra exploitatiekosten en kosten door ‘schade door instabiele bewoners’ wordt voor een paar ton een beroep te doen op het fonds van de provincie.

Aanvullende voorwaarden Borging kosten na 2021

- Uitgaan van regionale spreiding en solidariteit bij organiseren en bouwen eenheden Na het bewerkstelligen van de eenheden zullen de kosten weer moeten worden gedekt uit de reguliere budgetten. Hierbij zal in de begroting Bescherming & Opvang rekening worden gehouden met €40K beheers- en toewijzingskosten voor de top X en (geclusterde) eenheden. Ook de uitkomsten van het onderzoek naar eenheden voor (overlastgevende) zorgmijders zullen gedekt moeten worden uit deze begroting, waarbij keuzes gemaakt zullen moeten worden bij gelijkblijvend Rijksbudget.

Maatregel 9 Opgave

Uitstroom dagbesteding en toeleiding naar werk(ervaring) Het vinden van werk en daarmee vergroten van het inkomen helpt bij het vinden van structurele huisvesting. Onder (voormalig) dak- en thuislozen is nog veel 8

Extra inzet

Doelgroep Relatie tot huidig beleid en landelijke voorwaarden Beoogd effect 2021 Benodigde, aanvullende financiering vanuit Rijk Borging kosten na 2021

arbeidspotentieel onderbenut. Door onzekerheid, gebrek aan passende begeleiding en (kennis over de) mogelijkheden maken zij nu veelal niet de stap naar werk of hebben hulp nodig bij het organiseren van de randvoorwaarden (bv. bijscholing, vervoer(skosten)). Daarbij heersen er nog de nodige negatieve stigma’s over de doelgroep onder werkgevers en is de doelgroep veelal gebaat bij meer flexibiliteit en kleiner aantal (start)uren. Werving van arbeidsplaatsen op maat en overtuiging van werkgevers is nodig. Bij elkaar brengen van vraag en (potentieel) aanbod middels het toevoegen van een begeleider aan de de oggz arbeidsmatige dagbesteding en aanstellen van een accounthouder bij het WerkgeverServicePunt speciaal voor deze doelgroep. De begeleider bij de arbeidsmatige dagbesteding zal kandidaten stimuleren en begeleiden bij hun zoektocht naar werk. Met kennis en ervaring met de oggz doelgroep begeleidt deze professional de kandidaten bij hun oriëntatie op de arbeidsmarkt en bij de afstemming met de sociale diensten over eventueel benodigde bijscholing, aanschaf van sollicitatiekleding en/of financiering van vervoer naar werk. De accounthouder benadert vervolgens potentiele werkgevers om een werk(ervarings)plek te creëren, voor te lichten over de doelgroep en ondersteuning te bieden op de werkplek of hiervoor te zorgen.

(Voormalig) dak- en thuislozen met onderbenut arbeidspotentieel Het huidige beleidsplan B&O zet in op een verhoogde uitstroom uit de opvang en voorzieningen, maar zet hierbij niet in op de uitstroom naar werk. Andersom voorziet het regionale beleid op het gebied van participatie in passend werk, maar heeft nog weinig oog voor deze doelgroep. Het Rijk hecht veel waarde aan het bieden van perspectief bieden aan dak- en thuislozen. 20 cliënten begeleiden naar een werk(ervarings)plek, zodat zij hun potentieel meer benutten, zelfstandig kunnen blijven wonen en niet terugvallen in dakloosheid. - Het tarief voor wmo begeleiding is €55,2 per uur met een productiviteit van 1208 uren per jaar. Voor 0,5 fte betekent dit €33.341,- per jaar. De inkoop en beheer van deze dienstverlening bedraagt €5.700,- De accounthouder voor 0,5fte per jaar kost €51.300,- op basis van schaal 9, trede 11. Inclusief aanstelling, ondersteuning en andere overhead (14%). Totaal maatregel: €90.341,De huidige Rijksbudgetten bieden geen ruimte voor permanente uitbreiding. Bij de nieuwe inkoop van oggz dagbesteding voor 2022-2025 wordt wel onderzocht of de begeleiding naar werk(ervaring) daarin budgetneutraal kan worden opgenomen. Ook wordt gekeken of de budgetten voor de participatiewet vanaf 2022 wel mogelijkheden bieden om zich gericht in te zetten op deze doelgroep.

Randvoorwaarden Om bovenstaand, aanvullend plan adequaat uit te kunnen voeren moeten mensen worden aangesteld, voorzieningen (aanvullend) worden ingekocht, projecten worden geïmplementeerd, gemonitord en geëvalueerd. Deze zaken kunnen niet allemaal binnen de huidige formatie voor Bescherming & Opvang worden opgevangen. Een extra regionaal projectleider is nodig voor twee dagen in de week, wat neerkomt op €61.440,- (€80,- *16u* 48wk) voor een jaar. Aanvullende kosten voor de uitvoering, bedrijfsvoering en inkoop van de maatregelen staan hierboven vermeldt bij de maatregelen.

Totaalbegroting Hieronder staat de integrale begroting voor dit plan, waarvoor de huidige budgetten niet toereikend zijn. De dekking van de maatregelen uit dit plan wordt gezocht in de subsidiegelden die het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikbaar stelt voor het terugdringen van dakloosheid. Maatregel 1. Vroegsignalering van en inzet op ernstige schulden 2. Time-out voorziening 3. Doorontwikkeling programma Huisvesting maatschappelijke doelgroepen 4. Uitbreiding ambulante team jongerenopvang 5. Uitbreiding herstelteam t.b.v. jongeren 6. Bewerkstelligen kleinschalige opvang 7. Uitbreiding ervaringsdeskundige en financiële begeleiding opvang 8. Organiseren van meer en passende huisvesting

Bedrag (€) 336.250 208.850 45.600 84.703 44.114 64.000 139.064 315.200 9

9. Uitstroom dagbesteding en toeleiding naar werk 10. Randvoorwaarden

90.341 61.440

Totaal

1.389.562

Bovenstaande middelen worden door de Regio vanuit haar centrumgemeentefunctie aangevraagd en beheerd. De subsidie wordt door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn & Sport uitgekeerd aan de gemeente Hilversum (centrumgemeente). Middels een begrotingswijziging hevelt de gemeente Hilversum de volledige subsidie aan de Regio over.

Sturing, monitoring en verantwoording De voortgang van de doelstellingen uit dit plan wordt gevolgd door de Regio Gooi en Vechtstreek. Jaarlijks wordt er één halfjaarlijks tussenrapportage en één jaarrapportage opgesteld op basis waarvan de voortgang van dit plan gevolgd kan worden. Hierbij zal in ieder geval uit worden gegaan van de gemaakte kosten, voortgang op de beoogde resultaten en effecten. Deze rapportages worden gepubliceerd op de website van de Regio. Bestuurlijke aansturing De bestuurlijke aansturing van dit plan vindt op bestuurlijk niveau plaats door het portefeuillehouderdoverleg sociaal domein. Aan dit overleg nemen alle verantwoordelijke portefeuillehouders uit de regio deel. De voortgang van dit plan zal regelmatig op de agenda van het portefeuillehoudersoverleg staan. Daarnaast vinden er halfjaarlijkse bestuurlijke sessies plaats met partners die een bijdrage leveren aan de realisatie van dit plan. In deze bestuurlijke sessies stemmen gemeenten en partners af over de resultaten en wordt bezien of bijstellingen/extra inzet nodig is. Operationele aansturing Op ambtelijk niveau wordt het plan (operationeel) gemonitord/aangestuurd door: - Het uitvoeringsoverleg gezondheid en ondersteuning, waar uitvoerende managers van gemeentelijke uitvoeringsdiensten aan deelnemen. Wanneer van toepassing sluiten operationele aanstuurders van partners bij dit overleg aan.

- Een beleidsteam met beleidsvertegenwoordigers van gemeenten. Wanneer van toepassing worden externe partners bij dit overleg uitgenodigd. In het uitvoeringsoverleg en het beleidsteam komt de uitvoering van dit plan regelmatig (in principe maandelijks, maar minimaal eens per kwartaal op de agenda). Strategische aansturing Op strategisch niveau stuurt het directieoverleg sociaal domein dit plan aan. De bespreking in het directieoverleg gebeurt op basis van de jaarrapportage en/of indien escalatie noodzakelijk is. Waar nodig/gewenst sluiten partners bij dit overleg aan.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9624790/1