Beantwoording vragen GroenLinks Bestuursrapportage 2021
Tekst van het document
VRAGEN RAADS- EN COMMISSIELEDEN
Datum indiening: 27 oktober 2021
Indiener: J.A.H. van der Does Fractie: GroenLinks
Type vraag: 0 Schriftelijke vraag ex artikel 40 Reglement van Orde X Technische vraag X Algemene (politieke) vraag
Vraag naar aanleiding van commissie AZM 27 oktober 2021 Agendapunt: 5 Onderwerp: Bestuursrapportage 2021 gemeente Weesp
Algemene vragen: 1. Pag. 8 Verdeling noodbudget corona: ‘Het restant van het coronabudget blijft nog beschikbaar voor mogelijke verdere gemeentelijke maatregelen’ Welke verdere maatregelen worden verwacht? 2. Pag. 8 Verkoop Nijverheidslaan 14: ‘De boekwaarde van € 515.000 wordt afgeboekt en de netto-opbrengst van € 400.000 wordt toegevoegd aan de ‘Reserve Financiering gemeentelijk vastgoed Weesp’ om …’ Blijft deze reserve bij de overgang naar Amsterdam bestemd voor het vastgoed van Weesp? 3. Pag. 17 Harmonisatie Programma Varen: ‘De uitkomsten van de evaluatie zullen worden betrokken bij het harmonisatie proces tussen de gemeente Weesp en Amsterdam’ Wordt de evaluatie nog voor maart met de commissie gedeeld? 4. Pag. 19 2e alinea: ‘Verduurzaming van de economie is door klimaatverandering urgenter dan ooit …. In Weesp is veel animo om hiermee aan de slag te gaan.’ Zijn hier cijfers over deze animo en wat dat concreet oplevert aan duurzaamheidsmaatregelen? 5. Pag. 19 Gevelrenovatiefonds: ‘Van het totale budget van € 100.000 is ondertussen € 30.000 beschikt’ Wordt de rest van het budget nog besteed in 2021? 6. Pag. 22 Einde 1e alinea: ‘Weesp zal voor 2,5 jaar ruim € 400.000 ontvangen. De gemeente zal zoveel mogelijk aansluiting zoeken bij de gekozen interventies van de scholen’ Neemt Amsterdam dit bedrag over en blijft het bestemd voor Weesper scholen? 7. Pag.
22 laatste alinea: ‘De uitvoering van taken voor Weesp op het gebied van kinderopvang zijn per 01 januari over naar de gemeente Amsterdam’ Daarom wordt ook het voorstel aan het college ….. voorbereid’ Wanneer komt dit in de raad? 8. Pag. 25 Lasten T5.7 Openbaar groen : ‘Er wordt geen onderbesteding verwacht.’ De gerapporteerde onderbesteding t/m juli is bijna € 1 miljoen. Wordt dit bedrag nog daadwerkelijk in 2021 besteed? En zoja waaraan? Zo nee, wordt het saldo
gereserveerd voor Openbaar Groen in 2022? 9. Pag. 29 laatste alinea: ‘De jongeren waardeerden het…… en een aantal heeft zich opgegeven voor een jongerenpanel’ Wat is de status van dit panel en hoe loopt het in de praktijk? 10. Pag. 34 T 6.1 Anti-discriminatievoorziening: Welke activiteiten zijn er concreet in Weesp ontplooit?
Verwachte datum van afdoening: voor de raadsvergadering van 10 november a.s.
Antwoord: 1. Voortschrijdend inzicht en nieuwe coronamaatregelen van de Rijksoverheid kunnen leiden tot verdere gemeentelijke maatregelen. Een van deze maatregelen is de verlenging ‘Beleidsregels Tijdelijke terrasuitbreiding zomerseizoen 2021’ waarover u op 15 oktober 2021 bent geïnformeerd. Ook voor de culturele instellingen is een concept regeling voor de tweede tranche noodsteunsubsidies aan culturele instellingen in voorbereiding waarover u voor het eind van het jaar wordt geïnformeerd. 2. De betreffende reserve is ingesteld voor vastgoed van Weesp en blijft ook na de herindeling met Amsterdam bestemd voor vastgoed van Weesp. Wanneer de huurinkomsten van een gemeentelijk pand lager zijn dan de kostprijs dan kan de reserve worden ingezet voor de dekking van het verschil. In de toekomst zou de raad van Amsterdam kunnen besluiten om de reserve toe te voegen aan een vergelijkbare Amsterdamse reserve aangezien vastgoed van Weesp na de herindeling onderdeel is van de gemeente Amsterdam. 3. De evaluatie van de ligplaatsen Pilot Oudegracht wordt in ieder geval voor maart 2022 met de commissie SOB gedeeld. Er is gepland om dit op 7 december te delen met de commissie SOB overeenkomstig vermelding op de Lange Termijn Agenda. 4. De animo voor verduurzaming bleek uit de webinars met de IVW en ondernemers die in het kader van de samenwerkingsagenda bedrijventerreinen gehouden zijn.
Het is nu nog niet in te schatten wat het concreet aan duurzaamheidsmaatregelen kan opleveren. Bij de uitvoering van de samenwerkingsagenda kunnen we hierover verder informeren. 5. Er lopen nu nog één of twee aanvragen. Omdat het aantal aanvragen achterblijft, ook door corona, hebben we de provincie verzocht de looptijd van de regeling te verlengen tot eind 2022. Daarmee hebben de ondernemers meer tijd om een aanvraag in te dienen. Dit is akkoord bevonden en vermeld op de website: https://www.weesp.nl/ondernemers/subsidieregeling-gevelrenovatie-voornijverheidslaan_42978/. Dit wordt ook bij de ondernemers onder de aandacht gebracht. 6. Deze middelen worden in afstemming met en alleen ten behoeve van de Weesper scholen besteed. 7. Het beleid op het gebied van kinderopvang van Amsterdam zal met ingang van 1 januari 2022 van toepassing verklaard worden op Weesp. Dit zal meegenomen worden in het verzamelbesluit ten aanzien van regelgeving die per 1 januari ingetrokken of van toepassing verklaard moet worden door het college c.q. de raad van Weesp. Dit verzamelbesluit wordt binnenkort in procedure gebracht. 8. De verwachting is dat het budget volledig wordt besteed. Dit is echter afhankelijk van het verloop van de bezwaarprocedure tegen de kapvergunning (voor het kappen en vervangen).
Indien het bezwaar gegrond wordt verklaard of indien behandeling langer duurt dan verwacht, zal onderbesteding optreden. Als alternatief zullen we dan inzetten op meer aanplant van bomen in lege boomspiegels. Daarnaast is inmiddels
duidelijk dat de uitvoering van de maatregelen aan de Schansen in 2022 zal plaatsvinden waardoor het budget niet dit jaar wordt aangewend. Zo nodig zal bij de jaarrekening een besluit worden voorgelegd voor aanwending van het budget in 2022. 9. Er zijn een aantal actieve jongeren betrokken bij de op te richten Weesper Alliantie. Verder is er een groepje jongeren dat betrokken is en blijft bij de doorontwikkeling voor activiteiten voor jongeren in Weesp (o.a. gericht op talentontwikkeling). 10. De antidiscriminatievoorziening heeft tot taak om onafhankelijke bijstand te verlenen aan personen bij de afwikkeling van hun discriminatieklachten en deze klachten te registreren en rapporteren volgens voorschriften neergelegd in de Wga. Naast klachtenbehandeling heeft de voorziening ook als doel om kennis en bewustwording met betrekking tot ongelijke behandeling bij inwoners, organisaties en instellingen te vergroten én zichtbaarheid, vindbaarheid en toegankelijkheid van het meldpunt te vergroten. In 2020 waren er 10 meldingen. De Antidiscriminatievoorziening heeft de volgende activiteiten ontplooid: Het onderwerp discriminatie, het belang van melden en de wijze van melden waar mogelijk bij het interne netwerk van Versa Welzijn onder de aandacht gebracht.
In de gebiedsgerichte teams bij Versa Welzijn werken onder meer sociaal werkers, opbouwwerkers, maatschappelijk werkers, sociaaljuridische dienstverleners en jongerenwerkers samen binnen een (bepaalde wijk binnen een) gemeente in Gooi en Vechtstreek. Deze medewerkers kennen de gemeenten en/of specifieke wijken en zien en spreken dagelijks veel inwoners. Op basis hiervan kunnen zij een bijdrage leveren aan het vroeg signaleren van discriminatie en het (doorgeleiden of doen) van meldingen. Concreet heeft dit diverse signalen en/of meldingen via collega’s opgeleverd. Omgekeerd heeft de antidiscriminatie-voorziening in voorkomende gevallen ook melders via ‘een warme overdracht’ doorverwezen naar specialisten binnen Versa Welzijn (bijvoorbeeld maatschappelijk werk en buurtbemiddeling). De nieuwe (informatie)folder van het Meldpunt Discriminatie is breed verspreid onder doelgroepen en (publieks-)instellingen binnen Gooi en Vechtstreek, zowel digitaal als fysiek. Er is tevens voorlichting gegeven aan vrijwilligers die actief zijn binnen Versa Welzijn en veel klantcontacten hebben. Doel van de voorlichting was: Bewustwording en informatie verstrekken met betrekking tot het Meldpunt Discriminatie, het begrip discriminatie en de mogelijkheid, de wijze en het belang van melden.
Openbaar
Noot secretaris: De organisatie zal de vragen zo snel mogelijk beantwoorden. De uiterste termijn is vier werkdagen. Indien dit niet mogelijk is – bijvoorbeeld omdat informatie bij een derde partij moet worden ingewonnen of omdat het antwoord bestuurlijk gevoelig is – zal de steller per ommegaande over het uitstel geïnformeerd worden en zal zo mogelijk aangegeven worden wanneer het antwoord verwacht kan worden.