Beantwoording vragen cie SOB d.d. 14 september 2021 1
Tekst van het document
Reactie op opmerkingen en vragen commissie SOB Weesp d.d. 14 september 2021 inzake gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Weesperwerf. Aanvullend op de onderstaande beantwoording wordt hier verwezen naar de presentatie van Weesperwerf tijdens de informele plantoelichting Commissie SOB van 7 december 2021, waarbij uitgebreid is ingegaan op diverse (technische) vragen van de commissie. De presentatie is opgenomen als bijlage bij deze beantwoording. Nr. 200
Vraag/opmerking In de plantoelichting staat vermeld: “de aanwezigheid van bedrijven kan de kwaliteit van de leefomgeving beïnvloeden. Bedrijven kunnen geur, stof, geluid en gevaar veroorzaken. Voorkomen moet worden dat bedrijven hinder veroorzaken naar de omgeving. Vooral indien het woongebieden of andere gevoelige bestemming(en) betreft. Daarnaast moet een bedrijf zich kunnen ontwikkelen en eventueel uitbreiden. Om dit te bereiken is het van belang dat bedrijven en gevoelige bestemmingen ruimtelijk goed gesitueerd worden, zodat de bedrijven zo min mogelijk overlast opleveren en woongebieden de bedrijven zo min mogelijk beperken in hun bedrijfsuitvoering.” Hoe is dit voor bedrijven gewaarborgd? Mede gezien het feit dat er hinder kan ontstaan door het transport van bulkstoffen (o.a. zwavelzuur, natronloog en ammoniak) direct langs de woningen.
Reactie Er zijn onderzoeken uitgevoerd en adviezen ingewonnen ten aanzien van de eventuele gevolgen voor de bedrijfsuitvoering van bedrijven en eventuele overlast door bedrijven op de woningen. De onderzoeken en adviezen van deskundigenbureaus die betrekking hebben op de verhouding tussen bedrijven en wonen bestaan uit de volgende onderwerpen: - Verkeer en parkeren - Geluid industrie - Trilling wegverkeer - Bedrijven en milieuzonering - Externe veiligheid Daarnaast zijn onderzoeken naar de volgende omgevingsaspecten betrokken bij de beoordeling en motivering van dit bestemmingsplan: - Bodem - Archeologie - Trilling en geluid (spoor-)wegverkeer - Natuur en stikstof - Water Deze onderzoeken zijn als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. Er heeft een integrale afweging plaatsgevonden van relevante omgevingsaspecten. Hieruit is niet gebleken dat er als gevolg van deze ontwikkeling onevenredige hinder bestaat voor bedrijven en dat bedrijven hun bedrijfsvoering kunnen voortzetten. Met betrekking tot het transport van stoffen zoals zwavelzuur, natronloog en ammoniak heeft onderzoeksbureau AVIV aangegeven dat een eventueel ongeval met deze stoffen geen invloed heeft op het plaatsgebonden risico en het groepsrisico waarmee wettelijk rekening mee moet worden gehouden bij het tot vaststellen van nieuwe bestemmingspannen.
Dit heeft te maken met de stofcategorie waar deze stoffen toe behoren op basis van eigenschappen van die stoffen. Dit is ook zo opgenomen in de beantwoording van de zienswijzen. Belangrijk is hierbij ook dat zich de reeds aanwezige woonboten in de Vecht op kortere afstand tot de relevante bedrijven bevinden dan de nu voorziene woningbouw. Er dient dus nu al door de bedrijven rekening te worden gehouden met de woonfunctie in het gebied.
201
Uit de regionale Woonvisie en het regionaal Actieprogramma Gooi en Vechtstreek (2016-2020) blijkt dat: “nieuwe woningen moeten worden gerealiseerd door onder meer transformatie van overbodige bedrijventerreinen.” In de toelichting wordt vermeld dat hieraan wordt voldaan. Echter gaat het hier niet om een “overbodig” bedrijventerrein, maar om een van de schaarse bedrijventerrein in de regio. Graag een toelichting hierop.
Het terrein ligt 20-30 jaar braak. Onlangs is de Structuurvisie 2013 vervangen door de op 14 oktober 2021 vastgestelde Omgevingsvisie 2050, waarop het terrein is aangemerkt als transformatiegebied. Het plangebied betreft een locatie die derhalve geruime tijd braak ligt en waar geen bedrijfsmatige ontwikkeling voor tot stand is gekomen in de afgelopen jaren. Ook is van belang dat deze locatie al enkele jaren in diverse beleidsstukken van de gemeente Weesp in beeld was om te transformeren. Al sinds 2006 richt het gemeentelijk beleid zich op de mogelijkheden tot transformatie op het bedrijventerrein (zie pagina’s 27 en 61 structuurvisie uit 2013). In die periode zijn door de gemeente initiatieven ontplooid om het bedrijventerrein geheel dan wel gedeeltelijk te transformeren naar een woningbouwlocatie met commerciële voorzieningen, zoals ook beschreven in de plantoelichting onder verwijzing naar Raadsbesluit d.d. 24 februari 2016 (Z.52744/D.2693).
202
Onderbouwing keuze voor woningbouw in samenhang met het STEC-rapport. Het rapport stelt duidelijk dat er in de komende jaren een tekort aan bedrijventerreinen ontstaat en
Het bestemmingsplan is in 2016 vernieuwd en was gericht op de realisatie van bedrijfsruimten, omdat op dat moment leek dat transformatie naar wonen niet mogelijk was omdat er geen concrete marktinitiatieven waren . Een jaar later bleek daar wel een haalbaar initiatief te zijn, waar het vorige initiatief (rond de crisis) niet haalbaar bleek. In 2018 is door de gemeenteraad een ruimtelijk kader voor woningbouwontwikkeling vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 is het plangebied niet aangewezen als industrieterrein van provinciaal of regionaal belang. Er zijn evenmin andere belemmeringen voor de woningbouw in de 1
transformatie wordt afgeraden, tenzij er vervangende ruimte is. Er wordt nu gehandeld in strijd met de provinciale verordening, daar de behoefte aan bedrijventerreinen doorslaggeven moet worden meegenomen.
Omgevingsverordening NH2020 opgenomen. De herontwikkeling van deze binnenstedelijke locatie met woningen is dus niet in strijd met de provinciale verordening. De locatie wordt ingevuld conform de door de Raad vastgestelde kaders. Met de vaststelling van de Omgevingsvisie Weesp 2050 wordt dit bevestigd. In de Omgevingsvisie Weesp 2050 is de locatie van het plangebied namelijk opgenomen als woningbouwlocatie. Verder is opgenomen dat buiten de lopende transformaties geen nieuwe woningbouw op bedrijventerreinen plaats zal vinden. Het bestemmingsplan is inhoudelijk in lijn met het meest actuele, recentelijk vastgestelde beleid van de gemeente Weesp. Het terrein ligt sinds de jaren ’80 braak. In november 2020 is door onderzoeksbureau STEC in het kader van het opstellen van de Omgevingsvisie 2050 (vastgesteld 14 oktober 2021) een analyse uitgevoerd van het vestigingsklimaat in Weesp en de vraag naar bedrijfsruimte in de nabije toekomst. In deze analyse is al rekening gehouden met de woningbouwontwikkeling, zoals nu wordt voorzien in het nieuwe bestemmingsplan. Dit rapport is niet bestuurlijk vastgesteld en kan worden beschouwd als een advies om te voorkomen dat andere gebieden getransformeerd worden. Om de huidige verhouding tussen de werkzame beroepsbevolking en het aantal arbeidsplaatsen overeind te houden richting 2050, wordt in de omgevingsvisie een stappenplan voorgesteld.
De belangrijkste mogelijkheid om arbeidsplaatsen te creëren in het verder ontwikkelen van het stationsgebied van Weesp met meer arbeidsplekken en woningen volgt uit de omgevingsvisie. Deze bedrijvigheid betreft voornamelijk bedrijven met een lage milieu-impact, zoals kantoren en dienstverlenende bedrijven. Daarnaast is het streven om in samenwerking met de ondernemers van Weesp te komen tot een intensivering van het gebruik van de huidige bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen in Weesp kennen, door diverse redenen als braakliggende grond en extensief gebruik, nog wel mogelijkheden om in te breiden of te intensiveren. Dit betekent dat er meer oppervlakte bebouwd kan worden dan nu het geval is, maar bijvoorbeeld ook door bestaande ruimte intensiever te gebruiken of bedrijfspanden hoger te bouwen (meerlaags). Ten slotte kan, bij een gewenste toename van het areaal voor bedrijven en onvoldoende bijdrage daaraan van de eerste twee genoemde ontwikkelingen, een zoekgebied voor een nieuw bedrijventerrein starten. Hier is echter nader onderzoek naar nodig. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de in de Omgevingsvisie Weesp 2050 benoemde zoekgebieden in studie komen en daarmee geen zekerheid geven voor daadwerkelijke realisatie.
203
Er kan niet gegarandeerd worden dat er geen klachten komen van toekomstige bewoners. Wat het trillingsrapport, wat betreft overschrijding in de nacht, aangeeft is al voer voor discussie. Het aanpassen van de maximum snelheid naar 30 km/uur zal geen effect hebben, daar de vrachtwagens al niet harder kunnen rijden. Graag een toelichting hierop.
Vooropgesteld wordt dat nooit kan worden gegarandeerd dat er geen klachten komen. Dit geldt voor elke ruimtelijke ontwikkeling. Wel kan worden gemotiveerd dat een plan uitvoerbaar is en voldoet aan een goede ruimtelijke ordening waarbij zowel rekening is gehouden met het belang van bedrijven als met het belang van woningen. Op verzoek van de bedrijven heeft initiatiefnemer is al in een eerdere participatie een deel van de woningen laten vervallen aan de Nijverheidslaan. Hier wordt nu de grote parkeerzone gerealiseerd. Vervolgens is dit in het kader van dit bestemmingsplan uitgebreid onderzocht en in kaart gebracht. Voor de beoordeling van effecten van de snelheid op trillingen baseert het college zich op een deskundigenrapport dat als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd (Rapport M.2018.1367.02.R001 ‘Weesperwerf - trillingsonderzoek wegverkeer’, DGMR d.d. 9 juli 2019) Het uitgangspunt daarbij is dat de maximum snelheid 50 km/u bedraagt. In de beantwoording op de zienswijze is ook aangegeven dat niet iedere vrachtwagenpassage de voor de nacht geldende streefwaarde overschrijdt. Dit hangt sterk af van rijsnelheid en gekozen rijspoor van de vrachtwagen en afgaand op de metingen is dit maar voor een kwart van de passages het geval. Het is dus niet uitgesloten dat het verlagen van de maximum snelheid toch effecten heeft.
2
204
Ontwikkeling is in strijd met de concept-omgevingsvisie, waarin vermeld wordt dat er tot 2050 niet getransformeerd wordt naar woningen op het bedrijventerrein.
205
Is er ook bemiddeling geweest vanuit de gemeente bij bedrijven om ze misschien een betere locatie aan te bieden of om de mogelijkheden te bespreken? Rooilijn bestaande en nieuwbouw verspringen. Verzoek verplaatsing bouwvlak terug te draaien of meer afstand tussen de bestaande en nieuwe woningen te houden. Bewoners Korte Muiderweg 4 geven aan hinder te zullen ervaren als voor de woningen niet eenzelfde rooilijn gehanteerd wordt. (Zie ook reactie zienswijze). Bovendien wijkt de verkaveling in de bijlage af van de verbeelding.
206
207
In zienswijze gevraagd om nulpeil van de nieuwbouw gelijk te stellen aan de bestaande bouw. Hier is niet op ingegaan. Verder zou de maximum bouwhoogte in het ontwerpbestemmingsplan onjuist zijn. (Zie ook reactie zienswijze).
Het verlagen van de maximum toegestane snelheid op de weg wordt echter niet via een bestemmingsplan geregeld. Het mobiliteitsplan bevat hiervoor de ambities. Bij vaststelling van het bestemmingsplan is vooralsnog niet uitgegaan van het verlagen van de snelheid. Ook met dit uitgangspunt wordt het bestemmingsplan als een wenselijke ontwikkeling beoordeeld. In de beantwoording op de zienswijze is hierover ook aangegeven dat de trilling ten gevolge van vrachtverkeer niet van dien aard is dat het wooncomfort te zeer geschaad wordt. Er is derhalve sprake van een goed woon- en leefklimaat. In de Omgevingsvisie Weesp 2050 is de locatie van het plangebied opgenomen als woningbouwlocatie. Verder is opgenomen dat buiten de lopende transformaties geen nieuwe woningbouw op bedrijventerreinen plaats zal vinden. Het plan voldoet aan de kaders die door de Raad in de vorm van de Omgevingsvisie Weesp 2050 zijn vastgesteld Dat is niet aan de orde. Er bestaat ook geen aanleiding voor nu uit omgevingsonderzoeken blijkt dat de nieuwe woonfunctie inpasbaar is op deze locatie en bedrijven hun bedrijfsvoering kunnen voortzetten. De bewoners aan de Korte Muiderweg 4 hebben hun woning in 2019gekocht, en waren toen op de hoogte van de woningbouwplannen. Verkoper heeft de huidige koper hierover ook in kennis moeten stellen i.r.t. de informatieronden die zijn geweest met de omwonenden.
Het raadsbesluit over de woningbouw dateert uit 2018. De waterloop langs de Korte Muiderweg moet in stand worden gehouden, gelet op de waterberging en de afspraken met Waternet. Om deze reden zijn de nieuwe woningen Weesperwerf naar achteren geprojecteerd ten opzichte van de bestaand woningen langs de Korte Muiderweg en is het niet mogelijk om de nieuwe woningen in dezelfde gevellijn te plaatsen als de bestaanded. Dit stond nog niet goed geformuleerd in het bestemmingsplan. De toelichting is op dit punt aangepast. Wij gaan ervan uit dat met ‘verkaveling’ de bouwvlakken worden bedoeld. Die zijn inderdaad anders dan in het huidige bestemmingsplan (zie uitleg hiervoor). Er zal geen sprake zijn van meer hinder door dit plan, dan bij realisatie van bedrijfsbebouwing conform het bestemmingsplan. Een belangrijk aspect is hierbij bezonning. Aangetoond is dat de schaduwwerking van de woningen vergelijkbaar is met de schaduwwerking van potentiële bedrijfsbebouwing in dit gebied. Het is in dit geval niet correct om uit te gaan van de daadwerkelijke huidige situatie zonder bebouwing
De bewoners aan de Korte Muiderweg 4 hebben hun woning in 2019 gekocht, en waren toen op de hoogte van de woningbouwplannen. Verkoper heeft de huidige koper hierover ook in kennis moeten stellen i.r.t. de informatierondens die zijn geweest met de omwonenden. Het raadsbesluit over de woningbouw dateert uit 2018. Het niet mogelijk om het peil gelijk te stellen aan de bestaande woningen. Het bouwpeil van de nieuwbouwwoningen is bepaald a.d.h.v. een aantal factoren: 1. Benodigde (grond)dekking op het riool. Dit is bij een hoofdriool waarop aan de bovenzijde wordt aangesloten met huisaansluitingen 1,20 m. Voorbeeld: in het geval van een PVC-buis met een diameter van Ø250mm zal de b.o.b. op 1,45m onder maaiveld komen te liggen; 2. Hoogte aansluiting op het bestaande hoofdriool in de Nijverheidslaan. Dit ligt op -2,62m NAP; Vuilwaterriool wordt meestal aangelegd met een verhanglijn van 1:300. De verst gelegen put van het rioolstelsel bevindt zicht op een afstand van 306m t.o.v. de aansluiting in de Nijverheidslaan. Een kortere routing is niet mogelijk i.v.m. toekomstig onderhoud aan de riolering en bereikbaarheid van de putten. Deze put is gelegen voor bouwnummer 10. Wanneer men met bovenstaande gegevens de b.o.b. uitrekenen dan komen men uit op -1,60m NAP voor een buis Ø250mm. Het maaiveld moet hier dan liggen op -1,60m NAP + 1,45m = -0,15m NAP.
Het peil van de woningen dient minimaal 10cm hoger te liggen dan de openbare verharding ter voorkoming van wateroverlast. 3. Benodigde bergingscapaciteit in het HWA vrijverval riool (zie ook waterparagraaf in toelichting van het bestemmingsplan). Voor wat betreft het HWA-riool. Op dit moment wordt er, met de huidige hoogteligging van het riool, een berging gevonden in de rioolbuizen van ca. 45m³. Als het peil verlaagd wordt betekent dit dat men ook het HWA stelsel moeten verlagen waardoor de berging in het HWA stelsel komt te vervallen (komt onder water te staan waardoor de berging niet meer mag worden meegerekend) en dit elders in het plan opvangen moet worden.
3
Rondom de woningen wordt een stalen damwand aangebracht om eventuele nadelige effecten van de voorbelasting en de ophoging op te vangen. Langs de stalen damwand aan de zijde van het plangebied wordt een drain aangelegd lager dan het huidige niveau van de tuinen zodat bij eventuele grondwaterstijgingen op de woningbouwlocatie de drain het water afvoert voordat het de tuinen bereikt. In het bestemmingsplan zijn maximale bouwhoogtes opgenomen. Rond het kavel van adressant is dat 10 meter. Dat is conform het huidige bestemmingsplan. Daarnaast is het peil gedefinieerd als ‘de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw’. Dat is overigens ook conform het huidige bestemmingsplan. De door adressant bedoelde onjuistheid heeft de maken met de verschillende peilhoogtes in het gebied. De bouwhoogten in het bestemmingsplan zijn echter wel juist opgenomen. Dit is gecommuniceerd tijdens de informatieavond met belanghebbende. 208
Het aanleggen van een damwand zou niet voldoende vastgelegd zijn in het ontwerpbestemmingsplan als verplichting naar Blauwhoed/Aalberts. Verzoek dit alsnog op te nemen. (Zie ook reactie zienswijze).
In een bestemmingsplan worden alleen een juridisch planologische aspecten geregeld. De aanleg van de damwand is een civieltechnische maatregel die niet in een bestemmingsplan wordt geregeld. Met omwonenden is overleg geweest waar het aanbrengen van de damwand ook is toegelicht. Zo is op 18 december 2019 een vergadering geweest, waar ook de eigenaren van de Korte Muiderweg 4 aanwezig waren. Om mogelijke waterbed gevolgen van het ophogen van het peil met zandgrond op de bestaande woningen uit te sluiten is in de vergadering toegezegd, dat er in een U-vorm een damwand ca.9 meter diep de grond in zal worden gedrukt. Ook wordt hiermee voorkomen dat de bestaande percelen als een afvoerput zouden kunnen gaan werken. Een verslag van deze vergadering is beschikbaar. Daarnaast is in april en juni 2020 separaat overleg geweest met de eigenaren. Initiatiefnemer heeft aangegeven bereid te zijn om opnieuw in gesprek te gaan met adressant om eventuele punten van zorg nog nader te bespreken, en afspraken met hen te maken.
209
501
502
In het ontwerpbestemmingsplan is een pad opgenomen dat direct langs de zuid-west-zijde van het perceel (nr. 4) loopt en de snelste route is van en naar het centrum en station voor 115 woningen. Vanwege het beoogde hogere nulpeil zal dit pad hoger komen te liggen en de privacy schaden. Bij beantwoording zienswijze vermoedelijk verwisseld met Korte Muiderweg 8a. Dit controleren en toelichten. (Zie ook reactie zienswijze). Verzoek dat bedrijven de bevestiging krijgen dat er geen verdere woningbouw zal plaatsvinden op het bedrijventerrein en deze niet het risico lopen in een later stadium weg te moeten. Hiermee onzekerheden weghalen bij de bedrijven. Verzoek om een bredere en diepgaandere visie te formuleren.
De sociale huurwoningen kosten € 730,- per maand voor 40 m2. Is het maximum wat je kan vragen en voor 40 m2 erg veel met de gedachte dat deze woningen ook trillingen en geluid moeten tegenhouden. Dit is scheef.
In de tekst van de zienswijzen staat dat een langzaam verkeersroute (fietsroute) langs het adres Korte Muiderweg 8a loopt, die aansluit op de rotonde en een ontsluiting van het achterpad dat loopt langs het kavel van adressant (nr. 4). De fietsroute loopt dus niet langs de woning van adressant. Dit is correct en leidt niet tot wijzigingen in de beantwoording van de zienswijzen. Dit is bevestigd in de recent door de raad vastgestelde omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie Weesp 2050 staat op p. 25: Woningbouw vindt, buiten lopende transformaties, dan ook niet plaats op de bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen kunnen door beter gebruik en intensivering wel aan meer arbeidsplaatsen een plek geven, tezamen met het verder te ontwikkelen woonwerkgebied in het stationsgebied. Het formuleren van de visie heeft derhalve al plaatsgevonden in de omgevingsvisie. De Omgevingsvisie 2050 is vastgesteld door de raad op 14 oktober 2021. Het kader is 25% betaalbaar segment, waarvan minimaal 20 woningen in de sociale huur. Er zullen 30 sociale huurwoningen worden gerealiseerd in het plan. Momenteel wordt ook nog onderzocht om meer sociale huurwoningen te realiseren. De Alliantie zullen de woningen passend toewijzen, waarbij de voorkeur wordt gegeven aan bewoners van Weesp. De huurprijzen worden vastgesteld door de Alliantie en zijn gereguleerd.
De Alliantie heeft aangegeven passend te zullen toewijzen. Bij deze toewijzing zullen Weespers voorrang krijgen. Bij de woningen in de eerste lijn langs het spoor gaat het zowel om sociale huurwoningen als vrije sector woningen. De woningen met de hoogste geluidsbelasting zijn de vrije sectorwoningen aan de zuidwestrand van het plangebied. Hier is ook sprake van een beperkte overschrijding van de richtlijnen met betrekking tot trillingen. Er is dus geen verband tussen de huurprijzen en de aspecten trilling en geluid. Voor wat betreft trillingen geldt overigens dat ter plaatse van de sociale huurwoningen wordt voldaan aan de richtlijnen die hiervoor gelden. Voor wat betreft geluid wordt ook voldaan aan de wettelijke vereisten. Het is logisch dat een zwaarder en hoger gebouw effectiever is voor geluid c.q. trillingen. Dat is een algemeen aanvaardbaar uitgangspunt waardoor er gebouwd kan worden op 4
503
Er wordt opheldering gevraagd over het feit dat de sociale huurwoningen als barrière tegen de trillingen dienen. Punten van zorg zijn: trillingen spoor, dat ProRail expliciet heeft afgeraden zo dicht bij het spoor te bouwen, slappe grond in Weesp en de combinatie met het bedrijventerrein. Hoe zijn trillingen geland in het bestemmingsplan en is dit houdbaar op termijn?
geluidsgevoelige locaties in Nederland. Dat heeft zeker niets ermee te maken, dat het hier om woningen in het sociaal segment gaat. Zoals onder punt 502 reeds aangegeven is er is dus geen verband tussen de huurprijzen en de aspecten trilling en geluid. Vanwege de nabije ligging van de spoorlijn Weesp – Almere / Amersfoort heeft er een onderzoek plaatsgevonden naar trillingen. Uit dit onderzoek is gebleken dat voor een beperkt aantal vrije sectorwoningen, nabij de Vechtbrug een enkele keer per week, een theoretische overschrijding plaatsvindt t.o.v. de SBR-richtlijn trillingen. Het betreffen de woningen op het zuidelijke deel, parallel aan het spoor en betreft dus niet de sociale huurwoningen die vanwege het gewicht van de massa minder trilling ervaren. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat de woningen in het zuidelijk deel in de praktijk weinig tot geen hinder zullen ondervinden van trilling. Het negatieve effect van trilling op het woon-en leefklimaat in de nieuwe woonbuurt is daarom verwaarloosbaar. In het bestemmingsplan wordt niet gesproken over sociale huurwoningen die dienen als barrière of buffer. In zijn algemeenheid geldt echter wel dat hoe verder van een trillingsbron af wordt gebouwd, hoe minder trilling men ervaart. Ook zijn bouwtechnische zaken zoals het gewicht van de bouwmassa hier op van invloed. Hoe zwaarder men bouwt hoe minder trillingen er zijn.
Gestapelde woningen hebben er dus in het plangebied geen relevante last van. Ook bij de woningen, waar wel een overschrijding van de richtlijnen is berekend, zal er in de praktijk geen sprake zijn van relevante overlast.
504
In 2017 is besloten dat het als bedrijventerrein zou blijven fungeren, waarna dit standpunt in 2018 is gewijzigd. Klopt het dat de participatie vanaf 2018 ondermaats was?
Overigens bevinden zich langs de spoorlijn in Weesp op vergelijkbare afstand meer woningbouw. In die zin is woningbouw langs de spoorlijn geen uitzondering en aanvaardbaar. Dat is niet juist. In de jaren 2017, 2018 en 2019 hebben diverse (informatie) bijeenkomsten plaatsgevonden, om belanghebbende bewoners en bedrijven over de plannen voor de in dit ontwerpbestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen te informeren. Er hebben zowel collectieve als individuele gesprekken plaatsgevonden. Op 20 september 2018 is een bijeenkomst geweest met bedrijven en bewoners bedrijventerrein Nijverheidslaan, en het IVW in de kantine van De Groot luchtkanalen. Op 4 juli 2019 is een afstemmingsoverleg geweest met de ondernemers van de Nijverheidslaan. Op 15 november 2019 zijn de plannen ook gepresenteerd aan de Belangenvereniging Bedrijven Nijverheidslaan. Op 18 december 2019 een vergadering geweest, waarin met name civieltechnische onderwerpen werden besproken. Verslag van deze vergaderingen zijn beschikbaar. Daarnaast is in april en juni 2020 separaat overleg geweest met de eigenaren van de woningen aan de Korte Muiderweg. Daarnaast is veel contact geweest via de telefoon en per mail. Zo is ook het geluidsonderzoek in nauw overleg met De Groot uitgevoerd.
505
Aangenomen wordt dat er een parkeerprobleem ontstaat gelet op de parkeersituatie in heel Weesp. Op welke wijze wordt een parkeerdruk binnen het plangebied voorkomen?
Geconcludeerd kan worden dat er uitvoerig geparticipeerd is met de omgeving, zie hiervoor de verslagen van de overleggen met bewoners en bedrijven en de projectwebsite (www.weesperwerf.nl/tijdlijn/).(zie ook in paragraaf 8.2 van toelichting van het bestemmingsplan) Er wordt voldaan aan de parkeernorm die de raad specifiek voor dit gebied heeft vastgesteld. In het plangebied is aan de rand van het gebied ruimte opgenomen voor een parkeerplaats. Voor parkeren voldoet het plan aan de gestelde eisen. Er wordt actief ingezet op het voorkomen van het bezit van een tweede auto door een systeem van elektrische deelauto's. In de basis worden de deelmobiliteit via pay-per-use ingezet. Bewoners kunnen echter ook een mobiliteitsabonnement afsluiten waardoor ze korting krijgen op het gebruik van de deelmobiliteit. Mede gezien de ligging nabij het station is het aannemelijk dat deze trend (van eigendom naar gebruik) zal aanslaan. Verwacht kan worden dat de parkeerbehoefte hierdoor verder af zal nemen.
506
Hoe wordt geluidsoverlast van het treinverkeer geminimaliseerd voor de nieuwe omwonenden?
De gevels van de woningen langs het spoor worden uitgevoerd als dove gevels daar waar de maximaal toelaatbare grenswaarde wordt overschreden. Dit is ook aangeven op de verbeelding (plankaart) van het bestemmingsplan die te raadplegen is op www.ruimtelijkeplannen.nl. 5
Door de afschermende effecten van bebouwing langs het spoor ontstaat tevens een gunstig effect op het gebied achter deze bebouwing waar dove gevels niet nodig zijn. Voorts wordt er een geluidscherm geplaatst tussen twee gebouwen langs het spoor zodat het geluid dat het plangebied indringt wordt beperkt. Woningen worden tot slot voorzien van een stille zijde. Alle woningen voldoen aan de wettelijke bepalingen vanuit de Wet Geluidhinder en ook zullen voldoen
507
Is er bij de toetsing rekening gehouden met toekomstige intensivering van het treinverkeer?
aan de maximale binnenwaarden vanuit het Bouwbesluit 2012. De programmering van OV SAAL is niet meegenomen in de berekeningen. Evenmin is rekening gehouden met de geluidbeperkende effecten van een geluidscherm dat is beoogd als gevolg van OV SAAL. De bestemmingsplanprocedure voor Weesperwerf loopt al enige tijd en bevindt zich in de vaststellingsfase. OV SAAL loopt hieraan parallel, maar in tijd volgen deze projecten en procedures elkaar op. Juridisch gezien is het uitgangspunt het ‘geluidregister spoor’ waar de geluidproductieplafonds in zijn opgenomen. Daar zit overigens wel een marge in voor eventuele toename van intensivering van treinverkeer.
508
Voor de woningen worden geluidsmaatregelen getroffen, maar wat voor geluidsoverlast vindt er plaats in de buitenruimten zoals tuinen? Of wanneer de ramen van de woning worden opengezet.
Door de afschermende werking van geprojecteerde bebouwing zal geluidhinder op de nieuwe woningen in het plangebied zoveel mogelijk beperkt zijn. Echter kan niet worden voorkomen dat geluid waarneembaar is. Dit is inherent aan een stedelijke omgeving en een centrale ligging. De geluidbelasting aan de randen van het gebied is relatief hoog, zodat bij het stedenbouwkundig ontwerp akoestisch gunstige ontwerpprincipes zijn toegepast. Door middel van een zo hoog en gesloten mogelijke randbebouwing wordt het binnen gebied afgeschermd van geluid. In de zuidelijke hoek, waar de invloed van de spoorbrug het grootst is, is een nagenoeg aaneengesloten bebouwing ontworpen, om de geluidssituatie in het binnengebied zoveel mogelijk te verbeteren. Woningen die geen gevel hebben waar aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan, worden voorzien van een spuivoorziening (een te openen raam) waar ter plaatse van de opening wel wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Omdat het aanpassen van het plan, om meer aansluit bij het geluidbeleid, niet mogelijk is gebleken is in navolging van het advies van de Omgevingsdienst gekozen voor het treffen van aanvullende maatregelen bij de woningen. Daar waar een gevel niet als geluidluwe zijde kan worden aangemerkt zijn geluiddempende roosters opgenomen ter plaatse van een te openen raam.
De bewoners hebben hiermee de mogelijkheid om de ruimte te doorspuien of te slapen met een open raam zonder onaanvaardbare geluidhinder. De gekozen ontvanger maatregel sluit nauw aan bij de ontwikkelingen in de regelgeving (Omgevingswet) en de uitvoeringspraktijk van verschillende grote gemeenten zoals Amsterdam. Het accent ligt niet op het geheel afschermen of geluidluw maken van een gevel, maar het maken van een geluidluw deel van de gevel, zodat de bewoner de mogelijkheid geboden wordt geluidluw te spuien en ventileren. Een goed woon- en leefklimaat in akoestische zin is hiermee gewaarborgd.
509
Het geluidabsorberend scherm langs de Nijverheidslaan dat 2,2 meter lijkt te worden, lijkt een initiatief van ondernemers. Hoe gaat dit eruit zien en wordt dit een soort compound?
Het geluidscherm is in het plan terecht gekomen op verzoek van de omliggende bedrijven. Het is niet nodig voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het scherm krijgt een minimale hoogte van 2,2 meter en een maximale hoogte van 3 meter. Het betreft tevens een visuele afscheiding tussen bedrijven en wonen. Het scherm krijgt een groene aankleding in de vorm van klimop planten en voegt zich hiermee goed in de omgeving (zie volgende afbeelding).
6
510
Kunnen de sociale huurwoningen op een andere locatie gerealiseerd worden met minder hinder van geluid en trilling? Sociale huurwoningen buffer voor de andere woningen gaat te ver.
511
Zou het niet verstandiger zijn om te wachten met de ontwikkeling van Weesperwerf totdat de Stationsvisie klaar is, zodat er een integraal plan kan komen?
512
Is er bij de ontwikkeling rekening gehouden met de eventuele toekomstige aanleg van een tunnel onder de Vecht, waarvoor Amsterdam heeft toegezegd om dit tracé samen uit te zetten. Verzocht is om ruimte te reserveren aan de oostzijde van het spoor.
513
514
De angst bestaat dat bij de A1 een nieuw bedrijventerrein moet komen omdat aan de Nijverheidslaan een afname van bedrijventerrein plaatsvindt en dat zou onwenselijk zijn met name omdat de 1/3 - 2/3 in Weespersluis in gevaar komt. De vraag is of zorgen kunnen worden weggenomen over het beperken van uitbreidingsmogelijkheden van bedrijven.
In hoeverre wordt het woon- en leefklimaat van het nieuwe “geïsoleerde” wijkje verstoord door omgevingsaspecten als veiligheid, trilling e.d.?
Binnen dit plangebied zijn geen andere locaties die in aanmerking komen. Hier is ook geen aanleiding toe aangezien de sociale huurwoningen op de voorziene plek voldoen aan wet- en regelgeving en voldoen aan een goed woon- en leefklimaat dat los staat van de categorie waartoe de woning behoort. De gestapelde woningen hebben overigens geen last van trillingen die relevant is (zie ook beantwoording 503). Dat de woningen een buffer zouden zijn voor de andere woningen is een interpretatie, maar staat als zodanig nergens in de stukken genoemd. De visie op deze locatie is uitvoerig beschreven in het ruimtelijk kader en in de Omgevingsvisie Weesp 2050. De ontwikkeling past binnen de visie die de raad met deze besluiten heeft geformuleerd. Het ligt daarom niet voor de hand om de visie voor het stationsgebied af te wachten. Eventuele ondertunneling bevindt zich in beginsel onder de grond. Daar hoeft de planvorming niet voor in de weg te staan. Bij het realiseren van een tunnel moet rekening worden gehouden met de planvorming en technische oplossingen om dit mogelijk te maken. De mogelijkheden op het maaiveld zullen beperkt zijn door de ontwikkeling van Weesperwerf. Dat zou overigens ook niet anders zijn bij een ontwikkeling met bedrijven conform het geldende bestemmingsplan.
Bovendien zijn plannen die in de toekomst pas concreet worden nu nog onvoldoende zeker om daar nu rekening mee te houden. Daar staat tegenover dat de wens om dit gebied te transformeren al meerdere jaren vastligt in visies en ruimtelijke kaders. Bovendien is met de ontwikkelaar een anterieure overeenkomst gesloten ten behoeve van ontwikkeling van dit gebied. Aan het bestemmingsplan liggen diverse deskundigen onderzoeken ten grondslag waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor de bedrijvigheid is gemotiveerd dat het bestemmingsplan geen beperkingen tot gevolg heeft voor de bedrijvigheid in de omgeving. Voor slechts één bedrijf is een maatwerkoplossing nodig. Dit wordt bevestigd in het advies van Tauw inzake bedrijven en milieuzonering dat als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd. Een (zoek-)locatie voor een nieuw bedrijventerrein en de eventuele gevolgen daarvan voor andere gebied in de gemeente, staan los van dit bestemmingsplan. Hierover is eerder aangegeven dat de raad in de omgevingsvisie een stappenplan voorstaat als het gaat om het uitbreidingen van het aantal arbeidsplaatsen. Een zoekgebied voor een nieuw bedrijventerrein komt pas aan de orde als de andere stappen niet tot het gewenste resultaat leiden. Hier is nader onderzoek naar nodig.
Er zijn onderzoeken uitgevoerd en adviezen ingewonnen ten aanzien van alle relevante omgevingsaspecten voor het woon- en leefklimaat: - Verkeer en parkeren - Bedrijven en milieuzonering - Externe veiligheid - Bodem 7
- Trilling en geluid - Natuur en stikstof - Water Deze onderzoeken zijn als bijlage bij de toelichting opgenomen. Er heeft een integrale afweging plaatsgevonden van relevante omgevingsaspecten. Hieruit is gebleken dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Voor wat betreft geluid geldt dat de omgevingsdienst hogere waarden voor geluid heeft vastgesteld voor dit bestemmingsplan. De gevels van de woningen langs het spoor worden voorzien van dove gevels daar waar de geluidbelasting wordt overschreden. Dit is ook aangeven op de verbeelding (plankaart) van het bestemmingsplan die te raadplegen is op www.ruimtelijkeplannen.nl. Door de afschermende effecten van bebouwing langs het spoor ontstaat tevens een gunstig effect op het gebied achter deze bebouwing waar dove gevels niet nodig zijn. Voorts wordt er een geluidscherm geplaatst tussen twee gebouwen langs het spoor zodat het geluid dat het plangebied indringt wordt beperkt. Woningen worden tot slot voorzien van een stille zijde. 515
Wil graag inzage in de realisatie-/anterieure overeenkomst
De zakelijke beschrijving van de overeenkomst heeft vanaf 19 feb. 2020 ter inzage gelegen. De Anterieure Overeenkomst zal voor raadsleden ter inzage worden gelegd.
516
Wat zijn de plannen ten aanzien van de bestaande bouw naast de Bouwhuistunnel (rijtje van drie of vier woningen aan de kopse kant van het terrein)
Voor de bestaande woningen geldt dat hier geen plannen voor bekend zijn.
517
Wat zijn de gevolgen indien de raad afwijzend tegenover het nieuwe bestemmingsplan staan?
Aangezien er een aanvraag om omgevingsvergunning in behandeling is om de bouw van de woningen mogelijk te maken, zal er een besluit moeten worden genomen op deze aanvraag. Als het bestemmingsplan wordt vastgesteld, zal dit bestemmingsplan na inwerkingtreding de grondslag zijn om de vergunning op te verlenen. Als het bestemmingsplan echter niet wordt vastgesteld, dan geldt de juridische regeling dat er automatisch een afwijkingsprocedure van toepassing is op de aanvraag omgevingsvergunning (want de aanvraag is in strijd met het vigerende bestemmingsplan). Dit wordt echter niet verwacht omdat de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningbouw gebaseerd is op het meest recente beleid van de gemeente ten aanzien van deze locatie (in oktober vastgestelde Omgevingsvisie Weesp 2050 voorziet hier in transformatie) en is in de raadsbesluiten van 11 juli 2018, waarin de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van woningen zijn neergelegd en 19 december 2018, waarin de kader van juli 2018 zijn aangepast, de woningbouw op deze locatie door de raad zelf besloten. De bevoegdheid voor het vergunnen van een aanvraag in afwijking van het bestemmingsplan ligt bij het college (wel met toepassing van een ruimtelijke procedure met tervisielegging van ene ontwerpbesluit).
Een weigering van de aanvraag om omgevingsvergunning kan alleen juridisch stand houden indien deze goed is gemotiveerd op ruimtelijk relevante gronden. Een verklaring van geen bedenkingen van de raad is bij de afwijkingsprocedure niet nodig, aangezien er gebruik kan worden gemaakt van de algemene verklaring van geen bedenkingen van de raad omdat er sprake is van een ‘project waarvoor al een nota van uitgangspunten, stedenbouwkundige visie of daarmee vergelijkbaar ruimtelijk kader door uw raad is vastgesteld’ (citaat besluit algemene verklaring van geen bedenkingen d.d. 26 mei 2011). De raad heeft een ruimtelijk kader voor dit gebied vastgesteld in 2018 en op 14 oktober 2021 de omgevingsvisie vastgesteld die beide deze ontwikkeling mogelijk maken. Het verdient echter de voorkeur van het college om op basis van een nieuw bestemmingsplan de vergunning te verlenen in plaats van het voeren van een afwijkingsprocedure, aangezien het nieuwe bestemmingsplan onderdeel zal gaan uitmaken van het omgevingsplan van rechtswege na inwerkingtreding van de Omgevingswet.
8
Tegen het besluit om het bestemmingsplan niet vast te stellen, staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een besluit tot weigering om het bestemmingsplan vast te stellen kan alleen juridisch stand houden indien deze goed is gemotiveerd op ruimtelijk relevante gronden.
518
Het komt over dat de overheid niet betrouwbaar is. Er was wel degelijk belangstelling voor de grond. Echter Achmea wilde de grond niet verkopen en heeft gewacht tot de bestemming gewijzigd kon worden.
519
Ontvangt graag de adviezen van de brandweer en ambulance (wethouder). Bovendien blijkt uit de adviezen niet dat er helemaal geen gevaar is, maar een relatief gevaar.
Hierover is al eerder opgemerkt dat al sinds 2006 het gemeentelijk beleid zich richt op de mogelijkheden tot transformatie op het bedrijventerrein (zie pagina’s 27 en 61 structuurvisie uit 2013). In die periode zijn door de gemeente initiatieven ontplooid om het bedrijventerrein geheel dan wel gedeeltelijk te transformeren naar een woningbouwlocatie met commerciële voorzieningen, zoals ook beschreven in de plantoelichting onder verwijzing naar Raadsbesluit d.d. 24 februari 2016 (Z.52744/D.2693). Ondanks dat er éénmaal sprake van is geweest dat een transformatie niet meer haalbaar leek ten gevolge van de crisis, is de overwegende opvatting dat dit terrein in aanmerking komt voor transformatie. Van een onbetrouwbare overheid is geen sprake. De adviezen van de Veiligheidsregio zijn als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. Volledigheidshalve worden ze met deze beantwoording meegezonden. Op 17 mei 2021 is aanvullend advies uitgebracht over de calamiteitenontsluiting. Hierin wordt aangegeven dat er geen problemen met de bereikbaarheid en ontvluchting in geval van een calamiteit zijn. Er is nooit sprake van helemaal geen gevaar. Er blijft altijd een restrisico. Uit de onderzoeken en de adviezen blijkt dat dit aanvaardbaar is.
522
Waarom is er geen perspectief voor mogelijk een tweede ontsluitingsweg?
Voor het woningbouwproject Weesperwerf is vanuit het oogpunt veiligheid uitbreiding van de ontsluiting voor autoverkeer niet noodzakelijk. Op 17 mei 2021 is aanvullend advies uitgebracht door de brandweer en veiligheidsregio de over calamiteitenontsluiting. Hierin wordt aangegeven dat er geen problemen met de bereikbaarheid en ontvluchting in geval van een calamiteit zijn. Één ontsluiting wordt voldoende geacht. In de omgevingsvisie en het mobiliteitsplan is wel verwoord dat het wel het doel is om tot een tweede wegontsluiting van de Nijverheidslaan te komen.
523
Er is kritiek geuit op de toepassing van de crisis en herstelwet. Coördinatieregelen in plaats van crisis en herstelwet verdient de voorkeur.
De Crisis- en herstelwet is geen beperking van de rechtsbescherming, maar een versnelling van de procedure. Als er gebruik wordt gemaakt van de beroepsmogelijkheid, zal een uitspraak over de beroepschriften sneller volgen. Dat is in het belang van rechtszekerheid voor zowel appellant als de ontwikkelaar. Iedereen weet eerder waar hij aan toe is. Dit is overigens landelijk een gebruikelijke toepassing van de Crisis- en herstelwet.
524
Er is aangegeven dat er een clausule in de koopovereenkomst met de eindgebruikers wordt opgenomen, welke aangeeft dat men ermee bekend is een woning te kopen/huren aan de rand van een bedrijventerrein. Eventueel i.c.m. een kettingbeding. Hoe hard is deze clausule? Ook indien ik als eindgebruiker naar de rechter stap? Clausule wordt als twijfelachtig bestempeld.
De coördinatieregeling vereist dat de te coördineren besluiten tegelijk worden voorbereid en dat besluitvorming tegelijk plaatsvindt. Dat is hier niet mogelijk gebleken in verband met de aanscherpingen die nog nodig waren bij de bouwaanvraag terwijl het bestemmingsplan al in procedure was. Het opnemen van een dergelijke clausule heeft een signalerende functie. Wet- en regelgeving wordt hiermee niet opzij gezet. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan steunt echter ook niet op de clausule, maar op de onderbouwing in het bestemmingsplan die is gebaseerd op omgevingsonderzoeken die door deskundigen zijn uitgevoerd. In het bestemmingsplan zijn de resultaten van de omgevingsonderzoeken verwerkt waaruit blijkt dat wordt voldaan aan wet- en regelgeving.
9